RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/126715-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 oktober 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortedatum 1] 1998,
thans gedetineerd in [adres PI] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.J.F. van Merm en mr. L. Hoste, beiden advocaat te Maastricht.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 september 2026. De verdachte en zijn advocaten zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Hij wordt bijgestaan door mr. R.H. Bouwman, advocaat te Amsterdam. Namens [slachtoffer] is mr. Bouwman op de zitting gehoord. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ) met het parketnummer 03/313566-25.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 6 februari 2025 in Noorbeek:
feit 1:
primair: al dan niet samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd om [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door met een vuurwapen in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] te schieten;
subsidiair: al dan niet samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd om [slachtoffer] opzettelijk te doden, welke poging tot doodslag is gepleegd om een diefstal met geweld gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren;
meer subsidiair: medeplichtig is geweest aan voornoemde poging tot moord, dan wel medeplichtig is geweest aan voornoemde poging tot doodslag;
meest subsidiair: medeplichtig is geweest aan voornoemde poging tot gekwalificeerde doodslag;
feit 2:
primair: al dan niet samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd om harddrugs van [slachtoffer] te stelen, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] ;
subsidiair: medeplichtig is geweest aan voornoemde poging tot diefstal met geweld in vereniging.
Indien in de tenlastelegging taal- of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
3. De beoordeling van het bewijs
Inleiding
Onderhavige zaak kan worden omschreven als een mislukte ripdeal. In de ochtend van 6 februari 2025 is geprobeerd om [slachtoffer] te bestelen van 3 kilo cocaïne waarbij [slachtoffer] is neergeschoten voor een hotel in Noorbeek. De kogel ging door zijn mond en eindigde in zijn kaak. Bij deze ripdeal zouden drie verdachten betrokken zijn. Het onderzoek van de politie heeft kort daarna geleid tot herkenning van drie verdachten. Dit heeft geresulteerd in de aanhouding van de verdachte en [naam medeverdachte] . De vermeende schutter, [naam 1] (hierna: [naam 1] ), is ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting nog voortvluchtig.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde medeplegen van een poging tot moord wegens gebrek aan bewijs voor de daarvoor vereiste voorbedachten rade.
De officier van justitie acht het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde medeplegen van een poging tot gekwalificeerde doodslag wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft met zijn medeverdachten het plan opgevat om [slachtoffer] te rippen. Zij hebben dit plan besproken en hebben vervolgens gezamenlijk maatregelen getroffen om dit plan uit te voeren. Zij waren bereid een bepaalde mate van geweld te gebruiken. [naam 1] is daarbij verder gegaan dan op voorhand was afgesproken: hij heeft gericht met een vuurwapen op [slachtoffer] geschoten. [naam 1] heeft daarmee de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] bewust aanvaard. De verdachte heeft de aanmerkelijke kans op het plegen van vuurwapengeweld willens en wetens aanvaard. Het ligt namelijk in de lijn der verwachting dat een rip niet zachtzinnig verloopt en zal stuiten op weerstand. Dat [naam 1] tegen de verdachte zou hebben gezegd dat het vuurwapen niet geladen was doet daaraan niet af, omdat de verdachte geen moeite heeft gedaan om dat te controleren of zich terug te trekken uit het plan om [slachtoffer] te beroven. Het gebruikte vuurwapengeweld levert aldus een poging tot doodslag op die werd gepleegd met het oogmerk om een ander strafbaar feit, namelijk de diefstal, mogelijk of gemakkelijk te maken.
De officier acht het onder feit 2 primair tenlastegelegde medeplegen van poging tot diefstal met geweld eveneens wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte slechts in beperkte mate betrokken is geweest bij hetgeen op 6 februari 2025 in Noorbeek is voorgevallen. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachten een vooropgezet plan hadden waarin – na kalm overleg en beraad – werd besloten [slachtoffer] van het leven te beroven. Reeds gelet daarop heeft de verdediging vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair tenlastegelegde medeplegen van poging tot moord en de meer subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid daaraan. Voorts is volgens de verdediging geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten met betrekking tot het opzettelijk van het leven beroven van [slachtoffer] . De verdachte wist dat hij hulp zou bieden bij een strafbaar feit, maar hij had geen opzet op de poging tot doodslag en hij heeft geen intellectuele of materiële bijdrage aan het feit geleverd die van voldoende gewicht was om van medeplegen te kunnen spreken. Daarom heeft de verdediging eveneens vrijspraak bepleit van het medeplegen van de poging tot (gekwalificeerde) doodslag (feit 1 primair impliciet subsidiair en feit 1 subsidiair). Wel kan volgens de verdediging de meest subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan poging tot (gekwalificeerde) doodslag bewezen worden verklaard, met uitzondering van enkele handelingen, te weten: het maken van een afspraak met [slachtoffer] voor een drugstransactie en het met de medeverdachten maken van een plan om de drugs te stelen. Bij deze laatste handelingen was de verdachte niet betrokken.
Ten aanzien van het tweede feit heeft de verdediging bepleit dat de intellectuele of materiële bijdrage van de verdachte evenmin van voldoende gewicht was om tot medeplegen van een poging tot diefstal met geweld te komen. Voor wat betreft de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid daaraan heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van voormelde handelingen. Voorts verzoekt de verdediging de verdachte partieel vrij te spreken voor zover de tenlastelegging ziet op het leksteken van een autoband.
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De politie relateerde onder meer als volgt:
Op 6 februari 2025, omstreeks 08:00 uur, hoorden wij, verbalisanten, dat er meerdere eenheden werden aangestuurd naar de Bovenstraat te Noorbeek, in verband met het feit dat aldaar zojuist een schietpartij had plaatsgevonden waarbij een slachtoffer zou zijn gevallen. Wij arriveerden vervolgens als eerste politie-eenheid ter plaatse. Bij onze aankomst zagen wij op het trottoir een persoon op de grond zitten, wiens hoofd gewikkeld was in verband. De persoon had een hevig bebloed gezicht en zei direct: “Ik ben neergeschoten”. Hij was zichtbaar van streek en kon moeilijk spreken, omdat hij in zijn gezicht geraakt was door een projectiel. Ik vroeg de gewonde man naar zijn naam en hij gaf aan te zijn: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] te Rotterdam.
In de ambulance werd met [slachtoffer] een eerste gesprek gevoerd. Het proces-verbaal van bevindingen vermeldt daarover het volgende:
V: Wat is er zojuist gebeurd?
A: Ik loop net het Fletcher hotel uit. Ik wil mijn spullen in de auto zetten. Ik wil mijn auto openmaken en er stopt een auto net voor die van mij. Een Renault. Lichtgroen, mintgroen. Belgisch kenteken. Er stappen twee gasten uit. Eentje meteen met een vuurwapen. Ik schreeuw “alsjeblieft alsjeblieft alsjeblieft”. Ik voel een knarst in mijn hoofd. Ik ren tien meter en dan val ik op de grond. Ik dacht dat ze me dood zouden knallen. Die gasten pakten mijn tas en toen zijn ze weggegaan.
Diezelfde dag deed [slachtoffer] aangifte van poging tot moord dan wel doodslag. Zijn aangifte bevat onder meer het volgende:
A: Ik had gisteren via Snapchat contact met [naam 2] . Hij wilde afspreken met mij. Ik reed vervolgens naar hem toe. Hij zat te eten bij restaurant Broox in Rotterdam. Daar aangekomen, parkeerde ik mijn auto. Daar heb ik gebeld via Snapchat met [naam 2] . Hij kwam naar buiten gelopen vanuit het restaurant. Hij was samen met een andere jongen. Die jongen heet op Snapchat [naam 3] . Ik begroette beiden buiten. We liepen naar mijn auto. [naam 2] stapte in als bijrijder en de jongen stapte achter in, direct achter mij. Ik reed vervolgens weg. Anderhalf uur later kwamen we terug. [naam 2] zei dat hij met een Belgische Renault gekomen was. Ik ben achter deze auto gestopt en de jongens stapten uit mijn auto. Ik ben toen zelf weggereden. Onderweg heb ik mijn vrouw gebeld met de vraag om een goedkope kamer te boeken voor mij. Zij heeft voor mij het Fletcher-hotel geboekt.
We zouden ons deze ochtend ergens treffen in België. In Aubel bij een supermarkt.
V: Hoe kwam jij bij dit adres?
A: Gewoon willekeurig opgezocht op mijn telefoon. [naam 2] heeft om 05:00 uur vanochtend een Snapchat berichtje gestuurd dat hij vertrokken zou zijn en hij zou om 08:12 uur bij de supermarkt aankomen.
V: Kun jij beschrijven waar jouw auto stond geparkeerd vanochtend bij het Fletcher hotel?
A: Ja hoor, meteen voor het hotel. Als je het hotel uitloopt, de weg op naar links, dan stond mijn auto aan de overzijde van de straat geparkeerd. Ik stond vanmorgen bij mijn auto en wilde net mijn tassen achterin zetten. Ik stond op de stoep bij mijn auto. Ik zag een auto aankomen, maar gaf hier geen aandacht aan. Ik zag wel dat deze stopte iets voorbij mijn auto. Ik zag dat er twee personen uit de auto stapten. Vanuit de bestuurderskant herkende ik [naam 2] en ik keek gelijk in een loop van een vuurwapen. Hij richtte gelijk met gestrekte arm op mij. Ik zag [naam 2] klooien met het vuurwapen. Ik besloot terug naar het hotel te rennen. Ik had in beide handen een tas. Op het moment dat ik midden op de weg ren, word ik geraakt in mijn gezicht. Ik voel het gewoon. Ik laat op dat moment de tassen los, ik kijk achterom naar [naam 2] en heb het gevoel dat [naam 2] mij gewoon wilde vermoorden. Ik rende zo hard voor mijn leven, dat ik ineens besefte dat ik de ingang van het hotel voorbij was gerend. Ik draaide me om, maar viel op de grond. Ik duik in elkaar, hield mijn handen op mijn hoofd en ik zie [naam 2] met het wapen op mij gericht dichter bij me komen. Ik doe de handen voor mijn hoofd, maar hoor vervolgens even niks. Ik sta op en zie dat [naam 2] met het wapen aan het klooien is. Ik zie dat [naam 2] terug naar de tassen rent die ik eerder op straat heb laten vallen. Ik meen dat [naam 2] de zwarte “Under Armour” tas pakte en die andere jongen de bruine tas.
[slachtoffer] heeft op 24 februari 2025 aanvullend onder meer het volgende verklaard:
O: Je had het over een vriendendienst.
V: Kun je aangeven wat dat is?
A: Omdat ik in principe eigenlijk, ja uh.. we hadden afspraken. Ik zou hem wat overhandigen. Hij zou mij het geld overhandigen.
V: Wat zou jij hem dan moeten overhandigen?
A: Ik zou, uh.. mijn advocaat heeft mij gezegd dat ik in details daar niet op in moest gaan, maar wel dat het om verboden middelen gaat.
V: Hebben we het dan over drugs of wapens?
A: Over drugs.
V: Jullie hadden afgesproken en gaan naar een huis toe?
A: Klopt. Daar heb ik hem de spullen laten bekijken die hij de volgende dag dan geleverd zou krijgen.
O: De drugs.
V: En daar was [naam 2] bij, en?
A: [naam 2] , en die Tsjetsjeense vriend van hem.
V: Zijn er toen ook al afspraken gemaakt?
A: Ja, de prijs, en dit en dat.
V: Welke concrete afspraken had jij toen met hen gemaakt?
A: Hij vroeg of dat in Luik geleverd kon worden. Ik zei dat er dan toch een beetje transportkosten bij komen, omdat het buitenland is. Uiteindelijk heb ik voor hem besloten een andere plek te kiezen in de buurt van Aubel, de Planck, daar is het wat rustiger.
V: Hebben jullie nog een tijd afgesproken?
A: Ja ook, meteen. Hij zegt “8 uur ’s ochtends sta ik er”. Ik zei “Oké weet je dat zeker? Bel me gewoon even voordat je vertrokken bent”.
V: Hoe heb jij het spul meegenomen?
A: In eerste instantie heb ik de spullen vervoerd naar Limburg in een witte tas. Midden in de nacht heb ik hem nog een filmpje gestuurd met de bevestiging dat ik in de buurt ben en dat hij mij moet bellen in de ochtend. Dus ik heb hem een filmpje van dat spul gestuurd. Toen ben ik gaan slapen. In de ochtend om 05:00 of 06:00 uur heb ik even contact met hem gehad. Ik had toen een slecht gevoel gekregen, wetende dat er misschien toch iets ging gebeuren.
V: Waarom?
A: Ik kreeg gewoon een naar gevoel. Ik vroeg hem “Zou je me alsjeblieft een filmpje van het geld willen sturen?”. Uiteindelijk zegt hij “Weet je wat, ik zal die Tsjetsjeense vriend van mij berichten, ik zal hem nu met ons in een Snapchat groep zetten en hij zal dat filmpje maken”. Vijf minuten later krijg ik wel een filmpje toegestuurd. Ik heb heel snel lopen tellen. Ik zei “Het klopt niet.” Ik zie dat daar een stuk minder geld is. Hij zei “Nee, dat klopt gewoon”. Ik zei “Is goed, dan geloof ik je, maar op de plek wil ik het nog wel even goed controleren”.
V: Dit is het laatste contact dat je met hem had, voordat het incident gaat plaatsvinden?
A: Nee, daarna hebben we in de ochtend nog om 07:00 uur contact gehad. Een spraakmemo heeft hij mij gestuurd. Hij zegt “Ik ben nu voorbij Luik”. En tijdens het luisteren van de spraakmemo kreeg ik een warm gevoel, omdat ik niet hoorde dat hij op de snelweg aan het rijden was. Maar ik heb er niks van gezegd, ik denk het is goed, ik zie het zo wel. Ik heb mijn tassen gepakt en mijn witte rugtas omgedaan en ben naar beneden gelopen.
Op 7 februari 2025 vond in het Maastricht UMC+ een forensisch medisch onderzoek van [slachtoffer] plaats. Uit de forensisch medisch letselrapportage volgt onder meer het volgende:
Dhr. [slachtoffer] is een 30-jarige man die op 06-02-2025 werd geraakt door een projectiel waardoor hij letsel opliep van zijn mond, 2 afgebroken voortanden, een breuk had van de onderkaak links, een tandelement was in de tongspier terecht gekomen en een projectiel in de musculus sternocleidomastoïdeus. Voor zover het accuraat te beoordelen is leek het projectiel via de voortanden te zijn binnengedrongen, een losgeslagen tandelement is hierdoor in de tongspier geëindigd, daarna heeft het projectiel de binnenzijde van de mandibula (onderkaak) geraakt en daar een fractuur (breuk) veroorzaakt om vervolgens in de musculus sternocleidomastoideus tot stilstand te komen. De breuk van de onderkaak werd hersteld met osteosynthese, het tandelement uit de tongspier en het projectiel uit de musculus sternocleidomastoideus werden verwijderd.
Op camerabeelden van Eetcafé Tinus, gelegen aan de Bovenstraat in Noorbeek, is de Renault zichtbaar die is gebruikt bij het incident. Het proces-verbaal van bevindingen vermeldt daarover het volgende:
Op donderdag 6 februari 2025 omstreeks 07.57 uur vond er een schietpartij plaats op de Bovenstraat te Noorbeek. De camerabeelden van Eetcafé Tinus werden gevorderd. Dit betroffen twee camera’s gericht naar beide zijden van de straat. De camera die zicht geeft naar de rechterzijde van de straat is gericht in de richting van de Vroelenstraat/Dorpstraat. De camera die gericht is naar de linkerzijde van de straat is gericht in de richting van de Brigidastraat/Onderschey. Volgens Google Maps is de afstand tussen Eetcafé Tinus en het Fletcher hotel circa 59 meter. Door de verbalisanten ter plaatse werd gezien dat de weergegeven tijd op de camera’s overeen kwam met de daadwerkelijke tijd.
Een Renault Clio komt voor het eerst in beeld om 05:17 uur. De Renault reed in de richting van de Brigidastraat. Om 05:21 uur kwam de Renault weer teruggereden. Om 05:40 uur reed de Renault weer in de richting van de Brigidastraat. Om 05:52 uur kwam de Renault weer teruggereden en verdween uit beeld. Om 05:53 uur kwam de Renault vanuit de andere zijde weer aangereden. Om 06:00 uur kwam de Renault weer uit de richting van de Brigidastraat gereden en verdween uit beeld.
Om 06:03 uur kwam de Renault uit de richting van de Dorpstraat gereden en stopte op de Bovenstraat. Tussen 06:06 uur en 06:09 uur verplaatsten de inzittenden zich in de personenauto. Uiteindelijk zat iemand achter het stuur en zaten er twee personen achterin. Om 07:11 uur stapte de persoon rechtsachter uit, liep een stukje in de richting van de Dorpstraat en stak de weg over. Om 07:13 uur kwam hij terug gerend en stapte weer rechtsachter in de auto. Om 07:15 uur stapten twee personen rechts achter uit de Renault. Ze liepen in de richting van de Brigidastraat. Ze staken de weg over en verdwenen uit beeld. Om 07:23 uur reed de Renault weg en reed uit beeld. Om 07:26 uur kwam de Renault vanuit de Brigidastraat aangereden en verdween uit beeld. Om 07:45 uur kwam de Renault uit de richting van de Brigidastraat gereden. De Renault keerde op een oprit. Tijdens het keren was het kenteken van de Renault redelijk leesbaar. Te zien was dat het een Belgisch kenteken betrof. Het Belgische kenteken [nummer kenteken] bleek afgegeven te zijn voor een Renault Clio, op naam van verhuurbedrijf Europcar. Op de achterruit stond een afbeelding gelijkend op het logo van autoverhuur Europcar. De Renault werd om 07:46 uur geparkeerd aan de zijde van de weg met zicht richting het Fletcher hotel.
De Renault reed om 07:57:12 uur weg in de richting van de Brigidastraat. Op het moment dat de Renault opreed was boven in beeld te zien dat iemand de straat overstak. Later bleek dit de aangever te zijn die naar zijn voertuig liep. Om 07:57:23 uur passeert de Renault het slachtoffer. Het slachtoffer begint om 07:57:25 uur te rennen in de richting van de camera en om 07:57:27 uur is onverstaanbaar schreeuwen te horen. Om 07:57:29 uur klinkt een schot. Het slachtoffer rent om 07:57:30 uur kort uit beeld en verschijnt om 07:57:35 uur weer in beeld en rent zigzaggend in de richting van de camera. Er is meermaals paniekerig geschreeuw te horen. Het slachtoffer werd kort gevolgd door een andere persoon die zich heel snel weer omdraaide en terug rende in de richting van de Brigidastraat. Het slachtoffer rende de hoek om. Hij leek een lichtkleurige rugzak op zijn rug te dragen en verdween uit beeld. Om 08:00:28 uur kwam de Renault uit de richting van de Dorpstraat gereden en verdween uit beeld.
Getuige [naam getuige] heeft onder meer het volgende verklaard:
Vandaag, op donderdag 6 februari 2025, liep ik iets voor 8 uur in de ochtend naar buiten en hoorde ik een auto hard komen aanrijden. Ik hoorde een auto, zoals ze dat zeggen, flink voor ankers gaan. Ik hoorde het geluid van remmen die hevig werden gebruikt om tot stilstand te komen. Ik zag dat er een auto midden op de weg, de Bovenstraat, stopte naast de auto die daar nu nog geparkeerd staat, alleen dan midden op de weg. De auto stond met zijn neus richting de Onderschey. Ik zag dat er twee personen uit de auto stapten. Ik zag dat de persoon die aan mijn zijde, de bestuurderszijde, uitstapte twee handen allebei naar voren had, met gestrekte armen. Ik zag de beweging alsof je een wapen vasthad. Ik besloot mij te verbergen. Ik hoorde twee of drie schoten. Ik heb 112 gebeld. Ik ben naar de openbare weg gelopen, maar ik zag niemand liggen. Toen zag ik dat er uit de richting van de Overschey een man kwam aangelopen. Deze man bleek later het slachtoffer te zijn. De man was in paniek, zei dat hij hulp nodig had en dat hij was beschoten. Ik zag dat de man zijn handen bij zijn kaak hield en ik zag overal bloed.
De politie in België heeft onderzoek gedaan naar de ANPR-gegevens van de Renault Clio met kenteken [nummer kenteken] . Het onderzoek vermeldt het volgende:
Op 6 februari 2025 om 02:50 uur werd het kenteken gescand op de E25 Voeren in de richting van België.
Op 6 februari 2025 om 05:03 uur werd het kenteken gescand op de E25 Voeren in de richting van Nederland.
Op 6 februari 2025 om 08:12 uur werd het kenteken gescand op de E25 Voeren in de richting van België (geschatte snelheid 226 km/u).
Uit het forensisch onderzoek plaats delict volgt onder meer het volgende:
Op 6 februari 2025 kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de Bovenstraat te Noorbeek. De plaats delict is gelegen op de openbare weg van de Bovenstraat ter hoogte van perceel 17, het Fletcher Hotel-Restaurant Bon Repos te Noorbeek, binnen de gemeente Eijsden-Margraten. Wij zagen dat er ter hoogte van het Fletcher hotel op het trottoir diverse kledingstukken en tubes tandpasta lagen. Wij zagen dat er op het trottoir enkele aftekeningen van bloed en een verschoten huls lagen. Gezien de uiterlijke vorm van de huls zou dit kunnen passen bij een 6.35 kaliber patroon. Op de Bovenstraat ter hoogte van perceel 17 werd een niet verschoten kogelpatroon aangetroffen. Gezien de uiterlijke vorm van het kogelpatroon zou dit kunnen passen bij een 6.35 kaliber patroon.
In het strafrechtelijk onderzoek werd het telefoonnummer van de broer van [slachtoffer] getapt. Uit de tapgesprekken van het telefoonnummer komt de volgende informatie:
Sessie 479: Met het telefoonnummer wordt gebeld naar een onbekende man. Hierin wordt door de man die met het telefoonnummer van de broer belt het volgende gezegd:
M: Hij zegt tegen mij eeh hij heeft die tas nu in zijn hand en hij raakt in paniek. Hij heeft die tas van de grond gepakt zeg maar, toen die op de grond lag, toen wilde die mij geven (schieten), dat lukte niet en hij is weggerend. En nu, ik besef dat hij zeg maar, .. die [naam 4] hij heeft de verkeerde tas meegenomen.
M: Ze hebben niets gezegd man, dus ik denk dat ze niets hebben aangetroffen. Ik ga zo meteen kijken. Hij heeft het mij uitgelegd waar die precies is. Straks als ik met [naam 5] ben, ga ik hem sturen die kant op je weet toch, want is beter als hij dat/het van daar haalt/pakt. Ze gaan onderzoeken en als ze dat daar vinden dan eeh je weet het wel.
Sessie 577: Broer belt uit naar onbekende man.
M: Oké hij vraagt jou of je alles hebt gevonden?
NNM: Eh/wat?
M: Hij zegt of je die tas hebt gevonden.
NNM: Ja man ik heb hem gevonden zegt tegen brada ja ik heb hem gevonden ja.
M: Oké is goed.
[naam 6] heeft op 9 februari 2025 contact gezocht met de Nederlandse politie. Zij heeft op 21 februari 2025 ten overstaan van de Spaanse politie als getuige een verklaring afgelegd. Haar verklaring vermeldt het volgende:
[naam 6] heeft een relatie gehad met [naam 2] . Het duurde maar drie maanden. Zij heeft op 9 februari 2025 contact opgenomen met de Nederlandse politie, omdat ze het gevoel had dat de informatie die ze had belangrijk was en ze nerveus was over waar het toe zou leiden, dus het leek haar beter om het aan de politie te melden.
Op zaterdag, een week voor de gebeurtenissen, huurden [naam 6] en haar partner een auto. Op maandag moesten zij deze terugbrengen naar België en op dinsdag zou zij terugkeren naar Spanje. De partner van [naam 6] vroeg haar hem een plezier te doen door de auto bij hem te laten en zij stemde daarmee in op voorwaarde dat hij het verschil zou betalen. Op dinsdag 4 februari keerde zij per vliegtuig terug naar Tarragona en de volgende dag ging zij naar Andalusië. Op donderdagochtend sprak zij haar partner via de telefoon, maar [naam 6] was veel meer bezig met wat er met haar familie aan de hand was dan met wat haar partner tegen haar zei. Later sprak ze haar partner en hij verontschuldigde zich, omdat hij iets slechts had gedaan met de auto die op naam van [naam 6] was gehuurd. Hij vertelde haar dat hij iemand had neergeschoten. [naam 6] wilde hierna niets meer met haar partner te maken hebben en verbrak elk contact met hem. Een van zijn vrienden heet [naam medeverdachte] , ook wel [naam 3] genoemd.
De verklaring van [naam medeverdachte], afgelegd tijdens zijn verhoor bij de politie op 28 november 2025, bevat het volgende:
V: Op 6 februari 2025, in de vroege ochtend, heeft een poging moord c.q. poging doodslag plaatsgevonden in Nederland. Wij verdenken onder andere jou hiervan. Wat kun je ons daarover vertellen?
A: Allereerst is het zo dat ik naar België ben gegaan. Ik had een gewoonte om daar weekendjes door te brengen met de heer [naam 1] en onze vriendinnen. Hij woonde toen in Luik. Ik kwam hem elk weekend bezoeken. Dus ik was naar België gekomen, we hadden ons weekend gehad zoals gewoonlijk. Hij bood mij aan om samen naar Rotterdam te gaan. We zijn naar Rotterdam geweest. Daar hebben we een dagje doorgebracht. En toen heeft hij mij aangeboden om samen met hem te gaan naar een persoon, dit was [slachtoffer] . Op dat moment was ook een derde persoon aanwezig, [verdachte] . De heer [slachtoffer] is ons komen ophalen in een restaurant. Die heeft ons naar een appartement gebracht in Rotterdam. We zijn daar geweest om drugs te bekijken.
V: Wie bedoel je met je vriend?
A: [naam 1] .
V: De voornaam?
A: [naam 2] .
A: We hebben naar de drugs gekeken. Daar lag een paar kilo cocaïne. [slachtoffer] heeft ons afgezet bij de auto waar [verdachte] was. Toen zijn we teruggegaan naar Luik. Ik was vergeten te zeggen dat ze een overeenkomst hadden afgesloten. [slachtoffer] zou 3 kilo cocaïne leveren aan [naam 1] .
V: Wanneer zou de overdracht zijn?
A: De volgende dag, maar dat zou niet in Noorbeek plaatsvinden. We zouden elkaar treffen in de omgeving van Luik.
V: Waarom is de overdracht niet in Rotterdam geweest?
A: [naam 1] had het geld niet.
A: We hebben de nacht doorgebracht in Luik in het appartement van [naam 2] . [naam 2] , ik en [verdachte] . Ik weet niet meer wie op het idee kwam om te gaan stelen. We hebben elkaar een beetje gek gemaakt. Ik meen dat [verdachte] niet eens op de hoogte was van het verhaal. Ik denk dat [naam 2] en ik elkaar gek maakten hierom.
We hadden het erover dat het als een simpele diefstal zou gaan. Gewoon de tas van hem afpakken of dat we zouden inbreken in het appartement in Rotterdam waar de drugs was opgeslagen.
V: Je zegt je bent met z’n drieën. Je zegt dat [naam 2] en jij elkaar gek maken. Waar was [verdachte] ?
A: Weet u hij was er wel bij. Hij voegde zich niet in het gesprek. Ik ben bevriend met [naam 2] en niet met [verdachte] , dus we spraken niet echt. [naam 2] kende hem een beetje, maar vertrouwde hem niet helemaal omdat hij niet uit dezelfde omgeving kwam.
[naam 2] en ik waren echt aan het kijken hoe we dit konden doen. We waren verdeeld hierover, of inbreken of hem met een spuitbus bewerken en de tas van hem afrukken. We hadden het geld niet. [slachtoffer] heeft ons gevraagd om een foto van het geld te sturen. Ik geloofde dat hij iets van 60.000-70.0000 euro moest betalen. Er is een Snapchat groep aangemaakt. Met [naam 2] , [slachtoffer] en mij. Mijn naam op Snapchat is [naam 3] . [slachtoffer] zei dat we een foto moesten sturen van het geld. Ik heb toen een vriend in Frankrijk gevraagd om een foto van geld te maken. Ik gaf aan dat hij dan kon inloggen op mijn Snapchat. Mijn vriend had dit geld ook niet. In plaats van bundeltjes van 1000 te maken, knutselde hij wat. Je zou denken dat het geld was. Dit heeft hij met cellofaan folie ingepakt. Toen [slachtoffer] die foto van het geld had ontvangen, had hij een foto gestuurd van de cocaïne, met ook zijn locatie van het punt in het hotel.
Ik denk niet dat hij dat opzettelijk had gedaan. Drie seconden later had hij het gewist. Hij had hierna nogmaals de cocaïne gestuurd, maar zonder locatie. Toen hebben we geconcludeerd dat hij daar zat. Dat dorp was niet heel ver van Luik vandaan. Dus heb ik tegen [verdachte] gezegd dat hij mij daarnaartoe moest brengen om daar te kijken. We hebben een rondje gemaakt in het dorp. En toen trof ik de auto van [slachtoffer] . [verdachte] reed de auto, ik heb geen rijbewijs. Hij heeft iets verderop geparkeerd. Ik zei tegen hem, ik wil niet dat [slachtoffer] mij ziet in het dorp. Dat zou hij raar vinden.
Ik heb hem gezegd van rij discreet langs de auto. Om zo te kijken in de auto. Op Snapchat hadden we gezien dat het een witte katoenen tas was. We hadden de auto geparkeerd. [verdachte] is erlangs gelopen, om te kijken of de tassen erin zaten. Toen hij is terug gekomen gaf hij aan dat deze er niet in lagen. Dat was het. Daarna zijn we teruggegaan naar Luik. Toen we in Luik aankwamen dachten we van moeten we dit wel doen. We wisten niet hoe we dit moesten doen. Dus vervolgens hebben we een plan gemaakt. Op het moment dat [slachtoffer] de achterbak zou openen of in de auto zou stappen, dan moest [verdachte] snel naar hem toerijden, zodat hij klem zou komen te zitten tussen de auto’s in. Zodat hij niet kon ontsnappen. Zonder hem te raken. [naam 1] en ik moesten beide aan één kant uitstappen, zodat hij niet kon ontsnappen. Ik dacht dat we een soort kleine greep zouden doen en dan zijn tas van hem afpakken.
V: De kleine greep was een soort klem?
A: Ja, zodat hij niet meer kon bewegen. Dan zou [naam 2] de tas kunnen afrukken. Zo hadden we nagedacht over het plan. Zo zouden we het doen.
De transactie zelf zou niet in Noorbeek plaatsvinden. Hij verwachtte ons niet daar. Twee uur voor de transactie zijn we daarnaartoe gegaan. Dus we hebben vervolgens gewacht op het tijdstip van de afspraak. We wilden hem hier verrassen. We wisten niet of hij bewapend was. We wilden dus niet dat we dit zouden doen op de plek waar de transactie zou plaatsvinden. We wisten niet of hij bewaakt werd ofzo. Dus we wilden een schietpartij voorkomen dus wilden we de roof hier doen.
We hadden een berekening gemaakt wanneer hij naar buiten zou komen. We hadden berekend hoe lang hij erover zou doen om naar de afspraak te gaan. We wisten dus ongeveer hoe laat hij naar buiten zou komen. Er zou geen wapen zijn. Ik weet niet, maar 10/15 minuten van tevoren zie ik [naam 2] het scherm uit de Clio halen en daar een wapen uithalen. Dus ik zeg tegen [naam 2] wat is dit nou. [naam 2] gaf aan dat het niet geladen was. Hij zei van heb je gezien hoe die man uitziet, hij is stevig. Als ik voor hem sta geeft hij de tas niet af. Hij had erop gezworen dat deze niet geladen was. Tien minuten later, we waren moe, we hadden de hele nacht niet geslapen. [naam 2] en ik kregen ruzie vanwege dat wapen. Ik zei van ik rij al twee dagen in deze Clio en er ligt een wapen in. Ik zei ben je gek ofzo waarom doe je dat. Oftewel de sfeer was al een beetje gespannen op dat moment.
[slachtoffer] komt naar buiten. Het begon er al mee dat [verdachte] in plaats van achter de auto, naast de auto van [slachtoffer] ging staan. We stapten beiden uit en ik weet niet hoe, maar ik hoor pam een knal. Ik ben rechts uitgestapt. Ik bevond mij meteen recht voor [slachtoffer] . Ik had hem vast moeten pakken. Zodra ik het wapen had gezien, voelde ik al van dit plan gaat niet goed. Want ik had zoiets van nee dit gaat niet goed lopen. Zodra het schot gelost is, rende [slachtoffer] weg. Hij rende weg, terwijl hij naar ons keek. Hij had de tassen in de hand en liet de tassen uit zijn hand gevallen. Ik pak een tas op, op dat moment denken wij dat dit de tas met de drugs is. Terwijl we in de auto stappen maakte ik de zak open. Ik zie dat in de tas handdoeken en slippers zitten. We rijden nog een rondje door het dorp om hem terug te vinden. Maar we zagen dat hij verdwenen was. Zodoende zijn we teruggekeerd naar Luik.
V: Van wie was dat vuurwapen?
A: Van [naam 1] .
V: Heeft [verdachte] dit wapen dan ook gezien?
A: Hij heeft dit op het laatste moment gezien net als ik. Hij was hier ook van geschrokken. Hij had ook gezegd dat dit niet kan en dat wij al twee dagen reden in die auto.
V: Bij de eerste afspraak is [verdachte] niet aanwezig geweest in Rotterdam. Is er een reden dat hij hier niet bij was?
A: Ik denk dat dat is, omdat [naam 2] niet zo heel veel vertrouwen had in [verdachte] . [verdachte] dacht dat we daar alleen maar waren voor een drugstransactie en dat hij alleen maar hoefde te rijden.
V: Is er nog iets dat je zelf wilt verklaren?
A: Als we hem hadden willen doden, hadden we het in het appartement kunnen doen. Er zou geen wapen zijn in beginsel. Het was te laat om nog nee te zeggen.
De verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens zijn verhoor bij de politie op 18 september 2025, bevat het volgende:
V: Wat kun je ons vertellen over [naam 2] [naam 1] ? Waar heb je [naam 2] leren kennen?
A: In mijn stad.
V: Zijn jullie dan vrienden?
A: Kennissen. We zien elkaar zo af en toe, zomaar.
V: Wat is het contact met [naam 2] voordat jullie in Rotterdam waren?
A: Weinig, want ik werkte. Ik stopte met werken in december. Toen vroeg hij aan mij om naar Luik te komen en de dag door te brengen met hem.
V: En wat kun je ons vertellen over [naam medeverdachte] ? De derde persoon die aanwezig was die dag. A: Ik had hem weleens gezien. Ik kende hem niet persoonlijk.
V: Dus voor het incident had je nooit contact met [naam medeverdachte] ? Ook niet via sociale media?
A: Nee, klopt..
V: Hebben we het dan over de dag dat het incident is gebeurd?
A: Ja, ik ben naar Luik gegaan, want [naam 2] moest een huurauto afgeven. Ik zou hem daarom meenemen naar mijn stad. We zouden de dag samen doorbrengen en dan zou hij de auto die hij met zijn vriendin had gehuurd afgeven en dan zouden we samen weer terug gaan.
V: Dan kom je aan bij het appartement van [naam 2] , wie is dan daar?
A: Die twee personen.
V: [naam 2] en [naam medeverdachte] ?
A: Vast en zeker.
O: Jij bent naar Rotterdam gegaan met [naam 2] om naar een coffeeshop te gaan.
A: Ja klopt. En toen zei hij dat hij een afspraak had met iemand.
V: We hebben gezien dat jullie in restaurant Broox in Rotterdam hebben gegeten. Jullie komen hier binnen en dan?
A: We hebben wat besteld. Toen zeiden ze dat ze een afspraak hadden met iemand die zou komen. Ze hebben gevraagd aan mij of ik weg kon gaan. Ze wilden onder elkaar zijn.
V: Waar dacht je dat het over ging?
A: Ik had wel een idee dat het iets privés was onder hen. Ik had wel een vermoeden dat het iets was wat niet legaal was. Ik heb een doggy bag gevraagd en toen ben ik een plek gaan zoeken om te gaan eten. Ik mocht niet horen waar het over ging. Ze wilden dat ik wegging. Ik heb heel lang gewacht.
V: Hebben jullie toen ergens afgesproken?
A: Ze hebben mij gebeld toen ze bij de auto waren.
V: En toen?
A: Toen zijn we naar Luik gereden.
V: Wat zeiden zij?
A: Ze zeiden dat het ze speet dat ik zolang moest wachten en dat de afspraak niet rond was gekomen en dat ik nog een nacht in Luik moest blijven. Toen begreep ik echt dat het een illegale afspraak was.
V: Werd je verteld waarom je erbij moest zijn?
A: In verband met een transactie.
V: Van wat?
A: Specifiek weet ik dat niet. Ik had wel het vermoeden dat het illegaal was, maar waar het over ging wist ik niet.
V: Hebben zij in het appartement nog wat besproken?
A: Nee, niet echt. Behalve dat ik moest rijden om ze mee te nemen. Het was riskant. Het was een illegale transactie. Ik wist dat het illegaal was. Ik wilde rijden. Hoe sneller het ging, dan konden we meteen terug naar huis.
V: Wie zat er achter het stuur?
A: Ik altijd.
V: Kreeg je tijdens de rit instructies?
A: Alleen dat ik naast hem zou parkeren, zodat de transactie kon plaatsvinden. Dan zouden we naar huis gaan.
V: En toen?
A: Toen hebben we lang gewacht. Toen is die persoon gekomen. Ze zeiden dat ik daarnaast moest gaan staan. Dat heb ik gedaan. Toen zijn die twee uit de auto gegaan. Toen hoorde ik een schot en zijn ze weer in de auto gestapt. Toen had ik begrepen dat het uit de hand was gelopen en dat het niet meer een eenvoudige transactie was. Toen zijn we weggegaan.
V: Wat gebeurt er dan?
A: Toen zijn we naar Luik gereden. Ik moest mijn Range Rover halen. We zijn naar mijn auto gereden en toen zijn we met mijn auto en met de huurauto naar het verhuurbedrijf gereden. Ik reed de Renault Clio naar het bedrijf.
De getuigenverklaring van [naam medeverdachte], afgelegd tijdens de zitting van 29 september 2026, bevat het volgende:
Het plan om te stelen kwam op toen we bij [naam 2] in zijn appartement in Luik waren. [verdachte] was daar ook, maar hij was niet aan het luisteren. We hebben tegen hem gezegd dat het om een transactie ging. [verdachte] moest twee keer op en neer rijden naar Noorbeek. We hebben tegen [verdachte] gezegd dat hij de auto achter die van [slachtoffer] moest zetten. [naam 2] en ik hebben alles gedaan.
U vraagt mij waarom [naam 2] en ik uit de auto gingen rond half 6 ‘s ochtends. We hebben gekeken hoe alles was. We hebben naar de straat gekeken om te zien via welke weg [slachtoffer] naar buiten zou komen.
U vraagt mij waar het wapen lag. Het was een plastic doos. [naam 2] wilde het doen zoals hij het wilde. Hij wilde [slachtoffer] bedreigen.
U vraagt mij waarom ik doorging toen het plan veranderde. We hadden geen tijd meer. Het klopt dat we het plan hadden kunnen afblazen. Ik weet niet waarom ik dat niet heb gedaan. Ik heb niet gecontroleerd of er kogels in zaten. Ik had vertrouwen in hem. U wijst mij erop dat ik weg had kunnen lopen. Dat is wat ik had moeten doen.
U vraagt mij welke tas ik heb gepakt. De zwarte. Toen ik hem pakte, heb ik even gekeken. Het waren veel spullen. Ik heb de tas naar de auto gebracht en in de auto zag ik niks. Ik heb de tas weggegooid.
De verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 29 september 2026, bevat het volgende:
Toen we vanuit Rotterdam naar het appartement in Luik gingen, zeiden ze dat er sprake was van een transactie en dat die niet die avond zou plaatsvinden, maar een dag later.
Het klopt dat ik met [naam medeverdachte] na middernacht in Noorbeek ben gaan kijken. Hij heeft aan mij gevraagd om in de auto van [slachtoffer] te kijken of er een tas lag. Ik heb gekeken. Nadat ik had gekeken heb ik niet met de een of de ander erover gesproken, maar ik had er wel een idee bij. Een transactie is namelijk een beetje raar als de tas in de auto zou liggen. Het klopt dat ik die nacht met [naam medeverdachte] en [naam 2] nog een keer naar Noorbeek ben gegaan. Toen [naam 2] in de auto het wapen pakte, wist ik officieel dat ze de tas met cocaïne wilden gaan stelen. [naam 2] pakte het wapen uit het plastic. Hij heeft het plastic verschoven, het wapen eruit gehaald en het plastic weer teruggezet. Het ging snel. [naam medeverdachte] en [naam 2] hebben daarna met elkaar gesproken. De woorden werden wel een beetje heet en fel. Ook die van mij. We zeiden dat we niet op de hoogte waren dat er een wapen was in de auto. [naam 2] deed wat hij wilde. Ik dacht dat er geen weg meer terug was. Ik heb niet gevraagd of het wapen geladen was, maar ik heb ze wel horen praten onder elkaar. Ik heb gehoord dat het wapen niet geladen was en dat het fictief gebruikt zou worden.
Ik ben snel naar [slachtoffer] gereden en ik heb hard geremd. Ik heb een schot gehoord. Ze zeiden dat die persoon weg was gerend. Toen zijn we vertrokken. We hebben nog wel een rondje gereden. Ze zeiden dat ik een rondje moest rijden. Dat heb ik gedaan. Ik herinner me dat onderweg een tas is weggegooid.
Bewijsoverweging
De feiten en omstandigheden
Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden af.
Op 5 februari 2025 gaat de verdachte samen met [naam 1] en [naam medeverdachte] naar Rotterdam. [slachtoffer] haalt [naam 1] en [naam medeverdachte] op bij een restaurant, waarna zij een partij cocaïne gaan bezichtigen. [naam 1] en [slachtoffer] komen overeen dat [naam 1] 3 kilo cocaïne zal kopen tegen betaling van 60.000 tot 70.000 euro. Zij komen ook overeen dat [slachtoffer] deze 3 kilo cocaïne de volgende ochtend, 6 februari, rond 08:00 uur zal leveren bij een supermarkt in Aubel in België, waarbij tevens de koopsom aan [slachtoffer] zal worden overhandigd. De verdachte is bij deze afspraak niet aanwezig. [slachtoffer] zet vervolgens [naam 1] en [naam medeverdachte] weer af in de buurt van het restaurant. [naam 1] , [naam medeverdachte] en de verdachte gaan naar het appartement van [naam 1] in Luik. [slachtoffer] vraagt om een foto van het geld te sturen. Omdat [naam 1] en [naam medeverdachte] onvoldoende geld hebben om de cocaïne te betalen, vraagt [naam medeverdachte] een andere vriend om een foto aan te leveren met geld, opdat bij [slachtoffer] de indruk wordt gewekt dat [naam 1] wel over het geld beschikt. Die foto wordt vervolgens in de snapchatgroep van [slachtoffer] , [naam 1] en [naam medeverdachte] gedeeld. Hierop stuurt [slachtoffer] een filmpje van de drugs in een witte tas waarbij [slachtoffer] per ongeluk ook zijn locatie deelt. Hierdoor weten [naam 1] en [naam medeverdachte] dat [slachtoffer] in Noorbeek verblijft. [naam medeverdachte] vraagt vervolgens aan de verdachte hem in de huurauto, een Renault Clio, naar Noorbeek te brengen. [naam medeverdachte] en de verdachte rijden ’s nachts naar Noorbeek en zien de auto van [slachtoffer] voor het Fletcher hotel aan de overzijde van de straat. [naam medeverdachte] vraagt aan de verdachte om te kijken of er een witte tas in de auto ligt. De verdachte gaat kijken en ziet geen tas in de auto liggen. Ze rijden samen weer naar Luik en bij terugkomst in het appartement vatten [naam 1] en [naam medeverdachte] het plan op om ’s ochtends de drugs van [slachtoffer] te stelen op het moment dat [slachtoffer] naar zijn auto loopt om de cocaïne naar Aubel te brengen. Zij rijden met zijn drieën naar Noorbeek en komen daar rond 05.15 uur aan. Het plan is dat zodra [slachtoffer] het hotel verlaat en naar zijn auto loopt, de verdachte met de auto naar [slachtoffer] toe rijdt, waarna [naam 1] aan de linkerkant, de bestuurderskant, van de auto uitstapt en de [naam medeverdachte] aan de rechterkant van de auto uitstapt, [naam 1] en [naam medeverdachte] vervolgens [slachtoffer] vastpakken in een “kleine greep” en zijn tas afpakken waarna [naam 1] en [naam medeverdachte] weer terug in de auto stappen. Vervolgens wachten zij op het moment dat [slachtoffer] naar buiten komt.
Ongeveer 10 tot 15 minuten voordat [slachtoffer] naar buiten komt, pakt [naam 1] een wapen vanaf het dashboard uit de auto. De verdachte en [naam medeverdachte] zien dit wapen op dat moment voor het eerst. Er ontstaat een discussie, omdat een wapen geen deel uitmaakt van het plan. [naam 1] zegt dat het wapen niet is geladen en dat hij het wapen alleen wil gebruiken om [slachtoffer] te bedreigen.
Dan verlaat [slachtoffer] om 07:57 uur het hotel en loopt naar zijn auto. De verdachte geeft gas, rijdt naar de auto van [slachtoffer] en remt hard waarna de auto links naast de auto van [slachtoffer] stil komt te staan. [naam 1] stapt links uit en [naam medeverdachte] stapt rechts uit, aan de kant van de auto van [slachtoffer] . [naam 1] richt direct na het uitstappen zijn wapen op [slachtoffer] en schiet éénmaal. [slachtoffer] wordt daarbij geraakt in zijn gezicht. [slachtoffer] probeert weg te komen en laat twee tassen vallen, een bruine en een zwarte. De witte rugzak heeft [slachtoffer] nog op zijn rug. [naam 1] probeert nog een keer te schieten, maar dat mislukt. Op de grond wordt later een niet afgeschoten patroon gevonden. [naam medeverdachte] pakt de zwarte tas en [naam 1] en [naam medeverdachte] stappen weer in de auto. In de auto blijkt dat de drugs niet in de zwarte tas zit. De verdachte rijdt met [naam 1] en [naam medeverdachte] nog een rondje op zoek naar [slachtoffer] en de drugs, die - achteraf - in de witte rugzak bleek te zitten. Zij rijden vervolgens onverrichterzake naar Luik. Korte tijd later leveren de verdachte en [naam 1] de huurauto in bij het verhuurbedrijf in Luik.
Ten aanzien van feit 1
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is hoe het handelen van de verdachte moet worden gekwalificeerd. Aan de verdachte wordt primair het medeplegen van een poging tot moord, dan wel doodslag, verweten. Subsidiair wordt hem het medeplegen van gekwalificeerde doodslag verweten. Meer subsidiair wordt hem de medeplichtigheid aan poging tot moord, dan wel doodslag, verweten. Meest subsidiair wordt hem medeplichtigheid aan poging tot gekwalificeerde doodslag verweten. Ten aanzien van feit 1 primair
Poging tot moord? De rechtbank stelt voorop dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. De rechtbank zal de verdachte dan ook partieel vrijspreken van het primaire feit ten aanzien van het medeplegen van een poging tot moord en van het meer subsidiaire feit ten aanzien van medeplichtigheid aan een poging tot moord.
Poging doodslag?
De rechtbank dient onder het primaire feit vervolgens de vraag te beantwoorden of de verdachte zich, in nauwe en bewuste samenwerking met een ander, heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag.
Vanaf korte afstand is er door een ander dan de verdachte met een vuurwapen met de armen naar voren gestrekt geschoten op [slachtoffer] . De kogel is via de voortanden van [slachtoffer] naar binnen gedrongen, heeft een breuk in de onderkaak veroorzaakt en is tot stilstand gekomen in een halsspier. Hiermee is - naar algemene ervaringsregels - in ieder geval willens en wetens de algemene kans aanvaard dat [slachtoffer] ten gevolge daarvan zou komen te overlijden. Dit betekent dat het opzet van die ander in ieder geval in voorwaardelijke zin op de dood van [slachtoffer] was gericht. Nu de dood van [slachtoffer] niet is ingetreden, maar er wel een begin van uitvoering is gegeven aan de doodslag op [slachtoffer] , is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de verweten poging daartoe.
Medeplegen?
Nu de feitelijke uitvoering verder is gegaan dan het van tevoren beraamde plan, is het de vraag of het door [naam 1] toegepaste geweld aan de verdachte verweten kan worden.
Voor medeplegen is vereist dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking gericht op het voltooien van het delict – de poging tot doodslag – waarbij de intellectuele en materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht moet zijn. Daarbij kan rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de aanwezigheid van de verdachte op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De rechtbank stelt voorop dat het voor medeplegen vereiste opzet van de verdachte op poging tot doodslag niet louter mag worden afgeleid uit de algemene ervaringsregel dat wapengebruik bij ripdeals in de lijn der verwachting ligt, maar dat uit concrete omstandigheden moet blijken dat de verdachte de aanmerkelijke kans op gebruik van het wapen met potentieel dodelijk gevolg bewust heeft aanvaard.
Uit voormelde feiten en omstandigheden blijkt dat [naam 1] en [naam medeverdachte] een plan hebben gemaakt om de cocaïne van [slachtoffer] te stelen. Het plan was om [slachtoffer] in een auto bij het hotel in Noorbeek op te wachten, vervolgens snel met de auto naar hem toe te rijden, hem in een greep vast te pakken om zo de cocaïne van hem te stelen. [naam 1] en [naam medeverdachte] hebben de verdachte gevraagd om de auto te besturen. Hoewel het dossier geen aanwijzingen bevat dat de verdachte het plan mede heeft gemaakt, was de verdachte hiervan wel op de hoogte. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat het gebruik van een vuurwapen onderdeel was van het plan.
De verdachte wist pas kort van tevoren dat [naam 1] een vuurwapen bij zich droeg. De verdachte heeft zich vervolgens niet gedistantieerd en heeft daarmee op de koop toegenomen dat [naam 1] dit wapen zou gebruiken om [slachtoffer] te bedreigen om hem tot afgifte van de drugs te dwingen. Dat de verdachte opzet op een vorm van gebruik van het vuurwapen heeft, impliceert niet noodzakelijkerwijs voorwaardelijk opzet op elke vorm van gebruik van een wapen. Gebruik van een vuurwapen kan immers vele vormen aannemen. Het dossier bevat onvoldoende aanwijzingen dat in de auto over een verdergaand gebruik van het wapen is gesproken. [naam 1] heeft vrijwel direct nadat hij uit de auto is gestapt op [slachtoffer] geschoten.De verdachte bestuurde de auto, was zelf niet bewapend en heeft geen rol vervuld bij het uitgeoefende vuurwapengeweld.
Gelet op het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat de verdachte ook bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [naam 1] het wapen zodanig zou gebruiken dat [slachtoffer] daarbij mogelijk dodelijk gewond zou raken. [naam 1] is substantieel verder gegaan dan waarop het opzet van de verdachte was gericht en het voert te ver om de verdachte daarvoor als medepleger verantwoordelijk te houden.
Eén en ander in onderling verband bezien, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een zodanig bewuste en nauwe samenwerking tussen [naam 1] en de verdachte die gericht was op het grondfeit (poging tot doodslag) om de bijdrage van de verdachte aan te kunnen merken als medeplegen. Zijn gedragingen vormden geen wezenlijke bijdrage voor de verwezenlijking van de poging tot doodslag. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het medeplegen van poging tot doodslag (zoals onder het primaire feit).
Ten aanzien van feit 1 subsidiair
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of er sprake is van het medeplegen van een poging tot gekwalificeerde doodslag door de verdachte, zoals aan hem verweten wordt onder het subsidiaire feit. De overwegingen van de rechtbank, zoals hiervoor ten aanzien van het medeplegen van het primaire feit, gelden onverkort voor het subsidiaire feit. Dat betekent dat ook ten aanzien van het subsidiaire feit niet kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 1] en de verdachte, gericht op het grondfeit. De verdachte zal om deze reden ook worden vrijgesproken van feit 1 subsidiair.
Ten aanzien van de feiten 1 meer subsidiair en 1 meest subsidiair
Medeplichtigheid poging doodslag en/of medeplichtigheid poging gekwalificeerde doodslag?
Vervolgens dient de vraag te worden beoordeeld of de handelingen van de verdachte maken dat hij medeplichtig is geweest aan de gepleegde poging tot doodslag (het meer subsidiaire feit).
Uit de hiervoor omschreven feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat het opzet van de verdachte gericht is geweest op het behulpzaam zijn bij het plegen van een ripdeal. Ook was het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte gericht op het gebruik van (licht) geweld en het bedreigen met geweld (met een vuurwapen). Weliswaar was het (voorwaardelijk) opzet niet gericht op het medeplegen van een poging tot doodslag, maar door de medeverdachten met de huurauto naar de plaats van het misdrijf te brengen en van de plaats van het misdrijf weg te voeren was hij behulpzaam bij de poging tot doodslag van een ander op [slachtoffer] . Er bestaat voldoende verband met het gronddelict, omdat het gebruik van een vuurwapen bij een ripdeal dodelijke gevolgen kan hebben. Dat betekent dat kan worden gekomen tot bewezenverklaring van feit 1 meer subsidiair, te weten medeplichtigheid aan het plegen van een poging tot doodslag.
Van het tenlastegelegde onderdeel dat ziet op het met medeverdachten een afspraak maken met [slachtoffer] voor een drugstransactie, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken, omdat de verdachte niet bij de afspraak met [slachtoffer] aanwezig is geweest. Van het tenlastegelegde onderdeel dat ziet op het met medeverdachten een plan maken om de drugs van [slachtoffer] te stelen zal de rechtbank de verdachte eveneens vrijspreken, omdat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat de verdachte bij het maken van dat plan actief betrokken is geweest.
Specialis De rechtbank constateert dat feit 1 meest subsidiair (medeplichtigheid aan een poging tot gekwalificeerde doodslag) een specialis is van feit 1 meer subsidiair (medeplichtigheid aan een poging tot doodslag), zodat de rechtbank ook toekomt aan beoordeling van feit 1 meest subsidiair. De rechtbank is van oordeel dat er op basis van het bewijsmiddelenoverzicht voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de poging tot doodslag is gepleegd ten dienste van de diefstal met geweld. Het schieten op [slachtoffer] was gericht op de voltooiing van de diefstal van de drugs. Op grond van het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat er eveneens kan worden gekomen tot bewezenverklaring van feit 1 meest subsidiair, te weten medeplichtigheid aan het plegen van een gekwalificeerde poging tot doodslag.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank zowel medeplichtigheid aan een poging tot doodslag (feit 1 meer subsidiair) als medeplichtigheid aan een poging tot gekwalificeerde doodslag bewezen (feit 1 meest subsidiair). Dit heeft overigens wel gevolgen voor de kwalificatie zoals hierna onder 4. vermeld.
Ten aanzien van feit 2 primair
Aan de verdachte is onder het tweede feit primair het medeplegen van de poging tot diefstal met geweld ten laste gelegd.[naam medeverdachte] heeft nadat er op [slachtoffer] was geschoten, één van de tassen weggenomen. Achteraf bleek dat de drugs niet in de door de verdachte(n) meegenomen tas(sen) zaten, maar in de rugzak waarmee [slachtoffer] is weggerend. Dat brengt mee dat sprake is van een poging tot diefstal. Het dossier bevat geen aanknopingspunten dat de verdachte een intellectuele bijdrage aan deze poging tot diefstal met geweld heeft geleverd. Met betrekking tot de materiële bijdrage van de verdachte overweegt de rechtbank als volgt. De verdachte heeft [naam medeverdachte] met de huurauto naar Noorbeek gebracht en heeft gekeken of er in de auto van [slachtoffer] een tas lag. De verdachte heeft vervolgens de medeverdachten met de huurauto naar Noorbeek gebracht. Toen [slachtoffer] het hotel verliet en naar zijn auto liep, heeft de verdachte gas gegeven, is hij naar de auto van [slachtoffer] gereden en heeft hij hard geremd waarna de huurauto naast de auto van [slachtoffer] stil kwam te staan. Nadat er op [slachtoffer] was geschoten en bleek dat de drugs niet in de door de medeverdachte(n) meegenomen tas(sen) zaten, heeft hij met de medeverdachten nog een rondje gereden op zoek naar [slachtoffer] en de drugs. Vervolgens heeft hij de medeverdachten weer naar Luik gebracht en heeft hij met [naam medeverdachte] de huurauto teruggebracht naar het verhuurbedrijf. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze materiële bijdrage van onvoldoende gewicht is om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking welke vereist is voor medeplegen. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van feit 2 primair.
Ten aanzien van feit 2 subsidiair Aan de verdachte is onder het tweede feit subsidiair medeplichtigheid aan de poging tot diefstal in vereniging ten laste gelegd.
Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte zowel opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn als (voorwaardelijk) opzet op de diefstal met geweld in vereniging waarbij het bij een poging is gebleven. Gelet hierop acht de rechtbank medeplichtigheid aan het plegen van een poging tot diefstal met geweld in vereniging bewezen.
Van de tenlastegelegde onderdelen die zien op het met medeverdachten een afspraak maken met [slachtoffer] voor een drugstransactie en het met medeverdachten een plan maken om de drugs van [slachtoffer] te stelen zal de rechtbank de verdachte vrijspreken. De rechtbank verwijst naar hetgeen hierover hiervoor is overwogen. Ook is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat dat de verdachte of een van de medeverdachten verantwoordelijk is voor het leksteken van de autoband, zodat de rechtbank de verdachte ook daarvan zal vrijspreken. Samenloop
Feit 1 en feit 2 laten zich kwalificeren als in eendaadse samenloop begane feiten. De gedragingen leveren een in zodanige mate samenhangend feitencomplex op, dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
t.a.v. feit 1 meer subsidiair: op 6 februari 2025, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, ter uitvoering van het door zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- met medeverdachten naar Rotterdam te gaan en
- ( vervolgens) met de medeverdachten naar Luik te gaan en
- de medeverdachten met de huurauto (Renault Clio) naar de plaats van het misdrijf te brengen en van de plaats van het misdrijf weg te voeren en
- ( vervolgens) met medeverdachte de huurauto (Renault Clio) terug te brengen naar het verhuurbedrijf;
t.a.v. feit 1 meest subsidiair:
op 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, ter uitvoering van het door zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld van enig strafbaar feit, te weten poging diefstal met geweld in vereniging, en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest, door:
- met medeverdachten naar Rotterdam te gaan en
- ( vervolgens) met de medeverdachten naar Luik te gaan en
- de medeverdachten met de huurauto (Renault Clio) naar de plaats van het misdrijf te brengen en van de plaats van het misdrijf weg te voeren, en
- ( vervolgens) met medeverdachte de huurauto (Renault Clio) terug te brengen naar het verhuurbedrijf;
t.a.v. feit 2 subsidiair:
op 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door zijn mededaders voorgenomen misdrijf om harddrugs, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een vuurwapen in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest, door:
- met medeverdachten naar Rotterdam te gaan en
- ( vervolgens) met de medeverdachten naar Luik te gaan en
- de medeverdachten met de huurauto (Renault Clio) naar de plaats van het misdrijf te brengen en van de plaats van het misdrijf weg te voeren, en
- ( vervolgens) met medeverdachte de huurauto (Renault Clio) terug te brengen naar het verhuurbedrijf.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van de feiten en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Doordat artikel 288 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), oftewel gekwalificeerde doodslag, een specialis vormt ten opzichte van artikel 287 Sr, oftewel doodslag, is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 55, tweede lid, Sr. Dit heeft gevolgen voor de kwalificatie. De rechtbank concludeert op grond van het bovenstaande dat krachtens artikel 55 lid 2 Sr de onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde handeling van de verdachte niet kan worden gekwalificeerd. Dit betekent dat de verdachte ten aanzien van feit 1 meer subsidiair dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
De eendaadse samenloop van:
medeplichtigheid aan poging tot doodslag, gevolgd en vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
en
medeplichtigheid aan poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 10 jaren. Bij de bepaling van de strafeis heeft de officier van justitie in het bijzonder rekening gehouden met de ernst van de feiten en de gevolgen die dit voor [slachtoffer] heeft gehad.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gewezen op het feit dat er in het geval van een veroordeling voor feit 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop. Het strafblad van de verdachte in Frankrijk gaat, anders dan de officier van justitie stelt, niet over feiten die betrekking hebben op harddrugs. Voorts heeft de verdediging bepleit dat de verdachte verzeild is geraakt in een situatie die hij op voorhand absoluut nooit heeft gewild. Met zijn beperkte rol dient rekening gehouden te worden bij het bepalen van de strafmaat.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard en op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijk strafmaximum en de straffen die voor vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte is medeplichtig aan een poging tot gekwalificeerde doodslag en aam een poging tot diefstal met geweld in vereniging. Deze feiten zijn voortgekomen uit het plan van de medeverdachten om [slachtoffer] te beroven van een partij cocaïne, omdat zij geen geld hadden om de drugs van [slachtoffer] te kopen. Op enig moment zijn de plannen met de verdachte gedeeld en was zijn taak ook voor hem duidelijk. De verdachte is eerst samen met [naam medeverdachte] naar Noorbeek gereden. Daarna heeft de verdachte de medeverdachten vervoerd naar Noorbeek en hebben zij geruime tijd gewacht tot [slachtoffer] naar buiten kwam. [naam 1] heeft zonder overleg direct een vuurwapen op [slachtoffer] gericht en een schot in de richting van zijn hoofd afgevuurd.
De kogel heeft de voortanden van [slachtoffer] geraakt en is uiteindelijk in de onderkaak terechtgekomen en operatief verwijderd. Het letsel dat hierbij is veroorzaakt aan de tanden en de kaak van het slachtoffer is aanzienlijk te noemen. Uit de toelichting op de vordering benadeelde partij welke namens [slachtoffer] is ingediend, volgt dat er ruim anderhalf jaar na het incident nog medische ingrepen dienen plaats te vinden. [slachtoffer] mag van geluk spreken dat hij nog leeft. De uit de hand gelopen ripdeal had veel slechter kunnen aflopen.
Drugsgerelateerd geweld heeft een forse impact op de samenleving en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Ook in Noorbeek zal een ripdeal waarbij op een doordeweekse dag rond 08:00 uur ’s ochtends wordt geschoten tot gevoelens van angst hebben geleid bij omwonenden. Toevallig passerende buurtbewoners hadden door de kogel geraakt kunnen worden.
De rechtbank houdt rekening met het feit dat het gebruik van het vuurwapen niet besloten lag in het plan dat de medeverdachten hadden gemaakt. Het is [naam 1] geweest die te ver is gegaan en met het vuurwapen gericht heeft geschoten op [slachtoffer] . Dit heeft een strafmatigend effect.
De verdachte heeft echter wel een ondersteunende rol gespeeld bij de ripdeal. Hij heeft zich op geen enkel moment van het plan van de medeverdachten gedistantieerd. Niet toen hem duidelijk werd dat zij van plan waren om de drugs te stelen, niet tijdens de ruim tweeënhalf uur dat zij in Noorbeek hebben gewacht en ook niet toen bleek dat [naam 1] een vuurwapen bij zich had dat hij wilde gebruiken om [slachtoffer] te bedreigen. Sterker nog: de verdachte heeft de diefstal met geweld gefaciliteerd door als bestuurder de huurauto naast de auto van [slachtoffer] te zetten. Nadat [naam 1] een schot loste en [slachtoffer] wist te ontkomen, stapte de medeverdachten weer bij hem in de auto en gingen ze nog korte tijd op zoek naar [slachtoffer] . Dat verdachte na het incident met zijn medeverdachten naar het slachtoffer heeft gezocht, in de wetenschap dat [naam 1] nog altijd een wapen bij zich droeg, is onheilspellend. Dit alles neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.
De rechtbank zal rekening houden in de strafoplegging dat er sprake is van eendaadse samenloop.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie en het ECRIS-uittreksel van 26 februari 2026, waaruit volgt dat de verdachte in Nederland niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld, maar in Frankrijk wel is veroordeeld voor drugsgerelateerde feiten.
De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.
De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.
7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 58.059,59, te vermeerderen met de wettelijke rente, bestaande uit:- materiële schade: kleding: € 252,00 eigen risico zorgverzekering: € 375,00 implantaten: € 2.362,59 stuk gestoken autoband: € 100,00- immateriële schade: € 55.000,00
De benadeelde partij zoekt voor wat betreft de post “immateriële schade” aansluiting bij 9.1. f. II (verlies of ernstige beschadiging meerdere voortanden), 9.1.e.II (complexe kaakbreuk met blijvende gevolgen), 14.1.b (ernstig geestelijk letsel) van de Rotterdamse Schaal.
De benadeelde partij verzoekt tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor wat betreft de gevorderde post “stuk gestoken autoband”, omdat uit het dossier niet volgt dat de verdachten verantwoordelijk zijn voor het lek steken van de autoband en de post bovendien onvoldoende is onderbouwd. De officier van justitie stelt zich voorts op het standpunt dat de vordering voor het overige (inclusief de wettelijke rente) kan worden toegewezen. Hij vordert eveneens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij voor wat betreft de post “kleding” niet ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard, omdat deze post onvoldoende is onderbouwd. Voor het geval de rechtbank gebruik maakt van haar schattingsbevoegdheid, refereert de verdediging zich voor wat betreft de hoogte aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging refereert zich voor wat betreft de post “eigen bijdrage zorgverzekering” aan het oordeel van de rechtbank.
De verdediging stelt zich verder op het standpunt dat de benadeelde partij voor wat betreft de post “implantaten” niet ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard, omdat het toekomstige kosten zijn.
Ook voor wat betreft de post “vervanging stuk gestoken autoband” dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard, omdat de schade geen rechtstreekse schade is en de schade bovendien niet is onderbouwd.
De verdediging voert voorts verweer tegen de gevorderde immateriële schade. De verdediging gaat uit van € 6.000,00 vanwege het verlies van twee voortanden. De verdediging stelt zich op het standpunt dat voor wat betreft de kaakbreuk aansluiting dient te worden gezocht bij 9.1.e.III (eenvoudige kaakbreuk) van de Rotterdamse Schaal, omdat niet is gebleken van een complexe kaakbreuk met blijvende gevolgen. Voor zover de gevorderde immateriële schade is gebaseerd op de grondslag “aantasting van de persoon op andere wijze” stelt de verdediging zich op het standpunt dat niet is gebleken van geestelijk letsel en evenmin is onderbouwd welke concrete gevolgen de verdachte van de normschending heeft ondervonden. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat de aard en de ernst van de normschending van zodanig gewicht zijn en de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat een aantasting van de persoon zonder meer kan worden aangenomen, stelt de verdediging zich op het standpunt dat aansluiting dient te worden gezocht bij 14.1.c (middelzwaar geestelijk letsel) van de Rotterdamse Schaal.
Het oordeel van de rechtbank
Voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Dat de verdachte niet degene is geweest die heeft geschoten doet daaraan niet af.
Materiële schade Kleding Als niet betwist staat vast dat de kleding van de benadeelde partij door de schotverwonding volledig bebloed is geraakt en in het ziekenhuis is weggegooid. Hoewel benadeelde partij de hoogte van de schade niet nader heeft onderbouwd, komt het gevorderde bedrag mede gelet op de in het strafdossier door de benadeelde partij gegeven beschrijving van zijn kleding, de rechtbank redelijk voor. De rechtbank zal deze post van € 252,00 dan ook toewijzen.
Eigen risico Uit de door de benadeelde partij overgelegde brief van de zorgverzekeraar blijkt dat het eigen risico in 2026 is gerealiseerd vanwege de schotverwonding. De rechtbank zal deze post van € 375,00 dan ook toewijzen. Begroting implantaat De benadeelde partij is door het schietincident twee voortanden kwijtgeraakt. Uit de door de benadeelde partij overgelegde kostenbegroting van het ziekenhuis blijkt dat de kosten voor het aanbrengen van twee implantaten - ter vervanging van deze twee voortanden - worden begroot op € 2.362,59. Daarmee heeft de benadeelde partij deze post voldoende onderbouwd. Dat de implantaten nog niet daadwerkelijk zijn aangebracht doet daaraan niet af, temeer nog de benadeelde partij hiervoor een verklaring heeft gegeven. De rechtbank zal deze post dan ook toewijzen.
Stuk gestoken band Alleen schade die rechtstreeks is geleden door het bewezen verklaarde feit, komt voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van deze post is geen sprake van rechtstreekse schade.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit deel van de vordering dan niet-ontvankelijk verklaren. Immateriële schadeOp grond van art. 6:106 sub b BW bestaat recht op vergoeding van immateriële schade als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij is gebaseerd op zowel de eerste als de laatste grondslag. Voor wat betreft de eerste grondslag (lichamelijk letsel) stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zoals hiervoor is overwogen is hij door het schietincident twee voortanden kwijtgeraakt. Ook is zijn kaak beschadigd geraakt, omdat een deel van de kogel in zijn kaak terecht is gekomen en deze operatief is verwijderd. Voor wat betreft de laatste grondslag (aantasting in de persoon “op andere wijze”) overweegt de rechtbank als volgt. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Er zijn geen stukken overgelegd waaruit objectief kan worden vastgesteld dat sprake is van geestelijk letsel. De door de benadeelde partij overgelegde verwijzing naar Parnassia Groep is hiervoor onvoldoende. Gelet op de aard en ernst van de normschending ligt het wel voor de hand dat dit psychische schade kan aanrichten. Gelet op de inhoud van het schadevergoedingsformulier en bijlagen, de schriftelijke slachtofferverklaring en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij de ernst van de gevolgen voldoende onderbouwd.
Op basis van de onderbouwing van de immateriële schade en hetgeen namens de benadeelde partij tijdens de zitting naar voren is gebracht, zal de rechtbank een bedrag van € 17.000,00 euro toewijzen. Voor het meer gevorderde is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden onvoldoende zijn onderbouwd. De rechtbank merkt in dit verband op dat de benadeelde partij aansluiting heeft gezocht bij categorie 9.1.f II, 9.1.e.II en 14.1.b van de Rotterdamse schaal, maar de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd dat - naast het verlies van twee voortanden - nog andere tanden verloren of beschadigd zijn geraakt, dat het kaakletsel ook blijvende gevolgen heeft en dat er sprake is van ernstig geestelijk letsel. Verder onderzoek hiernaar levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde voor dat deel niet-ontvankelijk in de vordering wordt verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Conclusie Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een bedrag van € 19.989,59 toewijzen.
De wettelijke rente over dit bedrag wordt eveneens toegewezen en wel met ingang van 6 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening.
Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken.
De rechtbank zal, om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en gijzeling opleggen.
Omdat de medeverdachte [verdachte] is veroordeeld voor medeplichtigheid aan poging tot gekwalificeerde doodslag en medeplichtigheid aan poging tot diefstal met geweld, zijn zij samen aansprakelijk voor de toe te kennen schadevergoeding (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk).
Hetzelfde geldt voor de toe te wijzen proceskosten. Dat de verdachte met betrekking tot de poging tot diefstal met geweld een kleinere rol heeft gehad dan [naam medeverdachte] , doet hieraan niet af.
Voor zover de één een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de ander dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 48, 49, 55, 288 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de onder feit 1 primair en subsidiair en onder feit 2 primair ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Groot, voorzitter, mr. C.P.W. van Well en mr. N.D. Geraads, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.E.M. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 oktober 2026.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
t.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 6 februari 2025, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen, althans met een wapen, meermalen, althans eenmaal in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschoten en/of in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen, althans met een wapen, meermalen, althans eenmaal in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschoten en/of in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten poging diefstal met geweld in vereniging, en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 februari 2025, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen, althans met een wapen, meermalen, althans eenmaal in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschoten en/of in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
- met medeverdachten naar Rotterdam te gaan en/of
- ( daarbij) met medeverdachte(n) een afspraak te maken met die [slachtoffer] voor een drugstransactie en/of
- ( vervolgens) met de medeverdachten naar Luik te gaan en/of
- ( daarbij met medeverdachte(n) een plan te maken om de drugs van die [slachtoffer] te stelen en/of
- ( vervolgens) de medeverdachten met de huurauto (Renault Clio) naar de plaats van het misdrijf te brengen en/of van de plaats van het misdrijf weg te voeren, althans te vervoeren en/of
- ( vervolgens) met medeverdachte(n) de huurauto (Renault Clio) terug te brengen naar het verhuurbedrijf;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen, althans met een wapen, meermalen, althans eenmaal in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschoten en/of in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten poging diefstal met geweld in vereniging, en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 februari 2025 te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
- met medeverdachten naar Rotterdam te gaan en/of
- ( daarbij) met medeverdachte(n) een afspraak te maken met die [slachtoffer] voor een drugstransactie en/of
- ( vervolgens) met de medeverdachten naar Luik te gaan en/of
- ( daarbij met medeverdachte(n) een plan te maken om de drugs van die [slachtoffer] te stelen en/of
- ( vervolgens) de medeverdachten met de huurauto (Renault Clio) naar de plaats van het misdrijf te brengen en/of van de plaats van het misdrijf weg te voeren, althans te vervoeren en/of
- ( vervolgens) met medeverdachte(n) de huurauto (Renault Clio) terug te brengen naar het verhuurbedrijf;
t.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 6 februari 2025, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om harddrugs en/of goederen van hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, een autoband van een personenvoertuig toebehorende aan die [slachtoffer] heeft leeggestoken en/of naar die [slachtoffer] zijn gelopen en een wapen hebben getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een vuurwapen, althans met een wapen, meermalen, althans eenmaal in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschoten en/of in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 februari 2025, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om harddrugs en/of goederen van hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, een autoband van een personenvoertuig toebehorende aan die [slachtoffer] heeft leeggestoken en/of naar die [slachtoffer] zijn gelopen en een wapen hebben getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een vuurwapen, althans met een wapen, meermalen, althans eenmaal in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschoten en/of in de kaak van die [slachtoffer] heeft geschoten; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 februari 2025, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
- met medeverdachten naar Rotterdam te gaan en/of
- ( daarbij) met medeverdachte(n) een afspraak te maken met die [slachtoffer] voor een drugstransactie en/of
- ( vervolgens) met de medeverdachten naar Luik te gaan en/of
- ( daarbij met medeverdachte(n) een plan te maken om de drugs van die [slachtoffer] te stelen en/of
- ( vervolgens) de medeverdachten met de huurauto (Renault Clio) naar de plaats van het misdrijf te brengen en/of van de plaats van het misdrijf weg te voeren, althans te vervoeren en/of
- ( vervolgens) met medeverdachte(n) de huurauto (Renault Clio) terug te brengen naar het verhuurbedrijf.