RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03-281496-25 en 03-221639-25 (ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1987,
gedetineerd in [P.I.] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 21 januari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03-281496-25:
op 12 september 2025 in Sittard met geweld een tas, een paspoort, sleutels en contant geld van [naam 1] heeft gestolen.
In de zaak met parketnummer 03-221639-25:
op 8 augustus 2025 in Sittard, in een woning waarin hij zich tegen de wil van de bewoner bevond, een portemonnee met inhoud en/of geld van [naam 1] heeft gestolen.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het in de zaak met parketnummer 03-281496-25 tenlastegelegde ‘die [naam 1] in hulpeloze toestand achter te laten’. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte bij het verlaten van de woning tegen de getuige [naam 2] aanbotste en dat [naam 1] meerdere keren per dag bezoek kreeg van de thuiszorg, zodat de verdachte snel zou worden gevonden. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De zaak met parketnummer 03-281496-25
De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), omdat de verdachte het feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] (pagina’s 8 en 9).
Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever (pagina’s 10 tot en met 13).
Het proces-verbaal van bevindingen van 12 september 2025 (pagina’s 14 en 15).
Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de verdachte [naam 1] in hulpeloze toestand heeft achtergelaten door de woning van [naam 1] te verlaten terwijl [naam 1] naast zijn scootmobiel op de grond lag. [naam 1] heeft immers liggend op de grond de politie gebeld, werd door de politie zo aangetroffen en is door de politieagenten van de grond af in zijn scootmobiel getild. Dat de verdachte, toen hij de woning van [naam 1] verliet, tegen de getuige [naam 2] aanbotste en dat er meerdere keren per dag iemand van de thuiszorg bij [naam 1] langskwam, doet hier niet aan af.
De zaak met parketnummer 03-221639-25
De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv, omdat de verdachte het feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] (pagina’s 5 tot en met 7).
Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] (pagina’s 9 en 10).
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
In de zaak met parketnummer 03-281496-25
op 12 september 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, een tas, een paspoort, sleutels en een hoeveelheid contant geld, die aan [naam 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld tegen die [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, door
- met kracht aan de tas van die [naam 1] te trekken waardoor die [naam 1] ten val is gekomen,
- ( vervolgens) de tas van de nek van die [naam 1] te verwijderen en
- die [naam 1] in hulpeloze toestand achter te laten;
In de zaak met parketnummer 03-221639-25
op 8 augustus 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, in een woning, aan de [adres] te Sittard, alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond, een portemonnee met inhoud, die aan [naam 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het/de volgende strafbare feit/en op:
In de zaak met parketnummer 03-281496-25
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.
In de zaak met parketnummer 03-221639-25
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf en/of de maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van zestien maanden met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft meegewogen dat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van toepassing is.
De officier van justitie is van mening dat de verdachte weliswaar langdurige klinische behandeling nodig heeft, maar hij ziet geen mogelijkheid om dat op dit moment - aan de voorkant van de detentie - te bewerkstelligen. Bij oplegging van een langdurige gevangenisstraf kan zo’n behandeling in de eindfase van de detentie zo nodig via de voorwaardelijke invrijheidsstelling in gang worden gezet.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair bepleit om te volstaan met een gevangenisstraf van niet meer dan vijf maanden en heeft de rechtbank in overweging gegeven ambtshalve over te gaan tot afgifte van een zorgmachtiging. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de zaak aan te houden om de reclassering opdracht te geven om een advies op te stellen over de wijze waarop de verdachte de voor hem noodzakelijke behandeling kan krijgen.
De raadsman vreest dat de periode van voorwaardelijke invrijheidsstelling, ook als de straf die hem bij vonnis van gelijke datum in de zaak met parketnummer 03-204496-24 wordt opgelegd daarbij wordt betrokken, niet lang genoeg zal zijn voor de behandeling die de verdachte nodig heeft.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.
De verdachte is in augustus 2025 de woning van [naam 1] , die hij nog kende van vroeger en van wie hij af en toe wat geld kreeg, binnengedrongen en heeft hem zijn portemonnee met daarin circa € 800,- afgepakt. Ruim een maand later is de verdachte [naam 1] woning opnieuw binnengegaan en heeft daar [naam 1] met geweld van zijn tas met zijn paspoort, sleutels en circa € 200,- beroofd. Bij deze laatste diefstal heeft de verdachte zo hard aan de tas getrokken dat [naam 1] uit zijn scootmobiel is gevallen. Daarna is de verdachte vertrokken, zonder zich nog om [naam 1] , die niet op eigen kracht overeind kon komen, te bekommeren. De verdachte heeft daarmee behalve [naam 1] vertrouwen ook diens eigendomsrecht en lichamelijke integriteit geschonden. Door [naam 1] (met geweld) te bestelen in diens woning, de plek waar men zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen, heeft de verdachte daarnaast [naam 1] gevoel van veiligheid aangetast. [naam 1] is een kwetsbare man, en daar heeft de verdachte misbruik van gemaakt. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
De rechtbank heeft rekening gehouden met uitspraken in vergelijkbare zaken. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het strafblad van de verdachte waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit, alsmede het feit dat de verdachte de tweede diefstal pleegde tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis voor de eerste diefstal, weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee. De rechtbank heeft ook in aanmerking genomen dat artikel 63 Sr van toepassing is: direct voorafgaand aan de uitspraak doet de rechtbank uitspraak in de zaak tegen de verdachte met parketnummer 03-204496-24 en daarmee gevoegde zaken.
De rechtbank ziet geen reden om ambtshalve een zorgmachtiging af te geven. De rechtbank acht het wel raadzaam voor de verdachte om een langdurig klinisch traject binnen een gedwongen kader te starten om zijn verslavingsproblematiek aan te pakken en daarmee het recidiverisico te beperken en de veiligheid van de maatschappij te waarborgen. Met de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat de mogelijkheden hiertoe - bijvoorbeeld via een voorwaarde in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling, dan wel via een op dat moment aan te vragen zorgmachtiging - beter aan het slot van verdachtes detentie kunnen worden onderzocht.
Het voorwaardelijk verzoek van de raadsman om de reclassering opdracht te geven een advies uit te brengen over de mogelijkheden van een klinische behandeling, wijst de rechtbank af. De reclassering heeft in haar rapport van 25 november 2025, uitgebracht in de zaak met parketnummer 03-204496-24 en in deze zaak toegevoegd aan het dossier, uitvoerig stilgestaan bij de (on)mogelijkheid van een klinische behandeling. Niet valt in te zien hoe een hernieuwde opdracht tot een ander advies zou kunnen leiden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden is.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 63, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
Voorlopige hechtenis
- heft op het tegen de verdachte in de zaak met parketnummer 03-221639-25 verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door
mr. K.G. Witteman, voorzitter,
mr. R.C.A.M. Philippart en mr. J. Linders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.W. Levelt-Iseger, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
Buiten staat
De voorzitter is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlasteleggingen
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
In de zaak met parketnummer 03-281496-25:
hij op of omstreeks 12 september 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen
een tas, een paspoort, een of meerdere sleutels en/of een hoeveelheid contant geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 1] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-met kracht aan de tas van die [naam 1] te trekken waardoor die [naam 1] ten val is gekomen,
-(vervolgens) de tas van de nek van die [naam 1] te verwijderen en/of
-die [naam 1] in hulpeloze toestand achter te laten;
In de zaak met parketnummer 03-221639-25:
hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres] te Sittard, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een portemonnee met inhoud en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;