ECLI:NL:RBLIM:2025:13187

ECLI:NL:RBLIM:2025:13187

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer C/03/345245 / KG ZA 25-350
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Vordering van de moeder, het opleggen van een gebieds- en contactverbod, afgewezen. Beide partijen hebben een aandeel in de ontstane situatie. De zorgelijke situatie en ongezonde gezinsdynamiek wordt veroorzaakt door beiden en een gebieds- en contactverbod gaat dit niet oplossen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

vonnis

Familie en Jeugd

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/345245 / KG ZA 25-350

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2025

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

eiseres,

advocaat mr. L.M. van den Dungen te Venlo,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

gedaagde,

advocaat mr. E. Alija te Roermond.

Partijen zullen hierna de moeder en [gedaagde] genoemd worden.

Als informant wordt aangemerkt: de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

hierna te noemen de GI.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding;

de door de moeder ingediende aanvullende producties (met videobestanden) op 23 en 24 september 2025;

de door [gedaagde] ingediende productie op 24 september 2025;

de mondelinge behandeling op 25 september 2025 waarbij zijn verschenen:

de moeder, bijgestaan door mr. Van den Dungen;

[gedaagde] , bijgestaan door mr. Alija;

twee vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (hierna: de GI);

- de pleitnota van [gedaagde] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Eiseres is de moeder van [gedaagde] .Binnen de relatie van de moeder en de vader zijn 12 kinderen geboren, waaronder de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [plaatsnaam] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [plaatsnaam] ;

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [plaatsnaam] ;

[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [plaatsnaam] ;

[minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [plaatsnaam] ;

[minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [plaatsnaam] ;

[minderjarige 7] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [plaatsnaam] .

De vader van de kinderen is in 2019 overleden.

In 2021 is de moeder (en toen haar partner) veroordeeld voor het in brand steken van het huis. De moeder heeft hiervoor in detentie gezeten. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van de GI. Momenteel wonen drie van de zeven minderjarige kinderen bij de moeder thuis.

3. Het geschil

De moeder vordert samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

om [gedaagde] te verbieden gedurende één jaar contact op te nemen met de moeder en haar minderjarige kinderen, waaronder mede begrepen telefonisch contact, e-mail, sms, sociale media en fysiek contact op straffe van een dwangsom;

om [gedaagde] te verbieden om zich gedurende één jaar te bevinden en/of te begeven binnen een straal van 500 meter, gemeten vanaf de woning van de moeder, alsmede de verblijfsadressen van de kinderen;

[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

[gedaagde] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

[gedaagde] heeft betwist dat sprake is van een spoedeisend belang, nu de door de moeder overgelegde e-mails dateren uit het (verdere) verleden. Door de moeder is aangegeven dat de betreffende e-mails niet zijn bedoeld om het spoedeisend belang aan te tonen, maar om aan te geven hoe de communicatie tussen de moeder en [gedaagde] verloopt.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de spoedeisendheid in de aard van de vordering ligt. Het voortdurende en herhaaldelijk karakter van de gestelde gedragingen van [gedaagde] en de daarmee gestelde gepaard gaande psychische belasting en dreiging voor de moeder en de kinderen, maken dat sprake is van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter acht de moeder daarom ontvankelijk in haar vordering.

Gebieds- en contactverbod

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een gebieds- en contactverbod een inbreuk vormt op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te uiten. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiervan geen sprake is en dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Hieronder zal worden uitgelegd waarom tot dit oordeel wordt gekomen.

Duidelijk is geworden dat er heel veel speelt in het gezin(ssysteem) en dat de kinderen daaronder lijden; zij bevinden zich tussen de moeder en [gedaagde] . De (minderjarige) kinderen kiezen als het ware de ene keer voor de moeder en de andere keer voor [gedaagde] .

De door de moeder overgelegde producties schetsen weliswaar een zorgelijk beeld over de rol die [gedaagde] in het leven van de kinderen lijkt te spelen, maar van vele producties is niet te verifiëren van welke datum dat ze zijn en of [gedaagde] hier daadwerkelijk bij betrokken was. De moeder heeft, gelet op de uitdrukkelijke betwisting door [gedaagde] , onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] stelselmatig inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de moeder en haar minderjarige kinderen.

Het door de moeder overgelegde filmpje van hetgeen in de Action is voorgevallen verdient absoluut geen schoonheidsprijs, maar de gehele context waarbinnen zich dit afspeelt ontbreekt. De aanleiding voor het onwenselijke gedrag van [gedaagde] is niet te zien en een dergelijk incident is onvoldoende voor een gebieds- en contactverbod. De moeder stelt daarnaast dat [gedaagde] (mede) verantwoordelijk is voor een aantal zaken en incidenten (zoals het stelen van geld van de moeder), maar het ontbreekt aan elk bewijs waaruit blijkt dat [gedaagde] hierin daadwerkelijk een aandeel heeft en wanneer alles zich precies heeft afgespeeld. Door de GI is tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de situatie tussen de moeder en [gedaagde] is geëscaleerd, nadat er geld is gestolen van de moeder. Volgens de moeder heeft [gedaagde] (een aantal van) de minderjarige kinderen hiertoe aangezet en zij heeft ook aangifte gedaan bij de politie. [gedaagde] betwist dat hij hierin een aandeel heeft gehad. Ongeacht of [gedaagde] hiertoe zijn zusjes heeft aangezet en daarvoor al dan niet veroordeeld zou worden, is dat op zichzelf ook onvoldoende om een gebieds- en contactverbod op te leggen. Daarbij is van een dergelijke veroordeling nu ook geen sprake. De voorzieningenrechter wenst daarbij wel nog op te merken dat het niet geheel geloofwaardig is overgekomen, ter zitting, dat [gedaagde] niet in de groepsapp zit (of heeft gezeten) waarin er zeer zorgelijke en vergaande uitspraken over [minderjarige 1] worden gedaan. Het lijkt er dan ook op dat hij wel degelijk een aandeel heeft in de ontstane ongezonde gezinsdynamiek. Ook dat rechtvaardigt echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog geen gebieds- en contactverbod. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat de GI in de zomer een gesprek met [gedaagde] , de moeder en [minderjarige 1] heeft gehad over dreigingen die er over en weer zijn geuit en dat de GI geen signalen meer heeft ontvangen dat van dergelijke dreigingen nog sprake is.

Hoewel de voorzieningenrechter dus kan onderschrijven dat sprake is van een zorgelijke situatie, hebben zowel de moeder als [gedaagde] hier een aandeel in. Dit is tijdens de zitting ook bevestigd door de GI. De zorgelijke situatie en ongezonde gezinsdynamiek wordt veroorzaakt door beiden en een gebieds- en contactverbod gaat dit niet oplossen. De voorzieningenrechter wijst [gedaagde] er wel op dat hij een (grote) broer is en een belangrijke rol in het leven van zijn broers en zussen kan spelen. Het is echter niet zijn taak om de minderjarige kinderen op te voeden en te verzorgen; dat is de taak van de moeder. [gedaagde] moet de moeder de ruimte geven om die verzorging en opvoeding vorm te geven. De moeder is weliswaar, vanwege haar detentie, een tijd afwezig geweest als opvoeder, maar dat maakt niet dat zij die rol nu niet kan vervullen. Het zou mooi zijn als [gedaagde] daar een ondersteunde rol in kan hebben, maar hij moet zich realiseren dat hij de plaats van de moeder niet mag innemen.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen af;

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Vogels en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?