RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.087600.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1994,
wonende te [adres 1] .
De verdachte (hierna ook: [verdachte] ) wordt bijgestaan door mr. S. Weening en mr. M.J.E. Kallen, advocaten kantoorhoudende te Maastricht.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 17 en 18 december 2025. Op 28 januari 2026 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten. De verdachte en zijn raadslieden zijn verschenen op de inhoudelijke behandeling. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De benadeelde partijen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] en hun raadsman mr. Acda, advocaat kantoorhoudende te Roermond, zijn op de zitting gehoord. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze strafzaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen:
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: op 29 december 2022 te Leudal samen met een ander of anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan (een) personenauto(‘s), waarbij die personenauto(‘s) en een (voor)deur en/of een of meerdere kozijnen en/of ramen van de woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand en waardoor onder meer gemeen gevaar is ontstaan voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen (primair) dan wel samen met een ander of meer anderen medeplichtig is geweest bij deze brandstichting (subsidiair).
Feit 2: op 15 januari 2023 te Leudal geprobeerd heeft samen met een ander of anderen opzettelijk brand te stichten aan een personenauto, waardoor onder meer gemeen gevaar is ontstaan voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen (primair) dan wel samen met een ander of meer anderen medeplichtig is geweest bij deze brandstichting (subsidiair).
Feit 3: op 21 januari 2023 te Leudal ( [adres 2] te Haelen) samen met een ander of anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is verbrand en waardoor onder meer gemeen gevaar is ontstaan voor goederen en/of levensgevaar (primair) dan wel samen met een ander of anderen medeplichtig is geweest bij deze brandstichting (subsidiair).
Feit 4: op 4 maart 2023 te Leudal geprobeerd heeft samen met een ander of anderen brand te stichten aan een personenauto, waardoor gemeen gevaar voor goederen zou ontstaan (primair) dan wel samen met een ander of meer anderen de brandstichting heeft uitgelokt (subsidiair) dan wel samen met een ander of meer anderen medeplichtig is geweest bij deze brandstichting (meer subsidiair).
Feit 5: op 29 maart 2023 te Leudal samen met een ander of anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan een personenauto, waarbij die personenauto geheel of gedeeltelijk is verbrand en waardoor onder meer gemeen gevaar is ontstaan voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen (primair) dan wel samen met een ander of meer anderen de brandstichting heeft uitgelokt (subsidiair) dan wel samen met een ander of meer anderen medeplichtig is geweest bij deze brandstichting (meer subsidiair).
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd overeenkomstig het overgelegde requisitoir en de daarin benoemde bewijsmiddelen. Hij acht alle tenlastegelegde feiten, in primaire variant, wettig en overtuigend bewezen, te weten dat verdachte in vereniging de brandstichtingen en pogingen tot brandstichting heeft gepleegd. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn samen de spil van alle brandstichtingen. Hun intensieve samenwerking blijkt uit de wijze waarop zij overleggen. De verdachte dicht zichzelf een kleinere rol toe, maar dit is ongeloofwaardig. Hij is het die aan [medeverdachte 1] het adres doorstuurt op 20 maart 2023, die op voorverkenning gaat en aangeeft dat er een specifieke auto staat en zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij ‘hem’ moet bellen. Hij heeft ook contact met [medeverdachte 1] over de betaling van 500 euro. Zij hebben een gelijkwaardige rol en zijn gelijkwaardige medeplegers, aldus de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, zoals opgenomen in de overgelegde schriftelijke pleitaantekeningen, vrijspraak bepleit voor alle tenlastegelegde feiten, in zijn geheel, met uitzondering van het onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde. Concluderend is aangevoerd ten aanzien van feit 1 dat de opzet op het gronddelict ontbreekt. Voor de feiten 1, 2, 4 en 5 heeft de verdediging voorts gesteld dat het handelen van de verdachte (zoals het doen van voorverkenningen of contact met medeverdachten) onvoldoende is om te spreken van een nauwe samenwerking of actieve bijdrage aan de brandstichtingen. Voor de feiten 3 en 4 ontkent de verdachte elke betrokkenheid. De aanwezige berichten of contacten zijn volgens de verdediging niet concreet genoeg om als bewijs te dienen. Bij de feiten 1, 2, 3 en 5 is partiële vrijspraak bepleit voor het onderdeel 'levensgevaar' als gevolg van de brand. Bij feit 5 is aangevoerd dat [naam 8] is veroordeeld als uitvoerder van de brandstichting en dat er geen bewijs is dat iemand anders daarbij betrokken was.
Het oordeel van de rechtbank
Het strafrechtelijk onderzoek, met de naam Recuerdo, ziet op een vijftal brandstichtingen, dan wel pogingen daartoe, in de periode van donderdag 29 december 2022 tot en met woensdag 29 maart 2023. Gedurende het onderzoek zijn zeven personen als verdachte aangemerkt, te weten [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [naam 9] , [naam 10] en [naam 8] . In de loop van het onderzoek komt naar voren dat deze (pogingen tot) brandstichtingen vermoedelijk verband met elkaar hebben en dat in wisselende samenstelling één of meerdere verdachten daarbij betrokken waren. Daarbij is telkens dezelfde familie slachtoffer geworden, te weten de familie [naam 1] / [naam 3] , bestaande uit mevrouw [naam 1] (en haar echtgenoot de heer [naam 2] ) en haar dochter mevrouw [naam 3] met haar gezin (bestaande uit haar echtgenoot de heer [naam 4] en hun drie kinderen).
Uit de verklaringen van de aangevers in het dossier blijkt dat in mei 2016 mevrouw [naam 1] [woning] , gelegen aan de [adres 2] te Haelen, aan [naam 12] en zijn echtgenote heeft verkocht. Contractueel werd vastgelegd dat mevrouw [naam 1] in het [woning] mocht blijven wonen. Sinds 2018 wonen (ook) mevrouw [naam 3] en haar gezin in het bijgebouw van het [woning] .
Volgens de verklaringen van aangevers verslechterde de relatie tussen de familie [naam 1] / [naam 3] en [naam 12] na het overlijden van de echtgenote van [naam 12] . Daarnaast kwam de kleinzoon van [naam 12] in het [woning] wonen, wat leidde tot overlast. Volgens aangevers uitte [naam 12] sindsdien diverse beschuldigingen van diefstal aan het adres van [naam 1] . Ook was sprake van verbale agressie en bedreigingen richting [naam 1] en [naam 3] , waarbij hij onder andere dreigde ‘zigeuners op hen af te sturen’. Op basis van dit conflict bestaat bij aangevers het vermoeden dat [naam 12] vervolgens personen heeft ingezet om de branden te stichten en de familie [naam 1] / [naam 3] schrik aan te jagen. Naar aanleiding van analyse van zendmast- en telecomgegevens werden diverse telefoonnummers afgeluisterd en opgenomen en zijn de verschillende verdachten bij de politie in beeld gekomen.
De rechtbank zal eerst de afzonderlijke branden bespreken en daarbij acht slaan op wie daarbij betrokkenheid had. Vervolgens zal de rechtbank bepalen wat de onderlinge rolverdeling was en of er al dan niet sprake was van medeplegen.
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, mede gelet op de omvang van de bewijsmiddelen, zijn de relevante bewijsmiddelen apart opgenomen in bijlage II. Op grond van die bewijsmiddelen zijn volgens de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen.
29 december 2022 (feit 1)
Op donderdag 29 december 2022 omstreeks 01:57 uur werden aangeefster [naam 1] en haar echtgenoot [naam 2] in hun woning aan de [adres 3] te Neer, gewekt door een telefoontje van hun dochter, die op camerabeelden zag dat hun auto in brand stond. Vanaf de overloop nam de aangeefster waar dat twee auto’s op de oprit in brand stonden, waarbij de vlammen een hoogte van twee meter hadden bereikt. Vanwege de hevige rookontwikkeling, het dreigende ontploffingsgevaar en de vrees dat het vuur zou overslaan naar de woning, hebben de bewoners de woning niet verlaten. De brand aan de twee auto’s is vervolgens door de brandweer geblust.
Uit forensisch onderzoek bleek dat de auto’s door het vuur waren aangetast en gesmolten. Daarnaast werd schade aan de woning geconstateerd, waaronder hittebreuken in de ruiten naast de voordeur en aangetaste, bruin verkleurde kozijnen. De onderzoekers stelden vast dat er twee afzonderlijke brandhaarden waren tussen de voertuigen aan de voor- en achterzijde en dat zeer waarschijnlijk sprake is van brandstichting. Omdat motorvoertuigen doorgaans zeer fel branden met een grote hitteontwikkeling, bestond gezien de locatie van de auto’s een direct gevaar voor uitbreiding van de brand. Geconcludeerd werd dat sprake is geweest van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Op het moment van het uitbreken van de brand lagen de bewoners in de woning te slapen.
Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [verdachte] kan worden geconcludeerd dat [medeverdachte 1] destijds gebruikmaakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [verdachte] van [telefoonnummer 2] . Het politieonderzoek heeft voorts uitgewezen dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Dit volgt uit het feit dat [medeverdachte 3] met dit telefoonnummer op donderdag 24 november 2022 om 01:12 uur een melding heeft gedaan bij de politiemeldkamer met betrekking tot een incident op het adres [adres 4] in Eindhoven. Daarnaast had, zoals hierna zal worden geoordeeld, dit telefoonnummer in de nacht van 21 januari 2023 (feit 3) veelvuldig contact met [medeverdachte 1] , verplaatste dit telefoonnummer zich die nacht gelijktijdig met de bij feit 3 gebruikte Opel Vectra en concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] in deze Opel Vectra heeft gezeten. Daarnaast heeft [medeverdachte 1] het rond die tijd in een bericht naar [verdachte] erover dat ze beter op ‘die lange’ kunnen wachten, want die wil het wel doen en [medeverdachte 3] is lang, te weten 2.10 meter. Ook noemde [medeverdachte 3] zichzelf ‘lange’ toen hij de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] (dat aan hem gekoppeld is door middel van stemherkenning) opnam met ‘Advocatenkantoor De Lange’.
Met deze vaststellingen kan worden geconstateerd op basis van de informatie uit de telefoon van [verdachte] dat [verdachte] en [medeverdachte 1] op 28 december 2022 met elkaar belden rond 17.21 uur. [medeverdachte 1] heeft in een van die gesprekken gezegd dat hij ‘hem’ niet kan bereiken en dat hij anders voor niets rijdt. [verdachte] antwoordde daarop dat hij tot 18:00 uur afwacht, dan komt en ernaartoe rijdt. Vervolgens laten de onderzochte telecomgegevens en zendmastgegevens zien dat de telefoons van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] op 28 december 2022 vanaf 11:00 uur veelvuldig contact met elkaar hadden. Die middag bevonden de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] zich eerst in Veghel tussen 11:47 en 13:13 uur, waarna zij zich aan het eind van de middag, tussen 17:22 en 17:56 uur, allebei in Sint-Oedenrode bevonden. In de vroege avond verplaatsten zij zich richting het zuiden. Terwijl [verdachte] vanaf 18:47 uur vanuit Eindhoven richting Limburg reisde, volgden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] rond 18:53 uur dezelfde route. [medeverdachte 3] werd om 19:42 uur en 19:56 uur gesignaleerd door een zendmast in Neer ( [straat 1] ). Ook [medeverdachte 1] bevond zich in de omgeving van Neer en Haelen en belde toen met [medeverdachte 3] . Van 20:32 uur tot halverwege de nacht (00:29 uur op 29 december 2022) bevonden [verdachte] en [medeverdachte 1] zich in Nederweert. Vervolgens bevonden [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] zich alle drie rond 01:30 uur op de [adres 3] in Neer. Nadat [medeverdachte 3] rond 01:10 uur al in de nabijheid is gesignaleerd, bevonden ook [medeverdachte 1] en [verdachte] zich omstreeks 01:27 uur onder de zendmast die direct dekking biedt aan de betreffende woning [adres 3] te Neer. Op dat specifieke moment zocht [medeverdachte 1] contact met [medeverdachte 3] , hetgeen niet lukte. Vervolgens reisden [medeverdachte 1] en [verdachte] terug naar Noord-Brabant, waarbij [medeverdachte 1] om 02.00 uur is gesignaleerd in Eindhoven en [verdachte] om 02:37 uur in Best. [medeverdachte 3] is nog rond 02.00 uur gesignaleerd in Leende en Heeze. Hij is dan nog op de terugreis naar Eindhoven.
Deze bewegingen in Neer zijn ook vastgelegd op de camerabeelden van [adres 5] te Neer. Daaruit volgt dat vanaf 01:27 uur meermaals twee auto’s, een Volvo V40 (van [verdachte] ) en een Volkswagen Golf (waarin [medeverdachte 3] dan moet hebben gereden), door de straat reden. Om 01:40 uur kwam de Volkswagen Golf uit de richting van de plaats delict rijden, maar dan opvallend genoeg met de verlichting uit. Vervolgens wordt de verlichting weer aangezet. Daarna zijn er geen auto’s meer te zien. Op de camerabeelden is te zien dat rond 01.40 uur de brand aan de auto’s is ontstaan.
[medeverdachte 1] heeft over de feiten niet verklaard. [verdachte] heeft over 28 en 29 december 2022 verklaard dat hij op voorverkenning was met zijn Volvo V40, die op naam staat van zijn partner [naam 13] . Hem werd gevraagd of hij die nacht naar de [adres 3] in Neer kon rijden. Het adres kreeg hij in de middag van 28 december 2022 op een briefje. De opdracht was dat hij moest doorgeven of op dat adres iets verdachts was en of er auto’s bij dat adres stonden. Dit heeft hij gedaan en hiervoor kreeg hij geld. Hij verklaarde dat hij toen niet wist dat er brand zou worden gesticht, wel dat er mogelijk iets strafbaar zou plaatsvinden. Achteraf is hem verteld over de brandstichting en heeft hij het ook via zijn telefoon op internet opgezocht. Hij heeft bij alle feiten altijd contact gehad met maar één persoon, die hem de opdrachten gaf. Op basis van het veelvuldige contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] die dag en nacht, komt de rechtbank tot de conclusie dat deze ene persoon [medeverdachte 1] is geweest, die hem de opdrachten met betrekking tot de brandstichtingen heeft gegeven.
Tussenconclusie
De rechtbank acht op basis van het forensisch onderzoek wettig en overtuigend bewezen dat op 29 december 2022, omstreeks 01:40 uur, brand is gesticht aan twee auto’s op de oprit van het adres [adres 3] te Neer, gemeente Leudal. Gelet op de onderbouwing van de forensisch onderzoekers is de rechtbank van oordeel dat sprake was van gemeen gevaar voor in de auto gelegen goederen, de nabijgelegen woning en levensgevaar, dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen.
[medeverdachte 1] heeft [verdachte] opdracht gegeven om de voorverkenning te doen. Hij heeft hem ook het briefje met het adres gegeven. Gedurende 28 december 2022 hadden [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] meerdere keren telefonisch contact. Omstreeks 20:00 uur zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in afzonderlijke voertuigen langs het adres [adres 3] te Neer gereden om de locatie aan te wijzen en te bekijken. De uitvoering vond vervolgens plaats in de nacht: omstreeks 01:30 uur op 29 december 2022 voerde [verdachte] in zijn Volvo V40 de voorverkenning uit en rapporteerde aan [medeverdachte 1] . Ook [medeverdachte 1] was in de buurt van de locatie. Vervolgens vertrokken [verdachte] en [medeverdachte 1] beiden richting Noord-Brabant. Kort daarna stichtte [medeverdachte 3] de brand aan de voertuigen op de oprit en vertrok vervolgens naar Eindhoven. Dit laatste baseert de rechtbank op basis van het tijdstip van de brand, 01:40 uur, en de aanwezigheid van [medeverdachte 3] in Leende en Heeze rond 02:00 uur.
15 januari 2023 (feit 2)
Op 15 januari 2023 omstreeks 01:50 uur zag aangeefster [naam 1] dat een personenauto voor haar huis aan de [adres 3] te Neer stopte. Daarin zaten drie personen. De bestuurder stapte uit en goot een kan benzine over een van haar personenauto’s, die op de oprit stond. Toen [naam 1] begon te schreeuwen is de persoon snel in de auto gestapt en weggereden.
De forensisch onderzoekers concluderen dat het zeer waarschijnlijk is dat de auto overgoten is met benzine om hem vervolgens in brand te steken.
Uit de telecomgegevens blijkt dat een dag eerder, op 14 januari 2023, [verdachte] en [medeverdachte 1] telefonisch contact hadden over dat [verdachte] met ‘ [bijnaam 1] ’ ernaartoe rijdt om de weg te wijzen. [verdachte] gaf aan dat ze er vanavond naartoe zouden rijden. [medeverdachte 1] gaf [verdachte] de opdracht om de kentekenplaten van de auto af te halen en meldt dat hij dat zelf ook doet.
Uit de camerabeelden van het tankstation Tinq volgde dat er om 01:44 uur een Opel Vectra langsreed.
De onderzochte telecom- en zendmastgegevens tonen aan dat [medeverdachte 1] zich omstreeks 00:31 uur bevond in Son en Breugel. [verdachte] was in dezelfde omgeving om 00:54 uur. Om 01:01 uur verplaatsten zij zich vanuit Noord-Brabant naar Limburg. Om 01:33 en 01:53 uur belde [medeverdachte 1] naar de telefoon van de onbekende gebruiker ( [nummer 1] ). Om 01:33 uur was [medeverdachte 1] in Haelen (onder bereik van een mast die de N273 bestrijkt). Tussen 01:53 uur en 01:57 uur bevond [medeverdachte 1] zich in de directe omgeving van Neer ( [straat 2] en de [straat 3] ). Om 01:57 uur straalde ook de telefoon van de onbekende gebruiker ( [nummer 1] ) een mast aan in Neer. Deze mast, de [straat 1] , biedt dekking aan de [adres 3] te Neer. Dit was ook het moment dat [naam 1] zag dat er benzine over haar auto werd gegoten. De telefoon van de onbekende gebruiker ( [nummer 1] ) belde toen [medeverdachte 1] , die zich op ditzelfde moment bevond in de directe nabijheid (onder bereik van de masten in Kessel/Beesel die de N273 in Neer bestrijken). Vervolgens werd de terugreis ingezet: [verdachte] is om 01:59 uur gesignaleerd in Reuver/Kessel, nabij de verbindingswegen richting de A67. En zowel [medeverdachte 1] als de telefoon van gebruiker [nummer 1] bevond zich om 02:11 uur op de A67 ter hoogte van Liessel, rijdend in de richting van Eindhoven. Omstreeks 02:33 uur zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] terug in Best respectievelijk Son en Breugel.
[verdachte] heeft verklaard dat hij op 15 januari 2023 naar Neer is gereden voor een voorverkenning en dat hij heeft vernomen dat het niet was gelukt om brand te stichten. Hij wist nu wel dat er brandgesticht zou worden.
Tussenconclusie
De rechtbank is van oordeel dat - mede gelet op de samenhangende feiten en omstandigheden in deze zaak - op 15 januari 2023 benzine over de auto op de oprit van [adres 3] te Neer, gemeente Leudal, is gegoten met als doel om deze in brand te steken. Het enige wat nog nodig was, was het aansteken van de benzine. Er is naar het oordeel van de rechtbank zodoende sprake van een poging tot brandstichting. Voor de vraag of van de brand gemeen gevaar voor goederen te duchten was, dient te worden beoordeeld of dat gevaar ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar is geweest. In dit geval stond naast de met benzine overgoten auto nog een auto geparkeerd op de oprit. Gelet op de situatie dat een auto fel kan branden met forse hitteontwikkeling, is de rechtbank van oordeel dat gemeen gevaar voor goederen te duchten was, te weten voor de goederen gelegen in de met benzine overgoten personenauto en de nabij geparkeerde personenauto.
De rechtbank stelt voorts vast dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en een onbekend gebleven persoon ( [nummer 1] ) naar Neer zijn gereden en ten tijde van de poging tot brandstichting in de buurt van de plaats delict zijn. [verdachte] was daar om de situatie vooraf te verkennen. [medeverdachte 1] heeft op 14 januari 2023 aan [verdachte] de opdracht gegeven om samen met ‘ [bijnaam 1] ’ ernaartoe te rijden om de weg te wijzen. Ook heeft hij de opdracht gegeven aan [verdachte] om de kentekenplaten van de auto te halen en zei hij dat hij dat zelf ook zou doen. Daarnaast reed [medeverdachte 1] ook naar Neer die nacht en onderhield hij contact met de telefoon van de onbekende gebleven persoon ( [nummer 1] ). De onbekende gebruiker ( [nummer 1] ) was door [medeverdachte 1] ingeschakeld om de brand te stichten en heeft de benzine over de auto gegoten.
Op basis van de gesprekken die [medeverdachte 1] heeft gevoerd rondom feit 3 en feit 5, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] de opdracht tot brandstichting aan de onbekende gebruiker ( [nummer 1] ) heeft gegeven, zoals hij dit ook heeft gedaan bij [medeverdachte 3] (feiten 1 en 3) en [naam 8] (feit 5).
21 januari 2023 (feit 3)
Op 21 januari 2023 omstreeks 03:30 uur is brandgesticht bij de toegangspoort van [woning] , gevestigd op de [adres 6] te Haelen, gemeente Leudal. De uitbater [naam 4] heeft hiervan aangifte gedaan. Uit het forensisch onderzoek is vast komen te staan dat de linkerhelft van de toegangspoort beroet was en delen van het hout door vuur en hitte waren aangetast. Ook op de keien van het pad voor de poort zat zwarte aanslag/beroeting. Daarbij was sprake van een positieve indicatie van een brandbare vloeistof op de linkerhelft van de poort en het straatwerk voor deze poorthelft. Geconcludeerd werd dat de brand hoogstwaarschijnlijk is veroorzaakt door het opzettelijk inbrengen van vuur bij een brandbare vloeistof en dat bij deze brand gemeen gevaar voor goederen was te duchten.
Uit de beschrijving van de camerabeelden van die nacht van de toegangspoort van het [woning] volgt dat er om 03.27 uur een Opel Vectra met kenteken [kenteken 1] achteruit de loopbrug opreed. De bestuurder van de auto stapte uit en liep met een zwartkleurig voorwerp, gelijkend op een jerrycan, in de richting van de houten toegangspoort en liep toen het beeld uit. Hij stak vervolgens de houten toegangspoort in brand. Immers, op het moment dat hij weer in beeld kwam, had hij het zwartkleurige voorwerp niet meer bij zich en was een oranjekleurige gloed te zien die steeds feller werd. Hij liep met versnelde pas/rende naar de auto en reed weg.
De Opel Vectra is drie weken later in Boxtel aangetroffen. Aan de achterzijde zat de kentekenplaat [kenteken 1] en aan de voorzijde kentekenplaat [kenteken 2] . De kentekenplaat [kenteken 2] was van een ander voertuig gestolen in Eindhoven tussen 14 en 15 januari 2025. Uit de ANPR-gegevens is gebleken dat een auto met kentekenplaat [kenteken 2] in de nacht van de brandstichting op 21 januari 2025 om 02:34 uur van Eindhoven naar het zuiden reed en om 03:50 uur weer onderweg was in de richting van Eindhoven. Uit de historische telefoon- en mastgegevens is gebleken dat ook de telefoon van [medeverdachte 3] die nacht omstreeks 02:45 uur van Eindhoven naar het zuiden reed: omstreeks dat tijdstip straalde hij een zendmast aan de [straat 27] A2 in Waalre aan welke zendmast dekking geeft aan de [straat 27] A2, onder andere een gedeelte van de A2 tussen knooppunt Leenderheide (Eindhoven) en Valkenswaard. Om 02:48 uur passeerde ook de Opel Vectra de ANPR-camera op de A2 bij Leende/Valkenswaard in de richting Weert.
In de woning in Eindhoven waar [medeverdachte 3] omstreeks 10 februari 2023 verbleef, is ook een kentekenplaat met het kenteken [kenteken 2] aangetroffen. Verder is uit DNA-onderzoek gebleken dat op het stuurwiel, de deurklink van de bestuurder van de aangetroffen Opel Vectra en op de schenktuit van een jerrycan, die in de deze auto lag, celmateriaal zat dat mogelijk afkomstig is van [medeverdachte 3] .
Voorts komt uit onderzoek naar voren dat de Opel Vectra vanaf 14 november 2022 op naam had gestaan van [naam 14] : [medeverdachte 1] logistiek, KVK [nummer 2] , [adres 7] Son en Breugel. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] volgt dat dit het bedrijf van zijn vader is.
Een dag na de brandstichting heeft [medeverdachte 1] gebeld met [naam 12] . Na beëindiging van dit gesprek, heeft [medeverdachte 1] direct [medeverdachte 3] gebeld. Verder hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] op 19, 20 en 21 januari 2023 telefonisch contact gehad. Voorafgaand aan de brand zei [medeverdachte 1] tegen [verdachte] dat ze beter op ‘die lange’ kunnen wachten want die anderen durven toch niet, die weten wat er allemaal al is gebeurd. [verdachte] antwoordde daarop dat [medeverdachte 1] de baas is. Op 20 januari 2023 bespreken ze hoe laat ze zullen gaan en hoe laat ze verwacht worden bij ‘hem’. [verdachte] was om 21 januari 2023 om 01:00 uur in de nacht bij [medeverdachte 1] om hem op te halen. Om 03:38 uur, vlak na de brandstichting, stuurde [verdachte] aan [medeverdachte 1] : 100% neef. De rechtbank maakt uit de context op dat dit zoiets moet betekenen als: [medeverdachte 3] is erheen gereden. Vervolgens zei [verdachte] dat [medeverdachte 1] moet proberen om ‘hem’ te bereiken om te vragen of alles goed is gegaan. Een paar minuten later stuurde [verdachte] aan “ [nummer 3] ” dat hij niet meegaat omdat hij kapot is: hij was vanochtend pas weer thuisgekomen en dat dit al de hele week zo is.
Tussenconclusie
De rechtbank is van oordeel dat er in de vroege ochtend van 21 januari 2023 brand is gesticht bij de toegangspoort van [woning] in Haelen, gemeente Leudal. De rechtbank is daarbij tevens van oordeel dat er gemeen gevaar te duchten was voor het [woning] en de goederen in het [woning] , op basis van de conclusies van het forensisch onderzoek.
Gelet op het dossier is de rechtbank van oordeel dat het [medeverdachte 3] is geweest die met de Opel Vectra van de vader van [medeverdachte 1] naar het [woning] is gereden om de brand te stichten en dat hij de kentekenplaat van de Opel Vectra heeft verwisseld. [medeverdachte 1] heeft in de dagen voorafgaand aan de brandstichting en ook daarna met [verdachte] contact gehad over de uitvoering. [medeverdachte 1] bepaalde dat ze beter op ‘die lange’ konden wachten en hij regelde naar alle waarschijnlijkheid de Opel Vectra waarmee [medeverdachte 3] naar het [woning] is gereden. De Opel Vectra stond immers niet lang voor de brandstichting nog op naam van zijn vader. Voorts kreeg hij van [verdachte] te horen dat de uitvoering van de brandstichting was gebeurd. Bij dit feit wordt de hiërarchische positie van [medeverdachte 1] expliciet bevestigd door [verdachte] , die hem in het onderling contact als ‘de baas’ aanmerkt. De regierol van [medeverdachte 1] blijkt bovendien uit de communicatielijn direct na het delict: hij onderhield eerst telefonisch contact met de vermoedelijke opdrachtgever [naam 12] en trad onmiddellijk daarna in contact met de uitvoerder [medeverdachte 3] .
Ten aanzien van [verdachte] overweegt de rechtbank dat, hoewel hij ontkent een voorverkenning te hebben verricht en zijn telefoon niet ter plaatse een zendmast heeft aangestraald, de feiten en omstandigheden tot een andere conclusie leiden. [verdachte] onderhield immers contact met [medeverdachte 1] over de planning van die avond (hoe laat ze zullen gaan) en verzond vrijwel direct na de brandstichting het bericht ‘100%’. De rechtbank leidt hieruit af dat [verdachte] kennelijk op de hoogte was van de (geslaagde) uitvoering van het delict, hetgeen duidt op zijn aanwezigheid in de nabijheid van de brandstichting, dan wel direct contact met de uitvoerder [medeverdachte 3] . Nu er van contact met [medeverdachte 3] op basis van de analyse van de telefoon van [verdachte] niet is bleken, moet sprake zijn geweest van het eerste: hij was in de buurt. De betrokkenheid van [verdachte] wordt voorts gestaafd door zijn berichten aan [bijnaam 2] , waarin hij aangaf pas die ochtend thuis te zijn gekomen.
4 maart 2023: vrijspraak (feit 4)
Op 4 maart 2023 is op de [adres 3] te Neer geprobeerd brand te stichten aan een auto die geparkeerd stond de oprit. Aan [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] is tenlastegelegd dat zij dit feit hebben gepleegd dan wel hierbij betrokken zijn geweest.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Hoewel de onderhavige poging tot brandstichting past binnen de bredere context van het dossier en er sterke aanwijzingen voor betrokkenheid van de verdachten bestaan, is de rechtbank van oordeel dat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een veroordeling van [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] te komen. Ten eerste stelt de rechtbank vast dat de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] geen masten in de directe omgeving van de plaats delict hebben aangestraald. Ten tweede bieden de telecomgegevens van de bewuste nacht of de voorafgaande dag geen aanknopingspunten die duiden op de voorbereiding van een brandstichting. Het feit dat er na het incident een video van de woning tussen de verdachten is verzonden, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de betrokkenheid bij het delict zelf aan te tonen.
De rechtbank merkt op dat de bewegingen van [medeverdachte 2] - die van Best naar Limburg reed, rondom het tijdstip van de poging een zendmast in de omgeving van de plaats delict aanstraalde en telefonisch contact zocht met zijn zoon [verdachte] - weliswaar uiterst opmerkelijk zijn, maar dat dit onvoldoende basis biedt om het daderschap van [medeverdachte 2] , [verdachte] of [medeverdachte 1] onomstotelijk vast te stellen. Tot slot is de signalering van een voertuig dat vijftien minuten voorafgaand aan de poging langs de locatie reed, onvoldoende specifiek. Hoewel dit voertuig gelijkenissen vertoont met de auto die drie dagen later werd aangetroffen op het woonwagenkamp waar [verdachte] verblijft, ontbreken in het dossier specifieke identificerende gegevens om te kunnen vaststellen dat het om exact hetzelfde voertuig gaat. Ook dit biedt onvoldoende basis voor een bewezenverklaring. De rechtbank spreekt [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] dan ook vrij van dit feit.
29 maart 2023 (feit 5)
Op 29 maart 2023 omstreeks 01.30 uur is er op de oprit van de [adres 3] te Neer een Seat Inca in brand gestoken. [naam 1] heeft daarvan aangifte gedaan namens de eigenaar van de auto, [naam 15] . Er waren vlammen te zien bij de auto en de echtgenoot van [naam 1] heeft de brand zelfstandig geblust. Volgens het forensisch onderzoek was de auto aan de linkerzijde beroet en was er gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar te duchten.
De rechtbank stelt vast op basis van een eenvoudige zoekslag op het internet dat de Seat Inca grote gelijkenissen vertoont met een Volkswagen Caddy. De kleinzoon van [naam 1] die haar belde om te zeggen dat ‘de Caddy’ in brand stond, had het dus over de Seat Inca.
Op basis van de camerabeelden van de oprit blijkt dat er die nacht een auto stopte nabij de oprit en dat er vanaf die auto een persoon naar de Seat Inca liep met een voorwerp in zijn handen. Hij maakte bij de auto een schenkende beweging waarna er een felle oplichting, de rechtbank begrijpt brand, ontstond.
[naam 8] heeft bekend dat hij de persoon was die de brand heeft gesticht. Hij heeft de opdracht tot brandstichting uit geldnood aanvaard. [naam 16] heeft hem in contact gebracht met mensen. Hij ontving twee briefjes in de brievenbus, een met daarop het adres, het voertuig en dat deze in brand moest en een ander briefje met dat het nu moest gaan gebeuren. Met de brandstichting heeft hij 500 euro verdiend, wat hij achteraf per briefje heeft ontvangen.
Uit historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens bleek dat niet alleen [naam 8] in de nacht van 29 maart 2023 vanuit Eindhoven naar Limburg reed, maar dat ook [verdachte] dat deed. Zijn telefoon straalde omstreeks 00.30 uur een zendmast aan in Neer die dekking geeft aan onder andere de woning [adres 3] te Neer en vertrok vervolgens weer naar Best. [medeverdachte 1] bleef in Son en Breugel die nacht, maar onderhield wel intensief telefonisch contact met [verdachte] .
Uit de tapgesprekken en audio-opnames van [medeverdachte 1] en [verdachte] volgt dat ze iemand hadden gevonden die een brand wilde stichten. Op 20 maart 2023 vroeg [medeverdachte 1] aan [verdachte] wat de straat en het huisnummer ook alweer was. [medeverdachte 1] gaf aan dat het ‘die van Helmond’ is en dat ze naar het adres gaan rijden rond een uur of één. [verdachte] gaf het adres [adres 3] te Neer en een instructie over het voorbijrijden. [verdachte] was kennelijk die avond om 22.22 uur ook nog in Neer geweest, want hij gaf aan [medeverdachte 1] aan dat van de twee auto’s nog een auto op het terrein stond en dat [medeverdachte 1] dit moest doorgeven aan de Roma-man. Op 22 maart 2023 heeft [medeverdachte 1] ook nog een telefoongesprek gehad met een onbekend gebleven persoon die aangaf dat er een auto in brand gaat en dat dat niet verkeerd is.
Op 27 maart 2023 in de ochtend spreken [medeverdachte 1] en [verdachte] audio-opnames voor elkaar in. Genoemd werd dat [naam 16] wilde gaan, alleen dat ‘de lange’ het vanavond zou doen en hij de week daarop. En dat hij ook meegaat vanavond. Vervolgens gaf [verdachte] aan dat [naam 16] ‘hem’ meteen moet appen dat hij vanavond komt omdat ‘die lange’ ‘full’ is. De rechtbank maakt daaruit op dat ‘de lange’ niet langer van plan was het te doen en dat [naam 16] wordt ingezet. [verdachte] en [medeverdachte 1] belden in de avond nog met elkaar waarbij [verdachte] aan [medeverdachte 1] vroeg of hij al iets weet. [medeverdachte 1] gaf aan dat ‘hij’ zei dat hij er morgen naartoe gaat. Een dag later op 28 maart 2023 bespreken [verdachte] en [medeverdachte 1] de verdere planning van die dag tijdens een telefoongesprek, waarbij [verdachte] aangaf dat die man er naartoe rijdt. [medeverdachte 1] rijdt dan mee. [verdachte] wilde ook dat hij meerijdt want hij zei: 100 procent… [medeverdachte 1] gaf aan dat hij de man de weg gaat wijzen en dan teruggaat. [medeverdachte 1] gaf vervolgens aan dat de man eerst met de neger die bij hem zit, gaat. [medeverdachte 1] rijdt hem daarheen en dan rijden ze met zijn tweeën. [verdachte] vond dit een goed plan. Later op de dag bellen ze weer met elkaar. [verdachte] gaf op de vraag van [medeverdachte 1] of hij morgen gaat (29 maart 2023) aan dat hij vandaag al wilde. [medeverdachte 1] deed verslag van hoe de rit was geweest: [medeverdachte 1] is met hen daarnaartoe gereden en ‘hij’ had gezegd dat hij het 100% doet. [medeverdachte 1] heeft aangegeven dat hij eerst moet doorrijden, stoppen en nog een keer rijden. Vervolgens aansteken en wegrijden. [medeverdachte 1] en [verdachte] bespraken tevens dat er iemand mee moet ter controle. Op 29 maart 2023 om 00.28 uur belde [verdachte] naar [medeverdachte 1] . Hij is kennelijk op voorverkenning geweest die nacht, want hij gaf aan dat er een Caddy staat op hun terrein/grondstuk. Hij heeft ‘hem’, de rechtbank begrijpt de uitvoerder, zojuist langs zien rijden, dus hij is daar. [medeverdachte 1] gaf aan dat hij ‘hem’ zal bellen en daarna [verdachte] terugbelt. [medeverdachte 1] belde vervolgens [verdachte] weer en koppelde terug dat ‘hij’ gaat rijden. De volgende middag bellen [verdachte] en [medeverdachte 1] met elkaar over een betaling. [medeverdachte 1] zei dat hij die jongen sowieso gaat betalen. [verdachte] vroeg of het 500 was.
Tussenconclusie
De rechtbank stelt vast dat er op 29 maart 2023 brand is gesticht aan de Seat Inca die geparkeerd stond op de oprit van [adres 3] te Neer. De rechtbank volgt de analyse van de forensisch onderzoekers en is van oordeel dat er gemeen gevaar te duchten was voor de in de auto gelegen goederen, de nabijgelegen woning en levensgevaar, dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen.
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] intensief met elkaar een plan opstelden over de brandstichting. [medeverdachte 1] had iemand gevonden die het 100% wilde doen en het contact verliep via [naam 16] . In de dagen voorafgaand aan de brandstichting en op de dag zelf hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] contact over hoe laat ze gaan en welke handelingen er moeten plaatsvinden. [verdachte] is zelf ook daar geweest ter voorverkenning. [naam 8] was de uitvoerder van de brandstichting. Hij heeft verklaard dat hij die avond brand aan de auto in Neer heeft aangestoken en daarvoor 500 euro heeft gekregen. Over die betaling hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] met elkaar gesproken. [medeverdachte 1] heeft ook nog achteraf contact met [naam 16] . Uit het dossier blijkt ten slotte dat waar gesproken wordt over [naam 16] het [naam 10] betreft.
Modus operandi en rolverdeling
Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de drie brandstichtingen en de poging daartoe een duidelijke, samenhangende modus operandi vertonen. Alle incidenten waren gericht tegen de familie [naam 1] / [naam 3] uit de gemeente Leudal en volgden een vast patroon: na de voorverkenningen reden de verdachten vanuit Noord-Brabant naar Neer of Haelen om met brandversnellende middelen brand te stichten aan auto’s of toegangspoort, om vervolgens direct terug te keren naar Noord-Brabant. De brandstichtingen zijn in wisselende samenstellingen gepleegd, waarbij toch sprake was van een duidelijke kernbezetting, te weten [medeverdachte 1] en [verdachte] . Om de rol van de verschillende verdachten nader te duiden, bespreekt de rechtbank hieronder de onderlinge rolverdeling.
[medeverdachte 1]
was de organisator/regisseur van de brandstichtingen en had ook contact met (de mogelijke opdrachtgever) [naam 12] , zijnde een oom van [medeverdachte 1] . Hij had de volledige regie in handen: hij regelde een voorverkenner en de uitvoerders, bepaalde de planning en de wijze van uitvoering, was op momenten aanwezig op de plaats delict, gaf aanwijzingen en faciliteerde een auto om naar de plaats delict te komen. Deze rol wordt verder bevestigd rondom 21 januari 2023 toen hij instructies gaf over de uitvoering en waarbij medeverdachte [verdachte] hem expliciet als ‘de baas’ aanmerkte. [medeverdachte 1] fungeerde als de cruciale schakel tussen opdracht en uitvoering; hij heeft contact gehad met [naam 12] na de brandstichting aan de toegangspoort van het [woning] en sprak over de beloning voor de uitvoerder. Hiermee staat vast dat [medeverdachte 1] niet slechts betrokken was, maar de leidende en organiserende kracht was.
Om de rol van [medeverdachte 1] vast te stellen heeft de rechtbank de bewijsmiddelen van de verschillende brandstichtingen over en weer als steunbewijs gebruikt. Uit de telefoongesprekken en audiobestanden van de brandstichtingen van 21 januari en 29 maart 2023 blijkt uitdrukkelijk dat [medeverdachte 1] een leidende rol had achter de brandstichtingen. Gelet op deze omstandigheden en het telefonische contact dat [medeverdachte 1] onderhield met [medeverdachte 3] en de onbekende gebruiker ( [nummer 1] ) bij de brandstichtingen van 29 december 2022 en 15 januari 2023 stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] toen ook al dezelfde rol had. De rechtbank is van mening dat zij deze bewijsmiddelen over en weer kan gebruiken omdat de feiten en omstandigheden op essentiële punten (de modus operandi en het contact van [medeverdachte 1] met de andere betrokkenen) overeenkomen.
[verdachte]
was in eerste instantie de voorverkenner. Hij voerde een omgevingscheck uit en gaf aan [medeverdachte 1] door of er voertuigen voor de woning van aangeefster stonden. Hij wist naar eigen zeggen pas na de brandstichting op 29 december 2022 wat de reden was van deze voorverkenningen. Anders dan [verdachte] heeft verklaard, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] met het verstrijken van de tijd een grotere rol krijgt. Er vindt rond 21 januari 2023 steeds meer overleg plaats tussen hem en [medeverdachte 1] over de planning en welke uitvoerder er ingezet gaat worden. [verdachte] deed nog steeds de voorverkenning, maar gaf ook door dat de uitvoerder, [medeverdachte 3] , ter plaatse was. Vervolgens gaf hij ook aan [medeverdachte 1] de opdracht om contact te zoeken met [medeverdachte 3] om te vragen of alles goed is gegaan. Op 29 maart 2023 is de rol van [verdachte] nog groter en kan hij als mede-organisator worden aangemerkt. Hij voerde toen intensief overleg met [medeverdachte 1] over de uitvoering en de planning. Ook besliste hij bij die brandstichting mee over de beloning voor uitvoerder [naam 8] .
[medeverdachte 3]
De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 3] de uitvoerder is geweest van de brandstichtingen op 29 december 2022 en 21 januari 2023. Hij is telkens naar de plaats delict gereden, reed weg nadat er brand was ontstaan en had contact met [medeverdachte 1] .
[naam 8]
De rechtbank is voorts van oordeel dat [naam 8] de uitvoerder is geweest van de brandstichting op 29 maart 2023. [naam 10] regelde het indirecte contact tussen [medeverdachte 1] en [naam 8] .
Deelnemingsvorm
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld bij welke brandstichtingen de verdachte als medepleger, medeplichtige of uitlokker gezien moeten worden.
De rol van [verdachte] ontwikkelde zich gedurende de betreffende periode, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank ook gevolgen heeft voor de juridische kwalificatie van zijn betrokkenheid.
De rechtbank zal allereerst [verdachte] vrijspreken van de brandstichting van 29 december 2022 (feit 1), voor zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. Voor een bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtigheid is immers ‘dubbel opzet’ vereist. Dit impliceert dat het opzet niet alleen gericht moet zijn op de onderlinge samenwerking of het verlenen van hulp, maar ook op het gronddelict zelf: de brandstichting. Nu op basis van het procesdossier en de verklaring van [verdachte] zelf niet kan worden vastgesteld dat hij bij deze eerste brandstichting wist wat het daadwerkelijke doel van de voorverkenning was, ontbreekt het opzet - al dan niet in voorwaardelijke zin - op het delict brandstichting. De enkele omstandigheid dat [verdachte] wel wist dat er ‘iets strafbaars’ zou plaatsvinden, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot een veroordeling voor betrokkenheid bij brandstichting te komen.
Ten aanzien van de poging tot brandstichting van 15 januari 2023 (feit 2) heeft [verdachte] , in opdracht van [medeverdachte 1] , wederom een voorverkenning uitgevoerd. Ditmaal wist hij dat het de bedoeling was om brand te stichten bij de woning en koppelde hij terug of er geen verdachte situaties waren en of er auto’s op de oprit stonden. [verdachte] had alleen contact met [medeverdachte 1] .
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bij dit feit de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte(n) niet is komen vast te staan. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de enkele voorverkenning als bijdrage van [verdachte] is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. Daarom zal [verdachte] worden vrijgesproken van het onder 2 primair tenlastegelegde medeplegen.
De rechtbank is echter wel van oordeel dat [verdachte] met de voorverkenning behulpzaam is geweest bij en inlichtingen heeft verschaft voor de daaropvolgende brandstichting. De rechtbank is ook van oordeel dat zijn opzet daarop gericht was. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder 2 subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid.
Ten aanzien van de brandstichting op 21 januari 2023 (feit 3) heeft [verdachte] wederom een voorverkenning verricht. [medeverdachte 1] bepaalde echter de planning en regelde de uitvoerder. [verdachte] had alleen contact met [medeverdachte 1] en zei tegen hem: “Jij bent de baas.” Direct na de brandstichting heeft [verdachte] een bericht naar [medeverdachte 1] gestuurd met de tekst: “100%”, hetgeen duidt op zijn aanwezigheid in de omgeving van de brandstichting.
De rechtbank is op basis hiervan weliswaar van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het geheel groter is geworden ten opzichte van de brandstichting op 15 januari 2023, maar dat dat nog niet voldoende is om te spreken van een dusdanig gewicht dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking bij de brandstichting. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 3 primair tenlastegelegde medeplegen. De rechtbank is echter wel van oordeel dat [verdachte] wederom met de voorverkenning en het bericht aan [medeverdachte 1] na de brandstichting behulpzaam is geweest bij en inlichtingen heeft verschaft voor de brandstichting. De rechtbank is ook van oordeel dat zijn opzet daarop gericht was. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder 3 subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid.
Ten aanzien van de brandstichting op 29 maart 2023 (feit 5) heeft [verdachte] , zoals eerder al benoemd, intensief overleg gevoerd met [medeverdachte 1] . Er werd overlegd over de planning van de voorverkenningen en de daadwerkelijke uitvoering. [verdachte] gaf aan dat [medeverdachte 3] niet ingezet kon worden en dat [naam 16] de andere uitvoerder, [naam 8] , moest appen. Ook gaf hij instructies aan [medeverdachte 1] over hoe het voorbij de woning rijden moest gebeuren en [medeverdachte 1] koppelde aan hem terug hoe het was gegaan. Vervolgens vond [verdachte] dat er iemand ter controle met uitvoerder [naam 8] mee moest ten tijde van de brandstichting en vroeg hij achteraf aan [medeverdachte 1] of de jongen 500 euro zou krijgen.
De rechtbank is van oordeel - gelet op het intensieve contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] , waarbij ook [verdachte] beslissingen nam en opdrachten uitdeelde en de rol van [verdachte] in de voorbereiding en de afhandeling - dat er bij deze brandstichting wel sprake is geweest van een zodanige materiële en/of intellectuele bijdrage die van voldoende gewicht is om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [naam 8] . Daarmee acht de rechtbank het onder 5 primair tenlastegelegde medeplegen bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Ten aanzien van feit 2 subsidiair:
[medeverdachte 1] en een of meer personen op of omstreeks 15 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk brand te stichten, aan een personenauto, Mercedes-Benz S600, [kenteken 3] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor in die (personen)auto gelegen goederen en nabij een geparkeerde personenauto, met dat opzet
- benzine over die personenauto heeft gegoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 30 december 2022 tot en met 15 januari 2023 in de gemeente Leudal opzettelijk behulpzaam is geweest en inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 3] te Neer te verkennen en te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en er geen (verdachte) auto’s waren en of welke auto's er bij de woning op genoemd adres stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever;
Ten aanzien van feit 3 meer subsidiair:
[medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] op 21 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort, behorende bij een pand, gelegen aan [adres 2] te Haelen, door open vuur in aanraking te brengen met een jerrycan, gevuld met een brandbare stof, die tegen die (toegangs)poort was geplaatst en/of over/rond die (toegangs)poort was gegoten, ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor (aangebouwd) [woning] en panden en in dat [woning] en die panden gelegen goederen,
tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de periode van 15 januari 2023 tot en met 21 januari 2023 in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 2] te Haelen te verkennen en te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en of er geen (verdachte) auto’s waren en of welke auto’s er bij het pand op genoemd adres stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever en adresgegevens te verstrekken;
Ten aanzien van feit 5 primair:
hij op 29 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een bestelauto, Seat Inca, [kenteken 4] , door open vuur in aanraking te brengen met een brandversnellende vloeistof, die over die bestelauto was gegoten, ten gevolge waarvan die bestelauto, Seat Inca, gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor de in die bestelauto gelegen goederen en een nabijgelegen woning en
levensgevaar voor een of meer in voormelde woning aanwezige perso(o)n(en) en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning aanwezige perso(o)n(en) te duchten was.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Ten aanzien van feit 2 subsidiair:
medeplichtigheid aan een poging tot opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
Ten aanzien van feit 3 meer subsidiair:
medeplichtigheid aan opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
Ten aanzien van feit 5 primair:
medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 7 jaar met aftrek van het voorarrest. Hij heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de periode waarin het heeft plaatsgevonden, de hoeveelheid brandstichtingen, het te duchten gevaar en de impact die het heeft gehad op de slachtoffers en de omgeving. Voorts is de redelijke termijn overschreden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht een straf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Zij ziet daarvoor bevestiging in jurisprudentie over soortgelijke zaken. Voorts heeft de verdediging verzocht om rekening te houden met de open proceshouding van de verdachte en het feit dat hij zijn excuses heeft aangeboden aan de slachtoffers. De verdachte heeft als enige verdachte een verklaring afgelegd en ziet het kwalijke van zijn handelen in. Hij heeft de afgelopen tijd hard aan zichzelf gewerkt, hetgeen ook de reclassering beaamt. Verder is verzocht rekening te houden met de situatie dat de verdachte een jong gezin heeft en dat hij 14 maanden met een enkelband heeft gelopen tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. Voorts is de redelijke termijn aanzienlijk overschreden.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich in een periode van drie maanden samen met medeverdachten schuldig gemaakt aan het meerdere keren opzettelijk (proberen) in brand steken van auto’s, die geparkeerd stonden voor de woning van de slachtoffers [naam 1] en [naam 2] en het in brand steken van de (toegangs)poort van [woning] , waar de dochter van [naam 1] met haar gezin woonde en werkte. De verdachte is twee keer als medeplichtige en een keer als medepleger aangemerkt. De rechtbank ziet de verdachte aanvankelijk als voorverkenner, die steeds belangrijker werd bij de organisatie van de brandstichtingen. Hij had een belangrijke rol als voorverkenner en ondersteuner van de uitvoerders door hen de woning aan te wijzen en instructies te geven. Bij de laatste brandstichting besliste hij mee bij keuzes die gemaakt moesten worden bij de voorfase, de uitvoering en de afhandeling.
Brandstichting behoort tot één van de ernstigste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent, omdat als gevolg van dit delict onbeheersbare, zeer gevaarzettende situaties voor personen of goederen kunnen ontstaan. In deze zaak was zeker sprake van gemeen gevaar voor goederen en in één geval van levensgevaar. De auto’s en toegangspoort zijn gedeeltelijk verbrand en de branden hadden kunnen uitbreiden naar onder meer een nabij geparkeerde auto, de nabijgelegen woning, het pand of het [woning] . Dergelijke branden, elkaar in korte tijd opvolgend, veroorzaken grote angst en onrust in de samenleving, in de gemeente Leudal specifiek en bij de slachtoffers in het bijzonder.
De rechtbank acht het strafverzwarend dat de brandstichtingen telkens 's nachts en gericht tegen dezelfde familie plaatsvonden, terwijl de verdachte deze familie niet eens kent. Alles wijst erop dat dit alles gebeurde met één doel: bewuste intimidatie en bedreiging van de familie [naam 1] / [naam 3] . Dat de daadwerkelijke opdrachtgever en het motief voor de brandstichtingen onbekend zijn gebleven, beangstigt de familie – ondanks de eigen vermoedens die zij hierover hebben. Tijdens de zitting sprak de familie emotioneel over de diepe sporen die de brandstichtingen hebben achtergelaten in hun leven en op hun welzijn. De sfeer van angst en onzekerheid die is gezaaid heeft op ieder lid van de familie en op de familie als geheel nog altijd een enorme impact. Verdachten lijken zich ten tijde van de brandstichtingen helemaal niet te hebben bekommerd om het welzijn van de familie en de gevaren van de brandstichtingen in een woonwijk en bij het [woning] waarin een B&B zit. Dit vindt de rechtbank ontluisterend en ook verontrustend. De verdachten hebben zich kennelijk alleen laten leiden door hun eigen financiële gewin.
De ernst van de feiten, in combinatie met het gevaar en de angst die de brandstichtingen hebben veroorzaakt, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een andere strafsoort is niet aan de orde. De rechtbank wil met het oog op de generale preventie een duidelijk en krachtig signaal afgeven aan de samenleving dat brandstichtingen, niet licht mogen worden opgevat.
De verdachte heeft (gedeeltelijk) openheid van zaken gegeven bij de politie en de rechtbank en deze verklaringen hebben geholpen om de gebeurtenissen beter in kaart te brengen. Hij heeft naar eigen zeggen niets kunnen verklaren over de medeverdachten, omdat dit binnen de Sinti-gemeenschap niet geaccepteerd zou worden. Verder heeft verdachte meegewerkt aan een mediationtraject. Alhoewel dat traject negatief is beëindigd, heeft verdachte bij het mediationgesprek en ook ter terechtzitting zijn spijt betuigd aan de slachtoffers. De rechtbank meent dat hij daarin oprecht is.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 25 november 2025, waaruit blijkt dat hij slechts één keer in 2016 is veroordeeld voor een openlijke geweldpleging. Voorts houdt de rechtbank rekening met het reclasseringsadvies over de verdachte van 2 december 2025. Daarin is vermeld dat de verdachte een jong gezin heeft waarvoor hij zich inzet. Verder heeft hij gedurende de periode van het schorsingstoezicht actief deelgenomen aan de hem door de reclassering aangeboden interventies. Zo heeft hij stappen gezet om zijn financiën op orde te krijgen. Dit heeft gezorgd voor meer stabiliteit. Er worden echter nog wel problemen gezien op het gebied van dagbesteding en financiën. De verdachte is arbeidsongeschikt en zijn gezin leeft van zijn uitkering. Gezien het lage recidiverisico en het ontbreken van actuele interventiebehoeften ziet de reclassering geen meerwaarde in het opleggen van een reclasseringstoezicht.
De rechtbank heeft verder bij de straftoemeting rekening gehouden met het feit dat verdachtes recht op een behandeling van zijn proces binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, is geschonden, nu de zaak twee jaren en 10 maanden na de aanhouding van verdachte (op 30 maart 2023) leidt tot een eindvonnis in eerste aanleg, zonder dat dit aan de verdediging te wijten valt. De rechtbank vindt in deze termijnoverschrijding aanleiding een lagere straf op te leggen dan zij zonder deze verdragsschending zou hebben opgelegd.
De rechtbank zal afwijken van de eis van de officier van justitie nu de rechtbank minder feiten en - bij twee feiten - medeplichtigheid bewezen acht. Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest. De rechtbank ziet geen reden voor het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.
7. De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
De vordering van de benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2]
De benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] vorderen schadevergoeding tot een bedrag van 9.565,00 euro ter zake van feit 1, feit 2, feit 4 en feit 5.
Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
Feit 1
Personenauto van het merk Mercedes, verkoopwaarde minus uitgekeerde dagwaarde (zoekslag op het internet): 3.000 euro
Personenauto Nissan QashQai, verkoopwaarde minus uitgekeerde dagwaarde en 150 euro eigen risico (zoekslag op het internet en navraag garage): 2.550 euro
Zelf reinigen van voetsporen (roet) in de woning: 100 euro
Aanschaf drie extra brandmelders, twee blussers en vluchtladder: 230 euro
Aanschaf twee professionele buiten camera’s: 540 euro
Feit 2
Kosten wasstraat om de benzine op de Mercedes te verwijderen: 40 euro
Reiskosten voor psychische begeleiding via huisarts, tien keer. 10 x 12km x 0,25 eurocent: 30 euro
Feit 4
Kosten schoonmaken auto en oprit (zelf gedaan): 75 euro
Privédetective ingehuurd: 2.000 euro
immateriële schade: 1.000 euro
Voorts zijn als proceskosten gevorderd de eigen bijdrage van de rechtsbijstand van 250 euro. Deze kosten zijn ter terechtzitting ingetrokken.
De benadeelden hebben verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partijen gedeeltelijk toewijsbaar.
Hij heeft geconcludeerd dat het volledige bedrag aan gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de onderbouwing van de materiële schade in de meeste gevallen ontbreekt. Ook is onbekend hoe de hoogte van de bedragen voor het zelf reinigen van de vloer en het schoonmaken van de auto’s is bepaald.
De gevorderde immateriële schade acht hij voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intensiteit van de feiten. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [naam 1] en [naam 2] , voor ieder afzonderlijk, toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht het gedeelte van de vordering dat ziet op materiële schade niet-ontvankelijk te verklaren. De materiële schadeposten zijn immers onvoldoende onderbouwd en het aanleveren van een onderbouwing zou betekenen dat de zaak moet worden aangehouden, hetgeen een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Voorts vraagt de verdediging zich bij een deel van de kosten af of er sprake is van rechtstreekse schade, hetgeen alleen al om die reden zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van dat gedeelte van de vordering.
Voorts is verzocht om de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren nu niet is gebleken van geestelijk letsel op grond waarvan een immateriële schadevergoeding kan worden toegekend. Ook is er geen sprake van een dusdanige normschending dat op grond daarvan de gevolgen zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Een dergelijke situatie doet zich enkel voor in het geval dat er sprake was van levensgevaar. Daarvan was bij alle brandstichtingen op de oprit geen sprake. Het vergen van een nadere onderbouwing zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.
Het oordeel van de rechtbank
De gevorderde materiële schade:
Door de verdediging is de gevorderde materiële schade gemotiveerd betwist.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem tenlastegelegde feit 1 en feit 4. Volgens de wet kan de strafrechter voor die feiten dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering ten aanzien van 6.495 euro aan gevorderde materiële schade.
Ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade voor feit 2 en de privédetective stelt de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging, vast dat de schade niet is onderbouwd door middel van bijvoorbeeld facturen. De benadeelde partij zal niet in de gelegenheid gesteld worden om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting en verdere vertraging van deze strafprocedure. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de materiële schade, ter hoogte van 2.220 euro, niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De gevorderde immateriële schade:
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Gelet op de aard en ernst van de normschending (er was levensgevaar te duchten bij feit 1 en feit 5) en de gevolgen daarvan voor de benadeelden [naam 1] en [naam 2] , is de rechtbank van oordeel dat zij door de strafbare feiten op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. Er is een zeer ernstige inbreuk gemaakt op hun geestelijke en lichamelijke integriteit en de benadeelde partijen hebben voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van 1.000 euro billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij voor ieder afzonderlijk daarom in zijn geheel toe.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 29 december 2022 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van 1000 euro aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2022 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijk
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
De vordering van de benadeelde partij [naam 3]
De benadeelde partij [naam 3] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 1.323,76 euro ter zake van feit 3. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
Kilometervergoeding voor psychologische hulp voor haar en haar dochter [naam 7] van 323,76 euro
Immateriële schade: 1.000 euro
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toewijsbaar.
Hij heeft geconcludeerd dat het volledige bedrag aan gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu onvoldoende is onderbouwd in hoeverre de kilometervergoeding kan worden gekoppeld aan het feit.
De gevorderde immateriële schade acht hij voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intentie van het feit. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [naam 3] toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is. Het rechtsgevolg dat daaraan moet worden verbonden, is niet aangevoerd.
Voorts is verzocht om de immateriële schade te matigen nu er sprake was van een langlopend conflict dat al begon in juli 2022. Dit maakt dat een deel van de gevorderde schade zal zien op feiten die niet aan de verdachte zijn tenlastegelegd.
Het oordeel van de rechtbank
De gevorderde materiële schade:
Door de verdediging is de gevorderde materiële schade gemotiveerd betwist. De rechtbank stelt, met de officier van justitie en de verdediging, vast dat de schade en het verband met feit 3 niet is onderbouwd. De benadeelde partij zal niet in de gelegenheid gesteld worden om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting en verdere vertraging van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de materiële schade, ter hoogte van 323,76 euro, niet-ontvankelijk.
De gevorderde immateriële schade:
De rechtbank constateert dat de bewezenverklaarde brandstichting van een toegangspoort (feit 3) op zichzelf een onvoldoende ernstige normschending oplevert om een aantasting in de persoon op andere wijze aan te nemen, nu bij de brandstichting geen gevaar voor personen te duchten was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde de nadelige gevolgen van feit 3 onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd. De rechtbank heeft het schrijven van [bedrijf] gezien en begrijpt dat de brandstichting angstklachten heeft veroorzaakt bij de benadeelde. Uit het schrijven blijkt echter ook dat de klachten niet enkel zien op de brandstichting aan de toegangspoort, maar ook op de andere branden en de achtergrond daarvan. Wat de nadelige gevolgen van deze specifieke brand zijn, zijn niet omschreven en zodoende onvoldoende concreet gemaakt.
De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu het vergen van een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
De vordering van de benadeelde partij [naam 4]
De benadeelde partij [naam 4] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 2.406,50 euro ter zake van feit 3. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
Brandblusser: 56,50 euro
Aanschaf Ring deurbel: 650 euro
Aanschaf camera’s: 700 euro
Immateriële schade: 1.000 euro
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toewijsbaar.
Hij heeft geconcludeerd dat het volledige bedrag aan gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing.
De gevorderde immateriële schade acht hij voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intentie van het feit. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [naam 4] toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is en op die grond moet worden afgewezen. Daarnaast blijkt dat een deel van de schade niet gemaakt is door [naam 4] als privépersoon, maar door zijn onderneming. Door de onderneming is geen verzoek tot schadevergoeding ingediend. De kosten die zijn opgevoerd namens [naam 4] moeten dan ook worden afgewezen.
Voorts is verzocht om de immateriële schade te matigen nu er sprake was van een langlopend conflict dat al begon in juli 2022. Dit maakt dat een deel van de gevorderde schade zal zien op feiten die niet aan de verdachte zijn tenlastegelegd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit 3.
De gevorderde materiële schade:
De rechtbank is van oordeel dat de post ten aanzien van de brandblusser kan worden toegewezen op basis van het feit dat de brand van feit 3 door benadeelde zelf geblust is met een schuimblusser. Het hiermee gemoeide bedrag van 56,50 euro komt de rechtbank alleszins redelijk voor. De posten van de aanschaf van de Ring deurbel en de camera’s zijn niet voor toewijzing vatbaar omdat, blijkens de verklaring van [naam 4] ter terechtzitting, deze kosten gemaakt zijn door het bedrijf en niet de privépersoon [naam 4] . De rechtbank zal zodoende 56,50 euro toewijzen en 1.350 euro afwijzen.
De gevorderde immateriële schade:
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij het beroep op de aantasting in de persoon, behoudens een algemene weergave van de gevolgen, niet met schriftelijke stukken heeft onderbouwd. De rechtbank is verder van oordeel dat de bewezenverklaarde brandstichting aan de toegangspoort op zichzelf een onvoldoende ernstige normschending oplevert om een aantasting in de persoon op andere wijze aan te nemen zonder nadere onderbouwing, nu bij de brandstichting geen gevaar voor personen te duchten was. De door de benadeelde gestelde gevoelens van angst maken dit niet anders, nu de gestelde gevolgen onvoldoende concreet zijn gemaakt.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering ten aanzien van de immateriële schade van 1.000 euro nu het vergen van een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 21 januari 2023 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van 56,50 euro aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2023 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijk
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
De vorderingen van de benadeelde partijen [naam 5] , [naam 6] en [naam 7]
De benadeelde partijen [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] vorderen ieder schadevergoeding tot een bedrag van 1.000 euro ter zake van feit 3, bestaande uit immateriële schade. Zij hebben verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de gevorderde immateriële schade door de benadeelde partijen voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intentie van het feit. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is. Het rechtsgevolg dat daaraan moet worden verbonden, is niet aangevoerd.
Voorts is verzocht om de immateriële schade te matigen nu er sprake was van een langlopend conflict dat al begon in juli 2022. Dit maakt dat een deel van de gevorderde schade zal zien op feiten die niet aan de verdachte zijn tenlastegelegd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank constateert dat bewezenverklaarde brandstichting van een toegangspoort (feit 3) op zichzelf een onvoldoende ernstige normschending oplevert om een aantasting in de persoon op andere wijze aan te nemen, nu bij de brandstichting geen gevaar voor personen te duchten was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de benadeelden de nadelige gevolgen van feit 3 onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd.
De rechtbank heeft bij [naam 6] en [naam 7] het schrijven van [bedrijf] gezien en begrijpt dat de brandstichting angstklachten heeft veroorzaakt bij hen. Uit het schrijven blijkt echter ook dat de klachten niet enkel zien op de brandstichting van de toegangspoort, maar ook op de andere brandstichtingen en de achtergrond daarvan. Wat de nadelige gevolgen van deze specifieke brandstichting, zijn niet omschreven en zodoende onvoldoende concreet gemaakt.
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu het vergen van een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 48, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
Ten aanzien van [naam 3]
Ten aanzien van [naam 5] , [naam 6] en [naam 7]
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het onder 1 (primair en subsidiair) en 4 (primair, subsidiair en meer subsidiair) tenlastegelegde;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
- heft op het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis met ingang van heden;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Ten aanzien van [naam 1] en [naam 2]
- bepaalt dat de benadeelde partij [naam 3] voor de gevorderde materiële schade (323,76 euro) en immateriële schade (1.000 euro) niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
Ten aanzien van [naam 4]
- bepaalt dat de benadeelde partijen in de vorderingen (van 1.000 euro) niet-ontvankelijk zijn en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. S.A.M.C. van de Winkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 29 december 2022 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/onder/naast twee (personen)auto’s, te weten een Nissan Qashqai, [kenteken 5] en/of een Mercedes-Benz S600, [kenteken 6] ,
door open vuur in aanraking te brengen met (motor)benzine, althans met een brandbare stof, die over die (personen)auto’s was gegoten/gesprenkeld en/of onder (een van) genoemde auto('s) was
geplaatst, ten gevolge waarvan
- die (personen)auto’s en/of
- een (voor)deur en/of een of meerdere kozijnen en/of ramen van de een woning, gelegen aan [adres 3] te Neer, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor in die (personen)auto('s) gelegen goederen en/of een nabijgelegen woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een of meer in die woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer personen op of omstreeks 29 december 2022 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/onder/naast twee (personen)auto's, te weten een Nissan Qashqai, [kenteken 5] en/of een Mercedes-Benz S600, [kenteken 6] , door open vuur in aanraking te brengen met (motor)benzine, althans met een brandbare stof, die over die (personen)auto’s was gegoten/gesprenkeld en/of onder (een van) genoemde auto('s) was geplaatst, ten gevolge waarvan
- die (personen)auto's en/of
- een (voor)deur en/of een of meerdere kozijnen en/of ramen van de een woning, gelegen aan [adres 3] te Neer, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor in die (personen)auto(‘s) gelegen goederen en/of (nabijgelegen) woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een of meer in die woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 29 december 2022 in de gemeente Leudal opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 3] te Neer te verkennen en/of te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en/of er geen (verdachte) auto's waren en/of of er auto’s bij de woning op genoemd adres stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 15 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk brand te stichten, op/aan/in een (personen)auto, Mercedes-Benz S600, [kenteken 3] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor in die (personen)auto gelegen goederen en/of nabij geparkeerde (personen)auto’s en/of woningen) en/of levensgevaar voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, met dat opzet
- benzine, in elk geval een vluchtige en/of brandbare vloeistof, over die (personen)auto heeft gegoten/gesprenkeld,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer personen op of omstreeks 15 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk brand te stichten, op/aan/in een (personen)auto, Mercedes-Benz S600, [kenteken 3] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor in die (personen)auto gelegen goederen en/of nabij geparkeerde
(personen)auto's en/of woningen) en/of levensgevaar voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, met dat opzet
- benzine, in elk geval een vluchtige en/of brandbare vloeistof, over die (personen)auto heeft gegoten/gesprenkeld,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 30 december 2022 tot en met 15 januari 2023 in de gemeente Leudal opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 3] te Neer te verkennen en/of te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en/of er geen (verdachte) auto’s waren en/of of en welke auto's er bij de woning op genoemd adres stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
3
hij op of omstreeks 21 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort, behorende bij een pand, gelegen aan [adres 2] te Haelen, door open vuur in aanraking te
brengen een jerrycan, gevuld met (motor)benzine, althans een brandbare stof, die tegen die (toegangs)poort was geplaatst en/of over/rond die (toegangs)poort was gegoten, ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor (aangebouwd) [woning] en/of pand(en) en/of in dat [woning] en/of dat/die pand(en) gelegen goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of) en/of levensgevaar voor een of meer in voormeld(e) pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval
levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer personen op of omstreeks 21 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort, behorende hij een pand, gelegen aan [adres 2] te Haelen, door open vuur in aanraking te brengen een jerrycan, gevuld met (motor)benzine, althans een brandbare stof, die tegen die (toegangs)poort was geplaatst en/of
over/rond die (toegangs)poort was gegoten, ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor (aangebouwd) [woning] en/of pand(en) en/of in dat [woning] en/of dat/die pand(en) gelegen goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of ) en/of levensgevaar voor een of meer in voormeld(e) pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval
levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, welk feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 15 januari 2023 tot en met 21 januari 2023 in de gemeente Best, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door een hoeveelheid geld uit te loven voor het plegen van de brandstichting en/of adresgegevens te verstrekken;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer medeverdachten op of omstreeks 21 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort, behorende bij een pand, gelegen aan [adres 2] te Haelen, door open vuur in aanraking te brengen een jerrycan, gevuld met (motor)benzine, althans een brandbare stof, die tegen die (toegangs)poort was geplaatst en/of over/rond die (toegangs)poort was gegoten, ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor (aangebouwd) [woning] en/of pand(en) en/of in dat [woning] en/of dat/die pand(en) gelegen goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of ) en/of levensgevaar voor een of meer in voormeld(e) pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige
perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 15 januari 2023 tot en met 21 januari 2023 in de gemeente Best, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 2] te Haelen te verkennen en/of te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en/of er geen (verdachte) auto’s waren en/of of en welke auto’s er bij het pand op genoemd adres
stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever en/of adresgegevens te verstrekken;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 4 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan een (personen)auto Jaguar, S-type, met dat opzet met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans alleen
- een fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, over voornoemde personenauto heeft gegoten en/of
- een/deze fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, naast het achterwiel van voornoemde (personen)auto heeft geplaatst en/of
- een of meerdere lucifers heeft aangestoken en/of
- ( herhaaldelijk) een of meerdere lucifers in de richting van de fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, heeft gegooid/geworpen, in elk geval met dat opzet heeft getracht om open vuur in aanraking te brengen met een benzine, althans een brandbare vloeistof,
en daarvan gemeen gevaar voor in die (personen)auto gelegen goederen en/of nabijgelegen
woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer personen op of omstreeks 4 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan een (personen)auto Jaguar, S-type, met dat opzet met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans
alleen
- een fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, over voornoemde personenauto heeft gegoten en/of
- een/deze fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, naast het achterwiel van voornoemde (personen)auto heeft geplaatst en/of
- een of meerdere lucifers heeft aangestoken en/of
- ( herhaaldelijk) een of meerdere lucifers in de richting van de fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, heeft gegooid/geworpen, in elk geval met dat opzet heeft getracht om open vuur in aanraking te brengen met een benzine, althans een brandbare vloeistof,
en daarvan gemeen gevaar voor in die (personen)auto gelegen goederen en/of nabijgelegen
woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of
anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 21 januari 2023 tot en met 4 maart 2023 in de gemeente Leudal opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van
gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door een hoeveelheid geld uit te loven voor het plegen van de brandstichting en/of adresgegevens te verstrekken;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer personen op of omstreeks 4 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan een (personen)auto Jaguar, S-type, met dal opzet met een of meer van zijn/haar mededader(s), althans
alleen
- een fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, over voornoemde personenauto heeft gegoten en/of
- een/deze fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, naast het achterwiel van voornoemde (personen)auto heeft geplaatst en/of
- een of meerdere lucifers heeft aangestoken en/of
- ( herhaaldelijk) een of meerdere lucifers in de richting van de fles met benzine, althans een brandbare vloeistof, heeft gegooid/geworpen, in elk geval met dat opzet heeft getracht om open vuur in aanraking te brengen met een benzine, althans een brandbare vloeistof,
en daarvan gemeen gevaar voor in die (personen)auto gelegen goederen en/of nabijgelegen
woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 21 januari 2023 tot en met 4 maart 2023 in de gemeente Leudal opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 3] te Neer te verkennen en/of te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en/of er geen (verdachte) auto’s waren en/of of en welke auto’s er auto’s bij de woning op genoemd adres
stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
5
hij op of omstreeks 29 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/in een (bestel)auto, Seat Inca, [kenteken 4] , door open vuur in aanraking te brengen met een brandversnellende vloeistof en/of (4-takt- of motorjbenzine, althans met een brandbare vloeistof, die over die (bestelauto was gegoten,
ten gevolge waarvan die (bestel)auto, Seat Inca, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de in die (bestel)auto gelegen goederen
en/of (een) nabijgelegen woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[naam 8] en/of [naam 10] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere personen op of omstreeks 29 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/in een (bestel)auto, Seat Inca, [kenteken 4] , door open vuur in aanraking te brengen met een (brandversnellende) vloeistof en/of (4-takt- of motorjbenzine, althans met een brandbare vloeistof, die over die (bestel)auto was gegoten,
ten gevolge waarvan die (bestel)auto, Seat Inca, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de in die (bestel)auto gelegen goederen en/of (een) nabijgelegen woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
welk feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 4 maart 2023 tot en met 29 maart 2023 in de gemeente(n) Son en Breugel en/of Best, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het
verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door een hoeveelheid geld uit te loven voor het plegen van de brandstichting en/of adresgegevens te verstrekken;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[naam 8] en/of [naam 10] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer personen op of omstreeks 29 maart 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/in een (bestel)auto, Seat Inca, [kenteken 4] , door open vuur in aanraking te brengen met een (brandversnellende) vloeistof en/of (4-takt- of motor) benzine, althans met een brandbare vloeistof, die over die (bestelauto was gegoten, ten gevolge waarvan die (bestel)auto, Seat Inca, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de in die (bestel)auto gelegen goederen en/of een of meerdere nabijgelegen woning(en) , in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een
ander of anderen te duchten was, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 4 maart 2023 tot en met 29 maart 2023 in de gemeente Leudal opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (op verzoek) de omgeving van [adres 3] te Neer te verkennen en/of te kijken of rond dat adres geen politie aanwezig was en/of er geen (verdachte) auto’s waren en/of of en welke auto’s er auto’s bij de woning op genoemd adres stonden en (vervolgens) deze inlichtingen door te geven aan zijn opdrachtgever;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )
BIJLAGE II: bewijsmiddelenoverzicht
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer LB1 R022122-349, onderzoek Recuerdo, gesloten d.d. 7 november 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1591.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 juli 2023, p. 56 t/m 59 deel 12 (persoonsdossier [verdachte] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Mij is gevraagd of ik naar de [adres 3] te Neer wilde gaan om te kijken of er niks verdachts stond, geen politie of verdachte auto’s. Ook moest ik kijken of er auto’s stonden. Ik moest dat dan doorgeven en dan kon ik weer gaan. Ik kreeg het adres op een briefje geschreven.
29 december 2022, dat weet ik nog als de dag van gisteren. Toen wist ik nog niet waar ik heen moest. Hun vroegen aan mij rijdt daarheen, houdt het daar in de gaten en of er geen politie staat, geen verdachte situaties en geef dat door. Dat heb ik toen gedaan. En toen een paar dagen later was het mij op aan het vreten van wat is daar nou eigenlijk gebeurd. Toen ben ik dat op gaan zoeken op het internet en toen zag ik dat daar brand was gestoken. De opdracht is mij verteld. Ik kreeg toen een briefje met het adres erop. Dat was de eerste keer dat ik daarheen moest gaan om te kijken. Ik kreeg het briefje ergens in de middag. Ik ben in mijn auto gestapt en daarheen gereden. Dat was met de Volvo V40.
Tussen 29 december 2022 en 15 januari 2023 ben ik wel vaker daar geweest. Als er niks stond, gebeurde er kennelijk ook niets. Dan kreeg ik er ook geen geld voor. Ik ben daar wel twee tot vier keer geweest met mijn eigen auto. Mij werd steeds gevraagd of er geen politie stond en of ik dat wilde doorgeven. Ik reed er dan heen en keek of er niets stond. Van tevoren is een voetbalveldje en een parkeerplek. Tot daar reed ik, dan een klein stukje verder, dan draaide ik om en reed ik naar huis.
Ik heb maar één keer dat papiertje gekregen want het adres wist ik toen.
De 15de moest ik weer. Toen ben ik daar weer heen gereden. Die avond was er volgens mij ook brandgesticht of wilde ze dat. Ik heb daarna van diegene zelf vernomen dat het niet was gelukt. Ik heb toen doorgegeven dat er niks verdachts stond zeg maar van een politieauto zoiets. Soms moest ik wel doorgeven of daar een auto stond.
Op 29 maart kreeg ik ook weer de vraag van ga je daarheen, kijken of er iets staat, iets verdachts. En dat stond er toen niet. En blijkbaar is er die avond toen weer brandgesticht. Ik heb dat toen op internet opgezocht. Ik zal toen ook wel iets aan informatie hebben doorgegeven.
Het was geen moeten. Ik deed het omdat ik er geld voor kreeg.
Ik heb een telefoon, Iphone 14 pro. Het telefoonnummer is [telefoonnummer 5] .
Alleen ik maak gebruik van mijn auto.
Ik heb denk ik in totaal wel 5 of 6 keer geld gekregen. Het was niet altijd standaard een bedrag. Ik kreeg wel minder als ik zeg maar die aantal keren reed voor niks. Ik moest heel vaak rijden, ook overdag een paar keer. Ik kreeg dan iets meer dan benzinegeld.
Ik moest kijken of er geen politie of mensen waren. En of daar auto’s stonden.
Mij werd gevraagd van rijdt daarheen en kijk of alles goed is zodat wij ons ding kunnen doen daar. De auto’s moesten dan op het adres staan.
Op 29 maart, was ik weer aan het voor verkennen. Dat deed ik elke keer. Ik moest daar kijken.
De eerste keer wist ik niet dat er brandgesticht zou gaan worden. De eerste keer wist ik wel dat er iets ging gebeuren wat niet mag maar de andere keren wist ik wel dat het om brandstichting ging. Achteraf is mij verteld wat er gebeurd is. Daar is over gesproken. Ik heb het zelf opgezocht, maar daarna kreeg ik het ook te horen. Er werd over gepraat dat er brand werd gesticht daar.
Ik had maar contact met één persoon en ik heb in totaal wel 5 of zes keer geld gekregen. Ik kreeg wel minder als ik zeg maar die aantal keren reed voor niks. Want ik moest heel vaak rijden, ook overdag een paar keer rijden en dan kreeg ik benzinegeld, iets meer dan benzinegeld. Mij werd gevraagd van rij daarheen en kijk of alles goed is, zodat wij ons ding kunnen doen daar.
De auto’s moesten bij die mensen staan op het adres dat ik net noemde.
Ik ben alleen in Neer geweest op dat adres. Er stonden meerdere huizen naast elkaar. Er stonden als het goed is twee auto’s bij de oprit voor hun huis. Het was een beetje in een bocht.
Het werd mij echt rechtstreeks gevraagd om daarheen te gaan.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 30 maart 2023, p. 38 en 39 deel 12 (persoonsdossier [verdachte] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik heb een Volvo V40. Ik heb geen andere auto. De auto staat op naam van mijn vrouw.
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 6] . Ik heb geen andere telefoonnummers. Ik gebruik dat nummer al een aantal jaren. Ik kan mij niet herinneren dat ik mijn telefoon heb uitgeleend om te bellen.
29 december 2022
Het proces-verbaal van aangifte door [naam 1] d.d. 29 december 2022, p. 286, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van brandstichting. Op donderdag 29 december 2022, omstreeks 02.00 uur, werd ik wakker gebeld door mijn dochter. Ik zag dat de brandweer onze twee auto's aan het blussen was. Onze auto's betroffen een Nissan Qashqai, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 5] , en een Mercedes 5600, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 6] . Beide auto's stonden voor ons huis geparkeerd met de neus richting het huis. Ze stonden op ongeveer drie meter van het huis af geparkeerd.
Het proces-verbaal aanvullend verhoor aangeefster [naam 1] d.d. 31 december 2022, p. 288 t/m 290, zakelijk weergegeven: Op donderdag 29 december 2022, omstreeks 01:57 uur, lag ik te slapen in mijn woning gelegen aan de [adres 3] te Neer, gemeente Leudal. Ik lag in mijn bed samen met mijn man. Ik nam de telefoon op en ik hoorde dat mijn dochter zei: “Mam je auto staat in de brand”. Ik ben toen uit bed gestapt en maakte de slaapkamerdeur open. Als je de slaapkamerdeur openmaakt, kom je op de overloop uit. Vanuit de overloop kun je door glas naar de oprit kijken. Ik zag dat er vlammen voor het raam waren. Ik schat dat de vlammen reeds twee meter hoog waren. Ik maakte vervolgens de voordeur open maar ik zag al veel rookontwikkelingen en maakte de voordeur weer dicht. Dit om geen rook in te ademen. Mijn man en ik bleven in de woning omdat we bang waren dat het vuur richting onze woning zou komen en vanwege het mogelijk ontploffingsgevaar van de personenauto's.
Het keukenraam heeft een barst in het raam en de kunststofkozijnen zijn verschroeid. Het trappenhalraam heeft ook een barst in het raam en ook hier zijn de kunststofkozijnen verschroeid. De pui van de voordeur, kunststofkozijn, is ook verschroeid en hierbij is het raam van de voordeur ook beschadigd daar er een barst in zit. De twee personenauto's zijn total loss.
Ik heb een vermoeden wie dit gedaan zou kunnen hebben. Ik heb met mijn ex-man een [woning] , genaamd [woning] , [adres 6] te Haelen verkocht aan de heer [naam 12] . Dit was in mei 2016. We bleven hier wonen. Dit was ook contractueel vastgelegd. Toen zijn vrouw was overleden, is het eigenlijk verkeerd gelopen met ons contact. Daarvoor hadden we namelijk een goede verstandhouding met hem en zijn vrouw. In 2018 is mijn dochter [naam 18] (de rechtbank begrijpt: [naam 3] ) in het bijgebouw van het [woning] komen wonen. Ook dit is contractueel vastgelegd. Zij woonde hier met haar kinderen en haar man. Het kleinkind van de heer [naam 12] , [naam 17] , kwam ook in het bijgebouw van het [woning] wonen. Hij woonde in een woongedeelte beneden [naam 18] . Omdat hij wiet rookte kwam de rook van de wiet naar boven in de woning van [naam 18] . Hier heeft [naam 18] geregeld wat van gezegd. Tegen [naam 17] als ook tegen de heer [naam 12] . In eerste aanleg vond de heer [naam 12] het vervelend gaf hij aan. Er is echter niets mee gedaan.
Een aantal jaren geleden kwam de heer [naam 12] naar mij toe en gaf aan dat ik spullen ontvreemd had die van hem waren. Dit was echter niet het geval. Hij beschuldigde mij van diefstal. Ik ben toen zelf op onderzoek uitgegaan en gaf aan dat de spullen die ik ontvreemd zou hebben er nog gewoon lagen.
Zo had ik nog een paar conflicten met hem. Hij beschuldigde mij wederom van diefstal. In het gesprek waar mijn man ook bij aanwezig was, gaf de heer [naam 12] aan dat hij wel een paar zigeuners op ons af zou sturen. Wat deze zigeuners zouden doen, vertelde hij niet. Wij voelden ons daardoor wel bedreigd.
Er zijn tot ik weg ben gegaan op het adres, [adres 6] te Haelen, meerdere voorvallen geweest met de heer [naam 12] .
In de zomer 2020, werd ik gebeld door mijn dochter [naam 18] . Zij gaf aan dat de heer [naam 12] , haar weer aan het bedreigen en lastig aan het vallen was. Ik zei dat ik eraan zou komen. Ik ben toen in gesprek gegaan met de heer [naam 12] maar er was niet een gesprek mee te voeren. Uiteindelijk gaf hij op het einde van het gesprek aan. “Wacht maar jou pak ik nog wel, daar krijg je spijt van.” Hij wees hierbij met zijn wijsvinger naar mij.
Ik probeerde meerdere keren nog met hem te praten maar hij wilde niet meer met mij praten.
Begin 2022, was ik bij mijn dochter [naam 18] . Zij had een paniekaanval en haar man, is toen naar de huisartsenpost gegaan dit naar aanleiding van een conflict met de heer [naam 12] . Ik ben toen naar de heer [naam 12] gegaan die voorbij kwam rijden in zijn personenauto. Ik klopte op het raam om te vragen waar hij mee bezig was. Hij zei toen tegen mij met jou praat ik niet meer. Mijn dochter [naam 18] heeft heel erg veel problemen met de heer [naam 12] . Zij heeft ook veelvuldig met de politie gesproken. Omdat mijn dochter veel problemen heeft met de heer [naam 12] en omdat ik ook problemen heb gehad, vermoed ik dat hij achter deze brandstichting zit. Of hij het zelf heeft gedaan of dit heeft uitbesteedt, dat weet ik niet.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuigen Mercedes-Benz 1TRP63, Nissan [kenteken 5] d.d. 23 januari 2023, p. 307 t/m 309, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 29 december 2022 om 08:40 uur kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 3] te Neer. Omstreeks 01:45 uur, werd bij de politie gemeld dat er twee auto's in brand zouden staan, voor de woning van [adres 3] te Neer. Door de brandweer werden de voertuigen geblust.
Wij zagen op de oprit, voor de woning, twee auto's staan. Vanaf de openbare weg de [adres 3] gezien stond links de Nissan Qashqai en rechts de Mercedes-Bens 5600. Beide auto's stonden met de neus richting de woning.
Wij zagen bij de Mercedes-Benz S600 dat de brand voornamelijk aan de voorzijde, de linkerzijde en aan de achterzijde had gewoed. Wij zagen dat het rechter voor- en achterportier niet waren aangetast door de brand. Ook het linker voorportier was niet aangetast door de brand. Wij zagen dat het linker achterportier gedeeltelijk was weggesmolten door de hitte. Ook zagen wij dat de achterklep geheel was weggesmolten. Het passagiersgedeelte van de auto was volledig verwoest door de brand. Verder zagen wij dat alle ruiten van de Mercedes kapot waren.
Wij zagen bij de Nissan Qashqai dat de brand voornamelijk aan de rechter voorzijde en aan de rechter achterzijde van de Nissan had gewoed. Wij zagen dat het rechter voorportier en rechter achterportier gedeeltelijk waren aangetast door vuur. Het passagiersgedeelte was deels aangetast door hitte en vuur.
Verder zagen wij dat de achterruit kapot was en dat de voorruit aan de rechter onderzijde stuk was, en dat de ruiten van het rechter voor en achter portier kapot waren.
Wij zagen dat bij de woning de smalle ruiten naast de voordeur hittebreuken hadden. Ook in de twee ramen naast de voordeur zagen wij hittebreuken. De kozijnen van de voordeur en van de twee ramen naast de voordeur waren aangetast door de hitte en waren bruin verkleurd. De auto's stonden ongeveer 3 meter van de woning vandaan.
Gezien het brandverloop en de camerabeelden, betreft het hier zeer waarschijnlijk een brandstichting. Er werden door ons twee brandhaarden waargenomen. Een aan de voorzijde tussen beide voertuigen in en een brandhaard aan de achterzijde tussen beide voertuigen in. In het algemeen kan worden gesteld dat een technische oorzaak bij motorvoertuigen denkbaar is. Hitteontwikkeling door overbelasting in de elektrische installatie komt voor. De Mercedes-Benz stond vanaf 21:50 uur op 28 december 2022 geparkeerd en de Nissan Qashqai stond al langere tijd geparkeerd. Een elektrische oorzaak is daarom niet geheel uit te sluiten, maar het opzettelijk inbrengen of achterlaten van vuur is aannemelijker.
Motorvoertuigen branden doorgaans zeer fel en de brand gaat gepaard met grote hitteontwikkeling. Gelet op de plaats waar de voertuigen stonden is er gevaar geweest voor uitbreiding van de brand. Bij deze brand is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Op het moment van de brand lagen de bewoners in de woning te slapen.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2023, p. 353 t/m 367, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 29 december 2022, werden de opgenomen camerabeelden gevorderd van camera's aangebracht aan de woning: [adres 5] te Neer. De betreffende camerabewaking heeft geen zicht op het plaats delict echter is deze wel in de nabijheid van het plaats delict. Naar aanleiding van deze vordering werd een camerabeeld van één (1) camera verstrekt. De datum en tijd op het camerabeeld is gelijk aan de werkelijke tijd.
De foto’s zijn van 29 december 2022.
Foto 2.0
Tijdstip: 01:27:36 uur
In het paars omkaderd vlak is een personenauto te zien. Hierbij is zichtbaar dat de voor en achter verlichting van de personenauto in werking is.
Foto 2.1
Tijdstip: 01:27:38
De personenauto, in het paars omkaderd, verlaat het camerabewakingsgebied.
Foto 3.0
Tijd: 01:27:44
In het door mij rood omkaderde vak, is een personenauto te zien. Dit is vermoedelijk een zilverkleurige Volkswagen Golf. De voor en achter verlichting is in werking.
Foto 3.1.
Tijd:
01:27:46
De personenauto in het rode kader verlaat het bewakingsgebied van het camerabeeld. De achter verlichting is in werking.
Foto 4.2
Tijd: 01:29:47
De personenauto in het paarse kader komt weer in het bewakingsgebied van de camera rijden. Dit is dezelfde gelijkende personenauto als foto 2.0 en 2.1.
Foto 4.3
Tijd: 01:29:48
De personenauto, in het paarse vlak rijdt uit het bewakingsbeeld van de camera. Deze personenauto is gelijkend op de personenauto als foto 2.0 en 2.1
Foto 4.5
Tijd: 01:30:34
In het rode vlak komt een personenauto aanrijden. Dit is een gelijkende personenauto als foto 3.0 en 3.1. Het voorlicht van de personenauto is in werking.
Foto 4.6
Tijd: 01:30:38
De personenauto, in het rode vlak, verdwijnt uit het bewakingsgebied van de camera. Deze
personenauto is gelijkend als de personenauto van foto 3.0 en 3.1.
Foto 5.0
Tijdstip: 01:32:14
De personenauto, in het rode vlak, verschijnt in het bewakingsgebied van de camera. Dit is een gelijkende personenauto als foto 3.0, 3.1, 4.5 en 4.6. De verlichting voor- en achterzijde zijn in werking.
Foto 5.2
Tijd: 01:32:33
De personenauto, in het rode vlak, verdwijnt uit het bewakingsgebied van de camera. De personenauto vervolgt zijn weg op de [straat 2] .
Foto 6.0
Tijd: 01:37:07
De personenauto in het rode vlak komt vanuit de [straat 2] rijden in de richting van de [adres 3] . Het voorlicht is werkend. De personenauto rijdt in de richting van de plaats delict. De personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1, 4.5, 4.6, 5.1 en 5.2.
Foto 7.0
Tijd: 01:40:22
De personenauto, in het rode vlak komt uit de richting van de plaats delict rijden. Opvallend is dat de verlichting voorzijde gedoofd is. Deze personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1,4.5,4.6,5.1, 5.2 en 6.0.
Foto 7.1
Tijd: 01:40:22
De personenauto, in het rode vlak, zet tussen foto 7.0 en 7.1. de voorlichten van de personenauto aan. De personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1, 4.5, 4.6, 5.1, 5.2, 6 0 en 7.0.
Foto 7.2
Tijd: 01:40:23
De personenauto in het rode vlak, verlaat het bewakingsgebied van de camera. De personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1, 4.5, 4.6, 5.1, 5.2, 6.0, 7.0 en 7.1.
Op 29.12.2022 vanaf 01:40:23 uur is er niets meer te zien op de camerabeelden.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2023, p. 352, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 29 december 2022, werden de opgenomen camerabeelden gevorderd van camera's aangebracht aan de woning: [adres 8] Neer.
Foto 8.1
Datum: 29.12.2022
Tijd: 01:40:13
In de reflectie van de personenauto, oranje omkaderd, is nog een felle oplichting te zien.
In de gele omkadering, is een rookpluim te zien. Op de bewegende beelden is dit duidelijker te zien.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2023, p. 373 en 374, zakelijk weergegeven:
Uit de gevorderde camerabeelden van [adres 5] te Neer, gemeente Leudal is afbeelding (1.0) afkomstig. Op deze afbeelding, paars omkaderd, is een donkerkleurige personenauto te zien. Deze personenauto komt meerdere malen voorbijrijden. Ik, verbalisant, zag dat het internet een foto weergaf bij de zoekterm Volvo V40. Ik zag overeenkomsten tussen deze foto en de afbeelding 1.0.
Proces-verbaal telecom onderzoek brand 29-12-2022 d.d. 6 mei 2023, p. 378 t/m 385, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aantal (pogingen) tot brandstichtingen op de locaties [adres 3] in Neer en [straat 4] in Haelen werd een onderzoek ingesteld onder de naam Recuerdo (LB 1 R022122). Uit analyse van de historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens, bleek dat:
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 28-12-2022 tussen 10:54 uur en 18:20 uur verschillende keren kort belde naar het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) op 28-12-2022 om 17:56 uur 11 seconde belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 4] (antennerichting 200 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 5] in Sint-Oedenrode. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 5] (antennerichting 30 graden) van een zendmast van Vodafone aan de [straat 6] in Son. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 4] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat 5] in Sint-Oedenrode en Cell ID [nummer 5] van de zendmast van Vodafone aan de [straat 6] in Son dekking geven is onder andere de woning van de verdachte [naam 14] aan de [straat 7] in Son en Breugel gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) bevond zich op 28-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 27 seconden om 18:47 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 6] (antennerichting 0 graden) van een zendmast van T-Mobile aan het [straat 8] in Eindhoven. Deze Cell ID geeft dekking in een gedeelte van het zuiden van Eindhoven, in/nabij de wijk Tivoli.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 28-12-2022 om 18:53 uur, 18 seconde belde, naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ). Tijdens dit telefonisch contact bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 7] (antennerichting 120 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 9] in Eindhoven. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 8] (antennerichting 180 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 10] in Eindhoven.
De gebruikers van de telefoonnummers [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) en [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich na het telefonisch contact om 18:53 uur, kennelijk vanuit Eindhoven richting Limburg verplaatsten.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich op 28-12-2022 vanaf 18:47 uur kennelijk vanuit Eindhoven richting Limburg verplaatste. Tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden op 28-12-2022 om 19:28 uur bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 9] (antennerichting 310 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de Kelperheide in Kelpen. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 9] dekking geeft is onder andere een gedeelte van de A2 bij Weert / Nederweert, alsmede een gedeelte van de N280 van Weert naar Roermond, gelegen. Tijdens de registratie van een inkomend telefoontje van de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 11] om 20:32 uur en de registraties van enkele datasessie tussen 20:32 uur en 23:31 uur bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID's van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 11] in Nederweert.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) bevond zich tijdens de registratie van een datasessie van 2889 seconden om 19:42 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 10] (antennerichting 200 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 1] in Neer. In het geografische gebied waar [nummer 10] van de zendmast van KPN aan de [straat 1] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [naam 1] , aan de [adres 3] in Neer gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 28-12-2022 om 19:56 uur, 44 seconde belde, naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ). Tijdens dit telefonisch contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 11] (antennerichting 240 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 12] in Nunhem. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 11] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat 12] in Nunhem dekking geeft is onder andere een gedeelte van de [straat 12] tussen Neer en Haelen gelegen. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 12] (antennerichting 40 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 1] in Neer.
Tijdens de registraties van diverse datasessies tussen 28-12-2022 om 20:58 uur en 29-12-2022 om 00:29 uur bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich onder het bereik van Cell ID's van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 11] in Nederweert.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich op 28-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 14368 seconden om 20:30 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 13] (antennerichting 60 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 13] in Haelen. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 13] van de zendmast van KPN aan de [straat 13] in Haelen dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) tussen Haelen en Neer gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich op 29-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 2058 seconden om 01:10 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 14] (antennerichting 300 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 1] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 14] van de zendmast van KPN aan de [straat 1] in Neer dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) bij Neer gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 29-12-2022 om 01:27 uur 1 seconde belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ). Tijdens dit telefoontje en de registratie van een datasessie van 26 seconden, bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 15] (antennerichting 70 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 15] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [naam 1] , aan de [adres 3] in Neer gelegen. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) was kennelijk niet bereikbaar of had zijn telefoon uitgeschakeld. De inkomende telefoontjes werden doorgeschakeld naar de voicemail.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich op 29-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden om 01:28 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 16] (antennerichting 70 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 16] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [naam 1] , aan de [adres 3] in Neer gelegen. Cell ID [nummer 16] werd tijdens een zogenaamde netwerkmeting gemeten in de directe omgeving van de [adres 3] in Neer.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 29-12-2022 om 02:05 uur 62 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ). Tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 17] (antennerichting 120 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 14] in Eindhoven. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 17] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat 14] in Eindhoven dekking geeft is onder andere een gedeelte van de [straat 15] (ringweg) in Eindhoven gelegen. Tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 18] (antennerichting 170 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 16] in Leende. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 18] van de zendmast van KPN aan de [straat 16] in Leende dekking geeft is onder andere een gedeelte van de A2 bij Leende gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich op 29-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 46 seconden om 02:06 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 19] (antennerichting 320 graden van een zendmast van KPN aan de [straat 17] in Heeze. Tijdens enkele andere registraties van datasessie in die nacht bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich onder het bereik van Cell ID's van een zendmast van KPN aan de [straat 10] in Eindhoven.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) op 29-12-2022 om 02:37 uur 14 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 11] ( [naam 13] ). Tijdens dit telefonische contact bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 20] (antennerichting 260 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 18] in Best.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich tijdens de registraties van enkele datasessies op 29-12-2022 vanaf 02:58 uur bevond onder het bereik van Cell IDs van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 5] in Sint-Oedenrode.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 mei 2023, p. 407 en 408, zakelijk weergegeven:
Tussen 2 en 16 mei 2023 heb ik op verzoek van het onderzoeksteam een onderzoek ingesteld naar het WhatsApp contact tussen verdachte [medeverdachte 1] en verdachte [verdachte] .
Ik zag in het toestel van [medeverdachte 1] (Samsung S22, BVH goednummer 1595282) dat er een WhatsApp conversatie was met het contact [verdachte] , [telefoonnummer 6] . In het toestel van [verdachte] (I-phone 14 Pro, BVH goednummer 1594701) zag ik twee WhatsApp conversaties met [medeverdachte 1] onder de contactnamen: [contactnaam 1] ( [telefoonnummer 10] ) en [contactnaam 2] ( [telefoonnummer 7] ).
Ik zag dat er gesproken geluidsfragmenten aanwezig waren. Ik hoorde dat het merendeel van deze fragmenten in een voor mij onverstaanbare taal gesproken werden. Gezien eerdere bevindingen in dit onderzoek is het aannemelijk dat de gesproken taal Sinti betreft. Aan de hand van de tot nu toe bij mij bekende resultaten uit het onderzoek heb ik, de mogelijk voor het onderzoek relevante fragmenten, afzonderlijk opgeslagen en aan een tolk (Sinti) aangeboden ter vertaling. De vertalingen van de fragmenten heb ik terugontvangen van de tolk en verwerkt in de genoemde Whatsapp gesprekken tussen beide verdachten.
De verwerkte vertalingen zijn bij dit proces verbaal bijgevoegd als:
Bijlage 1: fragmenten uit het gesprek tussen [verdachte] met het nummer [telefoonnummer 10] van [medeverdachte 1] .
Bijlage 1:
(p. 415)
28-12-2022 17:21:40
From: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
To: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
Nnm; ik probeer hem te bereiken maar hij neemt de telefoon niet op. [ntv] anders rijd ik er
voor niets.
(p. 416)
28-12-2022 17:22:22
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: Ik wacht tot 18 uur af, dan kom ik en rijd ik er naartoe... Misschien heeft hij zijn telefoon niet bij zich of is hij die ergens vergeten.. Je weet toch.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 juli 2023, p. 78 en 79 van deel 10 (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] staat op mijn naam. Het wordt gebruikt voor de autohandel, voornamelijk. Voor privé-gebruik heb ik een ander nummer. Het nummer [telefoonnummer 10] staat op naam van mijn dochter [naam 19] , maar die gebruik ik. [naam 19] maakt daar geen gebruik van.
Het proces-verbaal van verdenking d.d. 2 april 2023, p. 10 van deel 11 (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Tijdens het raadplegen in de politiesystemen bleek dat met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] op donderdag 24 november 2022 om 01:12 uur een melding gedaan is bij de politiemeldkamer in Eindhoven dat er iets gaande was op het adres [adres 4] in Eindhoven. De melder maakt zich kenbaar als [medeverdachte 3] en geeft aan dat hij dakloos is maar nu verblijft op de [adres 4] in Eindhoven.
Het proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 1 april 2023, p. 392 en 393, zakelijk weergegeven:
Door mij werd de verdachte [medeverdachte 3] op 31 maart 2023 opgehaald uit het cellencomplex van het politiebureau Mathildalaan te Eindhoven. Verdachte werd door mij verbalisant [naam 20] overgebracht naar het politiebureau te Venlo, alwaar hij werd voorgeleid en ingesloten voor onderzoek. Tijdens deze autorit werd ik verbalisant vergezeld door politie collega [naam 21] . Op zaterdag 01 april 2023 werd [medeverdachte 3] door mij samen met politie collega [naam 22] als verdachte gehoord.
Telefoongesprek
[medeverdachte 3] maakte gebruik van telefoon [telefoonnummer 4] . Dit telefoonnummer werd in het
onderzoek Recuerdo getapt.
Op 25 maart 2023 om 21:28:19 uur (sessienummer gesprek: 924) en 30 maart 2023 om 19:43:09 uur (sessienummer gesprek: 116) belde telefoonnummer [telefoonnummer 4] met telefoonnummer [telefoonnummer 7] . Dit laatste telefoonnummer staat op naam van [naam 14] .
Stemherkenning
Tijdens het overbrengen van de verdachte en tijdens het verhoor had ik verbalisant
diverse contactmomenten met verdachte [medeverdachte 3] . Op verzoek van politie collega
[naam 22] heb ik de bovengenoemde tapgesprekken beluisterd. Mij verbalisant bleek dat
uit bovengenoemde tapgesprekken, de stem van beller, dezelfde stem is als de stem
van verdachte [medeverdachte 3] .
Bijlage sessie 116
[nummer 21] ( [medeverdachte 3] ) belt naar [nummer 22] ( [medeverdachte 1] ):
NNM7743: Yo
[nummer 21] : Goedenavond, advocatenkantoor de lange
NNM7743: Heej
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 1 april 2023, p. 25 deel 11 (persoonsdossier [medeverdachte 3] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik ben 2.10 meter lang.
15 januari 2023
Het proces-verbaal aangifte van [naam 1] d.d. 15 januari 2023, p. 502 en 503, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van poging brandstichting op zondag 15 januari 2023, om 01.50 uur te [adres 3] in Neer. Ik heb niemand toestemming gegeven om mijn auto’s opzettelijk in brand te steken.
Vanuit de keuken heb ik zicht op de straat [adres 3] en de oprit waar mijn auto's geparkeerd staan.
Ik zag dat er een auto voorbij kwam rijden vanuit de richting kruispunt [straat 2] / [straat 19] . Ik zag dat deze auto iets verderop in de straat stopte. Ik zag dat de auto vervolgens weer teruggereden kwam in dezelfde richting als waar deze vandaan kwam. Ik zag dat de auto voor mijn huis, ter hoogte van de lantaarnpaal, met de achterzijde richting mijn woning stil stond. Ik zag dat de bestuurder van de auto uitstapte. Ik zag dat deze persoon een capuchon op had. Ik zag dat deze persoon een kan in zijn handen vast had. Ik zag dat deze persoon waarschijnlijk met een andere persoon die ook in die auto zat, praatte. Ik zag dat deze persoon, die de kan in zijn handen vast had, de vloeistof, die in de kan zat, over mijn auto’s heen gooide. Toen ik dat zag bonkte ik heel hard op de voordeur. Ik schreeuwde: “Hey wat moet dat!” Op dat moment zag ik dat de persoon terug naar zijn auto rende. Ik zag dat deze persoon in de auto stapte en ik zag dat de auto vervolgens wegreed. Ik ging toen gelijk naar buiten en ik rook gelijk een hele sterke benzinelucht.
De aangever verstrekte over het beschadigde de volgende informatie:
Personenauto Mercedes-Benz S 600 met kenteken [kenteken 3] .
Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig d.d. 16 januari 2023, p. 517, zakelijk weergegeven:
Wij, verbalisanten [naam 23] en [naam 24] , zijn werkzaam als forensisch onderzoeker. Op zondag 15 januari 2023 om 12:15 uur kwamen wij, naar aanleiding van een poging tot brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 3] Neer.
Betrokken voertuig: personenauto Mercedes-Benz S 600, kenteken [kenteken 3] .
Toen de bewoners buiten op de oprit stonden roken ze een hele sterke benzinelucht.
Ook de medewerkers van de basis politiezorg roken de geur van benzine.
Voor de woning is een deels betegelde voortuin. Dit gedeelte van de voortuin dient als parkeerplaats voor twee personenvoertuigen.
Middels de Mini-Rae hebben wij in alle kieren en onder alle rubbers gezocht naar de aanwezigheid van brand versnellende middelen. Ter hoogte van de afwateringsgoot aan de onderzijde van de voorruit roken wij de ons bekende geur van benzine. Onder de rechterruitenwisser van de auto kregen wij tijdens het onderzoek met de Mini-Rae een positieve indicatie voor aanwezigheid van brand versnellende middelen. Hier roken wij de ons bekende geur van benzine.
Gezien de bevindingen en waarnemingen van de aangever, de bevindingen van de basis politiezorg en onze bevindingen is het zeer waarschijnlijk dat de onbekende man de auto heeft overgoten met benzine om hem vervolgens in brand te steken. Doordat de man betrapt werd heeft hij hem niet in brand gestoken. Door de extreem vluchtige eigenschap van benzine is het erg logisch dat wij, meer dan 10 uur na het voorval, maar minimale sporen van benzine aantreffen op de auto.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2023, p. 539, 542 en 543, zakelijk weergegeven: Op maandag 20 maart 2023, was ik, verbalisant [naam 25] , belast met het bekijken van de
camerabeelden, afkomstig van het tankstation genaamd Tinq. Het betreffende tankstation is gelegen aan de [straat 12] (N273) te Haelen op de kruising van de [straat 20] en de [straat 12] N273. De camerabeelden werden veiliggesteld naar aanleiding van een poging brandstichting aan de personenauto van de bewoners van het adres [adres 3] te Neer op 15 januari 2023, omstreeks 01.56 uur.
Ik zag dat er op 15 januari 2023, om 01:44:47 uur, een zwartkleurige personenauto over de
[straat 20] reed. Ik zag dat het voertuig kwam vanuit de richting van Buggenum en reed in de richting van de [straat 12] N273. Ik zag aan de hand van de uiterlijke kenmerken alsmede de reeds eerder bekeken camerabeelden van een brandstichting in Haelen op 21 januari 2023, dat het voertuig gelijkend was op een Opel, type Vectra. Ik zag dat de vorm van het voertuig, de positionering van de verlichting aan de achterzijde in combinatie met het kenteken alsmede de zilverkleurige streep aan de onderzijde van de achterzijde overeenkomstig was. Het was voor mij niet mogelijk om het kenteken waar te kunnen nemen. Ik zag dat het voertuig om 01.44.50 uur, aan de bovenzijde uit het beeld van de camera reed. Ik zag aan de linker bovenzijde vervolgens geen voertuig in beeld komen op de daar gelegen [straat 12] N273 in de richting van Horn. Ik zocht via Google maps op wat de duur van de route was tussen de positie van de camerabeelden, te weten het Tinq tankstation en de plaats delict, te weten [adres 3] te Neer. Ik zag dat de afstand 4,9 kilometer betrof en de route zeven minuten duurde om af te leggen over de [straat 12] N273.
Proces-verbaal telecom onderzoek brand 15-01-2023, d.d. 9 mei 2023, p. 546 t/m 554, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aantal (pogingen) tot brandstichtingen op de locaties; [adres 3] in Neer en [straat 4] in Haelen werd een onderzoek ingesteld onder de naam Recuerdo (LB 1 R022122). Tijdens dit onderzoek werden de historische verkeersgegevens van diverse telefoonnummers en imeinummers opgevraagd en werden de zogenaamde mast verkeersgegevens opgevraagd rondom de tijdstippen van deze (poging) brandstichtingen.
Op zondag 15-01-2023 omstreeks 01:55 uur werd gepoogd een personenauto in brand te steken die geparkeerd stond op de oprit van perceel [adres 3] in Neer. Uit analyse van de historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens, bleek dat:
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14]) zich op 15-01-2023 tijdens de registraties van twee datasessie om 00:31 uur en 00:45 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 23] en Cell ID [nummer 24] (beide antennerichting 280 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 21] in Son en Breugel.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ([verdachte]) op 15-01-2023 om 00:54 uur 35 seconden gebeld werd door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] . Tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 25] (antennerichting 250 graden) van een zendmast van T-Mobile aan [straat 22] in Son en Breugel.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich op 15-01-2023 tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden om 01:01 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 26] (antennerichting 0 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 23] in Eindhoven. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 26] van de zendmast aan de [straat 23] in Eindhoven dekking geeft is onder andere een gedeelte van de [straat 24] , A2 en de N2 (Poort van Metz) in Eindhoven, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 15-01-2023 om 01:33 uur 3 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1]). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) was kennelijk niet bereikbaar of had zijn telefoon uitgeschakeld. Het inkomende telefoontje werd doorgeschakeld naar de voicemail. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie onder het bereik van Cell ID [nummer 27] (antennerichting 100 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 25] in Haelen. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 27] van de zendmast aan de [straat 25] in Haelen dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) tussen de N280 (Weert-Roermond) en Nunhem, in Haelen, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 15-01-2023 om 01:53 uur 1 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) was kennelijk niet bereikbaar of had zijn telefoon uitgeschakeld. Het inkomende telefoontje werd doorgeschakeld naar de voicemail. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie onder het bereik van Cell ID [nummer 28] (antennerichting 325 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 28] van de zendmast aan de [straat 2] in Neer dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) in Neer, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 15-01-2023 om 01:54 uur 1 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) was kennelijk niet bereikbaar of had zijn telefoon uitgeschakeld Het inkomende telefoontje werd doorgeschakeld naar de voicemail. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie onder het bereik van Cell ID [nummer 28] (antennerichting 325 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 28] van de zendmast aan de [straat 2] in Neer dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) in Neer, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) zich tijdens de registratie van een datasessie van 24 seconden op 15-01-2023 om 01:57 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 29] (antennerichting 230 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 3] in Kessel. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 29] van de zendmast aan de [straat 3] in Kessel dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 27] ) tussen Kessel en Neer, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) op 15-01-2023 om 01:57 uur 19 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) bevond zich bij aanvang van dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 12] (antennerichting 40 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 1] in Neer en bij het einde onder bereik van Cell ID [nummer 30] (antennerichting 300 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 26] in Beesel. In het geografische gebied waar [nummer 12] van de zendmast aan de [straat 1] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [naam 1] , aan de [adres 3] in Neer, gelegen Cell ID [nummer 12] werd tijdens een zogenaamde netwerkmeting gemeten in de directe omgeving van de [adres 3] in Neer en is een van de Cell ID's waarover communicatie kan plaatsvinden wanneer men daar gebruik zou maken van een mobiele telefoon of enig ander voorwerp dat in staat is gebruik te maken van een van de telecommunicatienetwerken
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 31] (antennerichting 20 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 26] in Beesel. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 31] van de zendmast aan de [straat 26] in Beesel dekking geeft is onder andere een gedeelte N273 ( [straat 12] ) in Neer en ( [straat 27] ) in Kessel, gelegen.
Op 15-01-2023 om 01:57 uur ontving de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) twee sms-berichten van telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ). Dit betroffen vermoedelijk sms-berichten van de gemiste oproepen. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) bevond zich tijdens het ontvangen van deze sms-berichten onder het bereik van Cell ID [nummer 30] (antennerichting 300 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 26] in Beesel. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 30] van de zendmast aan de [straat 26] in Beesel dekking geeft is onder andere een gedeelte N273 ( [straat 12] ) in Neer en ( [straat 27] ) in Kessel, alsmede een gedeelte van de N277 ( [straat 28] ) van Kessel naar Maasbree (A67), gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich op 15-01-2023 tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden om 01:59 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 32] (antennerichting 260 graden) een zendmast van T-Mobile aan [straat 29] in Reuver. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 32] van de zendmast aan de [straat 29] in Reuver dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 27] ) in Kessel en de N277 ( [straat 28] ) van Kessel naar Maasbree (A67), gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) op 15-01-2023 om 02:11 uur 31 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) bevond zich tijdens de aanvang dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 33] (antennerichting 130 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 27] A67 in Liessel en bij het einde onder bereik van Cell ID [nummer 30] (antennerichting 300 graden) van de zendmast van KPN aan de [straat 27] A67 in Liessel. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie onder het bereik van Cell ID [nummer 34] (antennerichting 110 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 27] A67 in Liessel. In het geografische gebied waar Cell ID's [nummer 33] en Cell ID [nummer 34] van de zendmasten aan de [straat 27] A67 in Liessel dekking geven is onder andere een gedeelte van autosnelweg A67 tussen Maasbree en Asten, gelegen. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] ( [nummer 1] ) op 15-01-2023 om 02:18 uur 15 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) bevond zich op 15-01-2023 tijdens de registraties van een datasessie van 7978 seconden om 02:32 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 24] (antennerichting 280 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 21] in Son en Breugel en om 03:01 uur tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden onder het bereik van Cell ID [nummer 35] (antennerichting 20 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 18] in Best.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) bevond zich op 15-01-2023 tijdens de registraties van een datasessie van 4469 seconden om 02:33 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 36] (antennerichting 350 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 30] in Best.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 mei 2023, p. 574 en 575, zakelijk weergegeven:
Tussen 2 en 16 mei 2023 heb ik op verzoek van het onderzoeksteam een onderzoek ingesteld naar het WhatsApp contact tussen verdachte [medeverdachte 1] en verdachte [verdachte] .
Ik zag in het toestel van [medeverdachte 1] (Samsung S22, BVH goednummer 1595282) dat er een WhatsApp conversatie was met het contact [verdachte] , [telefoonnummer 6] . In het toestel van [verdachte] (I-phone 14 Pro, BVH goednummer 1594701) zag ik twee WhatsApp conversaties met [medeverdachte 1] onder de contactnamen: [contactnaam 1] ( [telefoonnummer 10] ) en [contactnaam 2] ( [telefoonnummer 7] ).
Ik zag dat er gesproken geluidsfragmenten aanwezig waren. Ik hoorde dat het merendeel van deze fragmenten in een voor mij onverstaanbare taal gesproken werden. Gezien eerdere bevindingen in dit onderzoek is het aannemelijk dat de gesproken taal Sinti betreft. Aan de hand van de tot nu toe bij mij bekende resultaten uit het onderzoek heb ik, de mogelijk voor het onderzoek relevante fragmenten, afzonderlijk opgeslagen en aan een tolk (Sinti) aangeboden ter vertaling. De vertalingen van de fragmenten heb ik terugontvangen van de tolk en verwerkt in de genoemde Whatsapp gesprekken tussen beide verdachten.
De verwerkte vertalingen zijn bij dit proces verbaal bijgevoegd als:
Bijlage 1: fragmenten uit het gesprek tussen [verdachte] met het nummer [telefoonnummer 10] van [medeverdachte 1] .
Bijlage 1:
(p. 589)
From: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
14-1-2023 13:23:43
Nnm: Rij je met [ntv] [bijnaam 1] {fon) ernaartoe om de weg te wijzen? Die man kan de auto meteen meenemen
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] (owner)
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: hij is bij die vrouw nu, ik rij mee en wijs alleen aan waar het is, [ntv] rijden we weer ernaartoe...mijn [ntv] doet zo pijn, niet normaal.
(p. 590)
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] (owner)
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
14-1-2023 14:31:32
Nnm: Ik zei tegen hem, we rijden vanavond naartoe, ik rij toch door/langs [ntv] zijn vrouw.
From: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
14-1-2023 14:41:11
Nnm: Dat weet ik, hij kijkt of die weg is en zo weet je, haalt de kentekenplaten van de auto, je weet wat ik bedoel...dat doe ik ook, goed.
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] (owner)
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
14-1-2023 14:41:41
Nnm: [ntv] Ja..ik rij toch naar hen toe.
21 januari 2023 ( [woning] )
Het proces-verbaal aangifte door [naam 4] d.d. 21 januari 2023, p. 679 en 680, zakelijk weergegeven: Ik ben uitbater van [woning] gevestigd [adres 6] te Haelen, gemeente Leudal. Ik doe aangifte van brandstichting op zaterdag 21 januari 2023 om 03:30 uur en het in gevaar brengen van de aanwezige 21 personen en een hond.
Ik lag te slapen en ik hoorde van mijn zoon dat er brand was bij de poort van het [woning] . De poort is de enige toegangsweg om op de binnenplaats te komen. Het [woning] is omsloten middels een gracht. Je zou eventueel nog via de tuin de binnenplaats op kunnen komen. Op dit moment heb ik 14 gasten die verblijven in het [woning] . Het verblijf direct boven de poort was gelukkig leeg. Het verblijf meteen naast de poort was wel verhuurd.
De poort is van hout gemaakt. De poort was dicht. De poort was afgesloten met een sleutel en met een houten dwarsbalk aan de binnenzijde van de poort. Ik ben naar buiten gegaan. Ik zag dat er vlammen op de poort zaten. De poort stond in brand. Ik heb de brand kunnen blussen met de schuimblusser.
Het tussendek is van hout en het betreft een monumentaal pand. Doordat er veel hout in de constructie van dit oude gebouw zit had het vuur zich heel snel kunnen verspreiden.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict d.d. 23 januari 2023, p. 707 t/m 709, zakelijk weergegeven:
Op zaterdag 21 januari 2023 om 10:00 uur kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] Haelen.
Het [woning] is gelegen op een omgracht terrein. Het poortpaviljoen is bereikbaar via een brug. Aan de straatzijde van de brug bevindt zich een metalen hekwerk. Achter de toegangspoort van het poortpaviljoen bevindt zich een binnenplaats. De binnenplaats van het [woning] wordt omringt door geschakelde gebouwen. In deze gebouwen bevindt zich onder andere een B&B. Ten tijde van de brand waren er gasten aanwezig in de B&B.
Wij zagen dat het poortpaviljoen was opgetrokken uit bakstenen en voorzien was van een zadeldak. Wij zagen dat de bestrating bestond uit keien gelegd in een zandbed. Wij zagen dat de toegangspoort zich in de voorgevel van het poortpaviljoen bevond en bestond uit twee naar binnendraaiende houten delen.
Wij zagen dat de linkerhelft van de poort beroet was en delen van het hout, door vuur en hitte, waren aangetast waardoor de aanwezige verf deels afgebladderd/aangetast was. Op het pad voor de poort zagen wij een zwarte aanslag/beroeting van de keien. Na meting met PID-meter kregen wij een positieve indicatie van een brandbare vloeistof op de linkerhelft van de poort en het straatwerk voor deze poorthelft.
Gelet op het aangetroffen brand- en schadebeeld, daarbij rekening houdend met de analyse van het voorhanden beeldmateriaal en de positieve indicatie van de aangetroffen brandbare vloeistof kon worden vastgesteld dat: De brand hoogstwaarschijnlijk ís veroorzaakt door het opzettelijk inbrengen van vuur bij een brandbare vloeistof.
Uit de beschreven situatie en het aangetroffen brandbeeld bleek dat bij deze brand gemeen gevaar voor goederen was te duchten a1s bedoeld in: artikel 157 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht.
Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden [straat 4] Haelen, LB1 R022122-22, blz. 738 Op zondag 22 januari 2023 was ik, verbalisant [naam 25] , belast met het uitkijken van de camerabeelden welke ter beschikking waren gestel naar aanleiding van de brandstichting op de [adres 2] te Haelen. Aldaar werd een houten toegangspoort in brand gestoken. Door de aangever/benadeelde werden de camerabeelden ter beschikking.
Ik zag dat de navolgende datering en tijd zichtbaar was op de beelden: 21-01-2023 04.27.14. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er tussen de camerabeelden en de daadwerkelijke tijd 1 uur en 1 minuut verschil zat. De camerabeelden liepen dus 1 uur en 1 minuut voor. De daadwerkelijke tijd betrof dus 03.26.14 uur. In het verdere proces-verbaal wordt de tijd weergegeven zoals deze op de camerabeelden zichtbaar is.
Ik zag dat er een donkerkleurig voertuig in beeld stond met de voorzijde van het voertuig in de richting van de [straat 31] stond en de achterzijde van het voertuig in de richting van het verlengde van de [straat 4] . Zowel de verlichting aan de voorzijde van het voertuig als
ook aan de achterzijde van het voertuig brandde. (…) Het voertuig reed de ijzeren poort voorbij. Het voertuig reed met de achterzijde in de richting van de ijzeren poort. En vervolgens met de achterzijde van het voertuig de loopbrug op reed. Om 04.27.48 uur kwam het voertuig tot stilstand. Het voertuig stond met de achterzijde in de richting van de plaats delict en met de voorzijde in de richting van de openbare weg te weten de [straat 4] . De verlichting aan zowel de voorzijde als ook aan de achterzijde van het voertuig brandde. In het voertuig was alleen een bestuurder zichtbaar. Om 04.28.00 uur ging de verlichting aan zowel de voorzijde als ook aan de achterzijde van het voertuig uit. Hierdoor werd het kenteken aan de achterzijde van het voertuig zichtbaar. Het betrof een Nederlands kenteken voorzien van het opschrift [kenteken 1] . De persoon aan de bestuurderszijde bewoog. Het voertuig betrof een zwartkleurige Opel betrof van het type Vectra in de kleur zwart. Om 04.28.08 uur werd het bestuurdersportier geopend. De verlichting aan de binnenzijde van het voertuig ging aan. Om 04.28.15 uur stapte een (1) persoon uit het betreffende voertuig. De betreffende persoon droeg een zwartkleurig voorwerp in zijn linkerhand met zich droeg. Dit voorwerp was gelijkend op een jerrycan.
De persoon was gekleed in een donkerblauwe broek, gelijkend op een regenbroek en een
donkerkleurige jas met capuchon. De persoon had de capuchon over zijn hoofd waardoor
zijn haren en zijn gelaat deels aan het zicht van de camera werd onttrokken. De persoon liep
met zijn hoofd deels gebogen doch de persoon was vrijwel gelijk aan de hoogte van de poort was.
De persoon liep in de richting van de houten toegangspoort. De persoon liep gebogen met de capuchon op zijn hoofd in de richting van de loopbrug. De persoon liep om 04.28.29 uur buiten het beeld van de camera in de richting van de daar gelegen houten toegangspoort. De persoon kwam om 04.29.01 uur weer in het beeld van de camera. Er was gelijktijdig een oranjekleurige gloed zichtbaar in de weerspiegeling van het voertuig alsmede op de wand van de loopbrug. De persoon liep met versnelde pas dan wel rende in de richting van het voertuig. De persoon droeg geen zwartkleurig voorwerp meer. De oranjekleurige gloed werd feller. Tevens was er rook in het beeld van de camera aanwezig. De persoon stapte om 04.29.05 uur in het voertuig aan de bestuurderszijde. Het voertuig reed om 04.29.11 uur weg met de voorzijde in de richting van de [straat 4] . De verlichting aan zowel de voorzijde als ook aan de achterzijde van het voertuig brandde niet.
De eigen waarneming van de rechtbank:
Op basis van zowel de screenshots als de bewegende camerabeelden in het dossier is de rechtbank van oordeel dat de huidskleur van de persoon op de beschreven camerabeelden niet objectief kan worden vastgesteld. De beperkte beeldkwaliteit, de kleurschifting en de gedragen capuchon en bijkomende schaduw, belemmeren dit.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2023, p. 750 t/m 757, zakelijk weergegeven: Op zaterdag 21 januari 2023, was ik verbalisant S.P.M.W. [naam 27] , belast met het strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een brandstichting op zaterdag 21 januari 2023 aan de [adres 2] te Haelen, gemeente Leudal.
Op de camerabeelden die zijn aangeleverd door de aangever is een personenauto te zien: Opel Vectra, zwart, [kenteken 1] , Nederlands kenteken.
Ik voerde in het politiesysteem Integrale Bevraging (BVI-IB) het Nederlandse kenteken: [kenteken 1] in. Ik zag dat het genoemde Nederlandse kenteken als gestolen stond gesignaleerd. Deze kentekenplaten zijn tussen zaterdag 14 januari 2023, te 16:00 uur en zondag 15 januari 2023, 11:00 uur weggenomen. Er zijn in totaal twee kentekenplaten weggenomen.
Ik zag in het systeem FALCON-i dat het kenteken zonder duplicaat ophoogcode 1. zevenmaal voorbij de ANPR-camera is gereden.
De registratiemomenten betroffen onder andere:
1e hit: 21 januari 2023 tijdstip: 02:34:01 95.8h R1 + R2 [straat 32] ri Ctr
95 8 h staat voor: HectometerpaalR1+R2 [straat 32] ri Ctr staat voor: Rijstrook 1 en rijkstrook 2 [straat 33] richting Centrum
2e hit: 21 januari 2023, tijdstip 2:41:47 [straat 34] x [straat 35] LA
X staat voor: KruisingLA staat voor: Links af.
3e hit: 21 januari 2023, tijdstip 02:43:37 [straat 35] R1 + R2 ri A67
[straat 35] R1 + R2 staat voor: Rijstrook 1 en Rijstrook 2Ri A67: Richting autosnelweg A67
4e hit: 21 januari 2023, tijdstip 02:48:06 A2 RE 176.4 RS1 RS2 Leende
A2 staat voor: Autosnelweg A2RE staat voor: Rechts176.4 staat voor: Hectometerpaal RS1 en RS 2 staat voor: Rijstrook 1 en rijstrook 2
5e hit: 21 januari 2023, tijdstip 03:50:10 A2 Li 176.4 RS1 RS2 Leende
6e hit: 21 januari 2023 tijdstip: 03:53:54 [straat 35] R1+ R2 ri ENDHVN
Opgemerkt dient te worden dat het tijdstip plegen brandstichting omstreeks 03.30 uur betrof.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2023, p. 764, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant [naam 27] , voerde het Nederlandse kenteken [kenteken 2] in het politiesysteem Integrale bevraging in. Ik zag dat de kentekenplaten weggenomen waren tussen 10 januari 13:00 uur en 16 januari 2023, 12:00 uur aan de [straat 36] te Eindhoven. Hiervan is aangifte gedaan door aangever /benadeelde [naam 28] . De kentekenplaten zijn weggenomen van een:
Merk: Opel
Type: Corsa
Kleur: Blauw
Kenteken: [kenteken 2]
Het proces-verbaal van bevindingen aantreffen Opel Vectra [kenteken 2] / [kenteken 1] , p. 758, zakelijk weergegeven: Op dinsdag 14 februari 2023, omstreeks 18:10 uur, kregen wij, verbalisant [naam 29] en mijn collega [naam 30] , de melding te gaan naar de [straat 37] in Boxtel. Aldaar was een donkerkleurige Opel aangetroffen met twee verschillende kentekenplaten. Dit voertuig zou mogelijk betrokken zijn bij een brandstichting en moest op verzoek van de district recherche in Limburg in beslag worden genomen.
Ter plaatse zag ik, verbalisant [naam 29] , dat het voertuig in de berm aan de [straat 37] in Boxtel stond geparkeerd. Het voertuig stond met de neus in de richting van Boxtel centrum.
Ik verbalisant [naam 29] , zag dat het voertuig aan de achterzijde was voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat het voertuig aan de voorzijde was voorzien van het kenteken [kenteken 2] .
Voertuig:
Goednummer: PL2100-2023034561-2021477
Voertuig: Personenauto
Merk/type: Opel Vectra-C-Cc
Land: Nederland
Kenteken: [kenteken 1]
Chassisnummer: [nummer 37]
Bouwjaar: 2003
Het voertuig werd vervolgens strafrechtelijk getakeld en gestald.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2023, p. 771 en 772, zakelijk weergegeven:
Ik, [naam 27] , voerde dit VIN-nummer in, in het politiesysteem Integrale Bevraging. Ik zag dat het VIN-nummer bekend was bij het Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) onder:
Merk: Opel
Type: Vectra
Kleur: Blauw
Kenteken: [kenteken 7] , Nederlands kenteken
Vinnummer: [nummer 38]
Ik, [naam 27] , zag dat het voertuig gesignaleerd stond als uitvoer voertuig, export 10-01-2023.
Er is, doordat het voertuig als uitvoer voertuig staat geregistreerd, geen actuele tenaamstelling zichtbaar. De laatste historische kentekenhouder betreft:
Naam: [naam 31]
.
Deze had de betreffende personenauto op naam staan vanaf: 14 november 2022.
De einddatum is niet bekend. Het is daarom mogelijk dat [naam 14] de laatste
kentekenhouder van het voertuig [kenteken 7] is geweest.
Ik kreeg van het RDW de navolgende antwoorden:
De export is geregistreerd door het bedrijf: [medeverdachte 1] logistiek, KVK [nummer 2] , [adres 7] Son en Breugel.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 april 2023, p. 46 deel 10 (persoonsdossier [medeverdachte 1] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik help mijn vader af en toe mee in zijn autobedrijf. Dat autobedrijf heeft hij aan huis op de [adres 12] .
Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig, d.d. 1 maart 2023, p. 776 t/m 778 en 780, zakelijk weergegeven: Wij, verbalisanten [naam 32] , [naam 33] en [naam 34] , zijn werkzaam als forensisch onderzoeker.
Op vrijdag 17 februari 2023 deden wij voor forensisch onderzoek, naar aanleiding van een personenauto welke mogelijk betrokken was bij een brandstichting.
Voertuig:
Goednummer: PL2100-2023034561-2021477
Voertuig: personenauto
Merk: Opel
Type: Vectra
Kenteken [kenteken 1]
Bouwjaar 2003
Wij zagen dat de personenauto was voorzien van twee verschillende Nederlandse kentekenplaten:
- voorzijde kentekenplaat [kenteken 2] ;
- achterzijde kentekenplaat [kenteken 1] .
De navolgende plaatsen werden door ons bemonsterd op DNA-materiaal:
(…)
- deurklink binnenzijde bestuurderszijde;
- stuurwiel.
In het voertuig zagen wij een veelvoud aan goederen liggen waaronder:
- een aansteker;
- een deels gevulde, gele jerrycan voorzien van een "Shell" embleem;
- een rode schenktuit.
De navolgende goederen werden door ons bemonsterd/veiliggesteld voor DNA-onderzoek: rode schenktuit aangetroffen op achterbank, achter bijrijdersstoel.
De volgende sporen en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:
De deskundigenrapportage, forensisch DNA-onderzoek d.d. 16 maart 2023, p. 798, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 mei p. 809, zakelijk weergegeven:
Uit onderzoek bleek dat begin maart 2023 een woning is ontruimd aan de [straat 38] te Eindhoven. Tijdens deze ontruiming zijn onder andere 3 kentekenplaten aangetroffen waaronder een kentekenplaat voorzien van het kenteken [kenteken 2] .
De politie Eindhoven gaf aan, in ondergenoemde registratie dat de woning steeds meer begon te lijken op een “junkenpand”. Om zicht te krijgen op de bezoekers/gebruikers van voornoemd adres, is dit pand een tijdje in de gaten gehouden en de bevindingen hiervan zijn vastgelegd in het politiesysteem BVH. Uit deze bevindingen kwam naar voren dat er buiten de bewoner [naam 35] nog een aantal personen verbleven in het pand waaronder de verdachte in het onderzoek Recuerdo:
[medeverdachte 3] geb: [geboortedatum 2] 1982.
Op 9 februari 2023 heeft Politie Eindhoven aangeklopt bij het pand [straat 38] te Eindhoven. De voordeur werd geopend door [medeverdachte 3] .
Op 10 februari 2023 zagen de collega's van Politie Eindhoven, bij het stoppen voor de voornoemde woning, dat 3 personen uit de woning kwamen lopen waaronder [medeverdachte 3] .
Het proces-verbaal telecomonderzoek brand 21-01-2023, d.d. 17 mei 2023, p. 814 t/m 818, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aantal (pogingen) tot brandstichtingen op de locaties; [adres 3] in Neer en [straat 4] in Haelen werd een onderzoek ingesteld onder de naam Recuerdo (LB 1 R022122). Tijdens dit onderzoek werden de historische verkeersgegevens van diverse telefoonnummers en imeinummers opgevraagd en werden de zogenaamde mast verkeersgegevens opgevraagd rondom de tijdstippen van deze (poging) brandstichtingen.
Op zaterdag 21 januari 2023 omstreeks 03:30 uur werd brandgesticht bij de houten toegangspoort van het [woning] aan de [adres 2] in Haelen. Uit analyse van de historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens, bleek dat:
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich op 21-01-2023 tijdens de registratie van een datasessie van 8903 seconden om 02:45 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 39] (antennerichting 10 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 27] A2 in Waalre. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 39] van de zendmast aan de [straat 27] A2 dekking geeft is onder andere een gedeelte van A2 tussen het knooppunt Leenderheide (Eindhoven) en Valkenswaard, gelegen. Op 21-01-2023 om 02 48 uur passeerde de Opel Vectra met het "valse" kenteken [kenteken 1] de ANPR-camera op de A2 bij Leende/Valkenswaard in de richting Weert. Om 03:50 uur passeerde dit voertuig de ANPR-camera op deze locatie weer in de richting Eindhoven.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ) zich op 21-01-2023 tijdens de registratie van datasessies om 07:23 uur en 07:59 uur weer bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 40] (antennerichting 180 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 10] in Eindhoven.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 22-01-2023 om 11:00 uur 32 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 14] ( [naam 12] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [naam 14] ) op 22-01-2023 om 11:01 uur, direct na het telefonische contact met [naam 12] , 65 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 3] ).
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2023, blz. 825 t/m 832, zakelijk weergegeven:
Door de officier van justitie, mr. B. Roeleven werd toestemming gegeven voor het uitlezen en verwerken van de data welke uit de inbeslaggenomen mobiele telefoon (iPhone 14 Pro) van verdachte [verdachte] werd gehaald. De data werden geanalyseerd door mij, verbalisant [naam 36] , en hieruit is mij het volgende bevonden:
Afbeelding
29 maart 2023
Het proces-verbaal van aangifte door [naam 1] namens [naam 15] en [naam 2] d.d. 29 maart 2023, p. 1230 en 1231, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van brandstichting.
Op woensdag 29 maart 2023 is omstreeks 01.30 uur brandgesticht aan een voertuig. Dit voertuig stond geparkeerd op onze oprit, gelegen aan het perceel [adres 3] te Neer. Het voertuig dat in brand is gestoken betreft een witte Seat Inca voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 4] . Dit voertuig is eigendom van mijn schoonzoon en ik ben namens hem ook gerechtigd tot het doen van aangifte.
Ik heb het voertuig op dinsdag 28 maart omstreeks 23.45 uur geparkeerd op de oprit.
Ik had [naam 37] , mijn kleinzoon, om 01.28 uur aan de telefoon. Ik hoorde [naam 37] zeggen: “Oma, de caddy staat in de fik”. Ik werd toen heel erg angstig en mijn hart begon direct sneller te kloppen. Ik had mijn lichaam niet in bedwang en begon te shaken. Mijn ademhaling sloeg er zelfs even van op hol. Mijn man en ik voelen ons allebei ook machteloos. Mijn man begon zich direct af te vragen wat hij nu moest doen. Hij was angstig om naar buiten te gaan, niet wetende wat hij daar aan zou treffen of hoe hij kon/mocht handelen.
Ik opende de voordeur en zag dat de vlammen iets afnamen. Direct nadat ik dit zag laaiden de vlammen weer op. Op dat moment zag ik dat mijn man achter mij langskwam met de brandblusser. Ik zag dat hij direct naar de rechterzijde van de Seat Inca liep en deze begon te blussen met de brandblusser. Hij heeft vervolgens ook de oprit en de weg geblust. Mijn man zag dat er op de weg voor onze woning een flesje lag dat nog brandde.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 maart 2023, p. 1238, zakelijk weergegeven:
De bewoners van de [adres 10] verklaarden over de grijze auto, van de vermoedelijke
verdachten, dat zij deze auto afgelopen week ook al hadden zien rijden bij hen in de
straat. Zij gaven aan dat ze toen het kenteken genoteerd hadden. Dit zou gaan om
Nederlands kenteken [kenteken 8] .
Het proces-verbaal van bevindingen (beschrijving camerabeelden [adres 3] ) d.d. 2 april 2023, p. 1246 en 1253 t/m 1261, zakelijk weergegeven:
Op zondag 02 april 2023, was ik, verbalisant [naam 27] , belast met een onderzoek naar aanleiding van brandstichting. Deze brandstichting heeft plaatsgevonden op woensdag 29 maart 2023 omstreeks 01:25 uur. Bij deze brandstichting is een personenauto beschadigd geraakt. Dit alles heeft op het adres [adres 3] te Neer, gemeente Leudal plaatsgevonden.
De aangever heeft vrijwillig camerabeelden beschikbaar gesteld voor het verdere strafrechtelijke onderzoek. Er zit geen datum dan wel tijdsverschil tussen de camerabeelden en de actuele tijd.
[geboortedatum 4] 2023 om 01:25 uur:
Afbeelding 4.0
Er komt een personenauto het camerabewakingsgebied inrijden. Op de camerabeelden is te zien dat de personenauto uit de straat [straat 19] komt rijden en rijdend in de richting van de witte personenauto welke zichtbaar is op het camerabeeld. De witte personenauto betreft de personenauto van aangever.
Afbeelding 4.1
De personenauto rijdt voor de woning [adres 3] te Neer. Ik, [naam 27] , zie dat dit een stationwagen is. Ik zie dat de personenauto zilver/grijs van kleur is.
[geboortedatum 4] 2023 om 01:26 uur:
Afbeelding 4.2
De personenauto stopt nabij de woning [adres 3] .
[geboortedatum 4] 2023 om 01:27 uur:
Afbeelding 4.6
Er komt een persoon in het camerabewakingsgebied lopen Ik. [naam 27] , kan de persoon als volgt beschrijven:
Schoenen: zwart/ donkerkleurig.
Broek: zwart/ donkerkleurig, lang model.
Bovenkleding: grijskleurig betreft mogelijk een hoodie.
Gezichtsbedekking zwart/ donkere gezicht bedekking. Hierdoor is het gezicht niet geheel zichtbaar.
Ik zie dat de persoon grijs/witkleurige haardracht heeft.
Postuur: Gezet.
Ik zie dat de persoon in zijn rechterhand een voorwerp vast heeft.
Afbeelding 4.7
Te zien is dat de persoon van afbeelding 4.6 bij de personenauto van de aangever staat. Ik zie dat deze persoon iets aan het doen is bij de bestuurdersportier. Ik zie dat deze persoon een schenk beweging maakt.
Afbeelding 4.8
Te zien is dat de persoon geheel in een felle oplichting staat.
Afbeelding 4.9
Te zien is dat de persoon uit de felle oplichting weg rent. De schoenen van de persoon hebben dezelfde felle oplichting als de personenauto. De persoon rent in de richting van waar hij vandaan kwam. (zie afbeelding 4.6)
Afbeelding 4.10
De persoon rent uit het camerabewakingsgebied. De felle oplichting is nog steeds te zien bij de personenauto van de aangever/benadeelde.
[geboortedatum 4] 2023 om 01:30 uur:
Afbeelding 5.0
De bewoner van [adres 3] is te zien. De bewoner heeft een rood voorwerp in zijn handen waardoor de felle oplichting verdwijnt.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 3] te Neer) d.d. 31 maart 2023, p. 1279, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 29 maart 2023 om 03:00 uur kwam ik, [naam 38] , naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 3] te Neer.
De onderzoekslocatie betreft de oprit gelegen voor de vrijstaande woning aan de [adres 3] te Neer. Vanuit de oprit kan via een drietal stenen traptreden, of via een helling aan weerszijden van de oprit, de voordeur worden bereikt. De oprit is geheel beklinkerd. Aan de rechterzijde van de oprit staat een boom en enkele bosschages.
Ter plaatse zag ik op de oprit voor de woning een witkleurig voertuig van het merk ‘Seat’, type ‘Inca’ voorzien van het kenteken [kenteken 9] staan. Het voertuig betreft een bestelauto met twee zitplaatsen.
Ik zag dat de voorzijde van het voertuig in de richting van de voordeur van de woning stond. Ik zag dat het linkerportier, de linkerzijkant en een klein deel van de motorkap beroet was. Op de openbare weg, ter hoogte van de oprit van de betreffende woning zag ik een 1,5 liter Coca-Cola fles liggen. De hals van de fles was deels weggesmolten. Naast de fles lag een deels weggesmolten dop van een Coca-Cola fles. Ik zag dat in de Coca-Cola fles een geelkleurige vloeistof aanwezig was. Ik rook de voor mij bekende geur van benzine nabij de fles.
Vastgesteld kon worden, gezien de aangetroffen brandversnellende middelen en de camerabeelden, dat het meest aannemelijke scenario brandstichting is. Brand door blikseminslag kan worden uitgesloten gezien er ten tijde van de brand geen ontladingen in het gebied werden gedetecteerd. Een technische oorzaak kan worden uitgesloten, aangezien het duidelijk is dat de brand aan de buitenzijde van het voertuig is ontstaan.
Gevaarzetting:
Uit de beschreven situatie en het aangetroffen brandbeeld bleek dat bij deze brand gemeen gevaar voor goederen en personen was te duchten als bedoeld in:
- artikel 157 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht (opzet);
- artikel 158 onder 1 het Wetboek van Strafrecht (schuld).
Samenvatting:
Door het toebrengen van een brand versnellend middel en het toebrengen van open vuur is gepoogd het voertuig in brand te steken. Ter plaatse is een fles met een brand versnellend middel achtergebleven.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2023 p. 1300 en 1301, zakelijk weergegeven:
In het onderzoek zijn er opnames van vertrouwelijke telecomgesprekken gemaakt en opgeslagen. In het onderzoek zijn de gesprekken van het mobiele telefoonnummer: [telefoonnummer 2] opgenomen en opgeslagen. Uit onderzoek is gebleken dat het hierboven genoemde mobiele telefoonnummer in gebruik is bij [verdachte] .
Op dinsdag 28 maart 2023, te 20:36:52 uur, belt het mobiele telefoonnummer: + [telefoonnummer 10] naar het mobiele telefoonnummer: [telefoonnummer 2] . Uit onderzoek blijkt dat de gesproken taal tussen de beller en de gebelde betreft: Roma-Sinti. Een aangewezen tolk heeft het gesprek vertaald en daaruit is door de tolk zelf samenvattend het navolgende uitgewerkt:
[nummer 41] WGD [nummer 42]
[nummer 41] = [nummer 44] WGD [nummer 42] = [nummer 43]
: ze rijden sowieso nog een keer heen om de weg goed te kennen en [ntv], hij zei dat [ntv] naar beneden was/ging. ...het nummer. [ntv]
[nummer 44] : De auto die daar op de [ntv] (terrein?) is, die moet gaan.
N [nummer 43] : Hij zei, maakt niet uit, of die witte of de zwarte daar is...[ntv] binnen...ze rijden zometeen daarlangs om te kijken of de auto daar is...als die daar is, dan worden ze [ntv]...hij zei: "maakt niet uit, ga sowieso naartoe - ik denk dat 'hij' tussen 1-3 daar heen rijdt, dat zei hij, ik weet niet precies wanneer maar tussen 1 en 3 ergens.
[nummer 44] : Maar hij gaat 100 procent.
[nummer 43] : honderd duizend procent... Ik zei tegen hem: "wat er ook gebeurt, doe dat en bel me'...dat je hen ophaalt.
[nummer 44] : zodat we weten als er iets is.
[nummer 43] : Ik weet het of hij het wel of niet doet...hij zei: Geloof me, ik moet het doen want ik zit in hoge nood... Ik zei: is goed.
[nummer 44] zegt dat hij morgen rond half elf bij [nummer 43] is, want hij moet om kwart voor 10 naar de diagnostiek [vraagt aan [naam 39] (fon) op de achtergrond hoe dat heet] om bloed te prikken en daarna gaat hij naar [nummer 43] .
Ze zien elkaar morgen.
Afscheid.
Het proces-verbaal telecom onderzoek brand [geboortedatum 4] 2023, d.d. 5 juni 2023, p. 1305 t/m 1312, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aantal (pogingen) tot brandstichtingen op de locaties: [adres 3] in Neer en [straat 4] in Haelen werd een onderzoek ingesteld onder de naam Recuerdo (LB 1 R022122).
Tijdens dit onderzoek werden de historische verkeersgegevens van diverse telefoonnummers en imeinummers opgevraagd en werden de zogenaamde mast verkeersgegevens opgevraagd rondom de tijdstippen van deze (poging) brandstichtingen. Daarnaast werden in de loop van het onderzoek de gesprekken van sommige van deze telefoonnummers afgeluisterd en opgenomen.
Uit analyse van de historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens,
bleek dat:
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) op 28-03-2023 om 11:43 uur 129 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) op 28-03-2023 om 20:16 uur 200 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) op 28-03-2023 om 20:36 uur 116 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) op 28-03-2023 om 22:16 uur en 22:17 uur 0 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich tussen 28-03-2023 23:34 uur en [geboortedatum 4] 2023 00:22 uur verplaatste van Best naar Neer. Tijdens de registraties van diverse datasessies bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich achtereenvolgens onder het bereik van (start) Cell ID's van zendmasten in Maria-Hout/ Son en Breugel (23:34 uur); Eindhoven (23:44 uur); Geldrop (23:48 uur); Asten (23:55 uur); Neerkant (00:08 uur); Kessel (00:18 uur).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 00:28 uur 39 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ). Tijdens dit telefonische contact bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 16] (antennerichting 70 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 16] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [naam 1] , aan de [adres 3] in Neer gelegen. Cell ID [nummer 16] werd tijdens een zogenaamde netwerkmeting gemeten in de directe omgeving van de [adres 3] in Neer en is een van de Cell ID's waarover communicatie kan plaatsvinden wanneer men daar gebruik zou maken van een mobiele telefoon of enig ander voorwerp dat in staat is gebruik te maken van een van de telecommunicatienetwerken.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 00:30 uur 11 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) maakte tijdens dit telefonisch contact gebruik van de Wifi verbinding van zijn woning aan de [straat 7] in Son en Breugel. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 28] (antennerichting 325 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 2] in Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 28] van de zendmast aan de [straat 2] in Neer dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) in Neer, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 00:35 uur 9 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ) maakte tijdens dit telefonisch contact gebruik van de Wifi verbinding van zijn woning aan de [straat 7] in Son en Breugel. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 45] (antennerichting 240 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat 12] in Nunhem. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 45] van de zendmast aan de [straat 12] in Nunhem dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [straat 12] ) tussen Nunhem en Haelen, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich tussen [geboortedatum 4] 2023 00:35 uur en [geboortedatum 4] 2023 01:15 uur verplaatste van Neer naar Best. Tijdens de registraties van diverse datasessies bevond de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) zich achtereenvolgens onder het bereik van (start) Cell ID's van zendmasten in Nunhem (00:35 uur); Nederweert (00:49 uur); Eindhoven (00:59 uur); Veldhoven (01:00 uur); Best (01:15 uur). Op [geboortedatum 4] 2023 omstreeks 00:56 uur passeerde de Volvo V40 met het kenteken [kenteken 10] de ANPR-camera op de A2 bij Leende in de richting Eindhoven. Het kenteken [kenteken 10] van de Volvo V40 is op naam gesteld van [naam 40] , geboren op [geboortedatum 3] 1992, wonende op het adres [adres 1] in Best. Visser is de partner van verdachte [verdachte] .
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] ( [naam 8] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 01:40 uur 2 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] ( [naam 10] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] ( [naam 8] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 46] (antennerichting 60 graden) van een zendmast van Vodafone aan het [straat 39] in Grashoek. In het geografische gebied waar [nummer 46] van de zendmast van Vodafone aan het [straat 39] in Grashoek dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N277 ( [straat 28] ) en de A67 in Peel en Maas, gelegen. De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] ( [naam 10] ) was kennelijk niet bereikbaar of had diens toestel uitgeschakeld. Het telefoontje werd doorgeschakeld naar de voicemail box.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] ( [naam 10] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 01:41 uur 31 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] ( [naam 8] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] ( [naam 10] ) bevond zich tijdens de registratie van een IMS contact om 01:41 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 47] (antennerichting 320 graden) van een zendmast van KPN aan de [straat 40] in Helmond. Dit IMS contact had vermoedelijk betrekking op het telefonische contact met [naam 8] . De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] ( [naam 8] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 48] (antennerichting 300 graden) van een zendmast van Vodafone aan de [straat 28] in Maasbree. In het geografische gebied waar [nummer 46] van de zendmast van Vodafone aan de [straat 28] in Maasbree dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N277 ( [straat 28] ) en de A67 in Peel en Maas, gelegen.
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 13:27 uur 19 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ). De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] ( [verdachte] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 13:29 uur 64 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ).
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 17] ( [naam 10] ) op [geboortedatum 4] 2023 om 16:41 uur 104 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] ( [naam 14] ).
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2023, p. 1328 t/m 1331, zakelijk weergegeven:
In dit proces-verbaal van bevindingen werden de getapte telefoongesprekken tussen het mobiele telefoonnummer:
[telefoonnummer 2] , in gebruik is bij [verdachte] en;
+ [telefoonnummer 10] , in gebruik is bij [naam 14] ,
+ [telefoonnummer 18] , in gebruik is bij een nog onbekend persoon.
Door een aangewezen tolk, in de taal Sinti, werden de betreffende gesprekken vertaald. Door de tolk werd zelf samenvattend het navolgende uitgewerkt:
Sessienummer 326 Datum: 22-03-2023Tijd: 21:02:28Van: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Naar: [telefoonnummer 18] ( [nummer 43] = onbekend persoon)Taal: SintiSamenvatting:audio op één kanaal[nummer 43] : Ja ...nee, een auto die [ntv], die in brand gaat....da's niet verkeerd...nee...[ntv]
Sessienummer: 4839 Datum: 27-03-2023Tijd: 22:17:28Van: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Naar: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Taal: SintiSamenvatting:[nummer 44] : Vraagt of [nummer 43] al iets weet.[nummer 43] : Zegt dat 'hij' zei dat hij morgen daarheen gaat.[nummer 44] : Goed, dan weet ik dat [bijnaam 3] (fon).
Sessienummer: 4884 Datum: 28-03-2023Tijd: 11:43:36Van: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Naar: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Taal: SintiSamenvatting:(slechte audio) Verstaan elkaar in het begin niet.(…)[nummer 43] : Moet rustig aan doen, morgen is hij er weer bij.[nummer 44] : Die man rijdt er naartoe[nummer 43] : Dan rijd ik mee als het gaat[nummer 44] : 100 procent....kijken hoe laat hij dat gaat doen.[nummer 43] : de weg wijzen.. [ntv] terug....[nummer 44] : [ntv] ...stopt daar, twijfels....[ntv] en weg... Poncho. (fon)[nummer 43] : [ntv] eerst met de neger die bij mij zit.. Ik rij hem daarheen [ntv].. dan rijden wij tweeën weg. [nummer 44] : Ja, goed.
Sessienummer: 4983 Datum: 28-03-2023Tijd: 20:16:10Van: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Naar: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Taal: Sinti
Samenvatting: Vanaf minuut 01: 21[nummer 43] : Vraagt of [nummer 44] morgen sowieso komt[nummer 44] : Wilde vandaag al [ntv][nummer 43] : Oke...ik ben met hen daarnaartoe gereden..ik zei dat hij wegrijdt....[ntv] jonge, wat er ook gebeurt ...weetje ...maakt niet uit, je moet het doen....hij zei: "100 %, ik doe het!"[nummer 44] : Oke, [ntv] ...eerst doorrijden, stoppen en nog een keer rijden....[nummer 43] : [ntv] op de langste weg...de auto's aan zijn kant, met [ntv], aansteken/steken aan[ntv] en wegrijden.[nummer 44] : Rijdt hij [ntv][nummer 43] : [ntv] Hij zei: Ik doe het 100 procent...hij gaat het doen.[nummer 44] : Ik denk dat het risicovol is om mee te rijden, voor de zekerheid...[nummer 43] : ntv[nummer 44] : Ik weet, hebben al met z'n tweeën aangegeven.[ntv]. ..dat hij het weet het is belangrijk[nummer 43] : ntv[nummer 44] : We zijn hier om te wachten op iemand...[nummer 43] : [ntv] hoe laat hij moet gaan....2-3 uur [ntv] ga ik niet mee [ntv][nummer 44] : Doe zoals je denk, of we meerijden....dan weten we minstens of iets loopt/gaat...[nummer 43] : [ntv]sowieso mee[nummer 44] : [ntv] zij weten [ntv] weten wij daarna[nummer 43] : [ntv] mee.[nummer 44] : Vertel me hoe jij het denkt....mijn gevoel....[nummer 43] : Ik bel hem zo en laat het je weten.[nummer 44] : Goed, laat maar weten hoe of wat.
Sessienummer: 5263 Datum: [geboortedatum 4] 2023Tijd: 00.28.21 uurVan: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Naar: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Taal: SintiSamenvatting: [nummer 43] : zegt dat een Caddy daar staat, op 'hun' terrein/grondstuk.[nummer 43] : is zojuist langsgereden, hij is daar.[nummer 43] : zegt dat [nummer 44] ‘hem’ moet gaan bellen.[nummer 44] : zal ‘hem’ bellen en belt daarna [nummer 43] terug.
Opmerking verbalisanten: uit later onderzoek is gebleken dat in het tapgesprek sessienummer 5263 abusievelijk [nummer 44] met [nummer 43] werd verwisseld. Daar waar in de samenvatting van dit gesprek [nummer 44] staat dient [nummer 43] te worden gelezen en waar [nummer 43] staat dient [nummer 44] te worden gelezen.
Sessienummer: 5269 Datum: [geboortedatum 4] 2023Tijd: 00:30:56Van: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Naar: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Taal: SintiSamenvatting:[nummer 44] : Ja[nummer 43] : Hij belde....hij gaat rijden.[nummer 44] : Is goed.[nummer 43] : [ntv] weet ik[nummer 44] : is goed.
Sessienummer: 5275 Datum: [geboortedatum 4] 2023Tijd: 00:35:13Van: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Naar: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Taal: SintiSamenvatting: [nummer 44] : Ja.[nummer 43] : Hij rijdt [ntv] en als hij komt, rijdt hij/ik [niet goed te verstaan] mee.
Sessienummer: 5640 Datum: [geboortedatum 4] 2023Tijd: 13:29:20Van: [telefoonnummer 9] ( [nummer 44] )Naar: [telefoonnummer 10] ( [nummer 43] )Taal: SintiSamenvatting:Kinderen op de achtergrond bij [nummer 44] te horen.[nummer 44] : Roept [naam 41] (fon).[nummer 44] : Als die iets zegt, de helft [ntv].[nummer 43] : Zegt dat hij die jongen sowieso gaat betalen, ze zien wel morgen.[nummer 44] : 500, toch?[nummer 43] : [ntv] geeft hem 250... betaal ik aan die [ntv][nummer 44] : Is goed.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. p. 1446 t/m 1452, zakelijk weergegeven:
Door de officier van justitie, mr. B. Roeleven werd toestemming gegeven voor het uitlezen en verwerken van de data welke uit de inbeslaggenomen mobiele telefoon (iPhone 14 Pro) van verdachte [verdachte] werd gehaald. De data werden geanalyseerd door mij, verbalisant [naam 36] , en hieruit is mij het volgende bevonden:
Web history:
Afbeelding
Zoekslagen gemaakt op telefoon:
[woning] (5):
Ik zag dat er 5 hits waren met betrekking tot de zoekvraag " [woning] ”. Ik zag de volgende gegevens:
• [woning] ; 9 [straat 4] , Haelen, Limburg, [adres 11] ( [coördinaten] );
Name: [woning] Type: searched Timestamp: 19-01-2023 15:21:09 UTC+1
Adress: [adres 6] Haelen;
• Hotel 9 [straat 4] , Haelen, Limburg, [adres 11] ( [coördinaten] ); Name:
[woning] [naam 42] Timestamp 19-01-2023 20:24:51 UTC+1
17 [straat 4] , Haelen, Limburg, [adres 11] ( [coördinaten] ); Name
[straat 4] 17, type Searched 19-01-2023 20:27:28 UTC+1 Adress [straat 4] , 17,
Haelen, [postcode] , Limburg
• Webhistory Ambulance met spoed naar [straat 4] in Haelen/ 28 januari 2023 23:45/AIarmeringen.nl
Voertuigbrand:
Ik zag dat er een (1) hit was met betrekking tot de zoekvraag “Voertuigbrand”. Ik zag de volgende gegevens: Voertuigbrand op [adres 3] in Neer/ 29 maart 2023 01:29/ Alarmeringen.nl
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 mei 2023, p. 1456, 1499 t/m 1503, 1517, 1518, 1528 en 1529, zakelijk weergegeven:
Tussen 2 en 16 mei 2023 heb ik op verzoek van het onderzoeksteam een onderzoek ingesteld naar het WhatsApp contact tussen verdachte [medeverdachte 1] en verdachte [verdachte] .
Ik zag in het toestel van [medeverdachte 1] (Samsung S22, BVH goednummer 1595282) dat er een WhatsApp conversatie was met het contact [verdachte] , [telefoonnummer 6] . In het toestel van [verdachte] (I-phone 14 Pro, BVH goednummer 1594701) zag ik twee WhatsApp conversaties met [medeverdachte 1] onder de contactnamen: [contactnaam 1] ( [telefoonnummer 10] ) en [contactnaam 2] ( [telefoonnummer 7] ).
Ik zag dat er gesproken geluidsfragmenten aanwezig waren. Ik hoorde dat het merendeel van deze fragmenten in een voor mij onverstaanbare taal gesproken werden. Gezien eerdere bevindingen in dit onderzoek is het aannemelijk dat de gesproken taal Sinti betreft. Aan de hand van de tot nu toe bij mij bekende resultaten uit het onderzoek heb ik, de mogelijk voor het onderzoek relevante fragmenten, afzonderlijk opgeslagen en aan een tolk (Sinti) aangeboden ter vertaling. De vertalingen van de fragmenten heb ik terugontvangen van de tolk en verwerkt in de genoemde Whatsapp gesprekken tussen beide verdachten.
De verwerkte vertalingen zijn bij dit proces verbaal bijgevoegd als:
Bijlage 1: fragmenten uit het gesprek tussen [verdachte] met het nummer [telefoonnummer 10] van [medeverdachte 1] .
(p. 1499)
20-3-2023 22:13:54
From [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: Hei, welk nummer is de woning, hoe heet de straat
20-3-2023 22:14:22
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: wacht [ntv]ik stuur het door
(p. 1500)
20-3-2023 22:14:58
From [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm; Oke, want die andere belde naar hen...ik zie/ontmoet die van Helmond dan eh..hij vroeg het adres... Ik zei tegen hem, rond een uur of één rij erheen/is hij ernaartoe gereden.
(p. 1501)
20-3-2023 22:21:55
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
[adres 3] te Neer
(p. 1502)
20-3-2023 22:22:09
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: dat is het adres...[ntv] rijden snel mee naar de weg waar de [ntv] is, ze rijden 2-3 keer voorbij, ja.
(p. 1503)
20-3-2023 22:22:09
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: Ja is goed, er zijn 2 auto’s op het terrein en één van de twee staat nog [ntv], zeg dat tegen die man [Roma-man].
(p. 1517)
27-3-2023 09:46:49
From [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: Nnm: [naam 43] heeft een bericht gestuurd dat hij wilde gaan..ik zei "nee, vanavond doet
de lange het en volgende week hij. ..en [ntv] dat hij ook meegaat vanavond
(p. 1518)
27-3-2023 09:47:39
From: [telefoonnummer 6] [verdachte] {owner}
To: [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: Is goed, [naam 16] moet hem meteen appen, dat hij vanavond komt ...die lange is 'full' die is echt full.
(p. 1528)
29-3-2023 01:29:53
From [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: ik denk dat hij er is, of hij is ongeveer daar of over een kwartier tot een half uur.
(p. 1529)
29-3-2023 01:30:28
From [telefoonnummer 10] [contactnaam 1]
Nnm: Dat heeft hij al ‘s middags gedaan, zei hij.
Het proces-verbaal van verhoor van [naam 8] d.d. 3 mei 2023, p. 39 t/m 43 deel 13 (persoonsdossier [naam 8] ) (dit proces-verbaal is geen onderdeel van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik heb met dit incident wel wat te maken gehad. Ik ben dieper in de schulden geraakt. Ik heb 40.000,00 euro schuld. Ik had al contact met [naam 16] . Hij kent mijn situatie. Hij wist wel hoe we geld konden verdienen. Hij kwam dus met dat stukje brandstichting aan. “Ik kan eens vragen voor je” zei [naam 16] en toen is het gegaan via briefjes via de brievenbus.
En toen vroeg ik: “wat is dat dan?” Als je dat wil dan krijg je een briefje in de brievenbus daar staat op wat je moet doen en wat je ervoor krijgt. Daarna moet je het briefje weggooien. Ik heb geen vreten meer. Het ging alleen om het verbranden van een stuk materiaal. Ik weet dat het niet goed is. Ik wist ook niet waarom dit in brand moest gaan, of het een verzekeringsverhaal was of zo. [naam 16] had via iemand contact.
Het waren 3 A5 briefjes met daarop “Dit is de auto, (welke auto weet ik niet meer, het was in ieder geval een witte personenauto met laadbak) de straatnaam en de plaats”. De straatnaam weet ik niet meer. Volgens mij was het Neer.
Er zat tussen briefje een en twee anderhalf week. Twee weken later kwam het volgende briefje. Op het tweede briefje stond "het is zover" dit stond met pen geschreven. Er stond geen datum bij. Na een paar dagen later kreeg ik het derde briefje. Toen was het al gebeurd. In het derde briefje zat het geld. Wat was er gebeurd? Die auto was in brand.
Ik was zenuwachtig. Ik wist niet goed hoe ik het moest doen. Ik ben toen op een parkeerplaats voor Neer gestopt en heb mijn kentekenplaten omgebogen zodat deze niet herkenbaar zou zijn. Ik ben naar de betrokken auto gereden en heb zo goed en kwaad dat erover gegooid en in brand gezet en ben gegaan. Met dat bedoel ik de brandstof. Deze had ik bij een tankstation bij Horst Sevenum de avond voorafgaand aan de brand gevuld. Deze had ik in een fles Fanta of cola gedaan. Deze is in de auto omgevallen, vandaar dat het zo naar benzine rook in mijn auto. Het was een lege fles van thuis die ik had meegenomen om de benzine in te doen.
Ik ben alleen naar Neer gegaan. Ik reed met mijn auto een Kia Ceed.
De eerste keer ben ik voorbijgereden. Ik heb getwijfeld of ik het überhaupt wel zou doen. Ik was bang. Ik heb gewoon niks meer aan geld en heb dit hard nodig. Ik heb het vlug, vlug gedaan. Ik ben eerst nog voorbijgereden op 29 maart. Ik zag de auto staan aan de linkerzijde op de oprit. De auto stond alleen op de oprit. Hij stond niet dicht bij de woning. Ik ben Neer uitgereden en heb ter hoogte bij een voetbalveldje gewacht en dacht wat ben ik aan het doen, [naam 44] . Ik ben op een gegeven moment weer teruggereden naar de auto waar ik de brand moest stichten. Ik liep naar de oprit. In mijn rechterhand hield ik de fles met benzine en in mijn linkerhand een aansteker. Ik heb toen met rechts de benzine over de auto geschud ter hoogte van de deur bestuurderszijde. Kort daarop heb ik het met de aansteker aangestoken. Er kwam zo'n steekvlam af dat ik mijzelf in de fik stak. Ik schrok ervan. Mijn jasje en mijn broek vlogen in de fik. Ik heb dit zelf uitgeslagen. Verder heb ik geen brandschade opgelopen.
Het was rond 01:00 uur.
Ik zou er 500 euro voor krijgen. Dat is voor mij veel geld. Dit stond op het eerste briefje. Het geld is ook door de brievenbus gegaan. Dit heb ik een paar dagen later ontvangen.
Het kan wel dat ik kort na de brandstichting op 29 maart 2023 01:40:39 uur en 01:41:08 uur, met mijn telefoonnummer + [telefoonnummer 15] belde naar het telefoonnummer + [telefoonnummer 16] van [naam 10] .