ECLI:NL:RBLIM:2025:13047

ECLI:NL:RBLIM:2025:13047, Rechtbank Limburg, 31-12-2025, 11878192 \ CV EXPL 25-3687

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 31-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 11878192 \ CV EXPL 25-3687
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11878192 \ CV EXPL 25-3687

Vonnis van 31 december 2025 – bij vervroeging

in de zaak van

STICHTING WELLER WONEN,

te Heerlen,

eisende partij,

hierna te noemen: Weller,

gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord

- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de brief van Weller van 4 december 2025 met twee producties

- de ter mondelinge behandeling overgelegde productie van Weller.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[gedaagde] huurt van Weller de woning aan de [adres] te [woonplaats] , tegen een huurprijs van € 450,47 per maand. Volgens de bepalingen van de huurovereenkomst moet de huur per vooruitbetaling worden voldaan.

[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Deze bedroeg ten tijde van de dagvaarding (inclusief de maand september 2025) € 1.295,63. [gedaagde] betaalt thans de lopende huur en heeft met de gemachtigde van Weller een betalingsregeling afgesproken voor de achterstand, van € 100,00 per maand. Op het moment van de mondelinge behandeling was de achterstand afgenomen naar € 743,16.

Weller heeft [gedaagde] zogenoemde veertiendagenbrieven doen toekomen op 5 juni 2025 en 5 augustus 2025. In die brieven heeft Weller [gedaagde] gewezen op de huurachterstand en heeft zij hem de buitengerechtelijk incassokosten in het vooruitzicht gesteld.

3. Het geschil

Weller vordert - samengevat en na vermindering van eis ter terechtzitting - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de thans nog bestaande achterstand in huurbetalingen, te weten € 743,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding (3 september 2025), betaling van de huur dan wel een gebruiksvergoeding, de buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de procedure.

Weller legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. Hij is vanaf 1 juni 2025 en 1 augustus 2025 in verzuim.

[gedaagde] voert verweer. Hij erkent de huurachterstand. Hij voert aan dat hij door persoonlijke omstandigheden, waaronder mentale moeilijkheden, in de schulden is terechtgekomen. Hij heeft inmiddels hulp gezocht en probeert bij een bewindvoerder terecht te komen. Hij wil er alles aan doen om de schulden af te betalen en verdere problemen te voorkomen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).4.2. De voor de vordering relevante bedingen in artikel 20.2 (rente ad 1% per maand) en 20.3 (alle kosten) van de algemene voorwaarden zijn getoetst en oneerlijk bevonden. Dat brengt mee dat de vorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen.

Door [gedaagde] erkenning van de huurachterstand staat deze vast. Hij zal worden veroordeeld om € 743,16 aan Weller te betalen. De vordering tot betaling van toekomstige huurtermijnen bij wijze van nakoming zal worden afgewezen, omdat de kantonrechter ervan uitgaat dat [gedaagde] zijn contractuele verplichtingen zal nakomen.

[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Weller als volgt vastgesteld, waarbij de kantonrechter aansluit bij de tarieven die passen bij de verminderde vordering:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

340,00

- salaris gemachtigde

270,00

(2,00 punten × € 135,00)

Totaal

755,45

5. De beslissing

De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Weller tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 743,16,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Weller tot dit vonnis vastgesteld op € 755,45,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?