ECLI:NL:RBLIM:2026:1163

ECLI:NL:RBLIM:2026:1163

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer C/03/348087 / KG ZA 25-495
Rechtsgebied Civiel recht; Aanbestedingsrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Na een doorlopen aanbestedingsprocedure komt een overeenkomst tot stand tussen de aanbestedende dienst en de partij aan wie is gegund. De aanbestedende dienst beroept zich vervolgens op ontbinding van de overeenkomst dan wel vernietiging ervan wegens dwaling. De wederpartij vordert nakoming van de overeenkomst in kort geding. Vordering wordt afgewezen vanwege de mogelijke slagingskans van het beroep op ontbinding of dwaling. Het Xafax-arrest staat niet in de weg aan een beroep op dwaling door een van de partijen bij de overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/348087 / KG ZA 25-495

Vonnis in kort geding van 5 februari 2026

in de zaak van

EYE WATCH SECURITY GROUP B.V.,

te Venray,

eisende partij,

hierna te noemen: Eye Watch,

advocaten: mr. D.E.M.P.J. Reijnart en mr. M.M.M. Rooijen,

tegen

STICHTING BONNEFANTEN MUSEUM,

te Maastricht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Bonnefanten,

advocaten: mr. E.F.M. van Loo en mr. L. Vissers.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 24,

- de producties 1 tot en met 17 van Bonnefanten,

- de producties 18 tot en met 20 van Bonnefanten,- de producties 25 en 26 van Eye Watch,

- de producties 27 tot en met 32 van Eye Watch,- de mondelinge behandeling van 22 januari 2026,- de pleitnota van Eye Watch,- de pleitnota van Bonnefanten.

2. De feiten

Bonnefanten houdt zich bezig met de exploitatie van een museum in Maastricht. Eye Watch exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met beveiligingsdiensten.

Bonnefanten heeft een Europese niet-openbare aanbesteding uitgeschreven

voor de levering van beveiligingsdiensten. Eye Watch was een van de inschrijvers op deze aanbesteding. De aanbestedingsprocedure is aangevangen met een selectiefase, waarbinnen een aantal gegadigden is geselecteerd die zijn uitgenodigd voor inschrijving. In de daarop volgende gunningsfase is een keuze gemaakt voor een van de geselecteerde kandidaten. Van de door Bonnefanten binnen de aanbestedingsprocedure beschikbaar gestelde documenten maakten onder meer deel uit een selectieleidraad en de gunningsleidraad.

De selectieleidraad bevatte onder meer de volgende bepalingen:

en

PSO staat voor ‘Prestatieladder Sociaal Ondernemen’ en het vermelde certificaat geeft een score over de mate waarin de betreffende organisatie arbeidsplekken biedt voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

De gunningsleidraad bevat een programma van eisen, waarvan eis nummer 7 luidt: ‘Contact opnemen met de meldkamer, aan- en afmelden meldkamer (PAC) , verifieren status alarmmelding.’

In de Nota van Inlichtingen (hierna: NvI) in de selectiefase is onder andere het volgende opgenomen naar aanleiding van een vraag van Eye Watch over eis 5.2.4. uit de selectieleidraad:

Naar aanleiding van vragen van Eye Watch over eis 5.2.6. uit de selectieleidraad is het volgende opgenomen in de NvI in de selectiefase:

In het bij de inschrijving op de aanbesteding door Eye Watch gevoegde Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna: UEA) – gedateerd op 13 mei 2025 – heeft Eye Watch verklaard bij de uitvoering van de opdracht geen beroep te doen op draagkracht van een andere entiteit of van plan te zijn (een deel van) de opdracht in onderaanneming te geven.

In het aanmeldingsformulier van Eye Watch bij de inschrijving op de aanbesteding – gedateerd op 14 mei 2025 – staat onder meer het volgende:

Eye Watch was een van de gegadigden die in selectiefase is geselecteerd en dus is uitgenodigd om zich in te schrijven. Dat deed zij door middel van een aanbiedingsbrief met bijlage van 31 augustus 2025.

In de aanbiedingsbrief staat onder meer: 'Met PSO Trede 3, bevestigd door TÜV Rheinland, laat Eye Watch zien dat wij sociale duurzaamheid verankeren in onze bedrijfsvoering.'

In de bijlage wordt onder meer verwezen naar ‘Onze eigen PAC in Kerkrade’ en ‘ons onlangs behaalde keurmerk PSO trede 3 (score 7,29)’.

Bij brief van 8 september 2025 heeft Bonnefanten aan Eye Watch gemeld dat de opdracht haar voorlopig is gegund. Definitieve gunning aan Eye Watch vond plaats op

30 september 2025.

In vervolg op de gunning van de opdracht aan Eye Watch, is tussen Eye Watch en Bonnefanten een overeenkomst tot stand gekomen, waarvan de inhoud blijkt uit de door Bonnefanten aan Eye Watch gezonden onderhandse akte. Er zijn (nog) geen handtekeningen gezet.

De ingangsdatum van de overeenkomst was 1 oktober 2025, waarbij het de bedoeling was dat er vanaf 1 december 2025 beveiligingsdiensten zouden worden verleend.

Vanaf in ieder geval eind oktober 2025 is er tussen Eye Watch en Bonnefanten overleg gevoerd over de overname door Eye Watch van het beveiligingspersoneel dat bij Bonnefanten werkt en in dienst is van het beveiligingsbedrijf aan wie voorheen de beveiligingsopdracht was gegund (de ‘latende partij’). Namens Bonnefanten heeft haar directeur bedrijfsvoering op 29 oktober 2025 een e-mail aan Eye Watch gezonden waarin onder meer het volgende staat:

‘We willen in het licht van de recente discussie advies inwinnen en tijd nemen voor intern beraad. Wij schorten om die reden definitieve gunning van de opdracht en aanvang van de implementatiefase op dit moment even op.’

Namens Eye Watch is hiertegen bezwaar gemaakt, waarna een bespreking op 5 november 2025 is gepland en gehouden.

Bij e-mail van 8 november 2025 heeft Eye Watch – kort gezegd – aanspraak gemaakt op nakoming van de met Bonnefanten gesloten overeenkomst.

Eye Watch heeft begin november 2025 de PSO-3 certificering verkregen, met een geldigheidsduur van 1 september 2025 tot 1 september 2027.

Bij per e-mail verzonden brief van 25 november 2025 van de advocaat van Bonnefanten aan de advocaat van Eye Watch, is namens Bonnefanten een beroep gedaan op ontbinding van de overeenkomst tussen partijen dan wel vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling.

3. Het geschil

Eye Watch vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter:

I. Bonnefanten op straffe van een dwangsom veroordeelt tot nakoming van de overeenkomst tussen partijen vanaf 1 februari 2026 in die zin dat zij Eye Watch toestaat beveiligingswerkzaamheden te verrichten, totdat in een bodemprocedure eventueel anders

wordt beslist,

II. Bonnefanten op straffe van een dwangsom veroordeelt tot ondertekening van de onderhandse akte met daarin de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst,

III. Bonnefanten op straffe van een dwangsom verbiedt de beveiligingswerkzaamheden waarop de overeenkomst tussen partijen betrekking heeft op te dragen aan derden vanaf

1 februari 2026,

met veroordeling van Bonnefanten in de proceskosten.

Bonnefanten voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor het kunnen ontvangen van Eye Watch in haar vordering is nodig dat Eye Watch daarbij een spoedeisend belang heeft. De door Eye Watch gevorderde voorzieningen strekken ertoe dat er een aanvang wordt genomen met het wederzijds nakomen van de overeenkomst tussen partijen. Ter onderbouwing van het spoedeisend belang voert zij aan dat zij in haar bedrijfsprocessen rekening heeft gehouden met de uitvoering van de overeenkomst en kosten heeft gemaakt. Eye Watch stelt verlies te lijden zolang zij de overeenkomst niet kan uitvoeren en Bonnefanten geen uitvoering geeft aan haar betalingsverplichtingen onder de overeenkomst.

Bonnefanten heeft niet betwist dat het aldus door Eye Watch gestelde financiële belang aanwezig is. Eye Watch heeft daarmee, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, een spoedeisend belang om haar vorderingen in kort geding ter beoordeling voor te leggen.

Vooraf

Vast staat dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen als sluitstuk van de aanbestedingsprocedure. Eye Watch beroept zich op die overeenkomst terwijl Eye Watch stelt dat deze overeenkomst door haar is ontbonden dan wel vernietigd. De voorzieningenrechter moet dus de vraag beantwoorden of er, gegeven de beperkingen van de kort gedingprocedure, vanuit kan worden gegaan dat de overeenkomst stand heeft gehouden en Bonnefanten dus moet nakomen. Als geconcludeerd zou moeten worden dat Eye Watch mogelijk in meer dan geringe mate tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en/of Bonnefanten mogelijk heeft gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst, kunnen de vorderingen van Eye Watch niet in kort geding worden toegewezen.

De beantwoording van de voorliggende vraag is deels afhankelijk van de inhoud van de overeenkomst. Meer in het bijzonder gaat het erom waar Bonnefanten gerechtvaardigd op mocht vertrouwen voor wat betreft de prestaties die Eye Watch zou leveren. Daarbij moet groot gewicht worden toegekend aan de verklaringen van Eye Watch in het kader van de aanbestedingsprocedure. Die procedure heeft tot doel om tot een objectief te verantwoorden keuze tussen meerdere gegadigden te komen, waarbij de beginselen van gelijke behandeling en transparantie ten opzicht van alle gegadigden in acht moeten worden genomen. Dit betekent dat de gegadigden er op mogen vertrouwen dat de anderen strikt gehouden wordt aan hun eigen verklaringen en - in het verlengde daarvan – zij er rekening mee moeten houden dat zij door de aanbestedende dienst strikt aan hun eigen verklaring worden gehouden en mogen worden gehouden. Voor zover Eye Watch, met haar stelling dat de aanbesteding geen rol meer speelt, iets anders heeft willen betogen, wordt zij daarin dus niet gevolgd.

Eye Watch heeft zich ter afwering van het beroep van Bonnefanten op dwaling beroepen op (het eerste deel van) overweging 3.7.3. uit het zogenoemde Xafax-arrest:

‘Uit deze toelichting volgt dat de als resultaat van de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst wegens strijd met aanbestedingsregels slechts aantastbaar is op de gronden vermeld in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012, en dat deze in andere gevallen slechts aantastbaar is in het geval van wilsgebreken en in het geval van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge art. 3:40 BW (op een andere grond dus dan strijd met aanbestedingsregels) . Dit strookt met het blijkens de toelichting nadrukkelijk met de regeling beoogde evenwicht tussen de verschillende bij een aanbesteding betrokken belangen en de bedoeling om, in verband daarmee, ten behoeve van de aanbestedende dienst en degene aan wie deze de opdracht gunt, te waarborgen dat geen te grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of de overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden..

Eye Watch stelt dat hieruit volgt dat Bonnefanten zich niet kan beroepen op het wilsgebrek dwaling omdat zij dat doet onder verwijzing naar ‘omstandigheden uit de aanbesteding’ (waarover hierna meer).

De voorzieningenrechter is het met Bonnefanten eens dat de uitleg van Eye Watch van dit arrest niet kan worden aanvaard. De overweging van de Hoge Raad maakt duidelijk dat een overeenkomst na een aanbesteding alleen aantastbaar is als de overeenkomst:

1) op een van de in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012 genoemde gronden vernietigbaar is (wat hier niet aan de orde is), OF

2) tot stand is gekomen onder invloed van een wilsgebrek zoals bijvoorbeeld dwaling (waar Bonnefanten zich op beroept en waar logischerwijs alleen de contractspartijen zich op kunnen beroepen), OF

3) nietig of vernietigbaarheid is op grond art. 3:40 BW op een andere grond dan strijd met aanbestedingsregels.

Niet kan worden aangenomen dat de beperking ’op een andere grond dan strijd met aanbestedingsregels’ ook terugslaat op de mogelijkheid de overeenkomst aan te tasten met een beroep op een wilsgebrek. Dat past ook niet bij het in de overweging van de Hoge Raad genoemde belang dat ten behoeve van de aanbestedende dienst en degene aan wie gegund is, geen te grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of de overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden. Dit slaat op de bescherming van de belangen van aanbestedende dienst en winnaar van de aanbesteding tegen te grote invloed van buitenaf (lees: door inschrijvers die niet gewonnen hebben), maar overduidelijk niet op de mogelijkheden die de contractpartijen ten dienste zouden moeten staan om een door hen gesloten overeenkomst aan te tasten als die tot stand is gekomen onder invloed van een wilsgebrek. Ook niet valt in te zien dat een ander relevant belang er toe zou nopen de mogelijkheden van contractpartijen zich te beroepen op een wilsgebrek te beperken in de door Eye Watch voorgestane zin.

Inhoudelijke beoordeling

Bonnefanten heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat de overeenkomst is ontbonden of vernietigd onder meer gesteld dat Eye Watch in de aanbestedingsprocedure valse verklaringen heeft afgelegd over het beschikken over het zogenoemde CCV-PAC certificaat en het PSO-3 certificaat. De stellingen van partijen hierover zullen hierna worden besproken.

CCV-PAC certificaat

Uit de selectieleidraad en het aanmeldingsformulier voor de inschrijving blijkt dat in beginsel was vereist dat de inschrijver op de aanbesteding bij inschrijving beschikte over het CCV-PAC certificaat of een vergelijkbare certificering. Onderdeel van die eis is daarmee ook dat de inschrijver beschikt over (een aansluiting op) een particuliere alarmcentrale (= PAC), waarnaar ook wordt verwezen in het programma van eisen in de gunningsleidraad.

Uit de NvI in de selectiefase en aanmeldingsformulier in de selectiefase volgt dat:- Eye Watch aangeeft bij aanmelding (mogelijk) nog niet te beschikken over het CCV-PAC certificaat,

- Eye Watch aankondigt daar wel over te gaan beschikken na overname van een particulier alarmcentrale (PAC) in Kerkrade,

- Eye Watch vraagt of het akkoord is dat tot de voorlopige vergunning een beroep wordt gedaan op de nog over te nemen PAC en het certificaat uiterlijk op de dag van voorlopige gunning wordt overgelegd,

- Bonnefanten daarmee akkoord is.

In aanmeldingsformulier verklaart Eye Watch vervolgens over de PAC te beschikken met de toevoeging dat deze na voorlopige gunning wordt aangeleverd. In de bijlage bij het aanmeldingsformulier spreekt Eye Watch over een eigen PAC in Kerkrade.

Gelet op de hiervoor genoemde stukken en verklaringen is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat Bonnefanten er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Eye Watch op het moment van de inschrijving een eigen gecertificeerde PAC in Kerkrade had. Nadat Eye Watch heeft aangekondigd een PAC in Kerkrade te zullen overnemen, heeft zij immers bij inschrijving verklaard daarover, en daarmee ook over het bijbehorend CCV-PAC certificaat, te beschikken.

Deze verklaring blijkt onjuist. De in de NvI in de selectiefase genoemde overname was niet afgerond ten tijde van de inschrijving en is ook daarna niet toe stand gekomen. Eye Watch heeft er weliswaar op gewezen dat zij middels een langlopende overeenkomst met een derde gebruik kan maken van diens PAC in Barneveld, maar dat is - anders dan Eye Watch stelt - niet wat zij heeft verklaard tijdens de aanbestedingsprocedure. Bonnefanten heeft er in kader ook terecht op gewezen dat Eye Watch in het UEA heeft verklaard geen beroep te doen op een derde of een onderaannemer (in welk geval de gegevens van de betrokken derde of onderaannemer hadden moeten worden gedeeld).

Gelet op het feit dat Eye Watch, anders dan zij verklaarde, bij inschrijving niet beschikte over een eigen PAC in Kerkrade (of elders) en zij daarover ook nu niet beschikt, moet zodanig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat Bonnefanten zich terecht heeft beroepen op vernietiging van de overeenkomst op dwaling of ontbinding van de overeenkomst, dat toewijzing in kort geding van vorderingen die zijn gebaseerd op nakoming van de overeenkomst niet passend is.

PSO-3 certificaat

Uit de selectieleidraad en het aanmeldingsformulier voor de inschrijving blijkt dat in beginsel was vereist dat de inschrijver op de aanbesteding bij inschrijving beschikte over het POS-3 certificaat of een vergelijkbare certificering.

Uit de NvI in de selectiefase en aanmeldingsformulier in de selectiefase volgt dat:

- Bonnefanten als 'vergelijkbaar' accepteerde het ondertekenen van de Code Sociale Ondernemingen in combinatie met een minimale inzet van 30% van de werkzame uren door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt,

- Eye Watch aankondigt voor de optie de Code Sociale Ondernemingen te gaan.

Uit de aanbiedingsbrief en bijlage bij de inschrijving blijkt dat Eye Watch vervolgens stelt een PSO-3 certificaat te hebben behaald, waaruit Bonnefanten naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter mocht afleiden dat Eye Watch verklaarde bij inschrijving op deze wijze aan de betreffende eis te voldoen en zich toch niet te beroepen op de Code Sociale Ondernemingen. Vast staat echter dat Eye Watch pas in november 2025 het PSO-3 certificaat heeft verkregen en dus in zoverre onjuist heeft verklaard bij de inschrijving. Over de Code Sociale Ondernemingen is in deze procedure niets meer gesteld.

Omdat Bonnefanten er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Eye Watch ten tijde van de inschrijving beschikte over het PSO-3 certificaat en dat niet zo bleek te zijn, moet zodanig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat Bonnefanten zich terecht heeft beroepen op dwaling dat toewijzing in kort geding van vorderingen die zijn gebaseerd op nakoming van de overeenkomst niet passend is.

Overig

Vanwege de onzekerheid van het recht op nakoming van de overeenkomst van Eye Watch als gevolg van de twee hiervoor besproken onderdelen, kunnen de vorderingen van Eye Watch niet worden toegewezen. Dit betekent dat de niet besproken onderdelen waarvoor partijen discussiëren (de overname van de werknemers van de latende partij en de nakoming van verplichtingen van Eye Watch in de implementatiefase tot, in beginsel,

1 december 2025) geen bespreking behoeven.

Eye Watch heeft nog aangevoerd dat Bonnefanten zich aanvankelijk niet heeft beroepen op de kwesties CCV-PAC certificaat en POS-3 certificaat, maar enkel een punt maakte van de arbeidscontracten die aan de over te nemen werknemers werden aangeboden. De argumenten gebaseerd op de certificaten zijn ‘gezocht’ en bijvoorbeeld ook niet aan de orde gesteld tijdens de bespreking op 5 november 2025, aldus Eye Watch. Voor zover de voorzieningenrechter nu kan beoordelen, heeft Bonnefanten zich inderdaad niet beroepen op de certificaatkwesties voorafgaand aan de brief van haar advocaat van 25 november 2025. Dit is echter op zichzelf onvoldoende om te kunnen aannemen dat Bonnefanten haar recht heeft verwerkt of anderszins verspeeld om zich op de certificaatkwesties te beroepen.

Proceskosten

Eye Watch is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bonnefanten worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.766,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.690,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van Eye Watch af,

veroordeelt Eye Watch in de proceskosten van € 2.690,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Eye Watch niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?