RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03/004385-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 2 november 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1984,
thans gedetineerd in de [PI] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Cadier en Keer.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 oktober 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[naam 1] , [naam 2] en de besloten vennootschap [bedrijf] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] is op de zitting gehoord [naam 3] van Slachtofferhulp Nederland. Namens [bedrijf] is verschenen [naam 4] . De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte] (parketnummer 03/020308-25).
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich, al dan niet met een of meer anderen, in 2024 vier keer schuldig heeft gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing, waarbij gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar te duchten was.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig het op schrift gestelde en ter terechtzitting overgelegde requisitoir gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig bewijs van daderschap van de verdachte.
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II van dit vonnis.
Bewijsoverweging
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II genoemde bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten.
Bij de beoordeling van het dossier stelt de rechtbank voorop dat de rechtbank de tenlastegelegde feiten niet afzonderlijk van elkaar beziet, maar dat de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van een patroon waarin een specifieke en kenmerkende modus operandi naar voren komt. De rechtbank zal daarom in haar bewijsvoering gebruik maken van schakelbewijs. Bij schakelbewijs wordt voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.
De rechtbank overweegt dat bij de ontploffingen eenzelfde werkwijze is gehanteerd. Bij alle tenlastegelegde feiten is namelijk gebruikgemaakt van een zogeheten “Vuurwerk Brandstof Combinatie” (hierna: VBC) of zwaar vuurwerk dat werd gecombineerd met brandbare vloeistoffen en specifieke toevoegingen – zoals metalen balletjes bij feiten 2 en 4 – om de verwoestende impact te vergroten. Ten aanzien van deze metalen balletjes overweegt de rechtbank dat bij de doorzoeking van de woning van de verdachte niet alleen Cobra's, shells en flessen met motorbenzine en screenwash zijn aangetroffen, maar dat er ook een doos met metalen balletjes is gevonden. Die balletjes kwamen qua vorm, gewicht en diameter (nagenoeg) overeen met de balletjes die op de plaatsen delict ter zake van feiten 2 en 4 zijn aangetroffen en veiliggesteld. Deze VBC’s hebben bij de ontploffingen voor gemeen gevaar voor goederen en waar personen aanwezig waren, ook voor levensgevaar voor personen gezorgd.
Verder is bij de feiten 1 en 4 op de camerabeelden een auto te zien die volgens het Landelijk Intelligence en expertisecentrum voertuigcriminaliteit bijna zeker een Citroën C4 van de 2e generatie is, geproduceerd van eind 2010 tot 2018. Uit onderzoek van de politie volgt dat [verdachte] in april 2024 gebruik maakte van een grijze Citroën C4, met Belgisch kenteken [kenteken 1] , bouwjaar 2013, op naam van medeverdachte [medeverdachte] . De verdachte is ook samen met medeverdachte [medeverdachte] gezien in het voertuig bij een observatie in januari 2025. De ANPR-gegevens van het voertuig en de historische telefoongegevens van de verdachte laten ten tijde van de ontploffingen in Kerkrade hetzelfde zien: de telefoon van de verdachte straalt vlak voor de explosies aan bij de Belgische grens, beweegt mee richting de locaties in Nederland en straalt na de ontploffingen weer aan richting België. De ontploffingen bij feiten 1 en 4 zijn bovendien teweeggebracht bij dezelfde woning. In beide gevallen worden zij gepleegd door een mannelijke bomlegger, die na de aanslag vlucht richting de Hamstraat.
Bij alle feiten valt tot slot op dat medeverdachte [medeverdachte] kort na de ontploffingen op haar telefoon zoekt naar 112-meldingen en alarmeringen die zien op de exacte locaties van de ontploffingen, waarna bij feit 3 een schermafdruk binnen één minuut naar de verdachte werd doorgestuurd.
Kijkend naar de afzonderlijke feiten concludeert de rechtbank dat voor het meest recente feit, de explosie op 24 december 2024 in Kerkrade (feit 4), het volgende bewijs voorhanden is. Op zowel de dop als het handvat van de ter plaatse aangetroffen jerrycan is DNA van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen. De vluchtauto op de camerabeelden, de hiervoor genoemde Citroën C4, vertoont een specifieke afwijking aan de velg linksachter die exact overeenkomt met de auto van medeverdachte [medeverdachte] waarin de verdachte en de medeverdachte begin januari 2025 door de politie bij een observatie zijn gezien. Op camerabeelden is te zien dat een jongeman na de explosie naar een auto rent en instapt aan de bijrijderszijde, waarna de auto wegrijdt. Als daarbij mede in aanmerking worden genomen de reisbewegingen en het feit dat de medeverdachte vier minuten na de explosie op internet zoekt naar 112-meldingen en 102 minuten na het incident specifiek de melding van dit incident bekijkt, kan het niet anders dan dat de verdachte dit feit tezamen en in vereniging met de medeverdachte heeft gepleegd.
Ten aanzien van de explosie op 16 november 2024 (feit 1) komt de rechtbank tot eenzelfde conclusie. Niet alleen is sprake van dezelfde modus operandi en hetzelfde slachtoffer als bij de explosie op 24 december 2024 (feit 4), maar ook hier laten de telecom- en ANPR-gegevens een identiek patroon zien van een rit vanuit België naar Kerkrade en terug. Gelet op deze overeenkomsten dienen de bevindingen uit het onderzoek naar de explosie op 24 december 2024 als steunbewijs voor de conclusie dat de verdachte ook verantwoordelijk is voor de explosie op 16 november 2024 in Kerkrade. Daar komt bij dat de man op de camerabeelden van 16 november 2024 soortgelijke opvallende zwarte schoenen met grijze zolen en een grijze horizontale streep, grijs logo en grijs label en een halflange zwarte jas draagt als de verdachte tijdens een latere observatie door de politie bij een pintransactie in Maastricht.
Ook ten aanzien van de overige twee feiten komt de rechtbank tot een bewezenverklaring. Voor wat betreft de explosie in Geleen op 4 december 2024 (feit 2) tilt de rechtbank zwaar aan het feit dat de verdachte kort voorafgaand aan de explosie, op 3 december 2024 om 18.50 uur, een bericht stuurt naar de medeverdachte waarin hij letterlijk aankondigt dat ze “van hieruit” even naar Geleen gaan, dat het “best wel heet” is in Heerlen en dat hij “die effe in Geleen gaat leggen en dan naar Heerlen en terug naar Geleen”. Uit de berichtenuitwisseling blijkt verder dat [medeverdachte] de verdachte op 3 december 2024 rond 22.15 uur ophaalt. De rechtbank gaat er daarom dan ook vanuit dat ze samen naar Geleen zijn gegaan om het explosief te plaatsen. Tevens is in de telefoon van de verdachte een foto aangetroffen van een met ducttape omwikkeld explosief met metalen balletjes dat grote overeenkomsten vertoont met het later op de plaats delict aangetroffen voorwerp. Ook hier zat het DNA van de medeverdachte op het voorwerp. Bij een eerdere (9 november 2024) ietwat mislukte aanslag bij [bedrijf] (niet tenlastegelegd) werd door de medeverdachte ook zeer kort na de explosie een 112-melding bekeken van deze specifieke locatie. De combinatie van de locatie en het zoekmoment zeer kort (71 minuten) na de ontploffing is voor de rechtbank mede redengevend voor de conclusie dat verdachte en zijn medeverdachte verantwoordelijk zijn voor de ontploffingen.
Ten aanzien van de explosie op 21 december 2024 te Limbricht (feit 3) stelt de rechtbank vast dat de verdachte chatberichten stuurt waarin hij aankondigde dat hij in de nacht of vroege ochtend langs zou gaan, ergens einde van de week, maar hij weet nog niet wanneer. Hij voegt aan een van de berichten een emoji toe van een drol. Opvallend hierbij is dat vrijwel exact op het moment dat de explosie in Limbricht plaatsvond, de verdachte een bericht stuurt waarin staat: “Stinkt nu”. Dit sluit aan bij de verklaringen van de slachtoffers en de verbalisanten dat de ontploffing een extreme mest- en kotsgeur veroorzaakte.
De medeverdachte stuurt vervolgens 21 minuten later een screenshot van de 112-melding naar de verdachte, die deze op zijn beurt doorstuurt naar een derde met de tekst: “Zou de bovenste kunnen zijn, haha”, en de bovenste blijkt daadwerkelijk de melding te zijn van de ontploffing op de [adres 1] te Limbricht omstreeks 01:45 uur.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – leiden tot de conclusie dat alle 4 de tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. De verdachte heeft geen aannemelijke, onderbouwde en verifieerbare verklaring gegeven waaruit de conclusie zou moeten worden getrokken dat hij niet als (mede)dader bij deze feiten betrokken is, terwijl de feiten en omstandigheden blijkend uit de bewijsmiddelen daar wel toe nopen.
Medeplegen
Uit de bewijsmiddelen volgt dat er tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat sprake is van medeplegen. Daaraan doet niet af dat de medeverdachte slechts voor twee ontploffingen vervolgd wordt.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:
op 16 november 2024 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij de woning van [naam 1] gelegen aan de [adres 2] te Kerkrade, door een vuurwerk brandstof combinatie, in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- levensgevaar voor personen, te weten die [naam 1] en de overige bewoners van het pand en zich in de directe nabijheid van het pand bevindende personen en
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning van die [naam 1] en omliggende woningen en inboedels van die woningen en in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was;
feit 2:
op 4 december 2024 te Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij het pand van [bedrijf] gelegen aan de [adres 3] te Geleen, door een vuurwerk brandstof combinatie in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand van [bedrijf] en omliggende panden en inboedels van die panden te duchten was;
feit 3:
op 21 december 2024 te Limbricht, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij de woning van [naam 5] , gelegen aan de [adres 1] te Limbricht, door vuurwerk, in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- levensgevaar voor personen, te weten die [naam 5] en de overige bewoners van het pand en zich in de directe nabijheid van het pand bevindende personen en
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning van die [naam 5] en omliggende woningen en inboedels van die woningen en in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was;
feit 4:
op 24 december 2024 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij de woning van [naam 1] gelegen aan de [adres 2] te Kerkrade, door een vuurwerk brandstof combinatie in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- levensgevaar voor personen, te weten die [naam 1] en de overige bewoners van het pand en zich in de directe nabijheid van het pand bevindende personen en
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning van die [naam 1] en omliggende woningen en inboedels van die woningen en in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1, feit 3 en feit 4:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar te duchten is,
feit 2:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich in 2024 schuldig gemaakt aan een reeks aanslagen met vuurwerkbommen. De verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Het tot ontploffing brengen van explosief materiaal in de nabijheid van een woning of bedrijf brengt naar zijn aard een groot gevaar mee voor personen en goederen. Bij de ontploffingen is ook brand ontstaan. Als deze niet op tijd waren ontdekt, waren de gevolgen wellicht veel ernstiger geweest dan nu het geval. Bij de ontploffing op 21 december 2024 in Limbricht lagen de slachtoffers te slapen terwijl het vuurwerk bij een raam in de keuken tot ontploffing werd gebracht. Zij hebben geluk gehad dat zij niet in de keuken aanwezig waren toen de ontploffing plaatsvond.
Ontploffingen als de onderhavige zorgen voor een gevoel van angst en onveiligheid, zeker wanneer dit bij een woning of een bedrijf gebeurt. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen van de slachtoffers van de aanslagen op 16 en 24 december 2024, blijkt dat zij nog steeds niet begrijpen waarom juist zij het slachtoffer zijn geworden van die aanslagen. Het uitblijven van een antwoord op de vraag waarom zij meermaals slachtoffer zijn geworden, maakt dat zij tot op heden in onzekerheid verkeren. Het gevoel van een veilig thuis is voor hen beschadigd. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij geen enkele verklaring of inzicht heeft willen geven in zijn motief of dat van (een) van de medeverdachte(n). De rechtbank heeft de verdachte meermaals gevraagd naar het motief, maar een antwoord bleef uit. Geldelijk gewin lijkt op basis van het dossier de enige drijfveer van de verdachte te zijn geweest. De verdachte toont door zijn gedragingen geen enkele vorm van empathie naar de onschuldige slachtoffers, waarmee hij zelf geen enkele connectie heeft.
Het teweegbrengen van een ontploffing behoort tot een van de ernstigste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent, omdat als gevolg van dit delict onbeheersbare, zeer gevaarzettende situaties voor personen of goederen kunnen ontstaan. De gevaarzetting is bovendien in twee gevallen kracht bijgezet door metalen balletjes in de bom te verwerken. Dergelijke ontploffingen veroorzaken grote angst en onrust in onze samenleving, zeker nu Nederland de laatste jaren in toenemende mate te maken heeft met dergelijke aanslagen.
Gelet op de ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een vrijheidsbenemende straf van aanmerkelijke duur. Bij het bepalen van de duur daarvan heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daaruit blijkt dat een gevangenisstraf van om en nabij de 18 maanden voor het teweegbrengen van één ontploffing geen uitzondering is, zodat de rechtbank dit als uitgangspunt neemt voor de strafmaat, waarbij geldt dat de verdachte zich vier keer schuldig heeft gemaakt aan hetzelfde feit.
Bij de strafbepaling heeft de rechtbank ook gekeken naar het strafblad van de verdachte van 6 juli 2026. Hieruit blijkt dat hij meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten én de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd terwijl de verdachte in een proeftijd liep. Die proeftijd heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw ernstige strafbare feiten te plegen. De rechtbank constateert ook dat de verdachte na het plegen van de strafbare feiten op 6 juni 2025 voor het laatst is veroordeeld voor een strafbaar feit. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing, maar indien de onderhavige feiten bij die veroordeling waren meegenomen, was de uitkomst heel anders geweest en was ook dan een gevangenisstraf opgelegd van aanzienlijke duur. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om met deze veroordeling in het voordeel van de verdachte rekening te houden.
De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de proceshouding van de verdachte. Hij heeft zich tot aan de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op zijn zwijgrecht beroepen en geen enkele openheid van zaken gegeven, terwijl hem desgevraagd meerdere malen de gelegenheid is geboden om dat wel te doen. Bij de inhoudelijke behandeling heeft hij vervolgens alle betrokkenheid bij de feiten ontkend. Ook heeft de verdachte geen enkel berouw of compassie getoond voor de slachtoffers. De enkele woorden die hij aan de slachtoffers wijdde klonken kil en ongemeend. Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de maatschappij voor een lange periode beschermd moet worden tegen de verdachte.
De rechtbank constateert tot slot dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden hier is overschreden. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting van een verdachte in voorarrest moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere duur rechtvaardigen. In deze zaak is de redelijke termijn met 5 maanden overschreden, buiten de schuld van verdachte. Gelet op deze geringe overschrijding, zal de rechtbank volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van het voorarrest passend en geboden.
De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie. De reden daarvan is dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat aansluiting heeft gezocht bij de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
7. De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
De vorderingen van de benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] (feiten 1 en 4)
De benadeelde partijen vorderen ieder afzonderlijk een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen geheel kunnen worden toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat een lager bedrag moet worden toegewezen dan gevorderd. Uit de toelichting van de vordering blijkt dat de benadeelden het bedrag baseren op drie ontploffingen. Aan de verdachte zijn maar twee van die ontploffingen tenlastegelegd.
Het oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partijen in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelden, is de rechtbank van oordeel dat zij door de onder feit 1 en feit 4 bewezenverklaarde feiten op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. Het behoeft geen uitleg dat een ontploffing van een zware vuurwerkbom bij de voordeur van een woning een ernstige inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners en dat ook de geestelijke integriteit hiermee wordt aangetast. Dat is nadrukkelijker aan de orde indien er meermaals een ontploffing plaats vindt en de slachtoffers werkelijk niet kunnen bevroeden uit welke hoek het gevaar komt. De benadeelden komen daarom in aanmerking voor vergoeding van immateriële schade. De rechtbank heeft voor het toe te wijzen bedrag rekening gehouden met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend en met de Rotterdamse Schaal, die voor bedreigende situaties door een ontploffing waarbij de bewoners thuis zijn een bandbreedte kent van € 1.000 - € 5.000, en acht voor beide ontploffingen aan het adres van de benadeelden waarbij zij niet thuis waren toewijzing tot een bedrag van € 3.000,- per benadeelde aan immateriële schadevergoeding billijk.
Het gevorderde bedrag van € 5.000,- is blijkens de onderbouwing van de schadeformulieren gebaseerd op de Rotterdamse Schaal, maar daarbij is aansluiting gezocht bij categorie b van het teweegbrengen van een ontploffing. Deze categorie is van toepassing als een slachtoffer op dat moment aanwezig is. Daar is in dit geval geen sprake van. Tevens zijn aan de verdachte twee ontploffingen gericht aan het adres van de benadeelden tenlastegelegd en bewezenverklaard en de vordering is gebaseerd op drie ontploffingen. In het meergevorderde bedrag aan immateriële schade worden de benadeelden niet-ontvankelijk verklaard.
Wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel
Het toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen over het schadebedrag, zodat de inning van het verschuldigde bedrag de benadeelde partijen uit handen wordt genomen door de Staat. Ook deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente.
Hoofdelijkheid
Nu ten aanzien van de feiten 2 en 4 zowel de verdachte als de medeverdachte verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de schade, zal deze op grond van artikel 6:166 BW hoofdelijk worden toegewezen.
De vordering van de benadeelde partij [bedrijf]
De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 9.240,06. De vordering bestaat uit € 5.240,06 aan materiële schadevergoeding en € 4.000,- aan immateriële schadevergoeding. De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat de aangifte is gedaan namens de benadeelde partij en een machtiging van de bestuurder of directeur van de vennootschap en/of een uittreksel van de Kamer van Koophandel van de vennootschap ontbreekt, waardoor niet is komen vast te staan dat [naam 4] – die de vorderingen heeft ingediend – bevoegd was tot het indienen van de vordering. Ook ontbreekt bovendien enige onderbouwing van de hoogte van de gemotiveerd betwiste schade. De benadeelde partij in de gelegenheid stellen deze beide verzuimen te herstellen en het onderzoek ter terechtzitting daarvoor te schorsen, zou een te grote belasting zijn voor het strafproces.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
Straf
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 2] (feit 1 en 4)
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] (feit 2)
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1] (feit 1 en 4)
Dit vonnis is gewezen door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en
mr. S.L.M. van Venrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Hartgerink, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 november 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 16 november 2024 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht aan/bij de woning van [naam 1] gelegen aan de [adres 2] te Kerkrade, door een vuurwerk brandstof combinatie, althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp, in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- levensgevaar voor personen, te weten die [naam 1] en/of de overige bewoners van het pand en/of zich in de directe nabijheid van het pand bevindende personen en/of
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning van die [naam 1] en/of omliggende woningen en/of inboedels van die woningen en/of in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was;
T.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 4 december 2024 te Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht aan/bij het pand van [bedrijf] gelegen aan de [adres 3] te Geleen, door een vuurwerk brandstof combinatie, althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp, in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand van [bedrijf] en/of omliggende panden en/of inboedels van die panden en/of in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was;
T.a.v. feit 3:
hij op of omstreeks 21 december 2024 te Limbricht, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht aan/bij de woning van [naam 5] , gelegen aan de [adres 1] te Limbricht, door een vuurwerk brandstof combinatie, althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp, in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- levensgevaar voor personen, te weten die [naam 5] en/of de overige bewoners van het pand en/of zich in de directe nabijheid van het pand bevindende personen en/of
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning van die [naam 5] en/of omliggende woningen en/of inboedels van die woningen en/of in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was;
T.a.v. feit 4:
hij op of omstreeks 24 december 2024 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht aan/bij de woning van [naam 1] gelegen aan de [adres 2] te Kerkrade, door een vuurwerk brandstof combinatie, althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp, in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- levensgevaar voor personen, te weten die [naam 1] en/of de overige bewoners van het pand en/of zich in de directe nabijheid van het pand bevindende personen en/of
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning van die [naam 1] en/of omliggende woningen en/of inboedels van die woningen en/of in de nabijheid geparkeerde auto's
te duchten was.
BIJLAGE II: De bewijsmiddelen
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de politie met proces-verbaalnummer PL23002024209596 LB2R024108, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1560, gesloten op 4 november 2025.
Verbalisanten [naam 6] en [naam 7] relateren, voor zover hier van belang –zakelijk weergegeven–, het volgende:
Op 16 november 2023 omstreeks 23:45 kwamen wij ter plaatse op de [adres 2] te Kerkrade. Hier zou een vuurwerkbom zijn ontploft. Wij zagen dat de brand reeds was geblust. Wij zagen dat de voorgevel en kozijnen zwart geblakerd waren en dat er glas op de grond lag. Wij zagen dat op de stoep en weg voor de woning zwarte vlekken met wat leek op kruidsporen lagen. De overburen op nummer [huisnummer 1] gaven aan dat zij camerabeelden hadden. Ik, verbalisant [naam 7] , bekeek de beelden en deze kan ik als volgt omschrijven:
- dat er omstreeks 23.46 uur een mannelijk persoon links in beeld kwam;
- dat deze man iets met beide handen vast had;
- dat deze man de weg overstak en rechtstreeks naar de voordeur van [adres 2] liep;
- dat deze man het voorwerp wat hij in zijn handen hield voor de deur neerlegde;
- dat er meerdere malen kleine vlammetjes te zien zijn, dichtbij het voorwerp;
- dat er daarna iets in brand staat;
- dat er vervolgens een grote rookontwikkeling afkwam van het voorwerp;
- dat er daarna een grote ontploffing te zien was en daarbij kwam er heel veel vuur
vrij;
- dat daarna alleen maar een grote bal van brandontwikkeling te zien was.
Ik, verbalisant [naam 6] , sprak met de ter plaatse gekomen bewonder van de [adres 2] , te weten [naam 1] . Ik bekeek de beelden afkomstig van [adres 2] . Ik zag:
- dat er een man kwam aanlopen vanuit de [straat 1] ;
- dat deze man de weg over stak en doelgericht naar het pand aan de [adres 2]
Liep;
- dat deze man iets wits onder zijn arm had wat op een jerrycan of fles lijkt;
- dat de man de jerrycan of fles voor de deur van [adres 2] neerzet;
- dat de man de jerrycan of fles aansteekt en vervolgens wegrend;
- dat er iets ontploft, gevolgd door een grotere ontploffing;
- dat er vlak voor de ontploffing een grijze auto uit de [straat 1] kwam gereden;
- de betreffende man een zwarte broek, grijs hemd met capuchon, zwarte jas en zwarte schoenen droeg.
Verbalisant [naam 8] relateert, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven - het volgende:
De verdachte welke zichtbaar is op de camerabeelden van de [adres 2] , te Kerkrade ten tijde van de brandstichting op 16 november 2024 had een halflange zwarte jas aan. Op 14 januari 2025 werd de verdachte [verdachte] geobserveerd door het observatieteam van de eenheid Limburg [verdachte] had ten tijde van deze observatie een soortgelijke zwarte jas aan.
Verbalisant [naam 9] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Naar aanleiding van de brandstichting, gepleegd op 16 november 2024 omstreeks 23:45 uur, ter hoogte van de voordeur van de woning gelegen op de [adres 2] te Kerkrade, werden de camerabeelden van dit adres bekeken.
Opvallend was dat, omstreeks 23:46:26 uur, een grijskleurig voertuig vanaf de [straat 1] langzaam richting de [straat 2] en het eerdergenoemd adres reed. Dit voertuig leek geen kentekenplaat aan de voorzijde te voeren. Dit voertuig reed voorbij de brand, in de richting van de weggevluchte verdachte. Uit onderzoek bleek dat dit voertuig, voorafgaande aan de brand, omstreeks 23:26 uur, in tegengestelde richting, langs het pand reed en zich daarna in de wijk ophield. Op andere beelden was te zien dat het voertuig, voorafgaande aan de brand, op en neer reed in meerdere straten.
Verbalisant [naam 10] relateert, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven – het volgende:
In dit onderzoek werd op dinsdag 31 december de vraag uitgezet bij Landelijk Intelligence en expertisecentrum voertuigcriminaliteit over het voertuig, welk merk en type, die betrokken was bij de aanslag op 24 december 2024, zie afbeelding 1, 2 en 3. Tevens zijn er ook beelden van een soortgelijk voertuig die op beeld staat bij de aanslag die gepleegd was op 16 november 2024 op dezelfde locatie, zie afbeeldingen 4 en 5. Op donderdag 2 januari 2025, ontvingen wij een mail met antwoord vanuit Landelijk Intelligence en expertisecentrum voertuigcriminaliteit. Antwoord (tekst is letterlijk overgenomen vanuit de mail): Bijna zeker gaat het hier om een Citroën C4 van de 2e generatie Dit model is geproduceerd van eind 2010 tot 2018.
Verbalisant [naam 11] en [naam 12] relateren, voor zover hier van belang, het volgende:
Op zondag 17 november 2024 om 09:15 uur kwamen wij, naar aanleiding van een explosie, gevolgd door een brand, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] , [postcode] Kerkrade.
De explosie en de brand hebben plaats gevonden in de nis bij de rechter deur. Op
het trottoir voor de woning zagen wij scherven liggen met daarbij een stuk ducttape. In de nis zagen wij tussen de glasscherven een deels verbrandde kunststof fles (jerrycan) met daarin een vloeistof. Tussen de glasscherven zagen wij een rood deel karton. Wij zagen dat de kozijnen, de deur en de ruiten in de nis waren aangetast door brand. Wij zagen dat er in de beide kantoren restanten van verf en vuurwerkschilfers op de vloer lagen. Tussen de aangetroffen glsscherven in de nis zagen wij een deel karton dat was doorweekt met vloeistof. Wij herkenden dat deel als zijn de het deel van een ontplofte. Tijdens het onderzoek kregen wij een positieve indicatie voor aanwezigheid van brand bevorderende vloeistof. Wij zagen dat de bodem van de jerrycan niet was aangetast door vuur. Tussen de glasscherven zagen wij een etiket waarvan wij vermoeden dat het een etiket van
vuurwerk was. Nadat we de nis hadden schoongemaakt zagen wij beginnende
brand/roet schade aan de vloerbedekking van het kantoor en de binnenzijde van de deur.
Gezien de aangetroffen resten betreft het hier zeer waarschijnlijk een combinatie van
vuurwerk en een kunststof fles (jerrycan) gevuld met een ontbrandbare vloeistof. De
vuurwerkresten zijn zeer waarschijnlijk afkomstig van een shell. De Combinatie van vuurwerk en brandbare (vloei)stoffen wordt ook wel een vuurwerk brandstof combinatie (VBC) genoemd.
Bij deze brand is er gevaar geweest voor uitbreiding. Gelet op de ligging, de
bouwwijze van het pand, de aangrenzende, dichte bebouwing en de aanwezigheid van
bewoners is er bij deze brand sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en
levensgevaar voor personen.
Verbalisant [naam 13] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Uit het opsporingsonderzoek bleek dat [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1984 te [geboorteplaats] , op 2 januari 2025 contant geld opnam uit een pinautomaat gelegen Clavecymbelstraat te Maastricht. Door mij werd het signalement en kleding van [verdachte] , zichtbaar op de camerabeelden van de pinautomaat, vergeleken met de dader van de brandstichtingen/aanslagen op 16 november 2024 en 24 december 2024.
Brandstichting/aanslag onderzoek Kosovo (16 november 2024)
Ik bekeek de camerabeelden afkomstig van de [adres 2] te Kerkrade van 16 november 2024 alwaar de dader in beeld kwam en de geldopnamen van [verdachte] op 2 januari 2025 Ik zag de volgende overeenkomsten tussen [verdachte] en de dader:
• Zwarte schoenen met grijze zolen, een grijskleurige streep (horizontaal) aan de voorzijde wreef, klein grijskleurig logo buitenant schoen en grijskleurig label op de tong.
Verbalisant [naam 14] relateert, voor zover hier van belang - zakelijk weergegeven - het volgende:
Op zaterdag 16 november 2024 omstreeks 23:46 uur heeft er een brandstichting plaatsgevonden op de [adres 2] te Kerkade en op dinsdag 24 december 2024 omstreeks 22:31 uur heeft er een brandstichting op de [adres 2] te Kerkrade plaatsgevonden.
Door onderzoeksteams werd vastgesteld dat [verdachte] gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Op basis hiervan zijn de historische verkeersgegevens opgevraagd. Er werd met dit telefoonnummer alleen gebruik gemaakt van een toestel met IMEI-nummer [nummer 1] .
Ik, verbalisant [naam 14] , zag dat het toestel met IMEI-nummer [nummer 1] en nummer + [telefoonnummer 2] op 16 november 2024 tussen 23:03:35 uur en 23:06:13 uur verbinding maakte met de cellid’s [nummer 2] en [nummer 3] gelegen op de [adres 5] te Maastricht.
Ik, verbalisant [naam 14] , zag dat het toestel van verdachte op 17 november 2024 omstreeks 00:26:55 uur weer verbinding maakt met een cel idd in het buitenland.
Het toestel verplaatst zich op 16 november 2024 van Maastricht naar het buitenland. (...)
Door mij, verbalisant [naam 14] , is de reistijd bekeken tussen de Belgische/Nederlandse Grens en de [adres 2] te Kerkrade. Met de auto betreft dit een afstand van 33,4 kilometer, waarover men 31 min rijdt als met over de snelweg A79 rijdt richting Heerlen. Op basis hiervan kan men stellen dat als verdachte op 16 november 2024 omstreeks 22:58:57 uur zich op de grens met België-Nederland bevindt en het incident heeft omstreeks 23:46 uur plaats gevonden en verdachte op 17 november 2024 omstreeks 00:26:55 uur zich weer in het buitenland bevindt, er voldoende tijd tussen de registraties zit, waarop verdachte zich naar de [straat 2] heeft kunnen verplaatsen, het feit heeft kunnen plegen en zich weer terug heeft kunnen verplaatsen naar Riemst.
Op basis van de historische verkeersgegevens is te zien dat het telefoonnummer
[telefoonnummer 1] op dinsdag 24 december omstreeks 20:05:38 uur, 20:06:04 uur en 20:06:08 uur zich niet op het Nederlandse netwerk bevindt. Op dinsdag 24 december 2024 omstreeks 20:07:53 uur maakt het toestel verbinding met cellid [nummer 4] . Deze cellid bevindt zich op de [adres 6] te Maastricht.
Uit onderzoek is gebleken dat verdachte zich verplaatst in een Citroen C4, kleur grijs, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 1] . Op 24 December 2024 omstreeks 21:57:49 uur is er ANPR-record op de rijksweg A79 rechts ter hoogte van Meerssen richting Heerlen. Op dinsdag 24 december 2024 omstreeks 22:31 uur vindt het incident plaats. Op dinsdag 24 december 2024 omstreeks 22:46:42 uur is er wederom een ANPR-record op de Rijksweg A79 links ter hoogte van Meerssen richting Maastricht. Door mij, verbalisant [naam 14] , is de reistijd bekeken tussen de Belgisch/Nederlandse grens tot de eerst ANPR-registratie richting Heerlen Ik zag met behulp van google maps dat de beste route 12 minuten duurt. Ik zag dat de reistijd tussen de ANPR-registratie en de [adres 2] te Kerkrade 16 minuten duurt. Op basis van de beschreven feiten passen de reisbewegingen van verdachte [verdachte] in de tijdslijn met het gepleegde feit gepleegd op 24 december 2024 omstreeks 22:31 uur.
Verbalisant [naam 9] relateert, voor zover hier van belang, – zakelijk weergegeven – het volgende:
Uit de ANPR-gegevens uit België van het voertuig met kenteken [kenteken 1] op naam van [medeverdachte] , bleek het volgende:
Kosovo (aanslag op 16 november 2024, omstreeks 23:46 uur)
Op 16 november 2024 om 22:57 uur reed het eerdergenoemde Belgische voertuig door de ANPR t.h.v grens Vroenhoven vanuit Riemst richting Nederland. Op 16 november 2025 om 00:22 uur reed het voertuig weer door eerdergenoemde ANPR richting België. Oekraïne (aanslag op 16 november 2024 , omstreeks 22:30 uur)
Op 24 december 2024, om 13:50 uur reed het eerdergenoemde voertuig richting Nederland. Op 24 december 2024, om 23:11 uur, reed het eerdergenoemd voertuig weer richting België.
Uit de routeplanner blijkt dat de afstand tussen de grensovergang Vroenhoven (A) en [adres 2] te Kerkrade (B), 35 km is. De reistijd is 32 minuten. Dit tijdstip past in de reisbewegingen van het voertuig.
Verbalisant [naam 13] relateert, voor zover hier van belang, – zakelijk weergegeven – het volgende:
Uit het opsporingsonderzoek ontstond het vermoeden dat bij de brandstichtingen/ aanslagen op het adres [adres 2] te Kerkrade op 16 november 2024 (23:46 uur) en 24 december 2024 (22:30 uur) door de verdachten/daders gebruik werd gemaakt van een grijskleurige Citroen C4, bouwjaar 2013, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 1] . Het onderzoeksteam kwam in het bezit van alle ANPR-gegevens in Nederland van de Citroën C4 met het Belgische kenteken [kenteken 1] .
Vastgesteld kan worden dat de Citroen C4 met het Belgische kenteken [kenteken 1] op 24 december 2024, 33 minuten voor de aanslag/brandstichtingen reed over de autosnelweg A79 hectometerpaal 1.9, komende uit de richting van Maastricht en gaande richting Heerlen;
• Dat de Citroen C4 met het Belgische kenteken [kenteken 1] op 24 december 2024, 16
minuten na de aanslag, reed over de autosnelweg A79 .hectometerpaal 1.9, komende uit
de richting van Heerlen en gaande richting Maastricht;
• De reisduur, uitgaande van een reissnelheid die is toegestaan, tussen de autosnelweg A79 hectometerpaal 1.9 en de plaats delict, [adres 2] te Kerkrade, is 18 minuten.
[naam 15] verklaarde in zijn aangifte namens [naam 1], voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven - het volgende:
Plaats delict: [adres 2] te Kerkrade
Pleegdatum: 24 december 2024 om 22:31 uur.
Op dinsdag 24 december 2024, omstreeks 22.30 uur, was ik in mijn woning, gelegen op
de [adres 7] in Kerkrade. Ik zag opeens een lichtflits door de ramen aan de voorzijde van mijn woning komen. Ik hoorde dat er iets tegen het raam op kwam, vervolgens hoorde ik een harde knal. Ik herkende het geluid als zijnde vuurwerk. Ik zag dat er geprobeerd was om de woning van mijn vader (de rechtbank begrijpt: [adres 2] te Kerkrade) in brand te steken middels vuurwerk. Ik zag op de weg een jerrycan liggen. Ik zag dat de voordeur beschadigd was. Ik zag zwarte vegen over de voordeur, wat ik herkende als de gevolgen van vuurwerk. Ik zag dat het kozijn en de voordeur, door de druk van het vuurwerk, beschadigd waren. Ik zag op de grond overal metalen bollen liggen.
[naam 15] verklaarde in zijn aangifte, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven - het volgende:
Mijn auto een Ford Focus met kenteken, [kenteken 2] , stond voor het pand van mijn ouders op de openbare weg in een parkeervak. Ik zag dat brandvlekken aanwezig waren op de motorkap van mijn auto en bij het spatbord rechtsvoor. Deze waren niet aanwezig toen ik mijn auto aldaar parkeerde.
Verbalisant [nummer 5] relateert, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven -, het volgende:
Naar aanleiding van het DNA onderzoek, waarbij DNA van [verdachte] en een onbekende vrouw aangetroffen werd op de jerrycan van de vuurwerkbom op 24 december 2024 én het feit dat hierbij een grijze Citroen C4 betrokken was, heb ik ,verbalisant, het bedrijfsprocessensysteem van de politie geraadpleegd om te kijken of [verdachte] in het bezit is van een Citroen C4 dan wel gerelateerd kan worden aan een Citroen C4.Uit twee mutaties blijkt dat [verdachte] in april 2024 gebruik maakte van een grijze Citroen C4, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 1] , bouwjaar 2013. Kentekenhoudster was: [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, wonende in [woonplaats] België. [medeverdachte] is sinds 11/02/2008 vertrokken uit Nederland. (...) Op 16 april 2024 werd [verdachte] in de Citroen C4 aangetroffen met eerdergenoemde [medeverdachte] .
Verbalisant [naam 16] relateert, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven –, het volgende:
Op 24 december 2024, omstreeks 22:30 uur kwam er een melding binnen van een vuurwerkbom bij de woning gelegen aan de [adres 2] in Kerkrade. Om 22:58 uur kwamen wij ter plaatse. Ik zag dat voor de woning, [adres 2] een grijze Ford Focus stond. Ik zag dat tussen de Ford en de woning, [adres 2] in Kerkrade, een doorzichtige jerrycan lag. Over de gehele stoep, vanaf de Ford Focus tot [adres 8] , waren delen van papier van vuurwerk zichtbaar. Tussen de resten lagen diverse zwarte ronde balletjes. De balletjes hadden een diameter van een halve centimeter. De balletjes waren hard. We vermoeden dat de balletjes een onderdeel was van het vuurwerk en werden met de vuurwerkresten veiliggesteld. Op het plaats delict troffen we ongeveer 25 balletjes aan. Aan de binnenzijde van de voordeur was aan de scharnierzijde brandschade zichtbaar. Ik zag dat er brandschade zat op de Ford Focus. Ik zag dat dit voertuig voor de [adres 2] in Kerkrade geparkeerd stond.
De hierboven genoemde jerrycan is in beslag genomen onder goednummer 1766587 en de vuurwerkresten onder goednummer 1766589.
Verbalisant [naam 17] relateert, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven - het volgende:
Op dinsdag 24 december 2024, om 22.30 uur, kwam er bij de 112-centrale een melding
binnen dat er een vuurwerkbom bij de woning, gelegen aan de [adres 2] in Kerkrade, was geplaatst en afgegaan. Naar aanleiding van de bovenstaande melding voerde ik een buurtonderzoek uit. Ik bezocht de volgende adressen:
[adres 9] : Op de beelden is te zien dat er een persoon met een blauwe tas over het trottoir langsloopt vervolgens oversteekt naar huisnummer [huisnummer 2] , de tas neerlegt in het portiek, vervolgens wegrent richting de [straat 3] . Kort daarna is er een vlam te zien gevolgd door een explosie.[adres 10] : Op de beelden was te zien dat er een jongeman op het trottoir langs rende. Tegelijkertijd kwam er een voertuig langs gereden. Deze stopte ter hoogte van [adres 11] . De eerder genoemde jongeman stapte in aan de bijrijderszijde. het voertuig reed vervolgens weg in de richting van de [straat 4] .
Verbalisanten [naam 10] relateren, voor zover hier van belang, - zakelijk weergegeven - het volgende:
Ik was doende met het onderzoek naar de brandstichting op de [adres 2] te Kerkrade, gepleegd op 24 december 2024 omstreeks 22:30 uur.
Camerabeelden [adres 10]
Ik zag op de beelden dat op 24 december 2024, om 22:28:59 uur een voertuig in beeld kwam, komende uit de richting van de [straat 4] en reed in de richting van de [straat 1] . Ik zag dat het voertuig vermoedelijk grijs van kleur was. Ik zag op de beelden dat op 24 december 2024, om 22:29:05 uur een soortgelijk voertuig in beeld kwam zoals eerder beschreven, uit de richting van de [straat 4] en reed in de richting van de [straat 1] . Ik zag dat het voertuig vermoedelijk grijs van kleur was.
Camerabeelden [adres 2]
Ik zag op de beelden dat op 24 december 2024, om 22:30:03 uur de verdachte NN1, donker gekleed, vanuit de [straat 1] de [straat 2] kwam ingelopen. Ik zag dat hij naar de voordeur van [adres 2] Kerkrade liep. Ik zag dat om 22:30:51 uur vermoedelijk iets door de verdachte NN1 bij de voordeur van [adres 2]
ontstoken werd doordat er een oplichting te zien was. Ik zag dat verdachte NN1 vrijwel direct nadat de oplichting op de beelden te zien was, wegliep en uiteindelijk wegrende in de richting van de [straat 1] . Ik zag dat om 22:31:02 een kleine explosie te zien was bij de voordeur en dat kort erna direct rookontwikkeling te zien was. Ik zag dat om 22.31.05 uur een tweede explosie plaatsvond. Ik zag dat deze explosie aanzienlijk groter was dan de eerste.
Camerabeelden [adres 10]
Ik zag om 22:31:26 uur dat verdachte NN1 in beeld liep, komende uit de richting van de [straat 1] lopende in de richting van de [straat 4] . Ik zag ook een voertuig, rijdende op de [straat 1] . Ik zag om 22:31:29 uur een soortgelijk voertuig, grijs van kleur, die in het begin van dit proces-verbaal beschreven wordt, vanuit de [straat 1] de [straat 3] inreed. Ik zag verdachte NN1 begon te rennen. Ik zag om 22:31:35 zag het voertuig afremde.
Gezien het feit dat NN1 en NN2 met het voertuig vertrekken op de [straat 3] om 22:31:39 uur en het eerste omschreven voertuig op de [straat 2] ter hoogte van huisnummer [huisnummer 3] in beeld verscheen om 22:32:00 uur (21 seconden) en het feit dat dit voertuig qua (lichte) kleur het meest overeenkomt met het voertuig van NN1 en NN2 acht ik het meest aannemelijk dat dit het voertuig is alwaar NN1 en NN2 zich in verplaatsten.
Verbalisant [naam 11] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 25 december 2024 heb ik een onderzoek ingesteld aan de ingeleverde jerrycan. Nadat ik deze opende rook ik een sterke benzinegeur. Gezien de aangetroffen jerrycan is het vrijwel zeker dat een persoon een Vuurwerk Brandstof Combinaie (VBC) bij de deur heeft geplaatst. Doordat de jerrycan, met daarin ongeveer 10 liter brandbare vloeistof, werd weggeslingerd tijdens de explosie van het vuurwerk bleef de brandschade beperkt tot de brandschade veroorzaakt door het vuurwerk. Deze explosie is veroorzaakt is door een persoon die opzettelijk een VBC bij de deur van het pand plaats en het vuurwerk aansteekt. Bij het ontbranden van een VBC ontstaat er gevaar. Als ontploffend vuurwerk huidcontact maakt op het moment van exploderen, ontstaat schade aan de huid en het onderliggende weefsel. Als brandend vuurwerk huidcontact maakt, ontstaan brandwonden. Ook kan bij een explosie van zwaar vuurwerk gevaar voor gehoorbeschadiging en oogletsel bestaan. Het gevaar voor goederen is mede afhankelijk van de omgeving waarin de VBC tot ontploffing wordt gebracht, bijvoorbeeld tussen dicht opeenstaande bebouwing. Dan zal er door de ontploffing en de ontbranding van de brandstof een drukgolf kunnen ontstaan, waardoor de kans bestaat dat ruiten breken of muren worden ontzet.
Het volgende spoor heb ik veiliggesteld: AASN2229NL, handvat en dop jerrycan.
Uit de rapportage van het TMFI van 3 januari 2025 blijkt dat op het spoor AASN2229NL DNA is aangetroffen van een onbekende vrouw A, DNA profielcluster 60482.
Uit de rapportage van het TMFI van 3 januari 2025 blijkt dat op het spoor AASN2229NL DNA-materiaal is aangetroffen dat matcht met het DNA van de verdachte [verdachte] . Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van [verdachte] in de bemonstering AASN2229NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte] en twee onbekende personen. Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van drie onbekende personen.
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. De matchkans is één op één miljard.
Uit de rapportage van het TMFI van 11 maart 2025 is een match naar voren gekomen met DNA-profielcluster 60482, afkomstig van spoor AASN2229NL en het DNA van de verdachte. Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van verdachte [medeverdachte] in de bemonstering AASN2229NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [medeverdachte] en twee onbekende personen. Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van drie onbekende personen.
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. De matchkans is kleiner dan één op één miljard.
Bij een observatie van het voertuig met kenteken [kenteken 1] is gebleken dat het voertuig linksachter voorzien was van een zwarte stalen velg die afweek van de drie andere lichtmetalen velgen.Verbalisant [naam 8] relateert hierover, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 14 januari 2025 vond door het observatieteam van de politie Eenheid Limburg een observatie plaats op genoemde [verdachte] . Hij verplaatste zich op dat moment samen met een NN vrouw, welke later bleek te zijn, [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] -2000, in de Citroen C4, grijskleurig, met het Belgische kenteken [kenteken 1] . Door het observatieteam werd een video gemaakt van de Citroen C4, waarin zij op dat moment reden. Het observatieteam viel op dat de velg linksachter afweek van de overige
drie velgen van het voertuig. De Citroen was linksachter voorzien van een zwarte stalen velg die afweek van de drie andere lichtmetalen velgen. Dit filmpje werd gedeeld met het onderzoeksteam van politie
(…)
Ik zag op de camerabeelden afkomstig van het adres [adres 10] te Kerkrade dat de Citroen C4 voorbij reed op 24 december 2024 te 22:31.31 uur. Ik zag dat de linker achter velg afweek van de linker voorvelg Ik zag dat er in de linker achter velg gecentraliseerd een soort van ronde bolling zat, deze bolling was niet zichtbaar in de linker voorvelg.
Verbalisant [naam 13] , relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Volgens de politiesystemen heeft [medeverdachte] een grijze Citroën C4, uit 2013, met het Belgische kenteken [kenteken 1] op haar naam staan.
Verbalisanten [naam 18] en [naam 19] relateren, voor zover hier van belang, het volgende:
Op dinsdag 4 februari 2025 om 08:45 uur kwamen wij, naar aanleiding van een lopend
onderzoek met betrekking tot ontploffingen, voor forensisch onderzoek aan op de
locatie [adres 12] Maastricht (de rechtbank begrijpt: de (toenmalige) woning van de verdachte [verdachte]).
In de woning werden op de slaapkamer van de verdachte vuurwerk en vloeistoffen aangetroffen. Wij zagen, op het aanrecht in de keuken, twee flesjes en een can (de rechtbank begrijpt: een jerrycan) staan waarin vloeistoffen aanwezig waren. Wij opende het flesje met de oranje dop en de can met opdruk 'Screenwash1 en roken voor ons de bekende geur van motorbenzine. Op de vloer, in de woonkamer. Stond een groenkleurig munitiekistje met hiernaast een zwart en roodkleurig heuptasje. Wij opende het heuptasje en zagen de voor ons ambtshalve bekende 'Cobra' vuurwerk in het tasje zitten. Wij opende het groene munitiekistje. Wij zagen de voor ons ambtshalve bekende vuurwerk shells in het kistje zitten. Het betroffen twee kleine en een grote shell.
De volgende sporen werden veiliggesteld: Shells in groene munitiekist, SIN AARP6241NL.
Verbalisanten [naam 11] en [naam 20] relateren, voor zover hier van belang, – zakelijk weergegeven – het volgende:
Na de explosie/brandstichting op de [adres 2] in Kerkrade werden meerdere goederen aangetroffen in de portiek van de woning. De medewerkers van de basis politiezorg hebben de goederen, waaronder metalen balletjes, veiliggesteld en aangeleverd bij de forensische opsporing van de Eenheid Limburg.
Wij onderzochten de vuurwerkresten met goednummer 1766589 en SIN AAGU9583NL.
Wij zagen dat er 12 overeenkomstige balletjes waren met een diameter van 10
millimeter. Wij zagen dat er 8 overeenkomstige balletjes waren met een diameter van 8 millimeter. Aangezien de balletjes allen verroest waren en dat alle balletjes magnetisch waren kunnen we stellen dat het stalen/metalen balletjes waren.
Wij zagen dat een balletjes van 8 mm een gewicht had van 2.07 gram.
Wij zagen dat een balletjes van 10 gram een gewicht had van 3.73 gram.
Deze stalen balletjes komen over het algemeen voor in zogenaamde kogellagers
Aangezien de balletjes werden aangetroffen na een explosie waarbij een VBC (Vuurwerk
Brandstof Combinatie) werd gebruikt bestaat bij ons het vermoeden dat de stalen
balletjes zijn toegevoegd aan het VBC om meer schade aan te richten.
Tijdens een huiszoeking in de woning van de verdachte werd een doosje aangetroffen met vergelijkbare balletjes met goednummer 1776870, SIN AAOO0967NL.
Wij zagen dat er 74 overeenkomstige balletjes waren met een diameter van 8 millimeter. Wij zagen dat er 22 overeenkomstige balletjes waren met een diameter van 10 millimeter. Wij zagen een balletje met een diameter van 13 millimeter. Wij zagen dat de balletjes die in de woning werden aangetroffen qua vorm en afmeting overeenkwamen met de balletjes van 8 en 10 millimeter die op de PD werden veiliggesteld (AAGU9583NL).
Wij zagen dat een balletjes van 8 mm een gewicht had van 2.06 gram.
Wij zagen dat een balletjes van 10 mm een gewicht had van 3.70 gram.
Wij zagen dat het balletje van 13 mm een gewicht had van 8.99 gram.
Wij zagen dat de balletjes van 8 en 10 mm, die in de woning werden aangetroffen, qua
gewicht nagenoeg overeen kwamen met de balletjes van 8 en 10 mm die op de PD werden veiliggesteld.
Aangezien de balletjes allen verroest waren en dat alle balletjes magnetisch waren
kunnen we stellen dat het stalen/metalen balletjes waren [foto 10].
[naam 4] deed aangifte namens [bedrijf] Hij verklaarde in zijn aangifte, voor zover hier van belang - zakelijk weergegeven - het volgende:
Op 4 december 2024 omstreeks 01:15 uur kwam ik ter plaatse bij het pand van [bedrijf] gelegen aan de [adres 3] in Geleen. Ik zag dat de meest rechtervoorruit van het pand niet meer intact was. Ik zag dat er stukken glas in de voorruit hingen. Ik zag dat er allemaal sterren en barsten in het glas zaten. Ik zag dat er ook meerdere glasscherven op de grond lagen die afkomstig waren van de voorruit. Ik zag dat de varkensrug die voor de voorruit staat ook beschadigd was. Ik zag dat er een stuk af was. Dit was voorheen niet.
Verbalisant [naam 21] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Ik heb de beelden uitgekeken van de camera van het bedrijf [naam 35] gelegen aan [adres 13] te Geleen. Ik zag de datum 04-12-2024 staan. Ik heb de beelden bekeken.
00:27:04u Ct.
Ter hoogte van [bedrijf] was een explosie met vuurwerk te zien.
Verbalisanten [naam 22] en [naam 23] relateren, voor zover hier van belang het volgende:
Op 4 december 2024 om 00 35 uur, kregen wij de melding van brandstichting. Betrof [adres 3] te Geleen. Wij zagen dat het het bedrijf [bedrijf] betrof. Wij zagen dat het rechterraam vernield was. Wij zagen dat het dubbelglas betrof en dat het voorste raam kapot was. Wij zagen meerdere glasscherven op de grond liggen. Wij zagen dat er een natte plek voor het raam lag op de grond, mogelijk van benzine. Wij roken ook een benzinelucht. Wij zagen dat een krat afgefikt was, deze lag bij de vloeistof en voor het vernielde raam. Voor het vernielde raam stond een varkensrug. Wij zagen dat de varkensrug deels vernield was. Wij spraken omstanders. Wij hoorden dat ze zeiden dat ze een knal hoorden en dat ze daarop gingen kijken. Wij hoorden dat ze zeiden dat ze een brand zagen voor het bedrijfspand [bedrijf] . Daarop hadden zij meteen geschakeld om de brand te blussen. Ik, [naam 23] , bekeek het afgefikte krat. Ik zag dat dit mogelijk een fles wasmiddel was. Ik zag dat iets aan de fles was vastgetaped met ducttape. Ik zag dat er nog een stuk karton opzat. Ik zag een stuk tekst met 'Shel' daarop beschreven. Mogelijk dat hier een Shelbom zat vastgeplakt.
De telefoon van de verdachte is inbeslaggenomen onder goednummer 1776910.
Verbalisant [naam 24] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 21 februari 2025, begon ik aan de onderzoek van de mobiele telefoon die in beslag werd genomen op 5 februari 2025, de telefoon werd onder goednummer 1776910, geregistreerd in de politiesystemen.
Op 3 december 2024, om 18.50 (UTC+) werd door [gebruikersnaam 1] een ingesproken bericht verzonden aan [gebruikersnaam 2] met de volgende tekst: “Want van hieruit gaan we effe naar Geleen, dan naar Heerlen en dan terug naar Geleen. Want ik ga niet onnodig met uh, het is best wel heet* in Heerlen en die kanten dus ik ga daar niet uh. Ik ga die effe in Geleen leggen en dan uh naar Heerlen en terug naar Geleen”. Ambtshalve is bekend dat als iemand zegt dat het ergens heet is dat er veel politie is en dat de pakkans groot is. Verder lijkt het in de chat er op dat [medeverdachte] , [verdachte] gaat ophalen.
AFBEELDING
Naar aanleiding van het onderstaande whatsapp gesprek tussen [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 1] (owner) waarbij reeds bekend was dat [naam 25] de verdachte [verdachte] betrof maakte ik een zoekslag in de politie systemen naar het telefoonnummer [telefoonnummer 3] met de naam [bijnaam] . Uit het onderzoek in de politiesystemen blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Ik zag dat in de periode van 12 november 2024 tot en met 3 februari 2025 tussen beide 195 chats
aanwezig waren.
AFBEELDING
Gezien deze chatcorrespondentie had ik het vermoeden dat [verdachte] op 21 december 2024 betrokken was bij een brandstichting/ontploffing in Limbricht. Ik bevroeg hierop het
bedrijfsprocessensysteem van politie en zag dat op 21 december 2024 omstreeks 02:00 uur, dit was vier minuten voordat [verdachte] het bericht “Stinkt nu" verzond, een ontploffing doormiddel van een cobra 6 (vuurwerk) plaatsvond bij de woning [adres 1] te Limbricht.
Verbalisant [naam 26] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 4 februari 2025 werden de mobiele telefoons van de verdachten [verdachte] (Samsung SM-N960F) en [medeverdachte] (XcoverS-telefoon) in beslag genomen.
Door de afdeling digitale recherche werden de telefoons uitgelezen en geanalyseerd.
Op 3 december 2024 om 23.10.19 uur (werkelijke datum en tijd 04 december 2024 om 00.10.19 uur) maakt [verdachte] een foto van een voorwerp, omwikkeld met duct tape waar zilverkleurige metalen balletjes opgeplakt zijn. De metalen balletjes zitten ook onder het ducttape vast geplakt. Aan de rechter kant van het voorwerp is naar wat het lijkt een rood-roze etiket zichtbaar.
Op 21 december 2024 te 01:11:09 uur (UTC+0) (werkelijke tijd 02:11 09 uur) dus ongeveer 21 minuten na het incident wordt er op de XCoverS-telefoon, welke in gebruik is bij [medeverdachte] , gezocht op 112meldingen.nl. Om 01:11:09 uur (UTC+0) (werkelijke tijd 02:11:09 uur) werd door [medeverdachte] een schermafdruk gemaakt van de 112meldingen.nl pagina Op de schermafdruk staat bovenaan een melding te
02:05:09 uur met GMS-nummer [nummer 6] . Dit nummer betreft een registratie/melding-nummer specifiek behorende bij het incident aan de [adres 1] te Limbricht (BVH-nummer 2024207471 met GMS [nummer 6] ). De gemaakte schermafdruk werd vervolgens vanuit de XCoverS, welke in gebruik was bij [medeverdachte]
, via whatsapp op 21 december 2024 te 01:11:47 uur (UTC+0) (werkelijke tijd 02:11:47 uur) doorgestuurd aan “ [gebruikersnaam 4] ”, zijnde het whatsapp-account welk in gebruik was bij verdachte [verdachte] .
Op 21 december 2024 om 01:12:52 uur (UCT+0) (werkelijke tijd 02:12:52 uur) stuurt [verdachte] een Whatsapp bericht naar [naam 27] . Ik zag dat de inhoud van bovenstaand verstuurde bericht niet zichtbaar was en daarom werd door mij verbalisant nogmaals van bovengenoemde datum en tijd een zoekslag gedaan in de in beslag genomen telefoon van [verdachte] . Deze zoekslag vond plaats in de chronologische tijdlijn van alle data in de telefoon. Ik zag dat bij het bericht van 21 december 2024 om 01:12:52 uur (UCT+0) (werkelijke tijd 02:12:52 uur) het label stond “selfdestruct”. Dit houdt in dat
het bericht vanzelf gewist wordt. Ik zag echter dat er wel nog een thumbnail gekoppel was aan dit bericht.
Als ik deze thumbnail vergelijk met de door [medeverdachte] naar [verdachte] doorgestuurd schermafdruk van 112meldingen.nl zie ik:
Dat de donkere balk bovenin overeen komt;
Dat de gele arceringen van de tijdstippen overeen komen;
Dat de grijze balk onderin overeen komt;
Dat de kleuren van de meldingen (blauw-rood) qua volgorde ook overeen komen.
Op 21 december 2024 om 01:13:17 uur (werkelijke tijd 02:13:17 uur) stuurt [verdachte] een Whatsapp bericht naar [naam 27] met als inhoud: “Zou de bovenste kunnen zijn, haha”.
Noot verbalisant: De eerste datum en tijd op de schermafdruk die [medeverdachte] doorgestuurd heeft naar [verdachte] is geel gearceerd. Het betreft GMS melding [nummer 6] die behoord bij het incident aan de [adres 1] te Limbricht (BVH-nummer 2024207471).
Verbalisanten [naam 28] en [naam 29] relateren, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 21 december 2024 omstreeks 02:00 uur ontvingen wij een melding dat er een explosie bij een woning gelegen aan de [adres 1] te Limbricht was. Ter plaatste hoorden wij van buurtbewoners dat ze een luidde knal hoorden. Ter plaatse zagen wij dat er een explosie was geweest bij [adres 1] . Wij zagen dat de bloembak voor de gevel op de grond lag. Ook zagen wij dat de ruit, waar de bloembak stond,
verbroken was. Wij zagen dat glasscherven en zand in de woning lagen. Verder zagen
wij schade aan het raamkozijn. Hieruit maakten wij op dat er vermoedelijk een
explosie was geweest. Wij zochten naar verdere sporen en zagen een blauwe plastic dop
liggen. Ook zagen wij zwarte papiersnippers met rode opdruk liggen. De hiervoor
genoemde onderdelen kwamen ons ambtshalve bekend voor als onderdelen van vuurwerk, namelijk van 'Cobra 6'.
[naam 30] verklaarde in zijn aangifte, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 21 december 2024, gedurende de nachtelijke uren bevond ik mij in mijn woning gelegen op de [adres 1] te Limbricht. Omstreeks 01:45 uur hoorde ik een enorme knal. Ik kon niet plaatsen waar dat vandaan kwam. Enkele minuten later kwam ik beneden en zag ik dat het raam in de keuken volledig eruit lag. Het kozijn is beschadigd.
Verbalisant [naam 31] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Op 6 mei 2025 omstreeks 13.30 uur had ik een gesprek gehad met betrokkene [naam 30] en diens echtgenote [naam 33] . Tijdens het gesprek hoorde ik dat ze ontzettend bang waren nadat op 21 december 2024 voor een explosief was afgegaan. Ik hoorde dat ze mij nog wel vertelde dat na de aanslag hun huis nog weken stonk naar kots Dat de politieagenten die ter plaatse waren geweest op die dag dat konden bevestigen. Naar aanleiding hiervan heb ik contact gezocht met de verbalisanten [naam 28] en [naam 29] die ter plaatse zijn geweest. Deze konden zich herinneren Dat er een stank was ontstaan door de explosie. Dat het een combinatie was van stront/poep/kak/mest en vuurwerklucht.
Verbalisant [naam 34] relateert, voor zover hier van belang, het volgende:
Ik verrichte onderzoek aan de telefoon met beslagnummer 1776946. Device naam: XCoverS van [medeverdachte] . Ik zag dat er in de telefoondata een aantal accounts stonden: TikTok met e-mailadres [e-mailadres 1]
Snapchat met e-mail [e-mailadres 1] : Alle 70 op de
telefoon aanwezige Snapchat chats (gesprekken) zijn van het account “ [accountnaam] ”
Google account: gebruikersnaam [e-mailadres 2] .
(…)
In de maand juni van 2024 vond onderstaande conversatie plaats via sms tussen [medeverdachte] en “ [gebruikersnaam 5] ", men had geld nodig, [medeverdachte] zegt: “lk ben bereid om alles te doen” en “Vrijdagen zaterdagen zijn beste dagen om dealers te overvallen”.
In onderzoek Zwitserland werd een vuurwerk(bom)explosief tot ontploffing gebracht op woensdag 4 december 2024 bij [bedrijf] gelegen aan de [adres 3] te Geleen. Op een eerder moment, in de nacht van 9 november 2024 te 01:26 uur (UTC+1) (Werkelijke tijd) vond er een explosie/brand plaats bij [bedrijf] . In de chronologische tijdlijn van de onderzochte telefoon (Timeline) zag ik dat er vanaf 9 november 2024 01:32:57 uur (UTC+0), dus werkelijke tijd 02:32:57 uur, gezocht werd op de internetsite “p2000- online.net” en “Alarmeringen.nl”. Te 01:37:39 uur (UTC+0), dus ongeveer 71 minuten na het incident werd er specifiek geselecteerd op de melding:” Buitenbrand op [straat 5] in Geleen" en vervolgens “112MELDINGEN.NL I P 2 BLB-01 BR BUITEN [straat 5] GELEEN 240735”. Deze melding op de [straat 5] te Geleen is een en dezelfde melding als de explosie bij [bedrijf] ( [adres 3] Geleen) op 9 november 2024. In de politieregistratie van het incident op 9 november 2024 schrijven de betrokken politieagenten: “Hier zou een ontploffing zijn geweest en een brand” en “Betrof een klein brandje wat vermoedelijk een plastic fles met brandbare vloeistof was”. Conclusie: er is ongeveer 71 minuten na de explosie/brand op 9 november 2024, op de XCoverS-telefoon, welke in gebruik is bij [medeverdachte] , gekeken naar meldingen op 112meldingen.nl, van de honderden meldingen per dag op deze internetsite is specifiek de melding: “112MELDINGEN.NL | P 2 BLB-01 BR BUITEN [straat 5] GELEEN 240735”, gekozen.
In onderzoek Kosovo vond er op 16 november 2024 omstreeks 23:46 uur (UTC+1) (Werkelijke tijd) een explosie en brand plaats. Op de XCoverS-telefoon die in gebruik was bij [medeverdachte] werd op 16 november 2024 te 22:54:57 uur (UTC+0) dus werkelijke tijd 23:54:57 uur specifiek de melding:” 112MELDINGEN.NL I P 1 BLB-02 BR WONING [straat 2] KERKRADE 242151 240199 242131
241931” gekozen. Er werd dus 8 minuten na het incident al gezocht en gekeken naar de locatie van het incident. Ook op 17 november 2024 werd naar dezelfde locatie gezocht en gekozen op 112meldingen.nl
In onderzoek beambte vond er op 21 december 2024 omstreeks 01:50 uur een explosie plaats bij een woning gelegen aan de [adres 1] te Limbricht. Op 21 december 2024 te 02:11:09 uur (UTC+1) (werkelijke tijd) dus ongeveer 21 minuten na het incident wordt er op de XCoverS-telefoon, welke in gebruik is
bij [medeverdachte] , gezocht op 112meldingen.nl. Er werd op 02:11:09 uur (UTC+1) een schermafdruk gemaakt van de 112meldingen nl pagina. Op de schermafdruk staat bovenaan een melding te 02:05:09 uur met GMS-nummer [nummer 6] . Dit nummer betreft een registratie/meldingnummer specifiek behorende bij het incident
aan de [adres 1] te Limbricht (BVH-nummer 2024207471 met GMS [nummer 6] ). De gemaakte schermafdruk werd vervolgens vanuit de XCoverS, welke in gebruik was bij [medeverdachte] , via whatsapp op 21 december 2024 te 02:11:47 uur (UTC+1) (werkelijke tijd) doorgestuurd aan “ [gebruikersnaam 4] ”, zijnde het whatsapp-account welk in gebruik was bij verdachte Peter
[verdachte] .
In onderzoek Oekraïne vond er op 24 december 2024 omstreeks 22:31 uur (werkelijke tijd) een explosie en brand plaats op het adres [adres 2] te Kerkrade. In de tijdlijn van de XCoverS-telefoon, welke in gebruik was bij [medeverdachte] , werd er op 24 december 2024 23:17:55 uur (UTC+0) (werkelijke datum en tijd is
25 december 00:17:55 uur) gezocht op de internetsite genaamd “112meldingen.nl” en dan specifiek gekozen:” 112MELDINGEN.NL I P 2 BLB-01 BR BUITE [straat 2] KERKRADE 242131”. De eerste keer dat er deze dag gekeken werd op de internetsite “112meldingen.nl” was te 22:35:22 uur (werkelijke tijd) dit is 4
minuten na het plaatsvinden van het incident.