RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/329134 / HA ZA 24-150
Vonnis van 30 april 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CF2 HOLDING B.V.,
te Maastricht,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: CF2 Holding,
advocaat: mr. E.J.H. Zandbergen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PLASMA POWER B.V.,
te Heerlen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Plasma Power,
advocaat: mr. P.M.H. Cruts.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de conclusie van antwoord in reconventie- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2025, met daarbij de spreekaantekeningen van de advocaten van beide partijen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Op 19 juli 2017 is Plasma Power een leningsovereenkomst van € 250.000,00 aangegaan met de vennootschap naar het recht van Luxemburg Flexides S.A. (hierna: Flexides). De lening heeft een looptijd tot 31 december 2018 en een rente van 5% per jaar.
Op 23 januari 2018 zijn Plasma Power en Flexides een addendum aangegaan, waarmee het leningsbedrag is verhoogd naar € 310.000,00.
Op 8 september 2020 is aan Plasma Power medegedeeld dat Flexides haar vordering op Plasma Power per 2 juli 2020 heeft overgedragen aan Inventa (Nederland) B.V. (hierna: Inventa) met het verzoek tot betaling van het openstaande bedrag aan Inventa.
Op 15 september 2020 reageert Plasma Power dat geen sprake is van een lening van Flexides aan Plasma Power, maar van een lening van Flexides aan Fuenix Ecogy 1 B.V. (hierna: Fuenix).
Op 28 september 2020 mailt de heer [naam 1] namens Fuenix aan Flexides/Inventa en Plasma Power dat beide partijen na overleg hebben ingestemd met een stand still, waarbij Flexides/Inventa niet zal overgaan tot opeising van de lening en Plasma Power en diens bestuurder de heer [naam 2] zullen meewerken aan het realiseren van de nieuwe financieringsronde. Die nieuwe financieringsronde heeft inmiddels plaatsgevonden.
Plasma Power bouwt in opdracht van Fuenix een installatie (hierna: Lijn 1). Deze werkzaamheden worden gefinancierd door Fuenix met de afspraak dat Plasma Power Lijn 1 zal overdragen aan Fuenix nadat deze gereed is. Lijn 1 is conform afspraak overgedragen aan Fuenix. Op 30 oktober 2020 mailt de heer [naam 1] namens Fuenix dat Plasma Power haar een factuur kan zenden voor de levering, waarbij (onder meer) wordt toegezegd dat de door Fuenix te ontvangen BTW van € 643.715,05 over de factuur zal worden betaald aan Plasma Power zodra Fuenix dit bedrag van de Belastingdienst ontvangt. Plasma Power zendt vervolgens een factuur aan Fuenix.
Plasma Power voldoet de door haar af te dragen BTW aan de Belastingdienst niet, waardoor haar een boete wordt opgelegd van € 202.355,00.
Op 19 januari 2023 komen Fuenix, CF2 Holding en Plasma Power het volgende overeen:
“Under the condition that the Sulzer deal is closed and under the condition that Plasma Power BV (PP) declares […] to be willing to join a meeting with Fuenix to investigate which missing documents within reason and abilities can be provided to Fuenix concerning documentation as agreed in the contract between PP and Fuenix regarding the “as is”-delivery of line I in Weert, Fuenix will pay the remaining balance ad € 643,714,- of the outstanding invoice to Plasma Power Production B.V.
Also, CF2 Holding BV will under the conditions as mentioned under 1, pay to PP the outstanding VAT tax fine of € 202.355,-. Fuenix and PP further agree that they will – in harmony – together appoint an independent external expert to get a legal opinion on the issue who is to blame for this fine. If the outcome is that PP is to blame, then the paid amount of € 202.355,- will be considered as a loan granted to PP. After such outcome PP and CF2 Holding BV will in fairness mutually agree on the conditions of this loan. If Fuenix is to blame, then the paid amount will only have to be dealt with between CF2 Holding BV and Fuenix. The aforementioned also applies to a partial amount, if only a partial blame is determined.
[…]”
Investering door Sulzer heeft plaatsgevonden en Fuenix heeft voldoende kunnen vaststellen dat er geen andere documentatie bestaat over Lijn 1 dan hetgeen zij heeft verkregen. Fuenix heeft het BTW-bedrag van € 643.714,00 aan Plasma Power voldaan.
Op 7 augustus 2023 verzoekt Plasma Power aan CF2 Holding om haar het boetebedrag te betalen op grond van de afspraak van 19 januari 2023 en stelt zij CF2 Holding hiervoor aansprakelijk.
Op 26 september 2023 reageert CF2 Holding dat Plasma Power zelf zorg dient te dragen voor een tijdige afdracht van de BTW. CF2 Holding betwist dat het boetebedrag moet worden betaald, voordat gezamenlijk een deskundige wordt benoemd. CF2 Holding schort haar verplichting tot voldoening van het boetebedrag op, nu zij ervoor vreest dat aan de mogelijkheid tot (terug)betaling van het boetebedrag aan haar nimmer zal worden toegekomen, zolang er geen deskundige wordt benoemd. CF2 Holding deelt ook mee dat Plasma Power in haar eigen jaarrekeningen erkent dat zij een schuld had aan Flexides.
Inventa heeft de vordering op Plasma Power gecedeerd aan CF2 Holding en daarvan mededeling gedaan aan Plasma Power. . CF2 Holding heeft Plasma Power tot betaling gesommeerd.
Op 9 oktober 2023 antwoordt Plasma Power dat de lening is verrekend en niet meer bestaat. Volgens Plasma Power hebben partijen afgesproken dat eerst het boetebedrag moet worden betaald, voordat het onderzoek door de deskundige plaatsvindt.
Er volgen nog meerdere e-mails tussen partijen, waarbij zij hun standpunten herhalen.
3. Het geschil
in conventie
CF2 Holding vordert dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
Plasma Power veroordeelt tot betaling aan CF2 Holding van € 420.428,45, te vermeerderen met een rente van 5% per jaar vanaf datum dagvaarding;
bepaalt dat CF2 Holding is bevrijd van haar verplichting tot voldoening van € 205.355,00 aan Plasma Power, zolang (a) Plasma Power niet meewerkt aan benoeming van fiscalist van belastingadvieskantoor [naam bedrijf] althans een in goede justitie te bepalen deskundige benoemt als deskundige of (b) Plasma Power niet instemt met de voorwaarden voor terugbetaling door Plasma Power aan CF2 Holding van het volgens de deskundige aan Plasma Power verwijtbare deel van de belastingboete van € 202.355,00, waarbij deze voorwaarden inhouden dat (i) dit bedrag volledig aan CF2 Holding dient te zijn betaald binnen 12 maanden na datum vonnis, (ii) de rente hierover 6% per jaar bedraagt en (iii) Plasma Power binnen twee weken na het oordeel van de deskundige als zekerheid aan CF2 Holding een eersterangs pandrecht verstrekt op alle door Plasma Power gehouden aandelen in het kapitaal van Fuenix, althans in goede justitie door de rechtbank te bepalen voorwaarden voor deze terugbetaling, althans dat CF2 Holding van deze verplichting is bevrijd zolang niet aan bovenstaande voorwaarde (a) is voldaan;
Subsidiair:
voor recht verklaart dat de verplichting van CF2 Holding tot betaling van € 202.355,00 aan Plasma Power rechtsgeldig is verrekend;
Plasma Power veroordeelt tot betaling aan CF2 Holding van € 218.073,45, te vermeerderen met een rente van 5% per jaar vanaf datum dagvaarding;
een fiscalist van belastingadvieskantoor [naam bedrijf] althans een in goede justitie te bepalen fiscalist benoemt als deskundige voor een oordeel aan wie de belastingboete van € 202.355,00 verwijtbaar is, althans Plasma Power veroordeelt om binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis een fiscalist van belastingadvieskantoor [naam bedrijf] aan te wijzen als deskundige, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Plasma Power in gebreke blijft, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom;
bepaalt dat de voorwaarden voor terugbetaling van het volgens de deskundige aan Plasma Power verwijtbare deel van de belastingboete van € 202.355,00 door Plasma Power aan CF2 Holding inhouden dat (i) dit bedrag volledig aan CF2 Holding dient te zijn betaald binnen 12 maanden na datum vonnis, (ii) de rente hierover 6% per jaar bedraagt en (iii) Plasma Power binnen twee weken na het oordeel van de deskundige als zekerheid aan CF2 Holding een eersterangs pandrecht verstrekt op alle door Plasma Power gehouden aandelen in het kapitaal van Fuenix, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Plasma Power in gebreke blijft met het vestigen van dit pandrecht, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, althans in goede justitie de voorwaarden bepaalt voor terugbetaling van het betreffende deel van de € 202.355;
een dwangvertegenwoordiger aanwijst om namens Plasma Power een dergelijk pandrecht te vestigen (met gebruikelijke voorwaarden, maar met een vervreemdings- en executieverbod voor CF2 Holding zolang dit vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan), indien Plasma Power hiertoe niet overgaat binnen vier weken na de betreffende termijn daartoe, waarbij Plasma Power wordt veroordeeld in alle kosten die zien op deze aan te wijzen dwangvertegenwoordiger;
Primair en subsidiair:
- Plasma Power veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten van € 173,00, vermeerderd met € 98,00 in geval van betekening, al deze kosten vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.
CF2 Holding legt aan de vordering het volgende ten grondslag. CF2 Holding stelt dat Plasma Power een leningsovereenkomst en addendum is aangegaan met Flexides voor een bedrag van € 310.000,00. Flexides heeft de vorderingen onder deze lening rechtsgeldig gecedeerd aan CF2 Holding. De lening is opeisbaar. Plasma Power moet de lening, vermeerderd met de contractuele rente, aan CF2 Holding betalen. Bovendien stelt CF2 Holding dat zij is bevrijd van haar verplichting tot voldoening van het boetebedrag, zolang geen deskundige is benoemd. Volgens CF2 Holding hebben partijen afgesproken dat eerst een deskundige wordt benoemd, voordat CF2 Holding het boetebedrag dient te betalen. CF2 Holding heeft haar verplichting tot voldoening van het boetebedrag rechtsgeldig opgeschort, aldus CF2 Holding.
Plasma Power erkent dat sprake is van een lening, maar zij voert het verweer dat deze lening is verrekend met een factuur die door Plasma Power aan Flexides is verzonden. Plasma Power betwist dat eerst een deskundige moet worden benoemd. Volgens Plasma Power hebben partijen afgesproken dat eerst het boetebedrag wordt betaald door CF2 Holding en dat daarna de deskundige wordt benoemd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
Plasma Power vordert dat de rechtbank bij voorraad binnen 14 dagen na dit vonnis CF2 Holding veroordeelt tot:
betaling van het bedrag van € 202.355,00 aan Plasma Power;
betaling van de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der ingebrekestelling, althans de dag der inleidende dagvaarding;
betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.034,32.
Plasma Power legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Volgens Plasma Power moet CF2 Holding de afspraken die zijn gemaakt op 19 januari 2023 nakomen, zodat CF2 Holding eerst het boetebedrag aan Plasma Power dient te betalen, en er daarna pas een deskundige dient te worden benoemd.
CF2 Holding voert verweer. Volgens CF2 Holding is geen volgorde afgesproken in de verplichtingen die partijen jegens elkaar hebben. CF2 Holding heeft haar verplichting tot voldoening van het boetebedrag opgeschort, waardoor eerst de deskundige dient te worden benoemd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank de vorderingen gezamenlijk beoordelen.
De geldlening
Plasma Power heeft tot ver in de procedure twee verschillende standpunten ingenomen. Enerzijds betwist zij het bestaan van de lening, omdat het zou gaan om een voorschot. Anderzijds erkent zij de lening, maar stelt zij dat deze lening is verrekend. Deze standpunten staan haaks op elkaar en kunnen in ieder geval niet beide waar zijn, zoals terecht door CF2 Holding is opgemerkt. De discussie over deze tegenstrijdige standpunten van Plasma Power is uitgebreid ter sprake gekomen tijdens de mondelinge behandeling. Uiteindelijk heeft Plasma Power desgevraagd het bestaan van de lening erkend. Dat blijkt ook uit het proces-verbaal. Het bestaan van de lening staat daarmee vast. Dan is alleen nog relevant voor de beoordeling of de vordering door verrekening teniet is gegaan.
Plasma Power beroept zich op verrekening van de lening. Dit is een bevrijdend verweer, waardoor Plasma Power op grond van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast draagt van dit verweer. Volgens Plasma Power heeft Flexides een voorschot betaald voor de kosten van werkzaamheden die Plasma Power heeft verricht voor Fuenix, maar die Fuenix niet zelf kon betalen. Met de facturering van deze werkzaamheden aan Flexides is de ‘lening’ verrekend, zo betoogt Plasma Power. Deze stelling kan alleen maar juist zijn als er geen sprake zou zijn van een lening. Echter, het bestaan van de lening is nu juist erkend door Plasma Power. Dit maakt de stelling van Plasma Power op dit punt moeilijk te volgen, zo niet onbegrijpelijk. De rechtbank oordeelt dan ook dat Plasma Power, mede in het licht van de betwisting door CF2 Holding en de inhoud van de overgelegde leningsovereenkomst en addendum (producties 3 en 4 bij dagvaarding), niet heeft voldaan aan haar stelplicht van het bevrijdend verweer. De rechtbank gaat daar dus aan voorbij. Dit betekent dat Plasma Power de lening, vermeerderd met de contractuele rente, aan CF2 Holding moet betalen.
Het boetebedrag
Op 19 januari 2023 hebben CF2 Holding, Plasma Power en Fuenix een afspraak gemaakt over het boetebedrag. Dit is de afspraak waar de rechtbank van uitgaat bij de beoordeling van de belastingboete. Alles wat daarvoor heeft gespeeld, dus ook een eventuele wanprestatie van Fuenix, zal de rechtbank buiten beschouwing laten bij de beoordeling, omdat die situatie geacht wordt te zijn verdisconteerd in de afspraak van 19 januari 2023.
De overeenkomst van 19 januari 2023 houdt in dat CF2 Holding aan Plasma Power het boetebedrag zal betalen, zodra Sulzer toetreedt als investeerder van Fuenix en zodra Plasma Power meewerkt aan onderzoek inzake de ontbrekende documentatie. Fuenix en Plasma Power komen verder overeen dat zij in overleg een onafhankelijke externe deskundige zullen aanstellen om een juridisch oordeel te verkrijgen over de vraag wie verantwoordelijk is voor de opgelegde boete. Als dit aan Plasma Power is te wijten, dan wordt deze voldoening van de boete door CF2 Holding aan Plasma Power gezien als een lening. Plasma Power en CF2 Holding zullen in dat geval in redelijkheid de voorwaarden voor die lening overeenkomen. Als de boete aan Fuenix is te wijten, zal de betaling van het bedrag onderling tussen CF2 Holding en Fuenix worden geregeld. Het voornoemde geldt ook voor een gedeeltelijk bedrag, als gedeeltelijke verwijtbaarheid wordt vastgesteld.
Volgens Plasma Power zijn partijen met de afspraak overeengekomen dat CF2 Holding de boete aan Plasma Power zou betalen wanneer is voldaan aan de voorwaarden en dat daarna een deskundige zou worden aangewezen om te beoordelen of deze boete aan Fuenix te wijten was. Plasma Power heeft voldaan aan de voorwaarden. Sulzer is namelijk toegetreden als investeerder van Fuenix en inmiddels is vastgesteld dat er niet meer documentatie is over Lijn 1. Volgens Plasma Power moet CF2 Holding de overeenkomst nakomen en het boetebedrag betalen.
Volgens CF2 Holding zijn partijen met de afspraak niet overeengekomen dat eerst het boetebedrag wordt voldaan en dat daarna pas een deskundige wordt aangewezen. De opschortende voorwaarden zien enkel op betaling van het boetebedrag en niet op de benoeming van de deskundige. CF2 Holding heeft haar verplichting tot voldoening van het boetebedrag opgeschort, nu zij goede grond heeft om te vrezen dat aan de mogelijkheid tot terugbetaling van het boetebedrag nimmer zal worden toegekomen, zolang geen deskundige wordt benoemd.
De rechtbank oordeelt dat CF2 Holding een rechtsgeldig beroep op opschorting heeft gedaan op grond van artikel 6:52 BW. Uit de afspraak die partijen hebben gemaakt blijkt duidelijk wanneer CF2 Holding het boetebedrag aan Plasma Power moet betalen, namelijk wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Echter, uit de afspraak blijkt niet duidelijk wanneer een deskundige moet worden benoemd en of dit voor, na of gelijktijdig met het betalen van het boetebedrag moet gebeuren. Wanneer uit de onderlinge rechtsverhouding niet voortvloeit wie het eerst moet presteren, zodat partijen op elkaar wachten, moeten partijen gelijk oversteken. Dit stokt nu bij de benoeming van de deskundige. Zodra een deskundige is aangewezen door partijen, moet CF2 Holding op hetzelfde moment het boetebedrag aan Plasma Power betalen. Plasma Power wil niet meewerken aan benoeming van een deskundige, waardoor CF2 Holding haar verbintenis terecht heeft opgeschort. De rechtbank oordeelt dat de vordering in reconventie wordt afgewezen.
Het bovenstaande betekent niet dat de vordering in conventie van CF2 Holding ten aanzien van het boetebedrag kan worden toegewezen. Weliswaar heeft CF2 Holding haar verplichtingen om het boetebedrag te betalen terecht opgeschort, maar niet voor zolang aan de voorwaarden uit het petitum niet is voldaan. De in het petitum door CF2 Holding gestelde voorwaarden zijn namelijk geen onderdeel van de afspraak die partijen op 19 januari 2023 hebben gemaakt. Dat geldt bijvoorbeeld, en gelet op de discussie tussen partijen in het bijzonder, voor het meewerken aan benoeming van belastingadvieskantoor [naam bedrijf] tot deskundige. De vordering in conventie onder ii zal daarom ook worden afgewezen.
Ook de subsidiaire vorderingen van CF2 Holding zullen worden afgewezen. Deze vorderingen gaan uit van een succesvol beroep van Plasma Power op betaling van het boetebedrag door CF2 Holding. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat CF2 Holding terecht een beroep op opschorting heeft gedaan, is aan die premisse niet voldaan.. De subsidiaire vorderingen zullen daarom eveneens worden afgewezen.
De proceskosten in conventie
CF2 Holding is in conventie grotendeels in het gelijk gesteld. Dat betekent dat Plasma Power de proceskosten (inclusief nakosten) moet betalen. De proceskosten van CF2 Holding worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
115,22
- griffierecht
€
6.617,00
- salaris advocaat
€
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
€
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
13.875,22
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten in reconventie
Plasma Power is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat de vordering in reconventie sterk samenhangt met de tweede vordering in conventie wordt het salaris advocaat gehalveerd. De proceskosten van CF2 Holding worden begroot op:
- salaris advocaat
€
3.502,00
(2 punten × factor 0,5 × € 3.502,00)
- nakosten
€
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.641,00
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt Plasma Power tot betaling aan CF2 Holding van € 420.428,45, te vermeerderen met een rente van 5% per jaar vanaf datum dagvaarding;
veroordeelt Plasma Power in de proceskosten van € 13.875,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt Plasma Power tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
wijst de vorderingen van Plasma Power af;
veroordeelt Plasma Power in de proceskosten van € 3.641,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
in conventie en in reconventie
veroordeelt Plasma Power tot betaling van € 92,00 plus de kosten van betekening als Plasma Power niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart de veroordelingen onder 5.1, 5.2, 5.3, 5.6 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V. Steijvers en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.