ECLI:NL:RBLIM:2025:13167

ECLI:NL:RBLIM:2025:13167, Rechtbank Limburg, 22-12-2025, 03.223657.23

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer 03.223657.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

-

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.223657.23

Tegenspraak, na aanhouding niet verschenen (gemachtigde raadsvrouw)

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 december 2025

in de strafzaak tegen

[Naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

wonende te [woonplaats]

De verdachte wordt bijgestaan door mr. C.H. Pentinga, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam-Duivendrecht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 21 augustus 2024 en 8 december 2025. De verdachte is niet verschenen op 8 december 2025. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De benadeelde partij [naam benadeelde partij] is met mr. S. Hensen ter terechtzitting verschenen en gehoord.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: zich als bestuurder van een personenauto schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval waardoor [naam benadeelde partij] (hierna: [naam benadeelde partij] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan (primair), dan wel dat de verdachte zich gevaarlijk en/of hinderlijk in het verkeer heeft gedragen (subsidiair);

feit 2: de plaats van dit ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of moest vermoeden dat aan die [naam benadeelde partij] letsel was toegebracht;

feit 3: een motorvoertuig heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs voor deze categorie ongeldig was verklaard.

3. De voorvragen

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu de vervolging van de verdachte – gelet op het niet vervolgen van de andere inzittenden van de auto – in strijd is met de beginselen van een goede procesorde, meer in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft erop gewezen dat het aan het Openbaar Ministerie is om op grond van het opportuniteitsbeginsel te bepalen of een verdachte wordt vervolgd. De officier van justitie heeft daartoe naar voren gebracht dat de DNA-sporen van de verdachte op de airbag en de telefoon en de plek waar deze telefoon in de auto werd aangetroffen, namelijk op de bestuurderszitplaats, er destijds toe hebben geleid dat [Naam verdachte] als verdachte is aangemerkt en is vervolgd. Gelet op deze omstandigheden was er geen sprake van gelijke gevallen ten opzichte van de andere inzittenden. Aan het feit dat zij niet zijn vervolgd, kan de verdachte niet het recht ontlenen dat hij evenmin had moeten worden vervolgd. Uiteindelijk kan blijken dat het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Dit houdt echter niet in dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt en ten onrechte is vervolgd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of, naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek, vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan, leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke, rechterlijke toetsing. Slechts in uitzonderlijke gevallen is plaats voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden en zij acht hiervoor het volgende redengevend. De officier van justitie heeft bij repliek toegelicht op welke wijze het Openbaar Ministerie tot de beslissing is gekomen om de verdachte te vervolgen en niet de andere inzittenden van de auto. Een vermoedelijk speekselspoor op de bestuurdersairbag, waarvan het DNA-profiel overeenkwam met dat van de verdachte, een DNA-spoor in het midden van de airbag waaruit een DNA-mengprofiel werd afgeleid dat (onder meer) overeenkwam met het DNA-profiel van de verdachte en het feit dat een telefoon, met daarin een simkaart, met op beide DNA van de verdachte, werd aangetroffen op de bestuurdersplaats, hebben ertoe geleid dat destijds is overgegaan tot de vervolging van de verdachte. Van gelijke gevallen met de overige inzittenden kan niet worden gesproken. Van hen is slechts een DNA-mengprofiel aangetroffen op de airbag, hun telefoons niet werden aangetroffen op de bestuurdersplaats en van overige omstandigheden waardoor zij als verdachten zouden kunnen worden aangemerkt, is niet gebleken.

De rechtbank acht de toelichting op de keuze van het Openbaar Ministerie navolgbaar en is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel bij de bestreden vervolgingsbeslissing.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van alle ten laste gelegde feiten nu niet kan worden bewezen dat de verdachte als bestuurder van de auto heeft opgetreden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, net als de officier van justitie, op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat het de verdachte is geweest die als bestuurder heeft opgetreden. De verklaring van de verdachte is niet ongeloofwaardig en past bij de aangetroffen sporen.

Het oordeel van de rechtbank

Wat is er gebeurd?

Op 12 oktober 2022 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden waardoor slachtoffer [naam benadeelde partij] letsel heeft opgelopen. De drie inzittenden van het voertuig dat het ongeluk heeft veroorzaakt, zijn weggerend. Uit onderzoek blijkt dat de verdachte één van de inzittenden van dat voertuig was. De vraag die op de eerste plaats beantwoord moet worden, is of de verdachte als bestuurder van deze auto heeft opgetreden. Op die aanname is immers de verdenking van alle drie de tenlastegelegde feiten gestoeld.

Uit onderzoek aan en in de auto die het ongeluk veroorzaakte is het volgende naar voren gekomen. Op de airbag van de bestuurder is een spoor aangetroffen dat vermoedelijk speeksel betreft. Uit het rapport van de VerkeersOngevalAnalyse volgt dat speekselsporen meer specifiek te verwachten zijn op het moment dat de ontplooiende airbag in contact komt met het gezicht of de mond van de op de bestuurderszitplaats zittende persoon. Van dit spoor zou de verdachte mogelijk de donor zijn. Echter, is niet met zekerheid te stellen dat dit spoor ook daadwerkelijk speeksel betreft omdat de aard van dit spoor niet is onderzocht. Voorts is een DNA-mengprofiel aangetroffen op de airbag van minimaal vier donoren van wie één de verdachte kan zijn. Naast deze DNA-sporen is een telefoon op de bestuurdersplaats aangetroffen met op de randen van de telefoon en op de simkaart het DNA van de verdachte. Dit zijn belastende omstandigheden die wijzen in de richting van de verdachte als bestuurder van de auto ten tijde van het verkeersongeval.

De verklaring van de verdachte

Hier tegenover staat de verklaring van de verdachte. Hij heeft verklaard dat hij als bijrijder achterin de auto zat. Hij stelt door de klap van de aanrijding door de auto naar voren te zijn geschoten en vervolgens via één van de portieren aan de voorzijde van de auto te hebben verlaten. Op deze manier is, volgens de verdachte, mogelijk zijn DNA op de airbag terechtgekomen. De verdachte heeft tot slot verklaard dat hij zijn telefoon is verloren in de auto of tijdens het wegrennen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat dit alternatief scenario aannemelijk is geworden en niet door de in het dossier voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan worden weerlegd.

Gelet op de inhoud van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken, stelt de rechtbank vast dat er voor beide scenario’s ondersteuning is te vinden. Bovendien stelt de rechtbank vast dat de ondersteuning voor het ene scenario (de verdachte is de bestuurder geweest) niet zodanig is, dat daarmee het andere scenario (verdachte is niet de bestuurder geweest) als volstrekt onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte als bestuurder heeft opgetreden en zal hem van de ten laste gelegde feiten vrijspreken.

De rechtbank merkt voorts nog het volgende op.

Uit het dossier is vast komen te staan dat de verdachte één van de drie inzittenden is geweest van de auto die het ongeluk met slachtoffer [naam benadeelde partij] heeft veroorzaakt. Het is onbegrijpelijk, kwalijk en getuigt van een bijzondere mate van lafheid dat geen van de inzittenden verantwoordelijkheid neemt en vertelt wie die bewuste ochtend heeft gereden. Zowel de verdachte als de inzittende [naam inzittende auto] stelt achterin de auto te hebben gezeten, hetgeen niet kan kloppen gelet op de bevindingen van de politie. Uit hun verklaringen kan niet worden vastgesteld wie de bestuurder is geweest. Zodoende blijft de daadwerkelijke bestuurder buiten schot en zal het slachtoffer nooit genoegdoening krijgen voor het leed dat haar is aangedaan. Het slachtoffer gaat tot op de dag van vandaag gebukt onder de fysieke en mentale gevolgen van het ongeval. [naam benadeelde partij] heeft in haar slachtofferverklaring treffend verwoord welke impact het ongeluk op haar heeft en heeft gehad. De rechtbank begrijpt en is zich ervan bewust dat dit vonnis voor haar een bijzonder onbevredigende en pijnlijke uitkomst moet zijn van een langlopende strafzaak.

Tot slot merkt de rechtbank op dat het dossier en het daaraan ten grondslag liggende opsporingsonderzoek niet uitblinkt in volledigheid en zorgvuldigheid. Zo is er geen nader (forensisch) onderzoek gedaan naar mogelijke andere sporen in de auto, bijvoorbeeld op de autosleutel, de knieairbag, de pook of het stuur en is de huurder van de auto niet gehoord. Hierdoor zijn kansen om de waarheid boven tafel te krijgen onbenut gebleven.

5. Het beslag

De volgende voorwerpen worden teruggegeven aan de beslagene: een zak (goednummer 1547610), een aansteker (goednummer 1547436), een GSM (goednummer 1547434), een mes (goednummer 1547437), een GSM (goednummer 1547601) en een GSM (goednummer 1547609).

6. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten;

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de beslagene:

een zak (goednummer 1547610),

een aansteker (goednummer 1547436),

een GSM (goednummer 1547434),

een mes (goednummer 1547437),

een GSM (goednummer 1547601) en

een GSM (goednummer 1547609).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. S.L.M. van Venrooij en

mr. M. el Jerrari, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.A.M. Spijkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2025.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

feit 1 primair:

hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te [plaats delict] , in de gemeente Sittard-Geleen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg(en), Tunnelstraat en/of Hasseltsebaan , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [naam benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, welke gedragingen roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, waren en hieruit hebben bestaan dat hij, verdachte,

met genoemde personenauto,

- de kruising van de Parellelweg en de Tunnelstraat is genaderd en/of (daarbij) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend, rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden in de richting van de Tunnelstraat en/of (aldaar) op de Tunnelstraat heeft gereden met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, en/of

- verdrijvingsvlakken heeft gebruikt teneinde andere voertuigen in te halen, en/of

- vervolgens) de kruising van de Hasseltsebaan en de Hoogveldlaan is genaderd met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, en/of

- ( weer) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend, rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden, zulks op het moment op het moment dat de bestuurder van een personenauto komende vanaf genoemde Hoogveldlaan , zijnde voornoemde [naam benadeelde partij] , reeds op dit kruispunt reed, in elk geval reeds begonnen was dit kruispunt op te rijden, waardoor een botsing of aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde personenauto en die andere personenauto;

feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te [plaats delict] , in de gemeente Sittard-Geleen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de kruising van de Parellelweg en de Tunnelstraat is genaderd en/of (daarbij) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend, rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden in de richting van de Tunnelstraat en/of (aldaar) op de Tunnelstraat heeft gereden met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, en/of

- verdrijvingsvlakken heeft gebruikt teneinde andere voertuigen in te halen, en/of

- vervolgens) de kruising van de Hasseltsebaan en de Hoogveldlaan is genaderd met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, en/of

- ( weer) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend, rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden, zulks op het moment op het moment dat de bestuurder van een personenauto komende vanaf genoemde Hoogveldlaan , reeds op dit kruispunt reed, in elk geval reeds begonnen was dit kruispunt op te rijden, waardoor een botsing of aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde personenauto en die andere personenauto, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

feit 2:

dat hij, als degene door wiens gedraging (al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig) een verkeersongeval was veroorzaakt, welk verkeersongeval had plaatsgevonden te [plaats delict] , in de gemeente Sittard-Geleen , op/aan de kruising van de Hasseltsebaan en/of de Hoogveldlaan ,

op of omstreeks 12 oktober 2022, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [naam benadeelde partij] , aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten, dan wel aan een ander, te weten: [naam benadeelde partij] , letsel en/of schade was toegebracht;

feit 3:

hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te [plaats delict] , in de gemeente Sittard-Geleen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Hasseltsebaan , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?