RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.194560.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1989,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. A. van Wijk, advocaat kantoorhoudende te Tilburg.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 januari 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.194579.23.
2. De tenlastelegging
De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 3 augustus 2023:
Feit 1: tezamen en in vereniging voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en MDMA;
Feit 2: tezamen en in vereniging 984,35 gram MDMA, 1.235,13 gram amfetamine, 112,45 gram LSD en een hoeveelheid 4-CMC opzettelijk aanwezig heeft gehad;
Feit 3: tezamen en in vereniging 99,6 gram hasj en 12 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad;
Feit 4: tezamen en in vereniging een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad;
Feit 5: professioneel vuurwerk (Super Cobra Nem 100 gram) voorhanden heeft gehad.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte dit feit heeft gepleegd door een ruimte te gebruiken en voorwerpen en (grond)stoffen voorhanden te hebben voor de productie van MDMA. Van medeplegen is geen sprake nu er ten aanzien van de voorbereidingshandelingen geen bewijs is voor bewuste en nauwe samenwerking met een ander.
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte de MDMA en amfetamine samen met de medeverdachte [medeverdachte] opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verdachte heeft erkend dat de drugs van hem waren en uit de berichten van de telefoon van [medeverdachte] volgt dat zij wist dat er verdovende middelen in de woning lagen. Voorts is het de woning van de verdachte en [medeverdachte] waar de verdovende middelen zijn aangetroffen. Voor het aanwezig hebben van LSD en 4-CMC bevat het dossier onvoldoende bewijs en daarvan dient de verdachte vrijgesproken te worden.
Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De hasj en hennep zijn niet indicatief getest waardoor niet vastgesteld kan worden dat verdachte dit aanwezig heeft gehad.
Voor de feiten 4 en 5 heeft de officier verwezen naar de daartoe opgemaakte processen-verbaal en de bekennende verklaring van verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het eerste, tweede en vierde gedachtestreepje van de tenlastelegging. Voorts is er geen sprake van medeplegen.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het opzettelijk aanwezig hebben van LSD en 4-CMC. Deze drugs zijn niet getest. Ten aanzien van de MDMA en amfetamine heeft de verdachte bekend dat deze drugs van hem waren. Dat de verdachte deze drugs zelf heeft vervaardigd, kan niet worden bewezen.
Ten aanzien van feit 3 dient de verdachte vrijgesproken te worden wegens ontbreken van een indicatieve test of ambtshalve herkenning door verbalisanten dat de aangetroffen middelen hasj en hennep betroffen.
Ten aanzien van feit 4 en feit 5 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen t.a.v. feit 1
De rechtbank volstaat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte het bewezenverklaarde feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en hij, noch zijn raadsvrouw, vrijspraak heeft bepleit.
De rechtbank acht het feit bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:
Het proces-verbaal van bevindingen van 4 augustus 2023, pagina 30 t/m 32;
Het proces-verbaal van bevindingen van 4 augustus 2023, pagina 85 t/m 88;
Het proces-verbaal van bevindingen LFO van 13 september 2023, pagina 155 t/m 160;
Het rapport NFI van 16 november 2023, pagina 693 t/m 699;
De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.
De bewijsmiddelen t.a.v. feit 2
In het proces-verbaal van bevindingen (doorzoeking), het proces-verbaal van bevindingen (hervatting doorzoeking), het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen en de rapporten van het NFI staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Doorzoeking woning, [adres 2] (de rechtbank begrijpt nummer [huisnummer] ) te [woonplaats] .
Op donderdag 3 augustus 2023 om 20.54 uur voerden wij, verbalisanten, een doorzoeking uit in de woning, gelegen aan de [adres 2] .
Deze doorzoeking werd uitgevoerd naar aanleiding van het aantreffen van een
productielocatie, van vermoedelijk verdovende middelen, gelegen in de schuur van de woning. [adres 2] .
Eerste verdieping laag 2:
Deze laag betreft de woonlaag van de woning. Op deze laag is de keuken, woonkamer en toilet gelegen.
Goed 1:
Goednummer: 1628031
Zak met pillen. Paars van kleur.
Deze zak met pillen werd aangetroffen in de buffetkast.
SIN AAQX2930NL
Gewicht netto: 228,21 gram
Monster E > SIN AAQR7619NL > Positief voor MDMA
Goed 6:
Goednummer: 1628039
Zak met pillen, vermoedelijk XTC, kleur paars.
Op de kast, buffetkast, werd een plastic zak van het merk JD aangetroffen.
SIN AAQX2928NL
Gewicht netto: 231,20 gram
Monster C > SIN AAQR7617NL > Positief voor MDMA
Goed 9:
Goednummer: 1628047
Zak met pillen, paarse pillen, bruto gewicht van 75 gram, vermoedelijk xtc tabletten.
Op de kast, buffetkast, werd een plastic tas aangetroffen van de supermarkt. Action.
SIN AAQX2929NL
Gewicht netto: 67,09 gram
Monster D > SIN AAQR7618NL > Positief voor MDMA
Goed 10:
Goednummer: 1628049
Kristalachtige brok, crème kleurig, vermoedelijk amfetamine.
Op de kast, buffetkast, werd een plastic tas aangetroffen van de supermarkt. Action.
SIN AAQX2927NL
Gewicht netto: 355,55 gram
Monster B > SIN AAQR7616NL > Positief voor MDMA
Kelder laag 4:
Goed 4:
Goednummer 1628065
Opslagdoos voorzien van roze pasta. Vermoedelijk verdovende middelen
SIN AAQX2916NL
Gewicht bruto: 1235,13 gram
Monster A > SIN AAQR7615NL > Positief voor amfetamine en/of metamfetamine
Goednummer: 1628246
Circa 30 XTC tabletten.
Liggend op een rek in een geelkleurige Jumbotas.
SIN AAQX2931NL
Gewicht netto: 102,30 gram
Monster F > SIN AAQR7622NL > Positief voor MDMA
In het proces-verbaal van bevindingen staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Ik ontving van collega [naam 1] , werkzaam binnen de Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, het verzoek om de inhoud van een in beslag genomen telefoon te bekijken. Ik hoorde collega [naam 1] zeggen dat dit een Samsung Galaxy S22 Ultra betrof welke het bezit was van verdachte [medeverdachte] .
Ik las een chat met een contact genaamd ' [naam 2] '. Dit gesprek was in de Engelse taal. Ik ben de Engelse taal goed machtig. Ik las daarin, onder andere, het volgende:
- ' [naam 2] ' zegt op 24 juni 2021, om 09.11 uur: "One more thing.... Make
sure that everything that has to do with drugs is out of sight. Do it in the basement
or something. When the baby is born you can't have stuff like that in the house. Not
saying it is you. But you definitely need to make him aware of the dangers";
- [medeverdachte] zegt daarop op 24 juni 2021, om 09.12 uur en 09.13 uur: "There's to
be no drugs in the house after the baby is born", "That was the deal we had", "His
mum will check the house while we are in hospital", "Can't take any risks especially
when the nurse is here" en "I said he can do what he wants till then. But the basement isn't an option either because the washing machine and fridge is down
there".
Ik las een chat met een contact genaamd ' [naam 3] '. Dit gesprek was in de Engelse taal. Ik zag daarin, onder andere, dat [medeverdachte] een nieuwsbericht deelt op de website
https://www.dailyrecord.co.uk/news/scottish-news/two-dutchmen-caught-producing-55m-8685669 en dat [medeverdachte] zegt "Yeah he is banned from the UK for life..".
De medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie zakelijk weergegeven het volgende verklaard:
Het klopt dat ik woonachtig ben op de [adres 2] . Ik woon daar met onze baby en met [verdachte] . Als er iemand op mijn kind let, kan ik af en toe naar de kelder gaan om de was te doen.
[verdachte] is de laatste tijd bezig met verschillende chemicaliën. Ik weet niet of het
legaal of illegaal is, want ik heb dat niet gevraagd.
Toen [verdachte] weg was vroeg de politie of er nog iets anders aan illegale stoffen
in het huis waren. Ik gaf aan dat er bovenin de kast nog wat cocaïne lag. Deze
cocaïne is van [verdachte] .
Het zou kunnen dat de aangetroffen paarse pillen XTC betreft. Het kan ook een derivaat zijn van LSD.
De verdachte heeft ter terechtzitting zakelijk weergegeven het volgende verklaard:
Alle drugs die zijn aangetroffen in de woning zijn van mij. Ik wist dat ze in de woning lagen.
De bewijsoverweging t.a.v. feit 2
Aan de hand van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] 984,35 gram MDMA en 1.235,13 gram amfetamine opzettelijk aanwezig had in de woning. Zij woonden samen in de woning waar de drugs zijn aangetroffen. De drugs lagen onder andere in tassen in de buffetkast, in de woonkamer en in de kelder waar beide verdachten toegang toe hadden. De medeverdachte [medeverdachte] wist dat de verdachte een verleden had met Opiumwetfeiten en ook dat hij zich bezighield met, al dan niet legale, chemicaliën. Ook wist zij dat er verdovende middelen in huis aanwezig waren. Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] de MDMA en amfetamine opzettelijk aanwezig heeft gehad in hun woning.
Wegens onvoldoende bewijs spreekt de rechtbank de verdachte partieel vrij van het opzettelijk aanwezig hebben van LSD en 4-CMC.
Vrijspraak van feit 3
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat om vast te stellen dat de verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging, hasj en hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit 3 heeft gepleegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen t.a.v. feit 4
De rechtbank volstaat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte het bewezenverklaarde feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en hij, noch zijn raadsvrouw, vrijspraak heeft bepleit.
De rechtbank acht het feit bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:
Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek wapens en munitie van 15 augustus 2023, pagina 276 t/m 279;
De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.
De bewijsmiddelen t.a.v. feit 5
De rechtbank volstaat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte het bewezenverklaarde feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en hij, noch zijn raadsvrouw, vrijspraak heeft bepleit.
De rechtbank acht het feit bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk met bijlage 2 van 14 augustus 2023, pagina 293, 294 en 299;
De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:
op 3 augustus 2023 te Tegelen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:
- chemicaliën en grondstoffen, onder andere hypochloriet en 500 gram MAPA en 300 ml
BMK en mierzuur en zoutzuur en zwavelzuur en hardware, onder andere ketel(s)
en (druk)vaten en een gasstel en een destilleerglas voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit;
feit 2:
op 3 augustus 2023 te Tegelen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer:
- 984,35 gram MDMA, en
- 1.235,13 gram amfetamine,
zijnde MDMA en amfetamine, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 4:
op 3 augustus 2023 te Tegelen een wapen als bedoeld in Categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen, van het merk Walther, model PPK-L, kaliber .22 Long Rifle, met een in de greep uitneembaar patroonmagazijn met een capaciteit van maximaal 7 kogelpatronen in het kaliber .22 Long Rifle, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad en
munitie van Categorie III van de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft gehad, te weten 10 kogelpatronen in het kaliber .22 Long Rifle en onderdelen van wapens die van wezenlijke aard zijn voor wapens in de zin van art. 3 lid 1 van de Wet wapens en Munitie voorhanden heeft gehad, te weten 2 patroonmagazijnen, merk Walther, model PKK-L, kaliber .22 Long Rifle;
feit 5:
op 3 augustus 2023 te Tegelen als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,
opzettelijk, professioneel vuurwerk, dat niet is aangewezen als consumentenvuurwerk, te weten een stuk knalvuurwerk (Super Cobra 8, NEM 100 gram),
voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 1: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
Feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Feit 4: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd
Feit 5: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het aantal dagen dat verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, op te leggen. De officier van justitie heeft voorts gevorderd, omdat een werkstraf gezien de woonplaats van de verdachte geen passende strafmodaliteit is, een geldboete van 8.000,00 euro op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest. De verdachte heeft een gezin en beseft wat de impact is geweest van zijn handelen. De verdediging heeft de rechtbank verzocht de geldboete niet op te leggen, dan wel te matigen.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van voorwerpen en stoffen voor de productie van amfetamine. Samen met zijn toenmalige partner, tevens medeverdachte, heeft de verdachte bovendien meer dan twee kilogram harddrugs aanwezig gehad in hun woning. Voorts heeft de verdachte in zijn woning een vuurwapen met munitie en een Cobra voorhanden gehad. De verdachte woonde samen met zijn vriendin en hun 2-jarig zoontje. Dat chemicaliën en grondstoffen voor het maken van drugs een gevaar vormden had de verdachte zich moeten realiseren. Dit gevaar gold niet alleen voor henzelf, maar zij hebben ook hun zoontje in deze gevaarlijke situatie gebracht. De verdachte heeft hier blijkbaar een andere afweging gemaakt, hetgeen getuigt van weinig verantwoordelijkheidsbesef.
Uit het strafblad van de verdachte d.d. 24 december 2025 volgt dat hij eerder is veroordeeld voor Opiumwetfeiten, in Nederland, in België en in het Verenigd Koninkrijk. Het was voor de verdachte dus geen nieuw terrein en ondanks de eerdere veroordelingen heeft de verdachte de illegale praktijken voortgezet.
De rechtbank houdt rekening in de strafoplegging met het gegeven dat de feiten waarvoor hij terecht staat al langere tijd geleden gepleegd zijn en dat de redelijke termijn is overschreden met ongeveer 6 maanden. Hoewel het ernstige feiten zijn en de verdachte een gewaarschuwd man was, houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte woont in Spanje en heeft een vaste baan. De verdachte woont niet meer samen met de medeverdachte en lijkt zich inmiddels te realiseren wat de impact is geweest van zijn handelen. Evenals de officier van justitie zal de rechtbank de verdachte de kans geven te laten zien dat hij niet langer het criminele pad inslaat en geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan de duur van het voorarrest. Een langdurige voorwaardelijke gevangenisstraf als blijvende waarschuwing en een geldboete als vergelding acht de rechtbank noodzakelijk.
Alles overwegende zal de rechtbank een gevangenisstraf van 540 dagen waarvan 343 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest aan de verdachte opleggen. Tevens legt de rechtbank een geldboete op van 4000,00 euro, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.
7. Het beslag
Tijdens het politieonderzoek zijn de navolgende goederen in beslag genomen:
Aangezien met betrekking tot het vuurwerk, het wapen, de patroonhouders en de munitie de strafbare feiten onder 4 en 5 zijn begaan en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet, zullen deze voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.
Ten aanzien van het geld gelast de rechtbank de teruggave aan de verdachte.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op
de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht,
de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet,
de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
het artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en
het artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 3 ten laste gelegde;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
Beslag
- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:
- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:
Voorlopige hechtenis
- heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.T.H.L. van de Bergh, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. dr. W. Kieboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Tubée, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 februari 2026.
Buiten staat
Mr. dr. Kieboom is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Feit 1:
hij op of omstreeks 3 augustus 2023 te Tegelen, gemeente Venlo
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of
vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een of meer hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende mfetamine en/of
MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of
uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:
- een ruimte te gebruiken en/of laten gebruiken voor de productie van synthetische drugs en/of
- chemicalien en/of grondstoffen, onder andere hypochloriet en/of 500 gram MAPA en/of 300 ml BMK en/of mierzuur en/of zoutzuur en/of zwavelzuur en/of hardware, onder andere ketel(s) en/of (druk)vaten en/of een gasstel en/of een destilleerglas heeft gebruikt, althans voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
Feit 2:
hij op of omstreeks 3 augustus 2023 te Tegelen, gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft vervaardigd
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer:
- 984,35 gram MDMA, althans een hoeveelheid MDMA en/of
- 1.235,13 gram amfetamine,m in elk geval een hoeveelheid amfetamine en/of
- 112,45 gram LSD, in elk geval een hoeveelheid LSD (Lysergide) en/of
- een hoeveelheid 4-CMC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-CMC,
zijnde MDMA en/of amfetamine en/of LSD (Lysergide) en/of 4-CMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 3:
hij op of omstreeks 3 augustus 2023 te Tegelen, gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer:
- 99,6 gram hasj, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj (een
gebruikelijk vast mengsel van de afgescheiden hars verkregen van planten van het geslacht
Cannabis (hennep), met plantaardige elementen van deze planten) en/of
- 12 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep (elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden), zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
Feit 4:
hij, op of omstreeks 3 augustus 2023 te Tegelen, gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
één wapen(s) als bedoeld in Categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen, van het merk Walther, model PPK-L, kaliber .22 Long Rifle, met een in de greep uitneembaar patroonmagazijn met een capaciteit van maximaal 7 kogelpatronen in het kaliber .22 Long Rifle, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of
munitie van Categorie III van de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft gehad, te weten 10, in elk geval een of meerdere kogelpatronen in het kaliber .22 Long Rifle en/of
een of meer onderdelen van wapens dat/die van wezenlijke aard is/zijn voor wapens in de zin van art. 3 lid 1 van de Wet wapens en Munitie voorhanden heeft gehad, te weten 2, in elk geval een of meerdere patroonmagazijn(en), merk Walther, model PKK-L, kaliber .22 Long Rifle;
Feit 5:
Hij op of omstreeks 3 augustus 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, dat niet is aangewezen als consumentenvuurwerk, te weten een stuk knalvuurwerk (Super Cobra 8, NEM 100 gram), voorhanden heeft gehad.