ECLI:NL:RBLIM:2026:10586

ECLI:NL:RBLIM:2026:10586

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 03.227267.24; 03.076581.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Drugspand in Amstenrade - De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte op 13 juli 2024 opzettelijk als pleger 1045,70 gram heroïne en als medepleger 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne aanwezig heeft gehad en als medepleger 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne heeft bewerkt. Ook heeft de rechtbank bewezenverklaard dat de verdachte op 11 juni 2024 opzettelijk als pleger 13,07 gram heroïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03.227267.24; 03.076581.25 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 oktober 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum 1] 2000,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.W.P. Krijnen, advocaat kantoorhoudende te Geleen.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 september 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen [medeverdachte 1] (parketnummer 03.227327.24), [medeverdachte 2] (parketnummer 03.227373.24), [medeverdachte 3] (parketnummer 03.227291.24). [medeverdachte 4] (parketnummer 03-227340-24), [medeverdachte 5] (parketnummer 03.227213.24) en [medeverdachte 6] (parketnummer 03-227252-24).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

03.227267.24

Feit 1: op 13 juli 2024 te Amstenrade samen met (een) ander(en) ongeveer 70,43 gram cocaïne en/of 3154,31 gram heroïne heeft vervaardigd, bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd;

Feit 2: op 13 juli 2024 te Amstenrade samen met (een) ander(en) ongeveer 70,43 gram cocaïne en/of 3154,31 gram heroïne aanwezig heeft gehad.

03.076581.25

op 11 juni 2024 te Schinnen ongeveer 13,07 gram heroïne aanwezig heeft gehad.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

03.227267.24

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde feit, wegens onvoldoende bewijs. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard voor zover het ziet op het aanwezig hebben van de in de zitruimte en verpakkingsruimte aangetroffen drugs. De drugs lagen in het zicht van de verdachte. De verdachte heeft daar een geruime tijd gebleven. De verdachte had daarmee wetenschap van en feitelijke macht over de drugs. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat medeplegen van het aanwezig hebben van de drugs niet bewezen kan worden verklaard.

03.076581.25

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

03.227267.24

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde feit wegens onvoldoende bewijs. De verdachte heeft tevens een aannemelijke verklaring gegeven voor het aantreffen van zijn DNA op een in de verpakkingsruimte aangetroffen handschoen.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte ook vrijgesproken dient te worden van het hem onder 2 tenlastegelegde feit. Van wat zich bevond of afspeelde in de productiekamer had de verdachte geen wetenschap. De verdachte is enkel in de zitruimte en verpakkingsruimte geweest. Aan de hand van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte beschikkingsmacht had over de drugs die daar zijn aangetroffen. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat enkel bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de drugs in de zitruimte en verpakkingsruimte aanwezig heeft gehad.

03.076581.25

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het aan de verdachte tenlastegelegde feit wegens onvoldoende bewijs. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dat er drugs in de sok zat.

Het oordeel van de rechtbank

03.227267.24

Vooropgesteld wordt dat de rechtbank hierna in haar overwegingen zonder nadere verwijzingen de voor partijen genoegzaam bekende benamingen uit het proces-verbaal zal hanteren ter aanduiding van locaties binnen de woning waar het tenlastegelegde betrekking op heeft. Relevant zijn daarin met name de zitruimte (alwaar een salontafel met bankstel stond, in het dossier aangeduid als ruimte 4) en de verpakkingsruimte (gelegen vlak achter de bank, alwaar een hogere tafel met stoelen stond, in het dossier aangeduid als ruimte 5). Ruimte 4 en ruimte 5 betreffen in werkelijkheid een open ruimte, waarin ook de open keuken van het pand, in het dossier aangeduid als ruimte 2, is gelegen. Daarnaast is relevant de productieruimte (zijnde een afzonderlijke kamer achterin de woning gelegen, in het dossier aangeduid als ruimte 9).

Bewijsmiddelen (feit 1 en 2)

In het proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 10 juli 2024, waren wij verbalisanten, [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] , belast met een verdovende middelen project naar aanleiding van een TCI-verbaal met proces-verbaalnummer 2024-0238. In dit verbaal werd gesproken over de verwerking en het distribueren van heroïne vanuit het pand [adres 2] te Amstenrade. Wij verbalisanten waren in burger gekleed en verplaatsten ons in onherkenbare voertuigen van de Nationale Politie.

Omstreeks 13.50 uur zag ik, [naam verbalisant 1] , dat een persoon die ik herkende als [naam] werd binnengelaten op het adres [adres 2] te Amstenrade door een NN-man. Een paar minuten later zag ik dat [naam] weer naar buiten kwam, samen met nog een man. Ik herkende de broer van [naam] , als zijnde [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 2] te Brunssum. Ik zag dat [medeverdachte 3] plaatsnam op de bijrijdersstoel en geruime tijd doende was met iets. Ik kon niet zien wat. Vervolgens gaat men de woning weer in.

Omstreeks 15.40 uur, zag ik, verbalisant [naam verbalisant 2] , dat [naam] samen met een man in een zwart T-shirt de woning verliet door de deur naast de garagepoort. De man in het zwarte T-shirt bleek later te zijn [medeverdachte 3] . Ik zag dat [medeverdachte 3] de deur afsloot door middel van een sleutel.

In het proces-verbaal van bevindingen van 13 juli 2024 staat (in samenhang bezien met het proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2024), zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 13 juli 2024, liepen wij verbalisanten, [naam verbalisant 3] , [naam verbalisant 4] , [naam verbalisant 5] , [naam verbalisant 6] en [naam verbalisant 7] naar de voordeur van het pand [adres 2] te Amstenrade om binnen te treden. Om 15:36 uur stonden wij voor de woning waarbij de voordeur toevallig werd geopend door [verdachte] . Wij zagen dat de overige aangehouden verdachten in de half open keuken/woonkamer zaten. Wij zagen dat direct achter hen een tafel stond met daarop sealtjes, weegschalen en zakjes met wit poeder. Gezien deze bevindingen hebben wij op zaterdag 13 juli 2024 om 15:37 uur alle aanwezige verdachten aangehouden ter zake handel in harddrugs: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 2] .

In het proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 13 juli 2024 om 14:30 uur had ik, [naam verbalisant 7] , zicht op de woning en de garage

gelegen aan de [adres 2] te Amstenrade. Ik stond op geschatte afstand van 40

meter van het pand. Ik had vrij zicht op de garage van perceel 80 aan de [adres 2]

te Amstenrade. Ik had gedeeltelijk zicht op de voordeur. Ik zag enkel de bovenzijde

van de voordeur daar er een mini-Cooper, welke op de oprit stond, gedeeltelijk mijn

zicht beperkte. Ik kon de gehele oprit zien. Hierdoor kan ik met zekerheid verklaren

dat vanaf 14:30 uur tot 15:27 uur niemand het genoemde pand of de garage heeft

betreden of verlaten.

Om 15:28 uur is de later aangehouden verdachte [medeverdachte 2] , de eerste en de enige persoon welke het pand heeft betreden. De enige andere persoon welke het pand heeft verlaten om 15:32 uur, vervolgens direct de garage is ingegaan en vervolgens weer retour de woning is ingegaan om 15:34 uur is de later aangehouden verdachte [medeverdachte 6] .

Alle overige aangehouden verdachten waren derhalve al aanwezig in het pand vanaf

14:30 uur.

In het proces-verbaal van doorzoeking van 13 juli 2024 staat zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 13 juli 2024, om 15.36 uur, werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning op de [adres 2] , 6436CH te Amstenrade.

Het pand is ingedeeld in 9 ruimtes, zijnde:

1. Garage

2. Keuken

3. Hal

4. Zitruimte

5. Verpakkingsruimte

6. Badkamer

7. Gang

8. Slaapkamer

9. Productieruimte

Ik, [naam verbalisant 4] , heb het pand op deze wijze ingedeeld ten behoeve van de inbeslagname. De enige wijziging met de daadwerkelijke situatie is dat ruimtes 2, 4 en 5, zijnde de keuken, zitruimte en verpakkingsruimte in werkelijkheid 1 ruimte betrof.

Het schoudertasje met daarin het identiteitsbewijs van [medeverdachte 3] werd aangetroffen aan de binnenzijde van de deur van de productieruimte.

In het proces-verbaal van forensisch onderzoek van 17 juli 2024 staat zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 14 juli 2024 kwam ik, verbalisant [naam verbalisant 8] , naar aanleiding van een partij aangetroffen harddrugs voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] , 6436 CH Amstenrade.

De woning werd bewaakt door medewerkers van de basis politiezorg. Op een salontafel naast een hoekbank zag ik restanten van een maaltijd en twee met plastic ingepakte blokken met onbekende inhoud [foto 5 en 6]. In de woonkamer zag ik een tafel met daarop attributen om verdovende middelen te wegen en te verpakken (foto 8 en 9]. In de doorgang naar de slaapkamer en de achterkamer zag ik een bank staan [foto 13]. In de achterkamer zag ik een tafel, enkele stoelen en een rek. Op de tafel zag ik een beige poederachtige substantie [foto 16 t/m 18].

Achterkamer

In de achterkamer zag ik op een stoel een gebruikt mondkapje liggen (goednummer 1722128) [foto 19]. Op de vloer van deze achterkamer zag ik meerdere gebruikte latex handschoenen liggen [foto 20]. Op de vloer naast een kartonnen doos zag ik een gebruikt mondkapje liggen (goednummer 1722125) [foto 21]. Op het rek aan de achterzijde van deze ruimte zag ik twee dichtgeknoopte plastic zakken met daarin beige poeder [foto 22).

Tussenruimte

Op de bank zag ik twee gebruikte mondkapjes liggen (goednummer 1722129 en 1722130). Deze twee mondkapjes heb ik veiliggesteld [foto 13, 23 en 24].

Woonkamer

Naast de tafel in de woonkamer zag ik een doos met daarin een gebruikt mondkapje

[foto 25]. Op de tafel zag ik een gebruikte latex handschoen. Onder de tafel zag ik

een gebruikte latex handschoen [foto 26 en 27].

In de kennisgevingen van inbeslagneming staat gerelateerd dat de volgende goederen op 13 juli 2024 in beslag zijn genomen aan de [adres 2] , 6436 CH te Amstenrade:

Aangetroffen in ruimte 4 (zitruimte):

- geperst blok bruin, goednummer 1721922;

- onbekende zak met inhoud, goednummer 1721928.

Aangetroffen in ruimte 5 (verpakkingsruimte):

- wit poeder, goednummer 1721994;

- wit poeder, goednummer 1722000;

- gripzakjes met wit poeder, goednummer 1722003;

- wit poeder, goednummer 1722007;

- zakjes met wit poeder, goednummer 1722009;

- gripzakjes met wit poeder, goednummer 1722010;

- gripzakjes met wit poeder, goednummer 1722015;

- wit poeder, goednummer 1722016;

- gripzakjes met wit poeder, goednummer 1722020;

- gripzakjes met mogelijk heroïne, goednummer 1722022;

- gripzakjes met wit poeder, goednummer 1722025.

Aangetroffen in ruimte 9 (productieruimte):

- bruin poeder, goednummer 1721929;

- bruin poeder, goednummer 1721931;

- wit poeder, drie noozepacks en drie gripzakjes, goednummer 1721952.

In het proces-verbaal van het onderzoek naar de verdovende middelen van 19 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Wij, verbalisanten, [naam verbalisant 9] en [naam verbalisant 10] , verklaren het volgende. Op 18 juli 2024 werd door de Forensische Opsporing een onderzoek verricht aan aangeboden onderzoeksitems in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit het volgende.

Goednummer 1721922

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4101NL (netto gewicht 561,09 gram)

Goednummer 1721928

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4100NL (netto gewicht 484,61 gram)

Goednummer 1721994

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4096NL (netto gewicht 10,35 gram)

Goednummer 1722000

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4097NL (netto gewicht 0,96 gram)

Goednummer 1722003

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4130NL (netto gewicht 6,91 gram)

Goednummer 1722007

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4095NL (netto gewicht 2,44 gram)

Goednummer 1722009

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4094NL (netto gewicht 0,80 gram)

Goednummer 1722010 ​​​​​​​

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4099NL (netto gewicht 32,10 gram)

Goednummer 1722015

Uniek Voorwerp Nummer: AARPA098NL (netto gewicht 3,63 gram)

Goednummer 1722016

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4134NL (netto gewicht 1,28 gram)

Goednummer 1722020

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4133NL (netto gewicht 0,17 gram)

Goednummer 1722022

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4132NL (netto gewicht 39,14 gram)

Goednummer 1722025

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4131NL (netto gewicht 10,01 gram)

Goednummer 1721929

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4104NL opgesplitst in: AAQX1340NL (netto gewicht 494,62 gram)

AAQX1341NL (netto gewicht 514,18 gram) AAQX1342NL (netto gewicht 576,65 gram)

Goednummer 1721931

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4103NL (netto gewicht 483,52 gram)

Goednummer 1721952

Uniek Voorwerp Nummer: AARP4102NL opgesplitst in AAQX1343NL (netto gewicht 1,16 gram)

AAQX1344NL (netto gewicht 0,62 gram)

In de NFiDENT-rapporten van 18 en 19 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

De volgende onderzoeksmaterialen bevatten heroïne:

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4101NL (netto gewicht 561,09 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4100NL (netto gewicht 484,61 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4132NL (netto gewicht 39,14 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AAQX1340NL (netto gewicht 494,62 gram)

o Uniek Voorwerp Nummer: AAQX1341NL (netto gewicht 514,18 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AAQX1342NL (netto gewicht 576,65 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4103NL (netto gewicht 483,52 gram).

De volgende onderzoeksmaterialen bevatten cocaïne:

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4096NL (netto gewicht 10,35 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4097NL (netto gewicht 0,96 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4130NL (netto gewicht 6,91 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4095NL (netto gewicht 2,44 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4094NL (netto gewicht 0,80 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4099NL (netto gewicht 32,10 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARPA098NL (netto gewicht 3,63 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4134NL (netto gewicht 1,28 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4133NL (netto gewicht 0,17 gram)’

o Uniek Voorwerp Nummer: AARP4131NL (netto gewicht 10,01 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AAQX1343NL (netto gewicht 1,16 gram);

o Uniek Voorwerp Nummer: AAQX1344NL (netto gewicht 0,62 gram).

In de kennisgevingen van inbeslagneming staat gerelateerd dat de volgende goederen op 13 juli 2024 in beslag zijn genomen in Amstenrade:

o een wegwerphandschoen, goednummer 1722138;

o een wegwerphandschoen, goednummer 1722137.

In het proces-verbaal van het vooronderzoek lab van 18 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 18 juli 2024 te Amstenrade werd op verzoek van de Eenheid Limburg mij, [naam verbalisant 15] , een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendragers:

o een wegwerphandschoen, goednummer 1722138; SIN: AAOE4843NL;

o een wegwerphandschoen, goednummer 1722137; SIN: AAOE4842NL.

Onderzoek handschoen met SIN:AAOE4943NL

Ik zag dat het een zwart gekleurde kunststof wegwerphandschoen betrof. Ik zag dat

alle vingertoppen deels naar binnen gekeerd waren, waardoor de buitenzijde bij

aantreffen vermoedelijk de draagzijde betreft. Ik zag dat de handschoen bevuild was.

Ik heb van de handschoen de gehele buitenzijde bij aantreffen bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor, epitheel, veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN: AARX1311NL, verpakt en verzegeld.

Onderzoek handschoen met SIN AAOE4842NL

Ik zag dat het een zwart gekleurde kunststof wegwerphandschoen betrof. Ik zag dat

alle vingertoppen deels naar binnen gekeerd waren, waardoor de buitenzijde bij

aantreffen vermoedelijk de draagzijde betreft. Ik zag dat de handschoen bevuild was.

Ik heb van de handschoen de gehele buitenzijde bij aantreffen bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor, epitheel, veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AARX1312NL, verpakt en verzegeld.

In de rapportage van Eurofins m.b.t. het DNA-onderzoek van 5 augustus 2024 staat het volgende gerelateerd:

Op 5 augustus 2024 werd forensisch onderzoek verricht naar de veiliggestelde biologische sporen (SIN: AARX1311NL en SIN: AARX1312NL)

Uit het celmateriaal SIN: AARX1311NL is een DNA-profiel verkregen. Het betreft een enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De DNA-kenmerken in het verkregen profiel matchen met het DNA-profiel van [verdachte] .

Uit de celmaterialen van SIN: AARX1312NL is een DNA-profiel verkregen. Het betreft een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De additionele DNA-kenmerken van de minder prominent aanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. De DNA-kenmerken in het verkregen profiel matchen met het DNA-profiel van [verdachte] .

In de kennisgevingen van inbeslagneming staat gerelateerd dat de volgende goederen op 13 juli 2024 in beslag zijn genomen in Amstenrade:

mondkapje, goednummer 1722125;

mondkapje, goednummer 1722128;

mondkapje, goednummer 1722129;

mondkapje, goednummer 1722130.

In het proces-verbaal van het vooronderzoek lab van 18 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 18 juli 2024 te Amstenrade werd op verzoek van de Eenheid Limburg mij, [naam verbalisant 15] , een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendragers:

o mondkapje, goednummer 1722125; SIN: AAPP1585NL;

o mondkapje, goednummer 1722128, SIN: AAPP1587NL;

o mondkapje, goednummer 1722129, SIN: AAPP1588NL;

o mondkapje, goednummer 1722130, SIN: AAPP1589NL.

Onderzoek mondkapje met SIN: AAPP1585NL

Ik zag dat het een wit met blauw gekleurd stoffen mondkapje betrof, met daaraan twee wit gekleurde elastische koorden. Ik zag dat het mondkapje beschadigd en bevuild was. Ik heb de gehele draagzijde en beide koorden van het mondkapje bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor, epitheel, veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN: AARX1316NL, verpakt en verzegeld.

Onderzoek mondkapje met SIN AAPP1587NL

Ik zag dat het een wit met blauw gekleurd stoffen mondkapje betrof, met daaraan twee wit gekleurde elastische koorden. Ik zag dat het mondkapje beschadigd en bevuild was. Ik heb de gehele draagzijde en beide koorden van het mondkapje bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor, epitheel, veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN: AARX1315NL, verpakt en verzegeld.

Onderzoek mondkapje met SIN AAPP1588NL

Ik zag dat het een wit met blauw gekleurd stoffen mondkapje betrof, met daaraan twee wit gekleurde elastische koorden. Ik zag dat het mondkapje beschadigd en bevuild was. Ik heb de gehele draagzijde en beide koorden van het mondkapje bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor, epitheel, veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN: AARX1313NL, verpakt en verzegeld.

Onderzoek mondkapje met SIN AAPP1589NL

Ik zag dat het een wit met blauw gekleurd stoffen mondkapje betrof, met daaraan twee wit gekleurde elastische koorden. Ik zag dat het mondkapje beschadigd en bevuild was. Ik heb de gehele draagzijde en beide koorden van het mondkapje bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor, epitheel, veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN: AARX1314NL, verpakt en verzegeld.

In de rapportage van Eurofins m.b.t. het DNA-onderzoek van 23 juli 2024 staat het volgende gerelateerd:

Op 18 juli 2024 werd forensisch onderzoek verricht naar de veiliggestelde biologische sporen (SIN: AAPP1585NL, SIN: AAPP1587NL, SIN: AAPP1588NL, SIN: AAPP1589NL).

Uit de celmaterialen van SIN: AAPP1588NL en SIN: AAPP1589NL zijn DNA-profiel verkregen. Het betreft steeds een enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De additionele DNA-kenmerken van de steeds minder prominent aanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. De DNA-kenmerken in de verkregen profielen matchen met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] .

Uit het celmateriaal SIN: AAPP1587NL is een DNA-profiel verkregen. Het betreft een enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De DNA-kenmerken in het verkregen profiel matchen met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] .

Uit het celmateriaal SIN: AAPP1585NL is een DNA-profiel verkregen. Het betreft een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal vier donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De additionele DNA-kenmerken van de minder prominent aanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. De DNA-kenmerken in het verkregen profiel matchen met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] .

In het proces-verbaal van verhoor van O.M.I. [medeverdachte 6] van 16 augustus 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

M: Jij bent op 13 juli om 15.37 uur aangehouden in het pand op de

[adres 2] in Amstenrade.

A: Ik kwam die bewuste dag binnen en ik zag dingen waar ik zelf ook wel van geschrokken was.

M: Je zegt dat je die bewuste dag binnen kwam en dat je schrok.V: Waarvan schrok je?A: Wat ik op tafel zag liggen.V: Wat zag je op tafel liggen?A: Het leek op hasj en andere verdovende middelen.V: Op welke tafel lag de vermoedelijke hasj?A: Op de salontafel.

V: Voor welke tafel was je geschrokken?A: Ik schrok van de spullen wat op de salontafel en op grote tafel lagen in de woonkamer.V: Wat lag er op de grote tafel in de woonkamer?A: Ik zag iets liggen wat niet deugt.V: Wat maakt voor jou dat het niet deugde?A: Ik zag een weegschaal staan met vermoedelijk drugs erom heen liggen. Op de lage tafel zag ik een blok hasj liggen.

In het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 16 augustus 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

A: Ik ben die dag opgehaald door mijn neefje. We hadden nog geen echte plannen en ben met hem meegegaan. Mijn neefje wilde nog even met zijn oom (de rechtbank begrijp hierin: [medeverdachte 3] ) gaan praten. Toen kwamen we aan in Amstenrade en ben ik mee naar binnen gelopen.

V: Hoe heet je neefje die je heeft opgehaald?A: [medeverdachte 4] .

De verdachte verklaarde tijdens de terechtzitting van 9 september 2026 als volgt:

Voordat de politie aanwezig was, zat ik in de zitruimte dan wel verpakkingsruimte. Ik ben nergens anders geweest.

Ik heb in de verpakkingsruimte één handschoen aangetrokken. Ik heb met die handschoen om mijn hand spullen aan de kant geschoven zodat ik mijn broodje kon eten.

Bewijsoverweging (feit 1 en 2)

Zitruimte en verpakkingsruimte

De rechtbank stelt vast dat er in ruimte 4, de zitruimte, van het pand aan de [adres 2] te Amstenrade op 13 juli 2024 op de aldaar aanwezige salontafel bij de bank 1.045,70 gram heroïne is aangetroffen. In de verpakkingsruimte, ruimte 5, is 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne aangetroffen.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat toen hij het pand in ging hij al de drugs op de salontafel (ruimte 4) en de grote tafel in de woonkamer (ruimte 5) heeft zien liggen. Volgens de observerende verbalisanten waren [medeverdachte 6] en zijn medeverdachten, met uitzondering van medeverdachte [medeverdachte 2] , in ieder geval al vanaf 14:30 uur in het pand aan de [adres 2] te Amstenrade aanwezig. De politie heeft het pand betreden om 15:36 uur. De rechtbank concludeert hieruit dat de drugs op het moment van binnentreden door de politie op zijn minst al een uur in de zitruimte (ruimte 4) en verpakkingsruimte (ruimte 5) lagen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat [medeverdachte 6] bij binnenkomst andere hoeveelheden heeft gezien, nu hij heeft verklaard over een blok op de salontafel en een weegschaal met drugs eromheen op de hoge tafel, hetgeen ook is aangetroffen door de verbalisanten na binnenkomst in het pand.

De rechtbank stelt voorts vast dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad voor een bewezenverklaring van het opzettelijk ‘aanwezig hebben’ als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet noodzakelijk is dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van deze goederen, én dat deze goederen zich binnen de machtssfeer van de verdachte bevonden.

Gelet op de door [medeverdachte 6] afgelegde verklaring lagen de in de zit- en verpakkingsruimte (ruimtes 4 en 5) aangetroffen drugs al op zijn minst een uur op de plek waar die drugs ruim een uur later ook door de politie zijn aangetroffen. In deze ruimte is de verdachte op het moment van binnentreden ook aangetroffen. De verdachte bevond zich, gelet op zijn eigen verklaring afgelegd ter terechtzitting, gedurende de tijd dat hij in het pand aanwezig was enkel in deze kamers, welke kamers één open ruimte betreffen. De drugs lagen gedurende dat uur dus in de directe nabijheid van de verdachte. De drugs lagen daarnaast duidelijk in het zicht. De verdachte heeft daarom wetenschap gehad van die drugs.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte ook over die drugs kúnnen beschikken.

Voor de bewezenverklaring van het ‘aanwezig hebben’ hoeft immers niet te kunnen worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan de verdachte toebehoren of dat sprake is van enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen. Of de verdachte zeggenschap had, of anders gezegd mócht beschikken, over de drugs is dus volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in dit kader niet relevant.

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte samen met een ander of anderen de harddrugs aangetroffen in de zitruimte (ruimte 4) aanwezig heeft gehad. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij van het tenlastegelegde medeplegen ten aanzien van de op die plek aangetroffen hoeveelheden drugs. De verdachte en zijn medeverdachten waren weliswaar in dezelfde ruimte aanwezig, maar niet is gebleken dat de verdachten actieve handelingen hebben verricht die tot het oordeel zouden moeten leiden dat zij nauw en bewust samen hebben gewerkt om de harddrugs opzettelijk aanwezig te hebben.

De rechtbank acht daarom bewezen dat de verdachte als pleger 1.045,70 gram heroïne, aangetroffen in de zitruimte (ruimte 4) opzettelijk aanwezig heeft gehad. Op het al dan niet medeplegen van het aanwezig hebben van de harddrugs aangetroffen in de verpakkingsruimte (ruimte 5), komt de rechtbank verderop terug.

Uit het dossier is tevens gebleken dat de verpakkingsruimte ingericht was voor het bewerken van harddrugs. Niet alleen zijn daar grote hoeveelheden harddrugs aangetroffen, maar er zijn ook meerdere mondkapjes, handschoenen en attributen om verdovende middelen te wegen en te verpakken aangetroffen.

Op een tweetal handschoenen, één aangetroffen op de tafel en de andere op de grond naast de tafel, is het DNA van de verdachte aangetroffen. De verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat hij de handschoen die op de tafel lag had gebruikt om spullen aan de kant te schuiven zodat hij zijn broodje kon eten. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk. De rechtbank ziet niet in waarom de verdachte pas ter zitting, ruim twee jaren later, met deze verklaring naar voren komt. De verdachte heeft immers eerder, in zijn verklaring bij de politie, verklaard dat hij een handschoen had aangetrokken uit verveling.

Bovendien werd de verdachte bij binnentreden door de politie in de zitruimte aangetroffen en niet etend aan de tafel in de verpakkingsruimte. Daarnaast gaat de verklaring van de verdachte enkel over de handschoen op de tafel en heeft verdachte ook ter terechtzitting nogmaals uitdrukkelijk verklaard slechts één handschoen te hebben aangetrokken, terwijl er ook een handschoen onder de tafel is aangetroffen met zijn DNA. Voor zijn DNA op deze tweede handschoen heeft de verdachte dus überhaupt geen verklaring gegeven. De rechtbank schuift de verklaring van de verdachte daarom als onaannemelijk terzijde.

Gelet op voorgaande gaat de rechtbank er zonder enig voorbehoud van uit dat de verdachte de handschoenen heeft gebruikt bij het bewerken van de harddrugs aangetroffen in de verpakkingsruimte (ruimte 5) en acht zij dit dan ook bewezen.

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] beschikte over een sleutel van het pand en, gelet op de eerdere observaties, de feitelijk gebruiker was van het pand op de tenlastegelegde datum. [medeverdachte 3] moet, als sleutelhouder en feitelijk gebruiker van het pand, een coördinerende rol hebben gehad bij de in dat pand open en bloot uitgevoerde werkzaamheden voor zover die zagen op de bewerking van drugs. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat de verdachte 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne, aangetroffen in de verpakkingsruimte (ruimte 5), samen met een ander, te weten met [medeverdachte 3] , heeft bewerkt. Om diezelfde reden acht de rechtbank eveneens bewezen dat de verdachte samen met een ander die harddrugs, aangetroffen in de verpakkingsruimte (ruimte 5), aanwezig heeft gehad.

Productieruimte

De verdachte ontkent iets te weten van wat zich in de productieruimte (ruimte 9) bevond of wat zich daar afspeelde. Hij zou enkel in de zitruimte en verpakkingsruimte (ruimtes 4 en 5) zijn geweest. De rechtbank overweegt dat uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte wetenschap had van de drugs aangetroffen in de productieruimte (ruimte 9). Wegens onvoldoende wettig bewijs zal de rechtbank de verdachte daarom vrijspreken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten betreffende hetgeen is aangetroffen in de productieruimte.

Eendaadse samenloop

Ten aanzien van het medeplegen van het bewerken van de heroïne en cocaïne aangetroffen in de verpakkingsruimte (ruimte 5), feit 1, en het aanwezig hebben van diezelfde drugs, feit 2, is de rechtbank van oordeel dat deze zich laten zich kwalificeren als in eendaadse samenloop begane feiten. De gedragingen leveren een in zodanige mate samenhangend feitencomplex op, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen in grote mate overeenkomt, dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.

Echter beschouwt de rechtbank a. de als medeplegen te beschouwen gedragingen in de verpakkingsruimte, en b. de als plegen te beschouwen gedragingen in de zitruimte als begaan in meerdaadse samenloop, waar deze op steeds afzonderlijke hoeveelheden harddrugs zien.

03.076581.25

Bewijsmiddelen

In het proces-verbaal van bevindingen van 11 juni 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Ik, verbalisant [naam verbalisant 11] , bevond mij op 11 juni 2024 op de autosnelweg A76, ter hoogte van Geleen in de rijrichting rechts. Ik zag een blauwe Renault Clio met Belgisch kenteken [nummer kenteken] . Ik nam vervolgens de afrit Nuth van de A76. Ik zag, in mijn binnenspiegel, dat de bestuurder, en dus enige inzittende, op de afrit druk aan het bewegen was in het voertuig. Ik zag dat hij met zijn bovenlijf heen en weer bewoog. Ook zag ik dat hij af en toe op en neer ging. Ik zag dat op de uitvoegstrook, ter hoogte van hectometerpaal 10.1, de bestuurder zijn linkerhand uit het linker raam van zijn auto deed. Ik zag dat de bestuurder een zwartkleurige bol vasthad. Ik zag dat deze bol ongeveer de grootte had van een tennisbal. Ik zag dat de bestuurder deze bol uit zijn handen liet vallen op de uitvoegstrook.​​​​​​​ Ik reed vervolgens met de Renault Clio naar de Daelderweg in Nuth, waar ik de bestuurder een stopteken gaf en die aan voldeed.​​​​​​​ De bestuurder gaf mij dus op te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 3] te Sittard.

In het proces-verbaal van bevindingen van 11 juni 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Op 11 juni 2024, omstreeks 08.30 uur, zagen wij, verbalisanten [naam verbalisant 12] , [naam verbalisant 13] en [naam verbalisant 14] , dat er een voertuig, met Belgisch kenteken: [nummer kenteken] , door de ANPR (automatische kentekenplaatherkenning) reed.

De collega van Team Verkeer vroeg ons om uit te kijken naar een zwarte sok die op de afrit van de A76 richting Nuth moest liggen. Wij reden over de vluchtstrook met de oranje dak-verlichting aan. We liepen over de vluchtstrook van de autosnelweg opzoek naar een zwarte sok. Vooraan de afrit naast het puntstuk, ter hoogte van hectometerplaatje 10.1 rechts, zagen wij een zwarte sok in de vorm van een bolletje, zo groot als een tennisbal, op de grond liggen. Dit kwam overeen met de eerder gegeven bevindingen van de collega van Team Verkeer. Dit was ter hoogte van de door hem aangewezen plek. Ik maakte de sok open en ik zag dat er kleine doorzichtige zakjes met vermoedelijk harddrugs erin zitten.

In de kennisgevingen van inbeslagneming staat gerelateerd dat de volgende goederen op 11 juni 2024 in beslag zijn genomen:

o bruin (heroïne), 17 stuks, goednummer 1712367.

In het proces-verbaal van het onderzoek naar de verdovende middelen van 26 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Wij, verbalisanten, [naam verbalisant 15] en [naam verbalisant 16] , verklaren het volgende. Op 26 juli 2024 werd door de Forensische Opsporing een onderzoek verricht aan aangeboden onderzoeksitems in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit het volgende.

Goednummer 1712367

Uniek Voorwerp Nummer: AARP5483NL (netto gewicht 13,07 gram)

In het NFiDENT-rapport van 26 juli 2024 staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Het onderzoeksmateriaal met Uniek Voorwerp Nummer: AARP5483NL (poeder en brokvormig, bruin, 13,07 gram) bevat heroïne.

De verdachte verklaarde tijdens de terechtzitting van 9 september 2026 als volgt:

Ik heb tijdens het rijden de sok uit het raam gegooid.

Bewijsoverweging

Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de verdachte op 11 juni 2024 rijdend gezien werd als bestuurder in een auto op de A76. Ter hoogte van hectometerpaal 10.1 te Schinnen heeft de politie gezien dat de verdachte een zwarte bol uit het raam van de auto gooide, hetgeen de verdachte ter terechtzitting ook heeft bekend. Die bol is daarna op die plek aangetroffen en daar bleken meerdere gripzakjes heroïne in te zitten.

De verdachte heeft bij de politie gezegd van niets te weten. Eerst ter terechtzitting heeft hij verklaard dat de auto waarin hij reed van zijn neef was. Hij zag de politie en zag dat hij een stopteken kreeg en op dat moment zag hij opeens een sok tevoorschijn komen. Die rolde onder de stoel vandaan. Omdat hij niet wist wat erin zat, wilde hij voor de zekerheid de sok uit het voertuig hebben zodat hij niet in de problemen zou komen.

De rechtbank acht deze verklaring volstrekt ongeloofwaardig. De verdachte heeft in eerste instantie bij de politie ontkend en komt pas ter terechtzitting met deze verklaring.

De rechtbank ziet, gelet op het duidelijke proces-verbaal van de politie, geen enkele reden in de beschrijving van de controle waarom een sok plotseling in de auto zou moeten zijn gaan rollen. Dat verdachte bijvoorbeeld plotseling hard zou hebben geremd, waardoor goederen in de auto in beweging zouden zijn gekomen, wordt immers in dat proces-verbaal niet beschreven. Ook ziet de rechtbank niet in waarom de verdachte een sok zou moeten weggooien als hij niet wist wat daarin zat. De rechtbank betrekt daarbij de omstandigheid dat de verdachte klaarblijkelijk in paniek in de auto gaat bewegen en vervolgens de sok uit het raam werpt. Nadat de verdachte zich uiteindelijk van de sok heeft ontdaan door deze uit het raam te gooien krijgt de verdachte een stopteken, zo blijkt uit het proces-verbaal van de politie. Dat de verdachte dus niet wist van de heroïne in de auto waarin hij reed, acht de rechtbank dan ook ongeloofwaardig.

De drugs lagen daarnaast in de nabijheid van de verdachte en hij was de bestuurder en enige inzittende van het voertuig. Dat maakt dat de verdachte er ook over kon beschikken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte 13,07 gram heroïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

03.227267.24

Feit 1

op 13 juli 2024 te Amstenrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft bewerkt 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 2

op 13 juli 2024 te Amstenrade opzettelijk aanwezig heeft gehad 1045,70 gram heroïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

en

op 13 juli 2024 te Amstenrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 68,65 gram cocaïne en 39,14 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

03.076581.25

op 11 juni 2024 te Schinnen opzettelijk aanwezig heeft gehad 13,07 gram heroïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

03.227267.24

T.a.v. feit 1 en 2

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

en

eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

03.076581.25

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft aansluiting gezocht bij de OM-richtlijnen voor de straftoemeting en rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzocht een onvoorwaardelijke straf op te leggen die gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Indien de rechtbank dat nodig acht, kan daarnaast een voorwaardelijke straf worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bewerken van harddrugs in samenloop met het opzettelijk aanwezig hebben van die drugs. De bewerking van de harddrugs vond plaats samen met een ander. Op de salontafel in de zitruimte lag daarnaast ook nog een grote hoeveelheid heroïne welke de verdachte opzettelijk aanwezig heeft gehad. Een maand daarvoor had de verdachte ook een hoeveelheid heroïne opzettelijk aanwezig in een sok in een auto. De sok, waarin later de heroïne bleek te zitten, werd door hem al rijdend uit de auto gegooid nadat de verdachte doorhad dat de politie hem achtervolgde. Het is naar het oordeel van de rechtbank geen toevalligheid dat de verdachte in een korte periode tweemaal wordt aangetroffen met drugs. Gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte steeds wordt aangetroffen met harddrugs, in een pand dat duidelijk ingericht is voor de bewerking van harddrugs en eerder door het willen wegmaken van harddrugs door deze in een zwarte sok uit het raam te gooien, is voor de rechtbank evident te achten dat de verdachte een meer structurelere betrokkenheid bij de bewerking dan wel handel in harddrugs heeft dan de verdachte toegeeft. Het feit dat op de tafel in de verpakkingsruimte, waaraan de verdachte zijn bewerking verrichtte, ook harddrugs in plastic zakjes en in sealtjes in een zwarte sok zijn aangetroffen, spreekt als detail voor zich. De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat de verdachte zowel op 11 juni 2024 als op 13 juli 2024 welbewust bezig was met het begaan van de drugsdelicten en dat hij dus helemaal niet per ongeluk in het drugspand aangetroffen werd.

Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs schadelijk zijn voor de gezondheid. Het bezit van een dergelijke hoeveelheid (hard)drugs vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Het is algemeen bekend dat harddrugs zoals cocaïne en heroïne middelen zijn die voor gebruikers sterk verslavend zijn en ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van gebruikers. Door het bewerken en bezit hiervan heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit, waarvan een sterk ondermijnende en maatschappelijk ontwrichtende werking uitgaat. Bovendien gaat de handel in drugs veelal gepaard met illegale geldstromen en andersoortige criminaliteit, zoals delicten tussen handelaren onderling en strafbare feiten die gebruikers plegen om aan de drugs te kunnen komen. De verdachte heeft voor dit alles blijkbaar geen oog gehad en zich enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin. Ter zitting heeft de verdachte geen verantwoordelijkheid en probleembesef getoond, hetgeen de rechtbank hem kwalijk neemt.

Persoon van de verdachte

Uit het strafblad van 28 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder een soortgelijk feiten heeft begaan. Bij de reclassering heeft de verdachte weinig openheid gegeven. Uit de informatie die de reclassering heeft weten te bemachtigen, lijkt het alsof de verdachte zijn leven op orde geeft. Ondanks dat heeft de reclassering in haar rapport van 4 september 2024 geen onderbouwd oordeel kunnen geven over de mate van risico op recidive en dus ook geen advies kunnen geven over de noodzaak of wenselijkheid van bijzondere voorwaarden ter voorkoming van eventuele herhaling. Ter zitting heeft de verdachte iets meer openheid gegeven over zijn persoonlijke omstandigheden, met name over dat hij weer bezig is met het opstarten van zijn eigen bedrijf en over de moeilijkheden die hij door zijn ziekte heeft ervaren tijdens detentie.

De rechtbank neemt in haar overwegingen mee dat de voorlopige hechtenis van de verdachte inmiddels ruim twee jaren is geschorst en dat de verdachte in die tijd niet opnieuw in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Redelijke termijn

De rechtbank stelt voorts vast dat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank neemt in de onderhavige zaak bij de bepaling van de aanvang van de redelijke termijn de dag van aanhouding, 13 juli 2024, als uitgangspunt. Dat betekent dat de redelijke termijn op het tijdstip van de uitspraak met ruim twee maanden is overschreden. De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of aan deze overschrijding een consequentie dient te worden verbonden. De rechtbank beantwoordt deze vraag negatief, omdat er gezien de aard en omvang van de zaak met zeven verdachten sprake is van een geringe en aanvaardbare overschrijding. De rechtbank volstaat dan ook met de enkele constatering dat de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden.

Met betrekking tot de bij afzonderlijke dagvaarding aanhangig gemaakte zaak acht de rechtbank geen schending van de redelijke termijn van berechting aanwezig, nu in die zaak eerst met het uitbrengen van de dagvaarding rekening gehouden moest worden met de vervolging.

Conclusie

In weerwil van de algehele ontkenning door de verdachte dat hij enig strafbaar feit heeft gepleegd, acht de rechtbank hem schuldig aan verschillende misdrijven op verschillende dagen. Voor clementie is dan ook geen ruimte. Gelet op de aard en ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht een passende strafrechtelijke reactie is. Zij vindt een vrijheidsbenemende straf uitdrukkelijk de enige strafsoort die recht doet aan de belangen die de wetgever met de Opiumwet heeft willen beschermen; bij hoeveelheden harddrugs als in dit geval bewezenverklaard is een taakstraf - behoudens heel speciale uitzonderingen waarvan hier geen sprake is - niet toe te passen en daarnaast is de rol van de verdachte niet slechts te bestraffen met wat hij in voorarrest reeds heeft ondergaan. Voor de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor een programma dat de verdachte helpt terug te keren in de maatschappij (penitentiair programma).

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Gevangenisstraf

Dit vonnis is gewezen door mr. L.H.M. Geuns, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.R.C. Custers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 oktober 2026.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

03.227267.24

Feit 1 hij op of omstreeks 13 juli 2024 te Amstenrade, gemeente Beekdaelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd ongeveer 70,43 gram cocaïne en/of 3154,31 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2 hij op of omstreeks 13 juli 2024 te Amstenrade, gemeente Beekdaelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 70,43 gram cocaïne en/of 3154,31 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

03.076581.25

hij op of omstreeks 11 juni 2024 te Schinnen, gemeente Beekdaelen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 13,07 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand