ECLI:NL:RBLIM:2025:13190

ECLI:NL:RBLIM:2025:13190

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer C/03/334915 / HA ZA 24-435
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Eindvonnis. Bijzondere overeenkomst. Aanneming van werk/ bouwrecht.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/334915 / HA ZA 24-435

Vonnis van 5 november 2025

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. L.V. Claassens.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 9, - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 4,

- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 10 tot en met 18,

- de akte aanvullende productie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , met productie 19,

- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de akte aanvullende productie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , met productie 20,

- de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025,

- de spreekaantekeningen van mr. Van Sintmaartensdijk.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] is eigenaar van de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). De woning maakt deel uit van een nieuwbouwproject genaamd “ [naam project] ” (hierna: het project) bestaande uit twaalf woonvilla’s die zijn gerealiseerd en opgeleverd door Bas Bouw B.V. (hierna: Bas Bouw).

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] exploiteert een aannemingsbedrijf voor (onder andere) het leveren en plaatsen van vloeren.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft een zogeheten semi-houtenvloer van het merk Meister, type Lindura HD400 (hierna: de vloer) aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geleverd en deze op de begane grond en de eerste verdieping van de woning van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gelegd. Hieraan ligt ten grondslag de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op 15 juni 2022 ondertekende offerte van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met offertenummer 2000220/8000403, waarin (onder meer) het volgende is vermeld:

“(…)

Offerte 2000220/8000403, meerwerk tegelwerk en lindura kavel 8 excl sanitaire ruimtes

Project 12 Villa’s [naam project] [woonplaats]

Aannemer BAS bouw BV

(…)

Indien u kiest voor tegelwerk buiten de sanitaire ruimtes (toilet en badkamer) en dus kiest voor een grotere hoeveelheid tegelwerk, kan de situatie ontstaan dat Bas Bouw de oplevering binnen de gestelde werkbare dagen net haalt. Bas Bouw houdt zich in deze het recht voor de oplevering met 10 werkbare dagen te kunnen verlengen zonder dat er sprake kan zijn van een te late oplevering”.(…)”

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij e-mail van 25 juli 2023 aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gemeld dat de stuiknaden van de vloer op de eerste verdieping omhoog staan. Daarop heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op 2 november 2023 de woning bezocht en de vloer geïnspecteerd. Hierbij waren de heer [naam 1] en de heer [naam 2] (commercieel adviseur en productspecialist bij Joka B.V. onderdeel van W. & L. Jordan GmbH, de fabrikant van de vloer), de heer [naam 3] (mededirecteur bij en mededirecteur van Bas Bouw), de heer ing. [naam 4] (schade-expert bij Sedgwick in opdracht van Bas Bouw) en partijen zelf aanwezig.

De advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij brief van 17 januari 2024 [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aansprakelijk gesteld en (onder andere) het volgende medegedeeld:

“(…) De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft een overeenkomst van aanneming gesloten met Bas Bouw onder meer ter zake de realisatie van zijn woning en het aanbrengen van de vloer in kwestie. Bas Bouw heeft als hoofdaannemer met u een overeenkomst gesloten om de vloer aan te brengen in de woning. (…)”

Bas Bouw is op 2 juli 2024 failliet verklaard.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft op 16 augustus 2024 de voorzieningenrechter verzocht verlof te verlenen tot het leggen van conservatoir derdenbeslag op de bankrekening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij de Rabobank. De voorzieningenrechter heeft het verzoek van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] toegewezen.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft op 22 augustus 2024 conservatoir derdenbeslag gelegd onder de Rabobank op de bankrekening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Uit de verklaring derdenbeslag van de Rabobank volgt dat het beslag de g-rekening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft geraakt. De Rabobank heeft hierover het volgende gemeld:

“(…) Het tegoed op de G-rekening is verpand aan de Belastingdienst. De klant mag uitsluitend over het saldo beschikken voor betalingen aan de Belastingdienst. Het gereserveerde tegoed zal na een betaling met eenzelfde bedrag verminderd worden.(…)”

[naam 2] voornoemd heeft bij e-mail van 12 december 2024 over het bezoek op 2 november 2023 het volgende geconstateerd:

“(…) In antwoord op uw vraag of het klachtenbeeld bij u thuis voorkomend is uit een eventueel productgebrek van de Meister Linduravloer het volgende:

Uit ons gezamenlijk bezoek met mijn collega en een verzekeringsexpert op 2 november 2023 op [adres] in [woonplaats] bleek dat op uw volledig verlijmde Lindura vloeroppervlak sprake is van een schoteling van de panelen. Bij controle naar de overige geleverde, niet verlijmde panelen blijkt dat daarin helemaal geen schoteling zit. Het klachtenbeeld zit dus alleen in het verwerkte vloeroppervlak en heeft als gevolg van restvocht onderaf helaas zijn oorspronkelijke vorm niet kunnen behouden. (…)”

[naam 4] voornoemd heeft naar aanleiding van zijn bezoek op 2 november 2023 zijn bevindingen vastgelegd in het eindrapport van 24 december 2024. [naam 4] heeft geconstateerd dat de vloer geheel vervangen dient te worden en heeft een kostenraming gemaakt van € 155.815,68 (inclusief btw). Uit zijn rapport blijkt (onder meer) het volgende:

“(…) Wij hebben tijdens ons bezoek, samen met voornoemde partijen, de parketvloer geïnspecteerd. Om de paar plankdelen staan aan de lange zijden de stuiknaden omhoog (zie foto 3 en foto 4). Niet alle stuiknaden staan dus omhoog.

(…)

Wij hebben een ongebruikt plankdeel bekeken en vastgesteld dat dit visueel geen gebreken vertoont. Een productfout lijkt hiermee uitgesloten.

(…)

Oorzaak

De heer [naam 2] is ervan overtuigd dat de omhoogstaande stuiknaden zijn veroorzaakt door vocht van onderaf. (…)

De vraag is waar het vocht dan vandaan is gekomen. De heer [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] had immers naar eigen zeggen een droge vloer gemeten. En een lekkage in de vloerverwarming kan worden uitgesloten, want dan was er slechts op één plaats (veel meer) schade en in de rest van de woning zou de vloer dan niet beschadigd zijn. Maar in dit geval zijn meerdere delen van de parketvloer door de hele woning beschadigd.

Volgens de heer [naam 2] is het natuurlijk niet uit te sluiten dat de heer [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet goed gemeten heeft. Dit is echter niet meer na te gaan.

Met de informatie die wij nu in ons bezit hebben zien wij in ieder geval geen causaal verband tussen het werk van verzekeringnemer en omhoog staande stuiknaden. (…)”

3. Het geschil

In conventie

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. Voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van aanneming, die is gesloten tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

II. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] veroordeelt om de geleden en nog te lijden schade als gevolg van dit tekortschieten, daaronder mede begrepen de wettelijke (handels-)rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

III. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] veroordeelt in de kosten van deze procedure, met bepaling dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] deze wettelijke rente hierover is verschuldigd indien deze kosten niet binnen 14 dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis, althans de betekening daarvan, aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is betaald.

Subsidiair

I. Voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,

II. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] veroordeelt om de geleden en nog te lijden schade als gevolg van deze onrechtmatige daad, daaronder mede begrepen de wettelijke (handels-)rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

III. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] veroordeelt in de kosten van deze procedure, met bepaling dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de wettelijke rente hierover is verschuldigd indien deze kosten niet binnen 14 dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis, althans de betekening daarvan, aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn betaald.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

In reconventie

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gebiedt om het ten laste van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gelegde conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,00 per dag of een gedeelte daarvan voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde na ommekomst van 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis met nakoming van het gebod in gebreke blijft,

II. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] veroordeelt tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te betalen de wettelijke rente over een bedrag van € 38.743,71, gerekend vanaf 22 augustus 2024 tot aan de datum waarop het door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten laste van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gelegde conservatoire beslag (zoals nader beschreven in de conclusie van antwoord) is opgeheven,

III. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] veroordeelt in de proceskosten conform het liquidatietarief, te vermeerderen met de voor de tenuitvoerlegging van het vonnis te maken nakosten, en te bepalen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is, indien deze niet binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn voldaan.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie

Nevenaanneming of onderaanneming

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat partijen een overeenkomst van aanneming hebben gesloten voor de levering en plaatsing van de vloer op (onder meer) de eerste verdieping van zijn woning. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betoogt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de werkzaamheden in zogeheten ‘nevenaanneming’ van Bas Bouw heeft uitgevoerd. De woning zou volgens het project van Bas Bouw namelijk worden opgeleverd met keuken, badkamer(s) en toiletten, waarbij de klant – uitsluitend met betrekking tot de keuken, badkamer(s) en toiletten – de mogelijkheid had om andere wensen kenbaar te maken en deze tegen een meerprijs te laten uitvoeren door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als onderaannemer, aldus [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . De vloerafwerking maakte hier volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen onderdeel van uit. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] was volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten aanzien van de vloer op de eerste verdieping dus geen onderaannemer, maar een nevenaannemer van Bas Bouw.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betwist dat tussen partijen een overeenkomst van aanneming bestaat, omdat zij de werkzaamheden aan de vloer op (onder meer) de eerste verdieping als onderdeel van het project tegen een meerprijs heeft uitgevoerd. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn de werkzaamheden aan de vloer in opdracht van Bas Bouw verricht en daarmee in onderaanneming uitgevoerd.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verwijst ter onderbouwing van dit standpunt naar de volgende vermeldingen in de offerte (met offertenummer 2000220/8000403)

(aanhef offerte)

“offerte 2000220/8000403, meerwerk tegelwerk en lindura kavel 8 excl sanitaire ruimtes”

(…)

Aannemer Bas bouw BV (…).”

(slotdeel offerte)

“Indien u kiest voor tegelwerk buiten de sanitaire ruimtes (toilet en badkamer) en dus kiest voor een grotere hoeveelheid tegelwerk, kan de situatie ontstaan dat Bas Bouw de oplevering binnen de gestelde werkbare dagen niet haalt. Bas Bouw houdt zich in deze het recht voor de oplevering met 10 werkbare dagen te kunnen verlengen zonder dat er sprake kan zijn van een te late oplevering (…)”.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wijst verder ook op het feit dat de offerte door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan Bas Bouw is betaald en op het standpunt dat de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij brief van 17 januari 2024 aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft ingenomen, te weten dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een overeenkomst van aanneming heeft gesloten met Bas Bouw ter zake van (onder meer) “de vloer in kwestie.”

Met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is de rechtbank van oordeel dat tussen partijen een separate overeenkomst van aanneming bestaat, op grond waarvan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als (neven)aannemer van Bas Bouw werkzaamheden heeft verricht bestaande uit het leggen van een semi-houten gelijmde vloer. Daartoe het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat van de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een aanbod is gedaan aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de vorm van meergenoemde offerte. Dit aanbod is vervolgens door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aanvaard, zodat tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] – en derhalve niet tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en een derde zoals Bas Bouw – wilsovereenstemming was en een overeenkomst tussen hen tot stand is gekomen. In de offerte is ook geen ‘sideletter’ of verduidelijking opgenomen om de rechtsverhouding(en) nader te duiden of te specificeren. In het licht hiervan had bijvoorbeeld – vanuit het perspectief van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] – opgenomen kunnen worden dat met het aanvaarden van het aanbod de rechtsverhouding met Bas Bouw als hoofdaannemer en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als onderaannemer in stand bleef. Een dergelijke specificatie of duiding ontbreekt echter. Daarbij komt het volgende. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de vloerafwerking van (onder meer) de eerste verdieping niet bij het project van Bas Bouw inbegrepen zat. Aanvankelijk was [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zo heeft hij verder onbetwist gesteld, naar [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gegaan voor de badkamer, omdat deze werkzaamheden in het kader van het project tegen een meerprijs konden worden voldaan, zulks conform de constructie waarin Bas Bouw als hoofdaannemer en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als onderaannemer fungeerde. Immers, de meerwerkconstructie had uitsluitend betrekking op de keuken, badkamer(s) en toiletten. Echter, [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft toen op eigen initiatief aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevraagd of hij ook nog een vloer nodig had voor in de woning, waar [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vervolgens mee heeft ingestemd. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft hier vervolgens uitvoering aan gegeven. Ook deze gang van zaken, die [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ter zitting niet heeft bestreden, is voor de rechtbank redengevend voor haar oordeel dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op dit specifieke punt heeft gewerkt op basis van nevenaanneming.

De stelling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zelf het standpunt had ingenomen dat het litigieuze werk is uitgevoerd in onderaanneming – met Bas Bouw als hoofdaannemer – werpt hier geen ander licht op. In de onderhavige procedure heeft (de advocaat van) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een ander standpunt ingenomen en dat standpunt bepleit. Het kan niet zo zijn dat het een advocaat niet is toegestaan zijn strategie te wijzigen. Ook de omstandigheid dat uit de offerte blijkt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] rekening hield met de opleveringsdatum van Bas Bouw en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de betaling van de offerte aan Bas Bouw heeft voldaan, doet aan het voorgaande niets af. Een nevenaannemer heeft in het algemeen rekening te houden met het werk (en daarmee ook de oplevering) van andere neven- en/of hoofdaannemer(s). Daarbij is de betaling van een prestatie niet bepalend voor het bestaan van een rechtsverhouding. Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] nog naar voren gebracht dat zij met Bas Bouw schriftelijk afspraken heeft gemaakt waaruit de rechtsverhouding van Bas Bouw als hoofdaannemer en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als onderaannemer zou blijken, kennelijk ook – zo zou de rechtbank hieruit moeten afleiden – ten aanzien van het aanleggen van de vloer. Het had op de weg van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gelegen die stukken ter kennis te brengen van de rechtbank, eventueel nog ter zitting. Nu dit niet is gebeurd, komt dit voor risico van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de werkzaamheden aan de vloer op de eerste verdieping van de woning heeft uitgevoerd als nevenaannemer van Bas Bouw.

Tekortkoming in de nakoming

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van aanneming, omdat de stuiknaden van de vloer op bepaalde plekken omhoog zijn gaan staan. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verwijst ter onderbouwing van zijn stelling naar de verklaring van [naam 2] bij e-mail van 12 december 2024 en naar het rapport van [naam 4] van 24 december 2024. Uit het rapport van [naam 4] blijkt volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat een deel van de struiknaden van de vloer daadwerkelijk omhoog staan. In het rapport zijn verschillende foto’s toegevoegd die dit volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bevestigen.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling bevestigd dat op de foto’s in het rapport van de heer [naam 4] zichtbaar is dat de stuiknaden van de vloer op bepaalde plaatsen omhoog zijn gaan staan en dat dit niet de bedoeling is.

Gelet hierop heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de aan haar opgedragen werkzaamheden ondeugdelijk uitgevoerd en is zij daarmee tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat [naam 4] in zijn rapport gemotiveerd heeft toegelicht dat een productiefout in de vloer kan worden uitgesloten en geen causaal verband bestaat tussen de gebrekkige vloer en de werkzaamheden van Bas Bouw. In het licht hiervan is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aansprakelijk voor de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] als gevolg daarvan geleden en te lijden schade. De door de [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen.

Schade: verwijzing naar de schadestaatprocedure

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert vergoeding voor de schade die hij heeft geleden en lijdt als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , nader op te maken bij staat. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat de schade (nog) niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verwijst ter onderbouwing naar het rapport van [naam 4] , waaruit blijkt dat de schade van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voorlopig op een bedrag van € 155.815,68 wordt begroot. Uit het rapport blijkt dat de vloer geheel vervangen dient te worden, waardoor partijen elders dienen te verblijven, de aanwezige inboedel elders opgeslagen dient te worden en de op maat gemaakte kasten gedemonteerd moeten worden waarbij niet uitgesloten kan worden dat de kasten of het stucwerk op de muren zullen worden beschadigd.

Op grond van artikel 612 Rv begroot de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, voor zover dit mogelijk is, de schade zoveel mogelijk in het vonnis. Indien begroting in het vonnis niet mogelijk is, spreekt hij een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat. Voor een verwijzing naar de schadestaatprocedure

moet het bestaan of de mogelijkheid van schade aannemelijk zijn. Aan dit criterium is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden en zal lijden door het herstel van de gebreken aan de vloer. De vordering om de geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat, zal dus worden toegewezen.

Proceskosten

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:

- kosten dagvaarding € 139,41

- griffierecht

331,00

- salaris advocaat

1.228,00

(2 punten × € 614,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.876,41

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

In reconventie

Opheffen conservatoir derdenbeslag en vergoeding wettelijke rente

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betoogt dat het op 22 augustus 2024 gelegde beslag moet worden opgeheven, omdat het beslag geen doel dient. Het beslag heeft namelijk uitsluitend gelden geraakt die aanwezig zijn op de g-rekening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , welke rekening uitsluitend kan worden gebruikt voor betalingen aan de belastingdienst of andere g-rekeningen, aldus [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kan dus volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen verhaal halen op de gelden van die rekening. Voorts stelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat het beslag moet worden opgeheven, omdat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in strijd met artikel 21 Rv in het verzoekschrift van 16 augustus 2024 ten onrechte heeft vermeld dat er tussen hem en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als nevenaannemer een aannemingsovereenkomst zou bestaan. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betwist dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] grond(en) heeft om het beslag op te heffen.

Op grond van artikel 705 lid 2 Rv kan de opheffing van een conservatoir beslag worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld. Bij de beoordeling van een vordering tot opheffing van een conservatoir beslag moet altijd een belangenafweging plaatsvinden.

De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] terecht heeft aangevoerd dat dat het beslag geen doel kan treffen. Het gaat namelijk om een g-rekening en daarop kan geen beslag worden gelegd. Een g-rekening is een geblokkeerde rekening die een beperkte functionaliteit heeft. Het beslag is daarom ondeugdelijk gelegd. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Het belang van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij opheffing van het beslag weegt immers zwaarder dan het belang van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij de handhaving daarvan. Dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in conventie wordt veroordeeld om de schade van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te vergoeden maakt dit niet anders, nu duidelijk is dat de schade niet kan worden betaald met de gelden op van de betreffende g-rekening. De rechtbank zal het beslag zelf opheffen.

De beslaglegger die ten onrechte beslag heeft gelegd is in beginsel schadeplichtig voor de schade die de beslagene daardoor lijdt. De door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gevorderde schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente, geleden als gevolg van het onrechtmatig door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gelegde beslag, acht de rechtbank voor toewijzing vatbaar, nu dit onvoldoende gemotiveerd is betwist, zulks met ingang van 22 augustus 2024 tot aan de datum van dit vonnis, de datum waarop het beslag wordt opgeheven.

Proceskosten

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] worden begroot op:

- salaris advocaat

614,00

(2 punten × 0,5 × € 614,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

792,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie

verklaart voor recht dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van aanneming, die is gesloten tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om de geleden en nog te lijden schade als gevolg van dit tekortschieten, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de proceskosten van € 1.876,41, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis met uitzondering van de veroordeling onder 5.1 tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

heft het ten laste van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gelegde conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank op,

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

type: FL

coll:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A.J.M. Provaas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?