RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/321075 / HA ZA 23-353
Vonnis van 16 juli 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.M.J.F. Sijben te Heerlen,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R.P.H.W. Haas te Heerlen.
1. De verdere procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 21 mei 2025
- de aktes aan de zijde van beide partijen, genomen op de rol van 4 juni 2025
- de offerte van O. Thorne (TMFI), zoals ontvangen op 19 juni 2025
- de reactie van [eiser] met bijlage, zoals ontvangen op 3 juli 2025
- de reactie van [gedaagde] , zoals ontvangen op 3 juli 2025.
Naar aanleiding van hetgeen is bepaald in het vonnis van 21 mei 2025 hebben partijen aangegeven in te stemmen met een deskundigenonderzoek. O. Thorne (TMFI) heeft op verzoek van de rechtbank een offerte uitgebracht.
Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld op deze offertes en de persoon van de deskundige te reageren.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
In het vonnis van 21 mei 2025 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Beide partijen hebben met een deskundigenonderzoek ingestemd. Dit deskundigenonderzoek zal hierna dan ook worden bevolen.
De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 4.991,25 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Hoewel [eiser] het uurtarief van de deskundige aan de hoge kant acht, zal de rechtbank dit bezwaar passeren nu het voorschot de rechtbank niet onredelijk voorkomt. [gedaagde] heeft geen bezwaar tegen het voorschot.
In haar vonnis van 21 mei 2025 heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eiser] moet worden gedeponeerd.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Bent u in staat om aan de hand van een foto (in de cloud) van de originele versie van het schriftelijk stuk van 25 maart 2022 vast te stellen of de daarop geplaatste handtekening van [gedaagde] is?
Kunt u aan de hand van diezelfde foto als bedoeld in vraag 1 vaststellen of de handtekening van [gedaagde] direct geplaatst is of er op een later moment als het ware ‘in’ is ‘gekopieerd’?
Als u vraag 1 bevestigend heeft beantwoord en op vraag 2 heeft geantwoord dat de handtekening direct geplaatst is, met welke mate van waarschijnlijkheid is de betwiste handtekening op meergenoemd stuk van 25 maart 2022 van [gedaagde] , na vergelijking van die handtekening met die van [gedaagde] op de originele versies van de ‘Deed of Settlement’, (productie 2 bij dagvaarding) en de registratie van het maken van huwelijkse voorwaarden van 5 februari 2018 (productie 1, tweede pagina, bij conclusie van antwoord)?
Heeft u nog andere opmerkingen die voor de beoordeling van belang kunnen zijn?
benoemt tot deskundige:
O. Thorne (TMFI),
bezoekadres: Oxfordlaan 70, 6229 EV Maastricht,
telefoon: 085-1051410,
e-mailadres: info@tmfi.nl,
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 4.991,25 (inclusief btw),
bepaalt dat [eiser] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [eiser] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen gelijktijdig op een termijn van vier weken,
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken.
AH