ECLI:NL:RBLIM:2025:13163

ECLI:NL:RBLIM:2025:13163, Rechtbank Limburg, 04-08-2025, C/03/343484 / HA RK 25-107

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 04-08-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer C/03/343484 / HA RK 25-107
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Procedurele beslissing - geen grond voor wraking – ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

beslissing

Zittingsplaats Roermond

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/03/343484 / HA RK 25-107

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

dat strekt tot wraking van mr. E.P.J. Rutten, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.

1. De procedure

Bij brief van 23 juni 2025 is door de rechtbank meegedeeld dat het vooronderzoek in de zaak met zaaknummer ROE 24/ 1391 WET is afgerond. Partijen wordt in de brief de gelegenheid geboden om aan te geven of zij op zitting gehoord willen worden.

Op 1 juli 2025 heeft verzoeker primair een verzoek tot verschoning en subsidiair een verzoek tot wraking ingediend in de zaak met nummer ROE 24/ 1391 WET. Verzoeker heeft te kennen gegeven dat het wrakingsverzoek schriftelijk kan worden afgedaan.

De rechter heeft op 11 juli 2025 de wrakingskamer bericht dat zij zich niet verschoont en niet berust in het verzoek tot wraking.

2. De beoordeling

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het subjectieve standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend: de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.

Procedurele beslissingen als zodanig kunnen nooit grond vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Een wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van een procedurele beslissing. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet als het zou gaan om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procedurele beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.

De aanleiding voor het verzoek tot wraking is gelegen in de brief van 23 juni 2025 van de rechtbank aan partijen. Daarin staat de mededeling dat de rechtbank alle stukken heeft bestudeerd en het vooronderzoek heeft afgerond. Ook is vermeld dat de rechtbank voldoende informatie heeft om een uitspraak te doen en dat zij om die reden een zitting achterwege wil laten, tenzij een van de partijen te kennen geeft dat zij mondeling op een zitting wil worden gehoord. Partijen krijgen de gelegenheid om dit binnen vier weken kenbaar te maken.

Verzoeker stelt dat de rechter de schijn van vooringenomenheid c.q. partijdigheid op zich heeft geladen door zonder onderzoek en zonder weerlegging voorbij te gaan aan eisers verzoek en verweerders bezwaren daartegen ten aanzien van een descente en ten aanzien van een bewijslastverdeling, zonder partijen daarvan inhoudelijk op de hoogte te stellen.

De rechter merkt in haar reactie op dat het niet juist is dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden en verwijst daarvoor naar de brief van 23 juni 2025. Juist het feit dat verzoeker altijd een schriftelijke afdoening wenst en daar ook in deze zaak uitdrukkelijk om heeft gevraagd, is voor de rechter aanleiding geweest om kenbaar te maken dat de zaak zonder zitting afgedaan kan worden onder voorbehoud van de optie dat een van de partijen aangeeft om op een zitting gehoord te willen worden.

De wrakingskamer is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat er geen grond voor wraking is, niet in de inhoud van de brief van 23 juni 2025 en evenmin in het daaraan voorafgaande vooronderzoek. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de wijze waarop de rechter de procedure inricht, doet hier niets aan af.

Ook het verwijzen door verzoeker naar eerdere afgedane zaken en het herhalen en inlassen van eerder ingediende beroepschriften maakt dit niet anders. Het verzoek tot wraking is daarom ongegrond.

3. De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart het verzoek ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.M. Beije en

mr. J.M.E. Derks, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?