ECLI:NL:RBLIM:2025:12691

ECLI:NL:RBLIM:2025:12691, Rechtbank Limburg, 27-08-2025, C/03/332384 / HA ZA 24-304

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 31-12-2025
Zaaknummer C/03/332384 / HA ZA 24-304
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vordering nakoming kosten herstel. Opdracht specificatie vordering d.m.v. Excel-bestand.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/332384 / HA ZA 24-304

Vonnis van 27 augustus 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. P.W.A.M. van Roy,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2],

te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

advocaat: mr. P.J.H.C. Glenz.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1-11- de conclusie van antwoord met producties 11-13- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- de mondelinge behandeling van 19 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

In de woning van [gedaagden] was waterschade ontstaan door een lekkende leiding van de vloerverwarming in de serre. De schade werd gedekt door een inboedel- en opstalverzekering.

Voor het herstel van de schade heeft de verzekeraar aangesloten bij een door [eiseres] opgestelde en door de expert overgenomen “open begroting”.

De verzekeraar heeft de schade aanvankelijk vastgesteld op € 100.000,--, waarvan € 25.500,-- aan vervangende woonruimte, opslag en opruiming en een bedrag van € 74.500,-- aan opstal.

[gedaagden] hebben aan [eiseres] opdracht gegeven herstelwerkzaamheden uit te voeren volgens de open begroting, echter met uitzondering van de daarin voor een bedrag van € 30.164,-- opgenomen stenen vloer. In plaats daarvan hebben [gedaagden] gekozen voor een houten vloer die voor een bedrag van € 9.118,-- is geleverd door Profifloor.

De verzekeraar heeft de kosten van de houten vloer rechtstreeks aan Profifloor vergoed en de vergoeding voor de opstalschade verminderd met het verschil tussen de kosten voor de stenen vloer en de houten vloer, zijnde een bedrag van € 21.046,--. De opstalschade is daarmee vastgesteld op € 53.454,-- (€ 74.500,-- minus € 21.046,--).

In aanvulling op het schadeherstel hebben [gedaagden] aan [eiseres] nog opdracht gegeven voor werkzaamheden aan onder andere de badkamer. De kosten hiervoor van in totaal € 13.934,95 heeft [eiseres] als meerwerk aan de open begroting toegevoegd.

Voor de verrichte werkzaamheden heeft [eiseres] een drietal facturen aan [gedaagden] verstuurd. Bij factuur van 3 oktober 2022 is een voorschot ter hoogte van € 46.500,-- in rekening gebracht. Bij factuur van 22 december 2022 is € 32.751,13 in rekening gebracht en bij factuur van 28 juli 2023 € 7.087,77.

De factuur van 22 december 2022 hebben [gedaagden] onbetaald gelaten.

3. Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 32.751,13, aan hoofdsom vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 8 november 2023 en een bedrag van € 1.102,51 aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.

[gedaagden] voeren verweer. [gedaagden] erkennen de verschuldigdheid van een bedrag van € 13.934,95 aan meerwerk. Zij hebben de factuur van 22 december 2022 onbetaald gelaten omdat [eiseres] ondanks verzoek geen helderheid en specificatie geeft van de in rekening gebrachte kosten. Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] de aan haar verstrekte opdracht tot herstel van de schade heeft uitgevoerd. Verder zijn partijen het erover eens dat [eiseres] meerwerk (dat valt buiten het bestek van herstel van schade) heeft verricht tot een bedrag van € 13.934,95.

In deze procedure hebben [gedaagden] geen klachten geuit over het uitgevoerde werk. Het geschil heeft uitsluitend betrekking op de hoogte van het in totaal nog door [gedaagden] aan [eiseres] verschuldigde bedrag. Het uitgevoerde werk moet dus worden betaald. Hetzelfde geldt voor het meerwerk. Alleen bij de herstelwerkzaamheden is het de vraag welk bedrag daarvoor in rekening mocht worden gebracht.

[eiseres] stelt dat zij de verschuldigdheid van het gefactureerde bedrag ter hoogte van € 32.751,13 heeft gebaseerd op de kosten die volgens de open begroting zijn gemaakt (inclusief meerwerk), verminderd met de al betaalde facturen.

[eiseres] heeft als productie 11 een afschrift overgelegd van de open begroting met daarop aangegeven welke werkzaamheden tegen welke prijzen zijn verricht. [gedaagden] hebben de verschuldigdheid van de gehele factuur betwist omdat de specificatie van de open begroting volgens hen onvoldoende is.

Vast staat dat [eiseres] het herstel zou uitvoeren conform de dekking die de verzekering bood. Dat is immers door [gedaagden] gesteld en door [eiseres] niet weersproken. De verzekering heeft een bedrag van € 53.454,-- uitgekeerd onder de opstalverzekering. De kosten voor de houten vloer ad € 9.118,--, die aan een derde zijn betaald, zijn daarin inbegrepen. De vraag is of de facturatie van [eiseres] daarmee in overeenstemming is.

Tijdens de zitting heeft [eiseres] een grotere afdruk van de open begroting getoond. Deze bleek van een latere datum (oktober 2022) dan de open begroting die als productie 11 bij dagvaarding was gevoerd. Bij vergelijking van beide afdrukken heeft de rechtbank geconstateerd dat de totaaltelling van de open begroting niet kan kloppen. Op de recentere afdruk was namelijk de post voor de houten vloer op € 0,00 gezet, maar het totaalbedrag was gelijk aan de eerdere afdruk (met daarop een bedrag van € 9.118,00 voor de houten vloer).

Omdat [eiseres] haar vordering grondt op en onderbouwt door verwijzing naar de open begroting, rust de stelplicht en bewijslast van de juistheid ervan bij [eiseres] . Die algemene onderbouwing is in evenzeer algemene termen betwist. De rechtbank zal [eiseres] daarom, mede gezien het door haar tijdens de zitting gedane aanbod, toelaten haar vordering als volgt nader te specificeren.

[eiseres] zal in de gelegenheid worden gesteld het totaal van de uitgevoerde verzekerde werkzaamheden en het meerwerk te specificeren in een excel bestand en dit per e-mail aan de rechtbank en de wederpartij te sturen, alsmede een afdruk van dat excel bestand bij akte als productie in het geding te brengen. Vervolgens zullen [gedaagden] in de gelegenheid worden gesteld daarop bij antwoordakte te reageren.Indien partijen geen andersluidend eenstemmig verzoek doen zal de rechtbank vervolgens vonnis wijzen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 24 september 2025 voor het nemen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder 4.7 en het toezenden van het excel bestand per e-mail, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.cb

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?