ECLI:NL:RBLIM:2025:6961

ECLI:NL:RBLIM:2025:6961, Rechtbank Limburg, 29-07-2025, C/03/340571 / FT RK 25/167

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/03/340571 / FT RK 25/167
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Verzoek toepassing schuldsaneringsregeling ex art. 284 Fw afgewezen. Niet voldaan aan toewijzingseisen als bedoeld in art. 288 lid 1 onder c Fw.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

Toezicht / insolventies

rekestnummer: C/03/340571 / FT RK 25/167

datum vonnis: 29 juli 2025

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonend in [woonplaats] aan de [adres] ,

hierna: verzoeker.

1. Het verloop van de procedure

Verzoeker heeft op 3 april 2025 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Daarbij zijn verschenen:

- verzoeker;

- [naam beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder

- [naam schuldhulpverlener] , schuldhulpverlener.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. De beoordeling

De rechtbank dient het verzoek te toetsen aan de criteria genoemd in artikel 288 Faillissementswet (‘Fw’).

Bij de beoordeling van de in artikel 288 lid 1, aanhef en sub c Fw bedoelde inschatting, of een schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen, worden volgens het gestelde onder 4.1.3.5 in het Landelijk Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbank, landelijke uniforme beoordelingscriteria gehanteerd zoals in bijlage III van het procesreglement zijn opgenomen.

Op grond van art. 7.3.2 van genoemde bijlage III wordt een verzoeker met verslavingsproblemen in beginsel alleen toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, indien aannemelijk is dat de verslaving al enige tijd onder controle is, in die zin dat de verzoeker al enige tijd geen drugs of alcohol meer gebruikt en/of al enige tijd niet meer gokt. De periode waarin de verslaving onder controle dient te zijn, bedraagt in beginsel één jaar. Deze periode kan korter of langer zijn afhankelijk van, onder meer, de ernst en de duur van de verslaving. Dat de verslaving onder controle is, dient te worden bevestigd door een hulpverlener of door een hulpverlenende instantie.

Volgens het verzoekschrift is verzoeker jaren verslaafd geweest aan drugs. Ter

zitting heeft verzoeker desgevraagd te kennen gegeven dat het daarbij ging om cocaïne en

(vooral) speed. Wanneer hij daar precies mee is begonnen en wanneer hij er precies mee is

opgehouden (voor het laatst heeft gebruikt), is onduidelijk gebleven.

Naar eigen zeggen is hij zonder hulp van derden van die verslaving afgeraakt. Wel rookt hij

nog regelmatig een jointje, aldus verzoeker.

Volgens het zich bij het verzoekschrift gevoegde intakerapport van de

schuldhulpverlener heeft verzoeker in 2024 hulp gehad vanuit de GGZ-instelling Vincent

van Gogh en is sinds januari 2025 Levanto, een zorginstelling, betrokken. Tevens wordt

melding gemaakt van een gedwongen opname in 2018 en een vrijwillige opname in 201 9,

zonder dat daarbij vermeld is waar die opnames hebben plaatsgevonden.

Naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank verzoeker bij brief van 16 april 2025

om aanvullende informatie van genoemde twee instanties gevraagd, en zijn de rapportages

in verband met de opnames in 2018 en 2019 opgevraagd. Tegelijkertijd is verzocht om een

verklaring als bedoeld in artikel 7.3.2 van genoemde bijlage III over te leggen.

Rapportages aangaande de opnames in 2018 en 2019 zijn door de rechtbank niet

ontvangen. Datzelfde geldt voor een verklaring als bedoeld in artikel 7.3.2 van genoemde

bijlage III, alsmede voor de verzochte rapportage(s) van de zijde van de GGZ-instelling

Vincent Van Gogh.

Het enige wat via de beschermingsbewindvoerder in dit kader wel nog als

aanvullend stuk is ingekomen, is een brief van de persoonlijk begeleider van verzoeker van

de Levanto-groep, [naam] , d.d. 13 mei 2025. Daarin staat aangaande de

drugsverslaving enkel vermeld dat er ‘momenteel’ geen sprake is van drugsgebruik, waarbij

dan het gebruik van softdrugs (de jointjes) kennelijk buiten beschouwing wordt gelaten.

Voor de rechtbank is duidelijk dat verzoeker op de goede weg is, zeker als wordt

gekeken naar waar hij vandaan komt. Maar dat is nog niet genoeg voor verzoeker om nu al

te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker voldoet gewoon op dit

moment nog niet aan de criteria die de wet en het landelijk procesreglement daaraan stellen.

Op dit moment is nog niet aannemelijk dat verzoeker al een jaar geen drugs meer gebruikt,

dat de verslaving onder controle is en dat een hulpverlenende instantie dat ook voor die

periode van dat jaar kan bevestigen. Wat er aan bewijsmateriaal ligt, is alleen de brief van

Levanto, die pas sinds januari 2025 verzoeker begeleidt. Dat is te weinig.

De rechtbank wijst er voor alle duidelijkheid nog eens op dat het bij de Wsnp niet

in eerste instantie gaat om een hulpverleningstraject, om alleen maar het belang van een

verzoeker die van zijn of haar schulden af wil komen, maar om een hard en zwaar

saneringstraject, waarbij schuldeisers - die vaak na een Wsnp-traject maar een fractie van

hun vordering nog terugkrijgen, voor het restant geeft de rechtbank aan een verzoeker dan

“de schone lei” - mogen verwachten dat de rechtbank ten behoeve van hun belangen de

toelatingscriteria in elk geval scherp in de gaten houdt.

Verzoeker moet doorgaan op de goede weg. Dat is het vrijblijvend advies van de

rechtbank. Indien hij zijn verslaving - aantoonbaar - onder controle weet te houden, zal een

nieuw verzoek, vergezeld van een verklaring van een hulpverlener als hiervoor onder 2.3

bedoeld, meer kans van slagen hebben.

3. De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2025 in aanwezigheid van mr. R.H. Kessels, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Hoekstra

Griffier

  • mr. R.H. Kessels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand