ECLI:NL:RBLIM:2025:9503

ECLI:NL:RBLIM:2025:9503, Rechtbank Limburg, 02-10-2025, ROE 24/3062

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 02-10-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer ROE 24/3062
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Het CBR heeft aan eiser een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst, nadat eiser een aanrijding heeft veroorzaakt. Eiser is het daar niet mee eens, hij betwist dat het vermoeden van het ontbreken van rijvaardigheid en voert daartoe aan dat niet uitgegaan mag worden van de juistheid van de mededeling van de politie. De rechtbank is van oordeel dat het CBR terecht het vermoeden heeft mogen hebben dat eiser niet langer beschikte over de vereiste rijvaardigheid. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat de inhoud van de mededeling onjuist is of onzorgvuldig tot stand is gekomen. Verder is er geen sprake van een zeer uitzonderlijk geval waardoor de Regeling buiten toepassing moet blijven omdat de gevolgen onevenredig zouden zijn. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Samenvatting

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 24/3062

(gemachtigde: mr. R.M. de Hair),

en

(gemachtigde: mr. S.J.M. van der Ark).

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het opleggen door het CBR van een rijvaardigheidsonderzoek en de schorsing van zijn rijbewijs. Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het CBR tot dit besluit had mogen komen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CBR op goede gronden een rijvaardigheidsonderzoek aan eiser heeft opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs heeft geschorst. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding : feiten en procesverloop

2. De politie heeft in oktober 2023 schriftelijk mededeling gedaan bij het CBR van het vermoeden dat eiser niet langer beschikt over de rijvaardigheid of de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. De aanleiding hiervoor was dat eiser op 22 september 2023 als bestuurder van een auto betrokken is geweest bij een aanrijding waarbij een fietser ernstig letsel heeft opgelopen.

Naar aanleiding van deze mededeling heeft het CBR met een besluit van 7 december 2023 (het primaire besluit) aan eiser een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd omdat er op basis van de inhoud van die mededeling twijfel bestond of eiser nog wel veilig kon rijden. Volgens het CBR volgt uit de mededeling dat eiser de aanrijding heeft veroorzaakt doordat hij het verkeerde pedaal of niet het juiste pedaal heeft ingetrapt. Ook wordt eiser tegengeworpen dat hij het motorrijtuig niet onder controle heeft gehouden en geen adequaat kijkgedrag heeft vertoond bij het naderen en oprijden van kruispunten. Daarnaast is bij het primaire besluit de geldigheid van eisers rijbewijs geschorst. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Het CBR heeft met het bestreden besluit van 5 april 2024 het bezwaar van eiser gericht tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en het CBR heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het CBR.

Beoordeling door de rechtbank

De beroepsgronden

3. Eiser betwist dat sprake is van een vermoeden van het ontbreken van rijvaardigheid en voert daartoe aan dat niet uitgegaan mag worden van de juistheid van de mededeling van de politie. De betrokken verbalisant heeft niet op basis van eigen waarnemingen verklaard en de inhoud van de mededeling wijkt af van de twee eerdere door de verbalisant opgemaakte processen-verbaal over hetzelfde voorval. In de bezwaarfase heeft eiser reeds gewezen op de afwijkingen en discrepanties tussen de drie verklaringen van de betrokken verbalisant. Eiser heeft, anders dan wordt aangegeven in de mededeling, er bewust voor gekozen het gaspedaal in te trappen om zwaarder letsel van de fietser te voorkomen. Wanneer hij abrupt zou hebben afgeremd was de fietser onherroepelijk van de motorkap gevallen op het wegdek vlak voor een aankomende lijnbus. Hij heeft daarom gehandeld als een vaardig en alert bestuurder en er was dan ook geen reden om te twijfelen aan zijn rijgeschiktheid.

Procesbelang

4. Eiser heeft op 5 maart 2024 een rijvaardigheidsonderzoek ondergaan en zowel het theorie- als het praktijkgedeelte met goed gevolg afgelegd. Het jegens eiser ontstane vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid is hiermee weggenomen en eiser is door het CBR geschikt bevonden om te rijden. Eiser stelt dat hij wel nog een procesbelang heeft bij een beslissing van de rechtbank onder meer omdat hij schade heeft geleden door de besluitvorming. Zo heeft hij in ieder geval de opleggingskosten en de kosten voor het rijvaardigheidsonderzoek moeten betalen. De rechtbank acht alleen al op grond daarvan voldoende procesbelang aanwezig. De rechtbank zal daarom het beroep inhoudelijk beoordelen.

Mocht het CBR besluiten dat eiser een onderzoek moest ondergaan en dat de geldigheid van zijn rijbewijs werd geschorst?

5. De rechtbank stelt voorop dat voor het opleggen van een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid slechts het vermoeden van ongeschiktheid behoeft te worden vastgesteld. Juist het opgelegde onderzoek dient ertoe tot een definitief oordeel te komen over de vaardigheid of geschiktheid om een motorrijtuig te besturen. Het opleggen van een dergelijk onderzoek is een bestuursrechtelijke maatregel ter bevordering van de verkeersveiligheid en de lat voor het aannemen van een vermoeden ligt laag, aangezien het gaat om de bescherming van de algemene verkeersveiligheid.

6. De rechtbank is van oordeel dat het CBR terecht het vermoeden heeft mogen hebben ten tijde van de besluitvorming dat eiser niet langer beschikte over de vereiste rijvaardigheid. Daartoe overweegt ze dat uit de mededeling (en overigens ook uit de processen-verbaal waarnaar eiser verwijst) volgt dat eiser vanuit zijn eigen erf de openbare weg op wilde rijden. Hij heeft daarbij een van rechts komende fietser over het hoofd gezien, hetgeen in ieder geval betekent dat hij om welke reden dan ook onvoldoende heeft gekeken en niet de vereiste oplettendheid heeft betracht. De fietser is vervolgens met zijn fiets op de motorkap terecht gekomen. Eiser heeft daarna het gaspedaal ingedrukt en is met zijn auto aan de overzijde van de weg tot stilstand gekomen, waarna de fietser met de fiets van de motorkap is afgevallen. De fietser heeft door de aanrijding ernstig letsel opgelopen.

7. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag het CBR in beginsel uitgaan van de juistheid van een mededeling van de politie. In die mededeling heeft de betrokken verbalisant - voor zover thans relevant - het volgende opgenomen:

“Het vertoonde gedrag is:

(…)

Betrokkene wil uit geheel stilstand dus wegrijden en stopt eerst voor het fietspad. Kijkt naar rechts en naar links. Van links naderend ziet betrokkene een auto aan komen rijden die hij voor laat gaan. Vervolgens ziet hij achter de auto een lijnbus de weg op rijden en wara hij voorlangs wil. Als hij vervolgens naar rechts wil kijken wordt hij in een split second verblind door de zeer laagstaande zon die recht voor hem staat. Als hij vervolgens de weg op wil rijden naar rechts ziet hij een fietser welke recht van hem komt over het fietspad over het hoofd. Betrokkene en de fietser komen met elkaar in aanrijding. De fietser beland met fiets en al op de motorkap van zijn auto. Bestuurder denkt dat hij vervolgens of door de schrik danwel om een aanrijding met de lijnbus welke links van hem komt te voorkomen, drukt op het gaspedaal van zijn elektrische auto. Hierdoor schiet de auto dwars over de rijbanen.”

8. Eiser heeft - onder meer en voor zover thans relevant - weersproken dat hij verblind zou zijn geweest door de zeer laagstaande zon en ook dat hij vanwege de schrik of om een aanrijding met de lijnbus te voorkomen gas zou hebben gegeven. Hij zou er bewust voor gekozen hebben om het gaspedaal in te trappen. Dit om een aanrijding met een optrekkende lijnbus en dus zwaarder letsel van de fietser te voorkomen. Het CBR heeft in reactie hierop gemotiveerd en deugdelijk onderbouwd aangevoerd dat de inhoud van de mededeling zoals die is opgesteld door de betrokken verbalisant mede is gebaseerd op de door eiser kort na het ongeluk gegeven eigen verklaring. Uit die verklaring blijkt duidelijk dat eiser in eerste instantie heeft verklaard dat hij op het moment van optrekken recht in de laagstaande zon keek, hierdoor even werd verblind en dat hij daarom de fietser niet heeft gezien. Ook blijkt uit die verklaring dat eiser niet precies kan duiden wat er vervolgens is gebeurd en dat het mogelijk is dat hij al dan niet vanwege een schrikreactie of om een aanrijding met de bus die van links kwam te voorkomen op het gas heeft gedrukt en met de fietser op zijn motorkap dwars de weg over is gestoken. Uit deze verklaring van eiser blijkt niet van een bewust handelen door eiser. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat de inhoud van de mededeling onjuist is of onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het CBR heeft naar het oordeel van de rechtbank daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser een aanrijding heeft veroorzaakt waarbij letsel is ontstaan doordat hij geen adequaat kijkgedrag heeft vertoond bij het naderen en oprijden van kruispunten, het verkeerde pedaal of niet het juiste pedaal heeft ingetrapt en hij het motorrijtuig niet onder controle heeft gehouden.

9. De rechtbank acht op basis van het voorgaande het vermoeden gerechtvaardigd dat eiser ten tijde van de aanrijding niet langer beschikte over de rijvaardigheid vereist voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. De Wvw schrijft in dat geval dwingendrechtelijk voor dat er een onderzoek naar de rijvaardigheid plaatsvindt en dat de geldigheid van het rijbewijs wordt geschorst. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de toepasselijke bepalingen uit de Wvw en de Regeling geen ruimte laten om een belangenafweging te maken en op grond van persoonlijke omstandigheden daarvan af te wijken. Een rechter kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen oordelen dat de Regeling buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen van de Regeling onevenredig

uitwerken. Dat sprake is van een zeer uitzonderlijk geval is niet gesteld en hier is de rechtbank ook niet van gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van M.M.P. van Diepen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2025 .

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 2 oktober 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.J.J. Derks-Voncken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?