ECLI:NL:RBLIM:2025:6411

ECLI:NL:RBLIM:2025:6411, Rechtbank Limburg, 04-07-2025, 11736541 \ AZ VERZ 25-67

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 04-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11736541 \ AZ VERZ 25-67
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005290 BWBR0036599

Samenvatting

Werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst; er is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding; verzoek om ontbinding van arbeidsovereenkomst is toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 11736541 \ AZ VERZ 25-67

Beschikking van de kantonrechter van 4 juli 2025

in de zaak van:

de stichting Kerobei, Stichting voor Katholiek en Openbaar Primair Onderwijs in de Gemeenten Beesel, Maasbree en Venlo,

gevestigd te Venlo,

werkgever

gemachtigde mr. H.J.A. Jansen,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

[verweerder] ,

wonend [adres] ,

[postcode] [plaatsnaam] ,

werkneemster

gemachtigde mr. H.D. van Duijvenbode,

verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna werkgever en werknemer worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 6 juni 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- het ter griffie ontvangen verweerschrift

- de mondelinge behandeling van 30 juni 2025, waarbij zijn verschenen:

- [vertegenwoordiger] zijdens werkgever, bijgestaan door mr. Jansen,

- werknemer, bijgestaan door mr. R. van Weersch (vervanger van mr. van Duijvenbode)

Daarna is beschikking bepaald.

2. De beoordeling

Tussen partijen staat vast dat werknemer, geboren op [geboortedatum] 1970,

op 1 november 1992 bij werkgever in dienst is getreden. Zij vervult thans de functie van schooldirecteur tegen een loon van € 6.155,44 (bruto) per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

Werkgever heeft verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW, onder toekenning van een redelijke beëindigingsvergoeding. Aan dit verzoek is – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van werknemer niet mogelijk is.

Werknemer heeft tegen toewijzing van het thans aan de kantonrechter gerichte verzoek tot ontbinding verweer gevoerd.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat er geen sprake is van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670, leden 1 tot en met 4 en 10 van het BW, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter stelt vervolgens voorop dat uit artikel 7:671b lid 2 jo. 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW. De kantonrechter is verder gebleken dat er geen andere passende functie voor werknemer voorhanden is en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet aan werknemer te wijten is.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van werkgever zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onderdeel a, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 oktober 2025. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, een en ander met behoud van een termijn van ten minste één maand.

Werkgever is bereid een beëindigingsvergoeding ten bedrage van € 102.338,30 bruto (inclusief transitievergoeding) aan werknemer te voldoen. In het geval de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt is werknemer hiermee akkoord. Nu de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt en partijen het eens zijn over de hoogte van deze vergoeding, zal de kantonrechter dit verzoek van werkgever toewijzen.

In de aard en uitkomst van deze procedure ziet de kantonrechter aanleiding de kosten van het geding te compenseren.

3. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2025,

veroordeelt werkgever om aan werknemer te betalen € 102.338,30 bruto aan redelijke beëindigingsvergoeding,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

verklaart de beschikking voor wat betreft de beëindigingsvergoeding uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: NO

coll:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2025-1052 VAAN-AR-Updates.nl 2025-1052
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand