ECLI:NL:RBLIM:2025:13266

ECLI:NL:RBLIM:2025:13266

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 11730051 \ CV EXPL 25-2596
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Spoorwissel. Verweer van de werkgever dient als niet genomen te worden beschouwd in verband met ontbreken van een machtiging. Verzoek tot toekennen van ‘Xella-vergoeding’ toegewezen. Werkgever heeft geen gerechtvaardigd belang bij instandhouding arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 11730051 \ CV EXPL 25-2596

Beschikking van 19 november 2025

in de zaak van

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] (België),

verzoekende partij,

hierna te noemen: [de verzoeker] ,

gemachtigde: VHP2,

tegen

HOVUMA MAGAZIJNSTELLINGEN B.V.,

gevestigd te Culemborg, kantoorhoudende te Reuver,

verwerende partij,

hierna te noemen: Hovuma,

niet verschenen.

1. Inleiding

Spoorwissel

De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat de procedure ten onrechte is ingeleid met een dagvaarding. De vordering van [de verzoeker] houdt immers mede een verzoek tot toekenning van een zogenoemde ‘Xella’-vergoeding in, welk verzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:686a lid 2 BW bij verzoekschrift ingediend had moeten worden.

Ingevolge het derde lid van artikel 7:686a BW kunnen daarmee verband houdende andere vorderingen eveneens bij verzoekschrift worden ingediend. Nu de vorderingen met elkaar samenhangen, is de kantonrechter van oordeel dat de gehele procedure bij verzoekschrift ingeleid had moeten worden. De kantonrechter zal daarom, met toepassing van art. 69 Rv, bij beschikking uitspraak doen. Deze procedurele kwestie heeft geen gevolgen voor de inhoudelijke behandeling en beoordeling van de zaak. In dat kader zal de door [de verzoeker] uitgebrachte dagvaarding gezien worden als een verzoekschrift.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding (te beschouwen als verzoekschrift) met producties,

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025.

Ter zitting van 2 juli 2025 heeft [de bedrijfsleider] van Hovuma, een schriftelijk antwoord met stukken overhandigd en een mondeling antwoord genomen. [de bedrijfsleider] heeft aangegeven geen statutair bestuurder van Hovuma te zijn en niet gemachtigd te zijn door Hovuma om haar in rechte te vertegenwoordigen. De kantonrechter heeft vervolgens Hovuma in de gelegenheid gesteld om [de bedrijfsleider] alsnog te machtigen, maar daaraan is geen uitvoering gegeven.

[de bedrijfsleider] is op 29 oktober 2025 ter zitting verschenen en heeft verklaard dat hij weliswaar om een machtiging heeft verzocht maar dat de bestuurder van Hovuma weigert die te verlenen. Dat geldt ook ten aanzien van de mondelinge behandeling.

Dat betekent dat het verweer van Hovuma als niet genomen dient te worden beschouwd en zij niet in rechte is verschenen.

Ten slotte is beschikking bepaald.

3. De feiten

[de verzoeker] is op 1 januari 1993 in loondienst getreden bij Hovuma, in de functie van [naam functie] (productie 1 van [de verzoeker] ).

In 2014 is Hovuma in staat van faillissement verklaard. [de verzoeker] is binnen een periode van enkele weken daarna voor bepaalde tijd bij Hovuma (nieuw) in dienst getreden in de functie van [naam functie] . Met ingang van 10 maart 2015 is [de verzoeker] voor onbepaalde tijd bij Hovuma in dienst getreden (productie 2 van [de verzoeker] ). Het salaris bedroeg laatstelijk € 6.416,17 bruto exclusief 8% vakantietoeslag en exclusief provisie.

Op 3 november 2021 heeft [de verzoeker] zich ziekgemeld. Na het doorlopen van de 104-weken wachttijd heeft Hovuma een loonsanctie gekregen en werd op 29 oktober 2024 het einde van de wachttijd bereikt. Uit de WIA-keuring volgt dat [de verzoeker] voor 100% is afgekeurd. [de verzoeker] ontvangt vanaf 30 oktober 2024 een loongerelateerde WIA-uitkering.

De gemachtigde van [de verzoeker] heeft Hovuma per e-mailbericht van 30 september 2024 verzocht om mee te werken aan een beëindiging van het dienstverband door middel van een vaststellingsovereenkomst per einde wachttijd, onder betaling van de transitievergoeding en de eindafrekening (productie 5). Tot op heden is Hovuma niet overgegaan tot het meewerken aan het beëindigen van het dienstverband.

4. Het verzoek

[de verzoeker] verzoekt - verkort weergegeven -:

I. vaststelling dat Hovuma in strijd handelt met het Xella-arrest van de Hoge Raad,

II. veroordeling van Hovuma tot betaling van € 144,178,60 bruto aan schadevergoeding,

III. veroordeling van Hovuma tot betaling van de wettelijke rente van de onder II genoemde vergoeding vanaf het tijdstip van opeisbaarheid,

IV. veroordeling van Hovuma in de proceskosten,

V. veroordeling van Hovuma tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over alle gevorderde bedragen,

VI. veroordeling van Hovuma tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van

€ 925,00, vermeerderd met de wettelijke rente, als deze kosten niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan.

5. De beoordeling

Xella-vergoeding

In zijn arrest van 18 september 2019 (ECLI:NL:HR: 2019:1734, ook wel bekend als de Xella-uitspraak) oordeelt de Hoge Raad onder meer:

2.1. Deze zaak gaat over het zogenoemde ‘slapende dienstverband’. Dat is een dienstverband dat een werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid van een werknemer niet heeft opgezegd, hoewel hij daartoe wel bevoegd is, en waarbij hij de werknemer geen loon meer betaalt. (…)2.7.3 (…) Als is voldaan aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 en lid 3, aanhef en onder b BW, voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens arbeidsongeschiktheid, geldt als uitgangspunt dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap in de zin van artikel 7:611 BW, gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. Daarbij geldt dat die vergoeding niet meer behoeft te bedragen dan hetgeen aan transitievergoeding verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) beëindigen. Op dit uitgangspunt moet een uitzondering worden aanvaard als – op grond van door de werkgever te stellen en zo nodig te bewijzen omstandigheden – de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Zo’n belang kan bijvoorbeeld zijn gelegen in reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer. Zo’n belang kan niet gelegen zijn in de omstandigheid dat de werknemer op het moment dat hij zijn beëindigingsvoorstel doet, de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt.”

[de verzoeker] heeft Hovuma verzocht om, na het verstrijken van de 104 weken termijn en de verlengde termijn in verband met de loonsanctie, het dienstverband met hem met wederzijds goedvinden te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding, omdat terugkeer naar de werkvloer niet meer mogelijk is (productie 5 van [de verzoeker] ).

Hovuma heeft aan dit verzoek van [de verzoeker] tot op heden niet meegewerkt.

[de verzoeker] stelt, onder verwijzing naar de Xella-uitspraak, dat Hovuma aan dit verzoek tegemoet had moeten komen en door dit niet te doen niet als goed werkgever als bedoeld in artikel 7:611 BW heeft gehandeld. Zij heeft geen gerechtvaardigd belang aangevoerd voor instandhouding van de arbeidsovereenkomst op het moment van het beëindigingsverzoek van [de verzoeker] . Er is daarom sprake van een toerekenbare tekortkoming van Hovuma in de nakoming van de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst.

Door deze tekortkoming heeft [de verzoeker] schade geleden, die Hovuma moet vergoeden. Met [de verzoeker] is de kantonrechter van oordeel dat deze schade gelijk is aan de door hem misgelopen Xella-vergoeding, die door [de verzoeker] is berekend op € 82.223,24 bruto. Hovuma is niet in rechte verschenen en heeft de (hoogte van de) gevorderde schadevergoeding niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan.

Het verzoek tot vaststelling dat Hovuma in strijd handelt met het Xella-uitspraak van de Hoge Raad en de veroordeling tot betaling van een schadevergoeding van € 82.223,24 bruto ligt daarom voor toewijzing gereed. De wettelijk rente hierover is eveneens toewijsbaar.

Uitbetaling vakantie-uren en vakantietoeslag

[de verzoeker] verzoekt in het kader van de eindafrekening betaling van 822 resterende vakantie-uren ten bedrage van in totaal € 30.430,44 bruto, zoals nader in de dagvaarding omschreven. Daarnaast verzoekt [de verzoeker] de vakantietoeslag van 8% over de periode van 1 juni 2024 tot 1 november 2024 ten bedrage van in totaal € 2.053,17 bruto.

Dit onderdeel van het verzoek, dat niet door Hovuma is weersproken, ligt voor toewijzing gereed. De wettelijke rente hierover is eveneens toewijsbaar.

Provisie

[de verzoeker] verzoekt betaling van provisie ter hoogte van in totaal € 29.471,75 bruto en stelt daartoe als volgt. Partijen zijn in de laatste regel van artikel 3A van de arbeidsovereenkomst het recht op provisie overeengekomen. Het is een vast onderdeel van het salaris van [de verzoeker] . De provisie valt op grond van artikel 7:628 BW onder het loon en daarom heeft [de verzoeker] ook tijdens ziekte recht op betaling hiervan. De hoogte per maand bedraagt het gemiddelde over de 12 maanden voorafgaande aan de eerste ziektedag en dat is € 816,66 per maand. Hovuma is dit bedrag per maand verschuldigd over de periode vanaf de arbeidsongeschiktheid op 3 november 2021 en wel gedurende 36 maanden (in verband met de loonsanctie).

De kantonrechter is van oordeel dat, nu [de verzoeker] onweersproken heeft gesteld en onderbouwd dat de provisie op grond van artikel 7:628 lid 3 BW onderdeel is van zijn loon zodat hij ook recht heeft op doorbetaling van provisie tijdens periode van ziekte.

[de verzoeker] heeft in zijn berekening echter geen rekening gehouden met het feit dat voor het loon inclusief provisie bij ziekte op grond van artikel 7:629 lid 1 BW uitgegaan moet worden van een doorbetalingsplicht van 70% van het salaris tenzij er in de arbeids-overeenkomst of toepasselijke CAO andere afspraken zijn gemaakt. Over dit laatste heeft [de verzoeker] niets aangevoerd. De kantonrechter zal daarom in de becijfering uitgaan van 70% van de voor hem geldende provisie. Toegewezen wordt een bedrag van

€ 20.630,23 bruto aan provisie, voor zover dit bedrag op grond van artikel 7:629 lid 1 BW niet meer bedraagt dan het maximum dagloon.

Conclusie

Op grond van het voorgaande wordt in totaal toegewezen een bedrag van

€ 135.337,08 bruto aan (schade)vergoeding, voor zover het bedrag van € 20.630,23 bruto aan provisie niet meer bedraagt dan het maximum dagloon.

Wettelijke verhoging

[de verzoeker] verzoekt betaling van de wettelijke verhoging over zowel de schadevergoeding als over de uitbetaling van de vakantie-uren en de provisie.

Op grond van het bepaalde in artikel 7:625 is de wettelijke verhoging alleen toewijsbaar over looncomponenten. Dat wil zeggen dat de gevorderde wettelijke verhoging ten aanzien van de niet-betaalde vakantie-uren en ten aanzien van de provisie verschuldigd is en ten aanzien van de schadevergoeding van € 82.223,24 bruto zal worden afgewezen.

De wettelijke verhoging is daarom toewijsbaar over een totaalbedrag van € 53.113,84 bruto.

Buitengerechtelijke incassokosten

[de verzoeker] verzoekt vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna genoemd ‘het Besluit’) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. [de verzoeker] heeft voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

Het verzochte bedrag van € 925,00 is niet hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief dat hoort bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom en voor toewijzing gereed ligt.

De verzochte wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten is eveneens toewijsbaar.

Proceskosten

Hovuma is (overwegend) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten aan de zijde van [de verzoeker] worden, uitgaande van een verzoekschriftprocedure, begroot op € 1.410,00 (€ 732,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De kantonrechter

stelt vast dat Hovuma in strijd handelt met het Xella-arrest van de Hoge Raad,

veroordeelt Hovuma tot betaling aan [de verzoeker] van een (schade)vergoeding van € 135.337,08 bruto, voor zover het bedrag van € 20.630,23 bruto aan provisie niet meer bedraagt dan het maximum dagloon, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Hovum tot betaling aan [de verzoeker] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over € 53.113,84 bruto,

veroordeelt Hovuma om aan [de verzoeker] te betalen een bedrag van € 925,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Hovuma in de proceskosten van € 1.410,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hovuma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.

MH

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand