ECLI:NL:RBLIM:2026:11000

ECLI:NL:RBLIM:2026:11000

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 03.252714.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Witwassen. Overschrijding redelijke termijn met vier jaar. Voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.252714.24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 oktober 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.R. Smeets, advocaat te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 september 2026. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich in de periode van 5 april 2020 tot en met 22 mei 2020 al dan niet met een ander heeft schuldig gemaakt aan het al dan niet opzettelijk witwassen van een hoeveelheid geld.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het medeplegen van het witwassen van 14.730,80 euro en 56.000 euro.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit, omdat de verdachte geen wetenschap had van het geld dat bij de medeverdachte en in de woning is aangetroffen. Subsidiair geldt dat alleen het schuldwitwassen van het bedrag van 25.000 euro dat in de kast op de slaapkamer is aangetroffen, bewezen kan worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding en partiële vrijspraak

Op 5 april 2020 wordt [medeverdachte] , de toenmalige partner van de verdachte, aan-gehouden; bij hem wordt een contant geldbedrag van 3.724,80 euro aangetroffen. Naar aanleiding daarvan vindt een doorzoeking plaats in de woning van [medeverdachte] en de verdachte aan de [adres verdachte] . Daar wordt 20.000 euro aan contant geld achter de haard in de woonkamer aangetroffen. Op 22 mei 2020 wordt de woning opnieuw door de politie doorzocht en wordt op verschillende plekken, waaronder achter een plint in de keuken, contant geld aangetroffen met een totaalbedrag van 56.000 euro. De verdachte heeft ter zitting verklaard geen wetenschap te hebben gehad van de aangetroffen geldbedragen.

De rechtbank constateert dat het dossier voldoende aanwijzingen bevat voor de slotsom dat [medeverdachte] zich bezighield met drugsgerelateerde feiten en dat hij daaruit inkomsten genereerde. Ook volgt uit het dossier genoegzaam dat de verdachte van de praktijken van haar toenmalige partner afwist. Dat brengt evenwel nog niet met zich dat de verdachte dus wetenschap had van de aanwezigheid van de grote contante geldbedragen die in de woning (achter een haard en achter een keukenplint) verstopt lagen. De rechtbank is van oordeel dat die wetenschap niet kan worden bewezen. Hetzelfde geldt ten aanzien van het geldbedrag dat [medeverdachte] ten tijde van zijn aanhouding op 5 april 2020 bij zich droeg. De rechtbank spreekt de verdachte hiervan dan ook partieel vrij.

De rechtbank zal zich nu buigen over de overige geldbedragen.

Bewijsmiddelen

Op 22 mei 2020, omstreeks 17:50 wordt voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning aan de [adres verdachte] . Tijdens de doorzoeking werden op de begane grond onder meer een zakje met 101,4 gram (bruto) witkleurig poeder, indicatief getest op cocaïne, een blauwe jerrycan van 25 liter met vloeibare substantie en een zwarte jerrycan van 10 liter met een vloeibare stof indicatief getest op amfetamine in beslag genomen. Op de tweede verdieping werd op de slaapkamer van verdachte en [medeverdachte] een geldbedrag van 25.000 euro in een open tas aangetroffen en in beslag genomen en in de kast op de overloop een brief.

Uit de onderzoeken naar verdovende middelen en rapporten van het NFiDENT van het Nederlands Forensisch Instituut volgt dat:

 de inhoud van het zakje met witkleurig poeder cocaïne bevat;

 de inhoud van de blauwe jerrycan methanol bevat;

 de inhoud van de zwarte jerrycan amfetamine bevat.

De inbeslaggenomen brief vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

berichtje sturen [afkorting voornaam medeverdachte] zit vast mocht je spulle nodig hebben, bericht via vrouw

laatste stukje geven wat in prullenbak lag tussen 30/40 gr geld komt goed en jou nummer

in schatpool maak wickr aan

en zoek tigi25 of tig25 is alla.

en chauffeur is weekend 123 of weekend 321

schauffer is belangrijk zeg je in Engels

na chauffeur hey [voornaam medeverdachte] is in prison but I have the oil/water you can come Friday om 7

olie

methanol / 5 liter kan

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] relateren – zakelijk weergegeven – als volgt:

Adres [adres verdachte]

In de woning van de verdachte [medeverdachte] staan naast [medeverdachte] ingeschreven diens partner [verdachte] geboren op [geboortegegevens verdachte] en twee minderjarige kinderen. [medeverdachte] en [verdachte] zijn gehuwd sinds 30 juni 2017.

Overwegingen

De rechtbank zal, zoals overwogen, de verdachte partieel vrijspreken van de geldbedragen die in de woning verstopt lagen achter de haard en plint en het geldbedrag dat [medeverdachte] ten tijde van zijn aanhouding bij zich droeg, omdat niet bewezen kan worden dat de verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat dat anders is voor de 25.000 euro die in een openstaande tas (in een muurkast, pg. 100) in de slaapkamer van de verdachte en [medeverdachte] zijn aangetroffen. Het geld was in die tas direct zichtbaar. Uitgangspunt is dat een bewoner op de hoogte is van de aanwezigheid van, in dit geval, een groot geldbedrag dat zich (niet verstopt) in zijn of haar slaapkamer in een kast bevindt. De enkele ontkenning van de verdachte op dit punt is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. Daaruit volgt dat de verdachte wist van de aanwezigheid van de 25.000 euro. Dat geldt ook voor de pot met kleingeld in het dressoir in de woonkamer, de 50 euro in een tas op de slaapkamer en de 500 euro in de babykamer.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte wetenschap had dat dit geld afkomstig was van enig misdrijf of dat zij dat had moeten vermoeden.

Gelet op de grote hoeveelheid aan contanten in de tas, het ontbreken van een noodzaak bij de verdachte tot het voorhanden hebben van zulke hoeveelheden contant geld, de in de woning in het zicht aangetroffen verdovende middelen en het briefje met daarop ‘instructies’ van wat de verdachte moest doen op het moment dat [medeverdachte] vast zou komen te zitten (zodat voldoende vast staat dat de verdachte wist van de illegale praktijken van haar toenmalige partner), is de rechtbank van oordeel dat een vermoeden van witwassen jegens de verdachte gerechtvaardigd is. Vanwege dit vermoeden van witwassen mag van de verdachte worden verlangd dat zij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geldbedrag geeft. En dat heeft zij niet gedaan. Bij de politie is zij uitvoerig bevraagd over de herkomst van het aangetroffen geld en daar heeft zij zich steeds op haar zwijgrecht beroepen. Ter zitting heeft zij verklaard geen wetenschap van het geld te hebben gehad.

Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen andere conclusie mogelijk dan dat de 25.000 euro onmiddellijk of middellijk afkomstig is uit enig misdrijf en dat de verdachte van deze herkomst weet heeft gehad. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 22 mei 2020 25.000 euro heeft witgewassen. De rechtbank acht niet bewezen dat zij dat met [medeverdachte] heeft gedaan. Daarvoor is van belang dat het bij [medeverdachte] gaat om geld dat uit eigen misdrijf is verkregen, zodat bij hem niet zonder meer sprake is van het witwassen van dat geld.

Ten aanzien van de pot met kleingeld in het dressoir in de woonkamer, de 50 euro in een tas en de 500 euro in de babykamer is de rechtbank van oordeel dat een voldoende verband met enig misdrijf niet bewezen kan worden verklaard, zodat de verdachte hiervan partieel zal worden vrijgesproken

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 22 mei 2020 in de gemeente Heerlen een geldbedrag van euro 25.000,00 voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op: witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de ernst van het feit, de gevolgen daarvan voor de samenleving en de overschrijding van de redelijke termijn.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om bij de bepaling van de straf, indien het feit bewezen wordt verklaard, rekening te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn. De raadsman heeft primair verzocht toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair heeft de raadsman verzocht te kiezen voor een geheel voorwaardelijke straf van aanzienlijk kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een bedrag van 25.000 euro. Door witwassen wordt bewerkstelligd dat opbrengsten van misdrijven van welke aard dan ook aan het zicht van politie en justitie worden onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst wordt verschaft. Criminele activiteiten zijn op deze manier in diverse opzichten lucratief. Witwassen tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, wat een ontwrichtende uitwerking heeft op de maatschappij. De verdachte heeft daaraan een bijdrage geleverd, waarbij zij zich kennelijk heeft laten leiden door financieel gewin voor haar partner en zichzelf. De verdachte heeft tot op heden geen openheid van zaken willen geven en dus ook geen enkele verantwoordelijkheid genomen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 september 2026 waaruit volgt dat artikel 63 Sr van toepassing is en dat de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde first offender is.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat ook rekening gehouden met het feit dat de redelijke termijn aanzienlijk is overschreden, zonder dat daarvoor een bijzondere reden was. De Hoge Raad neemt in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt dat binnen twee jaar na aanvang van de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn in eerste aanleg vonnis dient te worden gewezen. De verdachte werd op 26 mei 2020 aangehouden en in verzekering gesteld. De rechtbank neemt deze datum als uitgangspunt voor de aanvang van de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn. Dit vonnis wordt op 13 oktober 2026 gewezen. Daarmee is de redelijke termijn met ruim 4 jaar overschreden.

De rechtbank is van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Als de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou zij hier ook toe zijn gekomen. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank nu volstaan met een geheel voorwaardelijke straf. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 1 jaar.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. K. Bruns, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.N.F. Roelofs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 oktober 2026.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

zij in of omstreeks de periode van 5 april 2020 tot en met 22 mei 2020 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met en ander, althans alleen, een of meerdere voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van (ongeveer) (ten minste) Euro 23.724,80,- en/of Euro 56.000,00, althans (een) gro(o)t(e) geldbedrag(en) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig, althans eigen, misdrijf;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand