ECLI:NL:RBLIM:2025:12017

ECLI:NL:RBLIM:2025:12017, Rechtbank Limburg, 24-11-2025, C/03/335316 / FA RK 24-2989

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer C/03/335316 / FA RK 24-2989
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Maastricht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Voornaamswijziging meerderjarige toegewezen. Ontbreken buitenlandse geboorteakte: vaststellen geboortegegevens aan de hand van oorspronkelijke geboortenamen in plaats van gegevens uit Koninklijk Besluit.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 24 november 2025

Zaaknummer: C/03/335316 / FA RK 24-2989

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:

[verzoeker] ,

verzoeker,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. P.J.H.C. Glenz, kantoor houdend in Heerlen.

Ter zake het verzoek tot vaststellen van de geboortegegevens wordt als belanghebbende aangemerkt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, verder te noemen de ambtenaar.

1. Het verloop van de procedure

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingekomen op 7 oktober 2024;

- de brief van de ambtenaar van 20 januari 2025, ingekomen op 23 januari 2025;

- de brief van verzoeker, ingekomen op 26 maart 2025;

- de brief van de ambtenaar van 15 juli 2025, ingekomen op 22 juli 2025.

2. De feiten

Verzoeker is afkomstig uit Afghanistan en verblijft sinds 1997 in Nederland.

Verzoeker is aanvankelijk in de Basisregistratie personen ingeschreven als [verzoeker] .

In het daartoe bestemde register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag komt geen geboorteakte van verzoeker voor.

Bij Koninklijk Besluit van 2 oktober 2002, nummer KB 02004514, is aan verzoeker het Nederlanderschap verleend. Daarbij is als geslachtsnaam van verzoeker “ [geslachtsnaam] ” vastgesteld en als voornaam “ [voornamen] ”.

3. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de geboortegegevens van verzoeker zal vaststellen zoals door hem verzocht. Daarbij wijst verzoeker erop dat er onderscheid gemaakt dient te worden in geslachtsnaam (“ [geslachtsnaam] ”) en voornamen (“ [voornamen] ”), omdat dit als zodanig bij zijn naturalisatie (Koninklijk Besluit van 2 oktober 2002) is vastgelegd. Daarnaast wordt verzocht last te geven tot wijziging van de voornamen van verzoeker van “ [voornamen] ” in enkel “ [voornaam 1] ” en dat de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag of gemeente Landgraaf gelast over te gaan tot wijziging van de voornamen bij wege van latere vermelding op de geboorteakte.

Ter onderbouwing van zijn verzoeken stelt verzoeker dat hij – vanwege de situatie in zijn geboorteland – niet in staat is om een geboorteakte over te leggen, zodat zijn geboortegegevens moeten worden vastgesteld. Daarnaast wenst verzoeker dat zijn voornaam [voornaam 2] komt te vervallen, omdat hij op een vervelende wijze met deze naam wordt geconfronteerd door bijvoorbeeld pesterijen en schelden. De naam [voornaam 2] wordt gerelateerd aan een geloof, terwijl verzoeker niet langer gelovig is en daarom ook niet meer via zijn naam geassocieerd wil worden met het moslimgeloof.

4. Het standpunt van de ambtenaar

De ambtenaar heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat, bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging en indien de rechtbank van oordeel is dat van verzoeker – gelet op zijn voormalige asielstatus en de huidige veiligheidssituatie in Afghanistan – niet gevergd kan worden dat hij een gelegaliseerde geboorteakte opvraagt in Afghanistan, de geboortegegevens van verzoeker ambtshalve dienen te worden vastgesteld op grond van artikel 1:4 lid 4 juncto artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW). De geboorteakte van verzoeker komt namelijk niet voor in de Haagse registers van de burgerlijke stand. Als de rechtbank overgaat tot vaststelling van de geboortegegevens, dan is de ambtenaar van mening dat de naam verzoeker moet worden vastgesteld als “ [verzoeker] ”, derhalve zonder expliciet onderscheid in voornaam en geslachtsnaam. Dit zijn immers de oorspronkelijke namen van verzoeker volgens het Afghaans naamrecht. De geboortedatum en geboorteplaats van verzoeker kunnen worden vastgesteld op [geboortedatum] 1973, [geboorteplaats] .

5. De beoordeling

De rechtsmacht, de bevoegdheid en het toepasselijk recht

De onderhavige zaak heeft een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst ambtshalve te beoordelen of aan de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt. Nu verzoeker in Nederland woonplaats heeft, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht.

Op grond van artikel 262, aanhef en onder a Rv is de rechtbank Limburg bevoegd, nu verzoeker woonachtig is in Landgraaf.

Op grond van artikel 10:20, eerste volzin BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht.

De geboorteakte

Ingevolge artikel 1:4, lid 4, BW komt een voornaamswijziging – indien toegewezen – eerst tot stand doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a, lid 1, BW.

Gebleken is dat verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft, maar geboren is in Afghanistan. In geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig, ambtshalve hetzij een last tot inschrijving van de akte van geboorte dan wel van de akte of uitspraak, bedoeld in artikel 1:25g, lid 1, BW hetzij de in artikel 1:25c BW bedoelde beschikking.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt niet te kunnen beschikken over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte buitenlandse akte van geboorte. Daarbij betrekt de rechtbank tevens het standpunt van de ambtenaar dat uit recente informatie van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat het, gezien de huidige veiligheidssituatie in Afghanistan, voor burgers moeilijk is geworden om documenten en legalisaties te verkrijgen, De rechtbank zal daarom conform artikel 1:25c BW de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen.

De rechtbank volgt verzoeker niet in zijn standpunt dat daarbij de gegevens uit het Koninklijk Besluit moeten worden gebruikt. Mede gelet op het standpunt van de ambtenaar zoals verwoord in de brieven van 20 januari 2025 en 15 juli 2025, zal de rechtbank uitgaan van de oorspronkelijke (geboorte)namen van verzoeker. Uit de BRP blijkt immers dat verzoeker bij zijn eerste inschrijving ook als zodanig is geregistreerd. Door middel van een latere vermelding van de naturalisatie en naamsvaststelling zal uit de geboorteakte van verzoeker blijken dat hij vanaf de datum van de naturalisatie de in het Koninklijk Besluit genoemde geslachtsnaam (“ [geslachtsnaam] ”) en voornamen (“ [voornamen] ”) heeft.

De voornaamswijziging

Artikel 1:4 lid 4 BW geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van zijn voornamen. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Daarnaast dient het verzoek te worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW. Beoordeeld moet worden of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker met de door hem gegeven toelichting op overtuigende wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het dagelijks leven in bijzondere mate hinder en ongemak ervaart van zijn voornaam [voornaam 2] . Verzoeker is niet langer gelovig, terwijl de naam [voornaam 2] wel wordt gerelateerd aan een geloof. Verzoeker heeft bovendien negatieve ervaringen door deze naam, in die zin dat hij wordt uitgescholden of ermee wordt gepest. Daarmee is het zwaarwichtig belang bij de verzochte voornaams-wijziging voldoende komen vast te staan. Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4, lid 2 BW. Het verzoek ligt daarmee voor toewijzing gereed.

In verband met het bepaalde in artikel 1:20, lid 1 en onder a, BW juncto artikel 1:20a, lid 1, BW zal de rechtbank bepalen dat de griffier een afschrift van de beschikking en van het Koninklijk Besluit zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, dit met het oog op het opmaken van de geboorteakte, de latere vermelding daarop van het naturalisatiebesluit mede houdende vaststelling van namen en de latere vermelding eveneens op de geboorteakte van de voornaamswijziging.

6. De beslissing

De rechtbank:

stelt de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens van verzoeker als volgt vast:naam : [verzoeker]voornamen : -

plaats van geboorte : [geboorteplaats]dag van geboorte : [geboortedatum] -1973 geslacht : mannelijk

gelast de wijziging van de voornaam van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] , in die zin dat de voornaam “ [voornaam 2] ” komt te vervallen, zodat de volledige naam komt te luiden: [voornaam 1] [geslachtsnaam] ;

bepaalt dat de griffier op de voet van het bepaalde in artikel 1:20 e, lid 1, BW niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan en van het Koninklijk Besluit van 2 oktober 2002 zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, in verband met het opmaken van de geboorteakte, de latere vermelding daarop van het naturalisatiebesluit mede houdende vaststelling van namen en de latere vermelding eveneens op de geboorteakte van de voornaamswijziging;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. C.G.M. Schuman, griffier, op 24 november 2025.

CS

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke

Griffier

  • mr. C.G.M. Schuman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?