RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12095002 \ EZ VERZ 26-38
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 19 februari 2026
Naar aanleiding van het verzoek van:
1. [verzoeker 1] ,
te [plaats 1] ,2. [verzoeker 2],
te [plaats 1] ,
verzoekers,
in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen:
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 februari 2026.
2. De feiten
Op [datum 3] 2025 is te [plaats 3] overleden de heer [overledene], geboren te [geboorteplaats] op [datum 4] 1958 (hierna te noemen: de overledene).
De overledene is een oom van [verzoeker 1] , verzoekster sub 1. Zij heeft het voornemen (haar aandeel in) de nalatenschap van de overledene te verwerpen.
3. Het verzoek
Verzoekers vragen de kantonrechter machtiging te verlenen om namens hun minderjarige kinderen de nalatenschap van de overledene te kunnen verwerpen.
4. De beoordeling
Het uitgangspunt is dat het verzoek tot verwerping van een nalatenschap enkel wordt toegewezen indien sprake is van een negatieve nalatenschap. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben verzoekers voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een negatief nalatenschapssaldo.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond en dat het verlenen van de gevraagde machtiging tot verwerping in het belang van de minderjarigen blijkt te zijn. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten.
De kantonrechter wijst er op dat met het verlenen van de gevraagde machtiging de nalatenschap nog niet is verworpen. Daartoe dient nog een verklaring te worden afgelegd ter griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene. Dit dient te geschieden binnen drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt.
5. De beslissing
De kantonrechter
verleent [verzoeker 1] en [verzoeker 2] machtiging om namens hun minderjarige kinderen:
de nalatenschap van de heer [overledene] te verwerpen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.