ECLI:NL:RBLIM:2025:12675

ECLI:NL:RBLIM:2025:12675, Rechtbank Limburg, 13-08-2025, C/03/338919 / HA ZA 25-70

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 13-08-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer C/03/338919 / HA ZA 25-70
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Vonnis in incident. Inzageverzoek op grond van artikel 195 Rv. Eiser heeft als gevolg van hevige wateroverlast in de maand juli 2021 schade ondervonden aan zijn pand. Nadat hij de schade gemeld heeft bij zijn verzekeraar is gebleken dat hij onderverzekerd is. Hij stelt dat hij daardoor zijn pand niet heeft kunnen herbouwen, maar heeft moeten besluiten tot verkoop. Voor de schade stelt hij zijn assurantietussenpersoon aansprakelijk, omdat hij van mening is dat de assurantietussenpersoon hem had moeten waarschuwen voor onderverzekering. Gedaagde, de assurantietussenpersoon, heeft vervolgens op grond van artikel 195 Rv een inzageverzoek gedaan. De rechtbank wijst dat verzoek deels af omdat eiser naar aanleiding van het inzageverzoek een deel van de gevraagde gegevens al in het geding heeft gebracht. Voor het overige wijst de rechtbank het verzoek toe.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/338919 / HA ZA 25-70

Vonnis in incident van 13 augustus 2025

in de zaak van

[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ,

wonend te [woonplaats] ,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

hierna te noemen: [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ,

advocaat mr. M.M. van den Boomen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] , h.o.d.n. [handelsnaam BV 1] , [handelsnaam BV 2] en/of [handelsnaam BV 3],

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ,

advocaat mr. M.J.G. Boender-Lamers.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties 1 t/m 19

de incidentele vordering ex artikel 194 e.v. Rv tevens houdend verzoek ex artikel 22 Rv

de incidentele conclusie van antwoord met producties 20 t/m 32.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] is een voormalige ondernemer die tot 2018 in het bedrijfspand gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats 2] (hierna: het pand) een onderneming heeft geëxploiteerd. Met ingang van 31 december 2018 is de onderneming opgeheven.

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] is een assurantietussenpersoon.

3. Het geschil

in de hoofdzaak

[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] vordert (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zal veroordelen om aan [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te voldoen:- € 292.441,20 aan schade, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;- € 3.237,21 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;- de proceskosten inclusief nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.2. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] stelt ter onderbouwing van deze vorderingen dat hij als gevolg van hevige wateroverlast in de maand juli 2021 schade ondervonden heeft aan zijn pand. Hij had via [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zijn opstal verzekerd bij Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (hierna: Nationale Nederlanden). Na de schademelding is vastgesteld dat [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] is onderverzekerd. Indien [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] conform de polisvoorwaarden van Nationale Nederlanden zou besluiten tot herstel van het pand, zou hij door de onderverzekering slechts 56,1 % van de herstelkosten van de verzekeraar vergoed krijgen. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] stelt dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] een onderverzekering heeft laten ontstaan en dat zij verzuimd heeft [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voor de gevolgen van de onderverzekering te waarschuwen. Volgens hem is [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen die zij als assurantietussenpersoon tegenover [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft. Hij is van mening dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zijn zorgplicht jegens hem heeft verwaarloosd.

in het incident

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] op grond van artikel 194 e.v. Rv zal veroordelen om uiterlijk binnen 3 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] afschrift te verstrekken van (i) de overeenkomst met de projectontwikkelaar en (ii) de aanverwante bescheiden, waarmee bedoeld wordt (a) correspondentie van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] met de projectontwikkelaar die betrekking heeft op de bewuste overeenkomst als bedoeld onder i en (b) de correspondentie die in verband hiermee vanuit [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] met Nationale Nederlanden heeft plaatsgevonden in het kader van de verzekeringsuitkering, c.q. indien [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] onverhoopt niet meer over de stukken zou beschikken, het [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] op grond van artikel 196 Rv toe te staan die stukken bij de projectontwikkelaar respectievelijk Nationale Nederlanden op te vragen;

II het gevorderde zal toewijzen op straffe van een onmiddellijk opeisbare, door [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] verschuldigde, dwangsom van € 1.000,00 voor iedere keer dat hij niet (volledig) voldoet aan de tegen hem uitgesproken veroordeling, in dier voege dat deze dwangsommen evenzoveel keer verschuldigd zullen zijn als aan de genoemde veroordeling niet (volledig) wordt voldaan en, cumulatief, per dag dat de betreffende niet voldoening voortduurt, daarbij ieder gedeelte van de dag als hele gerekend;

III ten laste van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] de voorziening zal treffen ex art. 22 Rv die de rechtbank in goede justitie gerade acht;

IV [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] zal veroordelen in de proceskosten en nakosten, die voldaan moeten worden binnen 14 dagen na de datum van het vonnis, en - voor het geval dat voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor de voldoening.

Ter onderbouwing van haar vordering op grond van artikel 194 Rv stelt [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] dat de vordering van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] in de hoofdzaak ziet op de beweerdelijk gemiste verzekeringsuitkering uit hoofde van de herbouwwaarde. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] acht zich niet aansprakelijk voor de gevorderde schade. Nationale Nederlanden heeft de schade afgewikkeld naar de verkoopwaarde. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] voert aan de gevorderde bescheiden nodig te hebben om de juistheid van de stellingen van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] over zijn besluit tot verkoop van het pand en het afzien van herbouw, die ten grondslag liggen aan zijn vorderingen, te kunnen beoordelen. In het kader van de door [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ingenomen stellingen kan het van belang zijn welke afspraken [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft gemaakt met een projectontwikkelaar over verkoop. In de dagvaarding wordt door [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] wel verwezen naar een overeenkomst met een projectontwikkelaar, maar deze overeenkomst wordt niet overgelegd. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] wenst daarom een afschrift te ontvangen van de overeenkomst met de projectontwikkelaar en aanverwante bescheiden, alsmede van correspondentie van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] met Nationale Nederlanden over zijn besluit om niet te herbouwen.

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt dat een partij verplicht is alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren en de bewijsstukken voorafgaand aan de procedure te delen. Nu [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] hieraan niet heeft voldaan, verzoekt [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] daarnaast dat de rechtbank [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] op grond van artikel 22 Rv zal opdragen deze bescheiden in het geding te brengen.

[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert verweer en brengt diverse stukken in het geding die zien op onder meer (intentie-/concept-)overeenkomsten met Swentibold Projectontwikkeling B.V. en het Waterschap Limburg. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] meent dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] onvoldoende concreet heeft gemotiveerd waarom de gevorderde bescheiden relevant zouden zijn voor de hoofdzaak. Het geschil in de hoofdzaak betreft immers de vraag of er sprake is van onderverzekering en of [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] aansprakelijkheid is als tussenpersoon. Voor de beantwoording van die vraag zijn de gevorderde bescheiden niet relevant. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] heeft niet toegelicht hoe de gevorderde documenten haar verweer ten goede kunnen komen. De gevorderde inzage dient geen proceseconomisch doel en vertraagt de procedure onnodig, nu het geschil volgens [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] efficiënt kan worden beslist aan de hand van de relevante stukken die reeds in het geding gebracht zijn. Met het inbrengen van die stukken is het belang van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] bij de vordering vervallen. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] betoogt verder dat het enkele feit dat een partij niet alle denkbare documenten overlegt, niet betekent dat zij tekortschiet in haar waarheidsverplichting. Artikel 21 verplicht tot het stellen van relevante feiten, niet tot het overleggen van alle mogelijke bescheiden, zodat de vordering op grond van artikel 22 Rv eveneens dient te worden afgewezen, aldus [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] .

4. De beoordeling in het incident

Op 1 januari 2025 is het nieuwe bewijsrecht in werking getreden. Op grond van het overgangsrecht is het nieuwe recht in deze zaak van toepassing omdat de procedure gestart is na 1 januari 2025.

In artikel 195 lid 1 Rv is bepaald dat de rechter op verzoek van de partij die daar op grond van artikel 194 lid 1 Rv recht op heeft, de wederpartij kan bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. Artikel 194, eerste lid, tweede volzin, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing verklaard.

Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage, afschrift of uittreksel van (a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft en d) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde gegevens beschikt. Degene die inzage, afschrift of uittreksel verzoekt, moet zijn belang daarbij duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen.

Niet in geschil is dat er tussen partijen sprake is van een rechtsbetrekking. Anders dan onder het tot 1 januari 2025 geldende artikel 843a BW (oud) is niet langer een rechtmatig belang vereist. Als een partij aannemelijk heeft gemaakt dat zij belang heeft bij het verkrijgen van inzage van bepaalde gegevens, moet inzage worden verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] belang bij inzage in de door haar verzochte gegevens, nu deze stukken meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de stelling van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] , die de grondslag vormt van zijn vordering, dat hij eigenlijk tot herbouw van het pand wilde overgaan, maar daarvan moest afzien door onderverzekering en hij daarom besloten heeft tot verkoop. De gevorderde gegevens zijn voldoende bepaald.

Gelet op de stukken, die [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] naar aanleiding van het inzageverzoek in het geding heeft gebracht, omtrent de (intentie-/concept) overeenkomst met projectontwikkelaar(s) en de daarmee aanverwante bescheiden, is de rechtbank van oordeel dat aan dit deel van vordering I is voldaan. Dat deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft niet betwist dat er correspondentie bestaat met Nationale Nederlanden in het kader van de door hem ontvangen verzekeringsuitkering en dat hij daar de beschikking over heeft. De rechtbank is van oordeel dat deze correspondentie dient te worden overgelegd, voor zover die ziet op het besluit van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] om het pand niet te herbouwen maar te verkopen. Mocht deze correspondentie toch niet (volledig) ter beschikking van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] staan, dan is deze door [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] gemakkelijk te verkrijgen via de verzekeraar. Dit deel van vordering I zal dus worden toegewezen. Aan hetgeen [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] subsidiair gevorderd heeft - zo begrijpt de rechtbank - onder I vanaf “c.q. (…) op te vragen” komt de rechtbank gelet op het voorgaande niet meer toe.

De rechtbank ziet aanleiding om de dwangsom te matigen zoals in het dictum is bepaald. De termijn om de stukken over te leggen zal worden bepaald op vier weken na betekening van het vonnis, voor het geval [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] correspondentie moet opvragen bij de verzekeraar.

Nu het inzageverzoek ex artikel 195 Rv (deels) zal worden toegewezen, ziet de rechtbank geen aanleiding om [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] (ook) te bevelen de gegevens op basis van artikel 22 Rv over te leggen.

[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

bepaalt dat [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan hem afschriften dient te verstrekken van de correspondentie die tussen [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en Nationale Nederlanden heeft plaatsgevonden in het kader van de verzekeringsuitkering, voor zover die correspondentie ziet op het besluit van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] om het pand niet te herbouwen maar te verkopen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00,

veroordeelt [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] tot op heden begroot op € 614,00,

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 september 2025 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?