ECLI:NL:RBLIM:2026:1076

ECLI:NL:RBLIM:2026:1076

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 03.307491.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van het vervaardigen van ongeveer 4,5 liter amfetamineolie en het voorbereiden van de productie van amfetamine(olie) (eendaadse samenloop). Gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.307491.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 2002,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. T.J.N. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 januari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen [medeverdachte 1] (03.307481.24) en [medeverdachte 2] (03.034326.25).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: in de periode van 5 augustus 2024 tot en met 24 september 2024 samen met een of meer anderen 4,5 liter amfetamine(olie) heeft geproduceerd of aanwezig heeft gehad;

Feit 2: op 24 september 2024 samen met een of meer anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van amfetamine(olie).

3. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De bestuurlijke controle van de garageboxen aan de [adres 2] in Echt op 24 september 2024 is ingezet voor een ander doel dan waarvoor deze is bedoeld, namelijk enkel om strafvorderlijke opsporing mogelijk te maken. Dit levert misbruik van bevoegdheid op (schending van het verbod op détournement de pouvoir).

Er was sprake van een doelgerichte controle van garagebox [nummer] (hierna: de garagebox). Bij het café van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan de [adres 3] in Echt (hierna: het café) heeft namelijk één dag eerder een (mogelijk chemische) lekkage plaatsgevonden. De politie heeft naar aanleiding van die lekkage een strafrechtelijk onderzoek gestart. Deze informatie was al bij de gemeente Echt bekend. Daarnaast waren zowel de politie als de gemeente er op voorhand van op de hoogte dat de garagebox door de medeverdachte Spronken werd gehuurd. Vervolgens is enkel de betreffende garagebox gecontroleerd en de politie was daar – zonder concrete aanleiding – bij aanwezig. Voorts volgt ook uit het draaiboek van de bestuurlijke controle dat deze gericht was op strafrechtelijke handhaving. Bovendien is onjuist gerapporteerd door een gemeenteambtenaar.

Het voorgaande vormverzuim levert volgens de raadsman een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling op, dat niet meer gesproken kan worden van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer en daartoe het volgende aangevoerd.

De bestuurlijke controle van de garagebox is niet onrechtmatig. Allereerst volgt uit het dossier voldoende dat het geen strafrechtelijke controle betrof. Het is verder gebruikelijk dat de politie bij bestuurlijke controles als sterke arm aanwezig is, gelet op de handhavende taak van de politie zoals vervat in artikel 3 van de Politiewet. Uit het overheidsbeleid volgt daarbij dat ook bestuurlijke handhaving is gericht tegen ondermijning. Dat de garagebox van de medeverdachte [medeverdachte 1] als eerste is gecontroleerd is ook niet vreemd, aangezien er een penetrante lucht werd waargenomen ter hoogte van die garagebox. Bovendien is niet gebleken dat het aanwezige politieteam op de hoogte was van de lekkage bij het café. Aangezien geen sprake was van een strafrechtelijke controle, is het Openbaar Ministerie tot slot niet verantwoordelijk voor eventuele onjuistheden in rapportages van de gemeente.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe als volgt.

Volgens het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 1 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1889) vindt niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging plaats als een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt, dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd.

De rechtbank is van oordeel dat geen inbreuk is gemaakt op het recht van de verdachte op een eerlijk proces, nu de bestuurlijke controle geen misbruik van bevoegdheid oplevert.

Allereerst ziet de rechtbank geen aanwijzingen dat de lekkage bij het café de aanleiding is geweest voor de bestuurlijke controle van de garagebox. Nog los gezien van de omstandigheid dat het de rechtbank onaannemelijk voorkomt dat de controle binnen minder dan één dag op touw is gezet, berust het verweer van de raadsman op de onjuiste veronderstelling dat het al bij de gemeente en de politie bekend was dat de garagebox door de medeverdachte Spronken werd gehuurd. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat is opgesteld door de aanwezige verbalisanten, volgt namelijk dat zij pas ná het openen van de garagebox van de verhuurder hebben vernomen wie de huurder was. De controle is de rechtbank ook niet anderszins onrechtmatig gebleken. Uit het dossier volgt dat de garagebox als eerste is geopend omdat er een penetrante lucht werd waargenomen. De gemeente heeft de zaak vervolgens, nadat een mogelijk strafbaar feit werd geconstateerd, direct overgedragen aan de politie. De enkele aanwezigheid van de politie bij een bestuurlijke controle is verder gebruikelijk en op geen enkele manier onrechtmatig. De raadsman heeft verder niet gesteld dat de politie daarbij op enige wijze onrechtmatig heeft gehandeld en ook dit is de rechtbank geenszins gebleken.

De rechtbank verwerpt het verweer. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de bevindingen naar aanleiding van de onderzoeken aan de [adres 2] en de [adres 3] in Echt, de onderzoeken aan de iPhone 11 van de medeverdachte [medeverdachte 1] en de Motorola Moto E13 van [naam] en het onderzoek aan de amfetamine(olie) in de jerrycan moeten worden uitgesloten van het bewijs vanwege vormverzuimen, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Voor het overige heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Voor zover nodig zal de rechtbank de standpunten van de officier van justitie en de verdediging nader duiden bij de weergave van het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsverweren

De onderzoeken aan de [adres 2] en de [adres 3] in Echt

De raadsman heeft zich ten aanzien van de gestelde onrechtmatige bestuurlijke controle – subsidiair – op het standpunt gesteld dat de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de [adres 2] en de [adres 3] in Echt moeten worden uitgesloten van het bewijs.

De rechtbank verwerpt dit verweer en verwijst daartoe naar hetgeen zij hierboven heeft overwogen onder ‘De ontvankelijkheid van de officier van justitie’.

De onderzoeken aan de iPhone 11 en de Motorola Moto E13

De raadsman heeft zich met een verwijzing naar het Landeck-arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) op het standpunt gesteld dat de onderzoeksbevindingen van de iPhone 11 (van de medeverdachte [medeverdachte 1] ) en de Motorola Moto E13 (van [naam] ) moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat deze onderzoeken een meer dan beperkte inbreuk op de privacy van de verdachte hebben opgeleverd, zodat een voorafgaande toetsing dan wel een machtiging van een rechter-commissaris vereist was.

Nu de rechtbank deze onderzoeksbevindingen niet tot het bewijs zal bezigen, behoeft het verweer van de raadsman geen nadere bespreking.

Het onderzoek aan de inhoud van de jerrycan

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de bevindingen met betrekking tot het onderzoek aan de inhoud van de jerrycan (waarin amfetamine(olie) is aangetroffen) moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat de verdediging de mogelijkheid is ontnomen om – zoals eerder verzocht – een effectieve contra-expertise te laten verrichten, aangezien de monsters al vernietigd bleken. Gebruikmaking van het NFI-rapport van 12 november 2024 zou om die reden de kern aantasten van het recht op een eerlijk proces van artikel 6 EVRM.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting erkend dat de monsters van het NFI met het oog op een mogelijke contra-expertise bewaard hadden moeten blijven. In lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad hoeft dit in deze zaak echter niet tot bewijsuitsluiting te leiden, nu het onderzoek voldoende steun vindt in andere onderzoeksbevindingen, waaronder de conclusie van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) dat met de aangetroffen goederen een amfetamine-lab kan worden opgebouwd en de aangetroffen instructies voor het vervaardigen van synthetische drugs.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt het volgende vast. De verdediging heeft naar aanleiding van het NFI-rapport van 12 november 2024 verzocht om tegenonderzoek te laten verrichten aan de amfetamine(olie) in de jerrycan. De rechtbank heeft dit verzoek op de regiezitting van 17 maart 2025 afgewezen, omdat niet duidelijk is geworden dat tegenonderzoek zal bijdragen aan de beantwoording van de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Wel heeft de rechtbank het verzoek tot het stellen van aanvullende vragen aan de LFO toegewezen, naar aanleiding waarvan de LFO een aanvullend proces-verbaal heeft opgesteld waarin de vragen van de raadsman zijn beantwoord.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim in het kader van het voorbereidend onderzoek. Op 3 januari 2025 is het onderzoek ter terechtzitting aangevangen, waarna medio februari 2025 (drie maanden na het NFI-onderzoek) de monsters zijn vernietigd.

Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat onder omstandigheden een rechtsgevolg kan worden verbonden aan een vormverzuim dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte.

In deze rechtspraak ligt als algemene overkoepelende maatstaf besloten dat een rechtsgevolg op zijn plaats kan zijn indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit (zie onder meer HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 en ECLI:NL:HR:2020:1890).

De rechtbank is van oordeel dat het vernietigen van de monsters en het daarmee niet kunnen plaatsvinden van een contra-expertise van deze monsters niet van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek of de vervolging van verdachte. De processen-verbaal van de LFO bevatten een opsomming van de goederen die op 24 september 2024 in de garagebox en het café in Echt zijn aangetroffen. Daarbij is onder andere gerelateerd dat de aangetroffen chemicaliën gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van amfetamine en dat met de aangetroffen goederen een laboratorium kan worden opgebouwd waar amfetamine wordt geproduceerd en gedestilleerd. Ook is een notitie aangetroffen met daarop het recept en de opstelling voor de productie van (met)amfetamine. Wat in het NFI-rapport naar voren is gekomen over de inhoud van de jerrycan komt overeen met deze bevindingen. Daarnaast komen de uitkomsten van de onderzoeken door het NFI overeen met de uitkomsten van de indicatieve testen van de LFO. Het NFI-rapport hoeft dan ook niet te worden uitgesloten van het bewijs.

Ten slotte merkt de rechtbank op dat, los van de omstandigheid dat de rechtbank het verzoek tot tegenonderzoek heeft afgewezen, de verdachte in voldoende mate is gecompenseerd voor het feit dat de voor de contra-expertise bestemde partij monsters is vernietigd. De verdediging is namelijk in de gelegenheid gesteld schriftelijk vragen te stellen aan de LFO, naar aanleiding waarvan een aanvullend proces-verbaal van bevindingen is opgesteld. De verdediging had bovendien kunnen verzoeken om nadere vragen te stellen aan de deskundige van het NFI, maar heeft dit nagelaten. Ook om deze redenen is geen sprake van een schending van artikel 6 EVRM.

De rechtbank verwerpt het verweer.

Bewijsmiddelen

Feiten 1 en 2

De verbalisant van de LFO relateerde met betrekking tot het onderzoek aan garagebox [nummer] aan de [adres 2] te Echt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

Op 24 september (de rechtbank begrijpt: 2024) heb ik een onderzoek ingesteld in een garagebox gelegen aan de [adres 2] , garageboxnummer [nummer] (de rechtbank begrijpt: in Echt).

Eerste bevindingen

Ik zag dat in de garagebox diverse blauwe klemdekselvaten, gasbranders, gemodificeerde bierfusten, koolstoffilters en een jerrycan (inhoud 5 liter) met een bruine vloeistof stonden. Ik rook een penetrante zurige geur afkomstig uit de garagebox. Door mij werd de jerrycan geopend, daar ik de daarin aanwezige lichtbruine vloeistof herkende als mogelijk zijnde amfetamineolie. Ik rook na het openen van de jerrycan de voor mij ambtshalve bekende geur van amfetamine. Deze vloeistof werd door mij door middel van een elektronisch detectieapparaat (‘de First Defender’) indicatief positief getest op de aanwezigheid van amfetamine.

De aangetroffen en gemodificeerde bierfusten worden vaker aangetroffen in productielocaties van synthetische drugs. Deze bierfusten kunnen fungeren als reactie- of destillatievat ten behoeve van de vervaardiging van synthetische drugs. De aangetroffen bierfusten waren soortgelijke als welke werden aangetroffen in de zaak [adres 3] te Echt op 24 september 2024. In de naastgelegen steeg van voornoemd adres werden drie dezelfde fusten aangetroffen. In een klemdekselvat dat was aangetroffen in de laadruimte van een voertuig dat was weggereden vanaf voornoemd adres, stond tevens een soortgelijk fust.

Nader onderzoek en monsterneming Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen. Hierbij zijn de goederen nader onderzocht, geïnventariseerd, gefotografeerd en deels bemonsterd. Wanneer een monster genomen is staat het Spoor Identificatie Nummer (SIN) vermeld. Ik heb met behulp van schoon en ongebruikt monstername materiaal monsters genomen van diverse goederen. Deze monsters worden in overleg ter analyse overgebracht naar het NFI, afdeling verdovende middelen te Den Haag.

Interpretatie LFO

Geconstateerd is dat:

in de garage in een jerrycan 4,5 liter vermoedelijk on-gedestilleerde amfetamineolie is aangetroffen;

1 liter amfetamineolie tussen de 1,8 en 2,4 kilogram onversneden amfetaminepasta oplevert. 4,5 liter amfetamineolie zou in dit geval tussen de 8,10 kilogram en 10,80 kilogram onversneden amfetaminepasta opleveren;

gezien de vervuiling op de aangetroffen goederen in de garage, deze goederen hoogstwaarschijnlijk zijn gebruikt bij de vervaardiging van synthetische drugs, in dit geval amfetamine;

er duidelijke overeenkomsten zijn waargenomen tussen de goederen welke zijn aangetroffen in de zaak [adres 3] te Echt en de genoemde garagebox.

Het NFI rapporteerde – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in onderstaande tabel.

De verbalisanten van de LFO relateerden met betrekking tot het onderzoek aan de [adres 3] in Echt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

Op 24 september (de rechtbank begrijpt: 2024) hebben wij een onderzoek ingesteld in een horecagelegenheid met bovengelegen woning aan de [adres 3] te Echt.

Omschrijving perceel

Het voorste deel van de horecagelegenheid was in gebruik als bar. Via de rechterzijde van de bar kon via een dubbele deur toegang worden verkregen tot de achtergelegen discotheek. Via een deur aan de linkerzijde in de bar kon toegang worden verkregen tot de keuken, het magazijn en de trap naar de eerste etage. Op de eerste etage was een woongedeelte gelegen bestaande uit een woonkamer, keuken en bijbehorende slaap-/werkkamers. Aan het einde van de woongelegenheid was een trap die naar de zolderverdieping leidde. Op deze zolderdieping was een gang met aan beide zijden en de achterzijde diverse toegangsdeuren. Deze deuren gaven toegang tot zes verschillende ruimtes.

Eerste bevindingen

De ruimtes op de zolderetage die in gebruik waren en de discotheek werden door ons voorzien van de volgende codering:

Nader onderzoek en monsterneming Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aangetroffen chemicaliën werd door ons onder andere gebruik gemaakt van identificatieapparatuur dat werkt op basis van Ramantechnologie: ‘de ThermoScientific First Defender (FD)’. De uitkomst van dit onderzoek is tevens vermeld in onderstaande tabel met ‘FD=’.

Interpretatie LFO Geconstateerd is dat:

er duidelijke overeenkomsten zijn waargenomen tussen de goederen welke zijn aangetroffen in de zaak [adres 3] te Echt, de genoemde garagebox aan de [adres 2] te Echt en het klemdekselvat met daarin de gemodificeerde bierfust die in de Citroën Berlingo is aangetroffen;

de aangetroffen chemicaliën zoutzuur, mierenzuur, formamide en caustic soda kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging van amfetamine via de Leuckart synthese;

met de aangetroffen goederen een laboratorium kan worden opgebouwd waar amfetamine wordt geproduceerd en gedestilleerd;

er amfetamineolie is aangetroffen in soortgelijke 5-liter jerrycans in het pand aan de [adres 3] te Echt en in de garagebox aan de [adres 2] te Echt;

op de zolder van de woning aan de [adres 3] te Echt voorzieningen waren aangebracht ten einde besmetting te voorkomen, zoals het aanbrengen van zeil, afplakken en het aanbrengen van luchtverfrissers en/of geurmaskering;

op de zeilen restanten bruine olie zijn aangetroffen met de geur van amfetamine;

hoewel niet alle benodigde goederen zijn aangetroffen omdat het lab grotendeels was ontmanteld en afgevoerd, er zeer waarschijnlijk amfetamine is geproduceerd in één of meerdere ruimtes aan de [adres 3] te Echt;

met behulp van een 50-liter gemodificeerd bierfust, uitgaande van een vullingsgraad van twee-derde, er circa 10 liter amfetamineolie per batch kan worden geproduceerd. Een hoeveelheid van 10 liter amfetamineolie levert tussen de 18 en 24 kilo amfetaminepasta op.

Het NFI rapporteerde – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in onderstaande tabel.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 20 januari 2026 een bekennende verklaring afgelegd en verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

De verdenking klopt. U, voorzitter, houdt mij voor dat in de slaapkamer een handgeschreven notitie is aangetroffen met daarop een recept voor de productie van synthetische drugs. Ik heb de handelingen die daarop stonden uitgevoerd. Het gaat om de handelingen waar ik van verdacht word. Mijn vader heeft mij gevraagd om te helpen met de voorbereidingshandelingen en dat heb ik gedaan. U houdt mij voor dat de politie op de zolder van het café een ontmanteld drugslab heeft aangetroffen en u vraagt mij of dat klopt. Ja. Ik heb ook geholpen met opruimen van het lab. U vraagt mij of ik ook bezig ben geweest met vloeistoffen en branders. Ja. U vraagt mij of er een product is uitgekomen. Ja, dat is in de garagebox aangetroffen. U vraagt mij of er nog meer mensen betrokken waren. Ik en mijn vader. U, jongste rechter in rang, vraagt mij wat ik dacht dat ik aan het produceren was. Er werd gezegd drugsolie.

Bewijsoverweging

Feiten 1 en 2

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte volstaat de rechtbank met de overweging dat zij gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte samen met de medeverdachte Spronken omstreeks de periode van 5 augustus 2024 tot en met 24 september 2024 4,5 liter amfetamineolie heeft geproduceerd en op 24 september 2024 voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van amfetamine(olie).

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1:

omstreeks de periode van 5 augustus 2024 tot en met 24 september 2024 te Echt, gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft vervaardigd ongeveer 4,5 liter amfetamineolie, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 2:

op 24 september 2024 te Echt, gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van amfetamine(olie), voor te bereiden, voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en zijn mededader wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door:

- RVS-koelbuizen,

- slakkenhuizen,

- een actiekoolfilter (met elektrische afzuiging),

- een hoeveelheid van ongeveer 33 kilogram caustic soda,

- afzuigslangen,

- een elektronische weegschaal,

- een hoeveelheid van ongeveer 3 liter thinner,

- een hoeveelheid van ongeveer 1 liter terpentine,

- maatbekers,

- een hoeveelheid van ongeveer 40 liter mierenzuur,

- een hoeveelheid van ongeveer 130 liter zoutzuur en

- een hoeveelheid van ongeveer 90 liter formamide,

opzettelijk aanwezig te hebben.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 2:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van het voorarrest en een geldboete van € 20.000,-.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij een veroordeling te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest van 45 dagen, met daarbij een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft samen met zijn vader de productie van amfetamine voorbereid en heeft 4,5 liter amfetamineolie vervaardigd, een hoeveelheid die tussen de 8,10 kilogram en 10,80 kilogram onversneden amfetaminepasta kan opleveren. Amfetamine staat bekend als een zeer verslavende drug en pleegt een aanslag op de gezondheid van de gebruiker. Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilen in de productie van synthetische drugs nog andere gevaren. De rechtbank wijst op de schade aan het milieu, veroorzaakt door dumpingen van bij de productie vrijkomende chemische afvalstoffen en op het ontploffingsgevaar dat bij de productie van synthetische drugs aanwezig is. Regelmatig is dit in het nieuws. De rechtbank rekent het de verdachte daarnaast zwaar aan dat het oorspronkelijke drugslab gesitueerd was boven een café in het centrum van Echt, met ook naastgelegen horecapanden en appartementen. De rechtbank wil zich niet voorstellen hoeveel slachtoffers en schade er zouden zijn ontstaan als dit lab ontploft zou zijn. De verdachte heeft zich kennelijk niets aangetrokken van dit gevaar. Daar komt nog bij dat productie van en handel in harddrugs vaak gepaard gaat met ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit, waarbij het gebruik van geweld niet wordt geschuwd. Ten slotte gaat de verkoop van verdovende middelen samen met een zwarte geldstroom die ondermijnend werkt voor de legale economie.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 10 december 2025. Daaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Wel heeft de verdachte in augustus 2025 nog een geldboete gehad voor een overtreding, zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 30 december 2025, waarin staat dat de reclassering het met het oog op mogelijk herhalingsgevaar wenselijk acht om meer zicht te krijgen op de verdachte en hem waar nodig te ondersteunen. De reclassering adviseert om die reden een deels voorwaardelijke straf met als voorwaarden een meldplicht, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, verplichte dagbesteding en meewerken aan de beheersing van middelengebruik.

Voor het produceren van synthetische drugs en het voorbereiden daarvan worden in de regel langdurige gevangenisstraffen opgelegd. Tegen de verdachte is ook een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist. De rechtbank acht gelet op de ernst van de feiten een gevangenisstraf noodzakelijk. Wel komt zij tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist.

De rechtbank heeft allereerst acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarbij valt niet alleen op dat er zeer uiteenlopende straffen worden opgelegd, maar ook dat het doorgaans om grotere hoeveelheden aangetroffen amfetamineolie gaat. Ook weegt de rechtbank mee dat de verdachte, die ten tijde van de strafbare feiten 21 jaar oud was, naar het lijkt geen eigen financieel motief heeft gehad. Hij zag daarentegen zijn vader geconfronteerd met oplopende schulden en is kennelijk door zijn vader betrokken bij het plegen van de feiten. Daarnaast heeft de verdachte ter terechtzitting openheid van zaken gegeven. Tot slot houdt de rechtbank er rekening mee dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. Hiermee wordt enerzijds de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking gebracht en anderzijds dient deze straf ertoe om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Ook geeft het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf de verdachte de kans om, met behulp van reclassering, op het rechte pad te blijven en het middelengebruik onder controle te houden. Zij zal daarom aan het voorwaardelijk deel bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd.

De rechtbank zal geen geldboete opleggen, nu uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat daadwerkelijk sprake is geweest van financieel gewin.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma,

als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

a. meldplicht:

de veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Slachthuisstraat 31 te Roermond of belt Reclassering Nederland op het nummer: 088-8041501;

gedragsinterventie:

de veroordeelde neemt binnen de proeftijd deel aan de gedragsinterventie CoVa of CoVa-plus van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

dagbesteding:

de veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

beheersing middelengebruik:

de veroordeelde werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en het te leren beheersen van het gebruik van alcohol, verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltests. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. S.A.M.C. van de Winkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Mooijekind, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 februari 2026.

Buiten staat

Mr. L. Feuth is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2024 tot en met 24 september 2024 te Echt, gemeente Echt-Susteren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft vervaardigd,

althans aanwezig heeft gehad

ongeveer 4,5 liter amfetamine(olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende amfetamine(olie), zijnde amfetamine,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2:

hij op of omstreeks 24 september 2024 te Echt, gemeente Echt-Susteren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van amfetamine(olie), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

voor te bereiden en/of te bevorderen

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad,

waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een of meer RVS-koelbuizen,

- een of meer slakkenhuizen,

- een actiekoolfilter (met elektrische afzuiging),

- een hoeveelheid (van ongeveer 33 kilogram) caustic soda,

- een of meer afzuigslangen,

- een elektronische weegschaal,

- een hoeveelheid (van ongeveer 3 liter) thinner,

- een hoeveelheid (van ongeveer 1 liter) terpentine,

- een of meer maatbekers,

- een hoeveelheid (van ongeveer 40 liter) mierenzuur,

- een hoeveelheid (van ongeveer 130 liter) zoutzuur en/of

- een hoeveelheid (van ongeveer 90 liter) formamide

opzettelijk aanwezig te hebben.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?