ECLI:NL:RBLIM:2026:10385

ECLI:NL:RBLIM:2026:10385

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 03.330839.21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Gevangenisstraf van 3 jaar wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van synthetische drugs en het opzettelijk aanwezig hebben van 375 kilogram harddrugs. Verwerping alternatief scenario. Forse overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03.330839.21

Tegenspraak, na aanhouding verschenen

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 30 september 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1973,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.J.E. Kallen, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 september 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: in de periode van 1 maart 2021 tot en met 11 oktober 2021 al dan niet samen met anderen de productie van amfetamine en/of MDMA opzettelijk heeft voorbereid;

feit 2: op 11 oktober 2021 al dan niet samen met anderen 375 kilo amfetamine opzettelijk aanwezig heeft gehad.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten. De officier van justitie acht het door de verdediging namens verdachte aangedragen alternatieve scenario ongeloofwaardig. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet blijkt dat de tabletteermachine daadwerkelijk is geleverd of gekocht. De verdachte moet daarom van dat onderdeel partieel worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide tenlastegelegde feiten. De verdediging stelt dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om de aangetroffen pillen en de aangetroffen middelen voor de productie van pillen aan de verdachte te linken. De verdachte wist verder niet dat zich in de loods pillen en middelen voor de productie van pillen bevonden. Hij stelt dat hij de loods had onderverhuurd en dat deze onderhuurder verantwoordelijk is voor de aangetroffen spullen. De verdediging stelt dat hiervoor aanknopingspunten te vinden zijn in het dossier.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van bevindingen van 8 februari 2022 vermeldt over de aanleiding van het onderzoek:

Van de Dienst Landelijke Informatie Organisatie van de Politie Landelijke Eenheid werden binnen het opsporingsonderzoek LBRAA21225 twee processen-verbaal met de respectievelijke nummers 26DLIO-LIRC-21-32851 en LENAB15031-02434 ontvangen met daarin onder meer informatie in de Engelse taal. Deze tekst is door een beëdigd tolkvertaler vanuit de Engelse taal naar de Nederlandse taal vertaald:

Proces-verbaalnummer 26DLIO-LIRC-21-32851:

“De inlichtingendienst geeft aan dat een onbekende koper een tabletteermachine met een productiecapaciteit van 180.000 pillen per uur van een Bulgaarse leverancier heeft gekocht. De machine is geleverd aan [naam 1] [adres 2] Venlo . De koper gebruikt de Nederlandse telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . Het adres [adres 3] Maasbree is met de koper verbonden.

De koper wil diverse chemische materialen, zoals een BMK voor de productie en het vervaardigen van pillen, bestellen.”

Proces-verbaalnummer LENAB15031-02434:

“De inlichtingendienst geeft aan dat er een zending van 200 kilogram cafeïne op maandag 11-10-2021 via het [naam 2] op het adres [adres 3] , Maasbree , Nederland geleverd wordt. De zending wordt tussen 09.00 en 13.00 uur geleverd.”

Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 3 december 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Door FedEx Express Netherlands [adres 5] .V. werden op 21 oktober 2021 onder andere de volgende gegevens verstrekt:

AFBEELDING

De gegevens van de geregistreerde ontvanger van deze zendingen betrof:

[naam 3] , [adres 3] MAASBREE , TELEPHONE [telefoonnummer 2] .

Het proces-verbaal van observatie van 11 oktober 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Wij hebben op maandag 11 oktober 2021 tussen de tijdstippen 08:30 uur en 13:00 uur geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen verricht:

Naar aanleiding van informatie van het tactisch team werd de observatie opgestart in de omgeving van de [adres 3] te Maasbree .

Ik zag dat een man, nader te noemen NN1, via de geopende blauwe sectionaalpoort uit het bedrijfspand Maasbree , gelopen kwam. Wij zagen dat NN1 er als volgt uitzag: man, blank, 35-40 jaar oud, 175-180 cm lang, normaal postuur, kort grijs/donker haar, donkerkleurige trui, donkerkleurige broek, donkerkleurige schoenen. Ik zag dat er een witte M.A.N. vrachtauto, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] , over de [adres 9] te Maasbree reed. Nader te noemen MAN [kenteken 1] . Ik zag dat op de MAN [kenteken 1] de navolgende belettering stond: [naam 4] . Ik zag dat de MAN [kenteken 1] stopte ter hoogte van sectionaalpoort 1 van het bedrijfspand Maasbree . Ik zag dat de bestuurder van de MAN [kenteken 1] uitstapte en richting de blauwe sectionaalpoort 1 liep. Nader te noemen bestuurder MAN. Ik zag dat de bestuurder MAN kennelijk in gesprek was met NN1. Ik zag dat NN1 en de bestuurder MAN naar buiten liepen en dat NN1 naar sectionaalpoort 2 wees. Ik zag dat de bestuurder MAN in de MAN [kenteken 1] stapte en de MAN [kenteken 1] verplaatste ter hoogte van sectionaalpoort 2. Ik zag dat de bestuurder MAN uitstapte en de laadklep aan de achterzijde van de MAN [kenteken 1] opende. Wij zagen dat NN1 terug liep naar de sectionaalpoort 1 en hier naar binnen liep. Wij zagen dat de bestuurder MAN in de laadruimte stond. Wij zagen dat hij met een elektrische palletwagen een pallet met bruine “silo’s” uit het laadgedeelte van de MAN [kenteken 1] reed. Wij zagen dat de pallet onder een soort van overkapping behorende bij het bedrijfspand werd neergezet.

Het proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Op 11 oktober 2021 omstreeks 13.05 uur waren wij, verbalisanten, belast met het onderzoek naar aanleiding van de ingekomen informatie. Ter plaatse bij het bedrijfspand gelegen aan de [adres 3] te Maasbree , zagen wij aan de linkerzijde, via de aldaar gelegen geopende blauwe sectionaalpoort, dat er zich in deze bedrijfsruimte een persoon bevond die geheel in het zwart gekleed was. De persoon voldeed aan het signalement dat door leden van het observatieteam aan ons was opgegeven. Wij betraden genoemde bedrijfsruimte via de geopende sectionaalpoort.

De bedrijfsruimte met aanduiding [adres 3] bevindt zich aan de linkerzijde van het bedrijfspand. Ik, [verbalisant 1] , sprak de persoon aan die aan het voornoemde signalement voldeed (geheel in het zwart gekleed). Het bleek te gaan om de later te noemen [naam 5] . Ik vroeg hem of hij wist voor wie de vaten bestemd waren die zojuist afgeleverd waren en vóór bedrijfsruimte [adres 4] stonden (rechter voorzijde van het bedrijfspand onder een overkapping). Wij, verbalisanten, hoorden dat [naam 5] verklaarde dat de vaten mogelijk voor een persoon genaamd ‘ [naam 6] ’ (fonetisch) bestemd waren. [naam 5] verklaarde verder dat hij deze ‘ [naam 6] ’ (fonetisch) zojuist gebeld had naar aanleiding van de levering. Ook verklaarde [naam 5] dat deze ' [naam 6] ’ een man met een Arabische achtergrond zou zijn, die Arabisch sprak. Daarop vroeg ik hem welk telefoonnummer hij had gebeld om ‘ [naam 6] ’ te bereiken. [naam 5] liet mij vervolgens op zijn telefoon het telefoonnummer zien dat hij zojuist had gebeld. Ik zag dat dit het telefoonnummer [telefoonnummer 3] betrof.

Tijdens het gesprek, dat buiten bij het bedrijfspand plaatsvond met [naam 7] , [naam 8] en [naam 5] , verklaarden [naam 8] en [naam 7] dat het buitenterrein gelegen aan de achterzijde van de rechterzijde van het bedrijfspand door een Irakese man gebruikt werd die zij ‘ [naam 9] ’ noemden. [naam 5] stond zoals reeds benoemd ook bij dit gesprek. Hij had eerder aan ons verklaard over een persoon genaamd ‘ [naam 6] ’ die hij gebeld had omtrent de voornoemde levering die dag. Uit het gesprek dat tussen [naam 8] , [naam 7] en [naam 5] plaatsvond, bleek dat met de door [naam 5] genoemde ' [naam 6] ’ en door [naam 8] en [naam 7] genoemde ‘ [naam 9] ’ kennelijk dezelfde persoon werd bedoeld.

Vervolgens sprak ik, [verbalisant 2] , wederom met [naam 8] . Hij verklaarde dat ‘ [naam 9] ’ in Maasbree zou wonen en [naam 8] stelde voor om ‘ [naam 9] ’ te bellen zodat deze naar ons kon komen. Op verzoek van mij werd deze ‘ [naam 9] ’ gebeld door [naam 8] . Ik, [verbalisant 2] , vroeg welk telefoonnummer ‘ [naam 9] ’ had. [naam 8] verklaarde dat dit het telefoonnummer [telefoonnummer 3] betrof. Dit betrof dus hetzelfde telefoonnummer als waarover [naam 5] had verklaard dat hij dit had gebeld naar aanleiding van de levering.

Op maandag 11 oktober 2021 omstreeks 14.29 uur zag ik, [verbalisant 2] , dat er een personenauto parkeerde aan de voorzijde van het bedrijfspand. De bestuurder van deze personenauto sprak mij, [verbalisant 2] aan en desgevraagd toonde hij mij zijn identiteitsbewijs. Ik zag dat dit op naam stond van [verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1973 te [geboorteplaats] . [verdachte] verklaarde dat hij zojuist was gebeld door [naam 8] met het verzoek naar het bedrijfspand gelegen aan de [adres 3] te Maasbree te komen. Verder verklaarde [verdachte] dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 4] betrof.

[verdachte] liep met ons, verbalisanten naar de achterzijde van [adres 4] te Maasbree waar de bedrijfsruimte [adres 5] gelegen was. [verdachte] verklaarde dat hij het aldaar gelegen buitenterrein gebruikte en daar verschillende schade auto’s had staan die hij opknapte. Tevens verklaarde hij dat hij van de huurder van de [adres 5] te Maasbree toestemming had om enkele van zijn spullen binnen op te slaan. Hij verklaarde tevens dat hij in het bezit was van een sleutel van [adres 5] . Daarop wees hij ons in [adres 5] te Maasbree zijn spullen aan. Dit waren volgens zijn verklaring diverse auto-onderdelen, een motor en een brommer. Wij zagen dat deze spullen verspreid lagen over de gehele benedenverdieping van [adres 5] te Maasbree .

Het huurcontract [adres 5] Maasbree vermeldt, zakelijk weergegeven:

De ondergetekenden:

1. De heer [naam 7] , wonende [adres 6] Maasbree , geboortedatum [geboortedag 2] 1980, verder te noemen "verhuurder".

2. De heer [verdachte] , wonende [adres 1] Maasbree , geboortedatum [geboortedag 2] 1973, verder te noemen “huurder”;

Komen overeen als volgt:

Artikel 1: Het gehuurde

1. Verhuurder verhuurt aan huurder een gedeelte van de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres 5] Maasbree , met name het binnen gedeelte en de achtertuin, verder te noemen het gehuurde.

Artikel 2: Huurperiode

1. De huurovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van 24 maanden, met ingang van 1 maart 2021 en eindigende op 28 februari 2023.

Overeengekomen te Maasbree op 1 maart 2021.

Het proces-verbaal van bevindingen van het team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: de LFO) van 10 december 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Op maandag 11 oktober 2021 omstreeks 17:00 uur en later hebben wij een onderzoek verricht op de locatie [adres 4] en [adres 5] te Maasbree .

De locatie betrof een bedrijfspand verdeeld in een voorzijde ( [adres 4] ) en achterzijde

( [adres 5] ). Pand [adres 5] was vanaf de openbare weg te bereiken via een weg rechts gelegen van pand [adres 4] . Beide panden waren te betreden via een toegangsdeur en een sectionaaldeur. Beide panden waren verdeeld in verschillende ruimtes.

Pand [adres 4]

Ruimte H01 betrof de ruimte buiten voor het pand [adres 4] . Wij zagen dat voor het pand een pallet stond met daarop gestapeld 8 kartonnen tonnen, alle met hetzelfde etiket met opschrift : “cafeïne”.

Voor het pand [H01]

Omschrijving

LFO-code

Netto-gewicht

(in kilogram)

SIN

FD/indicatie

NFI

Een pallet met daarop gestapeld 8 kartonnen tonnen, alle met hetzelfde etiket met opschrift: “cafeïne”

H01-A

200 kilogram

AAMY6414NL

Cafeïne

AAMY6414NL/

H01-A: bevat (vrijwel) uitsluitend

coffeïne, resultaat conform etiket

Ruimte H02 betrof de loods van pand [adres 4] , deze loods was ingericht als opslag van diverse pallets met levensmiddelen zoals dadels en olie. Aan de voorzijde van de loods, gezien vanaf de sectionaaldeur, stond een pallet met daarop gestapeld 18 kartonnen tonnen, alle voorzien van hetzelfde opschrift: “cafeïne”.

Loods voorzijde [adres 4] [H02]

Omschrijving

LFO-code

Netto-gewicht

(in kilogram)

SIN

FD/indicatie

NFI

Een pallet met daarop gestapeld 18 kartonnen tonnen, alle voorzien van hetzelfde opschrift: “cafeïne”.

Inhoud gelijk aan H01.

H02-1

450 kilogram

Cafeïne

Een pallet met daarop 8 dozen ieder inhoudende een plastic zak, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder.

H02-3A

200 kilogram

AAMY7304NL

Lactose

AAMY7304NL/

H02-3A: bevat (vrijwel) uitsluitend

lactose

Pand [adres 5]

De loods [adres 5] was verdeeld in een aantal ruimtes [H03] welke via de toegangsdeur en een sectionaaldeur te betreden waren.

Ruimte [H03] ruimte achter sectionaaldeur

Dit betrof de ruimte van de loods [adres 5] direct gelegen achter de toegangsdeur en de sectionaaldeur van dit pand. Deze ruimte was onder andere in gebruik voor de opslag van diverse goederen, namelijk een aantal pallets met daarop gestapeld dozen en zakken met een poeder. In deze ruimte stonden tevens pallets met daarop een groot aantal gestapelde dozen welke blikken met havermout bevatten (volgens etiket). Door teamleden van het rechercheteam werden in een ladekast van deze ruimte een aantal sealzakken met tabletten met het Captagon logo aangetroffen. In deze ruimte waren tevens twee houten bakken aanwezig. In beide bakken lag een kleine hoeveelheid havermout en een aantal losse Captagon tabletten. Bij nader onderzoek van de dozen met blikken havermout door teamleden van het rechercheteam bleek dat deze gevuld waren met havermout en Captagon tabletten.

Loods achterzijde [adres 5] ruimte achter roldeur [H03]

Omschrijving

LFO-code

Netto-gewicht

(in gram)

SIN

FD/indicatie

Een pallet met daarop 36 dozen ieder inhoudende een plastic zak, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder

H03-1

900 kilogram

Cellulose

Een pallet met daarop 18 papieren zakken met opdruk: “Lactose Monohydrate, Merk: Koliba Slovakia, Servië”, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder, gelijk aan H03-3 en H03-6.

6 ieder inhoudende een plastic zak, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder.

H03-2

450 kilogram

150 kilogram

Cellulose

Ruimte [H03] ruimte midden loods

In dit deel van de loods stond een pallet met daarop gestapeld een aantal zakken met opschrift lactose.

Loods achterzijde [adres 5] midden

Omschrijving

LFO-code

Netto-gewicht

(in gram)

SIN

FD/indicatie

Een pallet met daarop 25 papieren zakken met opdruk “Lactose Monohydrate, Merk: Koliba Slovakia, Servië”, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder

H03-3

625 kilogram

Ruimte [H03] ruimte achterin loods

In dit deel van de loods stonden diverse goederen opgeslagen waaronder:

-jerrycans gevuld met zwavelzuur;

-dozen met cafeïne en cellulose;

-zakken met lactose.

Loods achterzijde [adres 5] achter

Omschrijving

LFO-code

Netto-gewicht

SIN

FD/indicatie

NFI

5 blauwe jerrycans a 25 liter, ieder verpakt in een vuilniszak. De jerrycans waren geheel gevuld met dezelfde lijvige heldere kleurloze zure vloeistof.

H03-4A

125 liter

AAMY6459NL

Zwavelzuur

AAMY6459NL/

H03-4A: bevat verdund zwavelzuur

15 kartonnen tonnen, ieder inhoudende een plastic zak, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder.

H03-5A

375 kilogram

AAMY6410NL

Cafeïne

AAMY6410NL/

H03-5A: bevat (vrijwel) uitsluitend coffeïne

3 kartonnen dozen met daarin per doos 1 papieren zak met opdruk “lactose monohydrate, 25 kilo, Merk: Koliba Slovakia, Servië”, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder.

H03-6A

75 kilogram

AAMY6411NL

Lactose

AAMY6411NL/

H03-6A: bevat (vrijwel) uitsluitend lactose, resultaat conform opdruk

18 dozen met per doos 1 zak a 25 kilo, alle geheel gevuld met hetzelfde witte poeder.

H03-7

450 kilogram

AAMY6412NL

Cellulose

AAMY6412NL/

H03-7B: geen opiumwetsubstantie aangetoond, bevat vermoedelijk cellulose

Voor de loods [adres 4] te Maasbree werd een groot aantal verpakkingen aangetroffen met cafeïne en lactose (indicatief). In de loods [adres 5] te Maasbree werd een groot aantal verpakkingen aangetroffen met cellulose, lactose, cafeïne en zwavelzuur (indicatief).

Het rapport Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 11 oktober 2021 op de locatie [adres 4] en [adres 5] te Maasbree van het NFI vermeldt, zakelijk weergegeven:

In het onderzoeksmateriaal is coffeïne aangetoond. In relatie tot drugs is coffeïne

(cafeïne) een versnijdingsmiddel voor amfetamine, cocaïne en, in combinatie met

paracetamol, voor heroïne. In het onderzoeksmateriaal is lactose aangetoond. In relatie tot drugs is lactose een versnijdingsmiddel voor diverse drugs en een hulpstof (vulmiddel) bij het maken van tabletten. In het onderzoeksmateriaal is zwavelzuur aangetoond. In relatie tot drugs kan zwavelzuur worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs. In relatie tot synthetische drugs komt (micro)cellulose voor als hulpstof (bind-, vul- en uiteenvalmiddel) bij het maken van tabletten.

De lijst van inbeslaggenomen goederen vermeldt, zakelijk weergegeven:

Behoort bij object: [adres 5]

Te: Maasbree

Datum inbeslagneming: 11-10-2021

Omschrijving

SIN

Gewicht (netto) in gram

Monster

Indicatieve test

Pillen in plastic sealbag

AAKA7358NL

1005,13 gram

AAPI7477NL

Positief voor amfetamine

Pillen in plastic sealbag

AAKA7359NL

1007,54 gram

AAPI7478NL

Positief voor amfetamine

79 dozen met blikken Quaker op pallet

20 dozen met Quaker blikken op pallet

1 plastic zak pillen

AAKA7361NL

1003,00, 1459,65, 681,46, 5572, 8109, 3786 gram

AAPI7408NL AAPI7409NL AAPI7410NL AAPI7411NL

AAPI7412NL AAPI7413NL AAPI7414NL

Positief voor amfetamine

1 plastic zak pillen

AAKA7365NL

768,43 en 976,45 gram

AAPI7479NL AAPI7480NL

Positief amfetamine

1 plastic zak pillen

AAKA7360NL

519,45, 213,63 en 3,03 gram

AAPI7481NL AAPI7482NL AAPI7483NL

Positief voor amfetamine

Het proces-verbaal forensisch onderzoek zeven havermout en tabletten van 23 november 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Voorafgaande informatie

Op maandag 18 en dinsdag 19 oktober 2021 werden twee onderzoeken uitgevoerd aan twee partijen van 79 dozen (SIN AANM0225NL) en 20 dozen (SIN AANM0224NL).

Bijzonderheden partij met 79 dozen (SIN AANM0225NL)

In totaal bevatten 76 van de 79 dozen tabletten. Deze tabletten waren gescheiden van

de dozen, blikken en de havermout en werden apart in beslag genomen en gewaarmerkt met SIN AAMP9520NL.

Bijzonderheden partij met 20 dozen (SIN AANM0224NL)

In totaal bevatte 1 blik uit een van de 20 dozen tabletten. Deze tabletten waren

gescheiden van de dozen, blikken en de havermout en werden apart in beslag genomen en gewaarmerkt met SIN AAMP9521NL.

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 4 november 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Omschrijving

SIN

Gewicht netto in gram

Monster

NFI

76 verzegelde transparante kunststof zakken genummerd 1 tot en met 79 (nummers 8, 21 en 22 ontbraken). Alle zakken bevatten wit gekleurde tabletten die aan een zijde voorzien waren van een breuklijn en aan de andere zijde een indruk van het logo van “Captagon"

AAMP9520NL

367718 gram

AAPI7447NL AAPI7448NL AAPI7449NL AAPI7450NL

AAPI7451NL AAPI7452NL AAPI7453NL AAPI7454NL

AAPI7455NL AAPI7456NL AAPI7457NL AAPI7458NL

AAPI7459NL AAPI7460NL AAPI7461NL AAPI7462NL

AAPI7463NL AAPI7464NL AAPI7465NL AAPI7466NL

AAPI7467NL AAPI7468NL AAPI7469NL AAPI7470NL

AAPI7471NL AAPI7472NL AAPI7473NL AAPI7474NL

AAPI7475NL

AAPI7447NL t/m AAPI7475NL:

bevat amfetamine, coffeïne en

relatief lage concentraties

piracetam en theofylline

Een verzegelde transparante kunststof zak met daarin wit gekleurde tabletten met aan een zijde een breuklijn en aan de andere zijde het logo van “Captagon”

AAMP9521NL

166 gram

AAPI7476NL

AAPI7476NL: bevat amfetamine, coffeïne en

relatief lage concentraties

piracetam en theofylline

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2022 vermeldt, zakelijk weergegeven:

Met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 2] blijkt het navolgende:

Dat het telefoonnummer niet op naam staat;

Dat het telefoonnummer alleen actief is op 23 en 30 april 2021 en op 29 juni 2021;

Dat het telefoonnummer in april en juni 2021 in een toestel zat met IMEI-nummer [nummer 2] ;

Dat bij de registraties in april en juni 2021 de gebruiker steeds was in eenzelfde gebied in het oosten van Tegelen, zie figuur 4.

Met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 4] blijkt het navolgende:

Dat het telefoonnummer niet op naam staat;

Dat het nummer actief is van 27-4-2021 tot en met 20-10-2021 (einddatum opgevraagde periode) met in totaal bijna 2500 registraties;

Dat de gebruiker het vaakst in eenzelfde gebied is, in het oosten van Tegelen, zie figuur 4;

Dat de gebruiker daarnaast veel komt in Maasbree onder andere in een van de gebieden zoals is aangegeven in de cirkels van figuur 5;

Dat het nummer achtereenvolgens in de toestellen gezeten heeft met de IMEI-nummers [nummer 4] (hierin zat ook het simkaartje met telefoonnummer [telefoonnummer 3] ), [nummer 2] (hierin zat ook het simkaartje met telefoonnummer [telefoonnummer 2] ) en [nummer 3] .

In figuur 4 is het gebied in Tegelen-oost weergegeven waar de aan de verdachte te

relateren telefoonnummers vaak geregistreerd worden. In dat gebied is met een blauwe stip

aangegeven de locatie van garage [naam 10] , [adres 7] Tegelen.

Uit het onderzoek is nadien informatie gekomen dat de verdachte daar vaak komt om

werkzaamheden te verrichten.

In figuur 5 zijn de gebieden in Maasbree aangegeven waar de aan de verdachte te relateren telefoonnummers vaak geregistreerd worden. In dat gebied is het woonadres van de

verdachte gelegen en het adres van de locatie aan de [adres 9] waar de doorzoeking heeft

plaatsgevonden.

Het proces-verbaal van bevindingen van 22 februari 2022 vermeldt, zakelijk weergegeven:

IMEI-nummer [nummer 2] :

Ik heb het genoemde IMEI-nummer bevraagd via beschikbare politie-systeem DLOS CellID van de Landelijke Eenheid. Hieruit blijkt dat het een E3131Cs-2, Turkcell VINN E3131Cs-2 van het merk HUAWEI betreft. Het vernoemde type heb ik via google opgezocht en daar zag ik dat het een mobiele breedband usb-stick betreft, waarmee draadloos verbinding kan worden gemaakt met het internet met behulp van een simkaart.

Het uittreksel Kamer van Koophandel van 26 november 2021 vermeldt, zakelijk weergegeven:

KvK-nummer: [nummer 1]

Uitgeschreven uit het handelsregister per 19-07-2013

Onderneming

Handelsnaam: [naam 11]

Rechtsvorm: Eenmanszaak

Startdatum onderneming: 21-09-2007

Vestiging

Handelsnaam: [naam 11]

Bezoekadres: [adres 2]

Eigenaar

Naam: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedag 1] 1973

Adres: [adres 1] Maasbree

[naam 12] is op 1 augustus 2022 verhoord. Tijdens dit verhoor heeft hij, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

V: Wat kun je vertellen over die pallets? Hoe kwamen die bij jullie bedrijf terecht?

A: Wij kwamen die dag uit Rotterdam aan bij onze loods [adres 4] . Dat was ergens rond eind juli 2021 en begin augustus 2021. Wij zagen dat er pallets voor zijn ingang stonden. Het begon te regenen en toen heeft mijn broer [naam 13] die pallets bij ons in de loods gezet. Daarna heb ik geprobeerd om [naam 9] te bereiken. Echter zonder resultaat. Enkele dagen daarna hebben we wel persoonlijk contact met [naam 9] gehad op de straat voor ons bedrijf. [naam 9] heeft toen gezegd dat wij die binnen in onze loods konden laten staan en dat hij die binnenkort op zou komen halen. Maar hij heeft ze nooit opgehaald.

V: Even terug naar de pallets. Wat kun je daarover vertellen? Hoe zagen die eruit?

A: Op die pallets stonden kartonnen vaten verpakt met doorzichtig plastic omwikkeld. De vaten waren dicht en gesloten. Je kon niet zien wat daar in zat.

Ik heb [naam 9] ook later gevraagd wat er in die vaten zat. [naam 9] zei dat het voor zijn bedrijf was, hij noemde iets van autoverf.

[naam 13] is op 20 november 2024 door de rechter-commissaris verhoord. Tijdens dit verhoor heeft hij, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

Zijn er wel eens goederen afgeleverd bij u die niet voor u bestemd waren, maar voor de hal/loods op nummer [adres 5] ?

Ja. Ze hebben een transport bij ons gelost. Zijn ingang is precies bij onze loods. Het begon te regenen, het was koud. Het waren twee vaten. Ze hebben het achtergelaten voor de loods. We hebben het buiten gelaten en [naam 6] gebeld dat er spullen van hem bij ons, buiten lagen. Toen het begon te regenen, hebben we de spullen bij ons binnen gebracht. Wij hebben het nooit aangeraakt. Toen de politie kwam, was het duidelijk dat het verzegeld was.

[naam 14] is op 15 februari 2022 verhoord. Tijdens dit verhoor heeft hij, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

V: Wie is [naam 11] ?

A: [naam 9] ? Een vriend van mij waarmee ik auto’s maak.

V: Waar is die garage van [naam 9] ?

A: In Maasbree . Ik ben misschien twee keer daar geweest. Hij heeft mij gevraagd of ik een auto kon snijden. Ik heb toen die auto gesneden.

V: Jij zegt dat jij er twee keer bent geweest.

A: Ik ben de eerste keer daar geweest toen ik heb geholpen met opruimen. De tweede keer ben ik die auto gaan snijden.

V: Hoe lang zat er tussen die eerste en tweede keer dat jij daar was?

A: Twee a drie weken.

Op vragen van de verbalisanten met betrekking tot het opruimen heeft [naam 14] zakelijk weergegeven en voorzover hier relevant geantwoord dat toen hij opruimde hij zag dat er ook kartonnen in de loods stonden.

V: Wat bedoel jij met kartonnen?

A: Die op de foto staat die jullie mij net hebben laten zien van het bericht. De eerste keer dat ik daar kwam, stonden die dozen er al. Toen ik de tweede keer kwam en die spullen van die BMW heb binnengezet stonden die dozen er niet.

V: Welke spullen heb jij verplaatst in de loods?

A: Ik heb spullen opzij geschoven zodat ik door kon lopen. Samen met [naam 9] heb ik toen de spullen opzij geschoven zodat ik door kon lopen. [naam 9] heeft meegeholpen.

V: Welke andere spullen stonden er nog in die loods?

A: Er stonden twee motorfietsen en ook een automotor in de loods. Die stonden tussen de kartonnen dozen en kast/tafel.

V: In de loods van [naam 11] zijn verder ook een groot aantal dozen met blikken havermout van het merk Quaker aangetroffen.

A: Ja, die blikken heb ik ook gezien.

V: Waar stonden die blikken?

A: Deze stonden naast de dozen.

[naam 14] is op 16 februari 2022 als verdachte verhoord. Tijdens dit verhoor heeft hij, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

V: Met wie ben je toen naar de loods van [naam 9] gegaan?

A: Ik ben er de tweede keer alleen naar toe gegaan.

V: Je bent er alleen naar toe gegaan. Waar was [naam 9] toen?

A: Hij heeft voor mij de deur geopend.

V: Welke bedoel je nu?

A: De toegangspoort, de voorste poort. Ik heb [naam 9] gebeld. [naam 9] is toen naar buiten gekomen. Hij heeft met een sleutel de poort voor mij opengemaakt.

V: Waar ben jij nog binnen geweest?

A: Ik ben achterom, via de rolpoort, naar binnen gegaan. [naam 9] heeft de rolpoort met de sleutel opengemaakt.

V: Hoe ben je de eerste keer naar binnen gegaan?

A: [naam 9] heeft mij toen ook de deur geopend. De eerste keer waren [naam 9] en [naam 15] binnen in de loods.

V: Wie heeft de poort geopend?

A: Ik heb [naam 9] toen gebeld. Hij heeft toen ook met de sleutel de toegangspoort geopend.

V: Ben jij de eerste keer ook in de loods geweest bij [naam 9] ?

A: Ja, ik ben daar binnen geweest. Ik heb daar spullen opgeruimd.

De verdachte heeft ter terechtzitting op 16 september 2026, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

Ik word ook wel [naam 6] of [naam 9] genoemd. Mijn telefoonnummers destijds waren [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] .

De bewijsoverweging

De rechtbank stelt op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat het bedrijfspand aan de [adres 3] te Maasbree verdeeld is in een voorzijde ( [adres 4] ) en een achterzijde ( [adres 5] ). In en vóór de loods aan de [adres 4] zijn grote hoeveelheden cafeïne en lactose aangetroffen. In de loods aan de [adres 5] zijn grote hoeveelheden cellulose, lactose, zwavelzuur en cafeïne aangetroffen. Daarnaast is er 375 kilogram ‘Captagon’-pillen met amfetamine aangetroffen.

De rechtbank beoordeelt hierna of, en zo ja welke, betrokkenheid de verdachte daarbij had.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de loods aan de [adres 5] te Maasbree vanaf 1 maart 2021 huurde. Volgens bestendige rechtspraak geldt als uitgangspunt dat een huurder van een ruimte geacht wordt bekend te zijn met alles wat zich in die ruimte bevindt en daarover ook de beschikkingsmacht heeft, tenzij er omstandigheden aannemelijk worden waaruit voortvloeit dat dit anders is. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt echter niet van dergelijke omstandigheden. In tegendeel: de verdachte heeft op 11 oktober 2021 tegenover de politie verklaard dat hij een sleutel had, dat er spullen van hem in de loods lagen en hij heeft deze spullen, te weten auto-onderdelen, een motor en een brommer, vervolgens aangewezen. De spullen bevonden zich verspreid over de gehele benedenverdieping van die loods en stonden tussen de dozen, zakken, tonnen en jerrycans met verdovende middelen en stoffen die klaarblijkelijk, gezien de aard en hoeveelheid ervan en de combinatie waarin zij zijn aangetroffen, bestemd waren voor de grootschalige productie van harddrugs, te weten amfetaminepillen. Uit de verklaring van [naam 14] blijkt bovendien dat de verdachte ook daadwerkelijk in de loods kwam en dat hij over een sleutel beschikte. [naam 14] heeft verklaard dat hij twee keer met de verdachte in de loods is geweest. De eerste keer dat hij daar was, stonden er allemaal dozen. Hij heeft toen ook blikken met Quaker havermout gezien die naast bedoelde dozen stonden. [naam 14] heeft samen met de verdachte spullen verplaatst en opgeruimd. Toen hij voor de tweede keer bij de loods kwam, stonden die dozen er niet meer. Uit de door FedEx verstrekte gegevens over de geleverde zendingen met chemicaliën blijkt dat de ontvanger gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Dit telefoonnummer heeft in het toestel gezeten met IMEI-nummer [nummer 2] , in welk toestel ook het telefoonnummer [telefoonnummer 4] heeft gezeten. Dat laatste telefoonnummer heeft verdachte opgegeven als zijn telefoonnummer. Het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] , dat klaarblijkelijk is gebruikt door de ontvanger van de zendingen met chemicaliën, is ook gebruikt door de koper van een tabletteermachine met als afleveradres [naam 1] , gevestigd aan de [adres 2] in Venlo. Uit een bevraging bij de Kamer van Koophandel blijkt dat de verdachte in het verleden een eenmanszaak op dit adres heeft gehad. Verder komt het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] bij registraties in april en juni 2021 voor in hetzelfde gebied waar het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] het vaakst was, namelijk in Tegelen-Oost. In dit gebied ligt garage [naam 10] . Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de verdachte daar vaak komt om werkzaamheden aan auto’s te verrichten. Verder blijkt uit de verklaringen van de broers [naam 13] en [naam 12] , huurders van [adres 4] , dat er een bestelling bestemd voor [adres 5] voor de loods van [adres 4] is achtergelaten. Hierover belden zij de verdachte , die bij [naam 12] aangaf dat de bestelling autoverf betrof en bestemd was voor zijn autobedrijf, en de spullen werden vervolgens in de loods van [adres 4] gezet. De betreffende spullen stonden nog in de loods tijdens de doorzoeking van de politie op 11 oktober 2021. Tot slot verklaarde [naam 5] dat de levering van 11 oktober 2021 die vóór [adres 4] stond, niet voor hem bestemd was en dat hij daarom naar verdachte had gebeld.

Bovenstaande feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank redengevend voor het bewijs van het tenlastegelegde en vragen om een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring.

De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat de aangetroffen stoffen en de verdovende middelen zich in de loods bevonden. Hij heeft verklaard dat hij de loods had onderverhuurd aan een Syriër genaamd [naam 17] . [naam 17] zou in Duisburg wonen en hij zou bereikbaar zijn op het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Ook zou sprake zijn van een overeenkomst van onderverhuur van [adres 5] . [naam 17] zou verantwoordelijk zijn voor hetgeen in de loods is aangetroffen en ook voor de pallets die bij nummer [adres 4] zijn afgeleverd.

De rechtbank acht deze verklaring over de beschikkingsmacht over de loods in kwestie en wat zich daarin bevond evenals de uitleg met betrekking tot de bij de buren bezorgde pallets echter niet aannemelijk en overweegt daartoe als volgt. De politie heeft een onderzoek ingesteld om deze [naam 17] te achterhalen en te identificeren. Uit dit onderzoek is gebleken dat met het Duitse telefoonnummer dat volgens de verdachte aan [naam 17] toebehoort in de onderzochte periode slechts één keer een geregistreerd contact op het Nederlandse netwerk had plaatsgevonden. Dit contact vond plaats op 11 oktober 2021 te 15:15:24 met telefoonnummer [telefoonnummer 6] en duurde nul seconden. Buiten deze enkele registratie is, ondanks gericht onderzoek door de politie daarnaar, niet gebleken van enige connectie van dit Duitse telefoonnummer met andere beschikbare gegevens, waaronder de lijst met contactpersonen, oproep logboeken, SMS-berichten of chatberichten van de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte. Het telefoonnummer is ook niet bekend in de Duitse politiesystemen en er is geen abonnee bekend. Daarnaast is op basis van de gegevens uit de overeenkomst van onderverhuur van [adres 5] navraag gedaan naar de naam [naam 17] en het opgegeven adres [adres 8] in Duisburg. Hieruit kwam naar voren dat er geen personen met deze naam in Duisburg waren geregistreerd en op het opgegeven adres was een saunaclub gevestigd. Desgevraagd heeft verdachte ter zitting geen nadere informatie kunnen verschaffen over deze [naam 17] , hetgeen gezien de bevindingen van de politie ter nadere onderbouwing van zijn lezing op zijn weg had gelegen. Bovendien bestaat op basis van de afgeluisterde telefoongesprekken die de verdachte tijdens zijn detentie met zijn echtgenote voerde het sterke vermoeden dat de overeenkomst van onderverhuur pas na 11 oktober 2021 en dus na het aantreffen van de verboden goederen is opgemaakt. Ook vroeg de verdachte in de telefoongesprekken aan zijn vrouw om ‘papieren te verbranden’ en ervoor te zorgen dat ‘dat ene kleine zwarte en oude [waarmee we spreken/bellen] in het water wordt weggegooid’. Het heeft er alle schijn van dat de verdachte aldus heeft geprobeerd een dwaalspoor te creëren, door een niet bestaande onderhuurder te presenteren als verantwoordelijke voor de aangetroffen verboden goederen. Hiernaast heeft verdachte vanuit detentie getracht zijn sporen te wissen.

De verdachte heeft ook verklaard dat hij ‘zijn telefoon wel eens dagen ergens laat liggen’ en dat het daarmee mogelijk is dat anderen gebruik hebben gemaakt van zijn telefoon. De rechtbank acht ook dit niet aannemelijk, nu dit wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat met het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] dat door verdachte is opgegeven als zijn telefoonnummer, gebruik is gemaakt van hetzelfde IMEI nummer eindigend op 9310 dat wordt gekoppeld aan de ontvanger van de zendingen chemicaliën en de koper van de tabletteermachine met als afleveradres [naam 1] . Uit onderzoek van de politie blijkt dat dit IMEI-nummer een E3131Cs-2, Turkcell VINN E3131Cs-2 van het merk Huawei betreft. Het gaat om een mobiele breedband usb-stick waarmee draadloos verbinding kan worden gemaakt met het internet met behulp van een simkaart (in de volksmond: een dongel). Het IMEI-nummer hoort dus niet bij een (al dan niet dagenlang achtergelaten) telefoon.

Conclusie

Gelet op alle feiten en omstandigheden in samenhang bezien is de rechtbank dan ook van oordeel dat:

de verdachte wist van de aanwezigheid van de stoffen bestemd voor het opzettelijk bereiden, verwerken, bewerken en/of vervaardigen van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (feit 1) en de 375 kilogram amfetamine (feit 2);

de verdachte wist dat deze stoffen bestemd waren voor het opzettelijk bereiden, verwerken, bewerken en/of vervaardigen van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (feit 1);

de amfetamine (feit 1) en stoffen (feit 2) zich ook in de machtssfeer van de verdachte bevonden.

De rechtbank acht daarmee het ten laste gelegde onder feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Partiële vrijspraak

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde medeplegen nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte nauw en bewust met een ander of anderen heeft samengewerkt.

De rechtbank spreekt de verdachte eveneens vrij van de onder feit 1 tenlastegelegde aankoop van een tabletteermachine, nu niet kan worden vastgesteld dat de tabletteermachine daadwerkelijk is geleverd en dat de verdachte deze voorhanden heeft gehad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1:

in de periode van 1 maart 2021 tot en met 11 oktober 2021, in Maasbree , in de gemeente Peel en Maas,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren, en/of vervaardigen, van amfetamine en/of MDMA, in elk

geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine

en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel vermeld op de

bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen:

-een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam

te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen

en/of

-zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het

plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

-(een) voorwerp(en), vervoermiddel(en), stof(fen) en/of gelden of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die

bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte:

-een loods/ruimte gehuurd aan de [adres 5] te Maasbree ten behoeve van de

opslag van grote hoeveelheden versnijdingsmiddelen en vulmiddelen en

hulpstoffen en de bewerking van verdovende middelen; en

-een grote hoeveelheid versnijdingsmiddelen (in totaal ongeveer 5000

kilo) cafeïne en lactose voorhanden gehad en gekocht in Bulgarije; en

-een grote hoeveelheid versnijdingsmiddelen en vulmiddelen en

hulpstoffen waaronder 1025 kilogram cafeïne en 1350 kilogram lactose en

125 liter zwavelzuur en 1500 kilogram cellulose voorhanden gehad;

feit 2:

op 11 oktober 2021 te Maasbree , in de gemeente Peel en Maas,

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een loods gelegen aan de [adres 5] te

Maasbree ),

375 kilogram amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 5 jaren. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS). De officier van justitie is van mening dat ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet volgen. Een taakstraf of een voorwaardelijke gevangenisstraf acht de officier van justitie gelet op de ernst van de feiten niet passend, te meer nu de verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven en het erop lijkt dat hij de politie op een verkeerd spoor heeft willen zetten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij een bewezenverklaring rekening te houden met de (kleine) rol van de verdachte als katvanger, de overschrijding van de redelijke termijn, zijn blanco strafblad en zijn persoonlijke omstandigheden. Tot slot heeft de verdediging als richting voor de op te leggen straf verwezen naar een drietal soortgelijke zaken.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van synthetische drugs en het opzettelijk aanwezig hebben van 375 kilogram amfetamine.

De verdachte heeft zich begeven op het terrein van de productie en handel in synthetische drugs. De productie van en handel in synthetische drugs gaan gepaard met vele vormen van ernstige criminaliteit en dit heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van synthetische drugs schadelijke gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid en tot ernstige verslavingsproblematiek kan leiden met alle gevolgen van dien. Ook gaat de productie van synthetische drugs gepaard met de illegale lozing van drugsafval, hetgeen grote schade aan het milieu toebrengt en tot hoge kosten leidt bij de sanering ervan. Drugscriminaliteit leidt tot ondermijning, waarbij de grens tussen de onderwereld en de bovenwereld vervaagt doordat grote hoeveelheden crimineel geld via witwassen en legale bedrijven de maatschappij in worden gepompt.

De verdachte heeft zich kennelijk onvoldoende rekenschap gegeven van de schadelijke en ontwrichtende gevolgen van zijn gedragingen. Hij lijkt te hebben gehandeld uit puur eigenbelang, uitsluitend met het oogmerk van financieel gewin.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is.

Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals hij deze ter terechtzitting heeft toegelicht, het reclasseringsadvies d.d. 22 februari 2022 en het strafblad van de verdachte. Uit het strafblad volgt dat de verdachte nog niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit en dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Ten nadele van de verdachte weegt de rechtbank in haar afweging mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en dat hij geen openheid van zaken heeft willen geven. Aan zijn proceshouding kan de rechtbank niet het vertrouwen ontlenen dat verdachte het ontoelaatbare van zijn handelen inziet.

De rechtbank houdt verder rekening met het tijdsverloop in deze zaak. Volgens de uitleg die de Hoge Raad heeft gegeven aan de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De redelijke termijn is in deze zaak aangevangen op 25 januari 2022. Omdat het eindvonnis op 30 september 2026 wordt gewezen en de rechtbank niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn fors overschreden. Zonder termijnoverschrijding zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van 4 jaren.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren passend. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal hierop in mindering worden gebracht.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7. Het beslag

De rechtbank beslist ten aanzien van de hierna in de beslissing genoemde inbeslaggenomen geldbedragen, conform de eis van de officier van justitie, tot teruggave van die inbeslaggenomen geldbedragen aan de rechthebbende.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Beslag

Dit vonnis is gewezen door mr. S.L.M. van Venrooij, voorzitter, mr. P.W.E.C. Pulles en mr. M.A.M. Pijnenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.E. Adams, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 september 2026.

Buiten staat

Mr. S.L.M. van Venrooij en mr. M.A.M. Pijnenburg zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2021 tot en

met 11 oktober 2021, in Maasbree , in de gemeente Peel en Maas, in elk geval in

Nederland, en/of in Bulgarije,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren, en/of vervaardigen, van amfetamine en/of MDMA, in elk

geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine

en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel vermeld op de

bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet,

voor te bereiden en/of te bevorderen:

-een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam

te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen

en/of

-zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het

plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

-(een) voorwerp(en), vervoermiddel(en), stof(fen) en/of gelden of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn

mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden, dat dat/die

bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):

-een loods/ruimte gehuurd aan de [adres 5] te Maasbree ten behoeve van de

opslag van grote hoeveelheden versnijdingsmiddel(en) en/of vulmiddel(en) en/of

hulpstof(fen) en/of de bewerking van verdovende middelen; en/of

-(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) versnijdingsmiddel(en) (in totaal ongeveer 5000

kilo) cafeïne en/of lactose voorhanden gehad en/of gekocht in Bulgarije; en/of

-(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) versnijdingsmiddel(en) en/of vulmiddel(en) en/of

hulpstof(fen) waaronder 1025 kilogram cafeïne en/of 1350 kilogram lactose en/of 25

kilogram quinine en/of 125 liter zwavelzuur en/of 1500 kilogram cellulose en/of 75

kilogram magnesiumsulfaat voorhanden gehad; en/of

-een tabletteermachine aangekocht in Bulgarije;

T.a.v. feit 2:

hij op of omstreeks 11 oktober 2021 te Maasbree , in de gemeente Peel en Maas, in

elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een loods gelegen aan de [adres 5] te

Maasbree ),

375 kilogram amfetamine, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal

bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand