RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht
Samenvatting
Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/241
en
(gemachtigden: P.H.J.M Calmar en N. Emra).
1. Deze uitspraak gaat over de herziening van een toegekende maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), waarbij het aantal toegekende minuten voor huishoudelijke hulp als gevolg van een beleidswijziging is verlaagd. Eiseres is het daar niet mee eens, omdat zij deze verlaging niet passend vindt bij haar situatie.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het college voldoende heeft onderzocht en gemotiveerd dat eiseres met het lagere aantal minuten passend wordt gecompenseerd in haar beperkingen om zelfstandig haar huishouden te voeren. Daarmee is het beroep ongegrond en krijgt eiseres dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 17 december 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de verlaging van het aantal minuten voor huishoudelijke hulp gebleven. Wel is er een correctie doorgevoerd bij de vaststelling van het aantal benodigde minuten naar aanleiding van het bezwaar van eiseres. Haar bezwaar is dan ook deels gegrond verklaard en de indicatie is vervolgens in het besluit op bezwaar vastgesteld op 160 minuten in plaats van 145 minuten. Ook de ingangsdatum van de verlaging is gewijzigd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, maar daarin uitsluitend verwezen naar de overwegingen in het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft een melding gemaakt in verband met door haar gewenste vervoersondersteuning. Gelijktijdig met het onderzoek naar deze melding heeft een herbeoordeling van het (eerder) toegekende aantal minuten voor huishoudelijke hulp plaats gevonden. Dit vanwege een beleidswijziging. Naar aanleiding van het huisbezoek is geconcludeerd dat eiseres gebaat zou zijn bij een vervoersvoorziening en het voortzetten van hulp bij het huishouden, maar dat laatste met toepassing van het nieuwe normenkader. Het college heeft de aanvraag tot vervoersondersteuning met het besluit van 31 oktober 2024 toegewezen en in datzelfde besluit het aantal minuten voor huishoudelijke hulp verlaagd van 235 minuten naar 145 minuten. Eiseres heeft enkel tegen de verlaging van het aantal minuten voor huishoudelijke hulp bezwaar gemaakt, omdat zij dit aantal minuten niet passend vindt bij haar situatie.
4. In bezwaar heeft er een heroverweging aan de hand van het nieuwe normenkader plaatsgevonden. Daarbij is geconcludeerd dat in het primaire besluit ten onrechte 15 minuten per week in mindering waren gebracht op de basissituatie, waarvan in het normenkader wordt uit gegaan. Dit was gedaan omdat eiseres in staat werd geacht om zelf nog enkele taken uit te voeren om haar huis schoon en leefbaar te houden, maar in bezwaar is hiervan niet gebleken. De indicatie is daarom in de beslissing op bezwaar bijgesteld door deze met 15 minuten te verhogen naar 160 minuten. De ingangsdatum van de verlaging is gewijzigd naar 4 februari 2025.
Toetsingskader
5. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
Beroepsgrond
Heeft het college het aantal minuten huishoudelijke hulp terecht vastgesteld op 160 minuten per week?
6. Eiseres begrijpt niet dat het aantal minuten voor huishoudelijke hulp is verlaagd, , terwijl haar medische situatie juist is verslechterd. Verder voert zij aan dat de werkdruk voor de hulp hoog is om het werk binnen 160 minuten uit te voeren.
7. Het college wijst er op dat het een heronderzoek heeft uitgevoerd vanwege een beleidswijziging. Deze beleidswijziging is ingegeven door de wens om de maatwerkvoorziening voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar te houden. Het college hanteert sinds de beleidswijziging het HHM-normenkader om te bepalen hoeveel minuten aan huishoudelijke hulp nodig is. Op basis van dit normenkader heeft het college bij het bestreden besluit 160 minuten aan eiseres toegekend met een overgangstermijn van drie maanden. Het college is daarbij uitgegaan van de basissituatie waarin alle activiteiten volledig worden overgenomen. Hiervoor zijn, conform het HHM-normenkader, 125 minuten per week begroot. Het college heeft in de situatie van eiseres geen redenen gezien om van dit aantal minuten af te wijken. Wel acht het college factoren in de woonsituatie aanwezig die moeten leiden tot een hogere indicatie. Daarom is 15 minuten extra tijd (3 x 5 minuten) gerekend voor de drie kamers in de woning die niet in gebruik zijn als slaapkamer.
Verder zijn 20 minuten aan eiseres toegekend voor gedeeltelijke overname van de wasverzorging. Dat aantal minuten is gebaseerd op het CIZ-protocol, omdat het HHM-normenkader op het moment van het bestreden besluit nog niet was geaccordeerd voor het bepalen van de omvang van de wasverzorging. Hierbij is door het college meegewogen wat eiseres naar eigen zeggen zelf nog aan de wasverzorging kan doen. Binnen de aldus berekende 160 minuten worden dezelfde huishoudelijke taken als voorheen overgenomen, met als resultaat een ‘schoon en leefbaar huis’ voor eiseres. De verlaging van het aantal uren is dan ook volledig te wijten aan de toepassing van het HHM-normenkader.
8. De rechtbank stelt voorop dat het college een maatwerkvoorziening van tijd tot tijd moet heroverwegen en eventueel tot herziening kan besluiten. De bevoegdheid tot herziening bestaat ook wanneer er sprake is van gewijzigd beleid als gevolg waarvan andere normtijden gehanteerd worden. Om te kunnen beoordelen of het aantal minuten conform het nieuwe normenkader kan worden verlaagd, moet het college een heronderzoek uit te voeren. Uit het heronderzoek moet dan blijken dat er met toepassing van die nieuwe normtijden nog steeds sprake is van een passende maatwerkvoorziening. Alleen dan is immers de conclusie gerechtvaardigd dat eiseres niet langer op het aantal minuten hulp is aangewezen dat eerder aan haar was toegekend en ontstaat de bevoegdheid om dit aantal minuten te verlagen.
De rechtbank stelt vast dat het college vanwege een beleidswijziging een heronderzoek naar de huishoudelijke hulp heeft uitgevoerd. Dit heronderzoek liep parallel aan het onderzoek naar de gewenste vervoersondersteuning en bestond uit een huisbezoek. Tijdens dit huisbezoek is met eiseres gesproken over de actuele beperkingen die zij ervaart en is haar woonsituatie bekeken. De bevindingen staan in het ondersteuningsplan, waarop het bestreden besluit is gebaseerd.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het onderzoek van het college dat met de indicatie van 160 minuten huishoudelijke hulp per week, conform de nieuwe normtijden, nog steeds sprake is van een passende maatwerkvoorziening voor eiseres. Het college is namelijk uitgegaan van de normtijden uit het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019. De normtijden zijn gebaseerd op het door bureau HHM opgestelde normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 en op het CIZ-protocol. Het is vaste rechtspraak dat het college zich op deze kaders mag baseren. Net als voorheen worden alle lichte en zware huishoudelijke taken alsmede een deel van de wasverzorging van eiseres overgenomen. Anders dan eiseres wellicht meent heeft het college geen minuten in mindering gebracht in verband met taken die door de kinderen van eiseres zouden (kunnen) worden uitgevoerd. Ook is het college niet voorbij gegaan aan
de omstandigheid dat de gezondheid van eiseres achteruit is gegaan. Het college heeft daaraan alleen terecht niet de conclusie verbonden dat eiseres daardoor extra ondersteuning in het huishouden nodig heeft. Alle lichte en zware huishoudelijke taken worden immers al overgenomen en dat eiseres een deel van de wasverzorging nog steeds zelf kan doen heeft zij – ook ter zitting – bevestigd.
Tijdens de zitting heeft eiseres bovendien bevestigd dat er met de huidige indicatie daadwerkelijk sprake is van een schoon en leefbaar huis, maar dat de indicatie zorgt voor een hoge werkdruk bij de hulp. De werkdruk voor de hulp is echter geen factor van belang bij het bepalen van de omvang van de indicatie. Het criterium is een schoon en leefbaar huis en dat wordt bereikt met het aantal toegekende minuten.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit om het aantal uren voor huishoudelijke hulp te verlagen naar 160 minuten per week in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak mede te ondertekenen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.E.J. Maas, rechter,
in aanwezigheid van K. Timmermans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 22 december 2025
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:2:
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 2.3.2, vierde lid:
Het college onderzoekt:
a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
b. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
c. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
[…]
Artikel 2.3.5, derde lid:
Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Artikel 2.3.9
1. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 te heroverwegen.
2. Artikel 2.3.2, tweede tot en met zesde lid, en artikel 2.3.5, zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.3.10
1. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat:
b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen,
2. Het college bepaalt in de beslissing, bedoeld in het eerste lid, het tijdstip waarop de beslissing in werking treedt.
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2020
Artikel 5
1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
2. De cliënt verschaft het college, voor of tijdens het gesprek, alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
Artikel 6
1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie of cliëntondersteuner, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
a.de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling van de cliënt en het probleem of de hulpvraag;
b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
c.de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
d.de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
[…]
h. de noodzaak om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
2. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten, de vervolgprocedure en de wijze waarop de verwerking van de over te leggen persoonsgegevens plaatsvindt.
[…]
Artikel 11
1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
2. De volgende soorten maatwerkvoorzieningen kunnen worden onderscheiden:
a. Hulp bij het huishouden
[…]
c.
Lokale vervoersvoorzieningen
[…]
3. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of
[…]
Artikel 21
[…]
3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
b.
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen;
Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019
Artikel 6
1. Bij de verstrekking van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden stelt het college de omvang hiervan vast in uren en minuten per week.
2. Bij het bepalen van de omvang hanteert het college de Richtlijn indicatiestelling hulp bij het huishouden maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht zoals opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit.
Artikel 8
1. De maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden kan, wanneer verondersteld wordt dat de cliënt in staat is tot zelfregie over de planning van activiteiten, bestaan uit de volgende activiteiten:
a. Huishoudelijke werkzaamheden die samenhangen met beperkingen op het vlak van schoonmaken van woonruimte, slaapruimte, sanitair, keuken (dagelijks of wekelijks onderhoud);
b. Verzorgen van textiel (wassen, strijken);
Bijlage 3: Richtlijn indicatiestelling Hulp bij het huishouden.