RECHTBANK LIMBURG
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/322514 / HA ZA 23-432
Vonnis in de hoofdzaak en in incident van 2 juli 2025
in de zaak van
1. [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
eiseressen in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. S.J.M. Peters,
tegen
[gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. G.M.O. Puddu.
Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] genoemd worden.
1. De procedure in de hoofdzaak en in incident
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 23,
- de conclusie van antwoord, tevens “voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie,” met de producties 1 tot en met 5,
- de conclusie van antwoord “in voorwaardelijke reconventie,” tevens overlegging nadere producties 24 tot en met 27,
- de door mr. Peters en mr. Puddu ter mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling 9 juli 2024,
- het door de (bij verzoekschrift benoemde) deskundige E.J.M. Beeren van Beeren bouwconsultant vof (Bbc) opgesteld deskundigenbericht van 26 september 2024, ingediend bij de rechtbank op 17 maart 2025,
- de akte na voorlopig deskundigenbericht, tevens inhoudende akte wijziging van eis, tevens inhoudende voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] ,
- de akte na deskundigenbericht van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ,
- de conclusie van antwoord in incident ex artikel 223 Rv.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De feiten in de hoofdzaak en in incident
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] zijn eigenaar van en wonen sinds 1976 in de woning, staande en gelegen aan de [adres 1] , [woonplaats] .
[gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] is eigenaar van de woning aan de [adres 2] , [woonplaats] .
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] zijn buren van elkaar.
Begin 2020 is [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] de woning gaan verbouwen. Begin 2020 heeft [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] de verbouwing onderbroken.
In mei 2021 hebben [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] aan [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] kenbaar gemaakt dat in de woonkamer van hun woning het parket omhoog kwam als gevolg van vochtproblemen.
Bij aangetekende brief van 25 februari 2022 hebben [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] aansprakelijk gesteld voor de schade die zij aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] heeft toegebracht (productie 5 bij dagvaarding).
Op 9 augustus 2022 heeft in opdracht van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] een onderzoek aan hun woning plaatsgevonden door ing. [naam ingenieur 1] namens TOP expertise. In dit rapport staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld (productie 8 bij dagvaarding):
‘(…). Beantwoording van de onderzoeksvragen:
a. a) Wat is de omvang van de schade?
De schade betreft:
a. a) Vochtschade aan parket en ondervloer in de woonkamer.
b) Scheuren in siepleiser scheidingsmuur van de woonkamer.
c) Lokaal loslatende stuc en verf in plafond en vochtplekken in muren en vloer van de kelder.
d) Schimmelvorming op alle meubilair en inboedel in de kelder.
e) Kapotte printer en laptop.
b) Wat is de oorzaak van de schade?
De oorzaak van de schade is het langdurig (sinds begin 2021) niet treffen van preventieve maatregelen door wederpartij die hadden kunnen voorkomen dat water, via de opengemaakte ruimte, bij cliënt in de woning kon binnendringen. Daarnaast heeft het niet omleggen/verlengen van de hemelwaterafvoer door wederpartij ertoe geleid dat er nog meer water in de open ruimte is gekomen met de schade tot gevolg.
(…).’
Op 22 maart 2023 heeft in opdracht van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] door Eff Eff Bouwpathologie een onderzoek aan de woning plaatsgevonden, uitgevoerd door ing. [naam ingenieur 2] . In dit rapport staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld (productie 11 bij dagvaarding):
‘ CONCLUSIES
Schade parketvoer
De schade aan de parketvloer in de woonkamer van de heer en mevrouw [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] zal veroorzaakt zijn door vocht.
Hoewel het instromen van een deel van het hemelwater vanaf de hellende daken via de gemeenschappelijke afvoer bijgedragen zal hebben aan het verhogen van de
vochtigheid van de constructies onder/rond de vloer, valt niet uit te sluiten dat ook de
lekkage in het dak boven de overkapping achter het pand van de heer en mevrouw [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] en mogelijk de overloop via de regenton kunnen bijdragen aan het ontstaan van een voor de parketvloer te vochtige situatie.
Scheurvormingen
De scheurvorming ter plaatse van de penant in de scheidingsmuur en de scheur in de scheidingswand tussen keuken en woonkamer zijn het gevolg van de verbouwing
waarbij de woonkamers van beide panden met 1,5 meter zijn uitgebreid.
Dergelijke scheuren kunnen niet door water en/of vocht ontstaan.
(…).
Schade souterrain
Het is aannemelijk dat de schade in de grote kelderruimte en de daarachter gelegen voormalige buitentrap-ruimte veroorzaakt is door extra waterbelasting nadat de naburige aanbouw werd weggenomen.
De schade in de buitentrap-ruimte kan en zal evenwel ook mede veroorzaakt zijn door de inwerking van grondvocht op de niet vochttechnisch gescheiden constructies die deze ruimte omgeven. Dit grondvocht kan afkomstig zijn van de lekkage die in de overkapping optreedt en/of vanuit de overloop van de regenton c.q. de draingoot.
De op andere plekken in het souterrain waargenomen vochtschade houdt zeker geen verband met de naburige verbouwing. (…).
Tijdelijke oplossing afvoer regenwater
Naar de mening van ondergetekende wisten beide partijen van de bestaande afvoer van de hellende daken en zou het daarom op de weg van beide partijen gelegen hebben om voorafgaande aan de sloop van de aanbouw bij het pand van mevrouw [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ervoor te zorgen dat er een passende oplossing voor de afvoer van het gemeenschappelijke hemelwater van de hellende daken gerealiseerd werd. (…).’
Op 20 januari 2025 heeft constructeur [naam constructeur] van [naam VOF] (hierna: [naam constructeur] ) ten behoeve van het deskundigenrapport een ‘Constructieve Beoordeling naar aanleiding van scheurvorming’ geschreven. Deze rapportage maakt derhalve deel uit van het deskundigenrapport. Hierin staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:
‘(…). f. Algehele constructie.
Stabiliteit woonhuis is onvoldoende.
Voor de (ingrijpende) constructieve wijziging verbouwing is geen bouwvergunning
aangevraagd (niet bekend bij B&W-toezicht Sittard). De verbouwing heeft meerdere
malen “STIL gelegen” door weinig tot geen vooronderzoek constructie bij sloop
tussenpenant. De stabiliteit van de woning is hier én in de aangeleverde berekening
verwaarloosd .
Het steunpunt van balk op tussenbouwmuur (d= 100 mm) bij gang is niet veilig .
(…). e) Fundatie
De bestaande fundatie op hoek achtergevel bouwmuur erfgrens worden zwaarder belast.
FvEd 96-1,4x22 = 65,2 kN. is de extra belasting op fundatie.
Spreiding bovenbelasting: L = 2,2 / tan 60 + 0,1 + 0,95 2,32 rn, zodat
Extra belasting op sloof: qvEd 65,22 / 2,32 28,1 kN/m1,
dit is een extra lokale bovenbelasting van ca. 30% sinds november 2022.
Met het gegeven van:
• Extra waterbelasting met o.a. een verweking van de ondergrond — over een
periode van ca. drie jaar en tijdelijk blank staan van keldervloer, en
• Door de meer recentere extra belasting van ca. 30% zijn bijkomende vervorming
\zettingsverschillen niet uit te sluiten.
• Fundatie met verschillende aanzetniveau’s (kelder(-trap) op ca 2,5 m -P en
uitbreiding op erfgrens (vorstvrij ca 0,85 m).
Is ontstaan van scheurvorming (bijv. in achtergevel uitbouw) hieraan toe te schrijven. Niet
uit te sluiten is dat nieuwe scheurvorming kan zich na meerdere jaren tot decennia in de
muren zichtbaar worden. hiervan is de niet eerder opgemerkte scheur (zie par. 3.3 met foto
1, par. 2. 1) in gevel als een voorbeeld.
Bij de opname op 15-01-2025 is het (extra) waterbelasting op geheven waardoor de
ondergrond “tot rust komt” en zijn oorspronkelijke eigenschappen weer benaderd. Met dit
gegeven komt ook een verdere vervorming in de ondergrond tot afgeremd c.q. stilstand.
Advies is de herstelwerkzaamheden over ca negen maanden na heden aan te vangen.
Gevolg van bovenstaande bevindingen is het advies de fundatie te versterken, dit om
grondspanningen te nivelleren met de overige gronddrukken onder fundament en zodoende
zettingsverschillen te minimaliseren, zie bijlage B.
(…). Bijlage B: Voorstel / advies:
Voorstel / advies.
Noodzaak versterking fundatie bij gemeenschappelijke muur is om grondspanningen te nivelleren en daardoor (bijkomende) zettingen (zettingsverschillen) te terugdringen. De versterking is noodzakelijk om de extra belasting uit achtergevel op te nemen én verweking van de ondergrond te compenseren.
(…).’
In het deskundigenrapport van 27 maart 2025 dat door E.J.M. Beeren is samengesteld, staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:
‘Samenvattend:
De erfgrens muur boven maaiveld van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] – [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft ca. drie á drieënhalf jaar grotendeels open gelegen zonder een adequate afscherming tegen weersinvloeden.
In deze ruim drie jaar durende periode heeft fam. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] wateroverlast ondervonden.
Nu de ruwbouw is voltooid, is de oorzaak weggenomen, waardoor er nu geen wateroverlast meer optreedt. Dit is onderbouwt met vochtmetingen door deskundige uitgevoerd. De meetresultaten werden bij opname geclassificeerd als droog.
De constructeur vermeld:
dat de fundatie een extra belasting van 30% moet opnemen, dan van voor de recente verbouwing met plaatsing van balk in achtergevel ( [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] , zie. Par. 3.4.e Rapport [naam constructeur] ).
dat de gevolgen van optreden verweking in de ondergrond nabij de fundamenten uitbouw achtergevel zijn opgemerkt, zie scheuren in metselwerk FOTO 24a en 24b.
het gevolg van opheffen oorzaak is dat de ondergrond nu “toe rust komt” en zijn oorspronkelijke eigenschappen weer gaat aannemen. Met dit gegeven zal het proces van een verdere vervorming in de ondergrond verder stagneren dan wel tot stilstand komen.
Gevolg van het bovenstaande is dat bijkomende zettingsverschillen niet uit te sluiten zijn t.p.v. penant gevelbalk, waardoor ontstaan van scheuren een reële verwachting is, zie bijv. FOTO 24a en 24b. Het hersteladvies is uitvoeren van een versterking fundatie, zie rapport [naam constructeur] met Bijlage B Voorstel/advies.
Bouwkundig gevolg hiervan is de in dit rapport voorgestelde algehele herstelwerkzaamheden eerst na ca. negen maanden na heden kunnen worden aangevangen, met dienverstande dat op korte termijn de versterking bij [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] wel is gerealiseerd.
Samenvatting constructieve gebreken zie par. 1.3 rapport [naam constructeur] :
Er zijn meerdere constructieve tekortkomingen geconstateerd (zie 1.3.f: rapport [naam constructeur] ), die deels buiten deze Deskundigenrapportage (Bbc) vallen.
Het is aan [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] om hieraan een vervolg te geven plus het verkrijgen van gemeentelijke goedkeuring bij B&W te Sittard.
Enkel voor opstellen van een kostenberaming betreffende versterking fundatie bij [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] is een voorlopig voorstel aangehouden als aangegeven in rapport [naam constructeur] in Bijlage B.: Voorstel / advies.
Dit Voorstel / advies dient verder door een constructeur nader te worden uitgewerkt in combinatie met een algehele statische berekening met o.a. stabiliteit-controle. (zie o.a. stabiliteit bij tussenmuur/oplegging)
Vervolgens dienen deze stukken ter goedkeuring aan de gemeente Sittard ter goedkeuring te worden overgelegd. (zie verder in deze Rapportage en rapport [naam constructeur] )
(…).
4. Kunt u op basis van de bouwtekeningen en constructieberekeningen - voor zover deze zijn opgesteld - beoordelen of een kans op, toekomstige schade bestaat bij het vervolgen van de bouwwerkzaamheden door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ? Zo ja, bij de uitvoering van welk type werkzaamheden?
Zie hiervoor rapportage [naam constructeur] + met inachtneming van uitstel van herstelwerkzaamheden als aangegeven in deze Rapportage met een huidige inschatting van 9 – 12 maanden i.v.m. verdere droging waarbij wel wordt uitgegaan dat de benodigde en door de Gemeente geaccordeerde constructieve aanpassingen zijn gerealiseerd.
Derhalve geadviseerd met enige spoed door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] dringende maatregelen te treffen, aangaande het boven gestelde omtrent het uitvoeren betreffende constructieberekeningen en tekeningen in het kader van op peil brengen van de veiligheid op oorspronkelijk niveau en verdere beperkingen van zetting. (zie ook antwoord bij vraag 6)
5. Dienen ter voorkoming van schade eventuele voorzorgsmaatregelen door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] getroffen te worden en zo ja, welke?
vakkundig dichten muurwerk + opening links van erfscheidingslijn achtergevel (zie FOTO 22).
Vakkundig afwerken overgang waterdichte inwerking opgaand werk op dak [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] - [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] (FOTO 31)
6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij verdere behandeling?
Geconstateerd is dat er een verbouwing bij [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] is uitgevoerd zonder overlegging van enige vorm van een bouwkundige- als ook constructieve tekening met de daarbij behorende constructieberekeningen.
Dit impliceert, zo ook na navraag relevante stukken bij gemeente dat ondanks constructieve wijzigingen bij de verbouwing van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] deze niet zijn aangetroffen.
Ter informatie bij constructieve wijziging o.a. van de draagconstructie en wijziging van stabiliteit is een gemeentelijke goedkeuring wettelijk vereist. (zie rapport “ [naam constructeur] ” par 1.3. f)
De nadien aangeleverde controleberekening (zie Bijlage) door “ [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ” blijkt incompleet te zijn.
Zie hiervoor ook rapport [naam constructeur] par. 1.3.
Geadviseerd wordt een volledige constructieberekening en -tekening van de volledige verbouwing ter goedkeuring voor te leggen bij B&W Sittard. (zie rapport “ [naam constructeur] ” o.a. par 3.4 d-e-f)
(…).”
3. Het geschil in de hoofdzaak en in incident
Het geschil in de hoofdzaak
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] vorderen, na wijziging van eis, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] onrechtmatig jegens [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] handelt en gehandeld heeft en dientengevolge schadeplichtig is;
II. Primair:
A. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te voldoen, een bedrag van € 700,00 in verband met schade aan roerende zaken (laptop, printer en Steirische Monika); en
B. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te voldoen een bedrag van € 1.000,00 uit hoofde van immateriële schadevergoeding; en
C. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te voldoen, een bedrag van € 500,00 uit hoofde van esthetische schade; en
D. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te voldoen, een bedrag van € 8.227,98 inclusief BTW uit hoofde van materiële schadevergoeding aan de onroerende zaak;
III. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis
aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te voldoen, een bedrag van € 1.341,73 inclusief BTW ten titel van
buitengerechtelijke (incasso)kosten;
IV. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis
aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te voldoen, een bedrag van € 1.610,00 excl. BTW, zijnde € 1.948,10
incl. BTW, in verband met het deskundigenrapport van TOP expertise;
V. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen in de kosten van deze procedure, beslagkosten
van € 1.371,98 daaronder ook begrepen, evenals deskundigenkosten van
€ 6.050,00, alsmede in de nakosten van € 131,00, te vermeerderen met € 68,00 en de kosten van het exploot indien gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen van dit vonnis voldoet;
VI. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om over alle toegewezen bedragen de wettelijke rente ex
artikel 6:119 BW te voldoen aan eisers, primair vanaf 1 juni 2021, subsidiair vanaf 1 maart 2022, meer subsidiair vanaf 7 december 2022, meest subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, zulks tot aan de dag der algehele betaling;
VII. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] te veroordelen om binnen twee maanden na het in dezen te wijzen vonnis, dan wel binnen enige andere redelijke termijn die de rechtbank passend acht:
A. tot het vakkundig dichten muurwerk + opening links van erfscheidingslijn achtergevel (zie FOTO 22 rapport Beeren);
B. tot het vakkundig afwerken overgang waterdichte inwerking opgaand werk op dak [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] - [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] (FOTO 31 rapport Beeren);
C. tot het stabiel maken van de onroerende zaak, meer in het bijzonder door bij de halfsteens muur een stalen kolom met brandwerende bekleding aan te brengen, zulks conform advies [naam constructeur] , en om aan te tonen dat de onroerende zaak stabiel is, zulks middels het overleggen aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van een volledige constructie-berekening en -tekening van de volledige verbouwing en om deze documenten ter goedkeuring voor te leggen bij (het college van B&W van) de gemeente [woonplaats] ;
D. tot het versterken van de fundatie, dit om grondspanningen te nivelleren met de overige gronddrukken onder fundament en zodoende zettingsverschillen te minimaliseren, zulks conform advies [naam constructeur] , meer in liet bijzonder conform diens bijlage B;
Een en ander op verbeurte van een dwangsom van €500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] niet tijdig aan al deze verplichtingen heeft voldaan, zulks tot een maximum van € 100.000,00.
[gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft verweer gevoerd tegen de oorspronkelijke eis.
Het geschil in incident
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] vorderen dat de rechtbank bij wijze van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] veroordeelt om te beginnen met de werkzaamheden zoals nader gespecificeerd en gevorderd, en om deze werkzaamheden voortvarend voort te zetten, opdat verdere schade zo veel als mogelijk voorkomen wordt en het daadwerkelijk mogelijk is voor [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] om al deze werkzaamheden af te ronden en binnen twee maanden na het eindvonnis, te weten:
het vakkundig dichten muurwerk en de opening links van erfscheidingslijn achtergevel (zie FOTO 22 rapport Beeren);
het vakkundig afwerken overgang waterdichte inwerking opgaand werk op dak [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] - [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] (FOTO 31 rapport Beeren);
het stabiel maken van de onroerende zaak, meer in het bijzonder door bij de halfsteens muur een stalen kolom met brandwerende bekleding aan te brengen, zulks conform advies [naam constructeur] , en om aan te tonen dat de onroerende zaak stabiel is, zulks middels het overleggen aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van een volledige constructieberekening en -tekening van de volledige verbouwing en om deze documenten ter goedkeuring voor te leggen bij (het college van B&W van) de gemeente [woonplaats] ;
het versterken van de fundatie, dit om grondspanningen te nivelleren met de overige gronddrukken onder fundament en zodoende zettingsverschillen te minimaliseren, zulks conform advies [naam constructeur] , meer in het bijzonder conform diens bijlage B;
een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] niet tijdig aan al deze verplichtingen heeft voldaan, zulks tot een maximum van € 100.000,00;
zulks met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] in de kosten van dit incident.
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben aan hun incidentele vordering ten grondslag gelegd dat uit het deskundigenbericht blijkt dat de werkzaamheden, bestaande uit het aanpakken van het constructief veiligheidsprobleem, met enige spoed uitgevoerd dient te worden. Zij verwijzen hiervoor naar pagina 39 van het deskundigenrapport, waarin staat vermeld dat de ondergrond zich zal gaan stabiliseren nu het overmatig wateraanbod is gestopt, waardoor de ondergrond ‘zich zal gaan zetten’. Dat wil zeggen dat de vervorming zal worden geremd en tot stilstand zal komen (dit over een periode naar verwachting van 9 tot 12 maanden). Gedurende deze periode kunnen de scheurwijdtes nog licht toenemen en uiteindelijk stabiliseren. De randvoorwaarde daarvoor is echter wel dat de noodzakelijke versterkingen aan de fundatie en het verzorgen van de stabiliteit nu worden gerealiseerd. Het advies is dan om de scheuren vervolgens na ca. 9 tot 12 maanden te repareren, maar wel na de noodzakelijke versterkingen. In verband met deze gerapporteerde spoed vorderen [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] een aantal voorlopige voorzieningen ingevolge artikel 223 Rv. Verder dienen er ook nog voorzorgsmaatregelen te worden getroffen om verdere schade te voorkomen. Deze vorderingen hangen samen met de hoofdvordering in de bodemzaak.
[gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft als verweer tegen het gevorderde naar voren gebracht dat sprake is van een dubbele veroordeling, [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] vorderen immers zowel in de bodemprocedure als bij voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv dezelfde werkzaamheden uit te voeren. Verder is inherent aan een voorlopige voorziening dat deze enkel geldt voor de duur van het geding. In dit geval zou toewijzing echter kunnen betekenen dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] bij voorlopige voorziening wordt veroordeeld tot het uitvoeren van werkzaamheden, terwijl deze vordering in de bodemprocedure wellicht dient te worden afgewezen, nu het gevorderde enkel berust op een advies van [naam constructeur] terwijl geenszins vaststaat dat de gemeente [woonplaats] (hierna: de gemeente) dezelfde mening is toegedaan betreffende het aanbrengen van de stalen kolom met brandwerende bekleding en het versterken van de fundering teneinde grondspanningen te nivelleren en zettingsverschillen te minimaliseren. Het is niet ondenkbaar dat de gemeente volstrekt andere maatregelen zal voorschrijven teneinde de constructie stabiel te maken. Daarenboven kan het zijn dat de gemeente de constructie wel veilig acht en er derhalve geen werkzaamheden zoals door [naam constructeur] geadviseerd noodzakelijk zijn. De kans is aanzienlijk dat deze geadviseerde werkzaamheden zullen afwijken van de door de gemeente voor te schrijven constructieve maatregelen. Daarenboven zijn de gevorderde werkzaamheden constructief van aard, hetgeen maakt dat ze niet zomaar ongedaan kunnen worden gemaakt. Bovendien dient te worden opgemerkt dat hetgeen [naam constructeur] opmerkt over de stabiliteit van de woning enkel betrekking heeft op de woning van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en niet geldt voor de woning van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] zal op basis van de bevindingen van de deskundige een constructeur benaderen en opdracht geven tot het opstellen van de benodigde berekeningen zodat deze aan de gemeente kunnen worden voorgelegd ter toetsing en accordering van de constructie. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] zal vrijwillig gehoor geven aan de uitvoering van de eventueel door de gemeente voorgeschreven constructieve maatregelen. Daarbij is het waarschijnlijk onmogelijk om te voldoen aan het in incident gevorderde, nu het onwaarschijnlijk is dat binnen een termijn van twee maanden kan worden voldaan aan het gevorderde. Waarschijnlijk zal alleen al het verkrijgen van de goedkeuring van de gemeente langer dan twee maanden op zich laten wachten, nog afgezien van de daadwerkelijk uit te voeren werkzaamheden, gelet op de naderende bouwvak, aldus [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling in incident
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het bepaalde in artikel 223, eerste lid Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Ingevolge het tweede lid moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. Het is in beginsel aan de rechter overgelaten of hij, gelet op de inhoud van het verzoek, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige en voortvarende procesvoering, het verzoek aanstonds behandelt en beslist.
Naar het oordeel van de rechtbank hangt het onderhavige verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening samen met de vorderingen in de hoofdzaak. De rechtbank overweegt verder dat het algemene vereiste voor toewijsbaarheid van een voorlopige (provisionele) voorziening, te weten dat de verzoekende partij bij zijn vordering belang heeft, gevoegd bij de beperkte werkingsduur van een dergelijke voorziening op grond van artikel 223 Rv, ertoe leidt dat het belang bij de gevraagde voorziening zodanig dringend moet zijn dat van de verzoekende partij niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de procedure in de hoofdzaak afwacht. Het enkele feit dat een partij stelt recht te hebben op het gevorderde in de hoofdzaak is daarvoor onvoldoende. Daarnaast zal ook moeten worden gesteld waarom de uitspraak in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht. Is er sprake van belang aan de zijde van eiser, dan zal dit belang moeten worden afgewogen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de hoofdzaak en de proceskansen daarin.
De rechtbank is van oordeel dat de voor de vorderingen van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste spoedeisendheid ontbreekt. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt en daarmee onvoldoende gemotiveerd waarom hetgeen hij ingevolge artikel 223 Rv heeft gesteld maakt dat de afloop van de procedure in de bodemzaak niet kan worden afgewacht.
Ten aanzien van de vorderingen A en B overweegt de rechtbank daartoe dat de enkele stelling dat deze werkzaamheden spoedeisend zijn nu zij ter voorkoming van verdere schade zijn, niet maakt dat aannemelijk is dat het vonnis in de hoofdprocedure niet kan worden afgewacht. Ook de stelling dat de werkzaamheden ‘met enige spoed moeten worden uitgevoerd’, zoals [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] ten grondslag hebben gelegd aan de vorderingen C en D, is daarvoor niet toereikend. Daarenboven is ten aanzien van deze vorderingen niet aannemelijk gemaakt dat de voor de werkzaamheden vereiste bouwvergunning door de gemeente zal zijn verstrekt voordat vonnis in de bodemzaak zal worden gewezen. Dat maakt dat niet aannemelijk is dat de werkzaamheden op korte termijn kunnen worden uitgevoerd. Verder is daarbij van belang dat, zoals door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] terecht als verweer naar voren is gebracht, een toewijzing met zich zou kunnen brengen dat de gevorderde uit te voeren werkzaamheden, die berusten op een advies van [naam constructeur] , niet (geheel) in overeenstemming zijn met de beslissing van de gemeente ten aanzien van het aanbrengen van de stalen kolom met brandwerende bekleding en het versterken van de fundering teneinde grondspanningen te nivelleren en zettingsverschillen te minimaliseren. Immers, het is niet onaannemelijk dat de gemeente andere dan wel aangepaste maatregelen zal voorschrijven teneinde de constructie te stabiliseren. Ook overigens hebben [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die maken dat zij een spoedeisend belang bij hun vorderingen hebben.
Dit leidt ertoe dat de vorderingen van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] - wegens het ontbreken van spoedeisend belang - niet toewijsbaar zijn.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] bij conclusie van antwoord in incident heeft toegezegd op basis van de bevindingen van de deskundige een constructeur te benaderen en opdracht zal geven tot het opstellen van de benodigde berekeningen, zodat deze aan de gemeente kunnen worden voorgelegd ter toetsing en accordering van de constructie. Voorts heeft [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] toegezegd vrijwillig gehoor geven aan de uitvoering van de eventueel door de gemeente voorgeschreven constructieve maatregelen.
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
De proceskosten van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] worden begroot op:
- salaris advocaat € 1.214,00 (1 punt × € 1.214,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.392,00
In de hoofdzaak
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben bij akte na voorlopig deskundigenbericht tevens een wijziging van eis ingediend, zoals hiervoor onder rov. 3.1. vermeld. Aangezien [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] nog niet in staat is gesteld te reageren op voormelde eiswijziging, zal zij hiertoe door de rechtbank alsnog in staat worden gesteld. De zaak zal daartoe naar de rol van 9 juli 2025 worden verwezen.
Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden,
5. De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst het gevorderde af,
veroordeelt [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] in de proceskosten van € 1.392,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend.
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 9 juli 2025 voor het nemen van een akte door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] over wat is vermeld onder rov. 4.8., waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
2 juli 2025.