RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 24/4138
(gemachtigde: mr. A.C. Dabekaussen),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (locatie Heerlen), het Uwv
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing door het Uwv van de herhaalde aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering. Eiseres is het daarmee niet eens en voert hiertoe een aantal argumenten aan. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze argumenten de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering.
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres gegrond is. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank is van oordeel dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen, omdat er geen spreekuurcontact heeft plaatsgevonden. Het bestreden besluit is gelet daarop ook niet op een zorgvuldige manier tot stand gekomen. De rechtbank vernietigt om die reden het bestreden besluit en draagt het Uwv op om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank draagt het Uwv ook op om het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres te vergoeden.
Procesverloop
3. Het Uwv heeft met het besluit van 16 november 2023 de herhaalde aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering afgewezen, omdat eiseres arbeidsvermogen heeft.
4. Het Uwv heeft met het bestreden besluit van 23 augustus 2024 het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 16 november 2023 ongegrond verklaard. Volgens het Uwv heeft eiseres geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aangedragen. Volgens het Uwv heeft zij ook geen feiten of omstandigheden vermeld die aanleiding (kunnen) geven tot een ander voor haar gunstiger besluit dan de besluiten waarvan herziening wordt gevraagd.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
6. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift met daarbij een reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
7. Eiseres heeft in beroep meerdere keren (medische) informatie overgelegd.
8. De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv heeft op deze medische informatie gereageerd.
9. De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld. Daaraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv. Als toehoorders zijn de moeder van eiseres, [moeder eiseres] , en de vader van eiseres,
[vader eiseres] , verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
10. Voor de beoordeling van de rechtbank is van belang dat eiseres al twee keer eerder een aanvraag voor een Wajong-uitkering heeft ingediend, namelijk in 2014 en in 2019. De eerste aanvraag is met het besluit van 11 december 2014 afgewezen. Op dat moment was eiseres achttien jaar oud. De tweede (herhaalde) aanvraag heeft het Uwv met het besluit van 25 september 2019 afgewezen. Toen was eiseres bijna drieëntwintig jaar oud. Daarna heeft eiseres in 2023 haar derde (herhaalde) aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend. Dit is de aanvraag die heeft geleid tot deze procedure. Voor de beoordeling van de rechtbank is ook van belang dat eiseres is geboren op [geboortedatum] 1996. De periode die relevant is voor de Wajong-beoordeling is met het oog daarop [datum 1] 2014 tot [datum 2] 2019.
11. Eén van de argumenten die eiseres tijdens de zitting naar voren heeft gebracht, is dat de rapporten van de verzekeringsartsen van het Uwv niet op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, omdat er geen spreekuurcontact heeft plaatsgevonden.
De rechtbank is van oordeel dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen. Daartoe overweegt de rechtbank dat het Uwv de tweede (herhaalde) aanvraag van eiseres met het besluit van 25 september 2019 heeft afgewezen. Op dat moment was eiseres - bijna - drieëntwintig jaar oud. De periode die relevant is voor de Wajong-beoordeling loopt tot [datum 2] 2019, zoals de rechtbank in rechtsoverweging 10 al heeft vastgesteld. Dit betekent dat het Uwv het arbeidsvermogen van eiseres in de periode 25 september 2019 tot [datum 2] 2019 niet eerder heeft beoordeeld. Het Uwv heeft met het oog daarop de huidige aanvraag van eiseres (de aanvraag van juli 2023) ten onrechte niet (ook) aangemerkt als een eerste aanvraag wat betreft de periode vanaf 25 september 2019. Omdat het een eerste aanvraag betreft wat die periode betreft, heeft het Uwv ook ten onrechte geen spreekuurcontact laten plaatsvinden. Voor een zorgvuldige beoordeling van de eerste aanvraag van eiseres, vindt de rechtbank een spreekuurcontact namelijk wel van wezenlijk belang. Omdat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen, is ook het bestreden besluit niet op een zorgvuldige manier tot stand gekomen. De rechtbank zal het bestreden besluit reeds daarom vernietigen en het Uwv opdragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Gelet op hetgeen eiseres voorts heeft aangevoerd, geeft de rechtbank aan het Uwv mee om met name uitdrukkelijk aandacht te besteden aan het criterium: basale werknemersvaardigheden. Uit het Compendium Participatiewet volgt namelijk dat iemand in staat moet zijn om instructies van de werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren en dat iemand in staat moet zijn om de afspraken met de werkgever na te komen. Bij het onderzoek focussen de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige zich volgens het Compendium Participatiewet op een aantal activiteiten die zijn gerelateerd aan de basale weknemersvaardigheden, waaronder het uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen. Uit de informatie die eiseres heeft overgelegd, blijkt dat eiseres gedurende de dag intensieve begeleiding nodig heeft. Het gaat om intensieve begeleiding op het gebied van zelfzorg (tandenpoetsen, douchen, schone kleding dragen, etc.), huishouden, financiën, emotieregulering en dagstructuur (wanneer moet wat gebeuren). Uit het dossier blijkt dat eiseres die grote behoefte aan begeleiding ook al had in de periode die relevant is voor de beoordeling van de Wajong. De rechtbank wijst op de tweede bladzijde van het Wmo Gespreksverslag en maatwerkadvies van 9 mei 2016 (onder het kopje “Praktisch functioneren”).
Conclusie en gevolgen
12. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen, omdat dit besluit in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
13. De rechtbank zal het Uwv opdragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
14. De rechtbank zal het Uwv opdragen om het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.
15. De rechtbank zal het Uwv veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de rechtbank op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op een bedrag van € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het Uwv op om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het Uwv op het door eiseres betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M.J. Caris, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2025
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 6 augustus 2025
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.