RECHTBANK LIMBURG
10 [gedaagde in de hoofdzaak sub 10] ,
11 [gedaagde in de hoofdzaak sub 11] ,
24 [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 24] ,
25 [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 25] ,
31 [gedaagde in de hoofdzaak sub 31] ,
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer: C/03/335020 / HA ZA 24-445
Vonnis in incident van 9 juli 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING EIERKARTELSCHADE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
advocaat mr. S. Tuinenga;
tegen:
1. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WULRO FOOD GROUP,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in de hoofdzaak sub 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EIPRODUKTEN WULRO B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VASTE ACTIVA LIQUID B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VASTE ACTIVA POWDER B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WULRO INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUTCH EGG POWDER SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MARPRO B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTEROVO B.V.,
gevestigd te Weert,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
wonende te [woonplaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
wonende te [woonplaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. S.H.O. Aben;
12. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTEROVO BEHEER B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTEROVO EGG GROUP B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTEROVO EGG PRODUCTS B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTEROVO SERVICES B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WEKO EIPRODUKTEN B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
17. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WEKO EGG TRADING B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
18. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTEROVO TRADING B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WEKO FOOD INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Ochten,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
20. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. NEDERLANDSE INDUSTRIE VAN EIPRODUKTEN,
gevestigd te Nunspeet,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
21. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OVOTECH B.V.,
gevestigd te Loerbeek,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
22. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PAP EGGS B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
23. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 23] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,
advocaat mr. J.W. Fanoy;
26. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in de hoofdzaak sub 26] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. J.A. van de Hel;
27. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in de hoofdzaak sub 27]
gedaagde in de hoofzaak,
advocaat mr. J.A. van de Hel;
28. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GLOBAL INTEGRA B.V.,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. J.A. van de Hel;
29. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GLOBAL FOOD HOLDING B.V.,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. J.A. van de Hel;
30. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GLOBAL FOOD GROUP,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. J.A. van de Hel;
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat mr. J.A. van de Hel;
Partijen (in het incident) zullen hierna de Stichting (eiseres in de hoofdzaak/verweerder in het incident), Interovo (gedaagden in de hoofdzaak onder 12 t/m 25, eiseressen in het incident), Wulro (gedaagden in de hoofdzaak onder 1 t/m 11) en Global (gedaagden in de hoofdzaak onder 26 t/m 31) genoemd worden.
1. Het verdere verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de rolbeschikking van 8 januari 2025;
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Interovo;
de incidentele conclusie van antwoord van de Stichting.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. Het geschil
In het vrijwaringsincident
Interovo stelt dat, indien en voor zover haar verweer dat de Stichting in de hoofdzaak niet-ontvankelijk moet worden verklaard, dan wel dat de vordering van de Stichting moet worden afgewezen, wordt verworpen, zij er recht op en belang bij heeft om Wulro en Global in vrijwaring op te roepen.
Interovo voert daartoe aan dat zij in de interne verhouding met de Wulro en Global (gedeeltelijk) niet draagplichtig is. Interovo zal in die situatie vorderen dat zij ieder bijdragen aan te betalen schadevergoeding en de kosten.
Op grond van het vorenstaande vorderen Interovo c.s. dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. Interovo c.s. verlof verleent om de volgende partijen (en hun rechtsopvolgers of economische opvolgers) tegen een termijn van zes weken, althans tegen een door de rechtbank te bepalen roldatum, in vrijwaring op te roepen:1. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WULRO FOOD GROUP, gevestigd te Weert;
2. de besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak sub 2] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] ;
3. de besloten vennootschap EIPRODUKTEN WULRO B.V., gevestigd te Weert;
4. de besloten vennootschap VASTE ACTIVA LIQUID B.V., gevestigd te Weert;
5. de besloten vennootschap VASTE ACTIVA POWDER B.V., gevestigd te Weert;
6. de besloten vennootschap WULRO INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Weert;
7. de besloten vennootschap DUTCH EGG POWDER SOLUTIONS B.V., gevestigd te Weert;
8. de besloten vennootschap MARPRO B.V, gevestigd te Weert;
9. de besloten vennootschap INTEROVO B.V., gevestigd te Weert;
10. [gedaagde in de hoofdzaak sub 10] , woonachtig te [woonplaats 1] ;
11. [gedaagde in de hoofdzaak sub 11] , woonachtig te [woonplaats 1] ;
12. de besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak sub 26] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] ;
13. de besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak sub 27] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] ;
14. de besloten vennootschap GLOBAL INTEGRA B.V., gevestigd te Weert;
15. de besloten vennootschap GLOBAL FOOD HOLDING BV., gevestigd te
Opsel;
16. de besloten vennootschap GLOBAL FOOD GROUP B.V., gevestigd te Opsel;
17. [gedaagde in de hoofdzaak sub 31] , woonachtig te [woonplaats 1] ;
2. bepaalt dat het Interovo vrijstaat aanvullend verlof te vragen om het aantal in vrijwaring op te roepen partijen uit breiden en/of te wijzigen;
3. bepaalt dat, voor zover de incidentele vordering van Interovo geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, van die beslissing hoger beroep kan worden ingesteld;
4. de Stichting veroordeelt in de kosten van deze procedure.
3. De beoordeling
In het incident tot vrijwaring
Ten aanzien van de vordering onder 1 refereert de Stichting zich aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Interovo dat deze bedoelt te stellen dat er tussen haar enerzijds en Wulro en Global anderzijds een rechtsverhouding bestaat die Wulro en Global verplicht om Interovo te vrijwaren ter zake een mogelijke veroordeling in de hoofdzaak, hoewel Interovo niet stelt uit welke grond die vrijwaringsplicht voortvloeit. Mede gelet op het feit dat de Stichting zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, is de rechtbank van oordeel dat Interovo voldoende recht op en belang heeft bij het oproepen van Wulro en Global in vrijwaring.
Ten aanzien van de vordering onder 2 stelt de Stichting dat Interovo onvoldoende concreet is over de mogelijk alsnog in vrijwaring op te roepen partijen.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering onder 2 moet worden afgewezen. Uit artikel 210 lid 1 Rv volgt dat Interovo tot uiterlijk op de voor de conclusie van antwoord (in de hoofdzaak) bepaalde roldatum een vrijwaringsincident kan opwerpen. Een voorafgaand verlof is daartoe niet nodig, zodat Interovo geen belang heeft bij haar vordering voor zover zij voorafgaand aan het in artikel 210 lid 1 Rv bedoelde tijdstip een partij in vrijwaring wil oproepen. Voor zover Interovo met haar vordering beoogt dat het haar wordt toegestaan om ook na de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum gedaagden in vrijwaring op te roepen, overweegt de rechtbank dat zij op grond van het gestelde geen aanleiding ziet om van de wettelijke regeling af te wijken.
De Stichting stelt zich verder op het standpunt dat de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep niet moet worden opengesteld, omdat Interovo niet heeft gesteld of onderbouwd welk zwaarwegend belang is gemoeid met het afwijken van de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Rv dat geen hoger beroep openstaat in incidentele vonnissen. Het toestaan van tussentijds hoger beroep kan leiden tot onnodige vertraging van de procedure met aanvullende kosten voor de Stichting.
De rechtbank is met de Stichting van oordeel dat deze vordering daarom al moet worden afgewezen omdat Interovo niet heeft onderbouwd welk belang zij heeft bij instellen van hoger beroep.
Ten slotte voert de Stichting ten aanzien van de onder 4 gevorderde proceskostenveroordeling aan dat deze vordering dient te worden afgewezen, omdat de Stichting zich (grotendeels) refereert aan het oordeel van de rechtbank. Interovo dient volgens de Stichting in de kosten te worden veroordeeld. Voor zover de rechtbank de vordering tot kostenveroordeling niet afwijst, verzoekt de Stichting de rechtbank haar beslissing op dit punt op grond van artikel 237 lid 2 Rv aan te houden tot het eindvonnis.
De rechtbank houdt het oordeel over deze proceskosten aan, totdat eindvonnis wordt gewezen.
4. De beslissing
De rechtbank:
in het incident tot vrijwaring
staat toe dat:
1. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WULRO FOOD GROUP, gevestigd te Weert;
2. de besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak sub 2] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] ;
3. de besloten vennootschap EIPRODUKTEN WULRO B.V., gevestigd te Weert;
4. de besloten vennootschap VASTE ACTIVA LIQUID B.V., gevestigd te Weert;
5. de besloten vennootschap VASTE ACTIVA POWDER B.V., gevestigd te Weert;
6. de besloten vennootschap WULRO INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Weert;
7. de besloten vennootschap DUTCH EGG POWDER SOLUTIONS B.V., gevestigd te Weert;
8. de besloten vennootschap MARPRO B.V, gevestigd te Weert;
9. de besloten vennootschap INTEROVO B.V., gevestigd te Weert;
10. [gedaagde in de hoofdzaak sub 10] , woonachtig te [woonplaats 1] ;
11. [gedaagde in de hoofdzaak sub 11] , woonachtig te [woonplaats 1] ;
12. de besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak sub 26] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] ;
13. de besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak sub 27] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] ;
14. de besloten vennootschap GLOBAL INTEGRA B.V., gevestigd te Weert;
15. de besloten vennootschap GLOBAL FOOD HOLDING BV., gevestigd te Opsel;
16. de besloten vennootschap GLOBAL FOOD GROUP B.V., gevestigd te Opsel;
17. [gedaagde in de hoofdzaak sub 31] , woonachtig te [woonplaats 1] ;
door de eiseressen in het incident worden gedagvaard tegen de terechtzitting van
6 augustus 2025;
wijst af het meer of anders gevorderde;
houdt de beslissing over de proceskosten aan, totdat eindvonnis wordt gewezen;
in de hoofdzaak
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, mr. E.C.M. Hurkens, en mr. M. Koelemeijer, rechters, en in het openbaar uitgesproken door mr. E.C.M. Hurkens op 9 juli 2025.