RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Toezicht / insolventies
rekestnummer: C/03/348829 FT RK 26/12
binnenkomst verzoekschrift d.d.: 21 januari 2026
Bij verzoekschrift heeft
[verzoeker]
mede handelend onder de naam [handelsnaam],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen verzoeker,
advocaat mr. Y.J.P. Janssen,
de rechtbank verzocht in staat van faillissement te verklaren:
de stichting
Stichting Heyerhoven,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 67440134
statutair gevestigd gemeente Venlo
bezoekadres: Heierkerkweg 5, 5928 RM Venlo,
hierna te noemen verweerder.
1. Het verloop van de procedure
Namens verzoeker is ter behandeling van het verzoekschrift op 3 februari 2026 de heer [naam] en mr. Y.J.P. Janssen verschenen. Namens verweerder is de heer [naam bestuurder] , indirect bestuurder, en mr. R. van der Brug, advocaat, verschenen.
2. De beoordeling
De rechtbank merkt allereerst op dat een faillissementsprocedure zich niet leent voor een uitgebreid onderzoek naar de feiten en voor een uitgebreide bewijslevering, maar slechts een beperkte toetsing van de situatie van de huidige omstandigheden betreft. Daarbij is van belang de mate waarin de verzoeker van het faillissement zijn vordering heeft onderbouwd door overlegging van stukken en de mate waarin de vordering van de faillissementsaanvrager wordt betwist door de verweerder.
Uit hetgeen ter zitting en de overgelegde stukken naar voren is gekomen blijkt,
kort weergegeven, dat door verzoeker in onvoldoende mate is aangetoond dat sprake is van
pluraliteit van schuldeisers. Een bericht op de website van L1 is onvoldoende onderbouwing
van het bestaan van een vordering van Greenport, welke overigens wordt betwist door verweerder. De andere aangevoerde steunvorderingen (Collin Crowdfunding en “andere kleine schuldeisers”) zijn eveneens niet onderbouwd en worden ook betwist.
De rechtbank kan dan ook niet vaststellen of voldaan is aan het bepaalde in artikel 1 en artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
Het verzoek tot faillietverklaring dient daarom te worden afgewezen.
3. De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot faillietverklaring af.
Deze beschikking is gegeven op 3 februari 2026 om 15:00 uur door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, in tegenwoordigheid van R.P.E.M. Hammes, griffier.
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.