ECLI:NL:RBLIM:2025:8658

ECLI:NL:RBLIM:2025:8658, Rechtbank Limburg, 19-02-2025, C/03/299764 / HA ZA 21-617

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-02-2025
Datum publicatie 12-09-2025
Zaaknummer C/03/299764 / HA ZA 21-617
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2024:6033
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Tussenvonnis. Uitlaten over vragen aan de te benoemen deskundige.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/299764 / HA ZA 21-617

Vonnis van 19 februari 2025

in de zaak van

COMOX BEHEER B.V.,

te Heerlen,

eisende partij,

hierna te noemen: Comox,

advocaat: mr. R.J.H.M. Crombaghs,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

te [vestigingsplaats 1] ,2. [gedaagde sub 2],

te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

advocaat: mr. C.S.B.E. Reinders.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 augustus 2024- de akte van Comox met producties C-41 tot en met C-47;- de akte uitlating van [gedaagden] met productie 38;

- de antwoordakte van Comox;

- de antwoordakte van [gedaagden] met productie 39;

- de akte (uitlating overgelegde productie) van Comox met productie C-48;

- het B11-formulier van [gedaagden] houdende bezwaar tegen de door Comox overgelegde akte.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Aanhouding getuigenverhoor

Deze zaak stond op de rol van 6 februari jl. voor getuigenverhoor aan de zijde van Comox. De rechtbank was voornemens aansluitend aan dit getuigenverhoor een korte mondelinge behandeling te bevelen, waarbij zij met partijen van gedachten wilde wisselen over aanvullende vragen aan de in deze zaak te benoemen deskundige en waarbij de toelaatbaarheid van de nagekomen akte van Comox kort besproken zou kunnen worden. Nu het getuigenverhoor is aangehouden, heeft de rechtbank, om verder tijdsverlies te voorkomen, besloten deze punten op te nemen in dit tussenvonnis.

Aanvullende vragen deskundige(n)

Bij tussenvonnis van 7 augustus 2024 heeft de rechtbank partijen onder meer in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over de hoogte van de balustrade van het dakterras aan de achterzijde (rov. 4.90 en 5.152.a). Comox heeft daarop bij akte aangegeven dat zij niet akkoord gaat met de door [gedaagden] voorgestelde oplossing (verplaatsing van de balustrade naar binnen). Daarbij stelt Comox zich thans – naar de rechtbank begrijpt – op het standpunt dat de balustrade niet alleen te laag is, maar ook niet overeenkomstig het ontwerp van de architect. [gedaagden] hebben daar tegenover gesteld dat de door Comox gewenste uitvoering van de balustrade niet mogelijk is, omdat dit tot vochtproblemen zou leiden.

De rechtbank stelt voorop dat voor de vraag wat partijen zijn overeengekomen bepalend is de overeenkomst van 15 juli 2015 en de daarin bij randnummer 10 opgenomen stukken, waarbij met betrekking tot het onderhavige geschilpunt met name van belang zijn het ruimteplan, de bestektekeningen en de staat van materialen en afwerking. De rechtbank is gelet hierop, alsmede op de standpunten van partijen, voornemens aan de deskundige(n) de volgende vragen voor te leggen:

is de balustrade op het dakterras aan de achterzijde (waarmee wordt bedoeld: de gehele afscheiding langs de rand van het dakterras) uitgevoerd overeenkomstig het ruimteplan, de bestektekeningen en de staat van materialen en afwerking, behorend bij de tussen partijen op 15 juli 2015 gesloten overeenkomst (zie randnummer 10 van die overeenkomst)? Zo nee, in welk opzicht wijkt de uitvoering daarvan af?

voldoet de hoogte van de balustrade aan de geldende (veiligheids)voorschriften? Zo nee, in welk opzicht wijkt de hoogte daarvan af?

indien het antwoord op de eerste en/of de twee vraag ontkennend is: is herstel mogelijk, op welke wijze dient dit te gebeuren en wat zijn de kosten daarvan?

indien herstel niet mogelijk is: leidt dit tot waardevermindering van het appartement en zo ja, welke schade kan worden begroot als waardevermindering van het appartement?

Partijen zijn bij voornoemd tussenvonnis ook in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over de door Comox gestelde gevolgen van de leidingkoker in de toiletruimte in appartement 87-A (rov. 4.144, 4.152.b en 4.152.e). Volgens Comox is de toiletruimte kleiner dan is overeengekomen doordat een niet-geplande koker moest worden aangelegd. Deze is nu niet toegankelijk met een rollator, aldus Comox. [gedaagden] stellen dat de leidingkoker was gepland; deze staat ook op de tekening, aldus [gedaagden] De koker is uiteindelijk intern anders ingedeeld, maar dit heeft volgens [gedaagden] geen consequenties voor de functionaliteit van de ruimte. De oppervlakte van vloer en plafond is ongewijzigd (beide 1,68 x 0,90 meter). [gedaagden] betwisten dat zorgappartementen zijn bedongen in de zin dat bijzondere eisen zijn gesteld met betrekking tot ruimtes zoals het toilet.

De rechtbank is, gelet op de standpunten van partijen, voornemens de vraagstelling aan de te benoemen deskundige(n) te wijzigen in die zin dat, in afwijking van de vraagstelling zoals opgenomen in rov. 4.144 van het tussenvonnis, aan de deskundige(n) de volgende vragen worden voorgelegd:

is de oppervlakte van de vloer en het plafond van het toilet van appartement 87-A overeenkomstig het ruimteplan en de bestektekeningen behorend bij de tussen partijen op 15 juli 2015 gesloten overeenkomst (zie randnummer 10 van die overeenkomst)

zo nee, in hoeverre wijkt deze oppervlakte af en in hoeverre heeft dit gevolgen voor het functioneel gebruik van de toiletruimte?

indien de oppervlakte afwijkt: is herstel mogelijk, op welke wijze dient dit plaats te vinden en wat zijn de kosten daarvan?

indien herstel niet mogelijk is: leidt dit tot waardevermindering van het appartement en zo ja, welke schade kan worden begroot als waardevermindering van het appartement?

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij gelijktijdige akte (uitsluitend) over de onder rov. 2.3 en 2.5 voorgenomen vragen uit te laten. Bij die akte kan Comox tevens reageren op het bezwaar van [gedaagden] tegen de door Comox overgelegde ‘akte (uitlating overgelegde productie)’ met productie C-48. De zaak zal daartoe worden geplaatst op de rol van 5 maart 2025. De rechtbank zal vervolgens beslissen op de toelaatbaarheid van de litigieuze akte en overgaan tot benoeming van een of meer deskundigen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 maart 2025 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder rov. 2.3, 2.5 en 2.6,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E.C.M. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?