ECLI:NL:RBLIM:2026:1492

ECLI:NL:RBLIM:2026:1492

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 16-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer 03.324760.22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Wraakactie door middel van het afsteken van mortierbommen op een auto en voor een voordeur. Medeplegen. Vrijspraak van te duchten levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.324760.22

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. V.S.J. Chorus, advocaat kantoorhoudende te Nuth.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 februari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [naam 1] met het parketnummer 03.324754.22.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

op 10 december 2022 te Maastricht

feit 1: samen met een ander een mortierbom tot ontploffing heeft gebracht op een auto waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

op 11 december 2022 te Maastricht

feit 2: samen met een ander een mortierbom tot ontploffing heeft gebracht in de directe nabijheid van een woning waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;

feit 3: opzettelijk 349 gram hennep aanwezig heeft gehad;

feit 4: een imitatievuurwapen voorhanden heeft gehad;

feit 5: al dan niet opzettelijk professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 2 ten laste gelegde en zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

De bewijsmiddelen

[naam 2] deed op 10 december 2022 aangifte en verklaarde onder meer als volgt:

Plaats delict: [straat 1] [nummer 1] Maastricht.

Op 10 december 2022, omstreeks 22.30 uur, parkeerde ik mijn personenauto in de [straat 1] ter hoogte van huisnummer [nummer 1] . De personenauto had geen schade toen ik hem voor de laatste keer zag. Omstreeks 22.45 uur zat ik bij mijn vriendin op huisnummer [nummer 2] in de [straat 1] . Ik hoorde een gigantische knal. Ik liep naar buiten en zag dat er rond mijn personenauto een witte rook hing. Ik zag dat de voorruit van mijn auto was vernield. Ik zag dat de ruitenwisser van mijn personenauto was vernield.

Voertuig: Personenauto

Merk/type: Opel Corsa

Kleur: Blauw

[naam 3] deed op 11 december 2022 aangifte en verklaarde onder meer als volgt:

Plaats delict: [straat 1] [nummer 2] Maastricht.

Op 11 december 2022 omstreeks 00.45 uur zat ik samen met [naam 2] op de bank. Ik hoorde de brievenbus klepperen. [naam 2] liep voor mij en trok de voordeur open. Ik zag dat [naam 2] de deur dichtgooide. Ik zag dat hij tegen de deur bleef staan om deze tegen te houden. Ik hoorde een kleine ontploffing. Ik rende vervolgens richting de woonkamer. Toen ik in de woonkamer stond hoorde ik een ontzettend harde ontploffing. Ik liep vervolgens naar de hal. Ik zag dat mijn voordeur beschadigd was. Ik zag dat er brandplekken op de deur waren. Ik zag de rook er nog vanaf komen. Ook zag ik dat mijn deur brandgaten had. Ook zag ik op straat nog kleine restjes branden van hetgeen er was afgestoken.

Verbalisanten [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] relateerden op

11 december 2022 onder meer als volgt:

Op 10 december 2022, omstreeks 22.50 uur, kregen wij het verzoek om te rijden naar de

[straat 1] te Maastricht. Hier zou een auto zijn opgeblazen mogelijk door middel van

vuurwerk. Ter plaatse zagen wij een personenauto staan op naam van [naam 2] . Ik, verbalisant [naam 4] , zag dat de voorruit van deze personenauto vernield was. Ik zag dat de plastickap onder de ruitenwissers vernield was. Ik zag dat er naast de auto resten van afgestoken vuurwerk lag. Ik rook aan deze resten en het rook naar verband papier en rook. Op 11 december 2022, omstreeks 00.50 uur, kregen wij wederom een melding dat er vuurwerk was gegooid bij de [straat 1] [nummer 2] te Maastricht. Omstreeks 01.10 uur waren wij ter plaatse. Wij zagen dat er onder de brievenbus een zwarte vlek op de deur zat. Mogelijk roet resten. Ik, [naam 4] , zag dat er naast het trapje, van de voordeur, wederom vuurwerk resten lagen. Deze vuurwerk resten kwamen qua kenmerken overeen met de resten die eerder waren gevonden bij het voertuig van [naam 2] .

Verbalisant [naam 5] relateerde op 11 december 2022 onder meer als volgt (camerabeelden deurbel [straat 1] [nummer 1] ):

Bevindingen 1e filmpje:

Ik zag op het eerste filmpje, datum 2022-12-10 22.42 uur, twee personen op de [straat 1] te Maastricht, ter hoogte van perceel [nummer 1] , staan. Ik zag beide personen naast een aldaar geparkeerde blauw/grijze Opel Corsa staan.

Signalement verdachte 1

- man, bril dragend, klein, smal postuur, kort blonde haren, gekleed in een zwarte jas met capuchon, zwarte trainingsbroek met op de zijkant van beide bovenbenen witte vlakken en opvallende witte gymschoenen.

Dit bleek de later te noemen verdachte [verdachte] .

Signalement verdachte 2

- man, zwarte jas, rode capuchon, donker blauwe/zwarte spijkerbroek, zwarte gymschoenen.

Dit bleek de later te noemen verdachte [naam 1] .

Ik zag hoe deze beide verdachten rond de eerder genoemde auto liepen. Ik zag dat verdachte 2 met de rode capuchon een licht gekleurd staafje in zijn linkerhand vasthield. Vervolgens lopen de beide verdachten om 22.43 uur weg over de [straat 1] richting de [straat 2] , waarna ze uit beeld verdwenen.

Bevindingen 2e filmpje:

Ik zag op het tweede filmpje, datum 2022-12-10 22.45 uur, hoe de eerder genoemde verdachte 2 teruggelopen kwam over de [straat 1] vanuit de richting van de [straat 2] . Hij loopt weer naar de blauw/grijze Opel Corsa en stopt bij de rechtervoorzijde van de auto. Ik zie vervolgens dat hij iets aansteekt bij de voorruit ter hoogte van de linker ruitenwisser. Hij rent vervolgens om 22.46 uur weg in dezelfde richting als waaruit hij gekomen was. Ik zie dat er iets brand c.q. vuur oplicht vanaf de motorkap. Vervolgens zie ik een explosie van vuur en een hoop rook.

Bevindingen 3e filmpje:

Ik zag op het derde filmpje, datum 2022-12-11 00.44, hoe beide verdachten over de [straat 1] langs de eerdere genoemde blauw/grijze Opel Corsa lopen. Ik zie hoe verdachte 2 met zijn telefoon, bij het langslopen van de auto, opnames maakt van de schade aan de auto.

Op 11 december 2023 werden beide verdachten om 01.48 uur aangehouden. Tijdens de aanhouding zag ik, verbalisant [naam 5] , dat de beide verdachten kleding droegen welke geheel voldeed aan de hierboven door mij omschreven signalementen.

Verbalisant [naam 7] relateerde op 16 december 2022 onder meer als volgt (camerabeelden deurbel [straat 1] [nummer 3] ):

[…] de bewoonster van de [straat 1] [nummer 3] te Maastricht […] vertelde dat de tijdsaanduiding niet klopt. Dat deze beelden nog de zomertijd hebben. De opnames beginnen op 2022-12-11. Op de beelden zie ik dat er twee personen (om 01.47.01 uur zomertijd) op het trottoir aan de overkant van de straat lopen. Op enig moment verdwijnen ze uit beeld. Om 01.48.21 uur zie ik een lichtflits en omdat er twee ontploffingen volgen, interpreteer ik deze lichtflits als dat er iets wordt aangestoken met vermoedelijk een aansteker. Er wordt iets aangestoken ter hoogte van de brievenbus. Meteen rent de persoon die dit heeft aangestoken weg. Ik zie vervolgens iets brandends vallen en zie ook dat de deur open en meteen weer dichtgemaakt wordt. Dan volgt een eerste ontploffing met meteen erachteraan een tweede flinkere ontploffing. Hierdoor ontstaat er een geheel wit beeld.

Verbalisanten [naam 8] en [naam 9] relateerden op 15 december 2022 onder meer als volgt:

Aanvang onderzoek

Op 13 december 2022 kwamen wij, naar aanleiding van het ontploffen van een vuurwerkbom tegen een voordeur van een woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [straat 1] [nummer 2] in Maastricht.

Voorafgaande informatie

Er was reeds een proces verbaal opgemaakt over de aangetroffen resten vlak na de explosie onder nummer 2022193577-32 [de rechtbank: het proces-verbaal hierna opgenomen onder 3.3.7]. In dit proces-verbaal staat duidelijk vermeld dat het vuurwerk een mortierbom betreft en een algemeen deel over de gevaarzetting.

Omschrijving onderzoekslocatie

Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de voortuin en de hal van perceel [straat 1] [nummer 2] .

Bevindingen

Wij zagen dat [straat 1] [nummer 2] een tussengelegen woning betrof. Voor de voordeur zagen wij een koekoek. Rechts naast deze koekoek zagen wij een stuk oranje papier met lichte brandschade. Links van de voordeur zagen wij gestapelde stoelen. Achter deze gestapelde stoelen zagen wij een soortgelijk oranje stuk papier. Wij herkenden deze stukken papier als zijnde het omhulsel van de lont van vuurwerk, zijnde type mortiershell. Op de stenen van de koekoek en op de lak van de deur zagen wij een zwarte verkleuring. In de scharnierkanten van het kozijn zagen wij delen van plamuur liggen. Wij zagen dat er plamuur ontbrak bij het onderste scharnier van de deur. Dit was recente schade. Langs het kozijn zagen wij dat er delen van muurverf op de grond lag. Wij zagen dat een scheur in de muurverf zichtbaar was tussen het onderste en het middelste scharnier. Wij zagen enkele verfresten op de tegelvloer van de hal liggen.

Samenvatting/conclusie

Gezien de aftekening op de deur en de stenen van de koekoek heeft de explosie links onder tegen de voordeur plaatsgevonden. Gezien het eerder opgemaakte proces-verbaal

2022193577-32 [de rechtbank: het proces-verbaal hierna opgenomen onder 3.3.7] en de door ons aangetroffen delen van het omhulsel van de lont betreft het hier vrijwel zeker een mortiershell.

Gevaarstelling

Algemeen

Op grond van de aangetroffen resten concluderen wij dat dit zeer waarschijnlijk een

explosief is geweest in de vorm van een stuk vuurwerk, bekend als mortiershell. Ook wel

mortierbom genoemd.

Indien door ondeskundig gebruik of moedwillig de effectlading op de grond tot ontploffing wordt gebracht, kan deze door de drukgolf aanzienlijke schade veroorzaken. Sommige mortierbommen spatten uit elkaar waardoor er scherven rondvliegen.

De rondvliegende elementen, die bestemd zijn voor de lichteffecten kunnen brand

veroorzaken.

In dat geval kan sprake zijn van gemeen gevaar voor goederen.

Gevaarstelling [straat 1] [nummer 2] Maastricht

De drukgolf die ontstond bij deze explosie heeft zeer waarschijnlijk de schade aan het plamuur bij het onderste scharnier en de scheur in het schilderwerk aan de binnenzijde van de deur veroorzaakt.

Verbalisant [naam 10] (materiedeskundige vuurwerk, behorende tot het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk) relateerde op 12 december 2022 onder meer als volgt:

Het betrof een 2-tal papieren verbanden omhulsels met daarin een verkoold stuk touw. Vanuit mijn expertise en kennis in vuurwerk kan ik concluderen dat deze resten afkomstig zijn van een soort Shell (mortierbom). Een Shell is een stuk vuurwerk wat middels een lanceerbuis, enkel door professionals afgeschoten mag worden. Indien een mortierbom op de juiste wijze (zoals bedoeld door de fabrikant) wordt verschoten vanuit een mortier en vervolgens naar verwachting functioneert, explodeert de mortierbom hoog in de lucht. Hierbij is de kans op schade aan objecten minimaal. Scenario’s zoals het ontsteken van een mortierbom zonder gebruik te maken van een mortier of in een mortier met een te grote diameter, leveren gevaar op voor schade aan objecten. In deze scenario’s zal de mortierbom op de grond of op onvoldoende hoogte tot ontploffing komen. Afhankelijk van het kaliber zullen de brandende delen en andere fragmenten tientallen tot enkele honderden meters worden weggeslingerd vanaf het centrum van de explosie. Mortierbommen zijn doorgaans voorzien van een krachtige breek- en/of knallading. Objecten in de nabijheid van een dergelijke ontploffing lopen gevaar voor schade.

Medeverdachte [naam 1] verklaarde op 12 december 2022 bij de politie onder meer als volgt:

V: Wat kun je verklaren over de vernieling?

A: Het was een wraakactie.

A: Ik kwam daar om wraak te nemen op [naam 2] […]. Het was de bedoeling om hem te laten schrikken.

V: Wat hadden jullie daar gedaan in de [straat 1] ?

A: Ik heb daar vuurwerk afgestoken.

V: Wat heb je daar afgestoken?

A: Ik heb een shell afgestoken.

V: Waarop heb je het vuurwerk afgestoken?

A: Op zijn auto en voor zijn deur.

V: Bedoel je dan de auto van [naam 2] en zijn voordeur?

A: Ja.

A: Het is voor de deur afgegaan.

V: Wat heb je voor de deur neergelegd?

A: Ook een shell.

De verdachte verklaarde op 13 december 2022 bij de politie onder meer als volgt:

[…] wat er met de auto is gebeurd. Ik was daar aanwezig. Ik heb mijn broer aangewezen welke auto het was. Daarna ben ik weggelopen en heeft mijn broer het laten exploderen.

V: Wat ben je gaan doen?

A: Wachten.

V: Toen je broer het vuurwerk had laten ontploffen op de auto, waar is je broer toen naartoe gegaan?

A: Hij is naar mij toe gekomen en daarna samen weggerend.

V: Waar zijn jullie daarna naar toe gegaan?

A: Naar […] mijn huis.

V: Zijn jullie daarna nog weg gegaan, nadat jullie bij jou thuis waren geweest?

A: Ja […] gingen wij weer terug.

V: Wiens idee was het om de auto te vernielen?

A: Daar zijn wij samen op gekomen.

V: Waren jullie met z'n tweeën daar?

A: Ja, wij waren met z'n tweeën.

O: Volgens [naam 1] waren het wraakacties.

V: Wat kun je hierover verklaren?

A: […] inderdaad een wraakactie.

M: Ik ga je een aantal camerabeelden laten zien. Ik laat je de bewegende camerabeelden zien van de vernieling van de auto.

V: Wie zijn die twee personen?

A: Dat ben ik met mijn broer.

O: Ik laat je nu de andere camerabeelden zien van de vernieling. Er is te zien dat [naam 1] terug naar de auto loopt en daar vuurwerk op de auto aansteekt.

V: Wat kun je hierover verklaren nu je dit hebt gezien?

A: Dat klopt.

M: Ik laat je een aantal camerabeelden zien, later die avond, van de brandstichting.

O: Er is te zien dat jullie weer langs de auto lopen. Tijdens het voorbij lopen filmt [naam 1] de auto.

V: Waar liepen jullie naartoe?

A: Kennelijk langs de auto.

O: In het volgende bestand is te zien dat [naam 1] één minuut later weer voorbij komen gerend.

V: Waar rende hij naartoe?

A: Naar waar ik stond.

O: Op de telefoon van [naam 1] is een filmopname gevonden. Hierbij is de vernieling van de auto te zien. Er is een persoon die dit filmt.

V: Film jij dit?

A: Ja.

De verdachte verklaarde ter terechtzitting onder meer als volgt:

Op 10 december 2022 zijn mijn broer en ik naar de [straat 1] gegaan. Het plan was om wraak te nemen. We wilden daarom de auto van [naam 2] vernielen. U houdt mij voor dat er door mijn broer een shell op de auto van [naam 2] werd gelegd en deze daarna heeft aangestoken. Ja, dat klopt. Ik heb dat ook gefilmd. Mijn broer en ik zijn later, op

11 december 2022, teruggegaan naar de [straat 1] om [naam 2] nog meer te laten schrikken en nog meer schade toe te brengen. Ook met vuurwerk. We zijn voorbij de auto van [naam 2] gelopen.

Overwegingen met betrekking tot feit 2

(Mede)plegen

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van (mede)plegen van het ten laste gelegde onder feit 2, omdat de verdachte er bij de tweede ontploffing van uitging dat wederom de auto van aangever [naam 2] het doelwit zou zijn en niet de woning waar aangever die nacht bij zijn vriendin verbleef.

De rechtbank ziet dat anders en overweegt daartoe als volgt.

Vast staat dat de verdachte en de medeverdachte op 10 december 2022 om 22.44 uur in de [straat 1] waren met het gezamenlijke doel wraak te nemen op aangever [naam 2] door vuurwerk (een shell c.q. mortierbom) op zijn auto tot ontploffing te brengen (feit 1). Omdat zij deze actie onvoldoende afschrikwekkend vonden, zijn zij rond 00.44 uur weer teruggegaan naar de [straat 1] . Bij nummer [nummer 2] heeft de medeverdachte vervolgens een shell bij de voordeur van deze woning tot ontploffing gebracht (feit 2).

Dat de verdachte dacht dat de auto de tweede keer ook het vermeende doelwit zou zijn, acht de rechtbank ongeloofwaardig. De verdachte filmde bij de eerste keer hoe de medeverdachte een shell op de auto plaatste en aanstak. De auto had na deze ontploffing aanzienlijke schade. De verdachte zegt dat hij die schade niet heeft gezien, maar dat deze na een ontploffing van een shell (een mortierbom) groot moet zijn geweest, is algemeen bekend, hetgeen de verdachte dus ook moeten hebben geweten. Hierdoor zou een tweede ontploffing op de auto geen afschrikwekkender effect hebben gehad en lag een ander doelwit daarom meer voor de hand. Daarnaast is uit de camerabeelden af te leiden dat de verdachten samen om 00.44 uur voorbij de auto van aangever [naam 2] lopen (deurbelbeelden [straat 1] [nummer 1] ) en vervolgens ook samen doorlopen. De verdachten zijn de tweede keer dus niet bij de auto van aangever [naam 2] gestopt, hetgeen wel voor de hand had gelegen als de auto wederom het doelwit was geweest. Vervolgens komen zij ook samen om 00.47 uur in beeld bij de deurbelcamera van de [straat 1] [nummer 3] , die zicht heeft op de [straat 1] [nummer 2] . Bij nummer [nummer 2] wordt rond 00.48 uur vuurwerk bij de voordeur aangestoken. Uit de beelden is af te leiden dat de verdachten vanaf de [straat 1] [nummer 1] rechtstreeks doorlopen naar nummer [nummer 2] en dat de verdachten - naar uiterlijke verschijningsvorm - ook de tweede keer recht op hun doel zijn afgegaan, namelijk

het aansteken van vuurwerk bij de woning/voordeur op nummer [nummer 2] .

De rechtbank stelt vast dat beide feiten wraakacties gericht waren op aangever [naam 2] en plaatsvonden binnen een tijdsbestek van ongeveer twee uur. De verdachte was bij het plannen daarvan betrokken en wist ook dat daarbij vuurwerk zou worden gebruikt. Ook ging hij beide keren mee naar de [straat 1] , de plaats delict. De verdachte heeft zich op geen enkel moment gedistantieerd van het afsteken van de shells door zijn broer. Hoewel niet bewezen kan worden dat de verdachte een fysiek aandeel heeft gehad bij de ontploffingen, is dat van ondergeschikt belang. Met de beschrijving van het totaal aan gedragingen van de verdachte is sprake van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte en is de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht om van medeplegen te spreken ten aanzien van de ontploffing bij de voordeur. De verdachte is daarom ook voor die daden die niet feitelijk door hemzelf, maar die door zijn medeverdachte zijn verricht, aansprakelijk.

Gevaarzetting

De rechtbank acht bewezen dat door de ontploffing gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Zij overweegt met betrekking tot het door de officier van justitie ten laste gelegde te duchten levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de woning aanwezig personen het volgende. Uit de inhoud van het proces-verbaal forensisch onderzoek (pagina 27) blijkt dat er enkel sprake zou zijn geweest van voornoemd gevaar indien de mortierbom binnen in (de hal van) de woning tot ontploffing was gekomen. Nu de rechtbank van oordeel is dat er enkel bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat de mortierbom buiten voor de voordeur tot ontploffing is gebracht en dus niet in de woning, kan het daarvan te duchten levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel niet bewezen worden. De rechtbank zal de verdachte daarom van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Feit 3

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 2 februari 2026;

de kennisgeving van inbeslagneming van 11 december 2022;

3. het proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2022.

Feit 4

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 2 februari 2026;

de kennisgeving van inbeslagneming van 11 december 2022;

3. het proces-verbaal onderzoek wapen van 17 december 2022.

Feit 5

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 2 februari 2026;

de kennisgeving van inbeslagneming van 11 december 2022;

3. het proces-verbaal onderzoek vuurwerk van 12 december 2022.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 10 december 2022 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een aangestoken shell (mortierbom) op de auto van [naam 2] te plaatsen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor die auto, te duchten was;

2.

op 11 december 2022 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in de directe nabijheid van de woning aan de [straat 1] [nummer 2] (zijnde een tussengelegen woning), door naar de voordeur van die woning te lopen een shell (mortierbom) aan te steken en achter te laten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de voordeur, brievenbus en woning, te duchten was;

3.

op 11 december 2022 te Maastricht opzettelijk aanwezig heeft gehad 349 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

op 11 december 2022 te Maastricht een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een imitatie vuurwapen dat qua vorm en uiterlijke kenmerken een sprekende gelijkenis vertoont met een pistool type Makarov, 9mm, voorhanden heeft gehad;

5.

op 11 december 2022 te Maastricht, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad, te weten:

- 2 Flashbangers Lijst II B.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1 en 2: medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

4: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

5: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie dagen, met aftrek van het voorarrest, een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een jaar, met een proeftijd van 2 jaren.

In het bijzonder heeft de officier van justitie daarbij rekening gehouden met de ernst van de feiten, het blanco strafblad van de verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en

het gegeven dat hij zijn leven momenteel goed op orde heeft.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de officier van justitie tot een redelijke eis is gekomen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van twee ontploffingen door shells aan te steken op een auto en ongeveer twee uur later bij een voordeur van een woning in een woonwijk met rijtjeshuizen. Naast dat dit geleid heeft tot materiële schade, moet dit ook een bijzonder nare en bedreigende ervaring zijn geweest voor de eigenaar van de auto, de bewoonster van de desbetreffende woning en de omwonenden. De enorme klappen die voor en na middernacht te horen waren moeten de nodige schrik in de buurt teweeg hebben gebracht. Met dit handelen heeft de verdachte voor eigen rechter gespeeld, nu hij en zijn broer om hun moverende redenen wraak wilde nemen op slachtoffer [naam 2] .

Daarnaast heeft de verdachte professioneel vuurwerk voorhanden gehad. Dit is extreem gevaarzettend omdat voor dit soort vuurwerk strenge regels gelden en gespecialiseerde kennis vereist is. Het ontbranden daarvan door leken brengt voor henzelf, maar ook voor omstanders, risico’s met zich mee. De verdachte is met deze risico’s gemakzuchtig omgesprongen en heeft onvoldoende stilgestaan bij de mogelijke gevolgen van een ontijdige

of ongecontroleerde explosie.

Ook heeft de verdachte een imitatievuurwapen voorhanden gehad dat zodanig leek op een echt pistool dat het geschikt was voor bedreiging of afdreiging. Dat is verboden. Het ongecontroleerde bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, verhoogt het risico op het plegen van een geweldsdelict. Daarom moet tegen het voorhanden hebben van imitatievuurwapens worden opgetreden.

Verder had de verdachte 349 gram hennep in zijn bezit. Hennep is niet alleen schadelijk voor de volksgezondheid, maar daarachter gaat ook veel criminaliteit schuil.

Uit het strafblad van de verdachte van 13 januari 2026 blijkt dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 16 januari 2026. Daaruit volgt dat de verdachte zijn leefgebieden vandaag de dag goed op orde heeft en dat zijn werk en vaderschap beschermende factoren zijn. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering acht interventies of toezicht niet nodig.

De rechtbank stelt daarnaast vast dat sprake is van een schending van de redelijke termijn. De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op het moment waarop de verdachte door de politie als verdachte is aangehouden, te weten op 11 december 2022. Gelet hierop zou uiterlijk op 11 december 2024 vonnis gewezen moeten zijn. De rechtbank wijst dit vonnis op 16 februari 2026. De redelijke termijn is daarmee overschreden met 14 maanden, terwijl van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen niet is gebleken. De rechtbank houdt met deze overschrijding in het voordeel van de verdachte rekening bij het bepalen van de op te leggen straf.

De hiervoor omschreven strafbare feiten zijn naar het oordeel van de rechtbank dusdanig ernstig dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is. Omdat de verdachte een blanco strafblad heeft, op dit moment een positieve invulling geeft aan zijn leven en de redelijke termijn aanzienlijk is overschreden, zal de rechtbank de verdachte niet terugsturen naar de gevangenis. Wel zal de rechtbank - om zowel verdachte als de samenleving duidelijk te maken dat eigenrichting onacceptabel is - als waarschuwing een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Om de ernst van de feiten te benadrukken en omdat de verdachte zijn straf ook nog mag voelen, zal de rechtbank daarnaast een taakstraf opleggen.

Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen opleggen met aftrek van het voorarrest, waarvan 362 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en daarnaast een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis. Deze straf is lager dan de eis van de officier van justitie omdat de rechtbank - gezien de vrijspraak van het te duchten levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bij feit 2 - tot een andere bewezenverklaring is gekomen.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straffen

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.W. Peters, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. K. Mestrom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Geene, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 februari 2026.

Buiten staat

Mr. L.M.W. Peters is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 december 2022 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een aangestoken shell (mortierbom) op de auto van [naam 2] te plaatsen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor die auto, te duchten was;

(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 11 december 2022 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in de directe nabijheid van de woning aan de [straat 1] [nummer 2] (zijnde een tussengelegen woning), door naar de voordeur en/of brievenbus van die woning te lopen en ter hoogte van de brievenbus een shell (mortierbom) aan te steken en/of achter te laten, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de voordeur, brievenbus en/of woning en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die woning aanwezige personen [naam 3] en/of [naam 2] te duchten was;

(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 11 december 2022 te Maastricht opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 349 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet)

4.

hij op of omstreeks 11 december 2022 te Maastricht een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een imitatie vuurwapen dat qua vorm en uiterlijke kenmerken een sprekende gelijkenis vertoont met een pistool type Makarov, 9mm voorhanden heeft gehad;

(art 13 lid 1 Wet wapens en munitie)

5.

hij op of omstreeks 11 december 2022 te Maastricht, al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad, te weten:

- 2 Flashbangers Lijst II B

(art 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit jo art 9.2.2.1 Wet milieubeheer jo art 1a onder 1° Wet op de economische delicten)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?