RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/323343 / HA ZA 23-460
Vonnis van 21 mei 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. J.R.P.M. Scheepers,
tegen
SONAR BOUWTECHNIEK B.V.,
te Einighausen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Sonar,
advocaat: mr. R.M. Poublon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeschikking van 15 januari 2025- de antwoordakte van Sonar.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Medio 2021 is tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Op grond daarvan heeft Sonar zich verplicht bouw- en verbouwingswerkzaamheden voor [eiseres] te verrichten. Het was de bedoeling van [eiseres] dat haar ouderlijk huis zou worden gerenoveerd en daarnaast een aanleun- of zorgwoning zou worden gerealiseerd. Sonar is in september 2021 gestart met de werkzaamheden, deels met inschakeling van onderaannemers.
In december 2022 heeft Sonar aan [eiseres] een (op 10 augustus 2021 gedateerd) overzicht van verrichte en te verrichten werkzaamheden voorgehouden, inclusief meer- en minderwerk. Dit overzicht vermeldt een totaalprijs inclusief btw van € 474.255,61.
In de periode augustus 2021 tot en met oktober 2022 heeft [eiseres] in totaal
€ 496.105,91 aan Sonar betaald.
Op verzoek van [eiseres] heeft [naam VOF] (hierna: ‘ [naam VOF] ’) een onderzoek verricht naar – kort gezegd – mogelijke gebreken in het tot dan toe door Sonar uitgevoerde werk. [naam VOF] heeft op 13 juli 2023 een rapport uitgebracht. Kort samengevat concludeert [naam VOF] dat verschillende werkzaamheden (nog) niet correct zijn uitgevoerd. De kosten voor het (deugdelijk) uitvoeren van de werkzaamheden, waaronder het herstellen van gebreken, worden door [naam VOF] begroot op € 97.215,88 inclusief btw in totaal, met dien verstande dat volgens [naam VOF] op enkele onderdelen nog nader onderzoek moet plaatsvinden naar mogelijke gebreken en/of de omvang van herstelkosten.
De advocaat van [eiseres] heeft het rapport van [naam VOF] bij brief van 20 juli 2023 aan Sonar gezonden. In die brief staat onder andere het volgende:
‘Tot op heden heeft er nog geen oplevering plaatsgevonden. Gelet op de bevindingen van de expert, bevat het (zichtbare) werk diverse, ernstige gebreken alsook niet afgewerkte zaken. (...)
Derhalve wordt u (...) hierbij door cliënte in gebreke gesteld. Namens cliënte verzoek ik u, en voor zover nodig sommeer ik u, om binnen een termijn van 28 dagen na heden met een plan van aanpak te komen om alle geconstateerde gebreken en/of niet afgewerkte zaken en omissies te herstellen en/of op te lossen. (...) Voorts wordt u namens cliënte verzocht, en voor zover nodig gesommeerd, om binnen 10 weken na heden alle herstelpunten en/of onafgewerkte zaken hersteld/opgelost te hebben, zodat de oplevering kan plaatsvinden.’
Naar aanleiding van de brief van 20 juli 2023 is tussen Sonar enerzijds en de advocaat van [eiseres] per e-mail gecorrespondeerd. Ten aanzien van een aantal van de door [eiseres] gestelde herstelpunten en onafgewerkte zaken heeft Sonar aangegeven te zullen voldoen aan de verzoeken van [eiseres] . Tevens zijn aan [eiseres] door Sonar nog enkele facturen gestuurd, die [eiseres] onbetaald heeft gelaten. Bij e-mail van de advocaat van [eiseres] van 7 september 2023 wordt namens [eiseres] gereageerd op de door Sonar na de brief van 20 juli 2023 gezonden aanvullende facturen en daarbij (subsidiair) een beroep gedaan op een opschortingsrecht: ‘Zolang u niet, dan wel gebrekkig presteert mag cliënte immers enige betalingsverplichting opschorten’. In deze e-mail is ook de volgende vraag aan Sonar voorgelegd: ‘Mag u [sic] wel alvast van u vernemen of u bereid bent de herstelwerkzaamheden (...) alsmede een aantal onderzoeken (...) uit te voeren waarbij vervolgens de overige geschilpunten aan de rechter kunnen worden voorgelegd? Of bent u pas bereid over te gaan tot herstel nádat de door u toegezonden facturen zijn voldaan? Dat blijkt namelijk niet duidelijk uit uw reactie.’ Hierop antwoord Sonar als volgt: ‘Factuur 2023-118 zijnde “de laatste termijn basisopdracht en minderwerk stucwerk (conform afspraak)” dient eerst betaald te worden en uit coulance dienen de andere openstaande facturen betaald te worden nadat de door Sonar goedgekeurde herstelwerkzaamheden naar tevredenheid zijn uitgevoerd.’ [eiseres] heeft geen betaling meer gedaan en Sonar heeft, in ieder geval tot aan deze procedure, geen werkzaamheden meer uitgevoerd.
Op verzoek van Sonar heeft TOP Expertise BV (hierna TOP Expertise) een contra-expertise verricht naar aanleiding van het onderzoek en rapport van [naam VOF] . TOP Expertise voerde op 7 november 2023 een onderzoek uit en heeft naar aanleiding daarvan een rapport opgemaakt, gedateerd 3 april 2024. TOP Expertise onderschrijft een groot deel van de bevindingen en begroting van [naam VOF] . Op enkele onderdelen heeft TOP Expertise, met name ten aanzien van de begroting van de herstelkosten, een andere opvatting. [naam VOF] en TOP Expertise zijn het er onder andere over eens dat het volledige dak van de aanleunwoning moet worden vervangen.
Door middel van een aanvullend rapport van 13 augustus 2024 heeft [naam VOF] gereageerd op het rapport van TOP Expertise.
Op verzoek van [eiseres] heeft [naam] van [naam BV] (hierna: [naam BV] ) op 18 oktober 2024 de woning van [eiseres] geïnspecteerd en van zijn bevindingen een verslag gemaakt.
3. Het geschil
Samengevat vordert [eiseres] na wijzigingen van eis dat de rechtbank Sonar veroordeelt:
primair:
- tot betaling aan [eiseres] van € 314.676,04, te vermeerderen met rente, op grond van (voorlopige) schadevergoeding,
subsidiair:
- om op eigen kosten zorg te dragen voor deugdelijk herstel van de schade en/of gebreken en/of omissies in de hoofdwoning en aanleun- of zorgwoning met aanhorigheden, blijkend uit het deskundigenrapport van [naam VOF] en/of zoals volgt uit de bevindingen van [naam BV] , op straffe van een dwangsom,
primair en subsidiair:
- tot betaling van € 102.855,91, te vermeerderen met rente, op grond van onverschuldigde betaling,
- tot betaling van € 49.826,69, te vermeerderen met rente, op grond van minderwerk,
- tot vergoeding aan [eiseres] van de door haar geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat,
- tot betaling aan [eiseres] van € 4.265,40 aan wettelijke rente en van € 3.522,49, te vermeerderen met wettelijke rente, ter zake van buitengerechtelijke kosten,
- tot betaling van [eiseres] van € 5.417,78, vermeerderd met rente, vanwege de kosten deskundige.
Sonar voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Vaste prijs?
[eiseres] stelt dat partijen een vaste prijs voor de door Sonar te verrichten werkzaamheden zijn overeengekomen. Deze prijs bedroeg volgens [eiseres] € 325.000,00. Hetgeen zij méér betaalde vordert zij daarom als onverschuldigd betaald terug.
Sonar stelt dat er geen vaste prijs is overeengekomen en dus ook niet de door [eiseres] gestelde prijs. Sonar voert aan dat het ook niet mogelijk was om een vaste prijs af te spreken omdat bij aanvang van het werk nog niet duidelijk was wat er precies zou moeten gebeuren. Volgens Sonar was er in feite sprake van werk op regiebasis en is er afgesproken dat als er meer zicht was op het uit te voeren werk, er een offerte zou worden uitgebracht met een opgave van het aangenomen werk. Dit is, aldus Sonar, het in december 2022 opgemaakte overzicht. Extra werk ten opzichte van dit overzicht zou volgens Sonar als meerwerk in rekening worden gebracht. [eiseres] heeft ook veel extra werk opgedragen, aldus Sonar, waarbij (ook) de aard van het werk duidelijk maakte dat daarvoor apart zou moeten worden betaald. Sonar noemt onder meer het aanbrengen van afwatergoten, het plaatsen van nieuwe binnenkozijnen en deuren op de eerste verdieping, het aanbrengen van rolluiken, het vernieuwen van een luifel, het leveren en plaatsen van schuifdeuren en het maken van een inloopkast. Sonar wijst erop dat [eiseres] ook aan andere aannemers opdracht heeft gegeven voor het uitvoeren van werkzaamheden aan de ouderlijke woning of aanleunwoning, wat volgens Sonar bevestigt dat tussen partijen geen totaalprijs overeen is gekomen.
Sonar voert dus gemotiveerd verweer tegen de stelling van [eiseres] over een overeengekomen vaste prijs (van € 325.000,00). Daar stelt [eiseres] alleen een blote stelling tegenover. Zij is dus ook niet concreet ingegaan op het verweer van Sonar. [eiseres] heeft daarmee, in het licht van het verweer van Sonar, haar stelling onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat het standpunt van [eiseres] moet worden verworpen en de vordering op grond van onverschuldigde betaling moet worden afgewezen.
[eiseres] vordert ook een vergoeding vanwege werkzaamheden die volgens haar deel uitmaakten van de aan Sonar verleende opdracht maar (nog) niet door deze zijn uitgevoerd. Deze vordering is gebaseerd op de aanname dat er een vaste prijs is overeengekomen en dat [eiseres] in zoverre teveel betaalde omdat bedoelde werkzaamheden vielen onder werkzaamheden die voor deze prijs zouden worden uitgevoerd (en [eiseres] die prijs heeft voldaan). Omdat [eiseres] niet wordt gevolgd in haar stelling over de vaste prijs, moet ook deze, daarmee onlosmakelijk verbonden, vordering worden afgewezen.
De rechtbank merkt op dat uit de stellingen van partijen moet worden afgeleid dat er tevoren ook anderszins geen prijs of prijzen overeen zijn gekomen. Sonar heeft erop gewezen dat het door haar gemaakte overzicht van december 2022 niet door [eiseres] is aanvaard. Dit betekent dat, conform het bepaalde in artikel 7:752 BW, door [eiseres] aan Sonar een redelijke prijs moet worden betaald. Een vordering op grond van artikel 7:752 BW is niet ingesteld.
Vergoeding in verband met gebrekkig werk?
[eiseres] vordert vergoeding van de kosten die zij stelt te moeten maken om het beweerdelijk gebrekkig werk van Sonar te doen herstellen en – naar de rechtbank begrijpt – om het werk af te maken. De concreet gevorderde vergoeding is berekend aan de hand van de begroting van [naam VOF], vermeerderd met het bedrag van een offerte voor het herstel van/aan een door Sonar gelegde vloer. De kosten voor het herstel van het gestelde gebrek aan de vloer zijn niet opgenomen in de door [naam VOF] gemaakte begroting.
In het lichaam van de dagvaarding stelt [eiseres] dat zij de rechtbank verzoekt de overeenkomst van aanneming van werk partieel te ontbinden, namelijk voor het deel dat door Sonar (nog) niet deugdelijk is uitgevoerd. De vergoeding van de kosten wordt, in het verlengde daarvan, primair gebaseerd op een op Sonar rustende ongedaanmakingsverbintenis na ontbinding van de overeenkomst (randnummer 40 van de dagvaarding). [eiseres] heeft echter in het petitum van de dagvaarding noch in de aktes wijziging van eis een vordering tot nakoming van een ongedaanmakingsverbintenis ingesteld. Op de primair gestelde grondslag kan dus niet worden beslist, wat daar verder ook van zij.
Subsidiair heeft [eiseres] aangevoerd dat haar een schadevergoeding toekomt ter hoogte van het bedrag van de door haar gestelde kosten, vanwege een door Sonar gepleegde wanprestatie. Een vordering tot veroordeling van Sonar tot betaling van schadevergoeding is wel ingesteld.
Met het instellen van de schadevergoedingsvordering stelt [eiseres] zich op het standpunt dat Sonar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Uit de artikelen 6:74 en 6:81 BW volgt dat een aanspraak op schadevergoeding in beginsel pas ontstaat nadat de prestatie van de schuldenaar – hier: Sonar – opeisbaar is geworden en de schuldenaar in verzuim is geraakt. Dat de gevolgen van niet nakoming van een overeenkomst ook kunnen intreden vóórdat de vordering op de schuldenaar opeisbaar is, volgt uit artikel 6:80 BW, waarin onder meer het geval wordt genoemd dat de schuldeiser – hier: [eiseres] – goede gronden heeft te vrezen dat de schuldenaar tekort zal schieten en de schuldenaar niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning waarin, onder vermelding van die gronden, wordt verzocht zich binnen een redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen. In een dergelijk geval treden de gevolgen van niet-nakoming in voordat de prestatie opeisbaar is.
Gesteld noch gebleken is dat partijen, bij of na het sluiten van de overeenkomst, afspraken hebben gemaakt over het moment dat Sonar het werk zou moeten opleveren. Partijen zijn het er – sterker nog – over eens dat duidelijk was dat Sonar vanwege tijdgebrek had aangegeven het werk ‘tussen andere opdrachten’ uit te voeren. Vast staat ook dat er ten tijde van het onderzoek van [naam VOF] en de daarop volgende brief van 20 juli 2023 nog niet was opgeleverd door Sonar, in welk geval Sonar te kennen zou hebben gegeven haar prestatie in beginsel te hebben verricht en op eventuele gebreken te kunnen worden aangesproken. Dit betekent dat er niet van kan worden uitgegaan dat, toen [eiseres] sommeerde bij brief van 20 juli 2023, de vordering van [eiseres] tot het door Sonar (volledig) verrichten van haar prestatie opeisbaar was en de gevolgen van tekortkoming van de nakoming van de overeenkomst alstoen zijn ingetreden. De vraag is vervolgens of dat later alsnog is gebeurd.
In het eerste rapport van [naam VOF] staat dat verschillende onderdelen van het werk niet correct waren uitgevoerd. Dit is later bevestigd door de contra-expertise van TOP Expertise, bij de inhoud waarvan Sonar zich aansluit. In reactie op de brief van 20 juli 2023 heeft Sonar ook al erkend dat enkele zaken niet correct waren uitgevoerd. Ten aanzien van het gebrek dat – volgens zowel [naam VOF] als TOP Expertise – noodzaakt tot het volledig vervangen van het dak heeft Sonar zich echter aanvankelijk op het standpunt gesteld dat dit geen (serieus) probleem was en zich dus ook niet – onvoorwaardelijk of voorwaardelijk – bereid verklaard dat gebrek te herstellen. Bovendien heeft Sonar, in reactie op een uitdrukkelijke vraag daartoe namens [eiseres] , aangegeven ook de erkende gebreken pas op te pakken na betaling van ten minste één aanvullend gezonden factuur. Dit terwijl er geen duidelijke afspraken tussen partijen zijn gemaakt over (het moment van) de betaling van de werkzaamheden (althans dat is gesteld noch gebleken) en [eiseres] op dat moment ruim
€ 46.000,00 méér had betaald dan de inschatting die Sonar naar eigen zeggen had gemaakt van de totaalprijs, te weten € 450.000,00. Dat Sonar – op dat moment – recht had op aanvullende betaling kan dus niet worden aangenomen, terwijl [eiseres] in de gegeven omstandigheden bovendien een terecht beroep heeft gedaan op haar opschortingsrecht, gegeven de geconstateerde gebreken. Het feit dat er nog geen oplevering had plaatsgevonden, maakt dat niet anders.
Onder verwijzing naar het hiervoor overwogene, moet vastgesteld worden dat Sonar in reactie op de brief van 20 juli 2023 en in de vervolgcorrespondentie te kennen heeft gegeven:
- de erkende gebreken slechts te herstellen als aan de voorwaarde zou zijn voldaan van een aanvullende betaling, terwijl daarop geen recht bestond,
- het ernstige gebrek aan het dak van de aanleunwoning niet te erkennen, terwijl dat gebrek er wel is.
Onder deze omstandigheden is voldaan aan de eisen waaronder op grond van artikel 6:80 BW de gevolgen van tekortkoming zijn ingetreden, ook al kan niet worden vastgesteld dat de prestatie van Sonar toen al (volledig) opeisbaar was. [eiseres] had immers goede gronden om aan te nemen dat Sonar tekort zou schieten in de nakoming van de overeenkomst en Sonar had expliciet te kennen gegeven niet onvoorwaardelijk te zullen nakomen. Gesteld noch gebleken is dat de tekortkoming niet aan Sonar zou kunnen worden toegerekend, zodat daarvan uit wordt gegaan.
Uit de toelichting op de schadevergoedingsvordering – kort gezegd inhoudende dat de schade wordt begroot op het bedrag dat [eiseres] nodig heeft om het werk deugdelijk te laten afmaken – volgt dat [eiseres] geen aanspraak meer maakt op nakoming van de overeenkomst. Kennelijk beroept zij zich in dat kader op een buitengerechtelijke partiële ontbinding van de overeenkomst. Gegeven de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, is dat beroep, net als een beroep op schadevergoeding, terecht. Dus wordt toegekomen aan de vraag naar de omvang van de schadevergoeding, rekening houdend met het feit dat Sonar de overeenkomst niet verder gaat nakomen. De hoogte van de schadevergoeding wordt vastgesteld door met elkaar te vergelijken de hypothetische situatie waarin [eiseres] zou hebben verkeerd bij correcte wederzijdse nakoming, en de feitelijke situatie waarin [eiseres] daadwerkelijk verkeert. Dit vindt in beginsel plaats door de kosten die nodig zijn om [eiseres] te brengen in de situatie van deugdelijke nakoming vast te stellen.
De begroting van [naam VOF] en de daaraan ten grondslag gelegde vaststellingen zijn, zoals gezegd, deels onderschreven door TOP Expertise. Voor een deel is TOP Expertise het echter niet eens met [naam VOF] . Verder is relevant dat Sonar heeft gesteld dat een deel van de door [naam VOF] genoemde gebreken en/of schades zien op werkzaamheden die Sonar niet heeft aangenomen of uitgevoerd. Ook voert Sonar aan dat in de begroting schadeposten zijn opgenomen die zien op werk dat nog verricht had moeten worden en waarvoor [eiseres] ook Sonar apart zou hebben moeten betalen. Tijdens de mondelinge behandeling is daarnaast met partijen vastgesteld dat de niet door [naam VOF] en TOP Expertise begrote schade in verband met de vloeren niet kan worden vastgesteld aan de hand van de offerte die [eiseres] ter onderbouwing van haar schadeclaim ter zake heeft overgelegd, nog afgezien van het feit dat Sonar in navolging van TOP Expertise betwist dat deze schade het gevolg is van haar werk. Bij gelegenheid van de laatst genomen akte heeft Sonar, ten slotte, gerefereerd aan een aanvullend onderzoek dat in haar opdracht is verricht naar – kort gezegd – het gestelde vochtprobleem in de kelder en aan de hand daarvan herhaald dat haar ter zake geen tekortkoming kan worden verweten én gesteld dat zij niettemin opdracht heeft gegeven tot het herstel op haar kosten. Daarop heeft [eiseres] nog niet kunnen reageren.
Al met al is het op dit moment niet mogelijk om, zonder tussenstap, verdere beslissingen te nemen over de omvang van de aan Sonar toe te rekenen gebreken en de kosten voor het daarmee gemoeide herstel (met uitzondering van de kosten waarover de partijdeskundigen het eens zijn). Aangezien het op de weg ligt van [eiseres] om haar stellingen te onderbouwen, ook rekening houdend met het verweer van Sonar, zal de zaak worden verwezen naar de rol voor een nadere conclusie aan de zijde van [eiseres] . Zij zal daarin (nogmaals) in kunnen gaan op het verweer van Sonar ten aanzien van deze kwesties. Van haar wordt in dat kader in ieder geval verwacht dat zij:
- iedere schadepost apart bespreekt,
- ( volledigheidshalve) aangeeft of het herstel van door Sonar uitgevoerd werk betreft of het uitvoeren van niet door Sonar uitgevoerd werk,
- ten aanzien van laatstgenoemde posten aangeeft waarom Sonar daar voor moet opkomen.
Nadat Sonar een antwoordconclusie heeft genomen, zal de rechtbank verdere beslissingen nemen. Partijen moeten er in dat kader rekening mee houden dat de rechtbank een deskundige benoemt, en wel in het geval dat aan de hand van de partijdeskundigenberichten en de stellingen van partijen geen beslissing kan worden genomen over niet juridisch-inhoudelijke relevante punten. Wat in beginsel niet zal gebeuren is, zoals door [eiseres] ook is gevorderd, een verwijzing naar de schadestaatprocedure. Dat of waarom de berekening van de schade niet in het kader van deze procedure zou kunnen plaatsvinden, is immers niet gebleken.
5. De beslissing
De rechtbank
verwijst de zaak naar de rol van 2 juli 2025 voor nadere conclusie aan de zijde van [eiseres] zoals bedoeld in 4.9.2. hiervoor, waarna Sonar een antwoordconclusie zal kunnen nemen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.