ECLI:NL:RBLIM:2025:8191

ECLI:NL:RBLIM:2025:8191, Rechtbank Limburg, 15-08-2025, 03.217911.23

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 15-08-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 03.217911.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0003270 BWBR0015703

Samenvatting

Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor uitkeringsfraude en brandstichting. Overwegingen over ontvankelijkheid OM, schending informatieplicht, opzet en gevaarzetting

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03.217911.23 en 03.196185.22 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 augustus 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1974,

wonende [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. T.J.N. Hameleers, advocaat te Roermond.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 augustus 2025. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte uitkeringsfraude heeft gepleegd in de periode van 5 februari 2013 tot en met 31 januari 2020 en dat zij op 1 augustus 2022 brand heeft gesticht, waarvan gevaar voor goederen te vrezen was.

3. De voorvragen

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk omdat het vertrouwen is gewekt dat de verdachte niet zou worden vervolgd?

De raadsman heeft de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren ter zake van het primair tenlastegelegde onder het feit met parketnummer 03.196185.22, het opzettelijk stichten van brand.

De verdachte werd naar aanleiding van dit feit uitgenodigd voor een OM-hoorgesprek op 23 januari 2025, waarbij door het Openbaar Ministerie werd aangekondigd dat men voornemens was haar een strafbeschikking op te leggen. Van dit hoorgesprek is een verslag opgemaakt, zoals vereist is in artikel 257c, derde lid Sv.

Volgens de raadsman is in dit gesprek niet alleen gebleken dat ter zake van brandstichting door het Openbaar Ministerie geen strafbeschikking kan worden opgelegd, nu de wet dat niet toestaat, maar tevens zou door de officier van justitie het aanbod/voorstel zijn gedaan te volstaan met een afdoening wegens vernieling. Dit aanbod werd in zoverre niet door de verdediging aanvaard, dat zij van mening was dat de verdachte zich noch aan opzettelijke brandstichting, noch aan vernieling had schuldig gemaakt. Aan dit aanbod heeft de verdachte echter wel het vertrouwen mogen ontlenen dat zij niet voor brandstichting zou worden vervolgd, aldus de raadsman.

In het verslag van het OM-hoorgesprek in deze zaak is terug te zien dat de raadsman zich heeft uitgelaten over de strafwaardigheid van de gedragingen van de verdachte en naar voren heeft gebracht dat zij in het geheel niet strafbaar had gehandeld. Voorts heeft de raadsman de officier van justitie verzocht de zaak te seponeren, welk verzoek de officier van justitie niet heeft ingewilligd. In het verslag staat immers als beslissing van de officier van justitie vermeld dat hij zal dagvaarden.

De rechtbank kan in het verslag van het OM-hoorgesprek niet terugzien dat enig aanbod is gedaan door de officier van justitie om af te zien van een vervolging wegens brandstichting en te volstaan met een vervolging (al dan niet door middel van het opleggen van een strafbeschikking) ter zake van vernieling. Wanneer de rechtbank ervan uitgaat dat er wel enig aanbod of voorstel is gedaan door de officier van justitie in het kader van een door hem te nemen vervolgingsbeslissing, kan dat de verdediging niet baten. De raadsman heeft in het bijzijn van zijn cliënte namelijk de mogelijkheid geaccepteerd dat de zaak in volle omvang zou worden voorgelegd aan de rechter door geen enkele vorm van vervolging te aanvaarden, maar alleen te verzoeken de zaak volledig te seponeren.

Er is daarom geen aanleiding voor de rechtbank te concluderen dat het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de verdachte niet vervolgd zou worden ter zake van brandstichting. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank is ten aanzien van de voorvragen van oordeel dat de dagvaarding geldig is, de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging, de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft jarenlang een bijstandsuitkering genoten, maar niet gemeld dat zij daarnaast financiële steun kreeg van twee vrienden: [naam 1] en [naam 2] . [naam 1] en [naam 2] namen zo veel kosten voor hun rekening dat zij in het geheel geen recht had op een uitkering. Berekend is dat aan haar ten onrechte € 101.933,44 is uitgekeerd.

De verdachte heeft verder op 1 augustus 2022 in Roermond vlak voor haar woning brand gesticht in twee afvalcontainers. Daardoor ontstond een flinke brand die gevaar opleverde voor goederen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van beide feiten.

Zaak met parketnummer 03.217911.23

De verdachte wist niet dat zij naast haar uitkering geen financiële steun mocht ontvangen van anderen. Zij is niet uit Nederland afkomstig, is de Nederlandse taal beperkt machtig en wist niet wat de regels waren. Bovendien heeft de gemeente Roermond het recht op uitkering na 2013 nimmer nader gecontroleerd en nooit duidelijk uitleg gegeven. Haar is toegezegd dat er niets mis was met betalingen door derden, zolang deze maar niet op haar bankafschriften zichtbaar waren. De verdachte heeft er daarom op vertrouwd dat de financiële steun die zij van anderen ontving voor haar recht op uitkering niet van belang was. Zij was er bovendien van overtuigd dat deze financiële steun niet was aan te merken als ‘inkomen’ als bedoeld in de toekenningsbeslissing.

Zaak met parketnummer 03.196185.22

De verdachte heeft niet opzettelijk brand gesticht en geen gevaar willen veroorzaken. Zij wilde slechts haar haren verbranden, wat een ritueel gebruik is in Rusland. Zij realiseerde zich niet dat dit verbranden van haren zulke gevolgen zou hebben.

Bovendien is het niet strafbaar, omdat zij hiermee hooguit gevaar voor haar eigen goederen in het leven riep.

Het oordeel van de rechtbank

De inhoud van de bewijsmiddelen is opgenomen in bijlage II bij dit vonnis. Omtrent het bewijs overweegt de rechtbank in het bijzonder nog het volgende.

Zaak met parketnummer 03.217911.23

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte opzettelijk heeft nagelaten bij de gemeente Roermond te melden wat van belang was voor het beoordelen van haar recht op een bijstandsuitkering. De verdachte genoot die uitkering vanaf 5 februari 2013. Zij heeft erkend dat zij niet heeft doorgegeven aan de gemeente Roermond dat twee vrienden haar naast die uitkering financieel ondersteunden, maar stelt dat dit haar niet verweten kan worden. De rechtbank ziet dat anders en overweegt als volgt.

De verdachte stond vanaf 2001 ingeschreven in de gemeente Roermond. De verdachte kreeg met ingang van 5 februari 2013 een bijstandsuitkering. Deze uitkering vroeg zij aan omdat zij uit haar escortbureau onvoldoende inkomen genereerde en zij niet langer onderhouden werd door haar voormalig partner [naam 1] . Uit de gegevens die zij aanleverde bij die aanvraag bleek dat hij nog wel enkele betalingen had verricht. Dat is toen met haar besproken.

Met de verdachte zijn bij de aanvraag meer onderwerpen besproken. Zo is met haar besproken dat de escortvergunning die zij had niet samenging met het aanvragen van een bijstandsuitkering. De verdachte bevestigde daarop dat zij haar uitkeringsaanvraag wilde handhaven. Ook is met haar besproken dat zij geld van haar familie in Rusland had ontvangen, wat van belang was in het kader van het beoordelen van haar vermogen.

Bij een hercontrole in oktober 2013 is vervolgens met haar gesproken over het feit dat er twee keer contant geld op haar rekening was gestort. Volgens verdachte hield dit verband met de verkoop van sieraden. Haar is toen duidelijk gemaakt dat zij voortaan bewijsstukken hiervan moest aanleveren. Met haar is ook besproken dat haar ex-partner [naam 1] nog geld naar haar had overgemaakt, waarvoor door de controleur een verantwoording van haar werd gevraagd.

In het kader van de aanvraag en de hercontrole heeft de verdachte van de gemeente Roermond brieven ontvangen, in mei 2013 en in oktober 2013. In die brieven wordt duidelijk vermeld dat op haar een inlichtingenplicht rustte en dat van de verdachte verwacht werd dat zij direct alles zou melden wat van invloed kon zijn op haar uitkering. Expliciet wordt nog vermeld in de toekenningsbrief dat zij een toeslag van 20% zou ontvangen omdat zij de kosten van het bestaan niet kon delen met iemand.

De vraag is nu of het gelet op het voorgaande geloofwaardig is dat de verdachte niet wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij had moeten doorgeven dat zij financiële steun ontving van derden.

De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. De verdachte verbleef al ruim tien jaar in Nederland toen zij de uitkering aanvroeg. Zij heeft gewerkt, had een Nederlandse partner, had zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en beschikte over een escortvergunning in 2013, waarvoor zij dan toch ook een aanvraagprocedure moet hebben doorlopen. Bij de uitkeringsaanvraag en hercontrole is met haar gecommuniceerd in de Nederlandse taal en nergens is gebleken dat die communicatie moeizaam verliep.

Dat alles past niet bij iemand die de Nederlandse taal onvoldoende machtig is om te kunnen begrijpen dat er voor het verkrijgen en behouden van een uitkering spelregels zijn waaraan zij zich houden moet. Het past ook niet bij iemand die de inhoud van de haar gestuurde brieven niet tot zich kan nemen en niet in staat is te overzien hoe die spelregels nu precies in elkaar steken.

De rechtbank volgt het verweer van de verdachte niet dat zij de brieven van de gemeente van 2013 niet zou hebben ontvangen omdat zij op de [adres 1] 2F in Roermond woont en niet op [adres 2] 2. Niet alleen op de twee brieven van de gemeente Roermond en het rapport van de uitkeringsaanvraag staat huisnummer 2 vermeld, maar ook op dagafschriften van ING uit die periode. De verdachte heeft ter terechtzitting nog aangevoerd dat zij geen bankafschriften krijgt, maar zij heeft zelf deze afschriften aangeleverd ten behoeve van de hercontrole en dit zijn per post verstuurde dagafschriften geweest, in tegenstelling tot het bij de aanvraag gevoegde geprinte transactie-overzicht. De rechtbank maakt dat op uit de lay-out en de vermelding van het aantal pagina’s op de dagafschriften van de hercontrole.

Verder is te zien in het dossier dat de toevoeging van de letter F pas in de basisregistratie geregistreerd wordt met ingang van 22 februari 2017. Het dossier bevat tevens (een kopie van) een huurovereenkomst, die getekend is op 1 januari 2014 en die betrekking heeft op de huur van de bovenwoning [adres 1] 2F. In de overeenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat de verdachte vanaf die tijd de woning [adres 2] 2 niet meer mag betreden. De toevoeging van de letter F werd dus pas relevant na het toesturen van de toekenningsbeslissing en vervolgbeslissing na de hercontrole.

Op zitting is haar ten slotte voorgehouden dat blijkens Google maps de beide adresaanduidingen een enkel pand betreffen, met één brievenbus.

Kortom: de verdachte moet op de hoogte zijn geweest van haar inlichtingenplicht en de reikwijdte daarvan. Als iets haar niet duidelijk was, had zij navraag kunnen en moeten doen. Die verplichting staat los van enig initiatief van de gemeente na oktober 2013 ter controle op neveninkomsten. Direct informeren was het uitgangspunt en dat moet haar duidelijk zijn geweest.

De verdachte vroeg een uitkering aan omdat zij zelf geen inkomen genereerde en niet langer door haar ex-partner onderhouden zou worden, maar werd vervolgens jarenlang weer onderhouden door dezelfde voormalige partner [naam 1] en - in veel mindere mate - door een andere vriend, [naam 2] . Dat blijkt uit het bewijs, en ter gelegenheid van het bestuursrechtelijk onderzoek in 2020 heeft zij verklaard dat zij [naam 1] in 2013 had gevraagd haar te ondersteunen.

Zij had daarom op zijn minst redelijkerwijze moeten vermoeden dat met die hervatte steun van [naam 1] haar aanspraak op de uitkering geheel dan wel gedeeltelijk zou komen te vervallen. Dat haar is toegezegd dat er niets mis was met betalingen door [naam 1] , zolang dat maar niet op haar bankafschriften zichtbaar was of dat een dergelijk vertrouwen bij haar terecht heeft kunnen ontstaan, is voor de rechtbank niet aannemelijk. Er is met haar tijdens de hercontrole in 2013 gesproken over relatief kleine bedragen die [naam 1] nog had overgemaakt in 2013, te weten een bedrag van € 100,- en € 150,-. Alleen daaruit al kon zij afleiden dat dit soort betalingen, dus ook van een geringe omvang, van belang waren voor de uitkeringsinstantie; zij moest zich er immers voor verantwoorden.

Vervolgens is gebleken dat [naam 1] in totaal € 71.848,99 aan vaste laten voor haar heeft betaald, in totaal € 4.210,- naar haar heeft overgemaakt en, zo volgt uit zijn verklaring, boodschappen voor haar heeft betaald en contant geld voor haar heeft opgenomen. Dat verdachte meende dat zij zich hiervoor dan niet hoefde te verantwoorden, vindt de rechtbank ongeloofwaardig.

Evenmin ziet de rechtbank in waarom de verdachte mocht menen dat de betalingen van [naam 1] en [naam 2] niet als inkomsten zouden zijn aan te merken, wat volgens de raadsman zou berusten op een verontschuldigbare verkeerde interpretatie van de toekenningsbeslissing. Dat verhoudt zich overigens ook niet met de stelling dat die beslissing niet zou zijn ontvangen.

De rechtbank merkt ten overvloede nogmaals op dat uit het enkele gegeven dat de uitkeringsinstantie geen hercontroles meer uitvoerde, de verdachte niet kan hebben ontleend dat er dan voor haar geen verplichtingen meer bestonden.

De verdachte is naar het oordeel van de rechtbank dan ook gedurende lange tijd haar informatieplicht niet nagekomen terwijl zij op zijn minst ernstige reden moet hebben gehad om te vermoeden dat dit consequenties zou (kunnen) hebben voor haar uitkering, en dit heeft haar voordeel opgeleverd, waarmee zij het misdrijf van artikel 227b Sr heeft begaan.

Zaak met parketnummer 03.196185.22 primair

De rechtbank acht ook dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op het volgende.

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij op 1 augustus 2022 in Roermond voor haar woning een brand heeft veroorzaakt door in twee containers een brandbare vloeistof te gieten en die vloeistof vervolgens te laten ontbranden.

De gedragingen van de verdachte zijn vastgelegd door camera’s van het gemeentelijk toezicht in Roermond. Te zien is dat de verdachte vloeistof giet in twee afvalcontainers die volgens aangever toebehoorden aan Domino’s Pizza waarboven de woning van verdachte zich bevond. Vervolgens is te zien dat de verdachte met een brandend voorwerp in haar handen naar deze containers loopt en dat in een van de containers gooit, waarna een grote steekvlam ontstaat. De verdachte gaat vervolgens de woning weer in. Door de kracht van de steekvlam zijn brandende materialen uit de container geworpen, waarna een aanzienlijke brand ontstond in de container en daarbuiten. Enkele minuten later arriveerden medewerkers van een vuilophaaldienst die de brand hebben geblust.

Een brandonderzoeker heeft aan de hand van beelden en de situatie ter plaatse verklaard dat er een kans aanwezig is geweest dat de brand via een raam van het pand was doorgeslagen.

Het handelen van de verdachte moet naar zijn uiterlijke verschijningsvorm als opzettelijk worden aangemerkt. Zij heeft bewust eerst een hoeveelheid brandbare vloeistof in afvalcontainers gegoten en vervolgens met een brandend voorwerp doen ontbranden. Dan is voorzienbaar dat er een zo omvangrijke brand ontstaat dat niet alleen de container zelf met inhoud in vlammen opgaat, maar het vuur zich ook kan uitbreiden naar buiten de container.

Als de verdachte slechts haar haren ritueel heeft willen verbanden, zoals zij heeft verklaard, valt niet in te zien waarom dat op deze wijze moest, en daarvoor in twee containers brandbare vloeistof gegoten moest worden. De rechtbank stelt deze verklaring daarom als ongeloofwaardig terzijde.

De rechtbank kan ook vaststellen dat het gedrag van de verdachte daadwerkelijk gemeen gevaar voor goederen heeft doen ontstaan, niet alleen in relatie tot de afvalcontainers, die concreet in brand stonden, maar ook in relatie tot de woning waarvoor in elk geval gevaar gevreesd kon worden. De brand was immers uiteindelijk niet beperkt tot in de container. Het betrof derhalve niet alleen gevaar voor verdachtes eigen goederen, zoals de raadsman heeft betoogd. De afvalcontainers waren immers niet van haar en evenmin het pand waar zij slechts huurster was.

De raadsman heeft nog aangevoerd dat de brand te kort heeft geduurd om gevaar op te leveren, maar ook dat ziet de rechtbank anders. De verdachte is immers de woning weer binnengegaan en heeft niets ondernomen om de gevolgen van de grote steekvlam te beperken. Zodoende was in elk geval het gevaar te duchten dat deze brand als gevolg van het gebruik van de brandbevorderende vloeistof uit de hand zou lopen. Dat het vuur enkele minuten later werd gedoofd door medewerkers van de gemeente die toevallig voorbijkwamen, maakt dit niet anders.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Zaak met parketnummer 03.217911.23

in de periode van 5 februari 2013 tot en met 31 januari 2020 in de gemeente Roermond in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet werk en bijstand en artikel 17 van de Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf, terwijl zij redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking, te weten een bijstandsuitkering, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking, te weten inkomsten bestaande uit betaling van huurkosten, premie CZ, kosten WML, kosten BsGW, kosten bij supermarkten, kosten energie, kosten van de dierenarts, kosten voor de telefoon, kosten van Famed en Infomedics (tandarts), gemeente Roermond, kosten van Klarna, overschrijvingen naar de bankrekening van verdachte, welke betalingen en overschrijvingen zijn gedaan door [naam 1] en [naam 2] ;

Zaak met parketnummer 03.196185.22 primair

op 1 augustus 2022 in de gemeente Roermondopzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof ten gevolge waarvan brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De voor de rechtbank redengevende bewijsmiddelen zijn in een bijlage bij dit vonnis opgenomen (Bijlage II).

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Zaak met parketnummer 03.217911.23

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming/de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming;

Zaak met parketnummer 03.196185.22 primair

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

7. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis wanneer deze taakstraf niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf, nu de feiten van oudere datum zijn en de verdachte van de gemeente Roermond de verstrekte uitkering moet terugbetalen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft uitkeringsfraude gepleegd. Vanaf 2013 heeft zij jarenlang een bijstandsuitkering ontvangen, terwijl anderen een zeer groot deel van haar vaste lasten voor hun rekening namen. Daarnaast werden onder andere boodschappen en etentjes voor haar betaald. De verdachte stelt dat zij niet hoefde te begrijpen dat deze financiële steun van belang was voor het beoordelen van haar aanspraak op bijstand. De rechtbank heeft daar een ander oordeel over gegeven. Zij had in elk geval moeten vermoeden dat de ondersteuning van die omvang en regelmaat besproken had moeten worden met de gemeente Roermond. Het gaat in elk geval om € 75.008,07 aan bijdragen van anderen aan haar levensonderhoud en vaste lasten.

Een bijstandsuitkering is een vangnetvoorziening voor mensen die er niet in slagen zichzelf van voldoende inkomen te voorzien en de voorziening echt nodig hebben. Misbruik ervan ondermijnt het maatschappelijk draagvlak voor deze voorziening, die berust op solidariteit en waarvan de kosten gedragen moeten worden door anderen. Van degene die een uitkering ontvangt, mag verwacht worden dat hij of zij uit eigen beweging meldt wat van belang kan zijn voor de aanspraak op die voorziening. Het gaat immers om gemeenschapsgeld. De verdachte kan zich dus niet verschuilen achter het gegeven dat de gemeente Roermond na 2013 geen nadere controles heeft verricht.

Dat alles betekent dat in beginsel als sanctie gedacht moet worden aan het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In vergelijkbare zaken wordt aangesloten bij het benadelingsbedrag. In deze zaak heeft de gemeente Roermond dit bedrag berekend op € 101.933,44. De oriëntatiepunten voor de straftoemeting van de rechtspraak, die een gemiddelde weergeven van wat voor veel voorkomende feiten aan straffen wordt opgelegd, vermelden bij deze omvang een gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden.

De verdachte geeft er geen blijk van inzicht te hebben in het kwalijke van haar handelen. In haar verhoor ter zake van de fraude zegt zij op 27 januari 2021: “Ik ben zielig, alleen en ziek in een vreemd land.” Ter terechtzitting op 1 augustus 2025 en bij de reclassering blijkt dit nog steeds haar credo te zijn. De rechtbank weegt deze houding in haar nadeel mee.

Naast uitkeringsfraude heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan brandstichting. Ook dat is een kwalijk feit. De straf die daarvoor passend en geboden is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Een algemeen vertrekpunt daarvoor is er niet. Omdat het feit in het licht van de documentatie van de verdachte op zichzelf lijkt te staan en de gevolgen van de brand beperkt zijn gebleven, kan volstaan worden met een taakstraf of een geldboete. Gelet op de omstandigheid dat de verdachte nog steeds moet leven van een bijstandsuitkering, ziet de rechtbank in elk geval af van opleggen van een boete. Een taakstraf is wel gepast en geboden.

De rechtbank weegt in het voordeel van de verdachte mee dat zij geen strafblad heeft en houdt ook rekening met haar lichamelijke beperkingen. De verdachte lijdt, zo verklaarde zij, aan chronische migraine en heeft op dit moment nog last van de gevolgen van een aantal operaties. De rechtbank acht een vrijheidsbenemende straf voor nu daarom niet passend. Wel zal de rechtbank haar een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen om haar te weerhouden van hernieuwd strafbaar handelen.

Het begrip voor haar situatie gaat niet zo ver dat de rechtbank eveneens afziet van het opleggen van een taakstraf. Daarvoor zijn de feiten te ernstig. Gelet op het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef bij de verdachte, zal zij moeten ervaren dat het plegen van deze delicten gevolgen heeft. Niet gebleken is dat zij in het geheel niet in staat is om werkzaamheden uit te voeren. Bij de uitvoering van de taakstraf wordt door de reclassering ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van een veroordeelde. In overleg met de reclassering kan een gepaste uitvoering van die straf worden gerealiseerd.

Ook ziet de rechtbank geen reden minder straf op te leggen omdat haar nog een vordering van de gemeente Roermond boven het hoofd hangt. Fraude mag immers niet lonen. Nu zij nog steeds een bijstandsuitkering heeft en bescherming geniet van de beslagvrije voet bij het terugvorderen, voorziet de rechtbank niet dat zij onevenredig zware gevolgen zal ondervinden van het bestuursrechtelijk traject waar de rechtbank rekening mee zou moeten houden.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf verder rekening met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Volgens de uitleg die de Hoe Raad hieraan heeft gegeven, dient een strafzaak in eerste aanleg in beginsel binnen 2 jaren na aanvang van de termijn te zijn afgerond met een uitspraak.

Start van de termijn waarbinnen de zaken zouden behoren te zijn afgerond met een uitspraak is in deze zaak het moment waarop de verdachte redelijkerwijs kenbaar was dat tegen haar een strafvervolging werd ingesteld. Ter zake van de fraude is dit naar het oordeel van de rechtbank de datum waarop door de Verkeerstoren van het Openbaar Ministerie onderzoekswensen zijn opgevraagd, waaruit volgt dat kenbaar werd gemaakt dat het Openbaar Ministerie voornemens was de verdachte te vervolgen. Dit was op 15 juli 2024. In de fraudezaak is de redelijke termijn dan ook niet overschreden. Ter zake van de brandstichting gaat de rechtbank uit van de datum van de brief waarin de verdachte werd uitgenodigd voor het OM-hoorgesprek, te weten 30 november 2022. De redelijke termijn is in die zaak derhalve overschreden met ruim 8 maanden.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straffen het meest recht doen aan de ernst van de feiten, de persoon van de verdachte en overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal die eis dan ook volgen en aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden opleggen met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast moet de verdachte een taakstraf verrichten van 240 uren.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 157 en 227b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. C.M.J. van den Acker, voorzitter, mr. K.G. Witteman en mr. L.E.M. Hendriks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 augustus 2025.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Zaak met parketnummer 03.217911.23

zij in of omstreeks 5 februari 2013 tot en met 31 januari 2020 in de gemeente Roermond, althans in Nederland, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet werk en bijstand en/of artikel 17 van de Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl zij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een bijstandsuitkering, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, door (neven)inkomsten bestaande uit (gedeeltelijke) betaling van huurkosten, premie CZ, kosten WML, kosten BsGW, kosten bij supermarkten, kosten energie, kosten van de dierenarts, kosten voor de telefoon, kosten van Famed en Infomedics (tandarts), gemeente Roermond, kosten van Klarna, overschrijving(en) naar de bankrekening van verdachte en/of het verstrekken van (een) geldlening(en) aan verdachte [verdachte] , welke (gedeeltelijke) betalingen, overschrijving(en) en/of geldlening(en) zijn gedaan/verstrekt door [naam 1] en/of [naam 2] en/of vermogen niet (tijdig) te melden;

Zaak met parketnummer 03.196185.22

zij, op of omstreeks 1 augustus 2022 in de gemeente Roermondopzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een afvalcontainer, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan die afvalcontainer geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een in de nabijheid van die afvalcontainer pand, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij, op of omstreeks 1 augustus 2022 in de gemeente Roermond opzettelijk en wederrechtelijk een afvalcontainer, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Domino's Pizza, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Bijlage II: De inhoud van de redengevende bewijsmiddelen

Zaak met parketnummer 03.217911.23

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de gemeente Roermond, Sociale Recherche, proces-verbaalnummer SR 200041 gesloten d.d. 24 maart 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 529, met daaraan toevoegde niet doorgenummerde bijlagen.

Het proces-verbaal, p. 11 e.v.

Ik, verbalisant, [naam verbalisant 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar van de Sociale Recherche Gemeente Roermond, verklaar het navolgende:

De verdachte is:

[verdachte]

Geboren te [geboortegegevens] -1974

Uit dit onderzoek is gebleken dat [verdachte] vanaf aanvang uitkering, 5-2-2013, tot en met einde uitkering 31-01-2020, financieel is onderhouden door [naam 2] en [naam 1] . Door verdachte is geen juist beeld geschetst van haar financiële situatie en geen melding gemaakt van inkomsten.

Indien verdachte melding had gemaakt van de financiële ondersteuning, het ontvangen van contanten en van het feit dat een groot deel van haar (vaste) lasten werd betaald door [naam 1] en [naam 2] , zou zij op grond hiervan geen recht hebben gehad op een bijstandsuitkering.

In dit onderzoek is een bewijsdossier opgemaakt.

Uit de berekening, op basis van de onderzochte bankafschriften van [verdachte] , [naam 2] en [naam 1] en de ontvangen informatie van instanties, bleek dat verdachte over de periode van 5-2-2013 tot en met 31-01-2020 voor tenminste € 75.008,07 ontvangen heeft van [naam 2] en [naam 1] .

Het geschrift, p. 14 e.v.:

Onderzoek Sociale Recherche Roermond

Bewijsdossier

Conclusie financieel onderzoek

Aan de hand van de door de verschillende instanties aangeleverde informatie, de onderzochte bankafschriften van [naam 1] , [naam 2] en [verdachte] , de aangeleverde financiële overzichten van [naam 2] , de schriftelijke overeenkomsten geldlening [verdachte] , is vastgesteld dat [verdachte] in de periode van 5 februari 2013 tot en met 31 januari 2020 door [naam 2] en [naam 1] , financieel is onderhouden. Hieronder een korte weergave van de ontvangen inkomsten van [verdachte] en de door [naam 2] en [naam 1] betaalde (vaste) lasten:

[naam 1]

- Huurkosten € 50.590,64- CZ ziektekosten € 7.318,51- Kosten BsGW € 81,01- Kosten WML €612,88- Energiekosten € 3003,89- Kosten Vodafone € 2.268,97- Dierenkosten € 2.411,28- Kosten Infomedics € 233,52- Kosten Famed €21,83- Aflossing IPhone € 486,-- Aflossing krediet € 31,50- Bijschrijvingen € 4.210, -- Kosten gemeente € 214,90Subtotaal € 71.484,99

[naam 2] - Ziektekosten € 338,07- Kosten Infomedics € 953,98- Kosten Famed €1.710,05- Kosten Klarna € 139,98- Kliniek Aachen € 150,-- Kosten IND € 171,-- Kosten consulaat € 60,-Subtotaal € 3522,98

Totaal ontvangen inkomsten € 75.008,07

Geconcludeerd kan worden dat tenminste voor een bedrag van € 75.008,07 door

[naam 1] en [naam 2] is betaald aan (vaste) lasten van [verdachte] , dit is inclusief alle overschrijvingen vanaf de bankrekening van [naam 1] op de bankrekening van [verdachte] .

Het proces-verbaal, p. 243 e.v.:

Gespreksbevestiging

Betreft: Getuigenverhoor

Verbalisanten: [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] beiden sociaal rechercheur en buitengewoon opsporingsambtenaar dienst van de Gemeente Roermond

Wij, verbalisanten, verklaren het volgende:

Op 27-08-2020 hadden wij een gesprek met:

[naam 1]

verklaarde het volgende:

Ik heb betalingen verricht voor mevrouw [verdachte] aan:

- huur

- WML

- CZ

- Vodafone

- Energiekosten

- BSGW

- Stortingen op de rekening van mevrouw [verdachte]

- contanten heb ik ook wel eens gegeven

Ik heb betaalde seks met haar gehad. Dit heeft zich een aantal keer herhaald en uiteindelijk ben ik andere zaken voor haar gaan betalen. In januari/februari 2020 heb ik er een einde aan gemaakt, omdat de betalingen zich bleven opstapelen.

De huur heb ik vanaf 2013 voor haar betaald. Wanneer ik bij haar was toonde zij me een aanmaning van CZ met het verzoek of ik die wilde betalen. Dit heb ik gedaan en vervolgens ben ik het blijven doen van 2013 tot en met 2020.

Het proces-verbaal, p. 249 e.v.

Gespreksbevestiging

Betreft: Getuigenverhoor

Verbalisant: [naam verbalisant 1] , sociaal rechercheur en buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de Gemeente Roermond

Ik, verbalisant, verklaar het volgende:

Op 25 september had ik een gesprek met:

[naam 1]

verklaarde het volgende:

V: Wat kunt u verklaren over de contante betalingen en overschrijvingen die u heeft gedaan aan [verdachte] ?

A: alle kasopnames die ik heb gedaan in Roermond of in de buurt van Roermond zijn voor een groot gedeelte voor [verdachte] geweest. De overschrijvingen aan [verdachte] kunt u zien op mijn bankafschriften.

Het proces-verbaal, p. 252 e.v.

Gespreksbevestiging

Betreft: Getuigenverhoor

Verbalisant: [naam verbalisant 1] , sociaal rechercheur en buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de Gemeente Roermond

Ik, verbalisant, verklaar het volgende:

Op 30 oktober had ik een gesprek met:

[naam 1]

verklaarde het volgende:

Ik betaalde eigenlijk altijd de kosten als we uit gingen eten. Driekwart van de boodschappen die ik in Roermond heb gedaan, zijn voor [verdachte] geweest. De boodschappen die ik in Eindhoven heb gedaan waren voor [verdachte] .

Het geschrift, p. 287:

Onderstaande gegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie

Persoon algemeen

[verdachte]

Datum inschrijving gemeente 01-02-2001

Gemeentenaam van inschrijving: Roermond

Datum vestiging in Nederland 28-08-2003

Inschrijvingsadres

Roermond, 6041 GS, [adres 1] , Nederland (22-02-2017 – heden geldig)

Roermond, 6041 GS, [adres 2] , Nederland (30-01-2009 – 22-02-2017)

Het geschrift, p. 300 e.v:

Rapport

Datum aanvraag: 21-mrt-2013

Soort: Aanvraag levensonderhoud

Naam: [verdachte]

Adres: [adres 2]

Woonplaats: Roermond

Geboorte datum: [geboortegegevens] -1974

Geboorteplaats: [geboortegegevens]

Land Herkomst: Sovjetunie

Reden aanvraag

Belanghebbende is lange tijd onderhouden door haar toenmalige partner, nu ex-partner, [naam 1] .

Belanghebbende is van oorsprong Russische en reeds 10 jaar in Nederland. Belanghebbende heeft zich op 5 februari 2013 gemeld voor een WWB-uitkering. Op 18 februari 2013 heeft het screeningsgesprek plaatsgevonden en op 21 maart 2013 het intakegesprek.

[verdachte] is woonachtig aan het adres [adres 2] en is huurder van deze woning. De maandelijkse huurprijs bedraagt € 578,57. Belanghebbende ontvangt huurtoeslag.

Belanghebbende is alleenstaand en woont alleen op haar adres.

Belanghebbende is de afgelopen drie jaar onderhouden door haar ex-partner. Belanghebbende heeft een escortbedrijf gehad. Sinds 08-08-2012 is deze onderneming opgeheven. Belanghebbende is echter wel nog in bezit van een escortvergunning. Op 26-04-2013 heeft rapporteur telefonisch contact opgenomen met belanghebbende en haar duidelijk gemaakt dat bij het voortzetten van de aanvraag voor een bijstandsuitkering de vergunning voor escortdiensten komt te vervallen. Belanghebbende begreep dit en gaf aan de aanvraag voort te willen zetten.

Belanghebbende heeft verklaard in de maand december geld ontvangen te hebben van haar moeder en stiefvader, hiervan heeft zij bewijsstukken van Westerns Union ingeleverd. Belanghebbende heeft verklaard dat ze dit geld gekregen heeft.

De bankafschriften van [naam 1] zijn bijgevoegd. Dit omdat belanghebbende tijdens het screeningsgesprek verklaarde dat [naam 1] tot en met februari 2013 de vaste lasten voor belanghebbende heeft betaald zoals de huur en de zorgpremie. Op 27 februari 2013 is de laatste betaling voor de huur te zien voor belanghebbende. Het verhaal van belanghebbende met betrekking tot het onderhouden door haar ex-partner komt overeen met zijn bankafschriften.

Belanghebbende verklaart niet in het bezit te zijn van een spaarrekening. Belanghebbende verklaart niet in het bezit te zijn van een auto. Belanghebbende verklaart niet te beschikken over overige vermogensbestanddelen.

Belanghebbende heeft recht op een uitkering naar de norm van een alleenstaande. Vanaf 5 februari 2013 heeft belanghebbende recht op een uitkering naar de norm van een alleenstaande 21 tot pensioengerechtigde leeftijd ad € 660,98. Belanghebbende heeft recht op een toeslag van 20% ad € 264,39 in verband met het niet kunnen delen van de woonlasten. In totaal komt dit neer op € 935,37.

Het geschrift, p. 330 e.v.:

gemeente Roermond

[verdachte]

[adres 2]

[adres 1]

onze datum 08-05-2013

betreffende Beslissing Wet werk en bijstand (WWB)

Geachte mevrouw [verdachte] ,

Op 21 maart 2013 heeft u een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor algemene bijstand ingevolge artikel 43 van de WWB.

Wij hebben beslist aan u bijstand toe te kennen met ingang van 5 februari 2013.

U krijgt netto € 660,98 bijstand per maand. Dat is het bedrag voor een alleenstaande, die 21 jaar of ouder is, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. U heeft recht op een toeslag van 20% van het netto wettelijk minimumloon. De reden voor de toeslag is dat u de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kunt delen met iemand anders.

Indien u nu of in de toekomst inkomsten ontvangt naast uw uitkering, worden deze op uw uitkering in mindering gebracht.

U bent verplicht onmiddellijk alles te melden wat van invloed kan zijn op uw mogelijkheden om aan het werk te gaan en met betrekking tot uw uitkering.

Wat moet u in ieder geval doen? U geeft wijzigingen in uw persoonlijke, gezins- of financiële situatie onmiddellijk door aan uw klantmanager.

Het is de bedoeling dat u zo snel mogelijk weer in uw eigen levensonderhoud kunt voorzien

Tevens wordt aan u de verplichting opgelegd om op de periodieke verklaring in te vullen wanneer u geld ontvangt van uw familie via Western Union. De bewijsstukken dient u dan bij te voegen.

Van u wordt verwacht dat u de inlichtingenplicht, zoals genoemd in artikel 17 lid 1 van de WWB, volledig nakomt. U krijgt een bestuurlijke boete als u informatie die van belang is voor uw recht op een uitkering of voor de hoogte ervan, niet of te laat doorgeeft aan de gemeente.

Het geschrift, p. 338 e.v.:

Rapport

Datum aanvraag: 07-okt-2013

Soort: Heronderzoek indvi. Afsrpaak

Naam: [verdachte]

Adres: [adres 2]

Postk & Woonplaats: [adres 1]

Geboorte.datum: [geboortegegevens] -1974

Belanghebbende ontvangt een WWB uitkering van de gemeente Roermond naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 20% sinds 5-2-2013. Bij de toekenning van de uitkering is i december 2012 een bedrag aangetroffen dat belanghebbende van familie uit Rusland als schenking heeft ontvangen. Derhalve heeft de collega die destijds de aanvraag heeft afgehandeld deze hercontrole ingevoerd om te bezien of dit mogelijk vaker gebeurt.

Rapporteur heeft belanghebbende gesproken op 21 -10-2013 hiervoor. Uit controle van de bankrekening blijkt dat zij enkele malen in 2013 een klein bedrag op haar rekening overgemaakt heeft gekregen van haar ex-partner [naam 1] .

Tevens is er 2x een kasstorting aangetroffen van € 100 en € 150. Hiervan verklaart zij dat zij 2x enkele sieraden heeft verkocht. Bewijsstukken hiervan heeft zij niet.

Daar het om relatief kleine bedragen gaat en een verdere controle op bewijsstukken naar mening van rapporteur niets op zal leveren, stelt rapporteur voor verder geen actie te ondernemen. Wel is een schriftelijke bevestiging van een en ander bijgevoegd, ondertekend door belanghebbende. Tevens is met haar besproken dat zij in het vervolg voor bewijsstukken dient te zorgen.

Het geschrift, p. 340 e.v.:

ING

Mw [verdachte]

[adres 2]

[adres 1]

Afschrift Betaalrekening

Datum Pagina

21-01-2013 1 van 4

Het geschrift, p. 379 e.v.:

Gemeente Roermond

[verdachte]

[adres 2]

[adres 1]

Verzonden: 31 oktober 2013

Betreffende Beslissing Wet werk en bijstand

U bent verplicht direct alles te melden wat van invloed kan zijn op uw mogelijkheden om aan het werk te gaan en betreffende uw uitkering. Als u daarvan bewijsstukken heeft, levert u deze in bij uw mutatieformulier en/of inkomstenformulier.

De overige verplichtingen die aan de bijstand verbonden zijn, blijven hetzelfde. We hebben u hierover geïnformeerd in ons besluit over de toekenning van uw uitkering.

Van u wordt verwacht dat u de inlichtingenplicht volledig nakomt. U krijgt een bestuurlijke boete als u informatie die van belang is voor uw recht op een uitkering of de hoogte ervan, iet of te laat doorgeeft aan de gemeente.

Het geschrift, p. 399 e.v.:

Overzicht beantwoording vragen gemeente tbv aanvraag nieuwe uitkering

Met een toenmalige vriend, de heer [naam 1] , heb ik in 2013 afgesproken dat hij mij financieel zou ondersteunen. Dat is ook gebeurd tot januari 2020.

Het geschrift, p. 406 e.v.:

Huurovereenkomst

Ondergetekende: De heer [naam 3]

en: Mevrouw [verdachte]

gevestigd/wonende: thans wonende [adres 2] te Roermond

verklaren te hebben verhuurd, respectievelijk in huur te hebben aangenomen: bovenwoning

plaatselijk bekend: [adres 1] , [adres 1] .

Ingaande op 1-1-2014

Bijzondere bepalingen

1. Indien door de huurder een borgsom werd voldaan wordt deze thans doorgeschoven naar het pand [adres 1]

7. Met ingang van uiterlijk 20 januari 2014 mag de huurder de woning [adres 2] niet meer betreden.

Aldus opgemaakt en in tweevoud ondertekend:

Roermond, 01-01-2014.

Bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer 03.196185.22

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, Eenheid Limburg, registratienummer PL2300-2022118601, gesloten d.d. 4 augustus 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 40.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting op 1 augustus 2025:

Het klopt dat ik op 1 augustus 2022 voor mijn woning in Roermond een brandbare vloeistof in afvalcontainers gegoten heb en die vloeistof heb aangestoken. Dat was om haren te kunnen verbranden. De vloeistof was een vloeistof om een barbecue mee aan te steken.

Het proces-verbaal aangifte, p. 6:

Omschrijving aangifte

Feit: Brandstichting

Plaats delict: [adres 3] , 6041 GN Roermond

Pleegdatum: 1 augustus 2022

Aangever: [naam 4]

Hij deed aangifte namens het slachtoffer Domino’s Pizza, [adres 3] 6041 GN Roermond en verklaarde het volgende.

Ik doe aangifte van vernieling dan wel brandstichting. Ik ben manager van Domino’s stationsplein Roermond en ik ben gerechtigd om aangifte namens de franchise te doen. Op 1 augustus 2022 stonden er een aantal van onze afvalbakken buiten voor onze zaak op het troittoir. Op onze camerabeelden zie ik dat de bewoonster welke boven onze zaak woont voorbij de zaak loopt en vervolgens uit beeld van de camera’s verdwijnt, ter hoogte van waar de afvalbakken stonden. Enkele seconden later zie ik dat ze weer terug in beeld komt en ik zie vervolgens een soort explosie van vuur.

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 11:

Op 2 augustus 2022 bekeek ik, verbalisant, beelden van camera toezicht Roermond. Op de beelden is de brandstichting te zien op de [adres 1] te Roermond. Op de hoek van de [adres 1] /Stationsplein bevindt zich een vestiging van Domino’s pizza.

Op 1 augustus 2022 te 05:59 uur is te zien dat een vrouw met een witte fles vloeistof spuit in vuilcontainers die voor pand [adres 2] te Roermond staan. De containers staan vlak naast het pand [adres 1] te Roermond. De vrouw sluit vervolgens de deksel van de containers en gaat de woning in.

Te 06:03 uur komt de vrouw weer naar buiten met allerlei afval en stopt dit weg in de openbare afvalcontainer.

Ik, verbalisant, weet dat de uitbater van Domino’s een conflict heeft met zijn bovenbuurvrouw woonachtig adres [adres 1] te Roermond. De personalia van deze vrouw zijn: [verdachte] .

Mevrouw [verdachte] loopt vervolgens terug naar haar woning en om 06:04 is te zien dat ze een brandend voorwerp in de container gooit waarin ze eerder een vloeistof had gegoten. Dit heeft als gevolg een grote steekvlam.

Te 07:07 uur komt de ophaaldienst van ProZero de containers aanrijden (opmerking van de rechtbank: het tijdstip is niet correct: de rechtbank gaat uit van het tijdstip 06:07 uur, omdat de duur van de beeldopnamen waarin de gebeurtenis te zien is ongeveer 11 minuten bedraagt). Een medewerker van de ophaaldienst ziet de brand en pakt een brandblusser en blust de brand.

Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 24;

Ik, verbalisant, [naam verbalisant 3] , verklaar het volgende:

Op 3 augustus 2022 verhoorde ik de getuige:

Achternaam: [naam 5]

Voornamen: [naam 5]

De getuige verklaarde:

Ik ben werkzaam als medewerker risicobeheersing bij de veiligheidsregio Midden-Limburg en tevens brandonderzoeker.

U heeft mij beelden laten zien van de brand in de afvalcontainers ter hoogte van Domino’s pizza op het stationsplein te Roermond.

Ik zag dat de afvalcontainers ter hoogte van een stenen gevel stonden. Ik zag dat in die gevel, op ongeveer 1.7 meter hoogte zich ovale ramen bevonden. Ik schat de doorsnede van deze ramen op ongeveer 1 meter. Ik zag dat de afvalcontainers zich onder een van deze ramen bevonden. De kans op branddoorslag vanuit de brandende container via het raam acht ik aanwezig.

Op google maps is te zien dat op de plek waar de containers stonden een ventilatierooster in de gevel aanwezig is. Het rooster is op ongeveer 20 a 30 cm hoogte vanaf de stoep aangebracht.

Het proces-verbaal van verhoor, p. 36 e.v.:

V: Op camerabeelden van de brandstichting is te zien dat een vrouw uit een witte fles vloeistof in de afvalcontainers spuit. Te zien is dat de vrouw daarna een portiek van een woning binnen loopt. Dat de vrouw korte tijd later weer naar buiten komt en een brandend voorwerp in haar hand heeft. Dat de vrouw dit brandend voorwerp in een afvalcontainer gooit. Te zien is dat hierdoor een grote steekvlam ontstaat. Dat ten gevolge hiervan enkele brandjes rondom de afvalcontainer ontstaan. Dat de afvalcontainer, of het afval in de container vlam vat.

Wat voor vloeistof zat in de fles die in de containers werd gespoten?

A: Voor de barbecue aan te maken.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03.217911.23 en 03.196185.22 (ttz.gev.)

Proces-verbaal van de openbare zitting van 15 augustus 2025 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1974,

wonende [adres 1] .

raadsman is mr. T.J.N. Hameleers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat zij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?