ECLI:NL:RBLIM:2026:10025

ECLI:NL:RBLIM:2026:10025

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 03.037624.26, 03.366523.24 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vrijspraak van het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, 4-MMC, hasjiesj, hennep en ketamine. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor wetenschap van de aanwezigheid van de tenlastegelegde middelen en beschikkingsmacht daarover.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03.037624.26

03.366523.24 (tul)

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 september 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum] 1999,

thans gedetineerd in [naam PI] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 september 2026. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte] met het parketnummer 03-037619-26.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 5 februari 2026 te Schinveld:

Feit 1: samen met een of meer anderen 633,13 gram MDMA en 119,7 gram MDMA en/of 4-MMC opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 2: samen met een of meer anderen 448,2 gram hasjiesj en 7075,5 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 3: samen met een of meer anderen 1862,71 gram ketamine HCI, waarvoor geen handelsvergunning gold, al dan niet opzettelijk in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft verkocht, heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld (primair), dan wel deze zonder registratie al dan niet opzettelijk in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden of daarin een groothandel heeft gedreven (subsidiair).

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten onder 1, 2 en 3 subsidiair wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De verdachte heeft ontkend dat zij wetenschap had van de aangetroffen goederen, maar deze verklaring acht de officier van justitie niet geloofwaardig. Het is niet aannemelijk dat de verdachte niets van de verdovende middelen heeft gezien of daarvan geen wetenschap heeft gehad. De middelen waren verspreid over de woning, waar zij die nacht had geslapen, aanwezig en lagen volgens de politie deels open en in het zicht. In slaapkamer 2 stonden de kasten deels open en werd het paspoort van de verdachte aangetroffen. De verdachte heeft zich volgens de politie in slaapkamer 3 omgekleed. In deze kamer werden vrouwelijke verzorgingsproducten aangetroffen. In een nachtkastje waarin ketamine werd aangetroffen, lag eveneens het rijbewijs van de verdachte. Bovendien heeft de politie in en rondom de woning verschillende aanwijzingen voor dealactiviteiten waargenomen. Gelet op alle omstandigheden en de onderlinge relatie tussen de verdachte en de medeverdachte kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de woning en hierover ook enige beschikkingsmacht had.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Hij heeft, onder verwijzing naar verschillende arresten van de Hoge Raad, betoogd dat voor het aanwezig hebben van verdovende middelen vereist is dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid daarvan en daarover feitelijke macht kon uitoefenen. Het enkele feit dat iemand zich in een woning bevindt, is daarvoor onvoldoende. De middelen zijn gevonden in de woning van de medeverdachte, waar de verdachte toevallig een nacht logeerde. Van wetenschap en beschikkingsmacht is bij de verdachte dus geen sprake. De verdachte heeft verklaard dat zij een dag eerder pas laat in de avond in de woning is aangekomen, heeft gedoucht en vervolgens in slaapkamer 2 heeft geslapen. Deze verklaring wordt volgens de raadsman ondersteund door de verklaring van de medeverdachte. Uit de processen-verbaal blijkt vervolgens niet eenduidig waar de verschillende middelen precies zijn aangetroffen en of deze daadwerkelijk in het zicht lagen. Zo waren in slaapkamer 3 de kastdeuren en dozen gesloten. Hetzelfde geldt voor de kast in de gang. Ook ten aanzien van slaapkamer 2 is slechts vermeld dat de kastdeuren halfopen stonden en daarin zakken met hennep lagen. Daaruit volgt niet dat de inhoud van die zakken voor de verdachte zichtbaar was. Uit het dossier blijkt ook niet dat er een hennepgeur waarneembaar was.

De raadsman heeft de betrouwbaarheid van de bevindingen in het procesdossier in twijfel getrokken. Zo zou ten onrechte zijn vermeld dat de verdachte zich op slaapkamer 3 heeft omgekleed en dat de koffer van de verdachte op slaapkamer 3 werd aangetroffen. Op foto’s is te zien dat de koffer zich in de gang bevond, vóór de badkamer. De enkele aanwezigheid van vrouwelijke verzorgingsproducten en het rijbewijs van de verdachte in de woning kunnen niet tot de conclusie leiden dat zij wetenschap had van de verdovende middelen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de MDMA uit slaapkamer 2 (feit 1) voorts op het standpunt gesteld dat de ‘chain of custody’ hiervan niet duidelijk is. Volgens de raadsman zijn de in het proces-verbaal genoemde monsternummers niet terug te vinden in de NFI-rapporten, waardoor niet duidelijk is welke specifieke monsters door het NFI zijn onderzocht.

Daarnaast heeft hij gewezen op een mogelijke verwisseling van de goednummers 1878033 en 1878036, waarbij de omschrijving van de goederen op verschillende plaatsen in het dossier niet met elkaar overeen lijkt te komen ten aanzien van de kleur en hoeveelheid. Daardoor is niet duidelijk welk goednummer betrekking heeft op de groene tabletten en welk goednummer op de bruinige blokken.

Tot slot heeft de raadsman het verzoek gedaan de personen die de MMA-melding hebben gedaan als getuige te horen.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraakoverweging t.a.v. feit 1, 2 en 3

Voor een bewezenverklaring van het al dan niet tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen is volgens vaste rechtspraak vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van deze middelen en dat deze middelen zich in haar machtssfeer bevonden.

Niet ter discussie staat dat op 5 februari 2026 in de woning van de broer van de medeverdachte [naam medeverdachte] te Schinveld harddrugs, softdrugs en ketamine zijn aangetroffen. Zowel de verdachte als de medeverdachte [naam medeverdachte] werden die dag in de woning aangetroffen. De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet, is of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die verdovende middelen en of zij daarover feitelijke beschikkingsmacht had.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij niet wist dat er verdovende middelen in de woning lagen. Zij heeft verklaard dat zij en de medeverdachte enkele dagen eerder waren teruggekomen van vakantie en enige tijd bij de moeder van de medeverdachte hadden verbleven. Op 4 februari 2026 zouden zij naar de betreffende woning zijn gegaan. Omdat het inmiddels laat in de avond was, zou de verdachte hebben gedoucht en vervolgens zijn gaan slapen. Zij heeft verklaard dat zij daarbij geen verdovende middelen heeft gezien of geroken.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor wetenschap van de aanwezigheid van de tenlastegelegde middelen en beschikkingsmacht daarover. De rechtbank stelt allereerst vast dat van een groot deel van de in de slaapkamers aangetroffen middelen niet duidelijk is waar(in) deze zich precies bevonden. Hoewel uit het procesdossier volgt dat een deel van die middelen zichtbaar in slaapkamer 1 lag, blijkt uit het dossier niet welke middelen dan zichtbaar waren, waar deze middelen dan precies lagen en in hoeverre deze dan voor de verdachte zichtbaar waren. Uit het aanvullende proces-verbaal dat is opgemaakt om hierover duidelijkheid te verschaffen, volgt alleen dat in slaapkamer 1 afgesloten sporttassen werden aangetroffen die zich achter het bed uit het directe zicht bevonden. Van de hennep die in slaapkamer 2 in een kast met half open deuren is aangetroffen, is evenmin duidelijk in hoeverre deze hennep voor de verdachte zichtbaar was. Uit de daarbij behorende foto’s (onder meer foto 50, pagina 61) kan de rechtbank ook niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de inhoud van deze zakken voor de verdachte zichtbaar moet zijn geweest. Evenmin is door de politie beschreven dat in de slaapkamer een hennepgeur waarneembaar was.

Wat de ketamine betreft, volgt uit het dossier dat deze in de kast op de overloop en in een nachtkastje op slaapkamer 3 lag. Voor de kast geldt dat deze gesloten was, hetgeen met zich meebrengt dat de ketamine niet direct zichtbaar was. Voor het nachtkastje geldt dat naast het zakje met ketamine het rijbewijs van de verdachte lag. De rechtbank kan niet vaststellen hoe het rijbewijs in dit nachtkastje is beland en of de ketamine op dat moment al in de lade aanwezig was. Het dossier bevat bovendien geen aanwijzingen dat – als de verdachte al zag dat dat zakje daar lag, tussen allerlei andere rommel die op de foto’s te zien is – zij wist of had kunnen vermoeden dat de inhoud van dat zakje ketamine betrof. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat zij wetenschap van de aanwezigheid van dit zakje had.

Dat de verdachte persoonlijke spullen in de woning had liggen en dat zij daar kennelijk eerder verbleef, is bovendien op zichzelf onvoldoende om daaruit de wetenschap van de aanwezigheid van verdovende middelen af te leiden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de verdachte wetenschap had van de in de woning aanwezige middelen. De rechtbank zal de verdachte daarom integraal vrijspreken van alle feiten.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank niet toe aan het verweer van de raadsman over de onduidelijkheid in het dossier en de beoordeling van het verzoek van de verdediging om de personen die de MMA-melding hebben gedaan te horen als getuige.

4. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 13 maart 2025 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen, omdat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen. De rechtbank kan immers niet vaststellen dat zij zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat zij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

5. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten;

Voorlopige hechtenis

- heft op het tegen de verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst af de vordering met parketnummer 03-366523-24 van de officier van justitie van 20 juli 2026.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.S. Vijn, voorzitter, mr. D.J.E. Hamers-Aerts en

mr. S.L.M. van Venrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.H.G. Staals, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 september 2026.

Mr. S.S. Vijn is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

zij op of omstreeks 5 februari 2026 te Schinveld, gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 633,13 gram (495,04+32,83+103,21+2,05), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 119,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende mefedron en/of 4-methylmethcathinon zijnde MDMA en/of 4-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

T.a.v. feit 2:

zij op of omstreeks 5 februari 2026 te Schinveld, gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 448,2 gram bruto (109,7+325,8+12,7), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere

substanties zijn toegevoegd en/of ongeveer 7075,5 gram bruto (231,5+5464+1380), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

T.a.v. feit 3 primair:

zij op of omstreeks 5 februari 2026 te Schinveld, gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een of meer geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning gold, te weten 1862,71 gram (616,2+789,04+457,47) van een stof bevattende (vrijwel) zuivere ketamine HCl in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft verkocht, heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld;

T.a.v. feit 3 subsidiair:

zij op of omstreeks 5 februari 2026 te Schinveld, gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk zonder registratie een of meer werkzame stoffen, te weten 1862,71 gram (616,2+789,04+457,47) van een stof bevattende (vrijwel) zuivere ketamine HCl in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, dan wel in die werkzame stoffen een groothandel heeft gedreven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand