ECLI:NL:RBLIM:2026:10593

ECLI:NL:RBLIM:2026:10593

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 03.264419.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

veroordeling voor mishandeling, terwijl het letsel zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, diefstal en poging tot diefstal. Oplegging PIJ-maatregel. Afwijzing tenuitvoerlegging tul. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht, jeugdstrafrecht

Parketnummer : 03.264419.25

Parketnummer : 03.125488.25 (tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 oktober 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,

verblijvende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M. van Riet, advocaat kantoorhoudende te Hoensbroek.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 september 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Ook zijn gehoord de ouders van de verdachte, [naam 1] als jeugdreclasseerder verbonden aan de gecertificeerde instelling Bureau Jeugdzorg Limburg (verder te noemen de GI) en [naam 2] , raadsonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. P.G.J.M. Boonen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze tenlastelegging is door de rechtbank verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: [benadeelde] heeft mishandeld door hem met een vuist in het gezicht te slaan, terwijl dit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg had dan wel dat hij openlijk samen met anderen geweld heeft gepleegd tegen die [benadeelde] ;

feit 2: meerdere geldbedragen heeft gestolen van [benadeelde] door met een van die [benadeelde] gestolen pinpas geld te pinnen;

feit 3: meerdere keren heeft geprobeerd geld te stelen van [benadeelde] met een van die [benadeelde] gestolen pinpas.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 primair, feit 2 en feit 3.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank volstaat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte de bewezenverklaarde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit. De rechtbank baseert dit oordeel op:

Ten aanzien van feit 1 primair

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 21 september 2026;

- de aangifte van [benadeelde] (hierna ook: [benadeelde] );

- de aanvullende verklaring van aangever [benadeelde] ;

- de medische informatie over [benadeelde] .

Ten aanzien van feit 2

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 21 september 2026;

- de aangifte van [benadeelde] ;

- het proces-verbaal van bevindingen bankmutaties.

Ten aanzien van feit 3

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 21 september 2026;

- de aangifte van [benadeelde] ;

- het proces-verbaal van bevindingen bankmutaties.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1 primair:

op 20 september 2025 te Maastricht [benadeelde] heeft mishandeld, door die [benadeelde] met gebalde vuist met kracht in het gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;

feit 2:

op 20 september 2025 te Maastricht geld ter waarde van in totaal € 62,32, toebehorende aan [benadeelde] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door:

- meermaals bij een kassa van de [adres 2] en

- bij een kassa van de [adres 3] en

- bij een kassa van de [naam 3] [adres 4] en

- bij een kassa van de [adres 5] ,

telkens gebruik te maken van een bankpas van die [benadeelde] , tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was;

feit 3:

op 21 september 2025 te Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld, toebehorende aan [benadeelde] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door:

- meermaals bij een kassa van de [adres 6] en

- bij een kassa van [adres 7] ,

telkens gebruik te maken van een bankpas van die [benadeelde] , tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

Ten aanzien van feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid geheel uitsluiten.

6. De straf en/of de maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een instelling voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest (52 dagen). Voorts heeft zij verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen, maar te volstaan met een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De PIJ-maatregel betreft een ultimum remedium als alle andere behandelingen niet meer voldoende bieden en er geen andere oplossingen beschikbaar zijn. Het gaat, sinds hij gesloten geplaatst is bij [adres 1] en daar één op één begeleiding krijgt, beter met de verdachte. Het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zal deze positieve lijn doorkruisen. De verdachte verdient nog een kans.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een forse mishandeling van een passerende fietser. De aanleiding voor deze mishandeling lijkt te zijn geweest dat het slachtoffer met zijn fietsbel belde om een groepje jongeren, waar de verdachte deel van uit maakte, opzij te bewegen. Mogelijk is er bij het passeren van het groepje fysiek contact geweest tussen het slachtoffer en een van de jongeren van het groepje. De verdachte is vervolgens met een aantal anderen het slachtoffer achternagegaan, waarna de verdachte het slachtoffer met kracht met een vuist in het gezicht heeft geslagen. Het slachtoffer [benadeelde] heeft hierbij vier botbreuken in het gezicht opgelopen en is daar enkele dagen na de mishandeling aan geopereerd. Uit de vordering benadeelde partij volgt onder meer dat het slachtoffer een behoorlijke tijd heeft moeten herstellen, zes maanden fysiotherapie heeft gehad voor een beknelde oogzenuw en een aantal maanden niet (volledig) heeft kunnen werken. Na de mishandeling is door de verdachte of een van de andere jongeren de telefoon, met daarin de bankpas, wegenomen van slachtoffer [benadeelde] . Slechts tien minuten na de mishandeling heeft de verdachte met deze bankpas contactloos betaald en in de daaropvolgende uren heeft hij dit nog meerdere keren gedaan. De volgende dag heeft de verdachte nog driemaal geprobeerd de bankpas te gebruiken, maar dit lukte niet omdat de bankpas inmiddels was geblokkeerd.

De verdachte is meteen na de mishandeling samen met de anderen jongeren weggerend en heeft zich op geen enkel moment bekommerd om het slachtoffer [benadeelde] , die door klap op de grond viel. De verdachte heeft het slachtoffer niet alleen fysiek letsel en financiële schade toegebracht, maar heeft hem met zijn handelen ook angst bezorgd.

De verdachte heeft herhaaldelijk verklaard spijt te hebben, maar de rechtbank heeft – met de deskundigen – niet de indruk gekregen dat deze gevoelens van spijt van de verdachte herhaling van antisociaal gedrag in de toekomst gaan voorkomen. Hij lijkt niet zozeer berouw richting het slachtoffer te voelen, maar vooral spijt te hebben vanwege de gevolgen die de gepleegde strafbare feiten voor hem en zijn ouders hebben.

De persoon van de verdachte

Uit het strafblad van de verdachte van 26 augustus 2026 volgt dat de verdachte kort voor de onderhavige feiten is veroordeeld voor meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder een geweldsdelict. De aan de verdachte opgelegde voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 122 dagen met een groot aantal bijzondere voorwaarden, heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Psycholoog D. Breuker en psychiater I.T.M. Nurmohamed hebben over de geestvermogens van de verdachte op respectievelijk 16 maart 2026 en 24 maart 2026 een rapport uitgebracht.

De psycholoog heeft in haar rapportage geconcludeerd dat sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel met verbale vaardigheden op licht verstandelijk beperkt niveau en een handel vermogen op zwakbegaafd niveau. Daarnaast is sprake van een ernstige norm overschrijdende gedragsstoornis. De stoornissen zijn aanwezig geweest ten tijde van het tenlastegelegde. Gezien wordt dat de verdachte bij herhaling planmatig te werk gaat, zonder rekening te houden met de consequenties. Vooral het tekort aan norm- en probleembesef, zijn zelfoverschatting, opportunisme en gebrek aan empathie zorgen ervoor dat de verdachte ernstige strafbare feiten pleegt. Schuld- en spijtgevoelens worden altijd achteraf geuit, maar hebben weinig invloed op toekomstig gedrag. Door zijn verminderde intelligentie is de verdachte onvoldoende in staat te leren uit eerdere ervaringen. Geadviseerd wordt om het plegen van de feiten in verminderde mate toe te rekenen.

De psychiater concludeert in haar rapportage dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking en een ernstige norm overschrijdende gedragsstoornis en ouderkind-relatieproblematiek met als gevolg een ernstig bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale- en narcistische trekken. De verdachte functioneert op een jonger sociaal-emotioneel niveau. Hij heeft forse impulscontrole-, emotieregulatie- en agressieregulatie problemen en is gericht op zijn directe behoeftebevrediging. De psychiater ziet bij de verdachte een star antisociaal denkpatroon. De verdachte legitimeert de inzet van agressie en norm overschrijdend gedrag als hij krenking ervaart. De stoornissen waren alle aanwezig ten tijde van het plegen van de ten tenlastegelegde feiten. Ook de psychiater adviseert de tenlastegelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt de adviezen over en is – gelet op voornoemde rapporten – van oordeel dat de feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Uit de rapportages van de psycholoog en psychiater komt een zorgelijk beeld over de verdachte naar voren. Ondanks pogingen om door middel van vrijwillige hulpverlening, een ondertoezichtstelling en gesloten plaatsingen, veroordelingen met proeftijden en voorwaarden, begeleiding door jeugdreclassering en een enkelband, een verandering te weeg te brengen, laat hij al jaren zelfbepalend, norm overschrijdend en antisociaal gedrag zien. De verdachte is, volgens de deskundigen, door zijn beperkte verstandelijke vermogens een kwetsbare jongen, die onvoldoende zelfinzicht en probleembesef heeft. Zijn betrokken ouders hebben het beste met hem voor, maar lijken de problematiek van hun zoon en de gevolgen daarvan moeilijk te kunnen begrijpen, laat staan accepteren. Volgens de psycholoog zijn de antisociale tendensen en gedachten van de verdachte de laatste jaren onvoldoende gecorrigeerd en werd er vooral gehandeld vanuit zorggedachte, kwetsbaarheid en onvermogen. Zij vindt het van belang dat de verdachte veel meer aangesproken gaat worden op zijn antisociale kant. Zowel de psycholoog als de psychiater achten de kans op recidive hoog als er geen passende behandeling plaatsvindt.

De psycholoog en de psychiater adviseren om aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Een langdurige individuele behandeling in een gesloten residentiële setting is nodig voor een positieve invloed op zijn ontwikkeling en is daarnaast essentieel om het hoge recidiverisico tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft in het rapport van 15 september 2026 eveneens geadviseerd een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan de verdachte op te leggen. De Raad ziet een voorwaardelijke PIJ-maatregel niet als passend. Zij wijst, nog daargelaten het feit dat de benaderde zorgaanbieders geen passend aanbod kunnen doen vanwege de complexiteit van de problematiek, op de kwetsbaarheid van de huidige één op één begeleiding, waarvan het succes in belangrijke mate wordt bepaald door de klik die er is tussen de verdachte en de begeleiding. De verdachte heeft dringend behandeling nodig, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten en nieuwe slachtoffers, maar ook om bij te dragen aan de ontwikkeling van de verdachte richting volwassenheid.

Ook de jeugdreclassering ziet intensieve en structurele begeleiding als nodig. Ter terechtzitting heeft de heer [naam 1] verklaard dat ondanks de diverse aanmeldingen die zijn gedaan, er geen instelling gevonden is die een compleet aanbod van verblijf, intensieve zorg, begeleiding én behandeling onder één dak kan bieden.

Voorwaardelijke of onvoorwaardelijke PIJ-maatregel?

De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel een uiterste maatregel is, die enkel terughoudend mag worden ingezet. De maatregel wordt enkel opgelegd als een minder vergaande straf of maatregel onvoldoende beveiliging en behandeling biedt. Uit de rapportages van de deskundigen blijkt dat de verdachte complexe problematiek heeft, die al langer bestaat. Hij heeft diverse soorten vrijwillige en gedwongen hulpverlening gehad, maar deze hulpverlening heeft voor de verdachte niet het verschil kunnen maken. Uit het dossier blijkt dat de verdachte zich keer op keer niet aan de voorwaarden kan houden en strafbare feiten blijft plegen. De schorsing van de voorlopige hechtenis is om die reden ook twee keer opgeheven en daarna is hij gesloten geplaatst. De verdachte lijkt met de huidige één op één begeleiding gedurende twaalf uur per dag stapjes te maken bij [adres 1] . De verdachte wordt thans weerhouden van het maken van misstappen omdat er voortdurend een begeleider bij hem is om te sturen, te begeleiden en te de-escaleren. Behalve PMT heeft er geen behandeling plaatsgevonden bij [adres 1] . Deze plaatsing is dan ook, mede door het gegeven dat de verdachte inmiddels achttien jaar is geworden, geen duurzame oplossing. De verdachte heeft behandeling nodig en dit moet gaan starten. In een forensische klinische behandelsetting kan de zorg, behandeling en begeleiding geboden worden die de verdachte nodig heeft. Het forensische kader zorgt bovendien voor de vereiste duidelijkheid en structuur, zodat de verdachte zich kan gaan richten op de behandeling van zijn problematiek. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat eerst naar de minst verstrekkende mogelijkheid gekeken moet worden, is zij in deze zaak van oordeel dat het recidiverisico van de verdachte te hoog is om te kunnen volstaan met een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Voorts is de rechtbank met de psycholoog en de psychiater van oordeel dat de verdachte zich, door zijn stoornissen en beperkte intelligentie, niet aan voorwaarden zal kunnen houden. Dit alles nog daargelaten het gegeven dat er, ondanks de inspanningen van de jeugdreclassering, geen passend aanbod voor de verdachte is gevonden.

Zowel de verdachte als zijn ouders hebben weerstand tegen een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De rechtbank realiseert zich dat de PIJ-maatregel een stevige maatregel is. De verdachte is echter nog jong. Hij kan, als het hem en zijn ouders lukt om de PIJ-maatregel niet als een bedreiging, maar ook als een kans te zien, een positieve draai geven aan zijn leven en de negatieve spiraal doorbreken. Dat zal niet makkelijk zijn, dat ziet de rechtbank ook. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de verdachte de PIJ-maatregel gaat aangrijpen om te werken aan een betere toekomst.

De rechtbank stelt vast dat aan de formele vereisten voor het opleggen van een PIJ-maatregel is voldaan. Het onder 1 primair bewezenverklaarde feit is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Gelet op de rapportages van de deskundigen stelt de rechtbank vast dat er ten tijde van de gepleegde feiten bij de verdachte sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Daarnaast eist de veiligheid van anderen de oplegging van de maatregel. Ten slotte is de maatregel in het belang van zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

Alles overwegende zal de rechtbank aan de verdachte de (onvoorwaardelijke) maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opleggen. De maatregel geldt voor een termijn van drie jaren. Na twee jaren eindigt de maatregel van rechtswege voorwaardelijk, tenzij de maatregel wordt verlengd op de wijze zoals bedoeld in artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank stelt vast dat de maatregel is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarom kan de maatregel verlengd worden, telkens met ten hoogste twee jaren en tot een maximum van zeven jaren, als bedoeld in artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering.

Geen oplegging van straf

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten in beginsel ook het opleggen van een straf rechtvaardigt. De rechtbank zal dat in het geval van verdachte echter niet doen. Zoals hiervoor al overwogen heeft de verdachte nood aan behandeling. De rechtbank is van oordeel dat het opportuun is om de hulpverlening te laten prevaleren boven een strafoplegging. Daarom zal de rechtbank aan verdachte geen straf opleggen.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal de bij beslissing van 11 december 2025 bevolen schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen met ingang van het moment dat de op 15 september 2026 door de kinderrechter in de Rechtbank Limburg verleende machtiging tot gesloten uithuisplaatsing afloopt en/of het verblijf in de gesloten jeugdaccommodatie wordt beëindigd. Op deze wijze kan de overgang naar de PIJ-maatregel zorgvuldig worden voorbereid.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering benadeelde partij

De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van 13.614,88 euro. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

daggeldvergoeding ziekenhuisopname: 190,00 euro

fysiotherapie: 766,50 euro

tandarts: 33,38 euro

IPhone XR: 125,00 euro

toekomstige (medische) schade: 5.000,00 euro

immateriële schade: 7.500,00 euro

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheidsverklaring in de vordering voor zover deze ziet op de posten IPhone XR en toekomstige schade. Voorts heeft hij geconcludeerd tot toewijzing van de posten daggeldvergoeding, kosten fysiotherapie, kosten tandarts en immateriële schade ten bedrage van in totaal 8.489,88 euro, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de posten daggeldvergoeding ziekenhuis, fysiotherapie en tandarts. Voor wat betreft post IPhone XR heeft zij zich primair op het standpunt gesteld dat deze post afgewezen dient te worden en subsidiair heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de post toekomstige schade heeft zij afwijzing dan wel niet-ontvankelijkheid bepleit. Voorts heeft de verdediging verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden.

Posten fysiotherapie en tandarts

De posten ‘fysiotherapie’ en ‘tandarts’ zijn door de verdediging niet weersproken. Omdat dit deel van de vordering de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voorkomt, acht de rechtbank deze posten toewijsbaar.

Post IPhone XR

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op basis van het politiedossier niet is vast te stellen dat het de verdachte is geweest die de IPhone van het slachtoffer heeft gestolen. Omdat er onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen dit deel van de schadevordering van de benadeelde partij en de bewezenverklaarde feiten, zal de rechtbank de vordering met betrekking tot de post ‘IPhone XR’ niet-ontvankelijk verklaren.

Post daggeldvergoeding ziekenhuisopname

Op basis van de aangifte van de benadeelde partij en de bij de vordering benadeelde partij overgelegde bijlage 1 komt de rechtbank tot de conclusie dat de benadeelde partij van 20 op 21 september 2025 in het ziekenhuis opgenomen is en vervolgens, in verband met zijn operatie, opnieuw is opgenomen van 24 september tot 25 september 2025. Daarom zal de rechtbank de schadepost ‘daggeldvergoeding ziekenhuis’ toewijzen tot een bedrag van (2 * 38,00 euro =) 76,00 euro en het resterende gedeelte niet-ontvankelijk verklaren.

Post toekomstige (medische) schade

De benadeelde partij heeft toekomstige materiële schade gevorderd ten bedrage van 5.000,00 euro. Omdat dit deel van de vordering op dit moment onvoldoende is onderbouwd, maar de benadeelde partij wel aannemelijk heeft gemaakt dat mogelijk nog toekomstige schade te verwachten is, zal de rechtbank dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 lid 1 BW komt in de volgende gevallen (samengevat) vergoeding van ander nadeel in aanmerking:

wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen;

ij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze;

bij aantasting van de nagedachtenis van de overledene.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde door het bewezenverklaarde voor vergoeding van ander nadeel in aanmerking komt, omdat hij als gevolg van de mishandeling lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feit en met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van 5.000,00 euro vaststellen. Het onderzoek ter terechtzitting aanhouden om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen de rest van zijn vordering ten aanzien van de immateriële schade nader te onderbouwen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. Dit betekent dat de benadeelde partij [benadeelde] zijn vordering ter zake immateriële schade voor het overige slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering.

Conclusie

De rechtbank stelt het schadebedrag vast op (766,50 euro + 33,38 euro + 76,00 euro + 5.000,00 euro =) 5.875,88 euro en zal de vordering toewijzen tot dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025 tot de dag der algehele voldoening. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dat deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. Bij gebreke van betaling en verhaal kan echter geen gijzeling worden toegepast, vanwege de minderjarigheid van de verdachte ten tijde van de feiten.

8. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de rechtbank Limburg van 3 september 2025 onder parketnummer 03-125488-25 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 122 dagen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering af te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft zich kort na het wijzen van het vonnis en gedurende de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten, zodat er alle aanleiding is om de genoemde voorwaardelijke jeugddetentie ten uitvoer te leggen. Aangezien de rechtbank een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan de verdachte zal opleggen, acht zij de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke opgelegde straf echter niet opportuun. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging daarom afwijzen.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77s, 77gg, 300 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
Voorlopige hechtenis:

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met het parketnummer 03-125488-25 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie;

- heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van de dag dat de gesloten plaatsing van de verdachte afloopt en/of het verblijf in de gesloten jeugdaccommodatie wordt beëindigd;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M.C. van de Winkel, voorzitter, mr. I.T.H.L. van de Bergh en mr. N.D. Geraads, rechters, van wie mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. I.T.H.L. van de Bergh kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober 2026.

Buiten staat

Mr. Geraads is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Maastricht [benadeelde] heeft mishandeld, door die [benadeelde] met gebalde vuist (met kracht) in het gezicht althans tegen het hoofd te slaan,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Maastricht op de Marathonweg, ter hoogte van het [adres 8] elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door deze [benadeelde]

- meermaals danwel eenmaal met gebalde vuist (met kracht) in het gezicht te slaan en/of

- meermaals danwel eenmaal tegen het hoofd althans tegen het lichaam te slaan en/of schoppen;

2.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Maastricht

geld (ter waarde van in totaal € 62,32), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door:

- meermaals dan wel eenmaal bij een kassa van de [adres 2] en/of

- bij een kassa van de [adres 3] en/of

- bij een kassa van de MacDonalds [adres 4] en/of

- bij een kassa van de [adres 5] ,

(telkens) gebruik te maken van een bankpas van die [benadeelde] , tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was;

3.

hij op of omstreeks 21 september 2025 te Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

- meermaals danwel eenmaal bij een kassa van de [adres 6] , aan de [adres 9] en/of

- bij een kassa van [adres 7] ,

(telkens) gebruik te maken van een bankpas van die [benadeelde] , tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand