RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond en Maastricht
Strafrecht
Parketnummers: 03.204496.24 (hoofdzaak), 03.017667.23, 03.042584.25, 03.199092.24, 03.201053.24, 03.201599.24, 03.202123.24, 03.042035.25, 03.102023.25, 03.174379.25 (alle ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1987,
ingeschreven op het adres: [adres 1] ,
gedetineerd in [P.I.] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 2 december 2025 in zittingsplaats Roermond en 21 januari 2026 in zittingsplaats Maastricht. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] is niemand verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
2. De tenlastelegging
De tenlasteleggingen zijn opgenomen in de aan dit vonnis gehechte bijlage.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
In de zaak 03.017667.23
in de periode van 5 januari 2023 tot en met 8 januari 2023 in Sittard samen met een (of meer) ander(en) heeft ingebroken in een tuinschuur en daarbij diverse goederen heeft weggenomen;
In de zaak 03.042584.25
op 8 juni 2024 bij [supermarkt 1] in Geleen vlees en/of koffie heeft gestolen;
In de zaak 03.199092.24
op 18 juni 2024 een televisie van [naam 1] heeft vernield, beschadigd dan wel onbruikbaar heeft gemaakt;
In de zaak 03.201053.24
op 19 juni 2024 een toegangsdeur van [naam 1] heeft vernield, beschadigd dan wel onbruikbaar heeft gemaakt;
In de zaak 03.201599.24
op 20 juni 2024 een besloten lokaal, te weten [naam 1] Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen;
In de zaak 03.202123.24
Feit 1: op 21 juni 2024 [naam 2] heeft bedreigd met de dood;
Feit 2: op 21 juni 2024 een besloten lokaal, te weten [naam 1] Geleen, wederrechtelijk is binnengedrongen;
In de zaak 03.204496.24
Feit 1: op 24 juni 2024 [naam 3] heeft bedreigd met de dood;
Feit 2: omstreeks 23 juni 2024 en/of 24 juni 2024 heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing door zich meermaals, dan wel eenmaal te bevinden op de [adres 2] ( [naam 1] Geleen);
Feit 3: op 25 juni 2024 een politiecel heeft vernield, beschadigd dan wel onbruikbaar heeft gemaakt;
In de zaak 03.042035.25
op 27 november 2024 bij [supermarkt 2] in Sittard koffie heeft gestolen;
In de zaak 03.102023.25
Feit 1: op 6 maart 2025 bij [supermarkt 3] Sittard-Stadion koffie heeft gestolen;
Feit 2: op 11 februari 2025 bij [supermarkt 3] Sittard-Stadion vleeswaren heeft gestolen;
Feit 3: op 3 maart 2025 bij [supermarkt 3] Sittard-Stadion koffie heeft gestolen;
In de zaak 03.174379.25
op 6 juni 2025 bij de [supermarkt 3] in Sittard levensmiddelen heeft gestolen.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten, met uitzondering van de diefstal onder 2 in de zaak met parketnummer 03.102023.25. Daartoe heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de datum van de camerabeelden die worden beschreven in het proces-verbaal van bevindingen van 27 februari 2025 niet overeenkomt met de datum van de tenlastegelegde diefstal en dit proces-verbaal daarom niet als steunbewijs voor de aangifte kan dienen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 2 in de zaak met parketnummer 03.102023.25 (diefstal), het feit in de zaak met parketnummer 03.201599.24 en feit 2 in de zaak met parketnummer 03.202123.24 (lokaalvredebreuken) en feit 2 in de zaak met parketnummer 03.204496.24 (schenden gedragsaanwijzing). Ter zake van de diefstal heeft de raadsman zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. Ter zake van de lokaalvredebreuken en het schenden van de gedragsaanwijzing heeft hij aangevoerd dat de verdachte het besloten lokaal niet is binnengedrongen en zich niet op het terrein heeft begeven, omdat hij op alle drie de momenten enkel voor de deur heeft gestaan. Ter zake van de overige feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Woninginbraak (in de zaak 03.017667.23)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 5 januari 2023 tot en met 8 januari 2023 tezamen en in vereniging met anderen heeft ingebroken in een woning in Sittard en daar meerdere goederen heeft gestolen. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), omdat de verdachte het feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] van 9 januari 2023;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting.
Diefstal (in de zaak 03.042584.25)
De rechtbank stelt op basis van de hiernavolgende bewijsmiddelen vast dat de diefstal bij de [supermarkt 1] te Geleen op 8 juni 2024 door de verdachte is begaan.
Bewijsmiddelen
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 15] namens [supermarkt 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 8 juni 2024 kwam een man met winterjas twee keer de winkel in met dezelfde vraag. Hij gedroeg zich raar. Wij hebben toen de camerabeelden terug gekeken en toen bleek dat hij koffie en dure stukken vlees in zijn winterjas had gestoken zonder te betalen. Toen de man voor de derde keer de winkel in kwam, ben ik meteen live naar de camerabeelden gaan kijken en heb ik gezien hoe hij opnieuw stukken vlees in zijn jas stak.
Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant, heb de beelden bekeken en beschreven van de winkeldiefstal die plaatsvond op 8 juni 2024 in het filiaal van [supermarkt 2] gelegen in Geleen.
IMG_0.MOV: Ik zag dat NN vier pakken koffie van het merk Douwe Egberts in zijn jas
stopte.
IMG_0 (1).MOV: Ik zag dat NN een goed in zijn rechterjaszak stopte.
IMG_0 (4).MOV: Ik zag NN vanuit links in beeld, langs de kassa naar boven uit beeld lopen. Op geen enkel moment in de videobestanden zag ik NN de uit de schappen gehaalde goederen ter betaling aanbieden of terugleggen in de schappen.
Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant, ben belast met het onderzoek omtrent de winkeldiefstal gepleegd op 8 juni 2024 in de [supermarkt 2] in Geleen en zag dat er reeds beelden van de diefstal veiliggesteld en ter beschikking gesteld waren aan de politie. Ik bekeek de bewegende beelden en herkende de verdachte direct als [verdachte] . Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden binnen de incidentenafhandeling van het bewakingsgebied Westelijke Mijnstreek. De laatste keer dat ik hem zag was in de maand juni 2024. Dit contact duurde toen ongeveer één uur. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Ik herken de verdachte aan zijn gezichtsvorm, huidskleur, leeftijd, haardracht. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: de stand van de neus, de dunne lippen. Blanke man. Ongeveer 35 jaar oud. Blond halflang haar.
Vernieling televisie (in de zaak 03.199092.24)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 18 juni 2024 in Geleen een televisie van [naam 1] heeft vernield. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] van 11 juli 2024;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting.
Beschadiging toegangsdeur (in de zaak 03.201053.24)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 19 juni 2024 in Geleen een toegangsdeur van [naam 1] heeft beschadigd. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 6] namens [naam 1] Geleen van 20 juni 2024;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 juni 2024.
Lokaalvredebreuk (in de zaak 03.201599.24)
Vrijspraak
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van lokaalvredebreuk op 20 juni 2024. De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van lokaalvredebreuk zoals in deze zaak ten laste gelegd, sprake moet zijn van het daadwerkelijk binnendringen van het besloten lokaal. De delictsomschrijving waarop de tenlastelegging is gebaseerd bevat verder ook het bestanddeel ‘erf’, maar de steller van de tenlastelegging heeft alleen het besloten lokaal vermeld. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet is komen vast te staan dat de verdachte het besloten lokaal is binnengedrongen, omdat uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat de verdachte slechts voor het pand van [naam 1] stond. Dit betekent dat het tenlastegelegde niet kan worden bewezen en dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Bedreiging (feit 1 in de zaak 03.202123.24)
De rechtbank stelt op basis van de hiernavolgende bewijsmiddelen vast dat de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht op 21 juni 2024 in Geleen door de verdachte is begaan.
Bewijsmiddelen
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 21 juni 2024 was ik aan het werk bij [naam 1] in Geleen. De deurbel ging af via mijn telefoon en ik zag via de camera's dat [verdachte] voor de deur stond. Ik nam de telefoon op en ik legde [verdachte] uit dat hij hier een locatieverbod heeft en verzocht hem weg te gaan. Ik zag dat [verdachte] recht in de camera keek en hoorde dat hij zei dat hij een pistool had en dat ik de deur moest openmaken anders schoot hij iedereen kapot. Tevens riep hij dat hij van de Satudarah was en dat hij mensen had vermoord. Ik ben al sinds een
half jaar [verdachte] zijn persoonlijke begeleider. (..) Ik voel me dusdanig onveilig dat ik niet naar buiten durf wanneer [verdachte] voor de deur staat. Wanneer ik naar huis moet kijk ik eerst op de camera's of hij niet in de buurt staat.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik was gisteravond, 21 juni 2024, aan het werk bij [naam 1] als leerling maatschappelijke zorg. Gisteravond kwam de heer [verdachte] op onze locatie en heeft hij bij de deur aangebeld. Mijn collega communiceerde vervolgens met [verdachte] via beeldbellen. Ik stond er naast. Mijn collega zei netjes tegen [verdachte] dat hij moest vertrekken omdat dat hij een locatieverbod had. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij lid was van Satudarah en dat hij 17 mensen had vermoord en dat hij een wapen bij zich had. (..) Ik hoorde dat [verdachte] zei dat als de deur niet open zou gaan dat hij iedereen overhoop zou schieten.
Lokaalvredebreuk (feit 2 in de zaak 03.202123.24)
Vrijspraak
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van lokaalvredebreuk op 21 juni 2024. De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van lokaalvredebreuk zoals in deze zaak ten laste gelegd, sprake moet zijn van het daadwerkelijk binnendringen van het besloten lokaal. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet is komen vast te staan dat de verdachte het besloten lokaal is binnengedrongen, omdat uit de aangifte van [naam 2] en de getuigenverklaring van [naam 7] blijkt dat de verdachte slechts voor de deur van [naam 1] stond en niet naar binnen is gegaan. Dit betekent dat het tenlastegelegde niet kan worden bewezen en dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Bedreiging (feit 1 in de zaak 03.204496.24)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 24 juni 2024 in Geleen [naam 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] van 24 juni 2024;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 24 juni 2024.
Handelen in strijd met gedragsaanwijzing (feit 2 in de zaak 03.204496.24)
Vrijspraak
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het schenden van de gedragsaanwijzing op 23 en/of 24 juni 2024. De gedragsaanwijzing betreft een gebiedsverbod op het terrein van [naam 1] op de [adres 2] in Geleen. Uit de getuigenverklaringen van [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] blijkt dat de verdachte op zowel 23 en 24 juni 2024 voor de deur, dan wel bij de poort van [naam 1] heeft gestaan. Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van het dossier niet vast te stellen dat dit tevens het terrein van [naam 1] betreft. Dit betekent dat het tenlastegelegde niet kan worden bewezen en dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Onbruikbaar maken politiecel (feit 3 in de zaak 03.204496.24)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 25 juni 2024 in Maastricht een politiecel op dergelijke wijze heeft bevuild dat hij deze onbruikbaar heeft gemaakt. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 11] van 25 juni 2024;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 juni 2024.
Diefstal (in de zaak 03.042035.25)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 27 november 2024 in Sittard koffie heeft gestolen bij de [supermarkt 2] . De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 12] van 28 november 2024;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 februari 2025.
Diefstal (feit 1 in de zaak 03.102023.25)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 6 maart 2025 in Sittard koffie heeft gestolen bij [supermarkt 3] Sittard-Stadion in Sittard. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 13] van 7 maart 2025;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 maart 2025.
Diefstal (feit 2 in de zaak 03.102023.25)
Vrijspraak
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op grond van de stukken in het procesdossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal op 11 februari 2025. De camerabeelden die worden beschreven in het proces-verbaal van bevindingen van 27 februari 2025, zijn van een andere datum dan de datum waarop de diefstal zoals ten laste gelegd zou hebben plaatsgevonden, en kunnen dus niet als steunbewijs dienen voor de aangifte van [naam 13] namens [supermarkt 3] Sittard-Stadion.
Diefstal (feit 3 in de zaak 03.102023.25)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 3 maart 2025 in Sittard koffie heeft gestolen bij [supermarkt 3] Sittard-Stadion in Sittard. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 13] van 4 maart 2025;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 maart 2025.
Diefstal (in de zaak 03.174379.25)
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 6 juli 2025 in Sittard levensmiddelen heeft gestolen bij de [supermarkt 3] in Sittard. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin Sv, omdat de verdachte het feit bij de politie duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 14] van 6 juni 2025;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 juni 2025.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
In de zaak 03.017667.23:
in de periode van 5 januari 2023 tot en met 8 januari 2023 in de gemeente Sittard-Geleen tezamen en in vereniging met anderen, een klopboormachine, een decoupeerzaag, een computer, een beeldscherm en kisten, die aan [naam 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
In de zaak 03.042584.25:
op 8 juni 2024 te Geleen vlees en koffie, die aan [supermarkt 1] Markt toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;
In de zaak 03.199092.24:
op 18 juni 2024 te Geleen opzettelijk en wederrechtelijk een televisie, die aan [naam 1] toebehoorde, heeft vernield;
In de zaak 03.201053.24:
op 19 juni 2024 te Geleen opzettelijk en wederrechtelijk een toegangsdeur, die aan [naam 1] toebehoorde, heeft beschadigd;
In de zaak 03.202123.24 feit 1:
op 21 juni 2024 te Geleen [naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [naam 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik heb een pistool en maak de deur open anders schiet ik iedereen kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
In de zaak 03.204496.24 feit 1:
op 24 juni 2024 te Geleen [naam 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door
- die [naam 8] de woorden toe te voegen "ik maak je kapot", en
- met een vinger een snijbeweging langs zijn, verdachtes, keel te maken;
In de zaak 03.204496.24 feit 3:
op 25 juni 2024 te Maastricht opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, die aan [benadeelde] toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt;
In de zaak 03.042035.25:
op 27 november 2024 te Sittard koffie, die aan [supermarkt 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;
In de zaak 03.102023.25 feit 1:
op 6 maart 2025 te Sittard koffie, die aan [supermarkt 3] Sittard-Stadion toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;
In de zaak 03.102023.25 feit 3:
op 3 maart 2025 te Sittard koffie, die aan [supermarkt 3] Sittard-Stadion toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;
In de zaak 03.174379.25:
op 6 juni 2025 te Sittard levensmiddelen, die aan [supermarkt 3] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
In de zaak 03.017667.23:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
In de zaak 03.042584.25:
diefstal;
In de zaak 03.199092.24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
In de zaak 03.201053.24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
In de zaak 03.202123.24 feit 1:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
In de zaak 03.204496.24 feit 1:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
In de zaak 03.204496.24 feit 3:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort onbruikbaar maken;
In de zaak 03.042035.25:
diefstal;
In de zaak 03.102023.25 feit 1:
diefstal;
In de zaak 03.102023.25 feit 3:
diefstal;
In de zaak 03.174379.25:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
Op 1 maart 2025 hebben de deskundigen H.L.C. Morre, psychiater, en N. de Jong, psychiater in opleiding, in het kader van de verdenkingen in de zaak 03.204496.24 een rapport uitgebracht over de geestvermogens van de verdachte. De deskundigen concluderen, kort weergegeven, als volgt. De verdachte lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis of een andere psychotische stoornis, met ten minste één keer ook katatonie, en een ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van alle feiten die plaatsvonden in juni 2024, aangezien hij – al dan niet onder invloed van cocaïne – op dat moment paranoïde psychotisch is geweest. De verdachte beschikte ten tijde van de ten laste gelegde feiten in de zaak 03.204496.24 niet meer over de sturingsmogelijkheden voor zijn gedrag die hem gewoonlijk ter beschikking staan, maar de verdachte was niet volslagen stuurloos en kon nog wel enige richting geven aan zijn gedragingen. Het advies luidt daarom om de verdachte alle feiten die hem ten laste worden gelegd op 23, 24 en 25 juni 2024, verminderd toe te rekenen.
De raadsman heeft erop gewezen dat het NIFP wat betreft de toerekenbaarheid geen onderscheid maakt tussen de drie feiten die de verdachte worden verweten in de zaak 03.204496.24, en stelt zich op het standpunt dat de verdachte ten tijde van de bevuiling van de politiecel dusdanig psychotisch was, dat dit feit hem in het geheel niet kan worden toegerekend. De raadsman verzoekt de verdachte daarom te ontslaan van alle rechtsvervolging.
De rechtbank is van oordeel dat de rapportage omtrent de verdachte op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de conclusies deugdelijk zijn gemotiveerd. De gedragsdeskundigen baseren hun oordeel op dezelfde informatie als waarop de raadsman zijn pleidooi baseert. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van deze deskundigen en is van oordeel dat zij daarom dient uit te gaan van de conclusies van de deskundigen. De rechtbank beschouwt de verdachte voor alle feiten die hem ten laste worden gelegd op 23, 24 en 25 juni en dus ook ten aanzien van het bewezenverklaarde onbruikbaar maken van de politiecel in de zaak 03.204496.24 verminderd toerekeningsvatbaar.
Er is anderszins geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaarheid van verdachte geheel wordt uitgesloten. De verdachte is dus strafbaar.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen de officier van justitie bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek van het voorarrest. Ter zake de door de deskundigen op 1 maart 2025 nog geadviseerde zorgmachtiging volgt de officier van justitie het standpunt van de reclassering, dat een zorgmachtiging door de gewelddadige escalatie sindsdien niet meer aan de orde is en de hardnekkige verslavingsproblematiek dus enkel doorbroken kan worden door middel van een langdurig klinisch traject zoals in het kader van een ISD-maatregel. Omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een dergelijke maatregel en omdat het met de verdachte goed lijkt te gaan in de georganiseerde en gestructureerde omgeving van detentie, acht de officier van justitie een gevangenisstraf een passende modaliteit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht aan de verdachte een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een taakstraf op te leggen, met een voorwaardelijk strafdeel met algemene voorwaarden ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Voor het geval de rechtbank een gevangenisstraf zou willen opleggen van langere duur dan het voorarrest, heeft de raadsman voorwaardelijk verzocht het onderzoek ter terechtzitting te schorsen of te heropenen teneinde een zorgmachtigingsonderzoek en -voorbereiding te laten plaatsvinden.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft begin 2023 ingebroken in een schuur bij een woning, in ruil voor geld om drugs te kopen. Nadat in mei 2024 zijn zorgmachtiging niet werd verlengd omdat het goed leek te gaan, is de verdachte snel teruggevallen in drugsgebruik en delictgedrag. In juni 2024 steelt hij vlees en koffie bij een supermarkt en pleegt hij diverse misdrijven bij de [naam 1] -locatie waar hij was opgevangen. Hij gooit een stoel tegen een televisie, schopt een voordeur kapot en bedreigt een begeleider en een beveiliger. Als hij wordt opgepakt door de politie, besmeurt hij zijn cel met een mengsel van toiletpapier en waarschijnlijk urine en braaksel. Tijdens deze detentie krijgt hij weer een antipsychoticum en lijkt hij te stabiliseren. In november 2024 en maart en juni 2025 steelt de verdachte toch weer vlees en koffie bij supermarkten, opnieuw om zijn drugsverslaving te bekostigen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van de deskundigen van 1 maart 2025. De deskundigen adviseren, op grond van de redenen zoals hiervoor aangehaald, om de verdachte feiten die zich uitstrekten over 23, 24 en 25 juni 2024, verminderd toe te rekenen. De rechtbank neemt dit advies over en houdt er bij de oplegging van de straf in het voordeel van de verdachte rekening mee dat de bewezenverklaarde feiten onder 1 en 3 in de zaak 03.204496.24, verminderd zijn toe te rekenen aan de verdachte.
In het Pro Justitia rapport wordt verder geadviseerd om (opnieuw en alsnog) een onderzoek in gang te zetten strekkende tot een zorgmachtiging, omdat de verdachte naar eigen zeggen goed reageerde op de behandeling die hem voorheen binnen het kader van een zorgmachtiging werd geboden door GGZ Zuyderland en omdat hij op dit moment ook goed reageert op het depot antipsychoticum dat hem vanuit [naam 1] wordt toegediend.
De reclassering heeft op 25 november 2025 naar aanleiding van de deskundigenrapportage advies uitgebracht. De reclassering stelt zich op het standpunt dat de zorgmachtiging voor de verdachte een gepasseerd station is. De reclassering acht een zorgmachtiging ontoereikend, omdat juist een langdurig klinisch traject noodzakelijk is om de hardnekkige verslavingsproblematiek van de verdachte te doorbreken. Omdat hiervoor een IFZ-indicatie vereist is, maar een dergelijke indicatie niet mogelijk is door het NIFP-rapport, adviseert de reclassering een gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden. Een eventuele ISD-maatregel zal te zijner tijd volgens de reclassering de enige manier zijn om een langdurig klinisch traject voor de verdachte te realiseren.
Naar aanleiding van een bericht van de officier van justitie van 15 december 2025, dat in twee andere zaken tegen de verdachte toch een zorgmachtiging voor de verdachte werd onderzocht, heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 16 december 2025 het onderzoek ter terechtzitting heropend. Voorafgaand aan de terechtzitting van 21 januari 2026 heeft de officier van justitie de rechtbank en de raadsman van de verdachte ervan in kennis gesteld dat hij afzag van het indienen van een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging, omdat deze met name gericht zou zijn op stabilisatie en ontoereikend zou zijn voor het voorkomen van recidive.
De rechtbank ziet geen aanleiding ambtshalve een zorgmachtiging af te geven. De rechtbank acht, met de officier van justitie, de behandeling in het kader van een zorgmachtiging op dit moment niet toereikend en niet passend Na het advies van de gedragsdeskundigen is de verdachte twee keer aangehouden op verdenking van gewelddadige berovingen en heeft de verdachte een juist begonnen klinische behandeling al na één dag afgebroken.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur passend is. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op het soort straffen dat doorgaans wordt opgelegd voor de gepleegde feiten, en acht geslagen op het elf pagina’s tellende strafblad van de verdachte van 1 december 2025.
Het zou volgens de rechtbank voor de verdachte beter zijn om een langdurig klinisch traject binnen een gedwongen kader te starten om zijn verslavingsproblematiek aan te pakken en daarmee het recidiverisico te beperken en de veiligheid van de maatschappij te waarborgen. Door het ontbreken van een IFZ-indicatie is een dergelijk traject echter op dit moment niet mogelijk.
Alles afwegende zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen opleggen, waarbij de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De vordering van de benadeelde partij
In de zaak 03.204496.24, feit 3:
Namens de benadeelde partij [benadeelde] is een schadevergoeding van € 76,93 gevorderd, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd de vordering geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
Verwijzend naar het pleidooi om de verdachte voor onderhavig feit te ontslaan van alle rechtsvervolging, heeft de raadsman verzocht de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 361, eerste lid, Sv. De raadsman heeft ten aanzien van de vordering geen subsidiair standpunt ingenomen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit 3 in de zaak 03.204496.24 rechtstreeks schade heeft geleden tot het bedrag zoals gevorderd. De vordering is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. De rechtbank acht de vordering daarom geheel toewijsbaar.
De rechtbank zal de vordering toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 76,93, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2024. De rechtbank zal over dit bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 63, 285, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde in de zaak 03.201599.24, feit 2 in de zaak 03.202123.24, feit 2 in de zaak 03.204496.24 en feit 2 in de zaak 03.102023.25 heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Gevangenisstraf
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel (feit 3 in de zaak 03.204496.24)
Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. Witteman, voorzitter,
mr. R.C.A.M. Philippart en mr. J. Linders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.W. Levelt-Iseger, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. 03-017667-23:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 januari 2023 tot en met 8 januari 2023 in de gemeente Sittard-Geleen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een klopboormachine, een decoupeerzaag, een computer, een beeldscherm en/of een of meer kist(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
T.a.v. 03-042584-25:
hij op of omstreeks 8 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen vlees en/of koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 1] Markt, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03-199092-24:
hij, op of omstreeks 18 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een televisie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
T.a.v. 03-201053-24:
hij op of omstreeks 19 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een toegangsdeur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
T.a.v. 03-201599-24:
hij op of omstreeks 20 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, in het besloten lokaal, gelegen aan de [adres 2] bij [naam 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 19 juni 2024 schriftelijk de toegang tot die opvanglocatie ontzegd voor de duur van 7 dagen;
T.a.v. 03-202123-24:
Feit 1:
hij op of omstreeks 21 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen [naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik heb een pistool en maak de deur open anders schiet ik iedereen kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Feit 2:
hij in of omstreeks 21 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, in het besloten lokaal, gelegen aan de [adres 2] bij [naam 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 19 juni 2024 schriftelijk de toegang tot die opvanglocatie ontzegd voor de duur van 7 dagen;
T.a.v. 03-204496-24:
Feit 1:
hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, [naam 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- die [naam 8] de woorden toe te voegen "ik maak je kapot", en/of
- met een vinger een snijbeweging langs zijn, verdachtes, keel te maken,
althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;
Feit 2:
hij op of omstreeks 23 juni 2024 en/of 24 juni 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 22 juni 2024, gegeven door de officier van justitie te Limburg, door zich meermaals, althans eenmaal te bevinden op de [adres 2] ;
Feit 3:
hij op of omstreeks 25 juni 2024 te Maastricht opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
T.a.v. 03-042035-25:
hij op of omstreeks 27 november 2024 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen een of meer pakken koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03-102023-25:
Feit 1:
hij op of omstreeks 6 maart 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 3] Sittard-Stadion, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Feit 2:
hij in of omstreeks 11 februari 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen vleeswaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 3] Sittard-Stadion, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Feit 3:
hij op of omstreeks 3 maart 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 3] Sittard-Stadion, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
T.a.v. 03-174379-25:
hij op of omstreeks 6 juni 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.