ECLI:NL:RBLIM:2025:12502

ECLI:NL:RBLIM:2025:12502, Rechtbank Limburg, 16-12-2025, 03/024548-21

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer 03/024548-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vrijspraak van medeplegen van verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van harddrugs c.q. softdrugs, omdat uit de Encrochat-gesprekken en de telefoongesprekken onvoldoende blijkt dat er daadwerkelijk deals zijn gesloten en verdovende middelen zijn geleverd en dat de verdachte verdovende middelen aanwezig heeft gehad. Veroordeling voor medeplegen van het voor voorbereiden en bevorderen van de handel in en het bereiden van harddrugs.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/024548-21

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 december 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in 's- [geboortegegevens] 1980,

wonende in [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.L.C. Schoolderman, advocaat in Rotterdam.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2025. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 16 december 2025 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten; aansluitend is uitspraak gedaan.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is -na wijziging- als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 1 mei 2020 tot en met 27 januari 2021:

feit 1 primair: samen met een of meer anderen harddrugs heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad;

feit 1 subsidiair: samen met een of meer anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van harddrugs;

feit 2: samen met een of meer anderen opzettelijk meer dan 30 gram hennep heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad.

3. De voorvragen

Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging dan wel dat de Encrochat-gesprekken en de tapgesprekken van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Zij heeft daar verschillende gronden voor aangevoerd die hieronder achtereenvolgend aan de orde komen.

Onrechtmatig bevel tot uitlevering van telefoon

Ten eerste heeft de raadsvrouw zich - kort gezegd – op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging omdat de verdachte in januari 2021 een bevel tot uitlevering van zijn telefoon heeft gekregen, terwijl hij op 23 november 2020 al verdachte was en een dergelijk bevel op grond van artikel 96a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet aan een verdachte gegeven mag worden.

De officier van justitie heeft beaamd dat het bevel tot uitlevering van de telefoon niet gegeven had mogen worden. Zij stelt zich echter op het standpunt dat de verdachte daardoor niet is geschaad in enig rechtens te respecteren belang, zodat er geen reden is om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.

Naar het oordeel van de rechtbank had het bevel tot uitlevering van de telefoon op 13 januari 2021 niet aan de verdachte, die op dat moment als getuige aan het politiebureau was ontboden, gegeven mogen worden, aangezien hij op dat moment al als verdachte was aangemerkt. De rechtbank is echter van oordeel dat de verdachte hierdoor geen rechtens te respecteren nadeel heeft geleden. Zij heeft hierbij betrokken dat de verdachte geen gevolg heeft gegeven aan het bevel, dat hij op het moment van het bevel ook geen telefoon onder zich had en dat zijn telefoon uiteindelijk niet onder hem in beslag is genomen, maar onder [naam 1] , aan wie op grond van artikel 96a Sv wél een bevel tot uitlevering van de telefoon mocht worden gegeven. De omstandigheid dat de verdachte als getuige was ontboden op een moment dat hij al als verdachte was aangemerkt en dat hij, gelet op zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling, wel moest komen, is een werkwijze die weliswaar geen navolging verdient, maar is ook een werkwijze waardoor de verdachte in dit geval niet is geschaad in enig rechtens te respecteren belang.

Op onrechtmatige wijze toegang gekregen tot Encrochat-data

Ten tweede heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging omdat de toestemming die de rechter-commissaris in zijn e-mail van 24 september 2020 gaf voor het gebruik van informatie uit 26Lemont voor het onderzoek Kneu, niet zag op de verstrekking van het integrale berichtenverkeer van het Encrochat-account [naam account 2] , zodat op onrechtmatige wijze toegang is verkregen tot die Encrochat-data.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de toestemming van de rechtercommissaris ook ziet op de Encrochat-berichten die zijn verzonden en ontvangen door het account [naam account 2] . Zij heeft in dat kader verwezen naar de e-mail van de rechter-commissaris van 24 september 2020 en het aanvullend proces-verbaal van 3 november 2025, waaruit de toenmalige werkwijze blijkt.

De rechtbank overweegt als volgt. Blijkens de e-mailwisseling tussen het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris van 24 september 2020 heeft het Openbaar Ministerie in zijn verzoek om toestemming voor het gebruik van informatie uit 26Lemont in TGO Kneu aangegeven dat het onderzoeksteam inzage wilde ‘in de communicatie van [naam 2] ter bevestiging of uitsluiting van de verdenking jegens [naam 2] en de mogelijke uitvoerders’. Nu het Openbaar Ministerie aldus in zijn verzoek duidelijk heeft gemaakt dat het ook de verdenking jegens mogelijke uitvoerders wilde bevestigen of uitsluiten, moet dit verzoek - en daarmee de toestemming - naar het oordeel van de rechtbank geacht worden niet enkel te zien op het berichtenverkeer van het Encrochat-account van [naam 2] ( [naam account 1] ), maar tevens op het berichtenverkeer van de Encrochataccounts van mogelijke uitvoerders, waaronder [naam account 2] . Over de wijze waarop destijds toestemming werd gevraagd voor gebruik van informatie uit 26Lemont hebben twee officieren van justitie van het Landelijk Parket, Eenheid Rotterdam, in het Aanvullend proces-verbaal van bevindingen inzake het ter beschikking stellen van informatie van 26Lemont aan onderzoek Kneu van 3 november 2025 bovendien het volgende gerelateerd:

‘Er werd in deze e-mails door het OM in die periode geen toestemming gezocht per concrete account, maar toestemming gezocht om informatie met een ander onderzoeks-team te delen rondom het in de e-mail benoemde georganiseerde verband en/of de strafbare feiten die gepleegd en/of beraamd zouden worden door het georganiseerde verband. Daarbij werd uiteraard wel het account genoemd dat naar voren is gekomen, omdat het een hit gaf op een zoekterm dan wel al voorkwam in de op voorhand aan de r-c overgelegde lijst van onderzoeken.

Met andere woorden er werd in deze concrete casus niet verzocht om slechts informatie van het account [naam account 1] te verstrekken, maar om gegevens te mogen delen met het onderzoeksteam dat onderzoek deed naar het georganiseerde verband dat mogelijk een poging tot liquidatie had laten uitvoeren, gerelateerd aan mogelijke drugsdelicten.’

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van deze bevindingen. Zij neemt op grond daarvan aan dat de op 24 september 2020 door het Openbaar Ministerie gevraagde (en door de rechter-commissaris gegeven) toestemming om de informatie uit 26Lemont te mogen gebruiken in onderzoek Kneu, niet alleen zag op de communicatie van het Encrochataccount [naam account 1] , maar op de communicatie van alle andere Encrochat-accounts binnen het georganiseerde verband dat mogelijk een poging tot liquidatie had laten uitvoeren, gerelateerd aan mogelijke drugsdelicten.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de toestemming van de rechtercommissaris voor het gebruik van informatie uit 26Lemont in TGO Kneu (onder meer) zag op de verstrekking van het integrale berichtenverkeer van het account [naam account 2] , welk account in verbinding stond met het account [naam account 5] dat in het georganiseerde verband naar voren kwam, zodat op rechtmatige wijze toegang is verkregen tot die Encrochat-data.

Tapmachtiging op basis van onrechtmatig verkregen informatie

Daarnaast heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van de periode van december 2020 tot en met januari 2021, omdat de tapmachtiging is verkregen op basis van de Encrochat-data waartoe op onrechtmatige wijze toegang is verkregen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op rechtmatige wijze toegang is verkregen tot de Encrochat-data.

Zoals hiervoor aan de orde kwam, is de rechtbank van oordeel dat op rechtmatige wijze toegang is verkregen tot de Encrochat-data. Naar het oordeel van de rechtbank is de tapmachtiging dus niet op basis van onrechtmatig verkregen informatie verleend.

Gelijkheidsbeginsel geschonden

Verder heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van de periode van december 2020 tot en met januari 2021, omdat [naam 3] , de gesprekspartner van de verdachte in de getapte telefoongesprekken waarop de verdenking in die periode is gebaseerd, niet als verdachte is aangemerkt, zodat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gelijkheidsbeginsel alleen van toepassing is bij volstrekt gelijke gevallen en dat daar geen sprake van is.

Zoals door de officier van justitie is toegelicht, zijn er van [naam 3] geen Encrochat-gesprekken beschikbaar met een zelfde strekking als de Encrochat-gesprekken die door de politie aan de verdachte worden toegerekend. Reeds daarom is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat er geen sprake is van gelijke gevallen en dus evenmin van een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Dit brengt mee dat geen sprake kan zijn van een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie of uitsluiting van de Encrochat- dan wel tapgesprekken voor het bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat de verdachte in chatgesprekken die hij in mei en juni 2020 voerde via het Encrochat-account [naam account 2] en in getapte telefoongesprekken die hij in december 2020 voerde, sprak over handel in hard- en softdrugs en dat het daarbij ging over concrete en voltooide afleveringen. De officier van justitie heeft verder gesteld dat, hoewel er geen berichten of getapte telefoongesprekken zijn uit de tussenliggende periode, bij beide feiten de hele ten laste gelegde periode kan worden bewezen verklaard, omdat niet aannemelijk is dat de verdachte precies op het moment dat de taps werden ingestoken weer is begonnen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval haar ontvankelijkheidsverweer mocht worden verworpen, verzocht de verdachte integraal vrij te spreken. Op het verweer van de verdediging zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Naar aanleiding van chatgesprekken die in mei en juni 2020 zijn gevoerd door de gebruiker van het Encrochat-account [naam account 2] en in december 2020 getapte telefoon-gesprekken van de telefoon met nummer [gsm-nummer 1] is bij de politie de verdenking ontstaan dat de verdachte zich heeft beziggehouden met - kort gezegd - handel in hard- en softdrugs. De politie neemt namelijk aan dat de verdachte de gebruiker was van dat Encrochat-account en dat telefoonnummer en in die gesprekken werd onder meer gesproken over ice, sosa, speed, A olie, M, toppen, wiet, prijzen, klanten en kok.

De verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij de gebruiker is van het Encrochat- account [naam account 2] en over de getapte telefoongesprekken heeft hij bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij en zijn gesprekspartner [naam 3] niet spraken over harddrugs, maar over voedingssupplementen en groeihormonen. Voor het overige heeft hij zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Voordat de vraag kan worden beantwoord of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, dient eerst te worden bezien of hij kan worden geïdentificeerd als de gebruiker van het aan hem toegeschreven account [naam account 2] .

Gebruiker van Enchrochat-account [naam account 2]

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast met betrekking tot de identiteit van de gebruiker van het account [naam account 2] .

Uit de historische gegevens van mei en juni 2020 volgt dat de gebruiker van de telefoon waaraan het Encrochat-account [naam account 2] was gekoppeld, vermoedelijk woonachtig was in Reuver. Uit het dossier volgt dat de verdachte vanaf 7 februari 2020 ingeschreven stond in Reuver. De gebruiker van het account [naam account 3] heeft aan de gebruiker van het account [naam account 2] een bericht verzonden met de inhoud ‘jij wou na limburg maat’.

Uit het dossier volgt verder dat de verdachte op 7 februari 2020 in vrijheid is gesteld na een detentieperiode van 12 jaar en dat hij onder meer in Vught heeft vastgezeten. De gebruiker van het account [naam account 2] heeft chats verzonden aan de gebruiker van het account [naam account 4] met de inhoud ‘hand ophouden is makjelijk’ en ‘Heb ik 12 jaar lang gedaan’ waarop [naam account 4] antwoordt: ‘Je kan niks anders als je vast zit’. De gebruiker van het account [naam account 3] heeft de gebruiker van het account [naam account 2] een bericht gezonden met de inhoud ‘Maat ik weet niet waar je allemaal mee bezig bent maar volgens. mij heb je zin om terug na vught te gaan’.

Verder volgt uit het dossier dat de verdachte een gebiedsverbod heeft voor Den Bosch. De gebruiker van het account [naam account 2] heeft chats verzonden aan de gebruiker van het account [naam account 3] met de inhoud ‘maar ik moet uitkijken broer denbosch’ en ‘Gebiedsverbod’.

Tot slot heeft de verdachte samen met [naam 4] op 12 augustus 2020 [naam 2] bezocht in een penitentiaire inrichting in België. De gebruiker van het account [naam account 2] kent vader en zoon [naam 4] kennelijk ook, nu hij contact heeft met het account [naam account 5] , waarachter [naam 4] schuilgaat en hij kennelijk berichten van [naam account 1] doorstuurt, zijnde het account van [naam 2] .

Op basis van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de gebruiker was van het Encrochat-account [naam account 2] .

De raadsvrouw heeft voorwaardelijk verzocht [naam getuige 1] en mevrouw [naam getuige 2] als getuigen te horen. De voorwaarde houdt in dat de rechtbank tot het oordeel komt dat de verdachte de gebruiker is van het Encrochat-account [naam account 2] (naar de rechtbank begrijpt) met gebruikmaking van de informatie uit de e-mail van de reclassering op pagina 58 van het dossier. De e-mail van de reclassering noch de daarop gebaseerde bevindingen maken echter onderdeel uit van de bewijsmiddelen, zodat de rechtbank niet toekomt aan het voorwaardelijk verzoek tot het horen van [naam getuige 1] en [naam getuige 2] als getuigen.

Gebruiker van telefoon met nummer [gsm-nummer 1] tijdens tapgesprekken

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte tijdens de getapte telefoongesprekken de gebruiker was van de telefoon met nummer [gsm-nummer 1] . De rechtbank heeft, anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, geen reden te betwijfelen dat de verdachte zelf deelnam aan al deze getapte telefoongesprekken. Ten eerste omdat de verdachte op 18 november 2022 expliciet bij de politie heeft verklaard dat hij deze tapgesprekken met [naam 3] had gevoerd en daarnaast omdat de verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting bij de rechtbank over de getapte telefoongesprekken heeft verklaard en daarbij niet heeft aangegeven dat hij aan een of meer van deze gesprekken niet deelnam.

Vrijspraak van feit 1 primair en feit 2

De rechtbank is van oordeel dat het dossier weliswaar diverse door de verdachte gevoerde Encrochat-gesprekken en getapte telefoongesprekken bevat waarin met vermelding van prijzen wordt gesproken over de koop en verkoop van verdovende middelen, maar dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat er daadwerkelijk deals zijn gesloten en verdovende middelen zijn geleverd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier eveneens onvoldoende dat de verdachte verdovende middelen aanwezig heeft gehad. De rechtbank kan daarom niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Voorbereiding van drugshandel - feit 1 subsidiair

Op grond van de bewijsmiddelen - met name de chatgesprekken die de verdachte in mei en juni 2020 als gebruiker van het Encrochataccount [naam account 2] heeft gevoerd en de getapte telefoongesprekken die de verdachte in december 2020 met [naam 3] voerde - stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met een of meer anderen het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van amfetamine, metamfetamine, MDMA en/of cocaïne heeft voorbereid en/of bevorderd.

Zo vond op 13 mei 2020 communicatie plaats tussen de verdachte als gebruiker van het account [naam account 2] en de gebruiker van het account [naam account 5] waarin de verdachte het bericht stuurt ‘Klant van me wil 5 snelle 3 a en 1000 pillen kan je dat regelen en wat is de prijs’ waarna de gebruiker van het account [naam account 5] vraagt ‘Speed?’ waarop verdachte antwoordt ‘Ja’. Op diezelfde dag stuurt de verdachte aan de gebruiker van het account [naam account 5] het bericht ‘Kan je a kwijt’ waarna over en weer berichten volgen over ph. Op 21 mei vond tussen de gebruikers van voornoemde accounts communicatie plaats over ‘ice’. De verdachte zei ice te hebben voor een mooie prijs en de gebruiker van het account [naam account 5] vroeg om een foto en berichtte even later dat het er mooi uitzag. Verder vond op 11 juni 2020 communicatie plaats tussen de verdachte als gebruiker van het account [naam account 2] en de gebruiker van het account [naam account 3] waarin wordt gesproken over ‘a’. De verdachte vraagt ‘Wat betaal ik bij jou voir a. Heb weekend waarschijnlijk 20 liter nodig. Wat heb je allemaal? Ik kan veel kwijt. Zoek ook 1000 liter gbl’. Op 12 juni 2020 vindt communicatie plaats tussen verdachte en de gebruiker van het account [naam account 6] . Gesproken wordt over ‘blokke’.

In een getapt gesprek van 8 december 2020 tussen de verdachte en [naam 3] wordt gesproken over olie en mensen die vanuit Rotterdam en Utrecht al zijn weggereden. Op 12 december 2020 gaat het over 200 stuks olie waar de gesprekspartners ‘wel hun weg mee zullen vinden’. Op 23 december vindt tussen beiden een gesprek plaats waarin de verdachte vertelt over een gesprek dat hij heeft gehad waarin hij heeft gezegd: ‘ [naam 3] heeft geen laboratoriums, het enigste wat hij en ik doen, is wij lasten mensen komen die A olie hebben en dan pakken we een geeltje op’.

Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat tussen de verschillende gebruikers van voornoemde accounts en het account van de verdachte en tussen de verdachte en [naam 3] vele en soms uitvoerige (chat)gesprekken plaatsvonden over onder meer prijzen en hoeveelheden van verdovende middelen en dat door de verdachte werd bemiddeld tussen afnemers en leveranciers van genoemde middelen. De rechtbank is, anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, van oordeel dat de gesprekken, gelet op hun inhoud, niet slechts een oriënterend karakter hadden. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de in de bewijsmiddelen opgenomen Encrochat-gesprekken en getapte telefoongesprekken niet anders worden uitgelegd dan dat ze gaan over de voorbereiding en/of de bevordering van het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van amfetamine, metamfetamine, MDMA en/of cocaïne. De rechtbank is van oordeel dat dit in de gesprekken voldoende concreet aan de orde komt en dat de chat-gesprekken en de telefoongesprekken, anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, elkaar wat dat betreft over en weer steunen.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier niet dat de verdachte zich in de periode tussen juni en december 2020 schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde voorbereidings- of bevorderingshandelingen. Het is wellicht niet onaannemelijk, maar dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. In zoverre zal de rechtbank de verdachte daarom vrijspreken.

De rechtbank heeft, conform hetgeen de raadsvrouw heeft bepleit, bij bovenstaand oordeel de nodige behoedzaamheid in acht genomen bij de interpretatie van de chat- en telefoon-gesprekken om het risico te ondervangen dat aan de gesprekken een verkeerde uitleg wordt gegeven.

Als gezegd, heeft de verdachte verklaard dat hij en zijn gesprekspartner [naam 3] in de getapte telefoongesprekken niet spraken over harddrugs, maar over voedingssupplementen en groeihormonen. Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van de inhoud van de getapte telefoongesprekken in combinatie met de inhoud van de chatgesprekken die de verdachte in mei en juni 2020 voerde via het Encrochataccount [naam account 2] (waarin onder meer ook expliciet over ‘speed’ oftewel amfetamine wordt gesproken) vast dat in de getapte telefoongesprekken over verdovende middelen werd gesproken. “Ice”, “A”, “olie” en “blokken” zijn, zo mag algemeen bekend worden verondersteld, termen die zien op diverse soorten verdovende middelen zoals: methamfetamine, amfetamine(olie) en cocaïne. Gelet hierop wordt het door de verdachte geschetste alternatieve scenario naar het oordeel van de rechtbank uitgesloten door de bewijsmiddelen. Dat [naam 3] bij de rechter-commissaris in lijn met het door de verdachte geschetste scenario heeft verklaard, doet hier naar het oordeel van de rechtbank niets aan af. De rechtbank acht het alternatieve scenario daarom niet aannemelijk.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 subsidiair

in de periode van 13 mei tot en met 12 juni 2020 en in de periode van 8 tot en met 23 december 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, en/of vervaardigen van hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, met-amfetamine, MDMA en/of cocaïne, zijnde amfetamine, metamfetamine, MDMA en cocaïne telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

-een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

-zich en/of een of meer anderen inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

immers hebben hij en een of meer van zijn mededaders (onder de nickname [naam account 2] ),

- afspraken gemaakt over prijzen en/of levering van grondstoffen of genoemde middelen,

- bemiddeld tussen leveranciers en/of afnemers van genoemde middelen en/of

- in het kader van voornoemde activiteiten contacten gelegd/onderhouden en/of afspraken gemaakt via onder andere versleutelde berichten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1 subsidiair:

Medeplegen van het voorbereiden of het bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De straf en/of de maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft de raadsvrouw verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een langere duur dan de tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen gedurende twee periodes van gezamenlijk circa anderhalve maand schuldig gemaakt aan het voorbereiden en bevorderen van de handel in en het bereiden van harddrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs gezondheidsschade kunnen toebrengen aan gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaan de handel in en het gebruik van drugs niet zelden gepaard met allerlei vormen van gewelddadige en ondermijnende criminaliteit, hetgeen zorgt voor overlast voor de samenleving.

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte. Niet alleen is hij eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit, maar hij pleegde onderhavig feit ook nog terwijl hij aanvankelijk een enkelband droeg in het kader van de straf in een andere zaak. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij, ondanks eerdere veroordelingen en lange periodes van detentie, kort na zijn invrijheidsstelling, is doorgegaan met het plegen van strafbare feiten. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank enkel een gevangenisstraf op zijn plaats acht, hetgeen ook aansluit bij straffen die in vergelijkbare gevallen plegen te worden opgelegd.

Verder heeft de rechtbank het reclasseringsadvies van 17 november 2025, de e-mail van Janssen, re-integratiebegeleider en regiomanager bij Forta4u, van 11 november 2025, en de persoonlijke omstandigheden zoals deze ter terechtzitting zijn gebleken in aanmerking genomen. Kort gezegd, is het de rechtbank gebleken dat de verdachte sinds een half jaar samenwoont met zijn vriendin, sinds kort een baan heeft, vrijwillig wordt behandeld bij de Rooyse Wissel en met hulp van Forta4u en de reclassering druk doende is zijn leven op de rails te krijgen.

De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van het voorarrest in beginsel passend. Vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn (te weten met bijna twee jaar en elf maanden) zal de rechtbank dit vertrekpunt met twee maanden verminderen. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen. Omdat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan het voorarrest het door de verdachte ingeslagen pad zou doorkruisen, terwijl een voorwaardelijke straf hem juist een steuntje in de rug kan geven op dat pad te blijven, zal de rechtbank de op te leggen straf bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Deze straf is aanmerkelijk lager dan de door de officier van justitie gevorderde straf, met name omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring en kortere pleegperiode komt.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste, tegen de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter,

mr. M.B. Bax en mr. D.J.E. Hamers-Aerts, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I.W. Levelt-Iseger, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 16 december 2025.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 25 november 2025 - tenlastegelegd dat

1. primair

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 27 januari 2021 in de provincie Limburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal methamfetamine en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde amfetamine en/of methamfetamine en/of MDMA en/of cocaïne en/of heoïne (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

1. subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 27 januari 2021, in de provincie Limburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, en/of vervaardigen, van amfetamine en/of metamfetamine, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of cocaïne en/of heroïne, zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of cocaïne en/of heroïne, (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

-een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

-zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

-(een) voorwerp(en), vervoermiddel(en), stof(fen) en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s), (onder de nickname [naam account 2] ),

- afspraken gemaakt over prijzen en/of levering van grondstoffen of genoemde middelen en/of

- bemiddeld tussen leverancier(s) en/of afnemer(s) van genoemde middelen

- een voorwerp, te weten een PGP-telefoon voorhanden gehad, terwijl hij wist dat een dergelijke telefoon enkel en alleen gebruikt wordt bij het plegen van dat feit/die feiten, en/of

-in het kader van voornoemde activiteit(en) contacten gelegd/onderhouden en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt via onder andere versleutelde berichten;

2

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 27 januari 2021 in de provincie Limburg, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal,(telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,(telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

BIJLAGE II: De bewijsmiddelen

Voor zover niet anders vermeld, wordt hierna telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het dossier van de politie Limburg (onderzoek BVH 2021019751 Drugshandel [verdachte] ) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina’s 1 tot en met 328). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processenverbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

1. Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2021 (pagina’s 85 tot en met 88), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant:

IDENTIFICATIE [naam account 2] @ENCROCHAT.COM

Aanwijzingen uit de ENCRO:

Uit de communicatie van ENCRO gebruiker [naam account 2] zijn een aantal bijzonderheden op te merken welke geleid hebben tot identificatie van deze gebruiker. De volgende bijzonderheden uit de ENCRO worden hieronder benoemd:

- Hij is goed bevriend met [naam 2] en zijn zoon [naam 4] .

- Een andere gebruiker zegt tegen [naam account 2] “jouw stad Den Bosch".

- Hij heeft mogelijk 12 jaar vast gezeten.

- Hij heeft in Vught vast gezeten.

- Hij zegt dat hij zich eenzaam voelt hier, waarna een andere gebruiker tegen hem zegt: “jij wilde naar Limburg".

- Hij woont in een klein dorp.

- Hij heeft een gebiedsverbod voor Den Bosch.

- Hij heeft een vrouw en een klein kind.

Historische gegevens telefoon [naam account 2] :

Het telefoontoestel welke door ENCRO gebruiker [naam account 2] gebruikt werd, betrof een M2M nummer [nummer] . Van dit nummer werden in de periode mei en juni 2020 de historische gegevens opgevraagd. Bij de analyse van deze gegevens constateerde telecomanalist [naam 5] , dat de gebruiker van dit toestel vermoedelijk woonachtig was in Reuver.

Bezoekerslijst [naam 2] :

[naam 2] is gedetineerd in de gevangenis te Hasselt (B). De bezoekerslijst van [naam 2] werd bevraagd en daarop was te zien dat [verdachte] een eenmalig bezoek had gebracht aan [naam 2] op 12 augustus 2020. [verdachte] bezocht hem samen met [naam 4] .

Informatieveredeling:

[verdachte] woont volgens GBA samen met een vriendin [naam 6] , geboren op [geboortedatum 1] 1988 en [naam 7] , geboren op [geboortedatum 2] 2020. Uit SKDB bleek dat [verdachte] op 7 februari 2020 in vrijheid is gesteld na een detentie-periode van 2008 tot 2020. [verdachte] blijkt een gebiedsverbod te hebben voor Den Bosch, alwaar zijn ex met dochter woont.

2. Het proces-verbaal van verdenking van 23 november 2020 (pagina’s 25 tot en met 31), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant:

Uit onderzoek bleek dat [naam 2] gebruik maakte van het EncroChat-account

[naam account 1] @encrochat.com. [naam 4] maakte gebruik van het EncroChat-account [naam account 5] @encrochat.com.

3. Een geschrift, zijnde een overzicht met Encrochat-communicatie van [naam account 2] (pagina’s 89 tot en met 165) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

4. Het stamproces-verbaal van zaaksdossier drugshandel [verdachte] van 16 maart 2021 (pagina’s 57 tot en met 74), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant:

Op 21 mei 2020 stuurde [verdachte] via EncroChat onderstaande foto van vermoedelijk crystal meth naar [naam 4] ( [naam account 5] @encrochat.com). Uit de context viel op te maken dat men kennelijk sprak over de verkoop en aankoop van een partij ICE (volgens Jellinek een van de benamingen van de zeer verslavende harddrug crystal meth).

5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 november 2022 (pagina’s 305 tot en met 316), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van de verdachte:

A: Ik wil graag een verklaring afleggen over de tapgesprekken. Het gaat om tapgesprekken die in het onderzoek Kneu naar voren zijn gekomen. Dit zijn tapgesprekken die ik heb gevoerd met [naam 3] (naar de rechtbank begrijpt: [naam 3] ).

6. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 8 december 2020 (pagina 189), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Venlo

[verdachte] : ben je dadelijk thuis, is gewoon garantie, ik heb ook doorgekoppeld van die kant krijg ik ook garantie, ik geef mij garantie broer. Niet goed, kom brengen gelijk terug, ik krijg mijn poen, is van een vriend van mij. Da's die jongen die jij ook hebt gezien, van Eindhoven.

[naam 3] : daarom wil ik ook dat het zuiver is. Nee, die jongen is ook een hele goede vriend van mij maat. Snap je, wat het is, moet ik NTV.

[verdachte] : jij moet tegen hem zeggen, kijk, waarom ik, weet niet of hij verstand heeft, waarom is 82? Deze is 74-75%. Waarom/ NTV is gewoon goei.

[naam 3] : nee weet ik

[verdachte] : maar is op koude ma nier en op koude manier haal je nooit die 82

[naam 3] : nee broer, dat is logisch pik, die koude is altijd lichter.

[verdachte] : en waarom is ook aangeboden mijn in Amsterdam 23,50 inkoop, snap je. Dus in verhouding is die koude dan beter toch

[naam 3] : jazeker maat, want weet je wat het is, je moet

[verdachte] : voor die 8% minder

[naam 3] : ja maar dat gaat een mens niet merken, dat gaat een mens niet merken, die 8%. Moet je wel effe je vriend vragen of die wel gelijk gemaakt kan worden of moet die eerst op kamertemperatuur? Omdat die koud is, moeten we een beetje in thuis zijn hoe we het moeten doen, snap je bro.

[verdachte] : oke, dat ga ik nou hem vragen of hij dat allemaal op mij wilt typen, doe ik wat hij typt doe ik gelijk aan jou doorsturen, weet je dat.

7. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 8 december 2020 (pagina’s 190 en 191), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Tegelen

[verdachte] : Ken je iemand die naar Utrecht haalt even die dingen, 12 M.

[verdachte] : Ik bedoel uhm, maar ik heb niemand die even naar Utrecht rijdt, die moet eerst bij jou geld gaan halen, want uh, hoeveel is het, want ik moet ook bij jou die olie brengen.

[naam 3] : ja ik ga effe kijken of iemand wilt rijden voor mij.

[verdachte] : Maar luister eens, reken eens uit 12 maal 1675. Reken eens even uit hoeveel dat is, vraag ik die Lange even of die kan voorschieten. [verdachte] vraagt of hij kan voorschieten,

lange vraagt hoeveel het is en [verdachte] vraagt of [naam 3] al weet hoeveel het is.

[verdachte] : hoeveel is dat [naam 3] ?

[naam 3] : wacht effe, effe kijken..12 x

[verdachte] : 1675 inkoop

[naam 3] : hoe doe ik dat nou pik, ik ben fout aan het doen broer.

[verdachte] : wacht even, wacht even, blijf hangen..ik doe het wel via mijine, blijf hangen broer. Effe kijkuh.... 12 x 1675=

20duizendhonderd.

[naam 3] : twintigduizendhonderd

[verdachte] : ja, hij kan voorschieten.

[naam 3] : als we die willen doen, hebben we wat verdiend

[verdachte] praat op de achtergrond met Lange ivm het voorschieten van het bedra. Lange krijgt van van [verdachte] een deel van die spullen. Lange vindt het goed.

Dat geef ik hem van mijn deel, jij krijgt helft helft,

8. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 8 december 2020 (pagina 195), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Tegelen

[verdachte] zegt dat hij hoofdpijn dat die olie pas over 10 minuten weggaat, er zijn mensen van Utrecht en Rotterdam gekomen, die zijn al weggereden. [verdachte] zit nog steeds te wachten 'hij komt pas over 10 minuten

NNM zegt: Maar wat is zeker, maat, pik. Ik heb hier mensen naast me zitten, maat Die hebben gewoon echt spullen klaargezet om op te kloppen, maat alles al, pik

[verdachte] : Als die olie hier ligt over 10 minuten, dan bel ik jou en dan zeg jij ja of nee

NNM: Ja broer pik, ja maat, ja ik weet het niet auw hoer, pik. Ik sta echt zwaar voor schut, man.

[verdachte] : Ja, ik ook, ik sta ook voor schut, ik heb 2 klanten die zijn weggereden, broer

NNM: Ja broer

[verdachte] : En die 'M'. Die moet ik nog gaan halen?

NNM: Ja maat, Ja, ik heb die mensen ook al beloofd, broer

[verdachte] : Ja, maar dan haal ik die. Ik en die lange halen die zelf. Ik haal die zelf, he

NNM: Ja, maar het zijn toch geen correcte mensen wat die aanmaakt(?)

[verdachte] : Nee, weet ik, ja ik weet ook niet. Je hoort me zo binnen 10 minuten

NNM: Ja, pik, ik ga het zeggen maat.lk ga het hier zeggen dat ze het maar laten zijn, laat ze maar stikken, broer. Ik ga echt niet voor schut staan. Ik ga niet tegen die mensen zeggen.... nee laat zijn , pik. .. nog een uur e... en dan zeggen ze weer een uur en dan komen ze weer niet opdagen, pik.

[verdachte] : Geef me 10 minuten, als ik en dan ga ik jou...

NNM: Ja ik ga het zeggen, ik ga het afzeggen Hoi

9. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 8 december 2020 (pagina 196), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Tegelen

[verdachte] : Broer

NNM3641: Ja broer

[verdachte] : Ja, ik heb niks om handen, dus blaas maar gewoon af, broer, ja sorry

[verdachte] : Ja, ik weet het broer, maar ik kan er ook niks aan doen. Wat moet ik doen

3641: Ja, gewoon laten komen, dan zijn ze ze maar kwijt, maat.

[verdachte] : Ja, maar ja. .. die komen al 60 liter brengen voor mij

3641: Maar komen ze dan gewoon niet opdagen, of wat is het probleem?

[verdachte] : Ik weet niet broer, ik sta al sinds half, sinds hoe laat staan we te wachten? 7 uur, half 8.

[verdachte] : En ik weet niet wat ik met die M moet doen, broer. Het is al ja, kwart over 9.

3641: Ja, die moet gewoon komen, dan gaat die morgen ook weg

[verdachte] : Ik moet gaan halen, he. Ja

3641: Kijk maar broer. Kijk maar wat jullie willen, goed.

10. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 8 december 2020 (pagina 197), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Tegelen

[verdachte] : Ja broer

NNM: Gaat die andere wel door pik, of gaat die ook niet door

[verdachte] : Welke ? Die M? Die eehh..

NNM: Ja

[verdachte] : Ja, die jongen zei, als jij pas bij mij bent is het pas om half 12 kamikaze om jou te laten rijden

NNM: Om 12 uur heb ik die mensen staan, broer

[verdachte] : Vanavond?

NNM: Nee, morgen, vroeg

[verdachte] : Morgenvroeg? Ik weet niet wie ik morgen

NNM: Dat zeg ik eerlijk, dan zeg ik ze af, ik wil niet ook nog eens bij die ook voor schut staan, ik heb die jongens nog hier. Mag ik eerlijk zijn ? Die wat ik voor jou heb gekocht, he, weet je nog wat ik voor jou heb staan , he?NTV, die heb ik per stuk, voor 25 euro goedkoper verkocht, daar heb ik 500 euro verlies op gepakt, op die spullen, om deze mensen nu tevreden te kunnen houden

[verdachte] : Ja broer, maar wat moet ik doen, broer, broer ik sta

NNM: Ja, maar het feit dat, dan weten ze dat ze 500 euro onkosten maken, dan weten ze wel dat ze 500 euro onkosten hebben die mensen

[verdachte] : Ja, komt goed, jongen. Ik heb zelf ook NTV, broer

NNM: Als het niet zo is, je mag zelf met die jongens zelf... Ik heb die gegeven voor 850, en ik heb jullie 875 betaald, broer

[verdachte] : En die M? Waarom stuur jij geen chauffeur daar naartoe?

NNM: Nee, ik ga... nee laat maar zijn, broer, ik voel die aankomen, broer, ik ga die afzeggen

[verdachte] : Ik ook broer, ik ook

NNM. Ik ga hem afzeggen broer, ik wil niet voor schut staan broer

11. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 12 december 2020 (pagina 199), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Reuver

Woordelijk uitgewerkt vanaf 11:34:15

[verdachte] : ik denk dat we morgen rond een uur of zes zeven die afspraak hebben, dan gaan we morgen rijden, want heb je gelezen, Frankrijk wilt lock avondklok, Nederland gaat ook aantrekken, Duitsland maandag al dinsdag lockdown, totale lockdown willen ze he.

[naam 3] : ja daarom, ik denk dat het de laatste keer is broer pik, ik zou zelf niks meer effe over de grens tot Nieuwjaar januari over de grens doen

[verdachte] : ja, ik wel dat zelf voor mezelf ook niet meer joh.

[naam 3] : je kent misschien nog wel hier wat halen pik, maar ik zou daar effe niks meer doen bro

[verdachte] : nee gaan we ook net meer doen. Volgende week komt die 200 stuks, die olie, daar zullen we wel onze weg mee vinden

[naam 3] : ja daar pakken we nog een vier gulden pro maat NTV

12. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 19 december 2020 (pagina 216), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Reuver

[verdachte] : weetje al iets

[naam 3] : ze reageren gewoon niet

[verdachte] : oh ja, dan zullen ze wel niks hebben , of hebben ze wel?

[naam 3] : ja wel, hebben ze wel pik, maar ze willen dat we die hele 90 pakken, snap je of wat ze hebben staan of zo

[verdachte] : ja maar voor welke prijs geven ze dan

[naam 3] : ja die vragen 850 gewoon pik

[verdachte] : ohh. ja 90 stuks ja.

[naam 3] : ja wat moetje ermee, ik heb geen zin om er mee te gaan leuren nou pik, zal ik eerlijk.

[verdachte] : nee, ik ook niet.

[naam 3] : is ook een stevige prijs.

[verdachte] : is ook veels te duur

[naam 3] : ja

[verdachte] : vorige week hebben we nog €75 minder per liter

13. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 22 december 2020 (pagina 218), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Baarlo

[verdachte] heeft iemand die wide al 300 afnemen en die wilt er nu nog 100 liter bij

150 voor 800, 150 voor 812,50, hij wilt er nu nog 100 bij, kan die morgen al kwijt.

Dus dan hebben wij maar 100 over. Kunnen we daar iets mee, of wilt je dat wij 200 overhouden

[verdachte] wilt overleggen

[naam 3] maakt het niets uit.

Ze besluiten om het te doen.

14. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 22 december 2020 (pagina 220), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

S: Juist dat is en luister eens broer, eeh, morgenmiddag is tie er al, die A , he, morgenmiddag is tie er al

P: Lekker hoor

S: Maar jij kon 50 kwijt he

P: Ik kon 50 gelijke (apski NTV) doen, pik, he 835

S: Broer, broer, hoeveel?

P: 835

S: Broer, ik kan 450 kwijt, mensen maken me gek, mensen willen morgen al 450 stuks komen halen.

P: Ja, broer, ja broer gewoon, maar je moet een goed denken maatde eerste winst is de beste winst, ook al is het af en toe wat minder

S: Ja, uiteindelijk is er 2,5 voor 812,5 en 150 voor 800 en dan die 50 van jou en dan is alles weg.

P: Ja, perfect toch broer, pik. Die 50 hebben we iets extra.

S: nee nee, je moet 150 maal een geeltje doen, dan heb je de winst. Dan heb je 2,50 maal 37,5 euro( [verdachte] spreekt met iemand op de achtergrond en het gaat over verschillende bedragen) [verdachte] zegt dat die persoon niet eens weet hoe hij moet rekenen. 300x37,5 euro, dat 11150 en dan 150 maal een geeltje, die van [naam 3] van 835 zitten er niet bij.

P: Die eten gewoon 55 euro per stuk, he pik.

S: [naam 3] heeft goede klanten. Hoe laat ga je weg?

15. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 22 december 2020 (pagina 221), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Swalmen

[verdachte] kan de olie voor 875 krijgen.

[naam 3] heeft alleen de klant voor morgen. Hij gaat het niet redden, moet te lang wachten.

[verdachte] : is geen probleem, we zijn over een half uurtje, 3 kwartier bij je zus

[naam 3] : ze heeft alles netjes voor jullie klaargelegd. Ben voorzichtig

16. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 22 december 2020 (pagina’s 222 en 223), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Tegelen

[verdachte] : Ik heb die jongen net gesproken van de keuken, die is hier geweest, en uhh, over een uur dank komt er al 180 200. Die komen er al, dalik over een uur. We hebben nog niks gegeven van onze kant, hoefde nie, en uh, ze willen wel een aanbetaling hebben, weetje want hij belde op, hij zei eerst tegen die Lange, luister de eerst komen de 200 en dan komen morgenavond, of de dag ochtend dan komt pas die andere 200. Dus luister, we zouden eerst 500 krijgen, die jongen heeft net in mijn gezicht gezegd, l00had keuken al verkocht, dus wij krijgen maar 400 en dat is het , is 1 en uh, ze willen dalik, dalik komt er 180 of 200 komen, weet je wat ik , wacht even...

[naam 3] : ja ja natuurlijk, dat is natuurlijk dat het de eerste keer goed gaat, het gaat best om veel geld he.

[verdachte] : ja het gaat om veel geld, dus ik zei tegen die Lange, toen hij dat tegen mij zei, we waren van jouw zus weggereden, zei die dat tegen mijn, zei ik gelijk: broer, ze willen eerst zien of 200 goed gaat, als dat allemaal netjes geregeld, geven ze de andere 200 vrij. Maar....50 is zo wie zo van jou he, van wat nou komt over een uur. 50 houd ik apart is toch van jouw klant toch?

[naam 3] : ja ja, dan ken je zou ik dat doen pik en dan moet je de rest, wacht even

[verdachte] : ja ja dan ga ik nou mijn andere dinge bellen en dan ga ik nou gelijk die andere 150 nog vandaag proberen dat die wordt opgehaald.

[naam 3] : oke, maar broer, luister, ik was aan het denken broer he, willen wij

[verdachte] : het gewicht is 970, PH is 12. het is dezelfde,ja, het is gewoon goede olie.

[naam 3] : ja, ja maar den je niks mee doen broer, ik zou er niks mee doen dan.

[verdachte] : nee, nee daar doen we ook niks mee dan, he Lange, hij zegt we doen er niks mee. En het is NTV olie, niet goed ken je gewoon terugbrengen, maar..

[naam 3] : weet je wat je misschien max kan doen

[verdachte] : ik heb hem geld laten zien, ik heb hem geld laten zien, ik zeg broer

[naam 3] : broer, je ken wat doen maat, je ken wat doen maat, doe je gewoon op 100 2, zijn toch twee rooie extra

[verdachte] : tegen Lange: hij zegt, [naam 3] doe je maar 2 op 100 zegt die, dan heb je toch maar 2 rooie extra.

[naam 3] : maar niet meer maat, ik zou niet meer doen.

[verdachte] : op 100 liter, dan heb je iets minder.

[naam 3] : heb je toch 2 rooie extra winst maat.

[verdachte] : oh, dan moet je even rekenen.doe dat even sturen dan, ongeveer, precies, niet dat er gezeik mee komt, snap je. Maar met die 50 die ik morgen breng, daar doe ik niks mee he, die 50 die ik morgen breng doe ik niks mee he.

[naam 3] : ja nee op die 50 gewoon eentje extra op, pakken we eentje extra op

[verdachte] : ja nee dat moet jij dan morgen doen, snap je, die

[naam 3] : dat doe ik wel. Ik trek er 1 vanaf en gooi ik er dan dinges erbij.

[verdachte] : Ja dat is goed, maar dan komen morgen dan dus, dan weet je dat ik 50 voor jou alvast, voor jou houd en die andere ga ik proberen te slijten.

17. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 22 december 2020 (pagina 224), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Tegelen

[naam 3] zegt dat hij morgen een goed betalende klant heeft voor 4 liter

Als die Lange nou een paar liter bij die 150 doet en die 4 eraf haalt en die geven we morgen aan een klant voor 4 kop.

Dus als ze 54 naar [naam 3] laten komen, heb je op die partij ook nog wat extra.

[naam 3] zegt. eigenlijk heel makkelijk bro, op die partij van hen, moet hij eigenlijk 4 dinge erbij gooien en die trekje er extra vanaf.

18. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 23 december 2020 (pagina 230), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Tegelen

[verdachte] : ff kijken, hoeveel heb je no nodig?

[verdachte] heeft er zelf al 20 weggedaan. Er ligt nog 90, 95 wordt dan dan, er moet nog voor een klant 10 liter af.

Hoeveel heb je nodig?

[naam 3] heeft net die man 56 gegeven, dat is allemaal goed, hij heeft er nog 4 voor een klant nodig, maar zij moeten eigenlijk ook 25 hebben, maar dat gaat hij zo horen. Ik ben nog aan het wachten op een berichtje

[verdachte] : maar stel dat ik effe snel eentje weg kan doen, doe ik 100 weg.

[naam 3] : jazeker, weg is weg he.

[verdachte] : maar 4 moet ik zo wie zo apart houden he.

[naam 3] : ja als het kan, hebben we morgen volle bak dan

[verdachte] : is goed, ga ik ook even regelen.

19. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 23 december 2020 (pagina’s 231 en 232), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Tegelen

Uit het gesprek blijkt dat Lange bij [verdachte] is.

[verdachte] : moet ik die 4 naar jou brengen

[naam 3] : ja kan broer pik, maar pakt die jongen morgen pas bij mij

[verdachte] : ja, maakt niks uit, hebben we toch ook geld, kunnen we gelijk geld afgooien, hebben we dinge

[naam 3] : ja kan broer

[verdachte] : watte

[naam 3] : geef ik die jongen morgen dan

[verdachte] : die jongen vraagt, van die keuken, of wij de restant kunnen betalen. Maar hoeveel is er nog open dan, hoeveel staat nog open 32225wacht even Vandaag had ik net een jongen aan de lijn, die zei; die [naam 8] van Eindhoven toch

[naam 3] : ja

[verdachte] : die zei tegen mij, mijn klant heeft al bij [naam 3] gepakt. Ik zei bij [naam 3] gepakt, ik zeg hoezo: die is toch net bij [naam 3] 50 liter komen halen voor acht vijfentwintig, ik zeg dat kan niet, dus dan is het denk ik, die [naam 8] heeft toch contact met die jongen denk ik, wacht even zeven ooh, en het was in totaal hoeveel liter? 169of niet?

[naam 3] : NTV

[verdachte] : hoeveel heb je erop gemixt? [naam 3] hoeveel heb je erop gemixt?

[naam 3] : oh ja, we hebben er een kleine NTV extra, zijzelf dan en ik weet niet wat hun zelf erbij hebben gedaan extra, want normaal doen zij ook altijd wat extra erbij snap je

[verdachte] : nee hoeveel hebben wij erop erbij gegooid, hier

[naam 3] : oh bijna 2 liter

[verdachte] : 2 liter?

[naam 3] : ja

[verdachte] : oh we krijgen nog 1,8 erbij, nog 200 dus,hoeveel is het dan? Oh dan komen we 2 liter tekort, er is 169 gebracht, geen 171.

[naam 3] : te weinig gebracht?

[verdachte] : 169 is gebracht, wacht even 7,75 maal 169, wacht even, maal 169, dat is bij elkaar 30 duizend nee, hij vraagt of wij hem nog 30975 kunnen betalen en dan krijgen wij morgen 200 stuks, 200, en ik heb al een klant voor allebei, morgenochtend 200.

[naam 3] : ja ja dat is geen probleem maar die geld heb ik bij mijn zus neergelegd, broer.

[verdachte] : oh die geld is bij je zus.

[naam 3] : van net nog

[verdachte] : oh, die ken je betalen? Oh die Lange betaald 30975

20. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 23 december 2020 (pagina 233), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Tegelen

[verdachte] : broer weet je wat ik aan het denken was. Ik zeg, daarom bel ik jou, als die 200 niet...ik heb net die jonge gebeld, als die 200 niet worden gepakt, dan ga ik ze niet uit de keuken aanpakken bro, doe ik niet

[naam 3] : oh doe je eerst deze opmaken?

[verdachte] : ja, oh ja, maar ik ga niet voor 800 geven die. Nee geef ik voor 8 12 en een half, ja.

Ja ja, dat vind ik wel broer, ik ga dan dan is dit betaald krijge, als mensen niet, kijk ik weet zeker weet, dat mensen willen komen kopen, morgen in de ochtend

[naam 3] : hij wilt het zo doen

[verdachte] : Hij wilt zo doen zegt hij net, hij wilt het geld bij hem afgooien. En als het geld er is, dan komt de klant het opladen, 100 en die andere komt een uur later, zijn 2 klanten. Ja, ik heb gezegd, zorg maar dat de boel mijn kant op komt, ik ga niet het geld bij wijze uhh

[naam 3] : nee, daarbij weet je wat broer, dalik egt die weer af

[verdachte] : kijk als ik zeker weet broer, dan pak ik vandaag nog uit de keuken de andere liters en als ik geen klant heb broer, dan maak ik niet aan. Dan venten we deze toch op.

[naam 3] : NTV

[verdachte] : ja vind ik wel, dan is alles betaald, weet ik dat iedereen zijn geld terug hebt, vind ik ook broer. Ze kunnen allemaal wel ...kijk als we de olie niet allemaal kwijt kunnen dan nou ja, dan sta ik met 2 3honderd liters dus, ja dat heeft toch geen zin. Is gekkenwerk

[naam 3] : nee zeker niet, dat zou [naam 9] (fon) niet doen, maar februari is anders, maar nu voor de Kerstdagen, niet nu NTV

[verdachte] : ik heb die kannetje voor 4 al apart voor jou jong,en dan uh ja komt goed

[naam 3] : is goed maat

21. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 23 december 2020 (pagina 234), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie beller: Tegelen

[verdachte] : ja die keuken gaan we nu betalen, die komt 150 komt er nog, zegt die, dus ook geen 200. als die klant van mijn zegt, morgenvroeg 200, dan kennen we die 95 die nou nog, ik heb al 4 apart voor jou in een mooi kannetje precies, en die wat over is zeg maar, vul ik aan tot 200, kunnen we misschien de rest bij jou brengen, 40 45 die kunnen we die gaan opventen, Snap je wat ik bedoel

[naam 3] : ja ja, die zijn zo weg

[verdachte] : als die t van mij geen zekerheid geeft, dan houd ik gewoon een smoesje tegen die keuken, dan kunnen ze de kloten krijgen, pak niks aan, ik ga niet met zoveel liters zitten, jij ook niet, ik ook niet. Lange ook niet

[naam 3] : voor nou die Kerstdagen zou ik niet teveel wegzetten.

[verdachte] : nee,nee nee snap je, dan is goed zo. En die keuken is slim he, die denken dan dumpen we daar maar, als je aanpakt is het voor jou he, ik pak niet zo maar iets aan, snap je. Nee, dan weet je dat. Dus ik dacht, zal kijken die jongen uit Eindhoven, die heeft liefs ochtend, 2 klanten heeft die, 100 100 . Nou dan vul ik die liters wat hier nog liggen aan, want ik heb net zelf 20 weggedaan net, dan vul ik die aan, houden we 40 45 over, en die kunnen we rustig bij jou uhhh tien twintig zo weetje wel.

[naam 3] : ben ik zo kwijt bro, weetje heb iemand anders voor 25 die heb ik zo kwijt

[verdachte] : ja. Oh die 25 ook, die moet je zo wie zo hebben

[naam 3] : ja daar was ik een beetje mee aan het praten met hem, komt wel goed.

[verdachte] : ja dat komt wel goed jonge, we hebben zo wie zo, 150 pakken heb ik zo en ik heb ze zo wie zo al liggen dus.Dus je kan handelen met je klant gewoon,

[naam 3] : ja zeker man

[verdachte] : is goed bro. Ik ga nu naar Eindhoven toe, even die jonge uh, die deel van hem geven van zijn winst, want hij heeft die olie verkocht die dure.

22. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 23 december 2020 (pagina 235), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Venlo

[verdachte] : ja broer, we hebben net betaald, 169

[naam 3] : ja

[verdachte] : die Lange heeft 1000 opengelaten voor het geval datje niet kan leveren of zo toch. Ja en ik heb met hemzelf net gepraat net. Hij zegt daar komt 130 of 150, nou ik ga uit van 130 ik heb nog 95 liggen, als die klant zegt 200, die 25 van jou plus 200, zou helemaal compleet zijn, perfect.

[naam 3] : het is echt ideaal man, niet?

[verdachte] : ja, maar nee, die 25 heb ik zo wie zo voor jou bro, wwwat er ook gebeurd, ja. En die 4 ook, he, die 4 ook he, die ligt dan mooi netjes klaar he.

[naam 3] : ja, die man, dat is goed pik, die is ook volle bak he

[verdachte] : dus dan uh, ja, dt komt allemaal wel goed. Dus dan weet je ik ga nu eventjes op en neer, kijken en bij die klant praten of hij die 200 pakt,

[naam 3] : ja

[verdachte] : dus dan ik ga nou pas naar Eindhoven, dus dan bel ik je dadelijk pas en dan weetje het gelijk allemaal

[naam 3] : ja slim.Als je slim bent pik, vraag je dan gelijk een beetje handgeld auwhoer.

[verdachte] : ja dag ga ik misschien nog doen, handgeld betalen, vragen ja ja ja Dus dat is misschien ook het beste 5 ruggen, als ze serieus zijn, kunnen ze ook 5 ruggen betalen. Ja, dat is niet verkeerd, voor de rest is het goed. Komt wel goed

[naam 3] : ik zou wel iets van handgeld proberen, zitje altijd veilig wah.

[verdachte] : ja dan zit je veilig, heb je altijd wat in je zak, ja, da's waar. Is goed broer, ik bel je dadelijk

23. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 23 december 2020 (pagina 236 tot en met 240), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:

Locatie gebelde: Best

[verdachte] : ik ga jou heel eerlijk vertellen, ik ben net bij mensen binnen geweest, die ik heel goed ken uit de bajes, die heeft mij spontaan geappt of ik even langs wilde komen, ik zeg is goed, we hebben heel goed samen gezeten, ja kijk, ik weet niet goed hoe ik het moet brengen, maar oke. Uhh,het zijn hele heftige mensen, zijn zware rippers, stelers, die rippen en stelen van iedereen, 100M, 500M 5000M, die pakken tonnen van mensen, grote mensen af, is echt zo,

[verdachte] : dus die zegt tegen mij, [verdachte] ik ben eerlijk, ik ken jou, jij bent een vriend uit de bajes, hij zegt, ik heb een tip gehad over jou en [naam 3] , want jij werkt voor [naam 3] . Ik zeg, ik werk niet voor [naam 3] , ik werk met [naam 3] , is mijn broeder, is mijn compagnon, hoezo? Hij zegt ik heb een tip gehad, dat [naam 3] 400 liter A olie moet hebben. Ik zeg 400 liter A olie, hij zegt ja, hij heeft een laboratorium. Ik zeg, [naam 3] heeft geen laboratoriums, het enigste wat hij en ik doen, is wij laten mensen komen die A olie hebben en dan pakken we een geeltje op.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?