RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11685021 \ CV EXPL 25-2110
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
AMF ASBESTSANERING B.V.,
te Barneveld,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: AMF,
gemachtigde: mr. E. Koekoek,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
gemachtigde: Stichting VvAA Rechtsbijstand.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 24 april 2025 met producties 1 tot en met 8;- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in voorwaardelijke reconventie met producties 1 tot en met 14;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de akte wijziging van eis van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ; - de mondelinge behandeling van 16 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waarbij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aantekeningen ten behoeve van de mondelinge behandeling heeft voorgedragen en overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Na op 14 maart 2024 te zijn benaderd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , heeft AMF op 15 maart 2024 een offerte opgesteld ten bedrage van € 9.180,00 exclusief btw voor asbestsanering aan het dak van de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . In deze offerte staat – voor zover relevant voor dit geschil – het volgende:
“Uitgangspunten van deze offerte:
(…)
Er van uitgaande dat er een lege, goedgekeurde en deugdelijke steiger om het gebouw staat en een bouwkraan, en dat de dakpannen voor aanvang van de sanering van het dak verwijderd zijn
(…)”.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aan een ander bedrijf (hierna: de dakdekker) opdracht gegeven om een steiger te plaatsen. AMF heeft met de dakdekker gecorrespondeerd over de steiger.
AMF heeft de werkzaamheden ingepland op 14, 15 en 16 augustus 2024. Op 14 augustus 2024 heeft AMF aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangegeven dat zij niet veilig aan de werkzaamheden kon beginnen omdat sprake was van een onveilige steiger. Daarnaast waren nog niet alle dakpannen verwijderd.
Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over op welke manier AMF het werk zou gaan uitvoeren: met een volledige en deugdelijk aangebrachte steiger of met een verreiker.
Bij e-mail van 20 augustus 2024 heeft AMF [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bericht dat de inzet van de verreiker € 2.600,00 exclusief btw kost en dat zij de werkzaamheden heeft ingepland op 4, 5 en 6 september 2024.
Op 22 augustus 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] telefonisch contact opgenomen met AMF.
In verband met de stagnatie van de asbestsanering heeft AMF op 28 augustus 2024 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een factuur gestuurd ten bedrage van € 3.611,85 inclusief btw.
Bij e-mail van 31 augustus 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] AMF bericht dat hij de factuur niet zal betalen. Daarna hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd.
Bij brief van 24 september 2024 heeft AMF [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesommeerd om een bedrag van € 10.179,49 inclusief btw te betalen. De eerdere factuur is daarbij gecrediteerd.
Partijen hebben hierna opnieuw met elkaar gecorrespondeerd en dat heeft niet geleid tot een oplossing voor het geschil.
Een ander bedrijf dan AMF heeft de asbestsanering uitgevoerd.
3. Het geschil
in conventie
AMF vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal veroordelen tot betaling aan AMF van:
I. € 10.179,49, te vermeerderen met de wettelijke rente;
II. € 1.060,92 aan buitengerechtelijke kosten;
III. de proceskosten.
AMF legt aan haar vordering de stelling ten grondslag dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de volledige prijs voor het werk aan AMF is verschuldigd, behoudens eventuele besparingen, omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de overeenkomst heeft opgezegd.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vordering van AMF. Voor zover de vordering van AMF wordt toegewezen en de voorwaardelijke reconventionele vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden afgewezen, verzoekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de kantonrechter het schadebedrag zal vaststellen op nihil ofwel een goede in justitie te bepalen bedrag.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
Na wijziging van eis vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover uitvoerbaar bij voorraad:
in voorwaardelijke reconventie
primair: voor recht zal verklaren dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden;
subsidiair: de tot stand gekomen overeenkomst zal vernietigen wegens dwaling;
meer subsidiair: de overeenkomst zal worden vernietigd wegens schending van de precontractuele informatieverplichtingen door AMF.
in conventie (en in voorwaardelijke reconventie)
indien de vordering in conventie wordt toegewezen en de vorderingen in voorwaardelijke reconventie worden afgewezen, het schadebedrag op nihil zal stellen of in goede justitie matigen wegens eigen schuld;
Of
indien de vordering in conventie wordt toegewezen en de vorderingen in voorwaardelijke reconventie worden afgewezen, het schadebedrag op nihil zal stellen of in goede justitie wordt vastgesteld naar redelijkheid gelet op alle omstandigheden;
En
AMF zal worden veroordeeld in de proceskosten.
AMF voert verweer. AMF concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat in conventie alleen de door AMF gevorderde betaling van de overeengekomen prijs minus besparingen grotendeels moet worden toegewezen en dat in (voorwaardelijke) reconventie de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zullen worden afgewezen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal zowel in conventie als in reconventie worden veroordeeld in de proceskosten. Daartoe wordt als volgt overwogen.
in conventie
Ambtshalve toetsing precontractuele informatieverplichtingen
De vordering van AMF is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De rechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
De kantonrechter constateert dat er geen sprake is van een overeenkomst op afstand als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onderdeel e BW. AMF maakt immers geen gebruik van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand. Van een overeenkomst die is gesloten buiten de verkoopruimte in de zin van artikel 6:230g lid 1 onderdeel f BW is evenmin sprake. De daar genoemde omstandigheden om een overeenkomst als een overeenkomst op afstand te kunnen kwalificeren doen zich niet voor.
In dit geval zijn daarom de informatieplichten van toepassing die zijn opgenomen in artikel 6:230l BW. De kantonrechter constateert dat AMF in strijd met artikel 6:230l aanhef en onderdeel d BW in de offerte die heeft geleid tot de overeenkomst geen melding heeft gemaakt van de wijze van betaling. Die schending is echter niet zodanig ernstig dat hierop een sanctie moet volgen. Voor het overige constateert de kantonrechter geen schending van de informatieplichten door AMF.
Betaling van de overeengekomen prijs minus besparingen
AMF legt aan haar vordering de stelling ten grondslag dat partijen een overeenkomst van opdracht sloten en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op grond van art. 7:764 lid 2 BW de volledige prijs voor het werk aan AMF is verschuldigd, behoudens eventuele besparingen, omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de overeenkomst heeft opgezegd.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen, althans niet ten aanzien van alle door AMF aangevoerde punten. Dit verweer slaagt niet. Een overeenkomst komt namelijk tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (artikel 6:217 lid 1 BW) en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de offerte van AMF (mondeling) heeft geaccepteerd. Gelet hierop behoeft hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht over dit onderwerp geen beoordeling meer.
Partijen verschillen van mening over de inhoud van de overeenkomst – die overigens een aannemingsovereenkomst is – meer concreet tot wiens verantwoordelijkheid het behoort dat de steiger en het dak niet gereed waren op de dag dat AMF zou beginnen met haar werkzaamheden. Dat de steiger en het dak niet gereed waren, is komen vast te staan aangezien AMF stelt dat er op dat moment nog dakpannen op het dak lagen en dat er niet overal op de steiger kantplanken aanwezig waren en dit ook blijkt uit de stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . De kantonrechter is van oordeel dat het niet gereed zijn van de steiger en het dak behoort tot de verantwoordelijkheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . In de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geaccepteerde offerte heeft AMF namelijk als uitgangspunt benoemd “Er van uitgaande dat er een lege, goedgekeurde en deugdelijke steiger om het gebouw staat en een bouwkraan, en dat de dakpannen voor aanvang van de sanering van het dak verwijderd zijn.”. Daarnaast acht de kantonrechter het van belang dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij het aan de dakdekker heeft overgelaten om met AMF te bespreken aan welke eisen de steiger moet voldoen. Hij heeft aldus de verantwoordelijkheid voor de aanwezigheid van een deugdelijke steiger (alsook de verwijdering van alle dakpannen) aan de dakdekker overgelaten. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat AMF de dakdekker heeft verzocht om toevoeging van kantplanken. De dakdekker heeft dat niet (op tijd) gedaan, net zomin als dat hij alle dakpannen had verwijderd. Omdat het niet gereed zijn van de steiger en het dak tot de verantwoordelijkheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] behoort, kan er met betrekking tot die zaken geen sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door AMF.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich tevens op het standpunt dat hij de overeenkomst niet heeft opgezegd. Ook dit verweer slaagt niet. Opzegging vindt namelijk plaats door een tot de wederpartij gerichte verklaring die ertoe strekt de overeenkomst te beëindigen. Of sprake is van opzegging moet worden bepaald aan de hand van gedragingen en verklaringen van opdrachtgever, uit te leggen met toepassing van de wilsvertrouwensleer van artikelen 3:33 en 3:35 BW. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verklaard dat hij AMF heeft opgebeld en heeft gezegd niet akkoord te zijn met de extra kosten en het voorstel om een verreiker te gebruiken en dat hij het op een andere manier ging oplossen. De kantonrechter vat dit op als een opzegging van de overeenkomst, vooral omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een andere partij heeft ingeschakeld om de asbest te saneren en omdat een eventuele ontbinding ongegrond zou zijn omdat er gelet op het overwogene in rov. 4.7 geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van AMF. De verklaring van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kan niet worden gezien als een enkele niet-aanvaarding van het aanbod van AMF om terug te komen met een verreiker omdat er reeds sprake was van een overeenkomst tussen partijen. De kantonrechter verwijst naar rov. 4.6.
In geval van opzegging door de opdrachtgever overeenkomstig artikel 7:764 lid 1 BW, heeft de opdrachtnemer recht op betaling door de opdrachtgever van de voor het gehele werk geldende prijs, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien (artikel 7:764 lid 2 BW).
Vast is komen te staan dat de voor het gehele werk geldende prijs € 11.107,80 inclusief btw bedraagt aangezien AMF dat heeft gesteld en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat niet heeft betwist. De prijs blijkt ook uit de offerte, waarin als totaalprijs het bedrag van € 9.180,00 exclusief btw is vermeld. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de gestelde prijs. Partijen verschillen van mening over de omvang van de besparingen. AMF brengt naar voren dat zij de vrijgavekosten van € 266,20 en de stortkosten van € 662,11 niet heeft gemaakt en op het hiervoor genoemde bedrag in mindering heeft gebracht. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat AMF ander werk had kunnen verrichten met behulp van de als gevolg van de opzegging vrijgekomen arbeidsuren en dat zij heeft bespaard op sloopkosten, afvoerkosten en reiskosten. Bovendien heeft AMF eigen schuld aan het ontstaan van de kosten nu zij – zo begrijpt de kantonrechter – niet aan haar waarschuwingsplicht heeft voldaan volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met afvoerkosten hetzelfde bedoelt als dat AMF bedoelt met stortkosten, nu beide posten zien op het wegbrengen van de asbest. De stort- dan wel afvoerkosten zijn door AMF reeds in mindering gebracht op het door haar gevorderde bedrag en behoeven daarom geen beoordeling meer.
Ten aanzien van het standpunt dat AMF ander werk had kunnen verrichten in de vrijgekomen arbeidsuren overweegt de kantonrechter dat vast is komen te staan dat het voor AMF niet mogelijk was om een ander project ‘naar voren te halen’ en dat dit dan ook niet kan worden gekwalificeerd als een besparing. AMF heeft namelijk tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat om te kunnen en mogen saneren, het werk 48 uur van tevoren moet worden gemeld bij een instantie. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft deze stellingen niet weersproken op grond waarvan de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Hieruit volgt dat op de dag dat AMF tot de conclusie kwam dat het werk niet veilig kon worden uitgevoerd, de meldtermijn voor het uitvoeren van een eventueel ander project tijdens de ingeplande dagen reeds (grotendeels) was verstreken.
Wat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bedoelt met “sloopkosten” is de kantonrechter niet geheel duidelijk. De kantonrechter gaat ervan uit dat het gaat om de tijd die is gemoeid met het slopen van het asbesthoudende deel van het dak. Deze kan niet worden gekwalificeerd als een besparing. AMF kon in de vrijgekomen arbeidsuren immers geen ander werk verrichten. De kantonrechter verwijst naar rov. 4.10.2.
De reiskosten kunnen wel worden gekwalificeerd als een besparing omdat AMF op de tweede en derde dag niet heeft hoeven af te reizen naar de plek waar het werk zou moeten worden uitgevoerd. Nu partijen geen stellingen hebben ingenomen over de hoogte van de reiskosten zal de kantonrechter deze kosten schatten. De afstand van Barneveld naar [woonplaats] bedraagt ongeveer 200 kilometer. Heen en terug op twee dagen betekent in totaal 800 kilometer. De kantonrechter gaat ervan uit dat de medewerkers van AMF zich verplaatsen in een bedrijfsbus. De kantonrechter vindt € 0,75 per kilometer een acceptabele prijs, zodat het totaal van de reiskosten wordt vastgesteld op € 600,00, zijnde € 726,00 inclusief btw.
Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat AMF eigen schuld heeft aan het ontstaan van de kosten kan niet ertoe leiden dat hij een lager bedrag aan AMF hoeft te betalen. Het niet gereed zijn van de steiger en het dak behoorde immers niet tot de verantwoordelijkheid van AMF, maar tot die van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die daarom het risico daarvan moet dragen. De kantonrechter verwijst naar rov. 4.7.
Uit rov. 4.5 tot en met 4.10.5 volgt dat vordering I van AMF zal worden toegewezen tot een bedrag van € 9.453,49 (€ 10.179,49 – € 726,00).
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
AMF vordert betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet, nu het een overeenkomst met een consument betreft, in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de gebruiker, in dit geval AMF, in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest en het Gupfinger-arrest.
In de door AMF opgestelde offerte en door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geaccepteerde offerte staat dat er algemene leverings- en betalingsvoorwaarden van toepassing zijn op alle leveringen en werkzaamheden van AMF. Aangezien deze voorwaarden niet door AMF in het geding zijn gebracht kan de kantonrechter haar ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Zoals hiervoor al uiteen is gezet moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden. De gevorderde vergoedingen van rente en buitengerechtelijke incassokosten zullen reeds daarom worden afgewezen. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hiertegen hoeft dan ook niet beoordeeld te worden.
Proceskosten
Het overwogene in rov. 4.12 en 4.13 geldt in beginsel ook voor de proceskostenveroordeling. De kantonrechter is zich ervan bewust dat de Hoge Raad heeft besloten over dit onderwerp prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, zodat voorlopig niet vaststaat dat vernietiging van een dergelijk beding – mocht dat in de algemene voorwaarden van AMF staan– meebrengt dat in het geheel geen proceskosten kunnen worden toegewezen. De kantonrechter zal vooralsnog de wettelijke regeling omtrent de proceskosten toepassen.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor de begroting van het salaris gemachtigde wordt aangesloten bij het liquidatietarief dat geldt voor het toe te wijzen bedrag in plaats van het gevorderde bedrag. De proceskosten van AMF worden aldus begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.476,78
Uitvoerbaarheid bij voorraad
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer tegen de door AMF gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. In dat geval moet er een belangenafweging plaatsvinden. De maatstaf daarbij is of het belang van degene die uitvoerbaarheid bij voorraad vordert, zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij behoud van de bestaande toestand totdat de uitspraak kracht van gewijsde heeft of op een eventueel rechtsmiddel is beslist.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft alleen als omstandigheid aangevoerd dat hij in hoger beroep zal gaan als de vorderingen van AMF worden toegewezen. De kantonrechter ziet daarin geen reden om de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad af te wijzen. Degene die een veroordeling tot betaling van een geldsom verkrijgt, wordt namelijk vermoed het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad te hebben en een daartegenover gesteld restitutierisico – voor zover [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat heeft bedoeld naar voren te brengen – moet worden geconcretiseerd en dat heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet gedaan. Dat laatste is ook de reden waarom de kantonrechter aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet de voorwaarde zal verbinden dat AMF tot een bepaald bedrag zekerheid stelt.
in reconventie
Ten aanzien van de vorderingen B tot en met D in reconventie begrijpt de kantonrechter uit de naam en het lichaam van de conclusie van eis in reconventie dat het gaat om vorderingen voor het geval de vorderingen van AMF in conventie worden toegewezen. Dat is voor het grootste deel het geval, zodat de kantonrechter de reconventie zal bespreken.
Verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden (vordering B)
Primair vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat voor recht zal worden verklaard dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden. Deze vordering zal worden afgewezen omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet heeft gesteld en uit de stukken niet is gebleken dat (hoe, wanneer) hij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, terwijl dat wel is vereist voor toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht. Voor zover hij van plan was ontbinding van de overeenkomst te vorderen (zie randnummer 33 van de Conclusie van Antwoord in conventie / van Eis in reconventie) heeft te gelden dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door AMF aangezien het niet gereed zijn van de steiger en het dak tot de verantwoordelijkheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] behoort. De kantonrechter verwijst naar rov. 4.7.
Vernietiging van de overeenkomst (vorderingen C en D)
Subsidiair vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling. Deze vordering zal worden afgewezen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft namelijk geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan blijken dat sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst (de dwaling). Dat had [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wel moeten doen omdat hij de partij is die zich beroept op het rechtsgevolg van de dwaling, namelijk vernietiging van de overeenkomst.
Meer subsidiair vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vernietiging van de overeenkomst wegens schending van de precontractuele informatieverplichtingen door AMF. Daaraan legt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de stellingen ten grondslag dat hij geen algemene voorwaarden van AMF heeft ontvangen waarin informatie staat over onder meer de wijze van ontbinden, betalen of annuleren en dat hij niet op voorhand gedegen en deugdelijk is geïnformeerd over zijn rechten, plichten en mogelijke waarborgen. Ten aanzien van het eerste deel van deze stelling overweegt de kantonrechter dat in artikel 6:233 aanhef en onderdeel b BW is bepaald dat het niet op juiste wijze bieden van de mogelijkheid tot kennisneming van de algemene voorwaarden als rechtsgevolg heeft dat een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is en niet vernietiging van de overeenkomst. Ook het tweede deel van de stelling kan niet leiden tot het oordeel dat de overeenkomst wordt vernietigd. De kantonrechter verwijst ter onderbouwing daarvan naar rov. 4.4. De meer subsidiaire vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal dan ook worden afgewezen.
Hoewel uit de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie volgt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook vernietiging van de algemene voorwaarden wil vorderen, kan de kantonrechter daarover niet oordelen omdat dit niet is gevorderd in het petitum van de eis in reconventie.
Schadebedrag op nihil stellen of matigen (vordering E)
De vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om het schadebedrag op nihil te stellen of te matigen wegens eigen schuld zal worden afgewezen. Het leerstuk van ‘eigen schuld’ is namelijk niet rechtstreeks van toepassing omdat de vergoedingsplicht van 7:764 lid 2 BW niet een vorm van schadevergoeding betreft maar een nakoming van de primaire verplichting tot betaling van de aanneemsom.
Schadebedrag op nihil stellen of vaststellen naar redelijkheid (vordering F)
Voor de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om het schadebedrag op nihil te stellen of naar redelijkheid gelet op alle omstandigheden geldt hetzelfde. Het gaat hier niet om schade, maar om nakoming van een contractuele verplichting. Daar komt bij dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niets heeft gesteld dat de kantonrechter ertoe zou moeten brengen om zijn verplichting om na te komen onder de omstandigheden van deze zaak in strijd met de redelijkheid of de billijkheid te achten. Deze vordering zal worden afgewezen.
Proceskosten
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van AMF worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
339,00
(2 punten x ½ × € 339,00)
Totaal
€
339,00
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan AMF te betalen een bedrag van € 9.453,49,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van € 1.476,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] af,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van € 339,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2, 5.5 en 5.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
CL