ECLI:NL:RBLIM:2025:12173

ECLI:NL:RBLIM:2025:12173, Rechtbank Limburg, 10-12-2025, ROE 24/5220

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer ROE 24/5220
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Weigering omgevingsvergunning voor jachtgeweeractiviteit. Aan eiser is een strafbeschikking opgelegd wegens overtreding Algemene Plaatselijke Verordening (vechten). De minister heeft het risico mogen aannemen van misbruik van de vergunning ondanks dat sprake is van een sepot. De weigering is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Een waarschuwing kan geen alternatief (lichter middel) zijn voor weigering van een vergunning. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

de Minister van Justitie en Veiligheid

Samenvatting

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 24/5220

(gemachtigde: mr. M.J.J.E. Stassen),

en

(gemachtigde: mr. van Wielink).

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de aanvraag van eiser tot verlenging van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit (de omgevingsvergunning). Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister in redelijkheid heeft kunnen komen tot het weigeren van de omgevingsvergunning.

De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er grond is om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser misbruik zal maken van de bevoegdheden die de omgevingsvergunning hem geeft of dat hij zodanig gebruik zal maken van deze bevoegdheden dat hij een gevaar kan gaan vormen voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de weigering niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Daarom heeft de minister het besluit van de korpschef van de politie (de korpschef) in stand mogen laten. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van de omgevingsvergunning. De korpschef heeft deze aanvraag op 11 juni 2024 afgewezen.

Eiser heeft hiertegen administratief beroep ingesteld bij de minister. Met het besluit van 21 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het administratief beroep ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning in stand gelaten.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

3. Eiser heeft op 28 februari 2024 een aanvraag ingediend voor het verlengen van de omgevingsvergunning. Door de korpschef is het politiesysteem en ook het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) bevraagd. Hieruit is naar voren gekomen dat aan eiser een strafbeschikking is opgelegd wegens het overtreden van artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Nijmegen (APV). Ook is naar voren gekomen dat aan eiser een strafbeschikking is opgelegd op grond van artikel 4:8 van de APV. De politie heeft over deze gedragingen een mutatierapport opgesteld. Uit dit mutatierapport volgt dat er een opstootje is waargenomen waarbij twee personen elkaar rake klappen hebben gegeven. Een van deze betrokken personen betreft eiser. Zowel eiser als de andere betrokken persoon hebben verklaard dat ze eerder in een café hebben gevochten en dat de ander begonnen was. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de korpschef besloten de aanvraag voor de omgevingsvergunning te weigeren omdat het hebben van wapens of munitie aan eiser niet langer kan worden toevertrouwd. Inmiddels zijn beide strafbeschikkingen geseponeerd. De overtreding van artikel 2:1, eerste lid van de APV is geseponeerd wegens medeschuld van de benadeelde(n). Waarom de overtreding van artikel 4:8 van de APV is geseponeerd is onbekend.

4. Eiser stelt dat de omgevingsvergunning ten onrechte is geweigerd omdat er geen reden is om te vrezen dat hem het voorhanden hebben van wapens of munitie niet kan worden toevertrouwd. Daarnaast voert hij aan dat de weigering hem onevenredig hard raakt. De rechtbank zal hierna de beroepsgronden van eiser afzonderlijk behandelen.

Mocht de minister zich op het standpunt stellen dat het hebben van wapens en munitie niet langer aan eiser kan worden toevertrouwd?

5. Eiser stelt dat de omgevingsvergunning ten onrechte is geweigerd omdat er geen reden is om te vrezen dat hem het voorhanden hebben van wapens of munitie niet kan worden toevertrouwd. Ten eerste voert hij aan dat de aan hem toegerekende gedragingen ‘slechts’ overtredingen van de APV betreffen en dat deze gedragingen daarom niet kunnen worden aangemerkt als een ernstige aantasting van de rechtsorde. Voor een weigering van de omgevingsvergunning is dit wel vereist. Voor zover de gestelde gedragingen toch als een ernstige aantasting van de rechtsorde zouden worden beschouwd voert eiser aan dat de strafbeschikkingen inmiddels zijn geseponeerd. Daarmee zijn de zaken afgedaan en kan hem geen enkel verwijt meer worden gemaakt. Hierdoor is geen sprake meer van enige vrees voor misbruik en bestaat geen grond meer om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Indien de minister de vrees voor misbruik heeft gebaseerd op de psychische gesteldheid van eiser, wordt deze twijfel weggenomen met het overgelegde psychiatrisch onderzoek. Uit dit onderzoek volgt dat hij psychisch in orde is en dat aan hem een wapen kan worden toevertrouwd. Hierdoor kan volgens eiser geen sprake zijn van enige vrees voor misbruik.

6. De minister stelt zich op het standpunt dat wel sprake is van vrees voor misbruik. Voor de vraag of sprake is van een ernstige aantasting van de rechtsorde maakt het niet uit onder welke wet de gedraging wordt vervolgd, maar gaat het erom wat feitelijk is gebeurd. De gedraging ‘vechten’ kan op zichzelf worden beschouwd als een ernstige aantasting van de rechtsorde. Daarnaast voert de minister aan dat ondanks de sepots en het overgelegde psychiatrisch onderzoek de vrees voor misbruik blijft bestaan. De gedraging leidt namelijk tot de vrees voor misbruik, ongeacht of eiser is veroordeeld. Dat geen psychische problemen aan de gedraging ten grondslag hebben gelegen is positief, maar dit neemt de gedraging waar de vrees uit voortvloeit niet weg.

Juridisch kader

7. In artikel 8.74t, tweede lid, sub a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, ondanks voldoening aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd als er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheid een geweer en munitie voorhanden te hebben, van de bevoegdheid om de jacht uit te oefenen of van hem toekomende bevoegdheden in het kader van het beheren van het beheren van populaties van in het wild levende dieren of het bestrijden van schadeveroorzakende dieren misbruik zal maken, of zodanig gebruik zal maken dat hij een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen. Bij de invulling van dit ‘vrees voor misbruik’ criterium heeft de korpschef beoordelingsruimte. Hierbij hanteert hij de Circulaire wapens en munitie 2019 (Cwm 2019).

Het is vaste rechtspraak dat degene aan wie een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit is verleend zich in een uitzonderingspositie bevindt ten opzichte van andere burgers, voor wie het algemene verbod op het voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie geldt. Deze uitzonderingspositie brengt mee dat in de houder van een omgevingsvergunning van een jachtgeweeractiviteit het vertrouwen moet kunnen worden gesteld, dat hij zich strikt aan de toepasselijke regels zal houden en zich onthoudt van overtredingen die kunnen worden beschouwd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde. Geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de gemaakte uitzondering is al voldoende grond om daaraan een einde te maken. Deze twijfel moet onderbouwd en objectief toetsbaar zijn. Verder blijkt uit jurisprudentie dat mag worden verwacht dat een houder van omgevingsvergunning van een jachtgeweeractiviteit zich strikt houdt aan de wettelijke regels, ook als die niet direct zijn gerelateerd aan de wapenwetgeving.

Of het aan iemand kan worden toevertrouwd om wapens of munitie onder zich te hebben, kan volgens de Cwm 2019 onder andere worden aangenomen op basis van andere, niet uit veroordelingen of transacties gebleken, omtrent betrokkene bekende feiten. Hieronder vallen onder andere, voor zover hier van belang, sepots.

Beoordeling door de rechtbank

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er grond is om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser misbruik zal maken van de bevoegdheden die de omgevingsvergunning hem geeft of dat hij zodanig gebruik zal maken van deze bevoegdheden dat hij een gevaar kan gaan vormen voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid. Daarom heeft de minister de weigering om eiser de omgevingsvergunning te verlenen terecht in stand gelaten. De minister heeft uit het mutatierapport kunnen concluderen dat eiser betrokken is geweest bij twee vechtpartijen. Een vechtpartij in een café en later een vechtpartij op straat. Dat aan eiser enkel een overtreding van de APV is opgelegd doet niet af aan de strafbaarheid van het door eiser begane feit en neemt niet weg dat dit gedrag niet overeenkomt met wat van een houder van de omgevingsvergunning mag worden verlangd gezien zijn bijzondere positie in de maatschappij. Het is immers de gedraging ‘vechten’ die de vrees voor misbruik oplevert. De kwalificatie doet hier niets aan af. Dat de strafbeschikkingen van eiser zijn geseponeerd betekent niet dat geen vrees voor misbruik meer kan bestaan. De veroordeling is namelijk niet de reden voor de weigering van de omgevingsvergunning maar juist de gedraging. Deze gedraging worden niet weggenomen door de sepots. Uit de sepots blijkt namelijk niet dat eiser bijvoorbeeld ten onrechte als verdachte was aangemerkt, hetgeen zou maken dat de gedraging niet meer aan eiser had kunnen worden toegerekend. Met betrekking tot het psychiatrisch onderzoek dat eiser heeft overgelegd oordeelt de rechtbank als volgt. De minister hoeft aan een onderzoek van een psychiater geen doorslaggevende betekenis te hechten. In dit geval heeft hij dat ook niet gedaan en in redelijkheid niet hoeven doen. De minister heeft de vrees voor misbruik namelijk gebaseerd op de gedraging van eiser. Het onderzoek neemt deze gedraging niet weg. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de gedraging van eiser, ook met de sepots en zonder onderliggende specifieke psychische kenmerken die daarvoor een verklaring kunnen geven, voldoende reden geeft voor geringe twijfel dat daardoor aan eiser het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd.

Is de weigering van de omgevingsvergunning evenredig?

9. Eiser voert aan dat de weigering van de omgevingsvergunning hem onevenredig hard raakt. Hij geeft aan dat de jacht een grote rol speelt in zijn leven, hij uit een jagersfamilie komt en al sinds hij zich kan herinneren mee gaat met de jacht om te helpen. Toen eiser zelf in aanmerking kwam voor het behalen van de omgevingsvergunning is hij hier meteen voor gegaan. Daarnaast is eiser een graag geziene gast bij verschillende jachtclubs en vindt hij het leuk om met deze clubs te gaan jagen. De jacht is zijn passie en geeft hem geluk en dat wordt door het genomen besluit afgenomen. Als hij de omgevingsvergunning weer terugkrijgt kan hij zijn passie weer uitvoeren en zal zijn geluk weer toenemen. Ook kan hij zich dan weer inzetten voor de natuur door te helpen met het bestrijden van wild. Daarnaast voert eiser aan dat het niet verlenen van de omgevingsvergunning een disproportionele maatregel is die verder gaat dan wat redelijk en noodzakelijk is voor de bescherming van de openbare orde en veiligheid. Volgens eiser was een waarschuwing hier op zijn plek geweest.

10. De rechtbank is van oordeel dat hoewel de gevolgen van de weigering voor eiser groot zijn, van een onevenredig besluit geen sprake is. De maatregel is noodzakelijk, omdat degene aan wie de omgevingsvergunning is verleend zich in een uitzonderingspositie bevindt ten opzichte van andere burgers, voor wie het algemene verbod op het voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie geldt. Deze uitzonderingspositie brengt met zich mee dat in de houder van de omgevingsvergunning het vertrouwen moet kunnen worden gesteld dat hij zich strikt aan de toepasselijke regels zal houden en zich onthoudt van overtredingen die kunnen worden beschouwd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde. Geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de gemaakte uitzondering is al voldoende grond om daaraan een einde te maken. Juist van de houder van de omgevingsvergunning mag strikte naleving van de regelgeving worden verwacht. Ook is de maatregel evenwichtig in de situatie van eiser. Dat de jacht zijn passie is en hij een graag geziene gast is bij verschillende clubs doet niet af aan de gedraging van eiser. De rechtbank is van oordeel dat de minister meer gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van de algemene veiligheid in de samenleving dan aan het persoonlijke belang van eiser. Voor zover is betoogd dat de minister aanleiding had moeten zien om een waarschuwing te geven in plaats van de omgevingsvergunning niet te verlenen, is de rechtbank van oordeel dat dit alleen bij de beoordeling van een besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning kan worden betrokken. Bij de vraag of de korpschef de omgevingsvergunning heeft kunnen weigeren is deze vraag niet relevant omdat een waarschuwing geen ‘lichter middel’ is voor het weigeren van een vergunning. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Op zitting heeft de minister aangegeven dat hij begrijpt dat de weigering ingrijpend kan zijn. Ook heeft hij aangegeven dat hij zich kan voorstellen dat de terugkijktermijn in deze specifieke situatie, gezien de positieve ontwikkelingen van eiser, korter kan. De rechtbank toetst in deze procedure uitsluitend de rechtmatigheid en evenredigheid van de huidige weigering van de omgevingsvergunning. De rechtbank overweegt dat dit punt geen betrekking heeft op het bestreden besluit en dit punt kan het bestreden besluit dan ook niet onrechtmatig of onevenredig maken. Over de vraag of in de toekomst een omgevingsvergunning kan worden verkregen kan de rechtbank dan ook niet oordelen.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat uit de Cwm 2019 volgt dat voor geseponeerde zaken geen terugkijktermijn geldt. Een sepot is immers geen rechterlijke veroordeling waarop de in het beleid vastgestelde termijnen van vier en acht jaar van toepassing zijn. Bij een nieuwe aanvraag van de omgevingsvergunning dient dan opnieuw gekeken te worden of sprake is van vrees voor misbruik.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de weigering van de aanvraag van de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiser krijgt daarom geen gelijk. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.N. Crombaghs, rechter, in aanwezigheid van M.L. Neumann, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025 .

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 december 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.R.N. Crombaghs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?