RECHTBANK LIMBURG
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/342808 / HA ZA 25-271
Vonnis in incident van 30 juli 2025
in de zaak van
[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in beide incidenten,
advocaat mr. F.C.M.V. ten Broeke te Nijmegen,
tegen
1. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in beide incidenten,
advocaat mr. J.M.H. Devis te Zoetermeer,
2. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in beide incidenten,
advocaat mr. R. Teerink te Tilburg,
3. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3],
wonend te [woonplaats 3] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in beide incidenten,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] , [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] , [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] genoemd worden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding, tevens houdend incidentele vorderingen tot inzage en voeging met producties 1 t/m 30;
de conclusie houdende incidentele vordering tot voeging van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] ;
de conclusie van antwoord in incident van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] ;
de antwoordconclusie in incident van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] .
Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.
2. Het geschil
in de hoofdzaak 2.1. De procedure heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van zowel de vader als de moeder van partijen. [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] vordert de wijze van verdeling tussen partijen in de nalatenschap van beide erflaters vast te stellen.
in het incident tot afgifte
[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] vordert dat de rechtbank [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] zal veroordelen de als productie 30 overgelegde machtiging te ondertekenen en voor het overige zal bepalen dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] , [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] hun volledige medewerking dienen te verlenen aan het opvragen van de bankafschriften, zulks onder verbeurte van een dwangsom, dan wel te bepalen dat dit vonnis in de plaats komt van de vereiste medewerking van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] , [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] .
[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] wenst inzage te verkrijgen in de bankrekening bij de ABN-AMRO-bank ( [rekeningnummer] ) van erflaters, nu zij niet over alle informatie beschikt die zij nodig heeft voor het berekenen van de daadwerkelijke omvang van de nalatenschap. Zij wil daarom bankafschriften van deze rekening opvragen bij de bank. Zij stelt daartoe dat zij als deelgenoot in de nalatenschap tegenover de andere deelgenoten recht heeft op inzage in alle bescheiden die deel uitmaken van de nalatenschap en die ter beoordeling van de omvang en samenstelling van de nalatenschap van belang kunnen zijn. Naar de rechtbank begrijpt baseert [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] haar vordering primair op de artikelen 3:166 jo. 6:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en subsidiair de artikelen 196 en 197 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).
[gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] voert verweer. Hij stelt dat hij voortvarend zijn medewerking heeft verleend door ondertekening van de machtiging, zodat er geen aanleiding is om hem te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan het opvragen van de bankafschriften, laat staan op verbeurte van een dwangsom. Daarnaast heeft [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] volgens [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] geen belang bij haar vordering, nu de bankrekeningafschriften over de periode van maart 2017 tot en met maart 2022 al aan [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] zijn verstrekt en er na het overlijden van de moeder van partijen (op 2 maart 2022) niet veel meer gebeurd kan zijn met de rekening. Het bewind over het vermogen van de ouders van partijen is immers beëindigd en de erfgenamen hebben nimmer over de bankrekening kunnen beschikken.
[gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] heeft niet op het incident tot afgifte gereageerd.
in het incident tot voeging
[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer C/03/342805 / HA ZA 25-270. Zij voert daartoe aan dat het in beide zaken om de afwikkeling van de nalatenschap van vader gaat en de omvang van de nalatenschap ter discussie staat, zodat het feitelijk om dezelfde feiten en geschilpunten gaat.
Zowel [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] als [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] heeft geen bezwaar tegen de verzochte voeging. 3. De beoordeling in de incidenten
in het incident tot inzage
[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] is als erfgenaam deelgenoot in de nalatenschappen van de beide ouders van partijen. De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat erfgenamen over en weer recht hebben op informatie over de omvang en samenstelling van de nalatenschap (artikel 3:166 lid 3 BW). Hieruit volgt dat op erfgenamen (onder meer) de verplichting rust medewerking te verlenen aan het verkrijgen van inzage of informatie door een mede-erfgenaam, voor zover die mede-erfgenaam die inzage of informatie nodig heeft voor het bepalen van zijn of haar erfrechtelijke aanspraken. De te verstrekken informatie moet zo ruim mogelijk worden uitgelegd. Het rechtmatig belang bij de vordering in deze zaak ten aanzien van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] is daarmee naar het oordeel van de rechtbank gegeven.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering jegens [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] toewijzen. De rechtbank acht de gevorderde medewerking onder dwangsom niet toewijsbaar, nu onvoldoende duidelijk is op welk moment [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] de gevorderde dwangsommen zal verbeuren. Daarom zal de rechtbank bepalen dat dit vonnis in de plaats komt van de vereiste medewerking van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] , zoals vermeld onder de beslissing.
Dit is anders voor de vorderingen tot medewerking ten aanzien van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] : naar de rechtbank uit de processtukken opmaakt hebben beiden vrijwillig – en binnen een redelijke termijn – voldaan aan het verzoek van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in beide incidenten] tot ondertekening van de volmacht. Gelet daarop ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank het belang bij de vordering jegens hen. Er zijn immers geen aanwijzingen dat [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] – mede gelet op hun verplichting daartoe, zoals hiervoor in rov. 3.1 overwogen – niet op eerste verzoek hun verdere medewerking aan het opvragen van de bankafschriften zullen verlenen. De rechtbank zal de vordering jegens [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] daarom afwijzen.
in het incident tot voeging
Uit artikel 222 lid 1 Rv volgt onder meer dat in geval voor dezelfde rechter tussen verschillende partijen verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan voeging kan worden gevorderd. In het onderhavige geval stemt het feitencomplex in beide zaken deels overeen. Beide zaken vertonen een dusdanige samenhang dat sprake is van verknochte zaken. Om het procesverloop in beide zaken beter op elkaar te kunnen afstemmen en gelet op het belang uiteenlopende beslissingen zoveel mogelijk te vermijden, zal de incidentele vordering worden toegewezen.
in beide incidenten
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
De rechtbank
in het incident tot inzage
bepaalt dat dit vonnis in incident in de plaats zal treden van de vereiste medewerking van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 3] (waaronder de door haar te verstrekken toestemming aan de bank) met betrekking tot het opvragen van bankafschriften bij de ABN-AMRO-bank van de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] ,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde,
in het incident tot voeging
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer C/03/342805 / HA ZA 25-270,
in beide incidenten
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
verstaat dat de zaak op de rol van heden staat voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in beide incidenten sub 1] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in beide incidenten sub 2] .
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E.C.M. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.