RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/328255 / HA ZA 24-118
Vonnis van 30 april 2025
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] , handelend onder de naam
[handelsnaam] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,
advocaat: mr. J. Evers,
tegen
1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,
te [woonplaats 2] ,2. IT KNECHT B.V.,
te Oirsbeek,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en afzonderlijk [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en ITK,
advocaat: mr. C.H.A. van de Wiel.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 januari 2025
- de akte van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
- de antwoordakte van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
De rechtbank verwijst allereerst naar het tussenvonnis van 8 januari 2025, waarbij wordt volhard.
in conventie
Doorgeven van werkzaamheden en reactie hoofdopdrachtgever
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is in de gelegenheid gesteld om stukken over te leggen en/of andere informatie aan te leveren waaruit blijkt:
1) dat hij de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] opgegeven werkzaamheden die corresponderen met de betwiste facturen aan de betreffende hoofdopdrachtgever ter accordering heeft voorgelegd,
2) wat de reactie was van de hoofdopdrachtgever.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft voorop gesteld dat de niet betaalde werkzaamheden enkel nog werkzaamheden voor [naam] betreffen. In aanvulling daarop heeft hij ten aanzien van het eerste punt e-mails tussen hem/ITK en [naam] overgelegd, waaruit volgens hem blijkt dat de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] opgegeven werkzaamheden – via de app ‘Appeee’ – zijn doorgegeven aan [naam] . Ten aanzien van het tweede punt verwijst [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ook naar e-mails tussen hem /ITK en [naam] , waaruit volgens hem blijkt dat [naam] de betreffende werkzaamheden heeft afgekeurd.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] betwist dat de niet betaalde werkzaamheden alleen [naam] betroffen. Volgens hem zijn ook werkzaamheden voor Circet onbetaald gebleven. Verder stelt hij dat hij geen toegang had tot Appeee en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] / ITK daarom de opgeven werkzaamheden zou doorgeven. Daarnaast voert hij aan dat uit de door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] overgelegde e-mails niet blijkt dat er werkzaamheden zijn afgekeurd.
Er is dus (nog altijd) discussie over de vraag of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] opgegeven werkzaamheden heeft doorgegeven aan de hoofdopdrachtgever (of daarvoor zorg heeft gedragen middels Appeee) en zo ja, of de hoofdopdrachtgever de werkzaamheden heeft geaccordeerd.
Als wordt verondersteld dat – zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stelt – de opgegeven werkzaamheden zijn doorgegeven aan de hoofdopdrachtgever, moet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] voor die werkzaamheden betalen mits de hoofdopdrachtgever akkoord heeft gegeven. Omdat (ook) de informatie op dit tweede punt in het domein van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ligt, heeft hij in het tussenvonnis de opdracht gekregen daarover duidelijkheid te verschaffen. De rechtbank is het met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] eens dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] aan die opdracht niet heeft voldaan. Zonder verdere toelichting – die ontbreekt – kan uit de overgelegde e-mails namelijk niet worden afgeleid dat deze betrekking hebben op het accorderen van het werk van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , laat staan wat de hoofdopdrachtgever ter zake heeft besloten. Aangezien het, zoals gezegd, wel op de weg ligt van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om zijn stellingen nader te onderbouwen, leidt dit tot de conclusie dat zijn verweer onvoldoende is gemotiveerd en daarom wordt gepasseerd. Derhalve wordt als vaststaand aangenomen dat de hoofdopdrachtgevers het werk van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wel hebben geaccordeerd, wat maakt dat de vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt toegewezen op basis van de grondslag nakoming van de overeenkomst. De gevorderde wettelijke handelsrente, waartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd, wordt daarom ook toegewezen.
Op de overige discussies tussen partijen hoeft niet meer te worden ingegaan.
Kosten
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.083,60 worden toegewezen.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,29
- griffierecht
€
1.325,00
- salaris advocaat
€
1.965,00
(2,5 punten × € 786,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.612,29
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In het tussenvonnis van 8 januari 2025 is al beslist dat de vordering tegen ITK wordt afgewezen. Daarbij hoort dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] word veroordeeld in de proceskosten van ITK. Omdat het verweer van ITK nauwelijks te onderscheiden is van dat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , worden deze kosten echter begroot op nihil.
in reconventie
In het tussenvonnis van 8 januari 2025 is al beslist dat de vordering in reconventie wordt afgewezen.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:
- salaris advocaat
€
614,00
(2 punten × factor 0,5 × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
792,00
De veroordeling in de proceskosten wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te betalen een bedrag van € 30.859,88, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te betalen een bedrag van € 1.083,60 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in de proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van € 3.612,29, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst de vorderingen tegen ITK af,
veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten van ITK, die worden begroot op nihil,
in reconventie
wijst de vorderingen van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] af,
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op
30 april 2025.