ECLI:NL:RBLIM:2025:11841

ECLI:NL:RBLIM:2025:11841, Rechtbank Limburg, 21-05-2025, C/03/332083 / HA ZA 24-292

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 21-05-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer C/03/332083 / HA ZA 24-292
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2024:7782

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Partijen zijn buren van elkaar. De percelen worden gescheiden door een mandelige haag. Tussen partijen zijn geschillen ontstaan over de wijze waarop gedaagde in conventie de haag snoeit. Eiser in conventie wil daarom dat de haag wordt verwijderd en een scheidsmuur wordt geplaatst. Gedaagde in conventie verzet zich daartegen. De rechtbank wijst het beroep op verjaring van gedaagde in conventie af. De rechtbank oordeelt dat artikel 5:49 BW van toepassing is en dat eiser in conventie geen misbruik maakt van zijn recht en het verwijderen van de haag en het plaatsen van een muur naar maatstaven van redelijkheid en bilijkheid niet onaanvaardbaar is. De rechtbank veroordeelt gedaagde in conventie om mee te werken aan verwijdering van de aanwezige haag en het oprichten van een draadhekwerk met ondoorzichtige doek met een hoogte van 2 meter op de erfgrens over de volle lengte van de achtertuinen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/332083 / HA ZA 24-292

Vonnis van 21 mei 2025

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

advocaat: mr. S.J.H.G.M. Schils,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

advocaat: mr. J.F.C. Eliëns.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 november 2024

- het B16-formulier van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 14 januari 2025 met ongenummerde producties (afschrift leveringsakte woning en melding raadpleging huwelijksgoederenregister)

- het B16-formulier van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 16 januari 2025 met ongenummerde productie (huwelijksakte)

- het proces-verbaal van de plaatsopneming en bezichtiging met aansluitend mondelinge behandeling op 30 januari 2025

- het verzoek van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om vonnis te wijzen

- de akte uitlaten en wijziging (vermindering) van eis van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van 12 maart 2025

- het B16-formulier van Jabobs van 31 maart 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Zoals in het vonnis in incident van 18 september 2024 is vermeld, zijn partijen buren van elkaar. Het kadaster heeft op verzoek van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en met instemming van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 1 september 2022 een reconstructie van de erfgrens tussen de percelen van partijen uitgevoerd.

De percelen van partijen worden gescheiden door een mandelige haag. Deze haag bestaat voor een klein deel uit een beukenhaag en voor het overige deel uit een meidoornhaag waartussen door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stukken zijn aangevuld met taxus. Een aanbod van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om in plaats van de mandelige haag op zijn kosten een open afscheiding op de erfgrens te zetten en op zijn eigen terrein een ligusterhaag te plaatsen, is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afgewezen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft vervolgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht om zijn medewerking te verlenen aan de oprichting van een ondoorzichtige scheidsmuur. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wenst daar niet aan mee te werken.

3. Het geschil

in conventie

Na de dagvaarding heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de vorderingen zoals opgenomen in het vonnis in incident van 18 september 2024 gewijzigd bij conclusie van 18 september 2024 en bij akte van 5 maart 2025. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert thans dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat de kadastrale grens tussen het perceel in eigendom

van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en het perceel in eigendom van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zoals deze is vastgelegd en blijkt uit

het relaas van bevindingen van het kadaster d.d. 1 september 2022 (productie 4 bij de

inleidende dagvaarding) tevens de juridische erfgrens tussen de percelen is,

- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot het verlenen van medewerking aan het oprichten van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek met een hoogte van 2 meter op de gehele kadastrale erfgrens tussen de (achtertuin)percelen van partijen (vanaf de stenen (kamer)muur) over de volle lengte van de achtertuinen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag en/of dagdeel met een maximum van € 20.000,-, althans een in goede justitie te bepalen maximum, voor iedere tekortkoming in deze,

- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot het verlenen van medewerking aan het verwijderen

van de aanwezige haag ten behoeve van de op grond van het vonnis van de rechtbank op

te richten schutting, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,-,

althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag en/of dagdeel met een maximum

van € 20.000,-, althans een in goede justitie te bepalen maximum, voor iedere

tekortkoming in deze,

- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot betaling aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , tegen finaal bewijs van kwijting, van de helft van de kosten van het oprichten van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek alsmede het verwijderen en afvoeren van de haag zijnde (€ 3.713,79 incl. BTW en € 190,58 incl. BTW) € 3.904,37 incl. BTW conform offerte van firma [naam firma] (zie productie 18 bij akte wijziging van eis), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2022, althans vanaf datum der dagvaarding dan wel iedere andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum,

- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen

met het salaris van de advocaat en de nakosten, een en ander te voldoen binnen een

termijn van 14 dagen na betekening van het vonnis en – voor het geval voldoening van de

nakosten niet binnen een gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke

rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

In het geval de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in conventie zal veroordelen om medewerking te verlenen aan het verwijderen van de aanwezige haag en het plaatsen van een schutting, vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat deze maximaal 10 meter lang mag zijn, gemeten vanaf de achtergevel, en bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet hoeft bij te dragen in de kosten daarvan, met veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in voorwaardelijke reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in voorwaardelijke reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

In conventie: verweer niet-ontvankelijkheid

Aanvankelijk is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het standpunt ingenomen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet is gedagvaard. Dit verweer is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij de mondelinge behandeling ingetrokken. Het verzoek van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om hem indien nodig ingevolge artikel 118 Rv in de gelegenheid te stellen om de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op te roepen in dit geding behoeft derhalve geen bespreking meer.

In conventie: de vordering tot verklaring voor recht

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij conclusie van antwoord in conventie verklaard dat hij zich niet verzet tegen de vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten aanzien van de verklaring voor recht dat de erfgrens wordt vastgesteld conform de bevindingen van het kadaster van 1 september 2022 en dat de kadastrale grens tevens de juridische grens is. Deze vordering kan daarom worden toegewezen.

In conventie: de vorderingen tot verwijdering van de haag en oprichting van een scheidsmuur

De rechtbank zal nu beoordelen of de vorderingen tot veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot het verwijderen van de mandelige haag en tot het verlenen van medewerking aan het oprichten van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek op de erfgrens kunnen worden toegewezen.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt ter onderbouwing van deze vorderingen dat de mandelige haag door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] regelmatig dusdanig wordt gesnoeid, dat er gaten in vallen en dat daardoor zijn privacy niet wordt gewaarborgd. Gezien de afwijzing van zijn eerdere aanbod aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hij met een beroep op artikel 5:49 BW respectievelijk de artikelen 5:65 BW subsidiair 6:96 BW daarom [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vervolgens verzocht en nu gevorderd medewerking te verlenen aan de oprichting van een ondoorzichtige scheidsmuur van twee meter hoog op de erfgrens en aan de verwijdering van de haag, alsmede bij te dragen in de helft van de kosten daarvan.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist de haag rigoureus te snoeien. Hij meent dat de haag recht doet aan het buitenkarakter van het gebied waar de beide percelen zich bevinden. Vervanging zou een ernstige schending daarvan opleveren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat de vorderingen verjaard zijn. Daartoe heeft hij aangevoerd dat op de erfgrens al meer dan honderd jaar een (mandelige) haag staat die tenminste twee meter hoog is.

Verjaring

In artikel 5:49 lid 1 BW heeft de wetgever bepaald dat de eigenaar van een perceel in een aaneengebouwd gedeelte van een gemeente ‘te allen tijde’ het recht heeft te vorderen dat de eigenaar van een aangrenzend perceel zijn medewerking eraan verleent dat op de grens van de percelen een scheidsmuur van twee meter hoogte wordt opgericht, voor zover een verordening of een plaatselijke gewoonte de wijze of de hoogte van de afscheiding niet anders regelt. Ingevolge artikel 5:43 BW wordt onder een muur zoals bedoeld in artikel 5:49 lid 1 BW verstaan iedere van steen, hout of andere daartoe geschikte stof vervaardigde, ondoorzichtige afsluiting.

De rechtbank stelt voorop dat de huidige haag gelet op de omschrijving van artikel 5:43 BW niet kan worden beschouwd als een muur in de zin van dat artikel.

De rechtbank heeft partijen tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat haar niet gebleken is van het bestaan van een verordening die andersluidende regels stelt omtrent de wijze van afscheiding van de percelen of omtrent de hoogte van een afscheiding. Partijen hebben geen feiten aangevoerd waaruit het tegendeel blijkt, evenmin ten aanzien van het bestaan van een plaatselijke gewoonte. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat er geen sprake is van een verordening of van een plaatselijke gewoonte die afwijkt van het bepaalde in artikel 5:49 lid 1 BW.

Gelet op de woorden ‘te allen tijde’ is verjaring van een vordering op grond van artikel 5:49 BW uitgesloten. Dit is een bewuste keuze geweest van de wetgever; ieder opvolgend eigenaar moet de gelegenheid hebben om deze vordering te kunnen instellen.

De rechtbank verwijst in dit kader tevens naar het arrest van de Hoge Raad van 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1907, NJ 2020/356 (Voerendaalse erfafscheiding). Daarin is overwogen dat de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunt biedt voor de opvatting dat het door artikel 5:49 BW verleende recht niet meer kan worden ingeroepen als een andere erfafscheiding aanwezig is, ook al is dat geen muur die voldoet aan de eisen van artikel 5:49 BW in verbinding met artikel 5:43 BW. Daarom moet worden aangenomen dat de eigenaar ook in dat geval de betrokken aanspraak geldend kan maken. Het belang van de eigenaar bij de uitoefening van zijn recht is, gelet op de door de wetgever beoogde eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, in beginsel gegeven, aldus dit arrest. Voor een belangenafweging is daarom geen plaats, ook als de mandelige haag daar al meer dan 100 jaar zou staan.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep op verjaring niet slaagt.

Aaneengebouwd gedeelte

Met een beroep op de uitspraak van de rechtbank Gelderland d.d. 31 maart 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:2344) stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] subsidiair dat artikel 5:49 BW in de onderhavige situatie niet van toepassing is, omdat de erven van partijen niet gelegen zijn in een aaneengebouwd gedeelte van de gemeente. Hij betoogt dat dit artikel niet geschreven is voor situaties waarbij sprake is van royale percelen, zoals volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hier het geval is. Partijen kunnen zelf zorgdragen voor begroeiing of afscheiding die het zicht op de naburige percelen ontneemt.

De rechtbank heeft bij de opneming ter plaatste vastgesteld dat er sprake is van erven in een aaneengebouwd gedeelte van de gemeente. De woningen van partijen liggen dicht tegen elkaar aan en dit geldt ook voor de andere – in ieder geval de omliggende – woningen in de straat. De percelen waarop de woningen van partijen staan, zijn weliswaar diep en grenzen aan de achterzijde aan de rand van de bebouwde kom, maar de percelen zijn niet ruim in de breedte. De situatie is dan ook anders dan de situatie met royale percelen in de aangehaalde uitspraak. Er is in dit geval voldaan aan de in lid 1 van artikel 5:49 BW bedoelde situatie van een aaneengebouwd gedeelte van de gemeente. Het verweer slaagt dus niet.

Misbruik van recht (artikel 3:13 BW) / naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:2 lid 2 BW)

Uiterst subsidiair stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] misbruik houdsmaakt van zijn recht althans dat het verwijderen van de haag en het plaatsen van een muur naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

De omstandigheden die daarvoor door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn aangevoerd, zijn merendeels hiervoor al aan de orde geweest en zijn, gelet ook op het in het arrest ‘Voerendaalse erfafscheiding’ aangegeven kader, niet toereikend om een beroep op misbruik van recht en op artikel 6:2 lid 2 BW te doen slagen. Het beroep dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] doet op de hoge landschapswaarde en het belang voor flora en fauna van de huidige haag is onvoldoende onderbouwd en door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gemotiveerd betwist en kan, gelet ook op het hiervoor genoemde kader, niet slagen.

De rechtbank heeft ter plaatse waargenomen dat de haag die er nu staat is samengesteld uit delen beukenhaag, meidoorn en taxus met daar doorheen klimop. Deze haag is niet – in ieder geval niet het gehele jaar – volledig ondoorzichtig. In de tweede helft van de tuin heeft de rechtbank een groot gat waargenomen in de haag. Het standpunt van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat met deze haag de privacy van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voldoende is gewaarborgd, deelt de rechtbank gelet hierop niet. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met de vorderingen tot vervanging van de haag en plaatsing van een scheidsmuur daarom geen misbruik van recht gemaakt. Ook kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat deze vordering onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen tot het verlenen van medewerking aan het plaatsen van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek met een hoogte van twee meter en het verwijderen van de aanwezige haag in beginsel toewijsbaar zijn. Nu voldaan is aan de voorwaarde waaronder de reconventionele vorderingen zijn ingesteld, zal de rechtbank deze hieronder beoordelen.

In reconventie: vordering beperking lengte scheidsmuur

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich op het standpunt gesteld dat als door de rechtbank wordt bepaald dat er een scheidsmuur dient te komen, deze niet langer mag zijn dan 10 meter, gemeten vanaf de achtergevel. Een scheidsmuur van 50 meter acht hij buitenproportioneel en een flagrante inbreuk op het karakter van het buitengebied waar de percelen zich bevinden.

De rechtbank zal deze vordering afwijzen. Op grond van artikel 5:49 BW heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] recht op een afscheiding over de gehele lengte van de tuin. Met een kortere afscheiding wordt zijn privacy niet gewaarborgd.

In conventie: slotsom met betrekking tot vorderingen tot verwijdering van de haag en oprichting van een scheidsmuur

Gelet op wat hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vorderingen in conventie die zien op het verwijderen van de mandelige haag en het verlenen van medewerking aan het plaatsen van een scheidsmuur in de vorm van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek, kunnen worden toegewezen. Op de gevorderde dwangsommen zal de rechtbank hieronder nog ingaan.

in conventie en in reconventie: vorderingen die zien op de kosten van verwijdering van de haag en oprichting van een scheidsmuur

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert in conventie dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten van verwijdering van de haag, de aanschaf en het plaatsen van het draadhekwerk en van het aanbrengen van het ondoorzichtig doek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert in reconventie dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] alle kosten in verband met de aanleg van de scheidsmuur en het verwijderen van de haag zelf betaalt.

Artikel 5:49 lid 1, laatste zin, BW bepaalt dat de eigenaren in de kosten van de afscheiding voor gelijke delen bijdragen. Op grond van dit artikel zijn partijen gehouden ieder de helft van de kosten van oprichting van een scheidsmuur te betalen. Omdat er sprake is van een mandeling haag, zijn partijen in het verlengde van het voorgaande ook gehouden ieder de helft van de kosten te dragen die voortvloeien uit het verwijderen van de huidige haag. De vordering in reconventie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal daarom worden afgewezen.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft ter onderbouwing van zijn vordering een prijsopgave overgelegd. Op grond van die prijsopgave stelt hij dat de kosten van de schutting inclusief plaatsen en verwijdering van de haag € 7.427,59 incl. BTW bedragen en de kosten van het plaatsen van het doek wordt geschat op € 381,15 incl. BTW. De helft van deze bedragen, in totaal € 3.904,37 incl. BTW (€ 3.713,79 incl. BTW + 190,58 incl. BTW) vordert hij van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Hij stelt dat hij met deze prijsopgave tegemoet komt aan het bezwaar van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tegen de hoogte van een eerdere offerte die bij dagvaarding was overgelegd.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft naar aanleiding van de vordering over de kosten, zoals die bij dagvaarding aanvankelijk was ingesteld, aangevoerd dat de kosten van de schutting buitensporig hoog zijn. De rechtbank heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de gelegenheid gesteld om nog te reageren op de eisvermindering en de daaraan gehechte prijsopgave. Bij B16-formulier van 31 maart 2025 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] laten weten geen behoefte te hebben te reageren naar aanleiding daarvan. De rechtbank is daarom van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de redelijkheid van hoogte van de (verminderde) vordering niet gemotiveerd betwist heeft. Een ander, nog goedkoper en gelijkwaardig alternatief heeft hij niet aangedragen. Gelet daarop zal de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordelen om de helft van de kosten, zijnde € 3.904,37 inclusief BTW, te voldoen.

De over dit bedrag gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Er is namelijk niet toegelicht waarom de rente met ingang van de gevorderde ingangsdatum (27 september 2022) verschuldigd is.

In conventie: vordering betaling dwangsommen en uitvoerbaar bij voorraad verklaring

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert aan dat er geen dwangsommen nodig zullen zijn. Ook verzoekt hij het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vanwege de onomkeerbaarheid van de verwijdering van de haag.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] persisteert in diens vordering om dwangsommen aan de gevorderde

veroordelingen te verbinden, zodat er een stok achter deur is voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om de veroordelingen (tijdig) na te komen.

Omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in het verleden niet mee heeft willen werken aan het oprichten van een scheidsmuur en aan het verwijderen van de haag, zal de rechtbank de gevorderde dwangsommen van € 100,00 per dag opleggen, echter steeds tot een maximum van € 5.000,-.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de uitvoerbaar bij voorraadverklaring af te wijzen.

In conventie: proceskosten

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in conventie worden begroot op € 2.503,72 bestaande uit:

- kosten van de dagvaarding

136,72

- griffierecht

1.325,00

- salaris advocaat

1.042,00

(2 punten × € 521,00)

De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

In reconventie: proceskosten

Omdat de vorderingen in reconventie worden afgewezen, moet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op € 307,00 bestaande uit:

- salaris advocaat

307,00

(1 punt × factor 0,5 × € 614,00)

De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

In conventie en in reconventie: nakosten

De rechtbank zal de nakosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

verklaart voor recht dat de kadastrale grens tussen het perceel in eigendom

van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en het perceel in eigendom van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zoals deze is vastgelegd en blijkt uit

het relaas van bevindingen van het kadaster d.d. 1 september 2022 (productie 4 bij de

inleidende dagvaarding) tevens de juridische erfgrens tussen de percelen is,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot het verlenen van medewerking aan het oprichten van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek met een hoogte van 2 meter op de gehele kadastrale erfgrens tussen de (achtertuin)percelen van partijen (vanaf de stenen (kamer)muur) over de volle lengte van de achtertuinen,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de hoofdveroordeling in 5.2 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot het verlenen van medewerking aan het verwijderen

van de aanwezige haag ten behoeve van de op grond van het vonnis van de rechtbank op

te richten schutting,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de hoofdveroordeling in 5.4 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , tegen finaal bewijs van kwijting, van de helft van de kosten van het oprichten van een draadhekwerk met ondoorzichtig doek alsmede het verwijderen en afvoeren van de haag, zijnde in totaal € 3.904,37 incl. BTW conform offerte van firma [naam firma] (zie productie 18 bij akte wijziging van eis), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum der dagvaarding (11 juni 2024),

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van € 2.503,72 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de nakosten € 139,00 (zijnde ½ x € 278,00) zonder betekening, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2, tot en met 5.9. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] af,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van € 307,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de nakosten € 139,00 (zijnde ½ x € 278,00) zonder betekening, te vermeerderen, tenzij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op grond van beslissing 5.8 al gehouden is € 92,00 te betalen, met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op21 mei 2025.

EvdS

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?