ECLI:NL:RBLIM:2025:8517

ECLI:NL:RBLIM:2025:8517, Rechtbank Limburg, 25-06-2025, C/03/340660 / HA ZA 25-147

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 25-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/03/340660 / HA ZA 25-147
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005290

Samenvatting

Civiel recht. Vonnis in incident. Exceptie onbevoegdheid afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/340660 / HA ZA 25-147

Vonnis in incident van 25 juni 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INSTALLATIEBEDRIJF EMBRECHTS B.V.,

gevestigd te Landgraaf,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. L. Isenborghs,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEYME PROPERTIES B.V.,

gevestigd te Maastricht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HSC B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk.

Partijen zullen hierna Embrechts, Meyme en HSC genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties 1 t/m 11,

de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring met 1 productie,

de conclusie van antwoord in het incident.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. Het geschil

in de hoofdzaak

Embrechts stelt zich op het standpunt dat zij een overeenkomst van aanneming van werk ex artikel 7:750 Burgerlijk Wetboek (BW) heeft gesloten met HSC ten behoeve van diverse werkzaamheden aan de appartementen gelegen aan de [adres] in [plaats] . HSC heeft Embrechts verzocht de facturen aan Meyme te richten. Meyme heeft een bedrag van € 284.347,16 onbetaald gelaten. Om die reden vordert Embrechts (samengevat weergegeven) dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, HSC en Meyme, hoofdelijk, dat als de een heeft betaald de ander daarvan is bevrijd, althans ieder afzonderlijk, veroordeelt tot betaling aan Embrechts van

€ 284.347,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim,

€ 3.196,74 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim,

de proceskosten, de nakosten en de beslagkosten.

in het incident

Meyme en HCS stellen zich op het standpunt dat de rechtbank niet bevoegd is om van de vorderingen van Embrechts kennis te nemen omdat in de offerte van 4 oktober 2022 (productie 3 bij dagvaarding) wordt verwezen naar de van toepassing zijnde Algemene Leveringsvoorwaarden Installerende Bedrijven (ALIB 2007) waarin in artikel 18 lid 2 aan arbitrageregeling is opgenomen. Embrechts had derhalve het geschil moeten voorleggen aan de Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en Handel. Meyme en HSC vorderen daarom dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart.

Meyme en HSC voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

3. De beoordeling

Uit artikel 1022 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat indien een geschil bij een Nederlandse rechter aanhangig wordt gemaakt en de gedaagde een beroep op een arbitraal beding doet dat voorziet in arbitrage, de rechter zich onbevoegd dient te verklaren, tenzij het arbitraal beding niet geldig tussen partijen is overeengekomen.

Tussen partijen is niet in geschil dat de ALIB 2007 van toepassing zijn op de overeenkomst. Uit het derde lid van artikel 18 ALIB 2007 volgt evenwel dat – zoals Embrechts terecht naar voren heeft gebracht –in afwijking van het tweede lid van dat artikel (waar Meyme en HSC zich op beroepen), de technisch aannemer bevoegd is het geschil te laten beslechten door de krachtens de wet bevoegde (gewone) rechter van het arrondissement van de plaats van vestiging van de technisch aannemer. Naar het oordeel van de rechtbank is met die bepaling uitdrukkelijk afgeweken van het arbitragebeding in artikel 18 lid 2 ALIB 2007. Nu onderhavig geschil aanhangig is gemaakt door Embrechts, de technisch aannemer, acht de rechtbank zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Meyme en HSC zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van dit incident. De rechtbank begroot deze kosten aan de zijde van Embrechts op € 614,00 aan salaris advocaat (1 punt van liquidatietarief II).

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt Meyme en HSC in de kosten van het incident, aan de zijde van Embrechts tot op heden begroot op € 614,00,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 6 augustus 2025 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Meyme en HSC,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op

25 juni 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand