ECLI:NL:RBLIM:2025:13188

ECLI:NL:RBLIM:2025:13188

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer C/03/334286 / HA ZA 24-401
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vordering op grond van tekortkoming in de nakoming van overeenkomst die strekt tot verlenen rechtsbijstand. Afgewezen omdat in een dossier de kans op een beter resultaat niet verloren is gegaan en in een ander dossier geen wanprestatie is gepleegd.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/334286 / HA ZA 24-401

Vonnis van 5 november 2025

in de zaak van

DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,

te Amsterdam,

opposant,

hierna te noemen: DAS,

advocaat: mr. D.A. Pronk,

tegen

1. [geopposeerde sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. [geopposeerde sub 2],

te [woonplaats] ,

geopposeerden,

hierna samen te noemen: [geopposeerden] .,

advocaat: mr. J.A.M.W. Snackers-Lutgens.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de oorspronkelijke dagvaarding van [geopposeerden] . met producties 1 tot en met 38,

- het verstekvonnis van deze rechtbank van 24 juli 2024 met zaaknummer 332048 / HA ZA 24-290 (hierna: het verstekvonnis),

- de verzetdagvaarding van (opposant) DAS van 23 augustus 2024 met producties 1 tot en met 42 (hierna: de verzetdagvaarding),- de nagekomen productie 39 van [geopposeerden] .,- de mondelinge behandeling van 20 augustus 2025,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling,

- de spreekaantekeningen van [geopposeerden] .,

- de e-mail van 12 september 2025 van mr. Snackers-Lutgens waarin zij op de inhoud van het proces-verbaal reageert,

- het bericht van de rechtbank aan mr. Pronk en mr. Snackers-Lutgens waarin zij partijen meedeelt dat de e-mail van mr. Snackers-Lutgens aan het dossier zal worden toegevoegd.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[geopposeerden] . hebben in 2018 een woning, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning), gekocht van de heer [naam 1] en (diens toenmalige partner) mevrouw [naam 2] (hierna: [naam 1] respectievelijk [naam 2] ). Het betrof een onderkelderde woning. De woning is op 23 juli 2018 geleverd aan [geopposeerden] .

In de voorafgaand aan die verkoop door [naam 1] op 10 maart 2018 ingevulde vragenlijst, valt - kort samengevat - het volgende te lezen. Er is sprake geweest van vochtdoorslag / optrekkend vocht op vloeren, plafonds en/of wanden in de kelder, maar deze problemen hebben zich niet meer voorgedaan sinds de in 2014 uitgevoerde reparatiewerkzaamheden. De vraag of er sprake is (geweest) van schimmelvorming in de kelder wordt in de vragenlijst bevestigend beantwoord. Eveneens voorafgaand aan de aankoop van de woning hebben [geopposeerden] . een taxatie laten uitvoeren. Het daarvan opgemaakte rapport vermeldt enige vochtdoorslag in de muren van de kelder.

[naam 1] heeft, toen de vochtproblemen (in de vorm van doorslaand vocht) zich omstreeks 2014 voordeden, reparatiewerkzaamheden laten uitvoeren door Vochtwering Totaal B.V. Die werkzaamheden bestonden uit het injecteren van kelderwanden. Vochtwering Totaal B.V. heeft na uitvoering van die werkzaamheden een overdraagbare garantie van tien jaar afgegeven op die werkzaamheden. De tekst van de garantie (gedateerd januari 2015) luidt als volgt:

Opdrachtnemer garandeert dat na de door hem aan bovenstaand object uitgevoerde behandeling het behandelde onderdeel; gedurende een aflopende periode van 10 jaar vrij blijft van bovengenoemde aantasting.

Indien een dergelijke aantasting toch nog blijkt voor te komen zal Opdrachtnemer, zonder verhaal van kosten, die aantasting opheffen door opnieuw een behandeling uit te voeren.

[geopposeerden] . hebben in augustus 2018 contact opgenomen met Vochtwering Totaal B.V. en meegedeeld dat zij in een kelderruimte schimmel/vocht hebben geconstateerd. Vochtwering Totaal B.V. heeft vervolgens op 16 augustus 2018 de betreffende muren behandeld door deze (opnieuw) te injecteren.

In maart 2019 hebben [geopposeerden] . zich opnieuw bij Vochtwering Totaal B.V. gemeld in verband met vochtproblemen in de kelder, die zich nu in meerdere ruimtes zouden voordoen. Vochtwering Totaal B.V. heeft naar aanleiding daarvan in april 2019 wederom een injectie verricht om de vochtproblemen te bestrijden.

[geopposeerden] . hebben begin april 2019 melding gemaakt bij [naam 1] van de ondervonden vochtproblemen.

[geopposeerden] . hebben, eveneens in april 2019, melding gemaakt van de ondervonden vochtproblemen bij hun rechtsbijstandsverzekeraar, Lancyr, de rechtsvoorgangster van DAS.

[geopposeerden] . hebben [naam 1] in een brief van 17 juni 2019 aangeschreven over de ondervonden vochtproblemen en verzocht om herstel daarvan op zijn kosten.

In diezelfde periode (omstreeks juni 2019) is er voor het eerst contact geweest tussen [geopposeerden] . en de advocaat van DAS die hun zaak behandelde, mevrouw [naam 3] (hierna: [naam 3] ).

ARAG heeft, namens [naam 1] , in een brief van 28 juni 2019 gereageerd op de brief van [geopposeerden] . en bericht dat [naam 1] geen aanleiding ziet om gevolg te geven aan het verzoek om over te gaan tot het (laten) uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Daartoe wordt – kort gezegd – aangevoerd dat niet vaststaat dat er gebreken aan de woning waren ten tijde van de levering daarvan aan [geopposeerden] . en dat een eventueel gebrek niet aan de weg staat aan het normale gebruik van de woning, terwijl [naam 1] en [naam 2] enkel daarvoor zouden hebben ingestaan.

DAS heeft [geopposeerden] . in een e-mail van 21 november 2019 geadviseerd over hun positie ten opzichte van [naam 1] / [naam 2] en Vochtwering Totaal B.V. Kort gezegd heeft zij opgemerkt dat in artikel 6.1 van de met [naam 1] en [naam 2] gesloten koopovereenkomst een exoneratie is opgenomen die inhoudt dat [geopposeerden] . in beginsel het risico dragen van alle gebreken. Alleen als kan worden bewezen dat [naam 1] en [naam 2] hun mededelingsplicht hebben geschonden, en het gebrek niet zichtbaar was, kunnen zij aansprakelijk zijn voor gebreken, aldus DAS. Zij voegt daaraan toe dat uit het voorafgaand aan de aankoop opgemaakte taxatierapport blijkt dat de waskelder toen vochtdoorslag in de muren vertoonde, waardoor de vochtdoorslag in de muren kenbaar was en [geopposeerden] . hun onderzoeksplicht zouden hebben verzaakt. DAS verzoekt [geopposeerden] . antwoord te geven op een aantal in haar bericht vermelde vragen over de feitelijke gang van zaken rondom de aankoop van de woning en de toestand van de woning.

Bij e-mail van 4 december 2019 antwoorden [geopposeerden] . op de door DAS gestelde vragen. Ook geven zij aan dat er contact is opgenomen met Vochtwering Totaal B.V. en dat deze op 11 december 2019 langskomen om te injecteren.

Bij e-mail van 16 maart 2020 hebben [geopposeerden] . Vochtwering Totaal B.V. bericht dat de wateroverlast, na een aantal zeer natte maanden, weer fors is toegenomen. Zij verzoeken Vochtwering Totaal B.V. kenbaar te maken hoe het ondervonden vochtprobleem definitief opgelost kan worden. Diezelfde dag hebben [geopposeerden] . DAS van die e-mail op de hoogte gesteld.

In reactie op de e-mail van 16 maart 2020 laat DAS aan [geopposeerden] . weten dat zij benieuwd is naar de reactie van Vochtwering Totaal B.V. en dat zij deze afwacht.

Bij e-mail van 8 april 2020 deelt [geopposeerden] . aan DAS mee dat er nog niks is vernomen van Vochtwering Totaal B.V., waarop DAS bij e-mail van 9 april 2020 adviseert om te rappelleren en Vochtwering Totaal B.V. daarbij mee te delen dat wanneer er niets wordt vernomen, de rechtsbijstandverzekeraar wordt ingeschakeld.

Bij e-mail van 11 mei 2020 informeert DAS naar de stand van zaken, waarop DAS bij e-mail van 19 mei 2020 laten weten dat Vochtwering Totaal B.V. op 9 juni 2020 langskomt om over een oplossing te spreken. DAS geeft bij e-mail van 25 mei 2020 aan graag op de hoogte gehouden te worden.

Bij e-mail van 10 juni 2020 delen [geopposeerden] . aan DAS mee dat er overeenstemming met Vochtwering Totaal B.V. aanstaande lijkt, waarbij Vochtwering Totaal B.V. op haar kosten de keldermuren aan de buitenzijde gaat behandelen.

Bij e-mail van 24 juni 2020 aan [geopposeerden] . geeft DAS aan dat haar niet duidelijk is wat nodig is om de problemen te verhelpen en ook niet wat Vochtwering Totaal B.V. precies gaat doen en dat het het beste zou zijn om een bouwkundige te raadplegen. Ook wordt aangegeven dat het verstandig is de afspraken met Vochtwering Totaal B.V. op papier te zetten en een nieuwe garantie te bedingen. Daarop hebben [geopposeerden] . bij e-mail van 15 juli 2020 gevraagd om een belafspraak om een en ander te bespreken, ook omdat navraag zou hebben opgeleverd dat een bouwkundige al gauw € 1.000,00 kost.

Bij e-mail van 22 juli 2020 bevestigt DAS aan [geopposeerden] . dat [geopposeerden] . aan Vochtwering Totaal B.V. zullen vragen om een plan van aanpak op papier. Ook worden mogelijk in te schakelen bouwkundigen genoemd. Bij e-mails van 24 juli 2020 en 2 september 2020, gericht aan Vochtwering Totaal B.V., vragen [geopposeerden] . om een plan van aanpak.

DAS heeft Vochtwering Totaal B.V. in een e-mail van 8 september 2020 aangemaand om tegemoet te komen aan het herhaaldelijke verzoek van [geopposeerden] . om met een plan van aanpak te komen, ter zake de (weer) fors toegenomen wateroverlast in de kelder. De toezending per e-mailbericht heeft plaatsgevonden naar het e-mailadres office@ [naam VOF] en info@vochtweringtotaal.nl.

[naam 4] (hierna: [naam 4] ) heeft bij e-mail van 9 september 2020 gereageerd op de e-mail van 8 september 2020 van DAS. [naam 4] bericht dat hij aansprakelijkheid van de hand wijst, onder andere omdat niet de gehele kelder zou zijn behandeld, maar bereid en voornemens is om een plan van aanpak op te stellen voor de door zijn bedrijf behandelde delen van de wanden. [naam 4] heeft deze e-mail verstuurd met het e-mailadres [naam 4] @ [naam VOF] . [naam 4] is één van de vennoten van de op 1 januari 2017 opgerichte vennootschap onder firma [naam VOF] ., die onder meer handelt onder de naam Vochtwering Totaal.

Nadat tussen DAS/ [geopposeerden] . enerzijds en [naam 4] anderzijds is gediscussieerd over de omvang van de oorspronkelijk door [naam 1] en [naam 2] aan Vochtwering Totaal B.V. verstrekte opdracht, meldt [naam 4] bij e-mail van 28 september 2020 dat [geopposeerden] . niet zijn ingegaan op het voorstel dat inhield dat Vochtwering Totaal B.V. werkzaamheden aan de buitenmuren zou verrichten. Omdat de kosten daarvoor Vochtwering Totaal (B.V.) dus bespaard worden, biedt [naam 4] aan een vergoeding te betalen van € 600,00. [geopposeerden] . hebben op 29 september 2021 aan DAS gemeld dat voorstel niet te aanvaarden.

Op voorstel van DAS heeft zij Vochtwering Totaal B.V. op 23 november 2021 per e-mail aangeschreven. Daarin wordt het standpunt over de omvang van de oorspronkelijke opdracht herhaald en wordt Vochtwering Totaal B.V. gesommeerd herstelwerkzaamheden te verrichten.

In een reactie van 26 november 2020 meldt [naam 4] onder meer dat Vochtwering Totaal B.V. al lang niet meer bestaat. Die dag stuurt DAS een bericht aan [geopposeerden] . waarin zij meldt dat het tijd is om een deskundige in te schakelen. Daarbij voegt zij een uittreksel uit het handelsregister met betrekking tot Vochtwering Totaal B.V. van die dag, waarin geen aantekening van een opheffing is opgenomen.

DAS heeft [naam 1] en [naam 2] , alsmede Vochtwering Totaal B.V. op 23 maart 2021 bericht dat er op instigatie van [geopposeerden] . een deskundigenonderzoek zal plaatsvinden door ZnEb Expertise en Taxatie B.V. (hierna: ZnEb). Namens [naam VOF] , blijkens de e-mailhandtekening mede de naam Vochtwering Totaal voerend, wordt gereageerd dat de afspraak staat genoteerd. Dit deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden op 22 april 2021.

Vochtwering Totaal B.V. is op 6 augustus 2021 ontbonden.

Deskundige ZnEb heeft in haar rapport van 23 augustus 2021 geconcludeerd dat de kelderconstructie na de laatste herstelpoging van Vochtwering Totaal B.V. nog steeds niet helemaal waterdicht is. Er zou sprake zijn van een niet waterdichte kelderbakconstructie. Ten tijde van de expertise was het droog weer en werden geen noemenswaardige verhogingen in de vochtwaarden geconstateerd. Er was geen sprake van waterinstroom. Er waren wel tekenen van latent aanwezige lekkages/aftekeningen van vocht zichtbaar. ZnEb heeft de door [geopposeerden] . ingebrachte foto’s uit het verleden bij haar onderzoek(sbevindingen) betrokken. Het beloop van de schade heeft ZnEb gebaseerd op een door [geopposeerden] . ter beschikking gestelde offerte.

DAS heeft de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] , alsmede Vochtwering Totaal B.V., naar aanleiding van het uitgebrachte expertiserapport op 23 december 2021 gesommeerd om de ondervonden gebreken te herstellen. [naam 4] reageert, waarbij hij onder meer herhaalt dat Vochtwering Totaal B.V. niet meer bestaat en eraan toevoegt dat de [naam VOF] de naam Vochtwering Totaal heeft overgenomen.

[geopposeerden] . hebben op enig moment een aanvang gemaakt met herstelwerkzaamheden, die zij deels zelf hebben uitgevoerd en deels hebben uitbesteed.

ARAG heeft DAS namens [naam 1] op 17 januari 2022 bericht dat hij elke aansprakelijkheid van de hand wijst. Kort samengevat heeft ARAG aangevoerd dat er door [geopposeerden] . te laat is geklaagd, de gestelde gebreken niet aanwezig waren ten tijde van het leveren van de woning, de gestelde gebreken niet aan de weg staan aan het gewone gebruik van de woning (terwijl [naam 1] alleen daarvoor instaat) en [naam 1] alle relevante informatie heeft verstrekt.

In augustus 2022 is een klacht van [geopposeerden] . over de behandeling van het dossier door [naam 3] gegrond verklaard vanwege de slechte bereikbaarheid van DAS. Er wordt een andere zaaksbehandelaar aangewezen. Nadat de zaak tegen [naam 1] / [naam 2] in oktober 2022 is doorverwezen naar een externe advocaat, concludeert deze dat ‘het enorme tijdsverloop in het dossier [...] vermoedelijk [ook] van negatieve invloed is op de zaak. Namens [geopposeerden] . wordt verzocht ook de zaak tegen (de opvolger van) Vochtwering Totaal B.V. over te dragen.

[geopposeerden] . hebben DAS op 29 januari 2024 aansprakelijk gesteld voor het tekortschieten in de overeenkomst tot het verlenen van rechtsbijstand met schade (van omstreeks € 40.000,-) tot gevolg.

DAS heeft iedere aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3. Het geschil

Deze rechtbank heeft in een verstekvonnis van 24 juli 2024 – kort samengevat – voor recht verklaard dat DAS is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten rechtsbijstandverzekeringsovereenkomst, en aansprakelijk is jegens [geopposeerden] . ) voor de daardoor veroorzaakte schade van [geopposeerden] . ad € 72.861,15 en heeft DAS veroordeeld tot betaling van dit bedrag, alsmede een bedrag van € 6.581,68 aan buitengerechtelijke kosten.

DAS vordert, samengevat, haar te ontheffen van de in het verstekvonnis uitgesproken veroordeling, en [geopposeerden] . te veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen DAS op basis van voormeld vonnis heeft betaald aan [geopposeerden] .

[geopposeerden] . voeren verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De grondslag van de vorderingen

[geopposeerden] . leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat hun (bij) rechtsbijstandsverzekeraar DAS (werkzame zaakbehartiger [naam 3] ) niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een rechtsbijstandverlener/advocaat verwacht mag worden. DAS is daarom in de nakoming van de uit de rechtsbijstandsverzekeringsovereenkomst voortvloeiende verbintenissen tekortgeschoten, aldus [geopposeerden] .

De maatstaf

Een advocaat dient als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht (vgl. HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406). Deze zorgvuldigheidsplicht brengt mee dat een advocaat zijn cliënt bij het voeren van een procedure niet onnodig blootstelt aan voorzienbare en vermijdbare risico’s. Wanneer een advocaat een cliënt adviseert in het kader van een door een cliënt te nemen beslissing over een bepaalde kwestie, brengt de zorgvuldigheidsplicht mee dat de advocaat de cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen. Het antwoord op de vraag of en in welke mate een advocaat de cliënt behoort te informeren over de mogelijkheid een bepaald verweer te voeren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dat kader kan onder meer betekenis toekomen aan de aard en rechtsgevolgen van het verweer, de kans van slagen daarvan en de mate waarin de cliënt ervan heeft blijk gegeven zich reeds bewust te zijn van de mogelijkheid dat verweer te voeren.

De advisering door DAS

Standpunten [geopposeerden] .

De verwijten van [geopposeerden] . richting DAS luiden dat het ontbrak aan:

een voortvarende aanpak van het dossier;

adequate vervolgstappen;

een gedegen, volledig, en juist en duidelijk advies;

het waarschuwen voor risico’s (zoals verjaringstermijnen en klachttermijnen).

De verwijten die [geopposeerden] . DAS maakt over haar advisering zien op twee verschillende kwesties: de advisering in de verhouding [geopposeerden] ./ [naam 1] (en [naam 2] ) en de advisering in de verhouding [geopposeerden] ./Vochtwering Totaal (B.V.). Deze beide kwesties zullen hierna worden aangeduid als ‘dossier [naam 1] ’ en ‘dossier Vochtwering Totaal’ en zullen apart beoordeeld worden.

Het dossier [naam 1]

Standpunten [geopposeerden] .

Ten aanzien van het dossier [naam 1] specifiek hebben [geopposeerden] . aangevoerd dat DAS hen had moeten adviseren de zaak te ‘bevriezen’ door een deskundige in te schakelen die de situatie van de woning kon vastleggen. Dit ter voorkoming van bewijsproblemen op het punt van de aanwezigheid van gebreken ten tijde van de verkoop van de woning en de wetenschap daarvan bij [naam 1] en [naam 2] . Verder had DAS [geopposeerden] . in dat kader ook moeten wijzen op de risico’s van het laten uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Daarnaast stellen zij dat het gegeven advies ook overigens inhoudelijk onder de maat was, onder andere omdat er geen aandacht was voor de klachttermijn, de mededelingsplicht van [naam 1] en [naam 2] onvoldoende aandacht kreeg en de conclusie over de onderzoeksplicht en het geschikt zijn voor het gegarandeerde gebruik niet juist was. Verder heeft DAS, aldus [geopposeerden] ., te traag gehandeld en ten onrechte niet gereageerd op de brief van ARAG namens [naam 1] en daarmee de kans op een schikking onbenut gelaten. Een beroep op dwaling zou niet meer kunnen omdat een vordering uit hoofde daarvan door het stilzitten van DAS zou zijn verjaard. De ondermaatse advisering door DAS en het lange stilzitten van DAS hebben er volgens [geopposeerden] . voor gezorgd dat de door hen succesvol in te zetten juridische grondslagen/verweermiddelen inmiddels beperkter zijn dan zij bij aanvang van de advisering waren. Hierdoor zijn [geopposeerden] . de kans op het behalen van een beter resultaat/gunstigere uitkomst misgelopen. Het betrof, in ieder geval in het begin (omstreeks 2019), nog geen kansloze zaak.

Standpunten DAS

DAS is het eens met [geopposeerden] . dat zij duidelijker had kunnen zijn over de kansrijkheid van de door [geopposeerden] . voorgelegde zaak/zaken. Zij had de verwachtingen van [geopposeerden] . beter kunnen ‘managen’. Hetgeen volgens DAS van doorslaggevend belang is, is echter of door haar toedoen (materieel) een kansrijke zaak verloren is gegaan. Dat laatste is volgens DAS niet het geval. DAS voert in dat kader, in de kern, als verweer dat er geen causaal verband bestaat tussen de door [geopposeerden] . gevorderde schadevergoeding en enig handelen/nalaten van DAS. DAS onderbouwt dit standpunt met de stelling dat er ten tijde van de levering van de woning er geen sprake was van een gebrek dat aan het normale gebruik van de woning in de weg stond. Dit stond aan het succesvolle actie tegen [naam 1] in de weg.

Oordeel rechtbank

De rechtbank komt met betrekking tot het dossier [naam 1] tot de volgende conclusie Ook indien, veronderstellenderwijs, ervan wordt gegaan dat door de advocaat van DAS een fout is gemaakt, is onvoldoende aannemelijk dat daarmee een kans op een beter resultaat voor [geopposeerden] . verloren is gegaan. Voor de conclusie dat met betrekking tot de woning sprake is van non-conformiteit is immers mede doorslaggevend of ten tijde van de levering van de woning in juli 2018 sprake was een relevant gebrek. Daarbij moet worden uitgegaan van het ook nu nog door [geopposeerden] . gestelde gebrek, inhoudende een ernstig vochtprobleem in de – volgens [geopposeerden] . deels als woonruimte verkochte - kelder. [naam 1] had via ARAG al gesteld het bestaan van het gebrek te betwisten, zodat ervan uit moet worden gegaan dat dit verweer ook in een eventuele procedure zou zijn gevoerd. De stelling dat bij levering van de woning sprake was van het door [geopposeerden] . gestelde gebrek is, naar het oordeel van de rechtbank, door [geopposeerden] . onvoldoende uitgewerkt. Afgaande op hun eigen stellingen was er in augustus 2018 slechts sprake van ‘wat vocht’ in één kelderruimte. Pas in maart/april 2019 deed zich volgens [geopposeerden] . wederom een vochtprobleem voor, dat van grotere omvang was. Dit was ongeveer negen maanden na de levering. Uit de stellingen van [geopposeerden] . blijkt bovendien dat de vochtproblemen zich in maart/april 2019 en ook later steeds na hevige regenval voordeden en door de jaren heen incidenteel van aard waren. DAS heeft ook onweersproken gesteld dat de ontdekking van nieuwe vochtproblemen in maart 2019 volgde op een periode van uitzonderlijke regenval. Verder gegeven het feit dat [geopposeerden] . zelf hebben gesteld dat de situatie van de woning ten tijde van de levering geen aanleiding gaf te veronderstellen dat er toen sprake was van een (serieus) vochtprobleem, moet het er nu voor worden gehouden dat het bestaan van een vochtprobleem ten tijde van de levering van de woning vermoedelijk niet aantoonbaar was. Dit betekent dat het er ook voor moet worden gehouden dat een vordering tegen [naam 1] en/of [naam 2] niet zou slagen, ongeacht de prestatie van DAS. Om die reden kan een causaal verband tussen de hypothetische fout van DAS en de geclaimde schade niet worden vastgesteld. Het gevorderde voor zover dit ziet op het dossier [naam 1] , is om die reden niet toewijsbaar.

Het dossier Vochtwering Totaal

Standpunten [geopposeerden] .

[geopposeerden] . verwijten DAS in het dossier Vochtwering Totaal meer specifiek dat Vochtwering Totaal B.V. door de (te) trage afhandeling de kans heeft gekregen om zijn bedrijfsactiviteiten te staken. Hierdoor is [geopposeerden] . de mogelijkheid tot het instellen van een nakomingsvordering (naast een schadevergoedingsvordering) ontnomen. [geopposeerden] . zijn daarnaast in hun verhaalsmogelijkheden beperkt. Het trachten om de schade vergoed te krijgen door [naam VOF] , die kennelijk de activiteiten van Vochtwering Totaal B.V. heeft voortgezet, zal veel ingewikkelder zijn, nu dit over de band van misbruik van vennootschappen zal moeten gebeuren.

Standpunten DAS

DAS betwist dat er voor haar zaakbehartiger enige noodzaak bestond om actie te ondernemen daar waar het Vochtwering Totaal B.V. betrof. Vochtwering Totaal B.V. verrichtte immers de werkzaamheden waar zij op grond van de garantie toe gehouden was. Dat Vochtwering Totaal B.V. volgens [naam 4] allang niet meer zou bestaan vond bovendien (nog) geen steun in het handelsregister. DAS was daarvan ook niet overtuigd.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat [geopposeerden] . zich al tot Vochtwering Totaal B.V. hadden gewend met een beroep op de garantie toen zij zich bij (de voorganger van) DAS meldden. Gegeven de al door [geopposeerden] . ingezette actie richting Vochtwering Totaal B.V. en de inhoud van de garantie is de beslissing van DAS om op dat pad voort te gaan niet als fout te beoordelen. DAS had op dit moment richting Vochtwering Totaal B.V. ook niet veel meer kunnen doen. Begrijpelijk, en daarmee niet fout, is de beslissing om geen procedure te starten of andere rechtsmaatregelen treffen terwijl Vochtwering Totaal B.V. werkzaamheden verrichtte ter nakoming van de garantie. Bovendien werd door of namens Vochtwering Totaal B.V. aangeboden op een andere manier bij te dragen aan oplossing van het probleem, namelijk door mee te betalen aan een voorziening aan de buitenzijde van de kelder. Dat laatste zou in een procedure niet kunnen worden gevorderd – omdat de garantie daartoe niet strekte - en verhaalsacties zouden het lopende overleg hebben kunnen verstoren. De latere mededeling van [naam 4] dat Vochtwering Totaal B.V. niet meer zou bestaan, noopte niet zonder meer tot andere actie van DAS – zoals beslaglegging of andere acties gericht op mogelijk verhaal - gegeven het feit dat een opheffing van deze vennootschap op dat moment niet bleek uit het handelsregister en dat het gesprek in zoverre nog liep dat de uitnodiging voor het deskundigenonderzoek expliciet werd aanvaard. Het was niet zonder meer fout geweest als deze acties wel waren ingezet, maar het is ook geen wanprestatie dat dit niet gebeurde. Dat vervolgens, in ieder geval naar de inschatting van [geopposeerden] ., blijkt dat na de opheffing van Vochtwering Totaal B.V. geen verhaal meer mogelijk is, is heel spijtig maar maakt die conclusie niet anders. Dit betekent dat ook voor zover de vordering van [geopposeerden] . is gebaseerd op het dossier Vochtwering Totaal, deze niet toewijsbaar is.

Conclusie

De rechtbank zal het verzet gelet op het voorgaande gegrond verklaren en het verstekvonnis vernietigen en opnieuw rechtdoende als hierna volgt beslissen.

De proceskosten

[geopposeerden] . zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DAS worden begroot op:

- griffierecht

2.889,00

- salaris advocaat

2.428,00

(2 punten × € 1.214,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

5.495,00

5. De beslissing

De rechtbank

verklaart het verzet van (opposant) DAS gegrond,

vernietigt het door deze rechtbank op 24 juli 2024 tussen (geopposeerden) [geopposeerden] . (als eisers) en (opposant) DAS (als gedaagde) gewezen verstekvonnis met zaaknummer 332048 / HA ZA 24-290,

en opnieuw beslissend

veroordeelt [geopposeerden] . tot terugbetaling van al hetgeen DAS op basis van het verstekvonnis heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der betaling tot de dag der algehele voldoening,

veroordeelt [geopposeerden] . in de proceskosten (van de verzetprocedure) van € 5.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [geopposeerden] . niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

cb

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?