ECLI:NL:RBLIM:2025:12657

ECLI:NL:RBLIM:2025:12657, Rechtbank Limburg, 09-07-2025, C/03/333424 / HA ZA 24-344

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 09-07-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer C/03/333424 / HA ZA 24-344
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Eiseres vraagt betaling van een factuur voor werkzaamheden die zij heeft verricht bij zowel gedaagde als een derde. Onderwerp van geschil is of eiseres deze werkzaamheden in opdracht van gedaagde heeft verricht. De rechtbank wijst de vorderingen af, omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde de contractspartij is van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/333424 / HA ZA 24-344

Vonnis van 9 juli 2025

in de zaak van

[eiseres] .,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

advocaat: mr. M.A.J. Emonds,

tegen

HOLDING DE LIMBOURG SITTARD B.V.,

te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde partij,

advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk.

Partijen worden hierna ook [eiseres] en DLS genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 juli 2024, met producties 1 tot en met 8- de conclusie van antwoord van 9 oktober 2024

- de akte indienen producties 9 tot en met 16 van 20 maart 2025 van [eiseres]

- de brief van 15 januari 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 april 2025

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van DLS.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiseres] is een specialist op het gebied van IT. [eiseres] werd geëxploiteerd door de heer [naam] , die na een langdurig ziekbed op [overlijdensdatum] 2022 is overleden.

DLS en Grand Hotel Merici B.V. (hierna: GHM) exploiteren hotels in Sittard. De heer [naam bestuurder] (hierna: [naam bestuurder] ) is bestuurder van DLS. Hij was in het verleden ook bestuurder van GHM. Momenteel is hij niet meer betrokken bij GHM.

[eiseres] heeft in 2018 gesproken met [naam bestuurder] over het oplossen van ICT-problemen. [eiseres] heeft vervolgens werkzaamheden verricht bij DLS en GHM.

Op 31 januari 2024 heeft [eiseres] aan DLS een factuur gestuurd van € 89.891,51 voor voornoemde werkzaamheden. DLS heeft deze factuur niet betaald.

3. Het geschil

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, DLS te veroordelen om aan [eiseres] te betalen:

- € 95.003,90, € 95.003,90, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van

€ 89.891,51 vanaf 21 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,

- de proceskosten, waaronder begrepen het salaris van de raadsman, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis.

[eiseres] legt aan de vorderingen ten grondslag dat DLS haar betalingsverplichting niet is nagekomen ter zake de werkzaamheden die [eiseres] in de periode van april 2018 tot en met juli 2019 in opdracht van DLS heeft verricht voor DLS en GHM. In september 2019 hebben partijen de uitgevoerde werkzaamheden besproken en is afgesproken dat DLS uiterlijk maandag 30 september 2019 met een voorstel zou komen voor een betalingsregeling. Na herinnering van [eiseres] , gaf DLS per e-mail van 1 oktober 2019 aan dat zij daar uiterlijk die vrijdag nog op terug zou komen, maar dit is niet gebeurd. Op 31 januari 2024 heeft [eiseres] DLS alsnog een factuur gestuurd voor de uitgevoerde werkzaamheden. Die factuur is, ondanks herinneringen en sommaties, onbetaald gebleven. [eiseres] maakt ook aanspraak op € 3.438,47 aan wettelijke handelsrente en € 1.673,92 aan buitengerechtelijke incassokosten.

DLS voert verweer. DLS voert aan dat de vorderingen moeten worden afgewezen, omdat niet DLS de contractspartij is van [eiseres] , maar GHM.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Wie is contractspartij?

Vast staat dat [eiseres] , toen aan haar de opdracht is gegeven om werkzaamheden te verrichten, gesproken heeft met [naam bestuurder] . Hij was destijds de bestuurder van DLS en GHM. Ook staat vast dat [eiseres] ter uitvoering van die opdracht werkzaamheden heeft verricht bij zowel DLS als GHM.

Onderwerp van geschil is of [eiseres] gecontracteerd heeft met DLS.

[eiseres] heeft gesteld dat de overeenkomst is gesloten met DLS. De werkzaamheden werden uitgevoerd in opdracht van [naam bestuurder] , die toen bestuurder was van zowel DLS als GHM en in die hoedanigheid geen onderscheid maakte tussen DLS en GHM. Dit was ook niet mogelijk, omdat het systeem van GHM voor bijna 100% verweven was met dat van DLS, waardoor de werkzaamheden die [eiseres] voor DLS en GHM verrichtte in elkaar overliepen. DLS en GHM dienen als zodanig te worden vereenzelvigd. Dat de juiste partij is gedagvaard, blijkt uit de reactie van DLS na ontvangst van de factuur in 2024. DLS heeft toen niet laten weten dat er gefactureerd is aan de verkeerde partij. Pas bij conclusie van antwoord is ter zake een ander standpunt ingenomen, aldus [eiseres] .

DLS heeft aangevoerd dat niet DLS maar GHM de contractspartij is van [eiseres] . [naam bestuurder] heeft ten tijde van het sluiten van de mondelinge overeenkomst uitsluitend gehandeld als bestuurder van GHM. Dat blijkt uit de omstandigheden dat de eerste bespreking met [eiseres] , waarbij de overeenkomst gesloten werd, plaatsvond bij GHM, dat alle e-mails uit 2018/2019 over de opdracht zijn verzonden op briefpapier van Hotel Merici en dat in de urenspecificatie geregeld GHM staat. Hotel Merici werd niet geëxploiteerd door DLS maar door GHM. Van vereenzelviging is op grond van het Rainbow-arrest geen sprake. Evenmin heeft DLS voor of namens Hotel Merici een overeenkomst gesloten met [eiseres] . Aangezien [eiseres] niet in opdracht van DLS werkzaamheden heeft verricht, is DLS niet gehouden de factuur van [eiseres] te betalen, aldus DLS.

De rechtbank overweegt dat, gelet op het bepaalde in artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), het aan [eiseres] is om in het licht van de gemotiveerde betwisting door DLS haar stelling dat zij gecontracteerd heeft met DLS nader te onderbouwen. Dat heeft [eiseres] nagelaten. Uit het procesdossier is de rechtbank gebleken dat in 2018 en 2019 het overleg over (de betaling van) de werkzaamheden verliep via het mailadres van [naam bestuurder] bij Hotel Merici. Het feit dat [eiseres] ook werkzaamheden bij DLS heeft verricht, betekent nog niet dat DLS contractspartij is. Omdat [naam bestuurder] destijds zeggenschap had over DLS en GHM is het mogelijk dat slechts één van de ondernemingen de contractspartij is, terwijl de werkzaamheden op beide locaties werden uitgevoerd. Dat op twee plekken werd gewerkt, was niet vreemd, omdat het de bedoeling was dat klanten van Hotel Merici, dat niet beschikte over een restaurant, konden eten bij DLS en de rekening daarna door DLS in de administratie van GHM gezet kon worden, zodat de klanten alleen hoefden af te rekenen bij GHM. Uit producties 5 en 7 bij de dagvaarding blijkt voorts dat DLS in 2024, vóór het uitbrengen van de dagvaarding, [eiseres] bij herhaling heeft voorgehouden dat zij van mening is niet de contractspartij van [eiseres] te zijn.

Het beroep van [eiseres] op vereenzelviging gaat niet op. Niet dan wel onvoldoende is gesteld dat in deze zaak sprake zou zijn van de situatie waarbij degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, zodanig misbruik heeft gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze twee rechtspersonen dat hetgeen daarmee wordt beoogd, in rechte niet behoeft te worden gehonoreerd.

Uit de voorgaande overwegingen volgt dat niet is komen vast te staan dat DLS de contractspartij is van [eiseres] . De vorderingen worden op die grond afgewezen, waardoor de overige verweren geen bespreking meer behoeven.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat DLS dat heeft gevorderd en zij er belang bij heeft dat de proceskostenveroordeling, zoals hierna begroot in rov. 4.9, spoedig en volledig wordt nagekomen. Dit betekent dat het vonnis meteen ten uitvoer mag worden gelegd, ook als een van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

Proceskosten

[eiseres] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen van DLS. Deze worden vastgesteld op:

- griffierecht € 2.889,00

- salaris advocaat € 2.428,00 (2 x € 1.214,00)

- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 5.495,00

5. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van DLS tot op heden begroot op € 5.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Trifunović en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?