RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/314650 / HA ZA 23-83
Vonnis van 19 februari 2025
in de zaak van
[eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ,
advocaat: mr. J.P.H.J. Hermans,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
advocaat: mr. E.B. Doganer.
1. De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het vonnis van 19 juni 2024
het deskundigenbericht van 3 september 2024
de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie]
de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
in conventie en in reconventie
De woning aan de [adres] te [woonplaats] met de daarop rustende hypothecaire geldlening
Bij vonnis van 19 juni 2024 heeft de rechtbank - kort gezegd - een deskundige
benoemd voor een taxatie van de waarde van de woning aan de [adres] te
[woonplaats] .
De deskundige heeft in zijn deskundigenbericht van 3 september 2024 de marktwaarde van de woning op 19 juni 2024 getaxeerd op € 275.000,00.
Bij separate conclusies na deskundigenbericht hebben zowel [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verklaard in te stemmen met de door de deskundige getaxeerde waarde.
Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank de door de deskundige getaxeerde waarde van € 275.000,00 tot uitgangspunt bij de hierna volgende beoordeling.
Nu beide partijen hebben gesteld (zie het vonnis van 28 februari 2024, rov. 4.9.-4.10.) de woning tegen een waarde van € 250.000,00 te kunnen en willen overnemen, terwijl geen van partijen in de conclusie na deskundigenbericht iets heeft aangevoerd over het kunnen en willen overnemen tegen een waarde van € 275.000,00, gaat de rechtbank ervan uit dat geen van partijen de woning tegen de getaxeerde waarde kan en wil overnemen.
Gelet op het vooroverwogene zal de rechtbank bepalen dat de woning aan een derde moet worden verkocht. Partijen dienen ter zake de verkoop van de woning opdracht te verlenen aan een in onderling overleg in te schakelen makelaar, die vervolgens -in overleg met partijen- de woning te koop zal aanbieden. Partijen zullen de woning verkopen aan de hoogste biedende derde. De rechtbank zal voorts bepalen dat, na verkoop aan een derde, partijen verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan het notariële transport (de levering) van de woning, onder bepaling dat iedere partij gehouden is om de helft van de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake de verkoop en levering van de woning te dragen. Uit de verkoopopbrengst zal eerst moeten worden voldaan de verschuldigde hypothecaire lening die rust op de woning. In het geval een overwaarde resteert, komt partijen hiervan ieder de helft toe. In het geval een onderwaarde resteert, dienen partijen hiervan ieder de helft van de schuld te dragen.
Belastingvoordeel / fiscale aftrek hypotheekrente
Bij vonnis van 28 februari 2024 heeft de rechtbank [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] in de gelegenheid gesteld stukken en een door haar gemaakte berekening in het geding te brengen.
Bij akte 27 maart 2024 heeft [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] bankafschriften vanaf maart 2020 (productie G) ingebracht waaruit volgens haar het door haar genoten fiscale voordeel blijkt. Als productie H heeft zij ingebracht de voorlopige aanslag 2024 van de Belastingdienst, waaruit volgens haar blijkt dat in februari 2020 geen uitkering aan haar heeft plaatsgevonden daar de print de periode van 1 februari 2020 tot en met 10 maart 2024 betreft met betrekking tot
nr. 156602982 H 4001. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft geen berekening overgelegd.
Bij akte van 17 april 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangevoerd dat uit de stukken van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] blijkt dat zij het volgende fiscaal voordeel heeft ontvangen:
in 2020 in totaal € 818,00
in 2021 in totaal € 895,00
in 2022 in totaal € 896,00
in 2023 in totaal € 982,00
in 2024 in totaal € 152,00 (januari en februari).
Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ook fiscaal voordeel in de maanden maart en april 2024 ontvangen, nu zij ter zake nog geen wijziging heeft doorgevoerd bij de Belastingdienst. Uitgaande van € 76,00 per maand bedraagt het genoten fiscale voordeel derhalve tot en met april 2024 € 304,00. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] in de maand februari 2024 niets zou hebben ontvangen. In de periode 2020 tot en met april 2024 het [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ten minste € 3.895,00 aan fiscaal voordeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op haar eigen rekening ontvangen. Zij dient dit bedrag aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] terug te betalen.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] merkt verder op dat hij niet kan controleren of de door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ontvangen bedragen betrekking hebben op het ontvangen fiscaal voordeel. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft enkel een overzicht verstrekt van de ontvangen bedragen, maar daar geen toelichting op gegeven. De omschrijving bij de ontvangen betaling is evenmin overgelegd, zodat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist dat het door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ontvangen fiscaal voordeel als gevolg van de door hem gedane hypotheekbetalingen slechts € 3.895,00 bedraagt. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] dient nadere informatie te verstrekken zodat hij een en ander kan controleren. Ook blijkt uit de overgelegde stukken niet dat de ontvangen bedragen betrekking hebben op het fiscaal voordeel, in ieder geval niet dat de gedane selectie met aanslagnummer 1566.02.982.H.40.01 (productie H) betrekking heeft op het ontvangen fiscaal voordeel. Dit heeft [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] bij akte ook niet gesteld. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft er derhalve nog belang bij dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] wordt veroordeeld tot het overleggen van stukken ter zake, zoals gevorderd in reconventie, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
Ter zitting heeft [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] verklaard dat zij maandelijks aan fiscaal voordeel een bedrag van € 74,00 ontving. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft dit ter zitting niet weersproken. Deze verklaring wordt ondersteund door productie G van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] , nu het daar telkens gaat om bedragen van circa € 74,00. Uit productie G blijkt verder dat het gaat om bedragen die de belastingdienst heeft gestort. Daarbij komt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] enerzijds heeft aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] fiscaal voordeel heeft ontvangen, terwijl hij anderzijds heeft aangevoerd een en ander niet te kunnen controleren, ook niet of de door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ontvangen bedragen betrekking hebben op het ontvangen fiscaal voordeel, en meer stukken dienaangaande van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] nodig te hebben. Gezien deze tegen strijdigheid volgt de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet in zijn stelling dat hij nog steeds belang heeft bij de door hem bij petitum sub VII gevorderde stukken, waarbij de rechtbank overigens opmerkt dat de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gewenste stukken als productie C door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] zijn overgelegd. Hierop heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij akte van 26 maart 2024 kunnen reageren, terwijl hij dienaangaande slechts heeft aangevoerd dat enkele stukken betrekking hebben op de periode na de peildatum (te weten aanslagen 2020 e.v.), waarvan de schulden volgens hem niet in de gemeenschap vallen en volledig voor rekening van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] komen. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om die reden af.
Nu [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft erkend dat ze fiscaal voordeel heeft genoten dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toekomt, maar zij heeft nagelaten een berekening dienaangaande te maken, waartoe zij wel in de gelegenheid was gesteld, zal de rechtbank de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gemaakte berekening volgen en [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] veroordelen om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen een bedrag van € 3.895,00.
Gebruiksvergoeding woning
In overeenstemming met de (niet weersproken manier van) berekening van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] (te weten € 275.000,00 [vastgestelde waarde woning] - € 127.810,00 (hypotheek) =
€ 147.190,00 / 2 = € 73.595,00 x (3 % / 12) = € 183,99 per maand) zal de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordelen om met ingang van 13 februari 2020 een bedrag van € 183,99 per maand als gebruiksvergoeding van de woning aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen.
Banksaldi en bankafschriften
De rechtbank merkt allereerst op dat bij vonnis van 28 februari 2024 al is beslist over het bedrag van € 32.5000,00 (zie aldaar rov. 4.44.). In zoverre gaat de rechtbank thans voorbij aan hetgeen partijen met betrekking tot productie B van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] hebben aangevoerd.
[eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft ter zitting, in aanvulling op de door haar overgelegde producties A tot en met G, verklaard dat op 13 februari 2020 de saldi van de bankrekeningen als volgt waren:
[rekeningnummer 1] : € 1.518,73
[rekeningnummer 2] : € 0,00
[rekeningnummer 3] : € 3.020,69. Op deze rekening is na 13 februari 2020 nog het salaris van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] van € 2.663,78 gestort, zodat volgens haar een bedrag van € 1.156,91 resteert dat tussen partijen moet worden verdeeld.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij akte uitlaten, ontvangen op de rechtbank op 26 maart 2024, het volgende -kort gezegd- aangevoerd. Het is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet duidelijk wat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met productie A beoogt, aangezien zij hierop geen toelichting heeft gegeven. Hij leidt eruit af dat de saldi positief dan wel nihil waren, maar dat er geen bankafschriften per de peildatum zijn overgelegd, zodat niet kan worden nagegaan wat de saldi op 13 februari 2020 waren. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] moet dit volgens hem alsnog inzichtelijk maken. Productie D ziet op rekening - [rekeningnummer 1] , maar het is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet duidelijk wat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met deze productie wenst te stellen, nu een toelichting hierop ontbreekt. Het is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om diezelfde reden niet duidelijk wat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met productie F beoogt te stellen, te meer nu het bankafschriften uit 2003 resp. 2005 betreffen met een saldo van € 10,00 resp. € 0,80. Hetzelfde geldt voor productie G, nu [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] hierop geen toelichting heeft gegeven, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
De rechtbank is allereerst van oordeel dat de toelichting die [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] bij akte van
17 april 2024 op producties A, C, D, E, F en G heeft gegeven, tardief is, reden waarom de rechtbank daaraan verder voorbijgaat. Het lag immers op de weg van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] om dit te doen gelijktijdig bij het indienen van die producties dan wel ter zitting. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft vervolgens de gelegenheid gekregen op die producties in te gaan, waarbij hij heeft opgemerkt dat het hem niet steeds duidelijk is wat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met bepaalde producties beoogt, nu zij daarop geen toelichting heeft gegeven. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] is in de gelegenheid is gesteld te reageren op de vermeerdering van eis van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , en heeft in die akte alsnog een toelichting op de voornoemde producties gegeven, waartoe zij echter niet in de gelegenheid was gesteld. De rechtbank gaat in dat kader eveneens voorbij aan de door haar bij die akte overgelegde productie I, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hierop niet meer heeft kunnen en mogen reageren.
[eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft bankafschriften per datum 28 februari 2020 in het geding gebracht, die (ook) transacties tot 13 februari 2020 weergeven. Anders dan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangevoerd, is hieruit (relatief gemakkelijk) te berekenen wat de betreffende saldi op 13 februari 2020 waren. Van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kon en mocht worden verwacht een dergelijke berekening zelf te maken,
hetgeen hij niet heeft gedaan. Dit komt dan ook voor zijn rekening en risico.
Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet het door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] gestelde saldo van rekening - [rekeningnummer 1] van € 1.518,73 heeft weersproken, terwijl hij dit zelf uit de door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] overgelegde stukken had kunnen berekenen, stelt de rechtbank het saldo hiervan op 13 februari 2020 vast op € 1.518,73. De rechtbank zal het saldo van deze rekening op 13 februari 2020 aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] toedelen, onder veroordeling de helft van dit saldo (zijnde € 759,37) aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen.
Uit het door overgelegde afschrift ter zake rekening - [rekeningnummer 2] blijkt dat het saldo op
13 februari 2020 € 0,00 was. Gelet op het saldo valt niets te verdelen. De rechtbank zal het saldo van deze rekening op 13 februari 2020 aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] toedelen.
De afschriften van rekening - [rekeningnummer 3] beslaan de periode 13 februari 2020 tot en met
28 februari 2020. Het beginsaldo van rekening - [rekeningnummer 3] bedroeg blijkens het afschrift op
13 februari 2020 € 3.886,34. Gelet daarop is het de rechtbank niet duidelijk hoe [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] komt tot het saldo van € 3.020,69, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat. De rechtbank zal bepalen dat het saldo van deze rekening op 13 februari 2020 € 3.886,34 bedroeg en dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] , aan wie het saldo op voornoemde datum van deze rekening zal worden toebedeeld, de helft hiervan (zijnde € 1.943,17) aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te betalen.
Voor zover [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met productie F heeft beoogd te stellen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een of meer bankrekeningen bij BP Casablanca in Marokko had, die tussen hen moet worden verdeeld, faalt deze stelling. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft geen nadere toelichting hierop gegeven, terwijl het verweer dienaangaande van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (te weten dat onduidelijk is wat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met deze stukken beoogt en de bankafschriften dateren van 2003 resp. 2005, hetgeen in de huwelijkse periode van partijen valt) slaagt. Dit deel van te gevorderde zal worden afgewezen.
De eisvermeerdering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
Ten slotte heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] naar aanleiding van de door [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] ingebrachte stukken zijn vordering in reconventie vermeerderd door onder IX te vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] , zoals bij akte uitlaten d.d. 26 maart 2024 is toegelicht, een bedrag ad € 3.038,25 aan de huwelijksgoederengemeenschap van partijen dient te vergoeden en voorts bepaalt dat de helft van dit bedrag aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt toebedeeld.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] in de periode van haar vertrek uit de woning tot en met 19 januari 2021 de volgende bedragen van rekening - [rekeningnummer 1] naar zichzelf heeft overgemaakt dan wel heeft opgenomen:
12-12-2019: € 1.000,00
02-01-2020: € 585,36
27-03-2020: € 21,21
20-05-2020: € 1.000,00
08-11-2020: € 100,00
18-11-2020: € 31,68
16-01-2021: € 50,00
19-01-2021: € 250,00
Totaal € 3.038,25
[eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft deze bedragen zonder mededeling aan en/of toestemming van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van de gemeenschappelijke rekening gehaald, waardoor zij volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de gemeenschap heeft benadeeld. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] dient het totaalbedrag aan de gemeenschap te vergoeden, waarbij zij de helft daarvan (zijnde € 1.519,13) aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te voldoen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ter onderbouwing van zijn stelling de onderliggende bankafschriften als productie 11 overgelegd.
[eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft -kort gezegd- aangevoerd dat de op 12-12-2020 (€ 1.000,00) en op
02-01-2020 (€ 585,36) opgenomen bedragen vielen in de nog niet ontbonden huwelijksgemeenschap en dienen te worden beschouwd als kosten van huishouding. Wat betreft de overboekingen op 20-05-2020 (€ 1.000,00) en op 08-11-2020 (€ 100,00) moeten deze worden gezien in het licht van verplichtingen van echtgenoten jegens elkaar en hun minderjarige kinderen om het nodige te verschaffen. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] heeft deze bedragen overgeboekt ter zake levensonderhoud. Wat betreft de betalingen op 08-11-2020 (€ 31,68) en op 06-01-2021 (€ 50,00) merkt [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] op dat ook [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in het bezit was van een betaalpas en dat hij deze uitgaven heeft gedaan. Gelet hierop dient € 2.767,04 te worden afgewezen, aldus [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] .
De rechtbank is van oordeel dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] terecht heeft aangevoerd dat de op
12-12-2020 (€ 1.000,00) en op 02-01-2020 (€ 585,36) opgenomen bedragen gedurende het huwelijk zijn gedaan. Zonder nadere toelichting, die niet door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is gegeven, valt niet in te zien dat en waarom deze bedragen nog zouden moeten worden verdeeld.
Onder verwijzing naar rov. 2.17.1. merkt de rechtbank op dat het saldo op
13 februari 2020 al is vastgesteld en dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 759,37 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te voldoen. Daarmee is een eind gekomen aan de onverdeeldheid wat deze bankrekening betreft per de peildatum. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft enkel (bloot) gesteld dat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] de gemeenschap heeft benadeeld, maar vanaf 13 februari 2020 bestond geen huwelijksgemeenschap meer tussen partijen, zodat niet valt in te zien dat de huwelijksgemeenschap zou zijn benadeeld door onttrekkingen aan die bankrekening na 13 februari 2020.
Hetgeen partijen overigens met betrekking tot deze bankrekening hebben aangevoerd, is niet (langer) relevant, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.
Uit het vooroverwogene volgt dat de het in reconventie bij petitum sub IX door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderde zal worden afgewezen.
Proceskosten
Gelet op de relatie van partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Kosten deskundige
Omdat het bedrag van € 950,00 voor loon van de deskundige door de griffier uit de
Rijkskas is betaald en voorlopig in debet is gesteld, zullen partijen worden veroordeeld om
ieder de helft hiervan (zijnde € 475,00) aan de griffier te voldoen.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie
stelt de verdeling van de tussen partijen ontbonden huwelijksgemeenschap als volgt vast:
bepaalt dat de woning met ondergrond staande en gelegen te [woonplaats] , aan de [adres] aan een derde dient te worden verkocht,
bepaalt dat partijen in onderling overleg een door hen te kiezen makelaar opdracht zullen geven om de woning te koop aan te bieden,
bepaalt dat partijen de woning zullen verkopen aan de hoogst biedende derde,
bepaalt dat indien de verkoopprijs bindend is vastgesteld en een koopovereenkomst met de derde is overeengekomen, partijen verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan het notariële transport van de woning,
veroordeelt partijen om de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake de verkoop en levering van de woning bij helfte te dragen,
bepaalt dat uit de verkoopopbrengst eerst dient te worden voldaan de hypotheekschuld en - voor zover mogelijk - de onder rov. 3.5. genoemde kosten,
bepaalt dat indien na betaling van de onder rov. 3.6. genoemde schuld en kosten een overwaarde resteert, deze aan partijen ieder voor de helft toekomt en bepaalt dat indien een onderwaarde resteert, partijen deze ieder voor de helft dienen te dragen,
veroordeelt [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen:
een bedrag van € 15.429,60 ter zake vaste lasten van de woning van 13 februari 2020 tot en met juni 2023,
een maandelijks bedrag van € 385,74 ter zake vaste lasten, bij vooruitbetaling te voldoen, dit vanaf 1 juli 2023 tot en met de datum van levering van de woning aan een derde,
een bedrag van € 16.250,00 ter zake de overboeking van € 32.500,00,
een bedrag van € 3.895,00 ter zake het belastingvoordeel,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen:
een bedrag van € 500,00 te zake de woning in Casablanca (Marokko),
een bedrag van € 500,00 ter zake de Volkswagen Transport,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] met ingang van 13 februari 2020 te vergoeden
een bedrag van € 183,99 per maand ter zake gebruiksvergoeding woning totdat de woning zal zijn geleverd aan een derde,
deelt aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] toe:
het kastje van de moeder van [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] , zonder dat hiervoor een bedrag hoeft te worden betaald aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , en onder bepaling dat voor zover [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] alsnog goederen, zoals in het vonnis van 8 februari 204 onder rov. 4.35. opgesomd staan, in de woning aantreft, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] deze zonder verdere verrekening aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] dient af te geven,
het saldo van de bankrekening [rekeningnummer 1] op 13 februari 2020, onder veroordeling wegens overbedeling een bedrag van € 759,37 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen,
het saldo van de bankrekening [rekeningnummer 2] op 13 februari 2020,
het saldo van de bankrekening [rekeningnummer 3] op 13 februari 2020, onder
veroordeling wegens overbedeling een bedrag van € 1.943,17 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen,
deelt aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toe:
- de Citroën C3 met kenteken [kenteken] tegen een waarde van € 4.000,00 en onder veroordeling om wegens overbedeling aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen een bedrag van
€ 2.000,00,
- het saldo van de bankrekening [rekeningnummer 4] op 13 februari 2020, onder veroordeling wegens overbedeling een bedrag van € 87,08 aan [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen,
veroordeelt [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] in de proceskosten van € 475,00, te voldoen aan de griffier ter zake in debet gestelde deskundigenkosten, nadat [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie] daarvoor een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak heeft ontvangen,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van € 475,00, te voldoen aan de griffier ter zake in debet gestelde deskundigenkosten, nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daarvoor een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak heeft ontvangen,
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij haar eigen kosten dient te dragen,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
19 februari 2025.
JC