ECLI:NL:RBLIM:2026:1072

ECLI:NL:RBLIM:2026:1072

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 03.034326.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Vrijspraak van medeplichtigheid aan het voorbereiden van de productie van amfetamine(olie).

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.034326.25

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 januari 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen haar gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen [medeverdachte 1] (03.307481.24) en [medeverdachte 2] (03.307491.24).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 24 september 2024 medeplichtig is geweest aan het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine(olie) door een pand ter beschikking te stellen.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde en daartoe het volgende aangevoerd.

De verdachte was de mede-eigenaar van het café waar een ontmanteld amfetamine-lab is aangetroffen. Zij kwam daar dus regelmatig, terwijl de geur duidelijk waarneembaar was. Ook volgt uit het dossier dat de kleding van de medeverdachten stonk. Bovendien zijn in het discotheekgedeelte van het café open dozen met productieafval aangetroffen. Verder heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] op 24 september 2024 een bericht naar de verdachte gestuurd: ‘Alles opgeruimd zo ver’. De verdachte is daarmee in kennis gesteld van de ontmanteling van het lab. Tot slot hadden de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] gezamenlijke schulden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Op 24 september 2024 is in het pand aan de [adres 2] in Echt een ontmanteld amfetamine-lab aangetroffen. De verdachte was huurder van het pand en mede-eigenaar van het café gevestigd in het pand. De verdachte ontkent betrokkenheid bij (het voorbereiden van) de productie van amfetamine(olie). Aan de medeverdachten is het medeplegen van de productie van amfetamineolie en voorbereidingshandelingen daartoe ten laste gelegd en heden door de rechtbank bewezen verklaard. De vraag die moet worden beantwoord, is of bewezen kan worden dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de tenlastegelegde (voorbereidings)handelingen, doordat zij het pand aan de [adres 2] ter beschikking heeft gesteld.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met een voor bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de door de medeverdachten gepleegde strafbare feiten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Hoewel het huurcontract van het pand op naam van de verdachte stond, volgt uit het dossier dat zij het café samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] (haar echtgenoot) uitbaatte. Daarmee kan niet gezegd worden dat de verdachte het pand aan de medeverdachten ter beschikking heeft gesteld. Verder is niet gebleken hoelang de aangetroffen dozen al in het discotheekgedeelte van het café stonden. Bovendien heeft getuige [naam] , een werkneemster van het café, verklaard dat zij de geur zoals zij deze op 25 september 2024 heeft geroken, niet herkende en ook niet eerder heeft geroken. De verdachte was verder ook niet bij het café aanwezig op 24 september 2024, de dag dat door de medeverdachten drugs-gerelateerd materiaal werd weggegooid. De rechtbank kan tot slot ook geen wetenschap afleiden uit het bericht van de medeverdachte [medeverdachte 1] aan de verdachte, nu niet met zekerheid gesteld kan worden dat dit bericht daadwerkelijk betrekking had op de ontmanteling van het lab. Daarbij weegt de rechtbank ook mee dat de verdachte op geen enkele manier terugkomt in de andere berichten in het dossier.

De rechtbank acht daarom niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal haar daarvan dan ook vrijspreken.

4. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. S.A.M.C. van de Winkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Mooijekind, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 februari 2026.

Buiten staat

Mr. L. Feuth is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

[verdachte] op of omstreeks 24 september 2024 te Echt, gemeente

Echt-Susteren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te

weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken

en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine(olie), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven zij, verdachte, op of omstreeks 24 september 2024, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door het pand aan de [adres 2] , ter beschikking te stellen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.034326.25

Proces-verbaal van de openbare zitting van 3 februari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1971,

wonende te [adres 1] .

Raadsman is mr. L.P.H. Hameleers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat zij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?