ECLI:NL:RBLIM:2025:13161

ECLI:NL:RBLIM:2025:13161, Rechtbank Limburg, 05-06-2025, C/03/342134 / HA RK 25-74

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-06-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer C/03/342134 / HA RK 25-74
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Wraking - procesbeslissing – ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

beslissing

Zittingsplaats Roermond

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/03/342134 / HA RK 25-74

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

dat strekt tot wraking van mr. N.H.J. Lafghani, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.

1. De procedure

Op 26 mei 2025 is ter griffie een brief van verzoeker ontvangen inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 11562161 CV EXPL 25-950, zijnde een kort geding tussen [verzoeker] als eisende en Avient Protective Materials B.V. als gedaagde partij.

Op 26 mei 2025 heeft de rechter de wrakingskamer bericht dat zij niet berust. Op 28 mei 2025 heeft zij de wrakingskamer een schriftelijke reactie gestuurd.

2. De beoordeling

Op grond van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking geldt dat de rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het subjectieve standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend: de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.

In artikel 4, lid 2, onder a, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg is bepaald dat de wrakingskamer een verzoek tot wraking aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek kennelijk ongegrond is.

De wrakingskamer is van oordeel dat deze bepaling in het onderhavige geval van toepassing is.

Bij aanvang van de mondelinge behandeling op 23 mei jl. is de rechter nagegaan wie er ter zitting waren verschenen. Voor de gedaagde partij was mr. Severens, advocaat bij Boels en Zanders Advocaten verschenen vergezeld door [naam] , werkzaam bij Avient als hoofd juridische zaken. Desgevraagd is door de advocaat verklaard dat zij bevoegd was om de vennootschap te vertegenwoordigen, dat [naam] eveneens bevoegdheid had om de vennootschap te vertegenwoordigen en dat zij over een volmacht beschikte waar dat uit bleek. Verzoeker betwistte daarop de bevoegdheid van laatstgenoemde en vond dat de volmacht getoond moest worden. De rechter heeft daarop aangegeven dat zij ervan uitging dat ook de heer [naam] bevoegd was en bovendien gemotiveerd uiteengezet waarom zij daarvan uitging.

De wrakingskamer begrijpt dat de grond voor het wrakingsverzoek is gelegen in de beslissing van de rechter om de heer [naam] in het proces toe te laten zonder dat er een volmacht is getoond. Verzoeker vindt dat de rechter hierdoor in strijd met de wet heeft gehandeld.

De beslissing van de rechter om zowel de advocaat als de heer [naam] bevoegd te achten om de vennootschap te vertegenwoordigen is een procesbeslissing. Een procesbeslissing kan geen grond voor wraking opleveren, anders gezegd de wrakingskamer kan niet oordelen over de juistheid van een door de gewraakte rechter gegeven procesbeslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechters die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast zijn met de behandeling van de zaak in hoger beroep. Dit is uitsluitend anders indien de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (zie het arrest van de Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Daarvan is hier geen sprake.

Omdat er ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die anderszins een aanwijzing opleveren voor het aannemen van vooringenomenheid van de rechter, laat staan een zwaarwegende omstandigheid, is het verzoek tot wraking ongegrond.

3. De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. M.T.A.C. Russel en

mr. J.M.E. Derks, leden, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op

5 juni 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.E.G. Peters
  • mr. M.T.A.C. Russel
  • mr. J.M.E. Derks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?