ECLI:NL:RBLIM:2025:12722

ECLI:NL:RBLIM:2025:12722, Rechtbank Limburg, 15-10-2025, C/03/330601 / HA ZA 24-230

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer C/03/330601 / HA ZA 24-230
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Vervolg op tussenvonnis van 26 februari 2025. Financiële afwikkeling voormalige samenleving partijen. Kort voordat partijen uit elkaar zijn gegaan heeft de man van de gezamenlijke rekening van partijen geld overgemaakt naar zijn privérekening. De rechtbank oordeelt in dit tussenvonnis dat het bedrag dat de man aan zichzelf heeft overgemaakt minder betrof dan de helft van het geld waartoe hij in beginsel gerechtigd was. De rechtbank zal daarom de vordering van de vrouw dat de man de helft van het overgemaakte geld aan haar moest terugbetalen, afwijzen. Verder benoemt de rechtbank een deskundige om de waarde van het agrarisch onroerend goed van partijen te waarderen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/330601 / HA ZA 24-230

Vonnis van 15 oktober 2025

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

advocaat: mr. T.A.A.J.M. Weierink,

tegen

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

advocaat: mr. E.A.M. Ramakers.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 februari 2025 (hierna: het tussenvonnis)- de akte inbreng nadere financiële stukken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]- de akte van antwoord van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]

- de brief van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van 9 mei 2025

- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 14 mei 2025 met bijlage

- de reactie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van 15 mei 2025

- het B16-formulier van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van 20 mei 2025

- het B16-formulier van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van 27 mei 2025

- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 2 juni 2025 met bijlage

- de brief van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van 5 juni 2025

- het B16-formulier van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van 9 juni 2025

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In conventie en in reconventie

Het banksaldo

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft in deze procedure gesteld dat hij in de periode 28 maart 2022 tot 31 juli 2024 vanaf de gezamenlijke bankrekening van partijen € 39.500,- heeft overgemaakt aan de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , omdat partijen hem op zijn verzoek geholpen hebben toen zijn onderneming financieel in zwaar weer verkeerde, door uitkering van zijn erfrechtelijke aanspraak op zijn moeder voortvloeiend uit het overlijden van zijn vader.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat in ieder geval voor een bedrag van € 16.500,- gebleken is dat er betalingen hebben plaatsgevonden vanaf de gezamenlijke rekening van partijen aan de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vanwege die erfrechtelijke aanspraak. De rechtbank heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] opgedragen om bij akte de bankafschriften in het geding te brengen waaruit de (overige) door hem gestelde overboekingen vanaf de gezamenlijke rekening van partijen aan de privérekening en de zakelijke rekening van de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] blijken.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft in zijn akte na het tussenvonnis toegelicht dat vanaf de gezamenlijk rekening van partijen (zakenrekening van de [naam VOF] ) bedragen zijn overgemaakt naar zijn privérekening en dat vanaf die rekening bedragen zijn overgeboekt naar de zakelijke rekening van de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Naast het bedrag van € 16.500,- dat de rechtbank al had vastgesteld in het tussenvonnis, is in totaal € 23.000,- overgemaakt aan haar zoon in de periode 23 januari 2023 tot en met 31 juli 2023. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft daarbij verwezen naar bankafschriften die betrekking hebben op die periode. De rechtbank begrijpt dat waar [eiser in conventie, verweerder in reconventie] eerder in deze procedure sprak over de periode 28 maart 2022 tot 31 juli 2024, er kennelijk sprake is geweest van een verschrijving, nu hij in de akte na het tussenvonnis melding maakt van betalingen in de periode 28 maart 2022 tot 31 juli 2023.

Bij antwoord-akte heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] erkend dat uit de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] overgelegde bankafschriften blijkt dat vanaf de zakelijke rekening van partijen in de periode 28 maart 2022 tot 31 juli 2023 in totaal € 23.000,- is overgemaakt naar de rekening van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en dat vanaf die rekening vervolgens in totaal € 23.000,- is overgemaakt naar de rekening van haar zoon. Zij herhaalt haar standpunt dat zij van de betalingen niets wist. Verder betoogt zij dat er geen bewijs geleverd is door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat de betalingen betrekking hadden op het erfdeel van haar zoon.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis al geoordeeld over het standpunt van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat zij niets wist van de betalingen. De rechtbank ziet geen aanleiding om op dat oordeel terug te komen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft aannemelijk gemaakt dat de betalingen van in totaal € 23.000,- net als de betalingen van € 16.500,- gedaan zijn vanwege de erfrechtelijke aanspraak van de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Bij alle overboekingen aan de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] staat immers vermeld “voorschot op tegoed”. De rechtbank begrijpt dat daarmee bedoeld is dat aan haar zoon steeds een voorschot op zijn erfdeel is uitgekeerd. Een andere lezing hoe voornoemde omschrijving begrepen moet worden, is niet gegeven door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de gezamenlijke rekening van partijen € 39.500,- is onttrokken door overboeking aan de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als voorschot op zijn erfdeel in de nalatenschap van zijn vader. In het tussenvonnis is al geoordeeld dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op deze wijze heeft bijgedragen aan de voldoening van een vordering die hem niet aangaat. De afwikkeling van het erfdeel speelt immers in de rechtsrelatie tussen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en haar zoon. Als er niet € 39.500,- vanaf de gezamenlijke rekening zou zijn overgemaakt naar de zoon van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dan zou het totale saldo van die rekening € 31.000,- + € 39.500,- = € 70.500,- geweest zijn. Ieder van partijen is dus in beginsel gerechtigd tot het helft van dat bedrag, dus tot € 35.250,-.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft zonder [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daarin te kennen op 31 juli 2023 vanaf de gezamenlijke rekening € 31.000,- aan zichzelf overgemaakt. Dit is gebeurd kort voordat partijen uit elkaar gegaan zijn. Wat ook zij van de gang van zaken, het bedrag dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan zichzelf heeft overgemaakt, is lager dan het bedrag waartoe hij gerechtigd was (€ 35.250,-). De rechtbank wijst daarom vordering VI in reconventie, die ertoe strekt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de helft van € 31.000,- aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] moet vergoeden, af.

De woning

In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de woning aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] toegedeeld zal worden onder de voorwaarden dat binnen drie maanden na het eindvonnis (1) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ontslagen is uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening en (2) [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de helft van de overwaarde aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voldoet. In verband daarmee moet de waarde van de woning vastgesteld worden. De rechtbank heeft aangekondigd dat Arvalis als taxateur benaderd zal worden en partijen op de hoogte van de offerte van Arvalis mogen reageren.

Arvalis heeft de rechtbank laten weten af te zien van de opdracht. De rechtbank heeft partijen hierover geïnformeerd. Partijen hebben de rechtbank daarna verzocht zelf een deskundige voor te dragen. Een aantal aangezochte deskundigen heeft de rechtbank bericht niet benoemd te willen worden, omdat de woning niet gelegen is in hun werkgebied. Vervolgens heeft de rechtbank een deskundige benaderd die op goedkeuring kon rekening van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] maar waartegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zich verzet heeft, omdat zij de kosten te hoog vond. De rechtbank heeft daarop de heer S. Roebroek van GrondenGoed.nl, Makelaardij in agrarisch vastgoed, Woning- en bedrijfsmakelaardij te Geleen (hierna: Roebroek), benaderd. Deze deskundige heeft verklaard bereid en in staat te zijn een benoeming als deskundige te aanvaarden. Hij heeft gemeld bij zijn werkzaamheden gebruik te maken van de kennis en kunde van Frans Merkens van Van den Berk & Kerkhof Makelaars, Taxateurs en Adviseurs te Aarle-Rixtel (hierna: Merkens). [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft laten weten dat hij kan instemmen met benoeming van deze deskundige en de hoogte van de offerte. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft zich verzet tegen benoeming van een taxateur. Zij is van mening dat de rechtbank kan volstaan met het rapport van [naam] waarnaar zij in deze procedure verwezen heeft. Een samenwerking van twee taxateurs is volgens haar niet nodig. Ook stelt zij dat Merkens een indirect contact is van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en zijn advocaat. Verder vindt zij de offerte te hoog. Met verkoop van de woning gaat zij niet akkoord.

De rechtbank gaat voorbij aan de bezwaren van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . De rechtbank motiveert dit oordeel als volgt.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank al geoordeeld dat een taxateur benoemd moet worden ter bepaling van de waarde van de woning en dat [naam] niet als deskundige benoemd kan worden, omdat hij al in haar opdracht een taxatierapport heeft uitgebracht, waardoor hij niet meer als onafhankelijk kan worden aangemerkt. De rechtbank ziet geen aanleiding om op dit oordeel terug te komen en zal daarom voor de bepaling van de waarde van de woning niet volstaan met het rapport van de partijdeskundige van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] laat na te concretiseren wat zij bedoelt met haar opmerking dat Merkens een indirect contact is van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en zijn advocaat. De rechtbank kan om die reden niet vaststellen dat Merkens mogelijk partijdig is. De rechtbank zal Roebroek, tegen wiens persoon geen bezwaren geformuleerd zijn, daarom als deskundige benoemen en hij zal zich mogen laten bijstaan door Merkens. Dat Roebroek gebruik maakt van de kennis van een derde bij het opstellen van het deskundigenbericht, betekent niet dat onnodig hogere kosten gemaakt worden. Niet uit het oog verloren mag worden dat partijen zelf aandacht gevraagd hebben voor het feit dat niet gewoon een woning getaxeerd moet worden, maar dat er sprake is van agrarisch vastgoed hetgeen een bijzondere expertise vereist.

De rechtbank heeft navraag gedaan naar het courtagepercentage van Roebroek in geval van verkoop van de woning en heeft partijen daarop laten reageren. De rechtbank heeft dit gedaan, omdat als later zou blijken dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet in staat is om te voldoen aan de voorwaarden waaronder de woning aan haar wordt toegedeeld, de woning verkocht zal moeten worden. In het kader van vordering III onder a in conventie is dan van belang dat partijen vooraf weten wat de courtage is die gerekend zal worden.

Aan de deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

Wat betreft de begroting van de kosten van de deskundige wijst de rechtbank erop dat de offerte van Roebroek lager is dan de offerte van de andere deskundige waartegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bezwaar had. De rechtbank begrijpt dat in de offerte van Roebroek de kosten van Merkens begrepen zijn. De rechtbank acht de kostenbegroting redelijk. De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 3.840,00 exclusief btw, ofwel € 4.646,40 inclusief btw. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op € 4.646,40 inclusief btw. In het tussenvonnis is al aangekondigd dat ieder van partijen de helft van het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen, waarbij geldt dat het deel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voorlopig in debet wordt gesteld omdat zij procedeert op basis van een toevoeging (artikel 195 Rv).

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

Op welke vrije verkoopwaarde, vrij van huur en/of gebruiksrechten ter zake, naar het moment van taxeren, taxeert u het woonhuis met diverse opstallen, binnenplaats, ondergrond, tuin, weiland en verdere aanhorigheden aan de [adres] te [woonplaats] , kadastraal bekend [kadasternummer] , groot één hectare, eenendertig aren en twintig centiaren?

Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?

benoemt tot deskundige:

De heer S. Roebroek van Grond en Goed Makelaardij,

correspondentieadres: Postbus 170, 6430 AD Hoensbroek,

bezoekadres: Hofdwarsweg 49, 6161 DE Geleen,

telefoon: 045-5213468 en 06-20325096

e-mailadres:roebroek@grondengoed.nl,

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 4.646,40 inclusief btw,

bepaalt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de helft van het voorschot (€ 2.323,20 inclusief btw) moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

bepaalt dat aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen voorschot (van € 2.323,20 inclusief btw) wordt opgelegd omdat zij procedeert op basis van een toevoeging,

het onderzoek

bepaalt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundige erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

draagt de griffier op om de zaak op de rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van vier weken,

houdt iedere verdere beslissing aan,

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.

me

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?